8. Het goede leven
Hoe verhoudt onze huidige maatschappelijke organisatie zich tot de twee fundamentele processen waarmee identiteit uitgebouwd wordt, de identificatie (gelijkheid) en de separatie (verschil), elk met hun kenmerkende angst?
Maatschappelijke organisatie: gelijkheid en verschil
Tegenwoordig legt de maatschappij het accent op het individu, met als resultaat een daling van het veiligheidsgevoel en een sterk toegenomen sociaal wantrouwen. Agressie treedt sneller naar buiten, als verdediging tegen elke ander die als potentieel bedreigend wordt ervaren.
Toch wordt de behoefte aan een ander door iedereen gevoeld en is de angst om verlaten te worden en nog eenzamer te zijn, erg groot.
De belangrijkste oorzaak van het verdwijnen van het gemeenschapsgevoel en de opkomst van doorgedreven individualisme ligt in het huidige economische model dat op systematische manier mensen tegen elkaar opzet en een toenemende mate van ongelijkheid doet postvatten.
Een nieuwe arbeidsorganisatie kan het best gericht zijn op een meritocratisch systeem, waarin kwalitatieve evaluaties centraal staan en waarbij de beloning niet alleen maar financieel is.
De combinatie tussen neoliberalisme, digitalisering en een overmatig accent op cijfers heeft een dubbelzinnig effect: wij leven in een zeer dwingende maatschappij waarin de autoriteit zoek is.
Voor de hedendaagse figuur valt gezag samen met degene die het draagt, waardoor de klassieke, symbolisch onderbouwde autoriteit verglijdt naar brute macht. p.217. Hierdoor vinden we macht verdacht en gaan we hem zoveel mogelijk bestrijden, of roepen juist om een sterke leider die onze problemen krachtdadig zal oplossen.
Hierdoor komen we vaak in situaties waar het ‘recht’ van de sterkste speelt.
Arbeidsorganisatie
De inhoud van onze identiteit hangt samen met ons liefdesleven (kind van, ouder van, partner van) en met onze professionele identiteit.
Wat maakt arbeid efficiënt en wat maakt mensen gelukkig op het werk?
Werkgerelateerde depressie is niet het gevolg van te hard werken of te hoge arbeidsdruk, maar van de manier waarop het werk georganiseerd wordt en vooral de bijbehorende sociale verhoudingen. Gebrek aan respect of waardering behoren tot de belangrijkste oorzaken van burn-out.
Bij extrinsieke motivatie zoals beloning worden slechtere resultaten opgeleverd dan bij intrinsieke motivatie.
Intrinsieke motivatie wordt door Pink samengevat: autonomie, meesterschap en doel.
Frank van Massenhove leidt al tien jaar de Belgische Federale Overheidsdienst Sociale Zaken op een compleet atypische manier. ‘Bij ons zijn mensen de regisseur van hun eigen leven. Mensen werken waar, wanneer en hoe ze willen. […] Maar doordat ze veel vrijheid hebben, moeten we wel precies weten wat we van iedereen verwachten. De resultaten zijn verbluffend……’
Digitalisering en de illusie van ‘meten is weten’
Als wetenschapper koestert Verhaeghe een diep wantrouwen tegen statistieken. Cijfers geven de illusie van het pretenderen van een correcte weergave van ‘de’ werkelijkheid. Bij het merendeel is het het tegenovergestelde, zij creëren een bepaald beeld over de werkelijkheid, dit om te beantwoorden aan vooraf bestaande verwachtingen die steeds berusten op een min of meer verborgen ideologie.
Bij het effect van meten is weten op individueel zijn cijfermatig gestuurde evaluatie- en functioneringsgesprekken dodelijk voor werktevredenheid, motivatie, loyaliteit en identificatie met het bedrijf. Dit fnuikt elke vorm van creativiteit en autonomie en lokt een gevoel van vernedering en verlies van zelfrespect uit.
Evaluatie is nodig. De kernidee is kwalitatief onderzoek, waarbij mensen bevraagd worden op de verschillende deelaspecten van hun werk.
De ander moet veranderen – de ander, dat zijn wij
De roep om verandering begint steeds harder te klinken. Populisten leggen de schuld bij corrupte leiders, intellectuelen bij het systeem, politici en economen bij de markten. Ze vinden elkaar in de overtuiging: het is allemaal de schuld van De Ander, ikzelf ben alleen maar slachtoffer.
De postmoderne mens leidt aan een vreemde dissociatie, een nieuwe vorm van persoonlijkheidsverdubbeling. We klagen het systeem aan, staan er vijandig tegenover, voelen ons machteloos. Anderzijds bevestigen en breiden we dit systeem voortdurend uit.
In plaats van alleen maar consument te zijn moeten we weer burger worden. Niet alleen in het stemhokje, maar in de manier waarop we ons leven leiden.
Loslaten van het TINA-syndroom (There is no alternative)
Het lijdt geen twijfel dat het egoïstische, het competitieve, het agressieve in de mens zit – de banaliteit van het kwaad is een realiteit. Maar het altruïstische, het willen samenwerken, solariditeit – de banaliteit van het goede – zit evenzeer in ons en het is de omgeving die beslist welke kenmerken zich dominant manifesteren.
Als we iets betekenen voor de ander, zal bovendien ons geluksgevoel toenemen.
Een depressief iemand is dat vaak op grond van machteloosheid. Opklimmen kan door zich te richten op waar hij nog beslissingsrecht over heeft en waarvoor hij een bepaalde verantwoordelijkheid draagt. Bij de depressieve consument is het veranderen van het consumptiepatroon mogelijk
Burgerzin als uitbouw van een nieuwe ethiek, mogelijk gebaseerd op materiële inlevering.
Burgerzin betekent niet alleen dat we ons onderwerpen aan wie we op democratische manier gezag hebben gegeven, maar ook dat wij dit gedrag zelf durven dragen wanneer een situatie het vereist.
Michel Foucault had het aangaande dit laatste over de noodzaak aan parrhesia, de moed om de waarheid te spreken.
Verandering van en via waarden
Respect is een sleutelwoord dat de deur opent naar een onderbuikgevoel dat mensen in beweging zet.
De reclamewereld weet het wel, als je gedrag wilt veranderen, dan moet je waarden verkopen, het liefst in een emo-verpakking.
Freud had al ontdekt dat als je toegang wilde verkrijgen tot complexen en affecten dat lukte via bepaalde kernwoorden, deep frames.
Onze identiteit berust op de deep frames van de groep waartoe wij behoren.
Als je een aspect van een bepaald complex activeert, roep je ook andere aspecten van dat complex op en is het zo dat tegenovergestelde complexen aan kracht inboeten p. 235.
Activeer je autonomie, dan neemt automatisch het belang van de bijbehorende elementen toe en daalt het belang van bijvoorbeeld populariteit en competitie.
Onze huidige economisch-maatschappelijke organisatie stimuleert enkel het deep frame van het individualisme en separatie.
Verandering moet bij het buikgevoel aansluiting vinden, waarbij we de moet moeten hebben opnieuw gemeenschapswaarden naar voren te schuiven, waar ook het individu baat bij heeft.
Zelfzorg en het goede leven
Als steeds meer mensen het gevoel hebben dat er iets fout gaat, hangt er verandering in de lucht.
In het licht van de huidige ego-cultus kan verandering het best haar vertrekpunt vinden in een bezorgdheid om het eigen welzijn. Dit is de klassiek Griekse Epimeleia, de zorg voor zichzelf.
Wat is het goede leven, wat voelt er goed aan, voor mij?
De epimeleia omvat in haar oorspronkelijke klassiek betekenis de verantwoordelijkheid voor een ethische vormgeving van het eigen leven op zo’n manier dat die vormgeving aansluit bij het belang van de gemeenschap.
Wat opvalt is dat elk ethisch systeem de nadruk legt op matiging en zelfbeheersing, met op de achtergrond de idee van vrijheid.
Hoe gaan we om met het existentieel tekort, met het ontbreken van materiële antwoorden op de grote levensvragen, met schuld en verantwoordelijkheid?
We verliezen uit het oog dat het juist de gedachte dat we niet alles kunnen controleren, dat we geen greep hebben op bijvoorbeeld liefde en dood is, dat precies dit tekort de bron is van menselijke creativiteit en de basis voor een hoger doel waar we samen met anderen naar streven.
Individu en gemeenschap
Als individu zijn wij vandaag de dag helemaal niet vrij, er is teveel inmenging van bovenaf. Maar we hebben ook te weinig ‘staat’; de huidige politieke overheid heeft zo ongeveer niets meer te zeggen.
De eerste paradox van de neoliberale marktideologie is het uitmonden in een overmaat aan inmenging.
De tweede paradox betreft de zogenaamde bevrijding van het individu. Echter we leven in een vreemde combinatie van doorgedreven individualisme en collectief consumentisme, waarbij we de illusie koesteren uniek te zijn ipv kuddegedrag te vertonen.
De zorg voor zichzelf ontbreekt, omdat het consumentisme elk idee van zelfbeheersing en inperking van tafel veegt.
Michel Foucault plaatst het opgelegde consumeren en produceren van het neoliberalisme (anarcho-kapitalisme) tegenover het liberalisme, dit laatste niet in partijpolitieke betekenis van het woord, maar als benaming voor een kritische beweging tegen de alomtegenwoordige disciplinering.
Een dergelijke beweging is tegenwoordig heel erg nodig, waarbij er opnieuw een politiek bestel moet komen dat de steeds moeilijke en noodzakelijke evenwichtsoefening uitvoert tussen gelijkheid en verschil, tussen groep en individu, tussen verplichte gelijkheid en vrije keuze.
En dat maatschappelijke bestel zullen we in eerste instantie zelf moeten uitbouwen via de keuzes die wijzelf maken.
Het boek eindigt met een korte tekst van Shakespeare.
Savanha
Op de omslagfoto staat een meisje van twee die meedoet aan een schoonheidswedstrijd. Verhaeghe koos deze foto uit een reeks van dit soort foto’s. Reden voor specifiek Savanha was dat je het kind nog een beetje in deze tweejarige kunt zien. Verhaeghe hoopt dat het verzet is wat de houding van het meisje toont.