
Weer zo’n opvallende opinie in NRC die met de Russische Federatie te maken heeft. Deze keer niet Ewald Engelen of Marianne Thieme, maar Willem Schinkel. Het blijft een raadsel waarom de redactie Opinie van NRC dit soort stukken die zeggen voor vrede te pleiten, maar feitelijk een agressor uit de wind houden op 21 maart 2026 plaatst. Waarschijnlijk vanuit een idee over pluriformiteit die volgens NRC ook desinformatie omvat.
Schinkel probeert ons de les van de geschiedenis in de oren te knopen, maar lijkt die les zelf niet geleerd te hebben. Hij gaat niet uit vanuit de internationale rechtsorde, waarden en verdragen, maar vanuit een ‘realistische’ machtspolitiek tussen landen. Hij zit op de lijn van John Mearsheimer, Stephan F. Cohen en Henry Kissinger die instemming van het Kremlin kregen omdat ze macht boven recht plaats(t)en. Schinkel doet niet anders.
Schinkel laat de wet van de sterkste gelden. Op dit moment zijn dat in Europa militair de Russische Federatie en de VS. Hij maakt het potsierlijk door tegelijk voor de internationale rechtsorde te pleiten. Een terecht pleidooi dat hij echter met zijn betoog ongeloofwaardig maakt omdat het die rechtsorde opzijschuift. Zijn artikel wordt er zo niet evenwichtig en navolgbaar op.
Neem de volgende passage uit Schinkels stuk en probeer je voor te stellen wat dat praktisch betekent voor de bevolking van een land dat door militair geweld van een indringer zijn soevereiniteit verliest: ‘Als politieke leiders werkelijk veronderstellen dat het op een dag beter kan zijn al het leven op aarde te vernietigen dan een tijdelijk soevereiniteitsverlies te leiden, hoe serieus moeten we ze dan nemen als ze conventionele bewapening als normaalste zaak van de wereld presenteren?’
Bedoelt hij hier trouwens niet ‘een verlies lijden’ in plaats van ‘een verlies leiden’? Dat lijkt geen toevallige fout. Met dat ‘leiden‘ geeft Schinkel ten onrechte een actieve betekenis aan een passieve handeling. Het land dat soevereiniteitsverlies lijdt zal dat echter lijdzaam moeten ondergaan.
Er valt geen touw vast te knopen aan deze passage. Een ‘tijdelijk soevereiniteitsverlies’ kan betekenen dat een soeverein land zo’n 45 jaar bezet wordt zoals Oost-Europese landen overkwam die door de toenmalige Sovjet-Unie werden bezet. Met alle gevolgen van dien, zoals aantasting van rechtsstaat, persvrijheid en universele waarden, gedwongen culturele assimilatie inclusief taalpolitiek die nog decennialang doorwerkt ook nadat de bezetting beëindigd is, economische knechting en gedwongen opname van de bevolking in krijgsmacht, dwangarbeid of strafkamp. Sommige landen komen nooit over hun ‘tijdelijk soevereiniteitsverlies’ heen. Wat is dan ‘tijdelijk‘?
In Europa wordt zo’n 20% van het grondgebied van Oekraïne (deel van de Donbas en de Krim) sinds 2014 onrechtmatig door de Russische Federatie bezet. Veroordeeld in een resolutie van de VN. Volgens Schinkels logica moet dat op de koop toe worden genomen om erger te voorkomen. Daarbij gaat hij voorbij aan internationale verdragen die de territoriale integriteit en soevereiniteit van landen garanderen en het oorlogsrecht van landen om zich tegen een invasie te verzetten. Of anders gezegd, Schinkel zet niet primair in op territoriale integriteit en soevereiniteit van landen.
Aanleiding voor zijn beschouwing is dat de Duitse regering Merz overweegt een eigen kernmacht te realiseren, zo meent hij. Tegelijk constateert Schinkel dat Duitsland het non-proliferatieverdrag ondertekend heeft en respecteert, dus geen eigen kernmacht kan hebben. Dat gat probeert hij te dichten door te zeggen dat er in Duitsland geen taboe meer rust op een eigen nucleair arsenaal. Daartoe verwijst hij naar uitspraken van een CDU-politicus en een hoge militair, maar dat is geen officieel regeringsbeleid.
Het valt niet in te zien dat coalitiepartner SPD met de sociaal-democratische Defensieminister Pistorius voorstander is van het optuigen van een eigen Duitse kernmacht. Pistorius heeft zich in 2026 uitgesproken tegen een Duitse atoombom of een onafhankelijke Duitse kernmacht. Het is tekenend voor het niveau van Schinkels betoog dat hij de opvatting van minister Pistorius niet noemt.
Schinkel verwijt opinieleiders zoals Bas Heijne dat ze antimilitaristen weghonen als zelfgenoegzame ‘Vrede-roepers op de linkerflank’. Vervolgens koppelt hij acties van de VS in Iran aan de NAVO en de Europese veiligheid. Op geen enkel moment noemt Schinkel de Russische agressie jegens Oekraïne of de Russische hybride oorlog die Poetin tegen de EU voert.
Hij zegt weliswaar de Russische agressie niet te bagatelliseren evenals de Europese zelfverdediging daartegen, maar zegt niet dat de Russische agressie de oorzaak is die veel in gang heeft gezet en de Europese bewapening een gevolg daarvan is. Schinkel lijkt ook voorbij te gaan aan het feit dat Europese NAVO-lidstaten zoveel mogelijk afstand tot de VS houden als ze zich kunnen permitteren om de Amerikaanse steun voor Oekraïne tegen de Russische veroveringsoorlog niet in gevaar te brengen. Europa moet tandenknarsend met president Trump meebuigen.
Als Schinkel werkelijk het probleem van de Europese conventionele en nucleaire bewapening serieus zou willen bespreken, dan zou hij bij de oorzaak moeten beginnen. Dat laat hij na. Schinkel is zo selectief dat hij gevolgen zonder oorzaak geeft. Bijna dagelijks wordt er op talkshows van de Russische staatstelevisie gesproken om kernbommen op Rotterdam, Warschau, Londen, Parijs en andere Europese steden te gooien. Dat is Russische retoriek waar Europese landen zich toe moeten verhouden. Ook zei Poetin eind 2025 dat zijn land klaar is voor oorlog tegen Europa.
Schinkel begrijpt het niet of doet net alsof hij het niet begrijpt. Dat maakt de plaatsing van zijn stuk in NRC onbegrijpelijk. Het is aan de hand van zijn artikel vruchteloos om tot een evenwichtig debat te komen over ontwapening als hij een deel van de feiten verdonkeremaant of verkeerd voorstelt. In elk geval is zijn opinie vintage Schinkel met de selectiviteit en het oprekken van de feiten die hem eigen is. Voor een evenwichtig debat is het een waardeloze basis.




