Best een leuke titel toch hierboven? En dan heb je nog niet eens gelezen wat verderop komt. Dat was voor mij trouwens ook al heel lang geleden. Hoe dat zit?
Vorige week passeerde hier het livre d’art ‘Dix ans et plus’, met daarin een zeefdruk van mij. Uitgegeven door mijn Niçoise galerie Quadrige. Want ’t leek Jean-Paul Aureglia een leuk idee die ‘Tien jaar en meer’ uit te geven na het 10-jarig bestaan van zijn galerie in 2002. Een kunstboek met teksten over en geïllustreerd met multiples van kunstenaars waarmee hij in die tijd had samengewerkt. Laat ik daar sinds 1994 nou ook bij horen! Die kunstenaars kregen dus allemaal gratis en voor niks een kunstkritiek cadeau in ruil voor een multiple.

Toen ik het stuk over mij een paar weken geleden sinds lang weer eens las, dacht ik gelijk ‘kat in ’t bakkie’. Want even zelf niet schrijven en dat een ander laten doen? Best makkelijk!
Dus hieronder wat kunstcriticus Gerard Rücker destijds over mij schreef. Waarbij levensgezel met hulpje ChatGpt een iets luchtiger Nederlandse vertaling maakte van Gerards toch wel wat formeel geschreven Franse kunstverhaal. En waarbij ik de boel heb opgeleukt met schilderijen van mij die destijds zijn ontstaan.



Al eeuwenlang zijn de Lage Landen vruchtbare grond voor de kunsten, vooral voor de schilderkunst. Honderden beroemde schilders werden hier geboren en werkten hier, en heel wat van hen groeiden uit tot Meesters met een hoofdletter M — sommigen zelfs tot genieën. Dat Toos van Holstein, geboren in 1949 in Eindhoven, de liefde voor het schilderen via haar voorouders heeft meegekregen, is dan ook maar een kleine gedachtesprong.



Van alle kunstenaars die Galerie Qvadrige trouw zijn gebleven, is Toos zonder twijfel degene die het meest heeft rondgereisd. Dat hoef je haar niet eens te vragen — één blik op haar schilderijen is genoeg. Die nodigen uit tot wegdromen, verdwalen en reizen. Dit terugkerende thema komt minder voort uit het letterlijke reizen dan uit het gevoel erbij. Zo ontdek je in haar werk steden en plekken die vertrouwd aanvoelen, zelfs als je er nog nooit bent geweest.
Al jong droomde Toos ervan de wereld rond te trekken en haar reizen schilderend vast te leggen. Na een degelijke artistieke opleiding — ze studeerde af aan de Academie in Tilburg — werkte zij jarenlang als docent Esthetica. Dat betekende minder exposities, maar des te meer reizen. Een mens moet tenslotte kiezen.



Sinds 1990 wijdt zij zich volledig aan haar kunstenaarschap, en wel in alle mogelijke disciplines: tekenen, aquarel, olieverf, lithografie en beeldhouwkunst. Succes had ze volop, in binnen- én buitenland.
Toos van Holstein bezocht vele landen: Egypte, Jordanië, Jemen, Tunesië, Syrië — haar liefde voor het Midden-Oosten is duidelijk — maar ook China, Sri Lanka, Mexico, Guatemala en de USA kent zij van dichtbij. Uit haar schetsboeken, notities, verwondering, emoties, herinneringen en ontmoetingen met mensen uit steden en dorpen is een volstrekt eigen beeldtaal ontstaan, van onmiskenbare schoonheid en hoge esthetische kwaliteit.



Voor elk schilderij stapt je als toeschouwer als het ware samen met de kunstenaar aan boord, op weg naar een wereld met vele gezichten. Een wereld waarin sereniteit, eenvoud en mysterie moeiteloos samengaan. Geen schreeuwerig exotisme, maar stilte, rust en een bijna onwerkelijke transparantie — doordrenkt van kalmte, een zorgvuldig vertraagd tempo en het gevoel van tijd die stroomt zoals in de verhalen van oosterse dichters en vertellers.



Hier lijkt de tijd even stil te staan om plaats te maken voor innerlijke rust. Toos verbeeldt het alledaagse leven met haar eigen, subtiele vorm van magie: het geluk vangen van een moment dat het waard is om vast te houden.
Ze schildert koepels en minaretten, monumentale poorten die op een kier staan, lange stille gangen, steegjes en patio’s waar de schaduw samenwerkt met het verkoelende water van een fontein. Pleinen die zinderen van de zon, muren vol barsten en sporen van tijd en geschiedenis. Sobere decors waarin elegante silhouetten voorbijglijden, royaal gehuld in lange gewaden — menselijke vormen die bewust minimaal gesuggereerd worden.



Door het gebruik van glacislagen brengt de kunstenaar opeenvolgende verflagen in harmonie, wat resulteert in volop diepte en textuur. Zo worden de doeken zelf als het ware ‘verouderd’, om het afbrokkelende effect van zand, regen en zon voelbaar te maken.
De werken van Toos zijn open deuren naar een verbeeldingswereld die, via ons collectieve geheugen, ook de onze wordt. Ze spreken tot het hart, de zintuigen en ons vermogen om geraakt te worden.


Tussen figuratie en abstractie schenkt zij ons een tijdloosheid waarin een weldadige droom uitmondt in een andere werkelijkheid. Dáár toont zich haar grote talent: haar menselijke uitstraling, haar levenslust en haar vermogen die met overtuiging en gulheid te delen.

Nou, zo had ik dat zelf absoluut nooit kunnen schrijven. Tot volgende week.
TOOS































































































































































In het Engels klinkt die titel toch veel leuker dan in het Nederlands vanwege de allitererende klanken die er in zitten. “Venetië herbezocht” heeft ’t toch niet helemaal. Als titel dan. Want in het echt zou ik er zo weer heen willen. Ook al was ik er afgelopen lente al tweemaal een week vanwege mijn deelname daar aan de expositie “Differences on Identity: Artistic Perspectives”. Destijds heb ik er uitgebreid over geschreven. Waarom ik daar nu dan op terugkom? Ik kon Venetië weer even herbeleven door het fotoboek dat ik op de deurmat achter de brievenbus vond. Gemaakt vlak voor een aantal weken Verweggistan waarbij ik verdween onder de internetradarhorizon. Leuk woord trouwens voor Scrabble. Nu, bij terugkomst, kon ik me gelijk verlustigen aan mijn eigen maaksel. Een heel kleine keus uit de foto’s staat hier verspreid. Met misschien een net even andere kijk op de stad dan de obligate.




Ik weet nog heel goed dat Peter Leen, één van de galeriehouders waarmee ik werk, mij zo’n dikke tien jaar geleden trots zei “Toos, ik wil je iets bijzonders laten zien”. Hij kwam terug met een boek. “Toos, een vriend van me heeft nu zoiets bijzonders ontwikkeld, dit moet je zien”. Wat bleek? Die vriend had een computerprogramma ontwikkeld, tegenwoordig schijn je dat een app te moeten noemen, voor het drukkerijtje dat hij had opgericht. Daarmee kon je je digitale foto’s via internet in een fotoboek zetten. Gewoon één exemplaar laten drukken en als kunstenaar had je altijd gelijk, en relatief heel goedkoop, je eigen kunstboek bij je. Revolutionair! Toen! En nu? Heel gewoon toch! Over een aantal jaren weet niemand meer beter. Komt kleinkind met zo’n op zolder gevonden ouderwets fotoplakboek bij oma en vraagt “Hoe maakten jullie zoiets vroeger?”Ik kan me voorstellen dat het de “grijze koppen” en de grijze cellen daar binnenin onder de hersenpan wel eens duizelt.

