
Creatief bezig houdt je brein langer jong‘ op PLUS, 2 mei 2026.
Kunst is het allesdoekje van de zorg én gedragswetenschap die alle kwalen verlicht en het welzijn vergroot. Vandaar de opkomst van kunsttherapeuten als intermediair tussen zorg- en museumsector. Het wordt van bovenaf gepromoot, zoals in het rapport Art, healing and museums van NEMO, een Europees netwerk van museumorganisaties.
In het commentaar ‘Welzijn is geen kerntaak van musea, maar van zorgsector‘ van 2 februari 2026 plaatste ik de volgende kanttekening: ‘Museumkunst wordt bij voorbaat getemd en gefatsoeneerd om in het frame van een veilige omgeving te passen. Musea worden daartoe als rustgevend, stabiel, ‘waardig‘ en veilig voorgesteld. // Maar dat zijn musea per definitie niet. Kunst in musea kan ontregelen, verwarren en hoeft niet altijd tot een sluitende betekenis te leiden dat kwetsbare, getraumatiseerde mensen door het aangeboden kunstpsychotherapieprogramma voert.‘
Nu is er weer zo’n bericht ‘Waarom kunst goed is voor je gezondheid (+ winactie)‘ op PLUS. Een magazine van de beursgenoteerde multimediagroep Roularta Media. Aanleiding is de verschijning op 7 mei 2026 van de publicatie ‘Kunst als medicijn‘ van hoogleraar Daisy Fancourt (University College London). Het is een vertaling van ‘Art Cure: The Science of How the Arts Transform Our Health‘ en verschijnt bij uitgeverij Ten Have.
Waar PLUS kunst verantwoordelijk voor maakt is niet mis: ‘Kunst en cultuur brengen mensen letterlijk en figuurlijk samen. Of het nu gaat om een koor, schilderclub, dansles of een bezoek aan museum of theater: het zijn momenten waarop je anderen ontmoet en ervaringen deelt.’
Ja, dank je de koekoek. Niet in te zien valt waarom dat samenbrengen specifiek geldt voor activiteiten die met kunst te maken hebben. Dat is toch niet anders dan een groepsbezoek aan het pannenkoekenhuis, bloemencorso of sportwedstrijd, een boottocht of stadssafari?
De verwarring ontstaat door de begrippen kunst en cultuur onterecht door elkaar te gebruiken. Alle hier genoemde activiteiten zijn cultuur, maar niet per definitie kunst. Daarom zou het etiket welzijnsverhoging niet op kunst, maar op cultuur geplakt moeten worden. Dat is het kenmerk van cultuur, het gemeenschappelijke, het sociale, het met elkaar zijn. Kunst is hooguit het voorwendsel om mensen samen te brengen.
Het voor het karretje spannen van kunst in de zorgsector is verklaarbaar omdat musea, koren, schilderclubs, dansgroepen en dergelijke al deel uitmaken van een uitgebreide, fijnmazige, toegankelijke culturele infrastructuur. Het is er al en kan betrekkelijk makkelijk ingezet worden door de zorgsector.
Zoals gezegd, zonder de scherpe kantjes die kunst ook heeft. De bijgevijlde, getemde versie van kunst (plus bijbehorende culturele infrastructuur) die geruststelt, geneest en het welzijn vergroot is het waar de zorgsector het oog op laat vallen.
Dat maakt kunst tot een beschermde soort die door zorgsector en gedragswetenschap in een reservaat wordt geplaatst. Met hekken eromheen die niet genoemd kunnen worden omdat dat haaks staat op het idee dat kunst autonoom is en buiten zichzelf geen doelstelling heeft.
PLUS sluit het artikel over de Nederlandse vertaling van Fancourts boek zo af: ‘Met voorbeelden uit de praktijk en wetenschap maakt ze duidelijk dat kunst geen luxe is, maar een essentieel onderdeel van een gezonde leefstijl.‘ Kunst als essentieel onderdeel van een gezonde leefstijl? Arme kunst die niet meer zichzelf mag zijn, maar tandeloos ingekapseld wordt in de bombastische claims van zorgsector en gedragswetenschap.










