PVV en VVD strijden in de beeldvorming met elkaar om de meest stoere taal uit te slaan naar aanleiding van de recente Maccabi-rellen in Amsterdam. Joden werden opgejaagd. Na provocatie van radicale Maccabi-fans. VVD-partijleider Dilan Yesilgöz wil onderzoeken of het mogelijk is om de Nederlandse geweldplegers met een dubbele nationaliteit het Nederlanderschap af te pakken.
Zoals zo vaak schiet isolatie van een incident of een reeks incidenten tekort. Gesteld dat er indoctrinatie van Marokkaanse-Nederlanders of Arabische-Nederlanders via (weekend)school, moskee of sociale media bestaat, dan is dat niet de enige soort indoctrinatie.
Radicaal-rechts zet met leugens en misleiding een deel van de bevolking op het verkeerde been. Ook in deze groep wordt geweld gebruikt tegen moskeeën of AZC’s. Maar de Staat heeft daar tot nu toe weinig mee gedaan. Is het verschil in aanpak dan het ontbreken van de dubbele nationaliteit?
Zo schuift centrum-rechts (VVD) op in de richting van radicaal-rechts (PVV). Beide partijen doen het in de beeldvorming beter dan in het kabinet Schoof waar ze deel van uitmaken. Het kabinet komt tot niks. Als compensatie zijn er publicitaire proefballonnetjes die nergens landen, maar voor even de nieuwscyclus bepalen.
Dat media actief meewerken aan de afleiding is tekenend voor hun rol. Niet als poortwachter van de democratie, maar als aangever van ophitsing.
Er is kritiek op de dubbele standaard van de Amerikaanse pers over de verslaggeving over de campagne van de twee presidentskandidaten van de twee grote partijen Donald Trump en Kamala Harris.
Vooral progressieve en/of Democratische opinieleiders wijzen op de dubbele standaard die eruit bestaat dat Harris door de media hard wordt benaderd en de media Trump laten wegkomen met onzinnige, antidemocratische uitspraken die niet echt serieus worden genomen.
Naargelang de verkiezingen naderen, Harris een goede campagne voert en in populariteit ongekend is gestegen, maar Trump niet wegzakt in de peilingen, is de vraag hoe dat in hemelsnaam mogelijk is. Ook nog eens met een archaïsch kiessysteem dat de Republikeinen bevoordeelt.
De inschatting nu is dat Trump nog tegen de 50% kans heeft om president te worden. Ondanks al zijn blunders, zijn verschijnselen van Alzheimer, zijn racisme, zijn gezwalk over abortus, zijn rechtszaken, zijn pogingen tot staatsgreep op 6 januari 2021, zijn uitspraak dat hij een dictator van één dag zal zijn en zijn controversiële kandidaat vice-president Vance met vrouwonvriendelijke uitspraken die Haïtianen huisdieren ziet eten.
Het valt in dubbel inzicht niet te peilen. Harris is een niet-witte vrouw die het moeilijk heeft om de arbeiders in de battleground staten Pennsylvania, Michigan en Wisconsin voor zich te winnen. Daar worden de verkiezingen beslist. De vrees is dat Republikeinse blue-collar workers als respondenten ondervertegenwoordigd zijn in de peilingen. Daartegenover probeert het team van Harris in te breken in Florida en North Carolina.
Het lijkt dat de dubbele standaard echt bestaat. De media hebben de afgelopen jaren hun werk niet goed gedaan in het verslag doen van wat Trump is en waar hij precies voor staat. Trumps achterban steunt hem hoe dan ook door dik en dun, maar dat geldt niet voor gematigde Republikeinen en onafhankelijken die de grootste categorie kiezers vormen. Het idee van de mediacritici is dat de media laatstgenoemde kiezers niet hebben bereikt in een eerlijke analyse van Trump.
Tegelijk is de vraag hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat de Democraten geen grotere voorsprong op Trump hebben opgebouwd. Harris ligt landelijk nu minder dan 3% voor op Trump. Dat is te weinig om te winnen in een kiessysteem dat de Republikeinen bevoordeelt. Media inclusief de invloedrijke New York Times kunnen het hebben laten zitten in hun verslaggeving over Trump, maar valt het de Democraten niet te verwijten dat ze de laatste paar jaren electoraal niet slimmer hebben gehandeld? Harris zou nu landelijk 10% voor moeten liggen op Trump.
Zagen we het afgelopen jaar hetzelfde in Nederland waar ‘Milders’ Wilders en zijn PVV door de media niet serieus werden genomen? Daar lijkt het op. Pas toen het vermaledijde kabinet Schoof op het bordes stond en minister Faber met haar onverzoenlijke houding over asiel kwam, werden de media wakker. Maar toen was het te laat. Tegelijk hebben andere partijen het net als in de VS laten liggen.
Het is een gedeelde schuld, media en partijen die respectievelijk Trump en Wilders de pas wilden afsnijden hebben jammerlijk gefaald. Politiek en media hebben nog steeds geen antwoord op radicaal-rechtse populisten die niet volgens de regels spelen.
Schermafbeelding van deel artikel ‘RedactiePraat: kan je als christen daten met een ongelovige? (S4E1)‘ van EO Beam, 15 februari 2024.
Op Facebook sprak in een post van Jan Christiaan Nieuwenhuis die veel aandacht besteedt aan valse profeten als Tom de Wal iemand in een reactie over ‘ongelovigen’. De ‘ongelovigen’ zouden zich nog meer van het evangelie afkeren. Dat riep bij mij een reactie op:
Het woord ‘ongelovigen’ is ongepast. Beter is om te spreken van ‘ongebondenen’ of mensen die verklaren niet tot een religieuze organisatie te behoren. Dat is volgens het CBS in Nederland zo’n 60% van de bevolking. In de VS noemt men deze niet aangeslotenen ‘unaffiliated’.
Het woord ‘ongelovigen’ is om twee redenen ongepast. Het suggereert dat deze mensen nergens in geloven, wat onwaarschijnlijk is. Ze kunnen geloven in de mensheid, het secularisme, de kunsten of wat dan ook.
Ook verbindt het woord ‘ongelovigen’ deze ongebondenen indirect met het geloof. Een soort inlijving. Maar ze zijn geen tegenstander of diapositief van het geloof, ze hebben er juist geen verbinding mee.
Ik begrijp uw misverstand wat ik u niet kwalijk neem. In media, onderwijs en sociale wetenschappen wordt het woord ‘ongelovigen’ slordig, onzorgvuldig en onnadenkend gebruikt.
De verwijzing naar de kunsten is niet toevallig. Theater en religie putten uit dezelfde bron. Het is allebei fictie die door mensen is geconstrueerd. In een commentaar uit 2019 legde ik dat uit:
De godsdiensten zijn niet zozeer een verzinsel van mensen, maar een constructie. Want het begrip verzinsel bevat de notie ‘dat het niet waar hoeft te zijn’ en dat gaat aan de essentie ervan voorbij. Maar de constructie is waar, zoals narratieve constructies als vertellingen of films altijd hun eigen logica en waarheid hebben. Binnen die fictieve constructie zijn ze waar. Zo is God binnen de constructie van een godsdienst waar en bestaat deze God.
Deze redenering heeft een historische onderbouwing en kent parallele ontwikkelingen. Zowel het drama als religie putten uit dezelfde bron. Namelijk het ritueel. Historische theaterwetenschappers leggen dat ontstaan in grotten waar onze verre voorouders bij elkaar kwamen om in bezweringen en plechtige handelingen door zingeving en troost de harde werkelijkheid op afstand te houden en de eigen sterfelijkheid te relativeren. Om dat te plaatsen in de tijd, de oudste rotsschilderingen uit de grot van Lascaux worden gedateerd op 15.000 jaar voor Christus.
Na verloop van tijd heeft zich door een verschil in behoefte van die verre voorouders een afsplitsing voorgedaan. Zo ontstond dat wat later het wereldse drama (theater) werd en dat wat voeding gaf aan het ontstaan van godsdiensten (religie). Dat is een ontwikkeling van tientallen eeuwen geweest.
Het ontstaan van het moderne theater wordt gedateerd op de 5e eeuw voor Christus toen in Griekenland de oervaders van het moderne drama Aischylos, Sofokles en Euripides het theater moderniseerden en van nieuwe elementen voorzagen. Het werd een autonoom genre. Een gevolg hiervan was dat het verder op afstand kwam te staan van de oorsprong die oorspronkelijk een ritueel in de cultus van Dionysos was.
De historische analogie met het ontstaan van de godsdiensten is opvallend. De nu nog bestaande wereldgodsdienst het Hindoeïsme ontstond in dezelfde periode als het moderne Griekse drama, namelijk in de 5de eeuw voor Christus. Daarna volgden het Boeddhisme, Jodendom en Christendom.
Het heeft sinds de oertijd van Lascaux ruim meer dan 10.000 jaar geduurd voordat religie en theater zich beslissend van elkaar gingen onderscheiden. In die overgangstijd hebben ze parallel gelopen, van elkaar geleend en elkaar versterkt. De functies van theater en religie die nu als afwijkend van elkaar worden gezien zijn in die tussentijd steeds verder hun eigen weg gegaan door detaillering en specificatie. Zowel in het theater als de religie is die gemeenschappelijke bron van het ritueel nog te herkennen, maar door allerlei ontwikkelingen binnen die twee genres zijn ze losser komen te staan van hun eigen ontstaan.
Er bestaan ongelovigen. Dat zijn nihilisten die nergens in geloven. Maar die heeft de gelovige christelijke dame die op Facebook reageerde niet op het oog.
Ze bedoelt met ‘ongelovigen’ de meerderheid van Nederlanders die niet haar christelijke geloofsleer volgen. Getalsmatig was in 2022 vanuit christelijke optiek 68% van de Nederlanders ‘ongelovig‘. Ze zouden zich zelfs van het evangelie afkeren. Met deze opmerking probeert deze christen de zogenaamde ongelovigen te annexeren. ‘Ongelovigen‘ zouden zijn afgedwaald en volgens haar uiteindelijk behoren tot de godsdienst die zij belijdt. Mogelijk bivakkeert ze mentaal nog op de Synode van Dordrecht (1619).
In een samenleving waar volgens het CBS in 2022 57,2% van de bevolking zich niet rekende tot een kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke groepering is niet het zogenaamde geloof, maar het zogenaamde ongeloof de norm geworden.
Gebruik van de term ‘ongelovig‘ is om drie redenen onzorgvuldig en moet afgeraden worden. Behalve als men nihilisten bedoelt. Vanwege de suggestie dat ‘ongelovigen‘ nergens in geloven, wat aantoonbaar onjuist is. Vanwege de misplaatste claim dat ‘ongelovigen‘ het religieuze gedachtegoed van gelovigen aanhangen en er een verlengde van zijn. Al is het als diapositief. En vanwege de maatschappelijke situatie waarin geloof niet langer de norm is, maar een minderheidspositie inneemt.
De communicatie van NSC en partijleider Pieter Omtzigt is niet best. De eigen stappen worden door NSC onvoldoende uitgelegd. Het is hoe dan ook een raadsel waarom NSC mee ging doen aan de onderhandelingen met PVV, VVD en BBB onder leiding van de rechtse columnist Plasterk. Het had vanaf het begin beter kunnen zeggen dat het daar geen perspectief in zag.
Dat gaat verder dan de gedoogrol die NSC door de voortijdige opstelling van de VVD ontstolen werd. Ook een kabinet met de rouwdouwende PVV en BBB, van welke partijen ook in november 2023 duidelijk was dat ze de rechtsstaat, de openbare en nationale veiligheid niet serieus namen, had voor NSC vanaf het begin principieel afgewezen moeten worden. NSC neemt die aspecten wel serieus.
Het kan dat alle ruis in de media over de zogenaamde ‘wil van het volk’ en de meerderheid van Nederlanders die een kabinet met PVV wil,, NSC angst heeft ingeboezemd en de onderhandelingen heeft ingeluisd. Maar de ‘wil van het volk’ bestaat niet en de meerderheid van Nederlanders wil geen kabinet met de PVV. Dat trouwens in media en door politici om bizarre redenen centrum-rechts wordt genoemd, terwijl er niks centrum-rechts aan de leidende partij PVV is.
In de media speelt vooral De Telegraaf een kwalijke rol. Het strooit met desinformatie, verdedigt Telegraaf-columnist Plasterk en houdt niet op Omtzigt verdacht te maken. Dat is activistische politiek die weinig met journalistiek te maken heeft. Andere media nemen de rechtse stemmingmakerij over die op een hetze lijkt.
Politici als Wilders en Van der Plas zijn tijdens de onderhandelingen continu bezig met hun beeldvorming. Op X strooien ze met beledigingen, sneren genoemd, over hun mede-onderhandelaars. Ze kunnen niet meer terughoudend zijn als ze dat al zouden willen. Wilders en Van der Plas hebben voorlopig de kans op een ultra-rechts kabinet om zeep geholpen. Samen met de Plasterk. Wilders en Van der Plas lijden aan nostalgie naar een niet-bestaand Nederland.
Voordeel van de laatste week is dat Plasterk weet dat hij zijn krediet verspeeld heeft als informateur, én premier, doordat hij door harde uitspraken over Omtzigt de handdoek in de ring heeft gegooid. Het kan dat Omtzigt door onhandig opereren het instituut van informateur beschadigd heeft, maar het is vooral Plasterk die geheel onnodig en niet passend bij de rol van een informateur een grap van zichzelf als informateur heeft gemaakt. De man is te ijdel, te rancuneus en te weinig onafhankelijk.
Alles kan over enige tijd weer gladgestreken worden. Zodat Omtzigt weer aanschuift voor de vorming van een ultra-rechts kabinet onder leiding van de PVV, maar zonder Wilders. De variant van een extraparlementair kabinet is onzin. Een minderheidskabinet van PVV en BBB dat wordt gedoogd door VVD en NSC blijft mogelijk. Aangevuld met ‘zakelijke’ ministers, omdat deze partijen zelf geen kwalitatief goede ministers kunnen leveren.
Of zo’n minderheidskabinet dat dubbel gedoogd wordt er lang zal zitten is de vraag. Wellicht tot het moment dat PVV in de peilingen daalt en NSC, maar vooral VVD de kans schoon zien om het kabinet van PVV te laten vallen en aan te sturen op nieuwe verkiezingen. Wie weet hoe binnenkort dat is.
Schermafbeelding van deel artikel ‘Islamitisch en Joods raadslid bezoeken samen Anne Frank Huis: ‘Het zou veel logischer zijn als we meer samen zouden optrekken’ in Het Parool, 21 december 2023.
Tegelijk snap ik alles en niks van dit soort berichten in de media. Het Parool kopt in een artikel ‘Islamitisch en Joods raadslid bezoeken samen Anne Frank Huis: ‘Het zou veel logischer zijn als we meer samen zouden optrekken’. De kerstgedachte van verzoening en bemiddeling in volle gang.
Het patroon lijkt op het begin van een witz. Een christen en moslim of een jood en christen of een christen en jood of een hindoe en boeddhist of een sikh en shintoïst komen elkaar tegen in een krantenartikel.
Waarom leggen media steeds accent op mensen met een godsdienst, terwijl volgens de gegevens uit 2022 van het CBS blijkt dat 57,2% van de Nederlanders zegt zich niet te laten inspireren door godsdienst. Ongeveer ’43 procent van de bevolking van 15 jaar of ouder zegt bij een levensbeschouwelijke groepering zoals een kerk, moskee of synagoge te horen’.
Dat percentage van 43 procent dat zich tot een levensbeschouwelijke groep rekent zal in het wereldse Amsterdam niet hoger zijn.
Over het Amsterdamse raadslid Itay Garmy die ‘Joods’ wordt genoemd wordt uit het artikel niet duidelijk of hij de joodse godsdienst belijdt. Hij heeft een Israëlisch paspoort, maar dat wil nog niet zeggen dat hij belijdend is. Het Parool reduceert Garmy tot ‘Joods’. De associatie wordt gewekt dat Volt Nederland iets met ‘Joods’ heeft. Waarom doet Het Parool dat?
Het is niet logisch dat een raadslid van Volt zich in zijn functie manifesteert als gelovig. Volt is een partij die niet wervend is over religie in de politiek. Een artikel uit 2020 van een kandidaat-kamerlid van Volt dat op de site van de partij staat eindigt zo: (..) ‘een gevolg van de aanwezigheid van religie in de politiek. Het is een restant van een onwetende samenleving die wij allang ontgroeid zijn.‘
Religie in de politiek is volgens deze vertegenwoordiger van Volt het restant van een onwetende samenleving die we ontgroeid zijn.
Waarom voeren sommige media steeds weer vertegenwoordigers van religieuze minderheden op als er verschillen overbrugd moeten worden? De rabbi en de dominee, de pastoor en de imam. Het duogesprek lijkt exclusief voorbehouden aan gelovigen. Waarom is dat?
Denken media over andersdenkenden dat ze maatschappelijks niks in de melk te brokkelen hebben hebben en moralisme missen? Het is onduidelijk waarom media in de vijver van de gelovigen vissen. Het kan ook gemakzucht zijn omdat in de Rolodex van de redacties de religieuze instellingen netjes staan genoteerd.
In dit geval is het nog ernstiger als Het Parool eerst een tegenstelling veronderstelt tussen een moslim van Denk en een ‘Jood’ van Volt die vol begrip voor elkaars standpunten tot verzoening en wederzijds begrip komen die vervolgens geen tegenstelling lijkt te zijn. QED. Maar het misverstand is gewekt. Waarom geen humanist, atheïst, agnost of nihilist als gesprekspartner?
De indruk die dit soort artikelen geeft is tweeledig. Dat de meerderheid van 57,2% van de Nederlanders die niet gebonden is aan kerk, moskee of synagoge ongeschikt is om empathisch, geloofwaardig en maatschappelijk relevant in de media over Gaza en dit soort zaken te praten en verschillen te overbruggen. En dat op redacties vanuit gemakzucht en lui denken de verzuiling van voor 1970 leidend is. Of opnieuw leidend wordt gemaakt.
Het verwijt aan media is dat ze vaak een scheef beeld van de samenleving geven. Hier lijkt hypercorrectie de oorzaak. Media doen zo hun best om maatschappelijke verschillen te helpen overbruggen dat ze niet meer weten waar de breuklijnen in de samenleving echt lopen. Maar is de kerstgedachte ook niet schijn die als camouflage dient om voor even verschillen te minimaliseren?
Schermafbeelding van deel column ‘Hoezo cancelcultuur? We zouden eens wat vaker aan zelfcanceling moeten doen‘ van Job van Schaik in DvhN, 11 juni 2023.
In zijn column ‘Hoezo cancelcultuur? We zouden eens wat vaker aan zelfcanceling moeten doen‘ van 11 juni 2023 in het Dagblad van het Noorden meent de herboren christen Job van Schaik dat het wel meevalt met de cancelcultuur. Ik ben het met hem oneens.
‘Je kunt tegenwoordig geen talkshow meer bekijken of er is wel iemand die zich beklaagd (!) over canceling‘ meent de eindredacteur. En: ‘Is het probleem niet veel meer dat we onszelf te weinig cancelen?‘.
Van Schaik komt tot zijn observaties in zijn bespreking van het televisieprogramma ‘De doe-het-zelf dictatuur‘ van Fidan Ekiz en Kees Schaap dat door omroep MAX wordt uitgezonden nadat BNNVARA het niet wilde uitzenden. De promotie van het programma zet de steekwoorden ‘de wereld van wokeness, uitsluiting en angst‘ voorop.
Wat Van Schaik in zijn column zegt is op z’n best selectief en op z’n slechtst lariekoek. Hij veronderstelt dat er geen sprake is van cancelcultuur als opinieleiders of BN’ers elders in de media een plek vinden. Dat is voor de media zelf al een bedenkelijk standpunt omdat het wel degelijk uitmaakt in welk programma men mag spreken, maar buiten de media is het kletskoek.
Van Schaik maakt de fout cancelcultuur te reduceren tot schermtijd en daar algemene uitspraken over het begrip cancelcultuur uit af te leiden. Het is moeilijk om te bepalen of Van Schaik niet kan argumenteren of dat hij door kortzichtigheid beperkt wordt in zijn mening. Zijn observaties over een open gesprek tussen mensen dat onmogelijk zou zijn maakt het soft en onverteerbaar. Het leidt af van wat cancelcultuur is.
Neem het voorbeeld van het voormalige PvdA-kamerlid Gijs van Dijk die in februari 2022 opstapte wegens meldingen over ‘ongewenst gedrag in de privésfeer‘. De case wordt in het programma van Fidan Ekiz en Kees Schaap behandeld. In november 2022 maakte het PvdA-partijbestuur na intern onderzoek excuses aan Van Dijk omdat eerder onderzoek onzorgvuldig was en meldingen gingen over Van Dijks privéleven en niet over seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Van Schaik doet wat Van Dijk is overkomen af met de opmerking: ‘hoezo worden deze mensen gecanceld? Ze kunnen toch gewoon hun verhaal kwijt?‘ Is Van Schaik werkelijk zo bijziend? Ziet hij niet in dat cancelcultuur niet zozeer gaat om een toelichting in de media, maar om het verliezen of het uitsluiten van een functie? Aan een universiteit, in de politiek, de media of elders. Van Schaik verwart oorzaak en het achteraf praten over de oorzaak met elkaar.
Van Schaik ziet door de bomen het bos niet meer. Hij zit te dicht op zijn onderwerp en identificeert zich teveel met BN’ers. Van Schaik heeft gelijk dat sommige BN’ers van hun vermeend gecanceld worden een aanleiding maken om in beeld te komen.
Maar dat is niet representatief voor de cancelcultuur van docenten aan universiteiten of journalisten die worden uitgesloten vanwege hun mening. Of zelf eieren voor hun geld kiezen omdat ze worden weggepest. Die cancelcultuur bestaat wel degelijk en heeft verstrekkende gevolgen voor degenen die er het slachtoffer van zijn. Tot Van Schaik is het niet doorgedrongen.
Het gesprek over het woke-isme of identiteitspolitiek dat resulteert in cancel cultuur of een cultuur oorlog zit vaak zichzelf in de weg. Populistische, reactionaire malloten maken op sociale media een parodie van wat woke is, zodat vervolgens niemand daar nog mee geassocieerd wil worden. Het debat verstomt of wordt eenzijdig gevoerd.
Hoe het woke-isme op Nederlandse universiteiten en hogescholen begon maakt het commentaar ‘Een verslag van het Piet Zwart Instituut met misverstanden: ‘Vrije kunst en het niet bestaande normaal van Mark Rutte…’‘ uit 2017 duidelijk. Lees in de reacties ook mijn debatje met student Shraddha waar ik word geconfronteerd met de cancel cultuur en een poging me de mond te snoeren.
Wat is de middenweg tussen geradicaliseerde aanhangers van de identiteitspolitiek dat vooral op Angelsaksiche universiteiten optreedt en zich laat kennen als een religie met eigen dogmatiek én de reactionaire kritiek erop? Dit woke-isme heeft zich ontwikkeld van een emancipatiebeweging tot een greep naar de macht van onderop die de hiërarchische ladder bespot.
Het is duidelijk dat er in onderwijs, kunsten en media een inhaalslag gemaakt moet worden naar betere representatie in personeel, beleid en programmering of onderwijsprogramma. De vraag is hoe en in welk tempo dat dient te gebeuren.
Maatschappelijke ontwikkelingen hebben tijd nodig om in te dalen. Het belang van radicalen is om daar niet op te wachten en het proces op te jagen. Met als resultaat dat het proces verstoord en gefragmenteerd raakt en er geen algemeen aanvaard oriëntatiepunt meer is die voor allen kan dienen als richtlijn.
De onzekerheid van directeur Rein Wolfs in het Stedelijk lijkt daartoe herleid te kunnen worden. Wat is nog zijn ijkpunt? Dat blind varen tekent de lastige positie van hedendaagse museumdirecteuren.
Overigens zou dat thema van achterstelling en ondervertegenwoordiging breed benaderd moeten worden. Als we het onrecht van het verleden recht willen trekken, dan kunnen we dat maar beter gelijk goed doen. In een recent commentaar over de polemiek omtrent het Stedelijk Museum schreef ik over musea. Dat geldt ook voor universiteiten en hogescholen, en media:
Die smalle opvatting is een misvatting en een versimpeling. Het is de blinde vlek van musea, omdat er naast kleur verschillen bestaan over gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd. Die verschillen staan op dit moment nauwelijks ter discussie als het om betere representatie in musea gaat. Het debat over een betere representatie in musea is gepolitiseerd en afhankelijk van actuele trends. Dat is in meerdere opzichten ongewenst zwart-wit denken.
Het ‘juiste’ debat over woke-isme, identiteitspolitiek, cancel cultuur en cultuur oorlog is een smal pad de berg op. Bij elke stap de kans om in de afgrond te vallen of op voetangels of klemmen te stappen. De kans op een succesvol debat dat verschillen overbrugt is op dit moment nihil.
Er zijn gelukkig nog steeds opinieleiders die zich eraan durven wagen. Ze moeten niet alleen een goed betoog hebben, maar ook hun eigen achtergrond bewaken om door aanvallen op hun persoon niet bij voorbaat in de afgrond geduwd te worden. De dreigende aanval die iedereen wacht heeft een remmend effect op het aantal deelnemers aan het debat.
De Britse Andrew Doyle is volgens een boekbespreking homo, Labour-stemmer en sociaal liberaal, hij is geen reactionair. Daarnaast is hij afkomstig uit Noord-Ierland. Het is triest om te constateren, maar zo’n achtergrond lijkt tegenwoordig de voorwaarde om als stem aanvaard te worden om hierover mee te praten.
De achtergrond van iemand die zich publiekelijk uitspreekt over identiteitspolitiek is de voorwaarde om geloofwaardig mee te mogen praten. Andrew Doyle is geen reactionair, maar spreekt wel op het rechtse GB News. Zijn opmerking dat de woke-ideologie waarschijnlijk nooit iets van blijvende waarde zal opleveren is terecht, maar ook onterecht omdat het een politieke beweging is die zich uitspreekt over kunst.
Dat Doyle terechtkomt bij het rechtse GB News tekent de tragiek. Links heeft de handen niet vrij omdat het te ver in de identiteitspolitiek verzeild is geraakt en zich daar niet meer aan kan ontworstelen, en rechts overkomt in de reactie door projectie en stemmingmakerij hetzelfde.
Gewenst is dat in onderwijs, kunsten en media de identiteitsverschillen benoemd, aanvaard en besproken worden en niemand van dat debat door radicalen aan beide uitersten van het politieke spectrum uitgesloten wordt door twijfels over motivatie en achtergrond van de opponent. Voorlopig is dat wensdenken.
Maar toch, voor de toekomst graag een middenpad gevraagd om tot een oplossing te komen en identiteitsverschillen evenwichtig te overbruggen. Laat dat middenpad het ijkpunt zijn dat ook nu al wat richting geeft. Meer hebben we op dit moment niet.
Een nieuwe week, een nieuw geluid. Deze week richt de westerse pers zich op drie onderwerpen. Als er geen calamiteit of natuurramp tussendoor komt. De strijd om het Oekraïense Bachmoet met in het verschiet het Oekraïense lenteoffensief dat half april wordt verwacht. En het driedaagse bezoek van de Chinese president Xi Jinping aan Moskou en zijn gesprekken met de Russische president Poetin.
En Trump. Steeds weer Trump. Het lijkt alsof rechtse en linkse Amerikaanse media geen genoeg van hem krijgen. Dat is begrijpelijk omdat zowel de Trump-kern van de Republikeinse partij als de Democraten een gemeenschappelijk belang hebben: aandacht voor Trump. De Trumpianen zien in Trump de grootste kanshebber om in 2024 president te worden en de Democraten beschouwen een beschadigde, grillige Trump de ideale tegenstander om te verslaan.
Beeldvorming van de media is niet neutraal voor de inhoud, maar bepaalt die ten dele. De laatste week ging het over Trump die deze week, waarschijnlijk dinsdag 21 maart 2023 in New York door Manhattan Officier van Justitie Alvin Bragg aangeklaagd wordt voor de zaak Stormy Daniels. Een pornoactrice die in 2016 door Team Trump met 130.000 USD ‘stil’ geld zou zijn afgekocht.
Het wordt niet ingeschat als een supersterke zaak, maar wel de eerste aanklacht tegen Trump. De zaken in Georgia, de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 of de door Trump achtergehouden topgeheime staatsdocumenten in Mar-A-Lago worden als zekerder voor de aanklagers ingeschat. Hier geldt echter het gezegde dat als een schaap over de dam is er meer volgen. Aanklagers willen blijkbaar niet de geschiedenis ingaan om als eerste een voormalig president aan te klagen.
Amerikanen zijn erover verdeeld of het van rechtsgelijkheid getuigt als iemand als Trump die in 2021 op het nippertje na een geslaagde staatsgreep pleegde na 26 maanden nog op vrije voeten is. Waarom zit hij niet allang in de gevangenis? Van de andere kant is dit een precaire zaak die goed voorbereid moet worden. Voormalig adviseur Anthony Coley van justitieminister Merrick Garland legde dat onlangs uit in de show van Ari Melber. Juridische molens malen langzaam.
Chuck Rosenberg legt in de video voor ‘Morning Joe’ uit dat Trump niet gearresteerd hoeft te worden om voor een rechter geleid te worden. Dat kan ook met een vrijwillige overgave (self-surrender). Dan hoeft Trump niet in de boeien te worden weggevoerd langs camera’s. Trump pocht op sociale media dat een aanklacht zijn campagne rugwind zal geven, maar tegelijk lijkt hij bang te zijn voor de procedure, zoals Maggie Haberman optekent. Ze stelt de zaak ietwat verkeerd voor als ze zegt dat de procedure noodzakelijkerwijze een arrestatie bevat.
De westerse bondgenoten zien het verbijsterd aan. Ook omdat Trump steeds dichter tegen Poetin aankruipt. Kunnen ze zo’n onstabiel land nog wel vertrouwen? En hoe moeten ze zelf in actie komen om zichzelf en elkaar te beschermen? Op de verre Amerikaanse oom valt niet op voorhand te vertrouwen.
Waarom de Democraten zich rijk rekenen met een aangeklaagde Trump is duidelijk. Hij kan zich koesteren in slachtofferschap en zal zo de kans op de nominatie van zijn partij als president in 2024 ermee versterken. Maar tegelijk zal het brede publiek bevreesd zijn om op een kandidaat te stemmen waar een juridisch luchtje aan hangt. Als Trump tegen die tijd al niet is veroordeeld en te boek staat als een boosdoener of crimineel en uitgesloten wordt om nog een politiek ambt uit te oefenen.
De eerste aanklacht ooit van een (voormalig) president is een gebeurtenis die aangejaagd wordt door Amerikaanse media. Linkse en rechtse media zijn behoorlijk boven hun theewater.
Trump loopt een risico als de straatprotesten tegen zijn arrestatie of vrijwillige overgave tegenvallen. Dat zou een teken van zijn afnemende populariteit zijn. Een deel van de Republikeinse partijtop heeft protesten veroordeeld. Van de andere kant kan Trumps schietgrage achterban goedmaken wat ze op 6 januari 2021 menen gemist te hebben. De New Yorkse politie en veiligheidsdiensten zijn in hoogste staat van paraatheid. Op wat komen gaat.
Fragment uit de video waarin Gideon van Meijeren (FVD) journaliste Merel Ek (SBS) met draaiende camera overvalt en daarna zegt de camera uit te doen, maar dat niet doet.
Er is weer eens relletje dat door FVD bewust de wereld in wordt gebracht om op sociale media voor de eigen achterban te scoren. NOS vat het samen in een bericht: ‘FvD-Kamerlid Gideon van Meijeren plaatste de video op sociale media met de tekst: “Activisten die riooljournalistiek bedrijven mogen niet langer wegkomen met hun leugens, desinformatie en fake news. Tijd voor de tegenaanval.“
Telkens lenen kamerleden van FVD uit de timmerkist van Donald Trump. Ze geven nooit toe dat ze fout zitten. Ze kiezen altijd de aanval. Ze projecteren hun eigen tekorten op anderen. Ze weten dat zij de ratten zijn, maar projecteren dat op anderen.
Dat het zover is kunnen komen is te wijten aan de lauwe reacties van media en politiek. Ze twijfelen of ze FVD moeten negeren of antwoorden. En als ze besluiten om te antwoorden gaat dat te netjes, te algemeen en te voorzichtig. Er wordt verontwaardiging uitgesproken, maar maatregelen blijven achterwege. De politiek faalt in het beschermen van de democratie.
Chris Aalberts is duidelijk als hij in het commentaar ‘JOURNALISTEN INTIMIDEREN MAG GEWOON IN NEDERLAND‘ de labbekakkerige reactie van de media blootlegt: ‘De enige conclusie is: in Nederland begrijpen journalisten niet dat ze fascistische partijen geen onkritisch podium moeten geven. Politici snappen niet dat een club als FvD niet normaal is en dat je die dus ook niet als normale partij moet behandelen. Thierry Baudet lacht zich inmiddels kapot om alle ophef, want op basis van de afgelopen jaren kunnen we rustig voorspellen dat er niets gaat veranderen. Ik denk dat hij zelf ook verbaasd is waar zijn partij allemaal mee wegkomt.‘
Niet alleen hebben de media deze radicaal-rechtse politici die tegen het fascistisch gedachtegoed aanleunen niet kritisch benaderd, ze hebben ze zelfs groot helpen maken. Want uitsluitend door aandacht in de media hebben partijen als PVV en FVD kunnen groeien Hetzelfde gebeurde in de VS met Trump die groot werd door de media en ze later de vijand van het volk noemde. Toen had hij de media niet meer nodig.
In het commentaar ‘Ook Nederlandse journalisten zijn medeplichtig aan de moord op de democratie‘ uit 2021 schreef ik:
In Nederland hebben de media Geert Wilders en Thierry Baudet groot helpen maken. Pas toen deze ultra-rechtse politici eenmaal groot waren gingen sommige journalisten zich achter de oren krabben over wat ze hadden helpen aanrichten. Hadden ze de middenweg gemist tussen het cordon sanitaire en de rode loper? Maar zelfs nu krijgen deze ultra-rechtse politici en hun partijgenoten als Pepijn van Houwelingen, Freek Jansen of Gideon van Meijeren die de meest extreme uitingen doen die tegen de rechtsstaat en de democratie ingaan volop media-aandacht.
Een voorbeeld hoe verkeerd de media het gevaar van FVD voor de democratie inschatten is hoe het FVD-kamerlid Pepijn van Houwelingen in december 2021 kritiekloos mocht scoren bij de regionale omroep 1Twente Enschede. Elk kritisch en democratisch besef bij deze omroep ontbrak. Waarom biedt zo’n omroep zo’n ultra-rechtse anti-democraat als Van Houwelingen die anderen intimideert een uur gratis publiciteit? In een commentaar schreef ik:
Het is de hoogste tijd dat de democratie zich weerbaar opstelt en zich ten volle bewust wordt van de intenties van types als Pepijn van Houwelingen, Thierry Baudet of Geert Wilders. Onder het verhullen van hun ware intenties duiken ze weg, suggereren speelsheid, onschuldigheid en belangeloosheid en menen in een vacuüm te kunnen opereren waarin ze onaantastbaar zijn en alles kunnen beweren zonder persoonlijk verantwoordelijk te worden gesteld voor hun opereren. De strijd om het hart van de Nederlandse democratie is wellicht ontbrand, maar niet bij 1Twente Enschede.
Wanneer worden de Nederlandse media eens wakker en beseffen ze dat wat ze de afgelopen jaren gedaan hebben verkeerd was? Ultra-rechtse brokkenpiloten die tegen het fascisme aanleunen en de democratie ondermijnen moeten geen onkritisch podium geboden worden. Het is niet normaal om het abnormale gedrag van deze rechtse ultra-radicalen te normaliseren.
Schermafbeelding van deel artikel ‘‘Gekke inhaalslag’ meisjes: vaker gedragsproblemen, meer drugs- en alcoholgebruik‘ van NOS, 14 september 2022.
Sommige berichten in de media over de gedragsproblemen van meisjes van 11 tot 16 jaar (in hedendaags jargon ‘meiden’ genoemd) zijn lastig te plaatsen. Omdat ze in woord en beeld een direct verband leggen met school.
Er wordt een rechtstreeks verband gelegd tussen de ‘prestatiedruk’ op school en de gedragsproblemen van de meisjes. Maar onderzoeken over het niveau van het Nederlandse voortgezet onderwijs (en de basisschool) en observaties van de onderwijsinspectie wijzen een andere kant op. Ze geven aan dat het lager en middelbaar onderwijs afglijdt.
Schermafbeelding van deel artikel ‘Het Nederlandse onderwijs glijdt af: al 20 jaar daalt niveau, zegt inspectie’ van NOS, 11 april 2018.
Volgens het rapport ‘Staat van het Onderwijs 2016/2017‘ uit 2017 glijdt het onderwijs al 20 jaar af. Het niveau daalt. De normen dalen. De afgelopen jaren is dat niet verbeterd. Integendeel door de corona-pandemie is het niveau verder gedaald. Kortom, het niveau van het Nederlands voortgezet onderwijs daalt al 25 jaar. Er wordt geen ambitieus voortgezet onderwijs aangeboden in Nederland.
Hoe kan het dan zoals sommige media constateren dat genoemde meisjes met toenemende gedragsproblemen niet kunnen voldoen aan de prestatiedruk op school? Terwijl het niveau al 25 jaar daalt en de normen naar beneden zijn bijgesteld. Hoe kunnen een lager onderwijsniveau en naar beneden bijgestelde normen leiden tot een hogere prestatiedruk?
Dat de gedragsproblemen van de meisjes bestaan is duidelijk. Maar dat de prestatiedruk op school daarvan een belangrijke oorzaak is valt lastig te beredeneren. Het artikel van de NOS citeert een hoogleraar die oorzaken noemt voor het afgenomen welbevinden van de meisjes: ‘alcohol- en drugsgebruik, gedragsproblemen en hyperactiviteit‘.
Schermafbeelding van deel artikel ‘De mentale gezondheid van meisjes is in vier jaar sterk verslechterd. Corona speelt mee, maar er is meer aan de hand‘ in NRC, 13 september 2022.
Hoe was het dan gesteld met de gedragsproblemen en de ‘schoolstress‘ van de meisjes van 11 tot 16 jaar in 1997, 1977 of 1957 toen het niveau van het Nederlands voortgezet onderwijs hoger was en de prestatiedruk navenant hoger was dan in 2022? Wat hebben we daar ooit over gehoord? Of ontbrak toen in media en samenleving de fijngevoeligheid om daar aandacht aan te besteden?
De oorzaak voor de gedragsproblemen van de meisjes lijkt daarom niet op school, maar elders te liggen. De media zouden er daarom verstandig aan doen om niet de school te kiezen voor hun beelden en gesprekjes met de meisjes. Zo geven de media een verkeerde indruk van de oorzaak van de gedragsproblemen. Die liggen voornamelijk buiten school.
Schermafbeelding van deel artikel ‘Prestatiedruk zorgt voor ongelukkige meisjes. Terwijl ze allemaal een fijne jeugd verdienen | commentaar‘ van Annelies Karman in De Gooi- en Eemlander, 15 september 2022.