Italiaanse cultuurminister Giuli gaat vanwege Russisch paviljoen niet naar opening Biënnale Venetië, koning Willem-Alexander wel

Zhanna Kadyrova vertegenwoordigt Oekraïne met Origami Deer op Biënnale Venetië 2026. Still uit film.

De Italiaanse cultuurminister Alessandro Giuli heeft aangekondigd niet aanwezig te zijn op de opening van de 61ste Biënnale van Venetië op 9 mei 2026 of op de preview van 6 tot 8 mei. Hiermee neemt de regering Meloni afstand tot de Fondazione Biënnale die wordt voorgezeten door schrijver en journalist Pietrangelo Buttafuoco.

De reden dat de minister wegblijft heeft te maken met de opening van het Russische paviljoen. Adnkronos zegt in een bericht van 24 april 2026 dat juridische redenen in de vorm van de overtreding van sancties tegen de Russische Federatie niet de aanleiding zijn voor het wegblijven van Giuli omdat die niet geconstateerd zijn, maar dat het speelt op politiek en symbolisch niveau.

De kwestie gaat erom wie het laatste woord heeft over de deelname van controversiële landen als de Russische Federatie en Israël die in hun oorlogen tegen buurlanden de mensenrechten schenden. Is dat de voorzitter van de Biënnale Pietrangelo Buttafuoco of de Italiaanse regering Meloni of de EU? Die laatste laat in een brief de toekenning van een toekomstige subsidie van 2,3 miljoen euro afhangen van het antwoord van het bestuur van de Biënnale erop.

Het bestuur van de Biënnale heeft de Russische Federatie en Israël om politieke redenen uitgesloten van de te winnen prijzen. Dat kan worden opgevat als een tegemoetkoming aan de critici.

Wat het desondanks politiek maakt is dat degenen die zeggen dat kunst neutraal is, niks met politiek te maken heeft, zelfs landen verenigt tot het radicaal-rechtse spectrum behoren. Het radicaal-rechtse Lega dat in de regio Veneto waar Venetië toe behoort met onder meer Luca Zaia (voorzitter van de regionale raad van Veneto) een machtspositie heeft is de enige politieke partij die volmondig de Russische (en Israëlische) deelname steunt.

Geert Wilders (PVV) onderhoudt al jarenlang nauwe banden met de Italiaanse partij Lega van Matteo Salvini. De PVV is niet meer openlijk pro-Poetin omdat een meerderheid van de bevolking dat evenmin is, maar dient in de Tweede Kamer de belangen van de Russische Federatie door tegen sancties van de Russische Federatie of steunpakketten voor Oekraïne te stemmen.

Opmerkelijk is dat volgens Adnkronos het Russische paviljoen van 9 mei tot en met 22 november gesloten zal zijn voor publiek, terwijl het slechts drie dagen (6-8 mei) open zal zijn tijdens de preview voor de internationale pers.

Hoe dan ook zorgt de deelname van de Russische Federatie aan de Biënnale voor veel debat en verdeeldheid. Mede omdat het debat alle kanten opwaaiert en er ook stemmen zijn om Israël en de VS uit te sluiten.

Sommige landen boycotten de opening op 9 mei 2026 of sturen lage vertegenwoordigers. Dat doet Nederland niet dat koning Willem-Alexander – die het Nederlandse paviljoen met Dries Verhoeven opent – en cultuurminister Rianne Letschert (D66) naar de opening afvaardigt. Hoe dan ook hoeft de koning niet te vrezen dat hij in herhaling van de Olympische Winterspelen van Sotchi 2014 valt toen hij een biertje met Poetin dronk. De koning werd naïviteit verweten.

Een fotomoment dat de media haalde en waar in de Nederlandse publieke opinie veel kritiek op kwam, onder meer van homo-activisten. Zoals Gordon die de kern raakte: ‘Ik schaam me diep als Nederlander dat mijn koning en mijn koningin daar vanavond handen staan te schudden met mensen die bloed aan hun handen hebben’. Op het moment dat in het Kremlin de invasie van de Krim werd voorbereid en vanwege controverses over de mensenrechtensituatie bijna alle Europese landen hun delegaties afwaardeerden, stuurde Nederland de zwaarste delegatie die mogelijk was.

Het is opmerkelijk dat Nederland opnieuw een zware delegatie stuurt terwijl er opnieuw een controverse rond de Russische Federatie is. Waarom heeft het pro-Oekraïense en pro-Europese D66 met premier Rob Jetten koning Willem-Alexander toestemming gegeven om de opening van de Biënnale bij te wonen en vaardigt het de eigen minister Letschert af? Was uit solidariteit met Oekraïne, de Europese Commissie en de Italiaanse regering Meloni de vertegenwoordiging op een lager niveau niet passender geweest?

.

Nederlands landenpaviljoen op 61e Biënnale Venetië: Preview van Dries Verhoevens project ‘The Fortress’

Schermafbeelding van Engelstalige plaquette op Rietveldpaviljoen bij Dries Verhoevens project The Fortress tijdens 61e Biënnale Venetië.

Op 1 april 2026 was er in Theater Utrecht een preview van het project The Fortress waar theatermaker Dries Verhoeven op de 61e Biënnale van Venetië dit jaar Nederland mee vertegenwoordigt in het Nederlandse landenpaviljoen van Gerrit Rietveld dat uit 1954 dateert. Samen met Rieke Vos die conservator Hedendaagse Kunst van Teylers Museum is.

Verhoeven zegt op zijn eigen site: ‘The Fortress, een kunstwerk dat de tegenstrijdigheden van de Biënnale zelf als uitgangspunt neemt. De Giardini della Biennale, met haar dertig landenpaviljoens, belichaamt volgens Verhoeven en Vos een wereldorde uit vervlogen tijden waarin voormalige westerse grootmachten nog steeds een centrale positie innemen. Landen die in werkelijkheid hun grenzen optrekken en zich herbewapenen, staan hier gebroederlijk met open deuren naast elkaar. De Giardini is daarmee een plek van nostalgisch wensdenken – het park houdt het beeld van een verlichte traditie en een hoopvolle gezamenlijke toekomst in stand. We zien hier niet de wereld, maar vooral de wereld zoals we ooit dachten dat die was.’

Verhoeven neemt het Rietveldpaviljoen als gebouw en uiting van het modernisme als uitgangspunt voor zijn voorstelling. Met het neoliberalisme als stoorzender. Zonder er kunstwerken aan toe te voegen. Met als hamvraag wat dat optimisme van zo’n 70 jaar geleden ons nog te vertellen heeft. Ongeveer maximaal 120 bezoekers ervaren tijdens een voorstelling van 25 minuten dat het gebouw met stalen rolluiken langzaam verduisterd wordt. En het gebouw in zichzelf verkeert.

De bedoeling is dat bezoekers ook (even) op zichzelf teruggeworpen worden. Daartoe aangespoord door acteurs en stemkunstenaars die in de donkerte optreden en de hedendaagse ontreddering symboliseren. Wie het werk van Verhoeven kent zal zich voor kunnen stellen hoe dat ongeveer gaat. Met pathos, scherpte, onverwachte wendingen en maatschappijkritiek door verschoppelingen een rol te geven.

Het werd een onderhoudende voorvertoning met Verhoeven en Vos plus twee auteurs van een begeleidende publicatie Bas Heijne en Maurits de Bruijn, en creatief directeur van Theater Utrecht Anne Breure als vaardig moderator.

Preview The Fortress in Theater Utrecht, 1 april 2026. Met van links naar rechts, Anne Breure, Dries Verhoeven, Rieke Vos, Bas Heijne en Maurits de Bruijn. Eigen foto.

De zaal met een vlakke vloer waarop de vijf spelers zaten plus de toeschouwers op een tribune verbeeldden de uiterlijkheden van een reguliere toneelvoorstelling met als Pirandelliaans thema ‘Vijf spelers op zoek naar positionering‘. Hoe ze dat voor zichzelf, elkaar en de toeschouwers verantwoordden was het verbindende thema van de avond. Dat gaf er spanning en schwung aan.

Verhoeven was de ster van de voorvertoning. Hij schitterde met elegantie, originaliteit, verbale souplesse en gaf de indruk de situatie volledig meester te zijn. Van zijn project, ideeën, dramaturgie en in interactie met de ander. Dat reduceerde onopzettelijk de rol van Rieke Vos. Het traditionele format van kunstenaar + curator waarmee het Mondriaan Fonds werkt lijkt niet helemaal te passen op theatermaker en regisseur Verhoeven die zijn eigen curator is.

Verhoeven werd in januari 2025 uit vier kandidaten geselecteerd uit een door het Mondriaan Fonds opgestelde shortlist. Om de twee jaar kiest een commissie van het Mondriaan Fonds een kandidaat. Gevolmachtigde (commissioner) van het project is Eelco van der Lingen die tot 1 februari 2026 directeur van het Mondriaan Fonds was.

Hij trapte de avond af in gesprek met Breure door vanuit het belang van zijn vorige functie achtergronden over de Biënnale te geven. Van der Lingen zette tevens de toon van de avond door de Biënnale een ‘probleemplatform‘ te noemen. Mede door de landenpaviljoens van de Russische Federatie, Israël, Iran en de VS. Daar zou men die van China, El Salvador en vele democratisch afglijdende landen aan toe kunnen voegen. Die kwalificatie werd probleemloos door de anderen overgenomen en werd het terugkerende thema van de avond dat ook als een soort ideologisch pantser diende.

Heijne en De Bruijn gingen in hun bijdragen (fragmenten uit de publicatie) in op het einde van het modernistisch vooruitgangsdenken. Heijne legde het accent op het individu die door Amerikaanse techbedrijven gekoloniseerd is en in een digitale ruimte om zich heen slaat zonder nog baas over het eigen lot te zijn. De Bruijn sprak zich politiek-filosofisch uit over het donker dat het licht en de Verlichting bedreigt. Hij vertelde dat bij lezingen of debatavonden toeschouwers bij hem uitkomen in de hoop op hoop door hem vragen of er nog een sprankje licht is. Hij zei het niet te zien. Beide heren zaten op één lijn, maar dat werd door Heijne meer benadrukt dan door De Bruijn.

De abstrahering van het kwaad zoals zich dat zou manifesteren in het ‘probleemplatform‘ van de Biënnale vond ik een aspect van het debat dat met zichzelf op de loop ging. Daar was overeenstemming over en geen debat, zodat het niet onderbouwd werd. Er werd gezegd dat het kwaad wordt vertegenwoordigd door Mark Zuckerberg, Poetin, Trump, Netanyahu en andere onbereikbare bestuurders van de wereld. Dat is onmiskenbaar zo, en baart zorgen, maar verklaart nog niet waarom de Biënnale van Venetië op dit moment dat spoor volgt.

Dat heeft niet zozeer met doemdenken te maken waar Heijne in zijn bijdrage over vertelde dat hij daar van beschuldigd werd, maar met gebrek aan detaillering. Op politiek niveau is in de regio Veneto (met Luca Zaia van Lega) waar Venetië in is gelegen en bij de organisatie van de Biënnale radicaal-rechts aan de macht. Met de voorzitter van de Biënnale Pietrangelo Buttafuoco als rechtse houwdegen onder wiens leiding de sancties tegen de Russische Federatie werden beëindigd en Israël niet werd gecanceld. Maar hiermee kwam de organisatie van de Biënnale wel in aanvaring met de rechtse regering Meloni.

Men kan zeggen dat de Biennale een ‘probleemplatform‘ is, maar de indruk die Van der Lingen en de spelers gaven was dat het een monolithisch kwaad is zonder innerlijke tegenstellingen en oppositie. Zonder een sprankje hoop op beter. Zo maakt goedbedoelde abstrahering die de duisternis als zinnebeeld ziet en niet op zoek gaat naar verschillen en nuances het loodzwaar. Terwijl dát toch niet de bedoeling kan zijn van de speelse en verbeeldingsrijke Verhoeven.

The Fortress belooft een atypische Nederlandse presentatie te worden omdat Verhoeven met zijn project op meta-niveau de Biënnale becommentarieert. De selectie van Verhoevens project lijkt perfect te passen in de tijdgeest van een verwarrend Europees publiek dat zich moet verhouden tot oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten én uitermate tevreden met zichzelf in de eigen creatieve bubbel verkeert en op een terras Aperol Spritz moet kunnen blijven drinken. Het is de vraag hoe dat ontvangen en begrepen gaat worden. Daar kon Verhoeven uiteraard nog geen antwoord op geven. ;

Theaterstuk Dries Verhoeven op Utrechts plein roept vraag op van wie de openbare ruimte is. Van private partijen of de samenleving?

Theaterstuk Sic transit gloria mundi van Dries Verhoeven was tot gisteren te zien op het Neude, een plein in het centrum van Utrecht. In het kader van SPRING Performing Arts Festival. Bovenstaand artikel op DUIC (De Utrechtse Internet Courant) citeert critici. Voorzitter Rien van den Hoek van ondernemersvereniging Stadhuiskwartier zegt onder meer het volgende: ‘Wat kunst is, is vooreen iedereen natuurlijk anders, maar om de Neude volledig af te sluiten en om te bouwen met een spaanplaat hekwerk gaat ons wat ver.’ Dat is de traditionele reflex op kunst. Schijnbaar inschikkelijk, maar feitelijk afwijzend. Kunst mag, maar moet het niet te gek maken. Kunstuitingen dienen zich te plooien naar de bovenliggende partij en niet de strijd aangaan met gevestigde belangen. Aldus de horecaondernemers aan het plein. Verhoevens reactie is duidelijk: ‘Ik heb verder geen mening over het reilen en zeilen van een horecaondernemer. Ik kan me goed voorstellen dat er mensen zijn die vaker kunst op de Neude zouden willen zien dan alleen terrassen’. Mijn reactie bij dit artikel:

Als het aan de ondernemers ligt wordt de hele openbare ruimte in het centrum van Utrecht geprivatiseerd en omgebouwd tot terras voor de horeca. Geflankeerd door trottoirs vol schots en scheef staande fietsen waar het gemeentebestuur van Utrecht nauwelijks meer handhaaft. Deze glijdende schaal van relatieve verslonzing zegt dat als de gemeente eenmaal de controle verliest, de sterkst georganiseerde partijen daar misbruik van maken. En de openbare ruimte straffeloos innemen. Ten koste van de inwoners van Utrecht.

Hoe anders is het in volwassen steden waar pleinen ook gewoon pleinen mogen zijn en deel uitmaken van de openbare ruimte. Pleinen die dus niet geprivatiseerd zijn en ingenomen door de horeca. Door zijn ligging en vorm is het Neude een bestemming die uitermate geschikt is voor openbare manifestaties en aan kan sluiten als locatie voor de festivals in Utrecht.

Kortom, de horeca-ondernemers redeneren dat hun glas halfleeg is, maar ze zouden beter de zegenen van een halfvol glas kunnen tellen. Als de Utrechtse raad verstandig is en de bestemming van de openbare ruimte in het centrum eens serieus neemt, dan pakt het door en bestemt het het Neude en de andere pleinen in het centrum als openbare ruimte die per definitie niet geprivatiseerd kan worden. Dat moet in een links college toch mogelijk zijn?

Overigens: De stad Utrecht mag blij zijn dat zo’n goede en ambitieuze theatermaker als Dries Verhoeven hier zijn thuisbasis heeft. Het is trouwens wachten op zijn volgende project die hem door de protesterende ondernemers in de schoot is geworpen: het Neude als een gigantisch terras waar volop gegeten, gedronken, gepraat, gekoesterd en voor diensten en goederen betaald wordt. Titel: De Afrekening.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelOndernemers ontstemd over bouwplaats op de Neude dat kunstwerk blijkt te zijn’ op DUIC, 14 mei 2018.

Foto 2: Beeld van theaterstuk Sic transit gloria mundi van Dries Verhoeven, 17 tot en met 26 mei 2018 op het Neude, Utrecht. Te zien vanuit een container met overzicht over het bouw- en/of theaterterrein. Credits: Lydia van Oosten, 18 mei 2018.

Uit de tijd. Petitie ‘Stop de roze zaterdag kerkdienst in de Goudse Sint-Jan Kerk’ redeneert vanuit een achterhaald wereldbeeld

De petitie ‘Stop de roze zaterdag kerkdienst in de Goudse Sint-Jan Kerk’ is gebaseerd op een misverstand. Niet omdat het de datum verkeerd weergeeft. Roze Zaterdag is niet op 23 juli, maar op 23 juni in Gouda. Een onderdeel is de ‘Geloofsviering | 11.00-12.00 | Sint-Janskerk’. Daar verzet petitionaris Marc Alterna zich tegen. Maar hij richt zijn verzoek aan het verkeerde adres. ‘De raad van kerken te Gouda’ gaat er niet over.

De Hervormde Gemeente Gouda is weliswaar de eigenaar van de Sint-Jan, maar de Stichting Goudse Sint-Jan beheert en exploiteert sinds 2010 gebouw en collectie. De Stichting heeft niet als hoofddoel om de christelijke leer te verkondigen zoals de petitie suggereert, maar heeft een historisch en cultureel karakter. De Stichting werd in 1938 opgericht om het cultureel erfgoed in de monumentale kerk (gebrandschilderde glazen) te bevorderen. De Stichting onderschrijft de definitie van een museum zoals opgesteld door ICOM. De museale functies worden in de doelstelling van het beleidsplan 2015-2018 verder benadrukt. Volgens de Stichting is ‘de Sint Jan (..) een levend monument met een belangrijke kerkelijke en culturele functie.’

Door de ontkerkelijking zijn kerkgebouwen gesloten of hebben ze een andere functie gekregen. Gewoonweg omdat het gebouw te duur werd en de lokale religieuze organisaties de exploitatie niet meer rond konden krijgen door oplopende kosten en afnemende inkomsten wegens een slinkende achterban. Ze zaten te ruim in hun jasje en daarom moest de kerk afgestoten worden. De Goudse Sint-Jan heeft een museale bestemming gekregen. Het is een cultureel en historisch museum waar een veelheid van activiteiten plaatsvindt. In 2015 kwam 70% van de omzet van €200.000 uit de museale functie. De rest van de omzet kwam uit zaalverhuur.

Bij de ‘geloofsviering’ op Roze Zaterdag gaat het om zaalhuur. De Stichting Goudse Sint-Jan verhuurt de zaal op 23 juni aan de Stichting Roze Zaterdag 2018 Gouda. Zoals dat ook voor een vergadering, huwelijk, congres of diner kan zijn. Er blijkt uit de voorwaarden niet dat er beperkingen zijn aan verhuur en de achtergrond van de huurder door de Stichting Goudse Sint-Jan wordt getoetst. Stichting Roze Zaterdag 2018 Gouda is een Gouds initiatief dat binnen de doelstelling van de Stichting Goudse Sint-Jan past. Er kan in overleg met ‘een van de wijkkerkenraden of via het Kerkelijk Bureau‘ in de Sint-Jan ook een kerkelijke huwelijksinzegening worden aangevraagd. Maar de lokale protestante gemeente is niet direct betrokken bij de verhuur aan de Stichting Roze Zaterdag 2018 Gouda en lijkt er daarom ook geen invloed op uit te kunnen oefenen.

Toch past Marc Alterna begrip voor zijn onbegrip. Het is voor traditionele kerkgangers lastig om de gevolgen van de ontkerkelijking te beseffen. Verwarrend is het om een kerk die een nieuwe bestemming als museum heeft gekregen, maar nog alle uiterlijkheden van een traditionele kerk vertoont, anders dan als gewijde kerk te zien. Des te meer als een lokale religieuze gemeenschap er ruimte huurt en erediensten houdt. Maar dan nog is een lokale kerkenraad niet meer dan een van de vele huurders. Bij de Utrechtse Willibrordkerk zorgde in 2014 deze verwarring voor een conflict tussen theatermaker Dries Verhoeven en het aan de RK-Kerk verbonden apostolaat dat er onder meer missen hield. De bestuurlijke constructie en het eigendom waren anders, maar evenals in Gouda werd de beheersstichting die er culturele evenementen coördineert op aangesproken door traditionele christenen. Dat resulteerde er in 2017 in dat de ultraconservatieve Priesterbroederschap Sint Pius X de met overheidsgeld gerestaureerde kerk kocht en het beheer overnam.

Foto 1: Schermafbeelding van deel petitieStop de roze zaterdag kerkdienst in de Goudse Sint-Jan Kerk’ op Petities.nl.

Foto 2: Schermafbeelding van presentatie zaalhuur ‘Uw evenement in de Sint Jan’ van de Stichting Goudse Sint-Jan. 

College Utrecht wil rijksmonument Willibrordkerk verkopen aan conservatief-katholieke Pius X. Staat Utrechtse raad dit toe?

Het is merkwaardig dat een met 8,5 miljoen euro gemeenschapsgeld gerestaureerd neogotisch rijksmonument in het centrum van Utrecht wordt geprivatiseerd. Dus onttrokken wordt aan het algemeen kunstbezit. Hoewel het openbaar toegankelijk blijft, maar wel onder de ideologische voorwaarden die de beoogde koper Priesterbroederschap Sint Pius X stelt. De afweging is of die voorwaarden aanvaardbaar zijn.

Hamvraag is of dit te rijmen valt met de open en tolerante sfeer van Utrecht als vrijzinnige stad waar D66 en GroenLinks de grootste partijen zijn. Het is merkwaardig dat het college geen andere bestemming voor dit monument weet te vinden. Is het wel actief de boer opgegaan? Zijn alle opties goed onderzocht? Hebben de verantwoordelijke wethouder en zijn ambtenaren wel hun best gedaan om de beste bestemming te vinden?

De aanpak van wethouder Kees Geldof (VVD) doet denken aan de exploitatie van landhuis Amelisweerd door de noodlijdende Stichting Museum Oud Amelisweerd. Het toenmalige gemeentebestuur kwam in 2011 door korte consultatie en verkokerd denken bij een exploitant uit -Armando Bureau- die zichzelf aangeboden had. In een vermenging van bestuur, politiek en private stichtingen werd toen niet verder gekeken. Er werd buiten de eigen ambtelijk-bestuurlijke omgeving niet gezocht naar andere exploitanten en nooit is goed onderzocht of nou de beste exploitant voor deze bestemming was gevonden. Hetzelfde lijkt nu opnieuw aan de orde.

Er is ook een verschil want de internationale Priesterbroederschap Sint Pius X is kapitaalkrachtig en weet geld aan te boren in Zwitserland en Frankrijk. Maar de vraag is of zo’n conservatieve koper in het centrum van de stad gewenst is. Het valt te vergelijken met islamitisch-fundamentalistiche stichtingen die in politieke standpunten haaks staan op de rechtsstaat. In steden als Rotterdam worden ze om die reden door de gemeente tegengewerkt om gebouwen te verwerven. Maar het Utrechtse gemeentebestuur ziet geen beletsel om de Priesterbroederschap Sint Pius X die van antisemitisme en Holocaust-ontkenning wordt beschuldigd als koper aan te wijzen. Dit vraagt op zijn minst om nader onderzoek over aard en karakter van de beoogde koper. Zelfs als de moederorganisatie projectmatig op afstand is gezet verandert dat het profiel ervan niet.

De vraag blijft onbeantwoord hoe het mogelijk is dat het gebouw van de St. Willibrordkerk door de gemeente Utrecht wordt verkocht aan een organisatie die geen van de hoofdstromen van de Utrechtse samenleving vertegenwoordigt. De projectmatige koper is de conservatief-katholieke Stichting Sint Jozef (SSJ) die onderdeel is van de Priesterbroederschap Sint Pius X die er weer een heiligdom van wil maken. Dat laatste is de kern.

In een raadsbrief wordt namens wethouder Geldof een voorbehoud gemaakt: ‘De SSJ garandeert in de overeenkomst dat het kerkgebouw gebruikt kan worden, voor zover niet in strijd met het kerkelijk gebruik’ en dan volgen potentiële gebruikers zoals Kerken Kijken Utrecht, Open Monumentendag, Culturele Zondagen en Festival Oude Muziek. Zo’n afspraak die Geldof maakt is vragen om grensgevechten vanwege het ideologische verschil van mening tussen het conservatief-katholieke gedachtengoed van de beoogde koper en de vrijzinnige en wereldse gebruikers van het monument. Het is een compromis waarvan Geldof bij voorbaat weet dat het problemen gaat opleveren. Maar het verschil is dat de Utrechtse raad nu is gewaarschuwd. In mei 2014 kon theatermaker Dries Verhoeven in de St. Willibrordkerk zijn project De Uitvaart realiseren, terwijl dat bij gebruik en eigendom door de Priesterbroederschap Sint Pius X of SSJ naar verwachting onmogelijk wordt. Vraag is of progressieve partijen als D66 of GroenLinks in de Utrechtse raad in kunnen stemmen met het idee een conservatief-katholieke stichting het laatste woord over het gebouw van de St. Willibrordkerk te gunnen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelPius X neemt ondanks protest Willibrordkerk over’ in DUIC, 6 juni 2017.

Staat Utrechtse raad toe dat Pius X Willibrordkerk koopt?

Een artikel van Gidi Pols in de Volkskrant over de bestemming van de neogotische Willibrordkerk roept de vraag op wat het vrijzinnig-progressieve Utrechtse gemeentebestuur (GroenLinks, VVD, D66 en SP) bezielt om in te stemmen met de verkoop van deze kerk aan een ultra-conservatieve katholieke vereniging Pius X (SSPX). De opzet is dat SSPX de schulden overneemt en zo een meerderheid in de stichting van eigenaren krijgt. En het dus voor het zeggen krijgt. Het is onduidelijk hoe groot het overnamebedrag is, maar het zal liggen rond de 1,65 miljoen euro. Dat is de schuld die resteert bij twee restauratiefondsen. De kerk is sinds 1976 een rijksmonument. Volgens de Volkskrant beslist de gemeenteraad eind juni of de verkoop door kan gaan.

De kerk is nu in gebruik bij vrijwilligersstichting Culturele Evenementen Sint-Willibrordkerk. Deze seculiere monumentenstichting heeft als doel het gebouw als sacrale kerk en monument open te houden. Gebruikers zijn een stichting die culturele evenementen organiseert en het aan de RK-Kerk verbonden apostolaat dat er missen houdt. De kerk werd met 8,5 miljoen euro subsidie van Rijk en Europese Commissie gerestaureerd. De kerk wordt beschouwd als belangrijk cultureel erfgoed. Sinds mei 2016 gebruikt de SSPX de kerk elke zondag voor de eredienst. Maar een heiligdom is het niet. Dat wil SSPX bereiken met de aankoop. In 2014 ontstond ophef over de reeks theatervoorstellingen De Uitvaart van theatermaker Dries Verhoeven. In een persbericht protesteerde gebruiker St. Willibrord Apostolaat tegen de voorstellingen omdat ze ‘ontegenzeggelijk een ontwijdend karakter’ zouden hebben. De voorgenomen verkoop valt niet los te zien van de ophef in 2014. 

Volgens de Volkskrant vrezen de vrijwilligers dat als SSPX het voor het zeggen krijgt het gebouw een gesloten karakter zal krijgen. Het is daarom een overweging voor de Utrechtse raadsleden om goed na te denken over het voorstel van de gemeenteraad voor verkoop aan SSPX. De in het Utrechtse centrum gelegen Willibrordkerk heeft een toeristische en culturele bestemming die bij verkoop aan SSPX onder druk kan komen te staan.

Essentieel is niet dat SSPX een ultra-conservatieve katholieke stroming is die in gewapende vrede met het Vaticaan leeft. Het is niet aan het openbaar bestuur om een onderscheid te maken tussen gematigde en extremistische religieuze stromingen. Het gaat erom dat een culturele bestemming geprivatiseerd dreigt te worden en praktisch onttrokken zal gaan worden aan de publieke ruimte. Het gaat erom of de Utrechtse raadsleden daar mee in willen stemmen. Willen ze hun stad toegankelijk houden of in de verkoop doen aan de hoogste bieder? Volgen ze het college dat redeneert vanuit het economisch belang of kijken ze verder?

Foto: Still uit het videoverslag van ‘Het Enfant Terrible’ door Thorsten Alofs op 22 mei 2014 in de St. Willibrordkerk te Utrecht.

Merx: ‘Kunst moet schuren’. Ok, maar hoe zit het met de macht?

Een mooi, maar ook wat onaf verhaal van de Utrechtse Theaterwetenschapper Sigrid Merx. Dat een eigen genre in zichzelf is: het afstandelijk, academisch aanstippen zonder echte betrokkenheid die de nek uitsteekt.

Merx vindt dat kunst moet schuren. Theatermaker Dries Verhoeven noemt ze als voorbeeld hoe kunst in de openbare ruimte zinvol kan zijn. Ze heeft het theoretische gelijk aan haar kant,  maar krijgt dat niet van de macht. Van politiek, bedrijfsleven of banken. De verdeling van macht is het probleem dat Merx laat liggen.

Haar Universiteit Utrecht kan geen vuist maken en is afhankelijk van geldstromen van politiek en bedrijfsleven. Hoe dat te doorbreken? Dries Verhoeven wordt ondanks zichzelf getolereerd. Zie hier postings over hem.

Dries Verhoeven op Art Brussels: Intrusion of the Artspace

ig

De ghettoblasters van theatermaker Dries Verhoeven blijven voor irritatie zorgen. Maar ook voor nieuws. In het kader van de Utrechtse kunstmanifestatie Hacking Habitat worden de ‘Songs for Thomas Piketty‘ op steeds wisselende openbare plaatsen in Utrecht opgesteld. Het werd laatst nieuws dat een ghettoblaster zou zijn ontvreemd. Zie hier voor commentaar. Uiteindelijk bleek het te gaan om medewerkers van busmaatschappij U-OV die uit voorzorg een ghettoblaster weggehaald hadden in verband met de veiligheid van reizigers.

Nu was er Art Brussels (22-24 april 2016). Grimm Gallery had onderdak verleend aan een ghettoblaster van Dries Verhoeven met Julia uit de ‘Songs for Thoma Piketty‘ die volgens een bericht op Facebook van de initiatiefnemer van Hacking Habitat Ine Gevers na nog geen uur werd verwijderd vanwege ‘Intrusion of the Artspace’. Op zich een prachtige titel voor een kunstwerk op een beurs die Frans noch Nederlands wil en kan praten. De ghettoblaster stond opgesteld aan de rand van de stand. Zo te zien net in het gangpad.

Hoe moeten we dit begrijpen? Een kunstbeurs is kunsthandel en geen kunst. Kunst is middel, maar geen doel. Een kunstbeurs is commercie. Een stand vraagt een hoge investering en daarom zijn er regels. Over veiligheid, over inrichting van de stand of over de gangpaden. Een galerist wil uit de kosten komen of in elk geval zich via marketing goed in de markt zetten. Een kunstenaar als Dries Verhoeven heeft een andere doelstelling. Hij wil met z’n kunst irriteren, confronteren en het vanzelfsprekende bevragen zoals uit een paneldiscussie bleek.

Dat binnen een uur de ghettoblaster werd verwijderd is dan ook niet opzienbarend, maar past perfect in het patroon van een kunstbeurs die eerder moet worden opgevat als een microkosmos van handelaren, dan als een vrijplaats voor kunstenaars. Een slimme kunstbeurs weet dat idee van een vrijplaats te suggereren en bouwt daartoe ruimte in voor het onverwachte dat kan worden opgevangen. Met twee vliegen in éen klap. Het maakt zich commercieel concurrerend en profileert zich als een beurs waar kunstenaars de ruimte krijgen onder de gezamenlijke afspraak net te doen alsof het geen kunstbeurs is. Art Brussels is te rechtlijnig om niet eerlijk te zijn. Binnendringen van kunst in de kunsthandel is nu eenmaal ongewenst op een kunstbeurs.

DV2

Foto: Schermafbeelding van Facebook-berichten van Hacking Habitat (Ine Gevers).

Kunstmanifestatie Hacking Habitat maakt nieuws over ontvreemde gettoblaster van Dries Verhoeven: op zijn pootjes terecht

dv

Een raadselachtig bericht op de site van de Utrechtse kunstmanifestatie Hacking Habitat. Een gettoblaster uit een totaal van 10 is terecht. Ze vormen het werk Songs for Thomas Piketty van theatermaker Dries Verhoeven dat op steeds wisselende openbare plaatsen in de stad Utrecht wordt opgesteld. Het persbericht is van het niveau ‘kat was weg kwijt, maar klimt uit boom’. Nieuws dat geen nieuws is maar tot nieuws wordt gemaakt.

Een eerder persbericht  van Hacking Habitat hintte op de redenen waarom vernoemde gettoblaster gestolen zou zijn: ‘Het kan zijn dat iemand deze zichtbare en hoorbare armoede liever kwijt dan rijk is. Mogelijk wordt het werk als te confronterend, bedreigend of irritant ervaren. Misschien wil iemand het werk graag in zijn huiskamer hebben staan of het in de toekomst verkopen. Alle radio’s zitten met dikke kettingen vast aan banken, prullenbakken of lantaarnpalen. De dief moet zich hebben bediend van een slijptol of betonschaar.

Nu is de radio terecht. Het werk was ‘door medewerkers van busmaatschappij U-OV uit voorzorg weggehaald in verband met de veiligheid van reizigers’. Met een slijptol of betonschaar? Uit een bericht op DUIC  blijkt dat de radio door een servicemedewerker van U-OV was weggehaald ‘die niet bekend was met het kunstproject.’

Au, dat doet pijn. Men kan alleen maar gissen waarom volgens de servicemedewerker de gettoblaster een gevaar voor de veiligheid van de reizigers zou opleveren. Omdat ze erover zouden kunnen struikelen of omdat hun oren beschadigd zouden kunnen raken? Of werd het ervan verdacht iets te maken te hebben met een  terroristische aanslag? Na Brussel zetten servicemedewerkers zichzelf op scherp. Er is ongetwijfeld door de organisatie van Hacking Habitat overlegd met busmaatschappij U-OV over de plaatsing van het werk, maar of dat vervolgens binnen U-OV goed aan de medewerkers is ‘gecommuniceerd’ valt te betwijfelen. Dan waren al die onheilspellende persberichten niet nodig geweest. Maar had Hacking Habitat ook geen nieuws kunnen maken dat geen nieuws was. Vraag is wat beter werkt in de marketing van kunst: geen nieuws of non-nieuws.

MG_2850-24

Foto: Gettoblaster die onderdeel uitmaakt van het kunstproject ‘Songs for Thomas Piketty’ van Dries Verhoeven op de Wittevrouwenbrug te Utrecht, 2016.

Heeft de kunst gelijk? Verhoeven of realiteit? Wat is onze angst?

Dit is niet onze angst. Aldus de in Utrecht gevestigde Nederlandse theatermaker en performancekunstenaar Dries Verhoeven afgelopen mei 2015 op het Festival Transamériques in Montreal, Canada. In een serie van tien glazen cabines confronteert Verhoeven ons met onszelf in de serie ‘Ceci n’est pas’. Eerder te zien in het centrum van Utrecht. Dit is niet wat het is want er staat niet wat er staat of is het juist wel wat het is?

Verhoeven geeft de toelichting: ‘In een kleine glazen cabine midden in de stad wordt dagelijks een ander tableau getoond; beelden die we doorgaans niet tegenkomen in de openbare ruimte. Als zeldzame relicten staan mensen opgesteld achter geluiddicht glas. Met de serie van 10 ongemakkelijke beelden hoopt Verhoeven ons collectieve ongemak bloot te leggen. In begeleidende teksten worden de ongemakkelijke beelden zakelijk omschreven als exemplarisch voor het DNA van onze tijd. Argeloze voorbijgangers worden door de zakelijke presentatie aangemoedigd hun positie te bepalen ten opzichte van de controversiële beelden: “Waarom ligt er een besmetting op bepaalde beelden, die twintig jaar geleden nog gewoon konden worden getoond? Zijn we minder tolerant geworden? Of zijn we juist onze naïeve politieke correctheid kwijtgeraakt? Is het goed dat wij en onze kinderen bepaalde dingen niet zien, of zijn we doorgeschoten in onze drift tot bescherming?

Door de aanslagen in Parijs is aan het beeld ‘Ceci n’est pas notre peur’ een nieuwe laag toegevoegd. Wat is onze angst? Is het ongemak zoals Verhoeven zegt of meer dan dat? Zoals veiligheid en het gevoel van geborgenheid? Achterhaalt de werkelijkheid de kunst of heeft de kunst van Verhoeven toch het laatste woord?

CECI06

Foto: Dries Verhoeven, Ceci n’est pas notre peur. Oorspronkelijk gemaakt in coproductie met SPRING Festival Utrecht, 2013. Credits: Willem Popelier