Tagarchief: Venice

Reizen in verf: Toos van Holstein schildert werelden die je herkent zonder er ooit geweest te zijn


Best een leuke titel toch hierboven? En dan heb je nog niet eens gelezen wat verderop komt. Dat was voor mij trouwens ook al heel lang geleden. Hoe dat zit?

Vorige week passeerde hier het livre d’art ‘Dix ans et plus’, met daarin een zeefdruk van mij. Uitgegeven door mijn Niçoise galerie Quadrige. Want ’t leek Jean-Paul Aureglia een leuk idee die ‘Tien jaar en meer’ uit te geven na het 10-jarig bestaan van zijn galerie in 2002. Een kunstboek met teksten over en geïllustreerd met multiples van kunstenaars waarmee hij in die tijd had samengewerkt. Laat ik daar sinds 1994 nou ook bij horen! Die kunstenaars kregen dus allemaal gratis en voor niks een kunstkritiek cadeau in ruil voor een multiple.

mijn zeefdruk in het livre d’art ‘Dix ans et plus’

Toen ik het stuk over mij een paar weken geleden sinds lang weer eens las, dacht ik gelijk ‘kat in ’t bakkie’. Want even zelf niet schrijven en dat een ander laten doen? Best makkelijk!

Dus hieronder wat kunstcriticus Gerard Rücker destijds over mij schreef. Waarbij levensgezel met hulpje ChatGpt een iets luchtiger Nederlandse vertaling maakte van Gerards toch wel wat formeel geschreven Franse kunstverhaal. En waarbij ik de boel heb opgeleukt met schilderijen van mij die destijds zijn ontstaan.  

Toos van Holstein, Stupa (olieverf, 60-60 cm)
Toos van Holstein, Consonar (olieverf, 75-125 cm)
Toos van Holstein, Chichen Itza (olieverf, 90-100 cm)

Al eeuwenlang zijn de Lage Landen vruchtbare grond voor de kunsten, vooral voor de schilderkunst. Honderden beroemde schilders werden hier geboren en werkten hier, en heel wat van hen groeiden uit tot Meesters met een hoofdletter M — sommigen zelfs tot genieën. Dat Toos van Holstein, geboren in 1949 in Eindhoven, de liefde voor het schilderen via haar voorouders heeft meegekregen, is dan ook maar een kleine gedachte­sprong.

Toos van Holstein, Valley of the Gods (olieverf 90-160 cm)
Toos van Holstein, Xing Zhue (olieverf, 150-100 cm)
Toos van Holstein, Mural (olieverf, 90-100 cm)

Van alle kunstenaars die Galerie Qvadrige trouw zijn gebleven, is Toos zonder twijfel degene die het meest heeft rondgereisd. Dat hoef je haar niet eens te vragen — één blik op haar schilderijen is genoeg. Die nodigen uit tot wegdromen, verdwalen en reizen. Dit terugkerende thema komt minder voort uit het letterlijke reizen dan uit het gevoel erbij. Zo ontdek je in haar werk steden en plekken die vertrouwd aanvoelen, zelfs als je er nog nooit bent geweest.

Al jong droomde Toos ervan de wereld rond te trekken en haar reizen schilderend vast te leggen. Na een degelijke artistieke opleiding — ze studeerde af aan de Academie in Tilburg — werkte zij jarenlang als docent Esthetica. Dat betekende minder exposities, maar des te meer reizen. Een mens moet tenslotte kiezen.

Toos van Holstein, Sjaman (olieverf, 90-115 m)
Toos van Holstein, Confucius (olieverf, 60-60 cm)
Toos van Holstein, Dance (110-90 cm)

Sinds 1990 wijdt zij zich volledig aan haar kunstenaarschap, en wel in alle mogelijke disciplines: tekenen, aquarel, olieverf, lithografie en beeldhouwkunst. Succes had ze volop, in binnen- én buitenland.

Toos van Holstein bezocht vele landen: Egypte, Jordanië, Jemen, Tunesië, Syrië — haar liefde voor het Midden-Oosten is duidelijk — maar ook China, Sri Lanka, Mexico, Guatemala en de USA kent zij van dichtbij. Uit haar schetsboeken, notities, verwondering, emoties, herinneringen en ontmoetingen met mensen uit steden en dorpen is een volstrekt eigen beeldtaal ontstaan, van onmiskenbare schoonheid en hoge esthetische kwaliteit.

Toos van Holstein, Cosecha (olieverf, 70-50 cm)
Toos van Holstein, Journée (olieverf, 50-50 cm)
Toos van Holstein, Amarna (olieverf, 160-120 cm)

Voor elk schilderij stapt je als toeschouwer als het ware samen met de kunstenaar aan boord, op weg naar een wereld met vele gezichten. Een wereld waarin sereniteit, eenvoud en mysterie moeiteloos samengaan. Geen schreeuwerig exotisme, maar stilte, rust en een bijna onwerkelijke transparantie — doordrenkt van kalmte, een zorgvuldig vertraagd tempo en het gevoel van tijd die stroomt zoals in de verhalen van oosterse dichters en vertellers.

Toos van Holstein, The valley (olieverf, 100-150 cm)
Toos van Holstein, Labyrinh of cultures (150-100 cm)
Toos van Holstein, Facing (olieverf, 80-90 cm)

Hier lijkt de tijd even stil te staan om plaats te maken voor innerlijke rust. Toos verbeeldt het alledaagse leven met haar eigen, subtiele vorm van magie: het geluk vangen van een moment dat het waard is om vast te houden.

Ze schildert koepels en minaretten, monumentale poorten die op een kier staan, lange stille gangen, steegjes en patio’s waar de schaduw samenwerkt met het verkoelende water van een fontein. Pleinen die zinderen van de zon, muren vol barsten en sporen van tijd en geschiedenis. Sobere decors waarin elegante silhouetten voorbijglijden, royaal gehuld in lange gewaden — menselijke vormen die bewust minimaal gesuggereerd worden.

Toos van Holstein, Shira’a (olieverf, 90-110 cm)
Toos van Holstein, Cupola (olieverf, 60-60 cm)
Toos van Holstein, Calle di Zoccolo (olieverf, 80-70 cm)

Door het gebruik van glacislagen brengt de kunstenaar opeenvolgende verflagen in harmonie, wat resulteert in volop diepte en textuur. Zo worden de doeken zelf als het ware ‘verouderd’, om het afbrokkelende effect van zand, regen en zon voelbaar te maken.

De werken van Toos zijn open deuren naar een verbeeldingswereld die, via ons collectieve geheugen, ook de onze wordt. Ze spreken tot het hart, de zintuigen en ons vermogen om geraakt te worden.

Toos van Holstein, Visitatrice (olieverf, 70-50 cm)
Toos van Holstein, Yatchilan (olieverf, 150-120 cm)

Tussen figuratie en abstractie schenkt zij ons een tijdloosheid waarin een weldadige droom uitmondt in een andere werkelijkheid. Dáár toont zich haar grote talent: haar menselijke uitstraling, haar levenslust en haar vermogen die met overtuiging en gulheid te delen.

Toos van Holstein, Kovalam (olieverf, 110-150 cm)

Nou, zo had ik dat zelf absoluut nooit kunnen schrijven. Tot volgende week.

TOOS

De Magie van La Serenissima, een ReisKunst-Verhaal


Toos van Holstein, Venezia (olieverfschilderij 130-100 cm)

Lang, lang geleden was ik er voor ’t eerst. Nog met m’n ex. Lang, lang geleden dus. Toen bewoog ik me, zoals bijna al die dagjestoeristen dan altijd doen, door een drukke, lange en ingewikkeld kronkelende soort Kalverstraat. Lopend vanaf het station richting Piazza San Marco. Om nou te stellen dat die dag een diepe indruk maakte. Nee, niet echt.

Maar in 1996 kwam ik opnieuw terecht in Venetië. Want het legendarische operatheater La Fenice daar was afgebrand. En Jean-Paul Aureglia van mijn Galerie Quadrige in Nice kwam samen met een paar Italiaanse en Franse kunstenaars op het lumineuze idee om in Venetië een benefiet verkoopexpositie te organiseren. Waarvan dan de opbrengst ten goede zou komen aan de herbouw van dat iconische gebouw. Of ik mee wilde doen? Jaaaa, natuurlijk!!! Nou, toen gebeurde ‘t.

in 2013 zat ik in het gerestaureerde La Fenice voor La Traviata, één van de beroemdste opera’s van Verdi, die lang geleden zelfs in première ging in dit theater

Laat op de avond, na een of andere manifestatie, voeren we met de vaporetto, de waterbus, over het opmerkelijk rustige Canal Grande terug richting ons hotel. Op het donkere water midden tussen al die hier en daar summier aangelichte palazzi in hun eeuwenoude bouwstijlen. Bij elke bocht een nieuw, verrassend en geheimzinnig uitzicht. Met hier en daar een kroonluchter in een, voor zover je kon zien, hoge en grote woonzaal. En met hier en daar nog wat mensen op een balkon of op een terras. Die late avond is de magie van Venetië, van La Serenissima, de Allerdoorluchtigste, over me gekomen. En die ben ik nooit meer kwijtgeraakt.

Toen ben ik gaan beseffen dat die stad ook echt magie is. Want dat al die paleizen en woonwijken op die meer dan honderd eilandjes er nog steeds staan? In die zompige laguna, op houten palen? Dat is al een wonder op zich. Met daarbij ook nog eens een stad zoals er geen tweede in de wereld bestaat. Een gigantisch rijke stad-staat ook die in haar hoogtijdagen de Middellandse Zee beheerste. Met door handel en macht gigantisch rijk geworden families. Waarvan sommige er nog steeds wonen en nog steeds gigantisch rijk zijn. Want rijk worden mag dan niet zomaar gaan, rijk blijven is een stuk makkelijker. Zoals laats ook weer bleek uit een financieel onderzoeksrapport voor Nederland. Ze hadden waarschijnlijk niet even gekeken naar Venetië.  

Na dat verblijf van maar een paar dagen toen is al heel snel mijn eerste Venetië-schilderij ontstaan. Dat bovenaan. Waarin ik heb geprobeerd de combinatie te pakken van die magie van La Serenissima, van de architectuur, van de kleuren, van de omringende en beveiligende laguna en van de macht van de elkaar politiek in evenwicht houdende families, van de bestuurders, van de dogen.

Toos van Holstein, Riva (olieverfschilderij 100-90 cm)

Nu ben ik er al tig keer geweest. Die Kalverstraat en het steeds drukker geworden dagtoerisme heb ik leren vermijden, op de Piazza San Marco kom ik heel weinig, in de vele rustige stukken van de stad des te meer. In de avondschemering en het avondduister is dat helemaal een feest. Een feest dat altijd weer schilderinspiratie oplevert. Zoals voor dat schilderij ‘Riva’ hierboven waarvan ik thuis nog steeds zelf geniet. Maar ook voor vele andere die nu muren sieren van andere huizen.

Bij mijn nieuwe ‘Coloured Black’ serie moest er natuurlijk opnieuw een Venetië-schilderij uit. Zo noem ik dat altijd maar, ’t moet eruit, uit mijn hoofd. Dat hangt nu in Galerie Persoon in Eersel op mijn expositie ‘Coloured Black-Premium’.

Toos van Holstein, Venise (olieverfschilderij 55-100 cm)

En waarom dit blog eruit moest? Eén keer raden! Tot volgende week.

TOOS

’t Is weer tijd voor …… een ReisKunst-Verhaal: De Inspiratie door La Serenissima


’t Is weer tijd voor…. Dat is een van die bekende kreten van Arjen Lubach in zijn ‘De Avondshow’. Dan weet je dat er weer een of andere rubriek aankomt waarin hij een maatschappelijk probleem humoristisch en vilein tot op de bodem fileert. Niet dat ik dit nu ook ga doen. Maar het was toch al een poos geleden, vorig jaar oktober, dat ik hier in TOOS&ART met een ReisKunst-Verhaal kwam aanzetten. Geen kunstreisverslag dus van waar ook ter wereld, maar een verhaal over een kunstwerk van mij. Wel geïnspireerd door een reiservaring van waar dan ook. Zoals dat oktober-verhaal over de leergierige Chinese bij haar gaslamp.

Zo’n half jaar later is ’t dus echt wel weer eens tijd voor een ReisKunst-Verhaal. Nu geïnspireerd door La Serenissima, De Serene, oftewel Venetië. Met het schilderij ‘Arsenale di Venezia’.

Toos van Holstein, Arsenale di Venezia (olieverf, 80-90 cm)

Waarom juist dit werk? Nou, de Biënnale van Venetië begon in april. Het tot eind november durende grootste kunstevenement ter wereld. En dat is voor levensgezel en mij een tweejaarlijks moetje.  Dus zitten we over een poos weer een aantal dagen op onze vaste Venetiaanse appartementstek. Drie minuten van de Ponte di Rialto, drie minuten van de Piazza San Marco. Hoe centraal wil je ’t hebben! Één dag is altijd ingeroosterd voor de Giardini. Het oude terrein met de landenpaviljoens waar ooit de Biënnale startte. En één dag gaat altijd op aan het Arsenale. Het gigantische, eeuwenoude industrieterrein waar ooit de handels en oorlogsschepen van de machtige Serenissima Repubblica di Venezia werden gebouwd. Hier schreef ik er al eens over. Maar nu heeft  dat Arsenale al weer een paar decennia de bestemming kunst.

een van de vele hallen van het Arsenale

Een zeer uitgebreide kunstbestemming zelfs. Waar in alle hallen, en dat zijn er echt heel veel, kunst in allerlei soorten en maten wordt getoond. Van ‘wat een puin’, mwah, niet onaardig, interessant tot ‘yes’ en indrukwekkend. Waar een dag ronddwalen echt vermoeiend is, maar toch ook weer te kort. En waar ik elke keer opnieuw vol enthousiasme die heel speciale sfeer onderga. Die combinatie van moderne kunst en eeuwenoude industriegeschiedenis is uniek.

nog een paar foto’s van het Arsenale

Vandaar mijn ‘Arsenale di Venezia’. Een volstrekt eigen, Toosiaanse interpretatie en absoluut geen weergave van de bouwkundige werkelijkheid. Ik verheug me er nu al op. Net als trouwens op het ritje daarna met de vaporetto, de waterbus. Naar Giudecca. Het enige eiland in de stad dat niet door een brug met de andere wijken is verbonden.

deel van Giudecca, gefotografeerd vanaf de kerktoren op het naastliggende eilandje San Giorgio Maggiore

Daar op Giudecca zit namelijk Bar La Palanca. Waar we vaak einde dag op het terras neerstrijken voor onze zo langzamerhand traditionele Campari-Spritz met. Nee, niet met Aperol, veel te zoet. Geef ons maar dat bittere van Campari.

net links van het midden Bar La Palanca
La Palanca vanf het Canale della Giudecca
aan de Campari-Spritz

Als ik dan later in mijn atelier terugdenk aan de kade daar met de oude gevels, aan het brede Canale della Giudecca, en aan de rest van Venetië aan de overkant, dan komt de inspiratie vanzelf. Dan ontstaat vanzelf zo’n schilderij als ‘Giudecca’.

Toos van Holstein, Giudecca (olieverf, 70-50 cm)
een paar foto’s van de kade van Giudecca
helemaal links nog het terras van La Palenca

Dit keer is er naast La Palanca nog een extra reden om naar Giudecca te willen. De vrouwengevangenis. Waarvan ik trouwens niet eens wist dat die daar stond. Maar goed ook, zie ik je al denken. Maar nu wil ik er persé heen. In een deel ervan is nu namelijk ingeruimd voor de Biënnale-expositie van het Vaticaan. Jazekers, de Paus doet ook mee in Venetië.

de gevel van de vrouwengevangenis is voor deze Biënnale zelfs opgevrolijkt met een muurschildering

Hij was er tijdens de openingsweek zelfs op bezoek. En moest per varende Pausmobiel naar Giudecca. Weet je wel, geen brug.

Paus Franciscus onderweg op zijn varende scoot/pausmobiel

Zo kom je via La Biennale di Venezia nog een ergens. Zelfs in de vrouwengevangenis. Venetië, altijd goed voor speciale momenten, inspiratie en een ReisKunst-verhaal. Ook komende keer. Tot volgende week.

TOOS

‘De nieuwe KunstDoge van Venetië’


Wanneer is kunst van groot formaat ook grote kunst? Gelijk maar een voorbeeldje? De Nachtwacht van Rembrandt natuurlijk. Het nog steeds overdonderende en ook letterlijk grootste icoon van onze 17e eeuwse schilderkunst. De eerste keer dat ik er voor stond, werd ik er helemaal ingezogen. En dat maakt groot uitgevoerde kunst voor mij groot. Dus als een kunstenaar denkt van ‘kom ik ga eens lekker groot schilderen’ en het resultaat is, zoals tegenwoordig maar al te vaak, vooral nietszeggend, dan heb ik er niks mee. Nada, niente.

door Anselm Kiefer ‘aangekleed’ deel van zijn voormalige ateliercomplex in Barjac

Daarom sprong m’n hartje op toen ik las dat het voormalige, 35 ha grote atelierterrein van Anselm Kiefer afgelopen zomer zou worden opengesteld. Voor ’t eerst. Daar moest ik heen, naar het Franse Barjac. Want Kiefer werkt vaak gigantisch groot maar weet me daarbij ook groots te raken. Maar ja, toegang alleen voor kleine groepen onder begeleiding en daardoor veel te snel volgeboekt. Een typisch geval van jammer.

nog een onderdeel van dat atelierterrein

Toch had ik een achterdeurtje. Of liever gezegd, een behoorlijk grote voordeur. Namelijk die van het  Palazzo Ducale, het Dogenpaleis, in Venetië. Daar had Kiefer namelijk tijdens de Biennale di Venezia van dit jaar één van de indrukwekkende zalen ter beschikking gekregen om lekker uit z’n bol te kunnen gaan. Kwam dat even goed uit!

binnenplein van het Palazzo Ducale in Venetië

Eerst even over Kiefer zelf, geboren in 1945 in het Duitse Donaueschingen. Eigenlijk dus geen kind meer uit de oorlog, maar zeker een kind van de oorlog. Want zijn vaak duistere werk heeft volop betrekking op de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, op vernietiging, op destructie, op verval. Ergens in de jaren tachtig zag ik zijn kunst voor het eerst. In Venetië! Een ervaring die me altijd bij is gebleven. Panelen van vele meters bij vele meters, uitgevoerd met materialen als stro, zand, as, klei, ijzer en lood. En, oh ja, ook nog verf. Met soms grote voorwerpen erop bevestigd. Daarna ben ik zijn kunst natuurlijk vaker tegengekomen.

in 2019 in Museum Voorlinden (Wassenaar) bij een werk van Kiefer

Maar nu, ook nog in het gothische Palazzo Ducale? Dat mocht ik niet missen! Want dat Dogenpaleis op zich is al uniek. Die eeuwenoude broedplaats van macht, bedoeld om uit te stralen dat je niet om de Republiek Venetië heen kon. Met een architectuur gericht op imponeren. Met gigantische zalen om te showen dat je hier te maken had met een zeer rijke, zo niet de rijkste stad op aarde. Zalen met hoogtes, breedtes en lengten waarin je je nietig moest voelen. Zalen ook vol kunst van beroemde Venetiaanse schilders. Je wordt er bij wijze van spreken dood gegooid met de Tintoretto’s (1518-1594) en Veronese’s (1528-1588) tot je ze niet meer kunt zien.

zo gaat dat dan, zaal na zaal
hier sta ik te kijken naar onderstaand schilderij
Het Paradijs door Tintoretto, wel heel groot maar voor mij niet groots, veel te vol gepropt

Maar dat alles was toch niet overdonderend en imposant genoeg voor een eeuwig durende Republiek. Dat machtsbeluste, over lijken gaande ettertje Napoleon dwong in 1797 de laatste en 120e Doge van het ooit zo trotse Venezia tot overgave. Foetsie Republiek en daarmee ook heel wat kunst. Want als al Napoleons roofkunst zou worden terug geëist komt er in het Louvre heel wat plek vrij. Maar dat is een ander verhaal.

Vanwege Kiefer liep ik dus een poos geleden door het Palazzo Ducale. Keurig de pijlen van de  éénrichtingsroute volgend. Want al die horden toeristen moet je natuurlijk wel sturen. Zaal na zaal, groot, groter, grootst, verdieping na verdieping, allemaal macht, pracht en praal.

Met uiteindelijk de Sala della Scrutinio als beloning. Met daarin Kiefer’s expositie. Dat werd één grote emotionele boem, ik werd gewoon weggeblazen. Van te voren had ik al wel foto’s ervan gezien, maar dit echte ervaren ging boven alles. Echt zo’n tentoonstelling die op mijn netvlies gebrand zal blijven.

in een kleinere ruimte, vlak voor de ingang naar de grote zaal
details van bovenstaand werk
met van alles er tegenaan gezet

Ik sprak er toevallig nog een Duitse lerares die met een klas het paleis bezocht, maar niets over deze expositie had meegekregen en eigenlijk ook weinig over Kiefer wist. Ook zij had dezelfde ervaring. Prachtig toch?

bij binnenkomst
detail van 2e werk van links hierboven: n.a.v. de mythe rond de sarcofaag waarin de heilige San Marco zou hebben moeten liggen maar die leeg bleek toen hij een aantal eeuwen geleden werd opgegraven in de Basiliek van San Marco in Venetië
aantal details van het werk hierboven over het Palazzo Ducale
om een idee te geven van het materiaal dat Kiefer in zijn kunst verwerkt

Al zijn werk was nieuw en gebaseerd op Venetië. Zoals op de geschiedenis, de laguna, de stad en de stadsheilige San Marco. Alles gemonteerd op vrijstaande stellages die de van oudsher al kunstrijke muren bijna geheel verborgen. Ik kreeg wel het idee dat door die volstrekt eigenzinnige combinatie van materialen over enkele tientallen jaren tientallen restaurateurs een flinke boterham aan zijn werk gaan verdienen. De Republiek Venetië ging na eeuwen te gronde, maar deze schilderijen met deze materialen doen dat zonder onderhoud vast veel sneller.

de manier waarop de werken in de zaal staan
de bovenkant waarbij een aantal belangrijke figuren uit het verleden van Venetië nog net over de rand heenkijken
detail van de gebruikte materialen, o.a. gesmolten tin (denk ik)

Hoe dan ook, Kiefer heeft het gepresteerd om met zijn machtige, moderne kunst net zo te imponeren als de Dogen met hun palazzo. Van mij mag hij de 121e Doge van Venetië worden. Ook al woont hij dan tegenwoordig onder de rook van Parijs. Waar hij nu een oud fabrieksterrein als atelier heeft. En zijn voormalige ateliercomplex in Barjac? Dat ga ik natuurlijk proberen volgend jaar te bezoeken. Tot volgende week.

TOOS

Wat zijn die Surrealistische Vrouwen Hot!


Peggy Guggenheim op het boventerras haar palazzo aan het Canal Grande

Peggy Guggenheim lustte er wel pap van. Van zowel mannen, zo ongeveer duizend volgens haar eigen zeggen, als van kunst, ook zo’n duizend schilderijen en beelden. Dat liep dus aardig gelijk op met elkaar. Maar daardoor liep ik vorige maand in Venetië wel over min of meer heilige kunstgrond. In het palazzo non finito, het niet afgemaakte paleis, het Palazzo Venier dei Leoni aan het Canal Grande. Het gebouw waarin  Peggy Guggenheim’s wereldberoemde collectie valt te bewonderen. De kunst dan, wel te verstaan. Waaronder bijvoorbeeld wereldberoemde surrealisten als Max Ernst, Yves Tanguy, Salvador Dali en René Magritte. Mannen dus. Maar, en dat moet je Peggy nageven, ook wel een paar vrouwen: Leonora Carrington en Leonor Fini. Over wie ik al eens eerder hier schreef. Maar dat komt straks.

het palazzo non finito

Heb je dat Canal Grande wel eens bevaren, dan is de kans heel groot dat je gelijk weet welk palazzo ik bedoel. Vlak voor het einde, waar het water zich wijd opent bij de Punte della Dogana, zit aan de rechterkant een soortement vreemde eend in de bijt. Een gebouw van maar één zielig verdiepinkje dat volgens de plannen in 1751 er vijf had moeten bevatten. Maar, zoals ’t daar dus voor de bewoners heet, nu het palazzo non finito. Het gebouw ook dat in 1949 werd aangekocht door die kunst en mannenbelustte Peggy Guggenheim. Om er tot haar dood in 1979 te blijven wonen. Nu het museum Peggy Guggenheim Collection waar tot eind september de expositie ‘Surrealismo & Magia’ (Surrealisme en Magie)was te zien. Met een keus uit de eigen collectie plus flink wat bruiklenen.

Daar was ik toch nog maar mooi op tijd bij! Want dat had ik me ook stellig voorgenomen na mijn tweedaags bezoek aan de Biënnale in mei. Waarvan het thema ‘The Milk of Dreams’ was opgehangen aan een boek van die bovengenoemde Leonara Carrington en een aantal andere vrouwelijke surrealisten. Lees hier en hier mijn schrijfsels daarover er maar op na.

De vrouwelijke surrealisten zijn de laatste jaren namelijk helemaal hot. Met overal ter wereld exposities over hen. Zoals bijvoorbeeld in 2020 in ons land in het Utrechtse Centraal Museum. Eindelijk, eindelijk krijgen ze de aandacht die ze verdienen. Want voor al die bekende mannen in hun surrealistische kringen van destijds waren die vrouwen niet meer dan hun muze en bedgenoot en zeker geen echte kunstenaars. Vrouwen konden toch niet geniaal zijn? Dat was alleen aan het mannelijk geslacht voorbehouden. Maar partnerruil valt niet onder genialiteit. Lees er deze blogaflevering nog maar eens op na.

Op die manier raakte Peggy Guggenheim, vanwege haar kunstinteresse en handel volop in allerlei kunstenaarkringen verkerend, ook getrouwd met Max Ernst. Niet zo lang trouwens, van 1941 tot 1946. Maar natuurlijk wel met het gevolg dat ik een flink aantal prachtige werken van hem kreeg te zien in ‘Surrealismo & Magio’.

Max Ernst, Europe after the Rain II (1940-42)
Max Ernst, Attirement of the Bride (1940)

Een verrassing was trouwens onderstaande foto gelijk bij de ingang van de tentoonstelling met daarop de al genoemde Leonor Fini en Leonora Carrington.

links Leonor Fini, rechts Leonora Carrington

Aan hen werd verderop ook behoorlijk aandacht gegeven. En dat deed mijn kunsthart goed. Omdat Leonor één van mijn kunsthelden is, veel meer dan Leonora. Haar schilderijen en haar levenswandel  spreken me om diverse redenen veel meer aan. Wat zeer zeker te maken heeft met de band die bestond tussen haar en mijn galerie Quadrige in Nice. Lees hier maar.

een paar schilderijen van Leonora Carrington in het aan haar gewijde zaaltje
beeld van Leonora Carrington, Cat Woman (La Grande Dame), 1951
Leonora Carrington, Portrait of Max Ernst (1939)
een bekend schilderij van Leonor Fini, The Shepherdess of the Spinxes (1941)
nog een bekend schilderij van haar (zie hieronder)
Leonor Fini, Stryges Amaouri (1947).

Het extra positieve van die nieuwe wereldwijde aandacht voor de surrealistische vrouwelijke kunstenaars is dat ik nu namen en schilderijen te voorschijn zie komen die me nog onbekend waren. Vrouwen die in kwaliteit absoluut niet onderdoen voor veel bekendere mannen. Gerechtigheid dus! Een paar voorbeelden.

Dorothea Tanning, The Magic Flower Game (1941)
Remedios Varo, Three Destinies (1956)
Kay Sage, Tomorrow is Never (1955)

Dan was er nog een andere leuke verrassing bij de expositietoegang.  Bij die affiche van Carrington en Fini hing ook deze.

Van een schilderij van de net niet wereldberoemde surrealist André Masson. Waarom een verrassing? Omdat ook die Masson in het verleden van galerie Quadrige voorkomt. En dat vind ik genieten, dat zich verknopen van lijnen uit mijn eigen  kunstleven met die uit het verleden, uit de kunstgeschiedenis.

André Masson, Study of a Portrait of Goethe (1940)
André Masson, Ophelia (1937)

Dan is ’t daarna best lekker om alles eens even rustig te overpeinzen in de tuin van het museum.

De tuin waar ooit ook Peggy Guggenheim rust vond in haar roerige leven en rondliep met die schoothondjes van haar. En waar nu niet alleen haar as maar ook die van haar vele hondjes is bijgezet.

Gezien de grootte van het graf is ’t maar goed dat er geen ruimte voor al haar mannen is vrijgemaakt. Tot volgende week.

TOOS

Marlene Dumas in Venetië en een Franse miljardairs verpieswedstrijd


Ik herinner me nog mijn positieve verbazing, als kunstzinnige inboorling van Eindhoven, toen ik in 1985 bovenstaande nieuwe aankoop in het Van Abbemuseum zag hangen. ‘Het kwaad is banaal’ uit 1984, van de voor mij toen nog onbekende Marlene Dumas. Zomaar de aankoop van een schilderij van een vrouw! Ongewoon voor die tijd. En nog eens figuratief ook. ’t Moest niet gekker worden.

Ook in mijn herinnering, maar die is hierbij wat vager, was daarover nogal wat commotie. Nu is Dumas’ schilderij ’t meest uitgeleende werk uit de Van Abbecollectie. Het ging al zowat de hele wereld over. Maar niet dus naar Venetië, waar ik afgelopen maand in haar solotentoonstelling ‘open-end’ zo’n 100 oude en nieuwe werken van haar zag. In het gigantische Palazzo Grassi aan het Canal Grande.

Palazzo Grassi met de aankondiging van de expositie van Marlene Dumas
de gigantische binnenhal
het imponerende trappenhuis
The Painter, portret van de dochter van Dumas die aan het schilderen is geweest

Wat er wel was? Een ander lievelingswerk van me, ‘The Painter’ uit 1994. Maar eerst nog even dat neoklassieke Palazzo Grassi, één van de recentste paleizen aan het Canal. Nou ja, recent? We hebben ’t dan wel over de tweede helft van de 18e eeuw. Na de bouw werd ’t het speeltje van diverse rijke families voordat het idee opkwam er een museumfunctie aan te geven. Dat leek, in 1984, Gianni Agnelli wel wat. Agnelli? Inderdaad, de grote en dus stinkend rijke baas van het Fiat-concern. Die gooide er ook gelijk een flinke restauratie tegenaan. Maar Agnelli ging dood in 2003. Dus op naar de volgende miljardair, plus bijpassende gebouwaanpassingen. Dat was François Pinault. Nooit van gehoord? Maar dan vast wel van dure modemerken als Gucci en Yves Saint-Laurent. Nou, zo’n man hoeft niet op 100 miljoen te kijken. Dat deed ie dik drie jaar geleden ten slotte ook niet na de vernietigende brand van de Cathédrale Notre-Dame in Parijs. Hup, 100 miljoen in het restauratiepotje.

Nu moet ik ineens denken aan nog zo’n Franse miljardair, Bernard Arnault. Die van de Louis Vuitton tasjes van een paar duizend euro, van Dior, van Henessey cognac en nog zo wat. Hij ging er wat uren later gelijk overheen met 200 miljoen. Eigenlijk een behoorlijk kinderlijk verpieswedstrijdje tussen een paar gigantisch rijke, oude mannen. Een wedstrijd die overigens al wat jaren duurt. Want beiden hebben ze nu ook hun eigen peper en muskaatdure privémuseum voor hun eigen miljoenen en miljoenen waard zijnde privékunstcollecties in Parijs. Bernard met z’n geheel nieuwe  La Fondation Louis Vuitton bij het Bois de Boulogne iets buiten, en François met de gerenoveerde Bourse du Commerce echt in het centrum. Ik moet beslist weer eens naar Parijs om te kunnen beoordelen wie hier nu het verste piest. Een verhaal voor ergens in de toekomst?

Fondation Louis Vuitton
Bourse du Commerce

In Venetië heeft, hoe dan ook, Pinault z’n straal het verst gekregen. Arnault bezit er nog niks en Pinault zelfs twee museumlocaties. Dat Palazzo Grassi en daarnaast nog de Punta della Dogana. Waar je zowat tegenaan vaart als je het Canal Grande binnengaat.

Punta della Dogana

Ook weer een aankoop en verpieswedstrijdje dat hij won van het Guggenheim kunstimperium. Dat van het Guggenheim museum in New York, Las Vegas, Bilbao, Abu Dhabi en ook Venetië. Waarbij dat museum in Venetië binnenkort een verhaal gaat opleveren.

Marlene Dumas, Awkward (2018)

Maar terug naar Marlene Dumas. Opgegroeid in Zuid-Afrika en als kunstenaar opgeleid in Nederland. Na die aankoop bij het Van Abbe steeds bekender geworden, nu vertegenwoordigd door wereldwijd bekende galerieën, met in de loop der jaren exposities in de bekendste musea voor moderne kunst en aangekocht voor allerlei privécollecties. Zoals die van François Pinault. Logisch dus dat hij gedurende de periode van deze Biënnale di Venezia 2022 (nog tot eind november) haar eens extra in het zonnetje wilde zetten.

even de grootte van Palazzo Grassi schetsen: ik sta bij de linker opening
de schilderijen die daar achter mij hangen, de meest recente van Dumas
Drunk, zelfportret (1997)
links nog eens ‘The Painter’, het rechter nog eens hieronder
Die Baba, de broer van Marlene Dumas, geschilderd n.a.v. een foto van hem op 6-jarige leeftijd

Goed natuurlijk voor de waarde van zijn eigen collectie en ook goed voor de verkoop en veilingprijzen van Dumas. Tegenwoordig een paar miljoen, geen probleem. Of het dat waard is? Dat is de eeuwig durende discussie bij kunst. Maar de expositie was absoluut de moeite waard.

Figure in a landscape (2010), gebaseerd op de Israëlisch-Palestijnse situatie
Blindfolded (2002), gebaseerd op een foto van een geblinddoekte Palestijnse man

Dumas weet in haar werken, vaak gebaseerd op en geïnspireerd door foto’s, met weinig vlekken en streken een persoon, een gezicht, een emotie neer te zetten. En dat is maar weinigen van de hedendaagse kunstenaars gegeven. Ik werd er af en toe echt door geraakt. Niet alleen vanwege ‘goed gedaan’, ook vanwege die emotie die ze zo raak weet te ververven.

zie hieronder een paar gezichten uit die reeks
Magdalena (1995), detail

En ook als ze met hele reeksen portretten aan de gang gaat, kun je tijdenlang kijken en speuren.

Great Men (2014-heden), portretten van bekende homoseksuele mannen die bekend zijn geworden
zoals van links naar rechts de beroemde schilder Francis Bacon, filmer en kunstenaar Pasolini en filmster Marlon Brando

Één van de hoogtepunten tijdens deze Biënnale. Want zo waren er meer. Welke? Tot volgende week.

TOOS

Het Arsenale: hoe een gouwe ouwe verviel tot zieltogend eendje en toch nog een trotse zwaan werd


kaart van rond 1720 van het Arsenale terrein

Het Arsenale di Venezia. Ik kondigde het vorige week al aan. Nu een magisch gebied voor de kunst, voor de Biënnale van Venetië. Maar eeuwen geleden naast symbool voor de grote macht van de Republiek Venetië ook de plek waar die macht concreet werd gemaakt. Elke keer opnieuw onderga ik daar de speciale sfeer van dat eeuwenoude, geheimzinnig complex. Drie jaar geleden, toen ik er voor het laatst was, en ook nu weer. Op m’n gemak dwalend door die aaneengeregen rij van hoge stenen hallen met de stoere zuilen. Nu gevuld met moderne kunst. Toen, heel ver voor de Industriële Revolutie, met duizenden handwerkslieden. Die er seriematig de handels en oorlogsschepen bouwden die La Serenissima haar geweldige rijkdom bezorgden. In een soort lopende band  proces, ver, ver avant la lettre. Elke dag zo’n schip. Kun je ’t je voorstellen?Een gigantische logistieke prestatie.

de toegang tot het Arsenale, schilderij van Canaletto uit 1732

Leeg ziet het begin van die hallen er nu uit als hieronder.

Maar als de Biënnale losbarst, is dat heel anders. Dan heeft de curator van dienst, elke twee jaar een andere, honderden meters lengte ter beschikking om zich helemaal uit te leven. Niet alleen daar, maar ook in het hoofdpaviljoen op het Giardini-terrein. Dit jaar dus Cecilia Alemani  die ik vorige week al noemde.

begin van het Arsenale bij deze Biënnale

In de jaren 90 begon dat allemaal. Toen kwam men op het idee een flink deel van het Arsenale bij de Biennale Arte di Venezia te trekken. Een gouden idee voor een gouwe ouwe die daar toch maar stond te verloederen en te vervallen. Napoleon, daar is ook hij weer, had er grootse uitbreidingsplannen mee, liet daarom al delen afbreken maar verdween toen van het wereldtoneel. Net als eigenlijk ook het ooit machtige Venetië.

Nu heb ik de afgelopen twintig, dertig jaar steeds meer hallen opgebouwd en gerenoveerd zien worden en is ’t een feest er rond te lopen. Waarbij je dan wel een aantal van dezelfde kunstenaars tegenkomt als in het hoofdpaviljoen. Zelfde expositiesamensteller ten slotte! Maar dan wel in een heel andere ambiance waarbinnen die curator met groot, hoog, lang en veel kan uitpakken.

nu volgt een ruime selectie aan foto’s
hier ben ik even de weg kwijt
maar dit was een detailfoto waard
tja, wat doe ik hier tussen dit object?

Ben je uiteindelijk door die eerste honderden meters aan hallen heen, dan maak je een haakse bocht naar links waarna er nog heel veel meer wat kleinere ruimten volgen.

andere gebouwen op het Arsenale-terrein, zelfs al met roltrap
nog een paar oude dokken

Waar landen aan de bak komen die destijds bij de inrichting van de Giardini geen eigen officiële plek verwierven om een paviljoen te laten bouwen. Van te voren weet ik dan al dat er ruimten zijn waar ik zal blijven hangen en ruimten waar ik me niet snel genoeg aan kan ontworstelen. Omdat ik dan niet snap wat er zich afspeelt in de bovenkamers van de aangestelde en ongetwijfeld zeer kunstgeleerde curatoren. Hier een kort beeldverslag van wat me wel en niet boeide.

leuk uitgelicht toch?
als ruimten best boeiend
maar de vulling?
positieve verrassing van Slovenië met Marko Jakse, goed geschilderd en een volstrekt eigen, boeiende wereld vol symbolen

Weer heel veel meters en tijd verder op dat uitgebreide Arsenale-terrein eindig je uiteindelijk bij het paviljoen van China. Dit keer volstrekt oninteressant. Waarna op het terras grenzend aan de afsluitende beeldentuin een koud pilsje heel erg verdiend voelt.

de volstrekte afknapper van het Chinese paviljoen
foto uit de beeldentuin helemaal aan het eind van de route

Mocht je er ooit belanden, neem dan daar de stille achteruitgang van het Arsenale. Nogal verborgen in de nog steeds bestaande muur die het hele terrein omringd. Een muur van meer dan drie kilometer lengte. Zo omvangrijk was dus dat ooit zo bruisende Arsenale.

een heel klein stukje van die hele lange muur

Maar waarom je nou juist daar er uit zou moeten willen? Omdat er een verrassing wacht. De heel authentieke, heel rustige Venetiaanse woonwijk Castello. Daar waar de eerste nederzettingen in de Venetiaanse laguna ontstonden. Nauwelijks toeristen, wel de prachtige Basilica di San Pietro di Castello. Eeuwenlang de zetel van het bisdom Venetië. Die door Napoleon, daar is ie weer, werd overgebracht naar de nu door toeristen overlopen Basiliek van San Marco. Tot die tijd alleen maar het niet onaangename huiskapelletje van de Doge.

straatje in Castello
waar iedereen natuurlijk een eigen bootje heeft
die Basilica di San Pietro di Castello

Hoe je dan vanaf die kalme noordoostelijke punt van Venetië terugkomt naar het drukke centrum? De vaporetto natuurlijk, de waterbus. Met als voordeel dat je langzaam weer dat prachtige silhouet van Museum Venetië ziet opdoemen.

Tot volgende week.

TOOS

Venetië, altijd een feessie!


Venice by night

gondelfile bij de Brug der Zuchten, niet doen, zoiets

Als ik vertel dat ik Venetië altijd een feest vind om heen te gaan, krijg ik vaak de reactie ‘maar Toos, dat is een soort Disneyland geworden, daar loopt ’t toch over van de toeristen ‘. Klopt. Zo’30 miljoen per jaar. En dat gaan er vast nog meer worden. Maar toch! Als je de stad kent, en dat doe ik na vele bezoeken zo langzamerhand wel, valt ’t heel erg mee. Gewoon de Venetiaanse varianten van de Amsterdamse Dam en Kalverstraat mijden en zie daar, rust! Want al die dagjestoeristen, 80% van het totaal, willen alleen maar naar de Rialtobrug en het San Marcoplein. Want dan hebben ze Venetië gezien. Denken ze. Ik ben vorige week, toen ik in La Serenissima, de Allerdoorluchtigste, verkeerde dan ook niet één enkele keer op dat plein met al die schijtduiven geweest.

buiten de Kalverstraat

Nee , ik kwam voor de wereldberoemde Kunstbiënnale van Venetië. Die heeft twee kernterreinen. De oude Giardini met heel veel landenpaviljoens en het Arsenale. Het uit de middeleeuwen stammende industrieterrein met zijn indrukwekkende gigantisch lange en hoge hangars. En weet je hoeveel bezoekers daar komen in de Biënnale periode van mei tot november? Ongeveer een half miljoen! In het veel kleinere Rijksmuseum komen er meer. Maar daarover een andere keer. Nu gewoon eerst  ‘mijn’ Venetië, waar ik in de loop der tijden drie keer heb geëxposeerd.

Daardoor maak ik elke keer ook een vaste gang naar het restaurant Aciugetha. Afkomstig van acciuga, Italiaans voor anchovis. Ergens in de jaren 90 aten we daar met een stel kunstenaars na een opening en heb ik een aquarelletje gemaakt voor de eigenaar. Dus moet ik toch regelmatig even controleren of mijn kunstwerk er nog aanwezig is. En ja hoor, ’t hangt er nog steeds. Zelfs op een officiële foto van hun website kon ik het ontdekken. Daar laat ik mijn kunstenaarsego toch graag door strelen.

het plein waaraan het restaurant Aciugheta

bij mijn aquarel daar

Het woord kunst  zou je trouwens wel als een synoniem kunnen zien voor Venetië. Afgezien van de moderne biënnale en alle andere eeuwenoude kunstschatten  is de stad al kunst van zichzelf. Die je dan al wandelend of varend tot je kunt nemen. Want lopen zul je! Geen auto’s, geen brommers, geen fietsen. Alleen de benenwagen en de vaporetto, de waterbus. Heerlijk gewoon. Daar horen natuurlijk ook terrassen bij. En dan niet die aan de Kalverstraat maar gewoon in de wijken waar de echte Venetianen wonen. Zoekt en gij zult vinden.

aan het tekenen op zo’n rustig terras

op een Venetiaans feest tussen de Venetianen met een Venetiaanse vriendin, curator Efthalia Rentetzi

de kade van Giudecca

Dan geniet je daar van je spritz in relatieve rust, want ’t blijven vanzelfsprekend wel italianen waar je tussen zit. Dit keer zaten we veel op Giudecca, een wijk en eiland even buiten alle drukte. Op een terras met het kanaalwater klotsend tegen de kade bij je voeten en een heerlijk uitzicht. Tussen de Italiaanse bambino’s en bambina’s met bijbehorende moeders en grootmoeders. Met de arbeiders die er einde middag hun aperitief komen halen. En de enkele  erheen gedwaalde toeristen. Leven als God in Venetië!

het Canal Grande, gezien vanuit een van de prachtige paleizen

ook het huisvuil moet vanuit Venetië per boot vervoerd worden

zo’n prachtig verweerde muur in Venetië

een zaal in een van de vele prachtige paleizen

hoezo geen rustige plekjes in Venetië?

Oh ja, en die spritz die tegenwoordig zo heel erg in is, overal in Europa, schijnt dus echt uit Venetië te komen. We ontdekten dat drankje daar al weer heel wat jaren geleden. Heerlijk: voor ons 1/3 prosecco, 1/3 bruisend mineraal water en 1/3 Campari. Want met dat wat bittere laatste is ie veel lekkerder dan met die zoetige Aperol. Proost! En tot volgende week.

TOOS

De venetianisering van Venetië


Je leest er tegenwoordig regelmatig over, Amsterdam is aan het venetianiseren. Maar wat betekent dat eigenlijk? Een paar maanden geleden was ik voor de tigste keer weer eens een week in dat Venetië, het grootste en mooiste openlucht museum ter wereld. Dus een beetje ervaringsdeskundige mag ik mijzelf wel noemen.

Het is beslist een feit dat steeds grotere massa’s toeristen de Amsterdamse binnenstad als een soort tsunami overstromen. Met, naar verluid, de bijbehorende geluidstsunami  van dag en nacht voort denderende rolkoffers en brallende, niet meer zo sobere toeristen. Met een toenemend aantal Airbnb kamers en appartementen die de eigenaar menige euro doen toevloeien. Met plaatselijke stanktsunami’s  in de openbare ruimte van soms minder en soms meer verteerde vloeistof en voedselresten die juist van toeristen afvloeien. En met, niet te vergeten, de fietstsunami  van grote groepen die hun leenfiets als een oneigenlijk voorwerp onder hun achterste ervaren en al zwalkend moeten anticiperen op het nogal gehaaste, agressieve fietsgedrag van de autochtonen. Gevolg? Fietsfiles, menige fietsbotsing en bijbehorende Babylonische taal en vloekverwarringen.

Hoe zit dat dan in La Serenissima Repubblica Venezia, de allerdoorluchtigste Republiek Venetië, zoals de naam ooit luidde?  Maar even een paar  foto’s.

bij het Dogenpaleis

‘rustige’ vaporetto, ’t kan veel en veel voller

fotootje maken op de Rialtobrug

om de hoek bij het San Marcoplein

Één ding ontbreekt in ieder geval op die plaatjes. Fietsers. Want in Venetië zult gij lopen of varen. Alleen kindertjes mogen op hun fietsjes over de pleinen heen en weer scheuren. Meestal onder het toeziend oog van moeder. Als die ten minste dat oog niet even heeft afgewend vanwege de niet te versmaden gesprekken met andere toeziende moeders. Met natuurlijk de laatste Venetiaanse roddels. Want in dat opzicht is Venetië echt een dorp. Al lopend komt iedereen altijd iedereen tegen. Maar ‘iedereen’ wordt snel kleiner. Het aantal inwoners is al gezakt tot ergens rond de 50.000. Terwijl het aantal toeristen exponentieel is gestegen. Zo’n 30 miljoen nu per jaar.  Gemiddeld dus meer dan 80.000 per dag. Let wel, gemiddeld! Er zijn dus dagen met een veel groter aantal. En die persen zich dan met z’n allen op de vaporetto’s, de waterbussen, en door de smalle straten. Maar godzijdank vooral door de Kalverstraat die zich vanaf het station langs de Rialtobrug naar het San Marcoplein wringt. Want juist die plekken, daar moeten we als lemmingen heen met z’n allen. Die Kalverstraat overigens is meer een netwerk van zich aaneenrijgende, vaak haaks op elkaar staande straten met allerlei vernauwingen, verbredingen en heel veel bruggetjes.

de rolkofferbrigade op stap

filevorming op het water

Daar moet je dus ook niet willen zijn. Mijd de diersoort die zich daar in kudden voortbeweegt: de dagjesmens. Een asociale diersoort die het blokkeren van straten voor anderen als vanzelfsprekend beschouwt. Militaire wegblokkades zijn er niets bij is. Als het dan ook nog gaat regenen en de paraplu’s te voorschijn komen, moet je, al maaiend met armen en handen, echt een gevecht leveren voor het behoud van je ogen. Je ziet dan ook gelijk wie de echte Venetianen zijn. Die hebben een superieur paraplugebruik ontwikkeld waardoor ze vrijwel niemand tot last zijn. Maar goed, dat is dus  in die Kalverstraat. Als ’t ook maar even kan, mijd ik die dus.

het Canal Grande kent ook rustige tijden

Sla zoveel mogelijk de zijstraatjes in, neem gewoon het risico dat je doodloopt tegen een kanaal of toch de kaart erbij moet pakken om te zien hoe je verdwaald bent. Hoewel? Echt verdwalen kun je nooit. Je zit ten slotte op een stelsel van eilandjes met maar één verbindingsweg naar de kust. Dan ervaar je wat La Serenissma echt is en hoe rustig grote delen zijn. Dan snap je dat geboren Venetianen niets liever willen dan in hun prachtige stad blijven wonen. Maar ja, als je moet huren, is dat nauwelijks meer op te brengen. Veel te duur. Huiseigenaren verhuren liever aan toeristen, dan vangen ze heel veel meer.

Toen wij ‘ons’ appartementje, midden tussen Rialtobrug en San Marcoplein in, jaren geleden ontdekten, waren er volgens de eigenaar zo’n tweehonderd van dat soort verhuurappartementen. Nu, met de vlucht die Airbnb heeft genomen, zo’n tweeduizend. Afgezien nog van de groei van het aantal hotels.

ergens daar achteraan zit ik op een heerlijk terras

Dus is Venetië gevenetianiseerd? Ja en nee! Lallende, bezopen toeristen? Nauwelijks. Prachtige plekken waar de dagtoeristen niet komen? Vele. Terrassen waar je in alle rust kunt zitten met een koele spritz in de hand? Zoekt en gij zult vinden. Als je daar dan zit met een zonnetje erbij kan Venetië niet kapot. Nooit niet! Loop je in de schemering door de stad als de lemmingen zijn verdwenen? Een ervaring die je nooit vergeet. En doe je dat ’s avonds laat? Één grote museale ervaring. Venetië is voor mij altijd een feest.

Venetië ’s nachts

Maar één ding moet absoluut gebeuren. Die joekels van cruiseschepen moeten uit de stad worden verbannen. Een absolute schande dat die ooit zijn toegestaan. Dat vinden de bewoners ook. Maar ja, overheid, geld en corruptie? De doorsnee Venetiaan kan daar heel veel over verhalen.

een absolute schande, die cruiseschepen in Venetië

Tot volgende week.

TOOS

Venice revisited


Ven01

Ven05 In het Engels klinkt die titel toch veel leuker dan in het Nederlands vanwege de allitererende klanken die er in zitten. “Venetië herbezocht” heeft ’t toch niet helemaal. Als titel dan. Want in het echt zou ik er zo weer heen willen. Ook al was ik er afgelopen lente al tweemaal een week vanwege mijn deelname daar aan de expositie “Differences on Identity: Artistic Perspectives”. Destijds heb ik er uitgebreid over geschreven. Waarom ik daar nu dan op terugkom? Ik kon Venetië weer even herbeleven door het fotoboek dat ik op de deurmat achter de brievenbus vond. Gemaakt vlak voor een aantal weken Verweggistan waarbij ik verdween onder de internetradarhorizon. Leuk woord trouwens voor Scrabble. Nu, bij terugkomst, kon ik me gelijk verlustigen aan mijn eigen maaksel. Een heel kleine keus uit de foto’s staat hier verspreid. Met misschien een net even andere kijk op de stad dan de obligate.

Ven02 Ven03 Ven04

Dat is toch maar een groot voordeel van onze digitale revolutie. Vroeger was ’t knippen, plakken en schrijven met de afgedrukte foto’s om er een vakantieboek van te maken. Nu kun je de digitaal gemaakte foto’s eerst digitaal bewerken. Ze daarna, zonder plakhandjes te krijgen, digitaal plakken in een digitaal fotoboek met ontzettend veel digitale lay-out en opleuk mogelijkheden. En daarna stuur je het digitaal op. In dit geval naar Engeland. De digitale internetkabels op de Noordzeebodem zijn er goed voor. Dan nog digitaal drukken en klaar is Kees. Alhoewel? Dan hebben we toch nog de ouderwetse post en bijbehorende postbezorger nodig. Die laatste moet echt nog zorgen voor de zware plof op de deurmat. Want dat wil natuurlijk wel bij een fotoboek van 100 pagina’s. Hoe snel is die hele ontwikkeling wel niet gegaan?

de stoere zeebonken waarvan Venetië afhankelijk is voor het vervoer over water
de stoere zeebonken waarvan Venetië afhankelijk is voor het vervoer over water

de haltes voor de vaporetto, de waterbus
de haltes voor de vaporetto, de waterbus

geen water in de buurt, dan lopen
geen water in de buurt, dan lopen

Ven12 Ik weet nog heel goed dat Peter Leen, één van de galeriehouders waarmee ik werk, mij zo’n dikke tien jaar geleden trots zei “Toos, ik wil je iets bijzonders laten zien”. Hij kwam terug met een boek. “Toos, een vriend van me heeft nu zoiets bijzonders ontwikkeld, dit moet je zien”. Wat bleek? Die vriend had een computerprogramma ontwikkeld, tegenwoordig schijn je dat een app te moeten noemen, voor het drukkerijtje dat hij had opgericht. Daarmee kon je je digitale foto’s  via internet in een fotoboek zetten. Gewoon één exemplaar laten drukken en als kunstenaar had je altijd gelijk, en relatief heel goedkoop, je eigen kunstboek bij je. Revolutionair! Toen! En nu? Heel gewoon toch! Over een aantal jaren weet niemand meer beter. Komt kleinkind met zo’n op zolder gevonden ouderwets fotoplakboek bij oma en vraagt “Hoe maakten jullie zoiets vroeger?”Ik kan me voorstellen dat het de “grijze koppen” en de grijze cellen daar binnenin onder de hersenpan wel eens duizelt.

Ven08 Ven10 Ven11

Weet je nog wanneer de eerste iPad verscheen? In 2010. Ik herinner me dat nog goed omdat mijn Amerikaanse galeriehouder, bij wie ik toen op bezoek was, tegen me zei “Toos, nu is er zoiets bijzonders op de markt, dat moet je zien”. Wij naar zo’n heerlijk gezellige, typisch Amerikaanse shopping mall met daarin een gigantisch grote elektronicawinkel van een aantal verdiepingen. Daar lag ie dan. De iPad1. Magisch! Ik heb er gelijk een gekocht en daarvan nooit ene chip spijt gehad. Maar dat was dus nog maar vijf jaar geleden. Eigenlijk onvoorstelbaar. Hoe zou een wereld zonder tablet nu nog kunnen functioneren? Je zou toch geen leven meer hebben! De afkickklinieken zouden volstromen en het werk niet meer aankunnen. Oké, misschien overdrijf ik hier nu een ietsiepietsie. Maar snel gaat ‘t.

Dus kun je nu ook heel makkelijk even een link geven naar zo’n digitaal fotoboek. Voor dat van mij is die http://bit.ly/1QyxOA4 .

Ven13

Want dat hoort er natuurlijk ook bij. Ik maak zo’n boek en kan gelijk iedereen die er belangstelling voor heeft, ervan laten meegenieten. Gewoon even linken met de cloud. Niks zweverigs met kleine waterdruppeltjes overigens. Niets anders dan een serverkast die ergens op deze wereld in een héééél grote hal stevig verankerd aan de grond staat te zoemen. Dus als je wilt, beleef dan mijn Venetië van de afgelopen lente mee. Veel plezier daarbij. Tot volgende week.

TOOS