
Op 1 april 2026 was er in Theater Utrecht een preview van het project The Fortress waar theatermaker Dries Verhoeven op de 61e Biënnale van Venetië dit jaar Nederland mee vertegenwoordigt in het Nederlandse landenpaviljoen van Gerrit Rietveld dat uit 1954 dateert. Samen met Rieke Vos die conservator Hedendaagse Kunst van Teylers Museum is.
Verhoeven zegt op zijn eigen site: ‘The Fortress, een kunstwerk dat de tegenstrijdigheden van de Biënnale zelf als uitgangspunt neemt. De Giardini della Biennale, met haar dertig landenpaviljoens, belichaamt volgens Verhoeven en Vos een wereldorde uit vervlogen tijden waarin voormalige westerse grootmachten nog steeds een centrale positie innemen. Landen die in werkelijkheid hun grenzen optrekken en zich herbewapenen, staan hier gebroederlijk met open deuren naast elkaar. De Giardini is daarmee een plek van nostalgisch wensdenken – het park houdt het beeld van een verlichte traditie en een hoopvolle gezamenlijke toekomst in stand. We zien hier niet de wereld, maar vooral de wereld zoals we ooit dachten dat die was.’
Verhoeven neemt het Rietveldpaviljoen als gebouw en uiting van het modernisme als uitgangspunt voor zijn voorstelling. Met het neoliberalisme als stoorzender. Zonder er kunstwerken aan toe te voegen. Met als hamvraag wat dat optimisme van zo’n 70 jaar geleden ons nog te vertellen heeft. Ongeveer maximaal 120 bezoekers ervaren tijdens een voorstelling van 25 minuten dat het gebouw met stalen rolluiken langzaam verduisterd wordt. En het gebouw in zichzelf verkeert.
De bedoeling is dat bezoekers ook (even) op zichzelf teruggeworpen worden. Daartoe aangespoord door acteurs en stemkunstenaars die in de donkerte optreden en de hedendaagse ontreddering symboliseren. Wie het werk van Verhoeven kent zal zich voor kunnen stellen hoe dat ongeveer gaat. Met pathos, scherpte, onverwachte wendingen en maatschappijkritiek door verschoppelingen een rol te geven.
Het werd een onderhoudende voorvertoning met Verhoeven en Vos plus twee auteurs van een begeleidende publicatie Bas Heijne en Maurits de Bruijn, en creatief directeur van Theater Utrecht Anne Breure als vaardig moderator.

De zaal met een vlakke vloer waarop de vijf spelers zaten plus de toeschouwers op een tribune verbeeldden de uiterlijkheden van een reguliere toneelvoorstelling met als Pirandelliaans thema ‘Vijf spelers op zoek naar positionering‘. Hoe ze dat voor zichzelf, elkaar en de toeschouwers verantwoordden was het verbindende thema van de avond. Dat gaf er spanning en schwung aan.
Verhoeven was de ster van de voorvertoning. Hij schitterde met elegantie, originaliteit, verbale souplesse en gaf de indruk de situatie volledig meester te zijn. Van zijn project, ideeën, dramaturgie en in interactie met de ander. Dat reduceerde onopzettelijk de rol van Rieke Vos. Het traditionele format van kunstenaar + curator waarmee het Mondriaan Fonds werkt lijkt niet helemaal te passen op theatermaker en regisseur Verhoeven die zijn eigen curator is.
Verhoeven werd in januari 2025 uit vier kandidaten geselecteerd uit een door het Mondriaan Fonds opgestelde shortlist. Om de twee jaar kiest een commissie van het Mondriaan Fonds een kandidaat. Gevolmachtigde (commissioner) van het project is Eelco van der Lingen die tot 1 februari 2026 directeur van het Mondriaan Fonds was.
Hij trapte de avond af in gesprek met Breure door vanuit het belang van zijn vorige functie achtergronden over de Biënnale te geven. Van der Lingen zette tevens de toon van de avond door de Biënnale een ‘probleemplatform‘ te noemen. Mede door de landenpaviljoens van de Russische Federatie, Israël, Iran en de VS. Daar zou men die van China, El Salvador en vele democratisch afglijdende landen aan toe kunnen voegen. Die kwalificatie werd probleemloos door de anderen overgenomen en werd het terugkerende thema van de avond dat ook als een soort ideologisch pantser diende.
Heijne en De Bruijn gingen in hun bijdragen (fragmenten uit de publicatie) in op het einde van het modernistisch vooruitgangsdenken. Heijne legde het accent op het individu die door Amerikaanse techbedrijven gekoloniseerd is en in een digitale ruimte om zich heen slaat zonder nog baas over het eigen lot te zijn. De Bruijn sprak zich politiek-filosofisch uit over het donker dat het licht en de Verlichting bedreigt. Hij vertelde dat bij lezingen of debatavonden toeschouwers bij hem uitkomen in de hoop op hoop door hem vragen of er nog een sprankje licht is. Hij zei het niet te zien. Beide heren zaten op één lijn, maar dat werd door Heijne meer benadrukt dan door De Bruijn.
De abstrahering van het kwaad zoals zich dat zou manifesteren in het ‘probleemplatform‘ van de Biënnale vond ik een aspect van het debat dat met zichzelf op de loop ging. Daar was overeenstemming over en geen debat, zodat het niet onderbouwd werd. Er werd gezegd dat het kwaad wordt vertegenwoordigd door Mark Zuckerberg, Poetin, Trump, Netanyahu en andere onbereikbare bestuurders van de wereld. Dat is onmiskenbaar zo, en baart zorgen, maar verklaart nog niet waarom de Biënnale van Venetië op dit moment dat spoor volgt.
Dat heeft niet zozeer met doemdenken te maken waar Heijne in zijn bijdrage over vertelde dat hij daar van beschuldigd werd, maar met gebrek aan detaillering. Op politiek niveau is in de regio Veneto (met Luca Zaia van Lega) waar Venetië in is gelegen en bij de organisatie van de Biënnale radicaal-rechts aan de macht. Met de voorzitter van de Biënnale Pietrangelo Buttafuoco als rechtse houwdegen onder wiens leiding de sancties tegen de Russische Federatie werden beëindigd en Israël niet werd gecanceld. Maar hiermee kwam de organisatie van de Biënnale wel in aanvaring met de rechtse regering Meloni.
Men kan zeggen dat de Biennale een ‘probleemplatform‘ is, maar de indruk die Van der Lingen en de spelers gaven was dat het een monolithisch kwaad is zonder innerlijke tegenstellingen en oppositie. Zonder een sprankje hoop op beter. Zo maakt goedbedoelde abstrahering die de duisternis als zinnebeeld ziet en niet op zoek gaat naar verschillen en nuances het loodzwaar. Terwijl dát toch niet de bedoeling kan zijn van de speelse en verbeeldingsrijke Verhoeven.
The Fortress belooft een atypische Nederlandse presentatie te worden omdat Verhoeven met zijn project op meta-niveau de Biënnale becommentarieert. De selectie van Verhoevens project lijkt perfect te passen in de tijdgeest van een verwarrend Europees publiek dat zich moet verhouden tot oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten én uitermate tevreden met zichzelf in de eigen creatieve bubbel verkeert en op een terras Aperol Spritz moet kunnen blijven drinken. Het is de vraag hoe dat ontvangen en begrepen gaat worden. Daar kon Verhoeven uiteraard nog geen antwoord op geven.







