
Een bezoek aan Art Rotterdam in Rotterdam Ahoy is voor trouwe bezoekers een sociaal treffen met kunstenaars, galeristen en bekenden. De kunst op deze kunstbeurs is weliswaar de aanleiding, maar moet opboksen tegen dat sociale aspect. Daarom moet de kunst optimaal gepresenteerd worden om serieus de concurrentie aan te kunnen gaan met de culturele socialisatie. Zodat de kunst vanzelfsprekende achting oproept die de bijzaak (voor even) doet verstommen.
Maar de editie 2026 bewerkstelligt het omgekeerde. Dat komt mede door de indeling waarin naast Prospects liefst elf categorieën te onderscheiden zijn. Van de aloude Main Section tot vijf categorieën Unseen Photo. De wanorde groeit. Fragmentatie hoeft niet het probleem te zijn, maar dat wordt het wel als secties door elkaar heen getoond worden.
Gisteren 27 maart 2026 bezocht ik de beurs van 11.30 tot 19.00 uur en heb er met genoegen rondgelopen en bekenden ontmoet. De sectie Projections met video’s moest ik noodgedwongen overslaan. Evenals het leeuwendeel van Unseen Photo waarvan het profiel me ook achteraf nog steeds niet duidelijk is.
Over het aangrenzende Prospects dat fysiek duidelijk afgescheiden is van Art Rotterdam een kort woord. Met een vijfde minder presentaties dan in 2025 van de maximaal vier jaar afgestuurde startende kunstenaars met een Stipendium van bijna 25.000 van het Mondriaan Fonds. De ambachtelijkheid viel op. Deelnemers als Elise van Staveren, Thijs Segers en Sander Coers waren met hun werk ook op Art Rotterdam te zien. Een enkele deelnemer verwees bij de bijschriften naar de wapenbeurs in Rotterdam Ahoy die stof deed opwaaien.
Het imposante vijfluik van Suzanne Plomp waarvan ik ook na een gesprek met de kunstenaar nog niet weet of het kritiek op of verheerlijking van religie is, de originele Pelle Schilling die à la Zoro Feigl volkomen onmodieus zijn gang gaat en de wonderschone tekeningen van Marina Sulima vielen me positief op.

De vanouds Amsterdamse fotobeurs Unseen is in 2026 voor het eerst geïntegreerd in Art Rotterdam. Dat hoeft niet bezwaarlijk te zijn, maar dat wordt het wel doordat de 52 stands van Unseen, hoewel losjes gebundeld, over de plattegrond verspreid zijn. Het had voor de hand gelegen om Unseen in een aparte hal te tonen. Waarom dat niet is gebeurd kan ingeschat worden als een organisatorische flater. Hopelijk wordt dat in de editie 2027 rechtgezet.
Daarnaast lijkt in de selectie voor Unseen het criterium losgelaten dat hedendaagse fotografie leidend is. In vele stands van Unseen zijn interdisciplinaire kunstwerken te zien waarbij fotografie een ondergeschikte rol speelt. Het verschil met de Main Section en de SoloDuo-sectie van Art Rotterdam is daardoor vervaagd. Het wordt één pot nat met kunstmatig onderscheid die er bij nader inzien niet is.
In de marketing van Art Rotterdam en directeur Fons Hof wordt benadrukt dat Unseen te kampen had met afnemende belangstelling. Belangstelling voor fotografie neemt af en dat straalt negatief af op Unseen. Er is sprake van een strategische alliantie tussen Art Rotterdam en Unseen: ‘een compacte, zorgvuldig gecureerde en scherpe selectie fotografie binnen een brede kunstcontext.’
Dat lijkt uitsluitend beredeneerd vanuit het belang van Unseen. Want de alliantie waarmee Unseen gered wordt gaat ten koste van het profiel en de overzichtelijkheid van Art Rotterdam. Een oud merk wordt zo beschadigd en Art Rotterdam wordt er voor galeries in de toekomst minder aantrekkelijk op.
De kwaliteit die Art Rotterdam uitstraalde is niet meer vanzelfsprekend. Het verschil met andere beurzen als KunstRAI, NAP+ en Art Island verschrompelt. De afstand met de sectie hedendaagse kunst van PAN en TEFAF neemt toe. Kortetermijneffecten lijken de organisatie parten te hebben gespeeld. Enkele galeristen die ik sprak delen die kritiek.
Vorig jaar was ik enthousiast over de nieuwe locatie Ahoy die meer ruimte, (frisse) lucht en rust bood dan de oude locatie, de voormalige Van Nelle Fabriek in Spangen. Nu niet meer omdat de economische noodzaak om de 14.000 m2 ruimte te vullen zichtbaar ten koste gaat van de inhoudelijke koers. Dat is een bewuste keuze van de organisatie die valt te betreuren. Zo wordt de grootte van Rotterdam Ahoy een belemmering.
De meeste stands zijn kleiner met een breedte van vijf in plaats van zes meter. Daardoor wordt het er rommeliger op. De selectie van buitenlandse galeries lijkt op het oog minder streng dan die van Nederlandse galeries. Met onder meer vier Roemeense, vijf Spaanse, tien Duitse en twaalf Italiaanse galeries.
Of hun kwaliteit getoetst is door een inhoudelijke commissie, bepaald is door een freelance medewerker die de opdracht had om vierkante meters te verkopen of door een curator valt te raden. Vooral de New Art Section valt op met vier Nederlandse en veertien buitenlandse galeries waarbij de Nederlandse galeries hun buitenlandse collega’s in kwaliteit de loef lijken af te steken. Dat roept de vraag op hoe deze selectie tot stand komt en hoe commercie en inhoud zich tot elkaar verhouden.
Toch valt er volop te genieten op Art Rotterdam. Maar men moet goed zoeken in de wirwar. Wie binnenkomt denkt bij het zien van de eerste stand van Galerie Ron Mandos dat kitsch het nieuwe normaal is. Dat valt gelukkig mee voor wie verder kijkt, hoewel de smaakpapillen in vele stands sterk worden uitgedaagd met veelkleurige, blinkende en knipperende werken.
Een beurs moet men niet waarderen op mislukkingen of winkeltjes die sommige galeristen van hun stand maken, maar op wat er doorsnee te zien valt. Vooral galeries die één of twee kunstenaars tonen stralen ambitie uit, hoewel bij opvallend veel Duo-presentaties het geheel niet sterker is dan de delen.
Met Koen Kievits (Coppejans), Fiona Lutjenhuis (Fleur & Wouter), Helen Verhoeven (Annet Gelink), Alexandra Duprez (Moving), Bart Lunenburg (O’Breen), Britte Koolen (Bart), Maaike Kramer (O68), Rick van Strien (Phoebus) en David Pedraza (Brinkman & Bergsma) als eigenzinnige kunstenaars die zich met hun galerist proberen te onttrekken aan het beeld van Art Rotterdam 2026 als organisatie die op zoek is naar een eigen ziel en daar niet goed weg mee weet.




