Ik ben niet snel meer flabbergasted. Als je veel ziet, wordt het steeds moeilijker om blij verrast te worden. Maar vorige week overkwam ’t me weer eens een keertje. In een paar heel grote ruimtes in een gebouw waar je totaal geen kunst verwacht.

Alweer een dikke tien jaar geleden maakte ik op de Biënnale van Venetië het ontstaan van een nieuwe kunsttrend mee. Textiel in allerlei kunstzinnige uitingsvormen ging ’t worden, dat was duidelijk. En die waarneming klopte. De afgelopen jaren is die trend alleen maar sterker en gevarieerder geworden. Ter illustratie hieronder wat biënnale-foto’s uit verschillende jaren. Zeker en vast ga ik dat dit jaar bij de 61ste editie van de Biënnale Arte opnieuw meemaken. Altijd een feessie daar in die prachtige stad.




Maar vorige week dus werd ik onverwacht verrast door ‘Main de Dieu / Main de Diable’ (Hand van God/Hand van de Duivel, open op za en zo van 13-17 uur). Een tentoonstelling met textielmaterialen in de absolute hoofdrol. En dat of all places in ‘The Globe’. Een groot multifunctioneel gebouw met zelfs een klimwand erin. In het rommelige gebied achter het Station Hollands Spoor in Den Haag, waar ik terecht kwam door een kunstinitiatief van de achterbuurvrouw van levensgezel, Det Regts. Die met vriendin Saskia Groenewegen een aantal jaren geleden ‘Triple A Projects’ oprichtte. Met als doel het organiseren van pop-up exposities op steeds andere, tijdelijke locaties. Deze nieuwe is, als een duveltje uit een doosje, een onverwacht speciale pop-up.

Had ik ooit gehoord van de in Den Haag levende Nederlandse designer en textielkunstenaar Peter George d’Angelino Tap? Nee dus! Als excuus heb ik natuurlijk wel dat de textielwereld net weer even een andere is dan die van de beeldende kunst. En ik hou eerlijk gezegd ook niet echt bij dat die verrassende jasjes van tv-figuur Splinter Chabot door Peter George worden ontworpen. Net als kleding voor het beroemde klassieke pianisten-broertjesduo Lucas en Arthur Jussen.


Maar die jasjes stellen niks voor bij alles wat nu van hem te zien in drie grote, lege betonzalen in dat ‘The Globe’. Leeg omdat het hotel dat die ruimten in beslag nam er een poos geleden al uittrok. Een buitenkans daardoor voor Det en Saskia om helemaal uit hun dak te gaan bij het inrichten van Peters eerste grote overzichtstentoonstelling. Met van alles wat Peter George in zijn tot nu toe 40-jarige carrière heeft gecreëerd. Kijk maar.





Van alles dus, want ’t gaat echt niet om alleen kleding. Wel of niet draagbare sculpturen van stof, borduursels, kralen, metalen nekvormen, mouwen waarvan de opening aan de jurk zelf vast zitten en nog veel meer. ’t Gaat ook om gigantische wandtapijten, om decors, om installaties. Als je uitzoomt is die expositie zelf eigenlijk één grote kleurrijke en fantasierijke installatie van kleedpoppen, kleuren, stoffen, lappen en beklede wanden.




En als je inzoomt, zie je pas goed wat een ongelooflijke verscheidenheid aan materialen door Peter George is gebruikt. Je kijkt bijna letterlijk je ogen uit bij wat hij, even lekensimpel geformuleerd, met naald en draad voor elkaar krijgt.




Nu weer even uitzoomen. Naar bijvoorbeeld het decor wat Peter George maakte voor een voorstelling in Bazel van Verdi’s opera ‘I due Foscari’, spelend in Venetië. En waarvoor hij ook de kleding en enscenering bedacht.


Dat 22 meter lange decor ‘Das Licht in der Laguna’ met daarin, eigenlijk letterlijk, verweven de weergave van het water, het licht en de geschiedenis van de Dogenstad spreekt me natuurlijk sterk aan. Zeker ook vanwege de vele ‘Venetië-schilderijen’ die ik zelf maakte.
En dan hangt daar ineens ook een gigantisch tapijt met het Grieks mythologische verhaal van Europa en de Stier.

Of een tapijt, nu van 4 bij 1 meter, geïnspireerd op de heks Baba Yaga uit de Slavische mythologie. Waarin Peter George zijn ideeën over de oorlog in Oekraïne heeft verwerkt. Als je goed kijkt, zie je bovenin een karikatuur van de kop van Poetin.


De expositie loopt tot 14 april. Maar Det Regts is nog bezig om te kijken of ze er een paar weken aan vast mocht plakken. Dat komt dan ongetwijfeld te staan op de website van Triple A Projects. Net zoals ongetwijfeld ook op de website van Peter George d’Angelino Tap zelf.



Tot volgende week.
TOOS























































































































































































































































































































































