
Vorige week schreef ik al over ‘Onvergetelijk: Vrouwelijke Kunstenaars van Antwerpen tot Amsterdam, 1600-1750’ in het Gentse Museum voor Schone Kunsten. Een wat rommelig opgezette expositie, maar wel een die het kunstzinnig deel van mijn brein aardig op hol deed slaan. Mee door dat ‘Onvergetelijk’, dat begon me dwars te zitten. Dat ga ik nu even van me af te schrijven.

Als lezer weet je dat ik graag meega in de museumtrend waarbij in het verleden weggeschreven en vergeten vrouwelijke kunstenaars nu weer in de kunstgeschiedenis beginnen terug te keren. Maar in Gent kreeg ik toch een wat onbehaaglijk gevoel. Welk deel van de ruim vijftig getoonde, veelal vergeten kunstenaars verdiende nou echt dat label ‘Onvergetelijk’? Was hier een trend niet aan het doorslaan?
Neem bijvoorbeeld deze twee schilderijen. Van de voor mij onbekende Catrina Tieling en Cornelia de Rijck.


Zogenaamde genreschilderijen met populaire onderwerpen in die lange 17e eeuw. Vakkundig geschilderd, maar verder niks bijzonders. Veel mannelijke kunstenaars hebben er destijds honderden zo niet duizenden van dezelfde kwaliteit gemaakt. Maar zijn veel van die mannen nu ook niet in de kunstvergetelheid geraakt? Net als die vrouwen? Op zich prima dat Catrina en Cornelia nu weer op de kunstkaart worden gezet. Maar ‘Onvergetelijk’?
Op de terugweg uit Gent kwam een ideetje in me op. ‘De Glijdende Schaal van Vergetelijk tot Onvergetelijk’. Een horizontale lijn met links het woord ‘vergetelijk’ en rechts ‘onvergetelijk’. Stel nou eens dat iedere bezoeker een papier zou hebben gekregen met daarop voor elke vrouwelijke kunstenaar zo’n lijn. En dat ze dan hun waardering voor de kunstenaar konden uitdrukken met een verticaal streepje ergens op die lijn. Ik ben benieuwd wat er dan voor Catrina en Cornelia uit de bus zou komen? Hadden ze dat in Gent nou zelf niet kunnen bedenken? Leuk toch, zo’n publieksparticipatie?
Zelf zou ik trouwens af en toe best in de problemen zijn gekomen bij dat streepje-zetten. Neem nou bijvoorbeeld Maria Sibylla Merian.

Duits van oorsprong en in haar tijd al bekend door haar biologische studies naar rupsen, insecten en planten en de technisch kundige aquarellen en gravures die ze erbij maakte. Ze maakte rond 1700 zelfs nog een lange reis naar Suriname om daar in het oerwoud onderzoek te doen. De gravure hierboven stamt uit haar ‘Verhandeling over het ontstaan en de metamorfosen van Surinaamse insecten’. In die zin is ze als vrouw in de maatschappij van toen absoluut ‘Onvergetelijk’. Maar waar nou dat streepje voor haar kunst te plaatsen op die glijdende schaal? Vakkundig zeker! Maar dan?

Zoiets heb ik ook bij Anna Maria van Schurman.

Een adellijk en welgesteld multitalent: humanist, taalkundige, theoloog, dichter, kunstenaar, de eerste vrouw in Nederland die aan de universiteit mocht studeren, gekend in de Europese wetenschappelijke mannenwereld. Krijg dat maar eens voor elkaar! Maatschappelijk gezien dus ‘Onvergetelijk’. En die zelfportret-gravure toont zondermeer haar artistieke talent aan. Net als ook onderstaand zelfportretje, gesneden uit palmhout.

Maar wat heeft ze verder nog meer aan eigen kunst nagelaten? Oké, papierknipsels, kalligrafie, borduurwerk. Maar feitelijk te weinig om goed te kunnen oordelen over haar plek in de kunstgeschiedenis. Dus waar moet nou in godsnaam dat streepje komen op mijn eigen ‘Schaal van Vergetelijk tot Onvergetelijk’?
Makkelijker is dat bij de nu weer bekende Maria van Oosterwijck en de onbekende Catharina II Ykens. Vergelijk maar eens.


Waar zou je zelf Maria en Catharina ten opzichte van elkaar plaatsen? Voor mij is dat duidelijk.
Best een leuk spelletje toch? Vooruit, nog een paar?
Van Maria Schalcken liet ik vorige week al onderstaand schilderijtje zien. Ik doe er nog haar tweede op de expositie bij.



Waar zou je haar plaatsen? En blijft dat zo als je weet dat alleen deze twee werken van haar bekend zijn, dat vermoedelijk schilderijen van haar later zijn toegeschreven aan haar veel bekendere, een paar jaar oudere broer Godfried Schalcken en dat ze mogelijk nauwelijks meer heeft geschilderd na haar trouwen?

Vorige week liet ik ook bovenstaand schilderij al zien. Wow! Het bleek van ene Johanna Vergouwen te zijn. Daarvan wilde ik wel meer zien. Maar wat bleek? Ze had zich vooral gespecialiseerd in het maken van kopieën van schilderijen van de beroemde mannen Rubens en Van Dijck.

Ze handelde ook in kunst en wist dus heel goed waar vraag naar was. Eigenlijk best jammer. Maar ja, ook een ongetrouwde vrouw moet kunnen leven. Ongetrouwd, in die tijd? Ja, want ze was een zogenaamde geestelijke dochter. Maar dat is een ander verhaal.
Uiteindelijke conclusie? Dat ‘Onvergetelijk’ hadden de conservatoren toch echt beter weg kunnen laten. Dat label geldt maar voor een beperkt aantal vrouwen in de expositie. En laten dat nou juist zij zijn die al eerder boven kwamen drijven in de trend! Dus daarom hieronder nog een paar van hun schilderijen die op de expositie hangen.







Tot volgende week.
TOOS











































































































































































































































































































































