Daverend Verrassende Textielkunst achter het Station Den Haag Hollands Spoor


Ik ben niet snel meer flabbergasted. Als je veel ziet, wordt het steeds moeilijker om blij verrast te worden. Maar vorige week overkwam ’t me weer eens een keertje. In een paar heel grote ruimtes in een gebouw waar je totaal geen kunst verwacht.

dat witte gebouw dus

Alweer een dikke tien jaar geleden maakte ik op de Biënnale van Venetië het ontstaan van een nieuwe kunsttrend mee. Textiel in allerlei kunstzinnige uitingsvormen ging ’t worden, dat was duidelijk. En die waarneming klopte. De afgelopen jaren is die trend alleen maar sterker en gevarieerder geworden. Ter illustratie hieronder wat biënnale-foto’s uit verschillende jaren. Zeker en vast ga ik dat dit jaar bij de 61ste editie van de Biënnale Arte opnieuw meemaken. Altijd een feessie daar in die prachtige stad.

foto’s van verschillende edities van de Biënnale

Maar vorige week dus werd ik onverwacht verrast door ‘Main de Dieu / Main de Diable’ (Hand van God/Hand van de Duivel, open op za en zo van 13-17 uur). Een tentoonstelling met textielmaterialen in de absolute hoofdrol. En dat of all places in ‘The Globe’. Een groot multifunctioneel gebouw met zelfs een klimwand erin. In het rommelige gebied achter het Station Hollands Spoor in Den Haag, waar ik terecht kwam door een kunstinitiatief van de achterbuurvrouw van levensgezel, Det Regts. Die met vriendin Saskia Groenewegen een aantal jaren geleden ‘Triple A Projects’ oprichtte. Met als doel het organiseren van pop-up exposities op steeds andere, tijdelijke locaties. Deze nieuwe is, als een duveltje uit een doosje, een onverwacht speciale pop-up.

met Det Regts op ‘Main de Dieu / Main de Diable’

Had ik ooit gehoord van de in Den Haag levende Nederlandse designer en textielkunstenaar Peter George d’Angelino Tap? Nee dus! Als excuus heb ik natuurlijk wel dat de textielwereld net weer even een andere is dan die van de beeldende kunst. En ik hou eerlijk gezegd ook niet echt bij dat die verrassende jasjes van tv-figuur Splinter Chabot door Peter George worden ontworpen. Net als kleding voor het beroemde klassieke pianisten-broertjesduo Lucas en Arthur Jussen.

jasjes van Lucas en Arthur Jussen in een soort installatie
Peter George d’Angelino Tap

Maar die jasjes stellen niks voor bij alles wat nu van hem te zien in drie grote, lege betonzalen in dat ‘The Globe’. Leeg omdat het hotel dat die ruimten in beslag nam er een poos geleden al uittrok. Een buitenkans daardoor voor Det en Saskia om helemaal uit hun dak te gaan bij het inrichten van Peters eerste grote overzichtstentoonstelling. Met van alles wat Peter George in zijn tot nu toe 40-jarige carrière heeft gecreëerd. Kijk maar.

gewoon even wat foto’s van de expositie

Van alles dus, want ’t gaat echt niet om alleen kleding. Wel of niet draagbare sculpturen van stof, borduursels, kralen, metalen nekvormen, mouwen waarvan de opening aan de jurk zelf vast zitten en nog veel meer. ’t Gaat ook om gigantische wandtapijten, om decors, om installaties. Als je uitzoomt is die expositie zelf eigenlijk één grote kleurrijke en fantasierijke installatie van kleedpoppen, kleuren, stoffen, lappen en beklede wanden.

En als je inzoomt, zie je pas goed wat een ongelooflijke verscheidenheid aan materialen door Peter George is gebruikt. Je kijkt bijna letterlijk je ogen uit bij wat hij, even lekensimpel geformuleerd, met naald en draad voor elkaar krijgt.

meer gedetailleerde foto’s

Nu weer even uitzoomen. Naar bijvoorbeeld het decor wat Peter George maakte voor een voorstelling in Bazel van Verdi’s opera ‘I due Foscari’, spelend in Venetië. En waarvoor hij ook de kleding en enscenering bedacht.

foto van de opvoering destijds met op de achtergrond recht het bedoelde decor
deel van dat decor op de expositie

Dat 22 meter lange decor ‘Das Licht in der Laguna’ met daarin, eigenlijk letterlijk, verweven de weergave van het water, het licht en de geschiedenis van de Dogenstad spreekt me natuurlijk sterk aan. Zeker ook vanwege de vele ‘Venetië-schilderijen’ die ik zelf maakte.

En dan hangt daar ineens ook een gigantisch tapijt met het Grieks mythologische verhaal van Europa en de Stier.

wandtapijt met Europa en de Stier

Of een tapijt, nu van 4 bij 1 meter, geïnspireerd op de heks Baba Yaga uit de Slavische mythologie. Waarin Peter George zijn ideeën over de oorlog in Oekraïne heeft verwerkt. Als je goed kijkt, zie je bovenin een karikatuur van de kop van Poetin.

rechts het tapijt over Baba Yaga
de kop van Poetin bovenin het tapijt

De expositie loopt tot 14 april. Maar Det Regts is nog bezig om te kijken of ze er een paar weken aan vast mocht plakken. Dat komt dan ongetwijfeld te staan op de website van Triple A Projects. Net zoals ongetwijfeld ook op de website van Peter George d’Angelino Tap zelf.

nog een paar plaatjes om af te kicken

Tot volgende week.

TOOS

Marlow Moss: de Vrouw en Queer avant la lettre  die Mondriaan op de Dubbele Lijn zette


Vorig jaar april, Stedelijk Museum Amsterdam, een zaal met een keus uit de grote museumcollectie. Hé, is dat daar ‘een Mondriaan’? Dat vraagteken bleek terecht. Geen Mondriaan maar een schilderij van Marlow Moss.

Marlow Moss, Compositie in rood, zwart en wit (olieverf op doek, 1953)
Marlow Moss

Hé, Moss, Marlow Moss? Ver weg rinkelde een belletje. Was dat niet die van de naamsverandering en van de twee lijnen? Ergens ooit had ik daarvan iets meegekregen. En ja hoor, daar stond ’t al. Marjorie Moss (1890-1958) die zich in 1926 meer genderneutraal Marlow Moss ging noemen en begin jaren 30 ‘onze’ Piet Mondriaan de dubbele lijn aanpraatte. Paste dat even mooi bij drie huidige museumtrends. Één: vrouwelijk kunstenaar. Twee: veronachtzaamd in de recente kunstgeschiedenis. Drie: queer, want Moss past helemaal in het rijtje LHBTQIA+. Veel meer wist ik tot voor kort eigenlijk niet over Marlow. Maar ik was wel nieuwsgierig geworden.

Daaraan kon ik kortgeleden wat doen. Want in het Kunstmuseum Den Haag kon ik na de grote expositie ‘London Calling’ gelijk doorlopen naar een veel kleinere onder de naam ‘Marlow Moss’.

voor twee schilderijen van Marlow Moss op de expositie

Het Kunstmuseum had van haar namelijk een koffer met aantekeningen en schetsen verworven, gemaakt in allerlei perioden van haar leven. Waarvan nu een deel wordt getoond (tot 10 mei). Zo leerde ik tot mijn verrassing dat Moss regelmatig had verkeerd in Biggekerke op Walcheren. Op nog geen 8 kilometer van mijn eigenste Middelburg! Kijk, dat triggert. En vandaar dit stukje. Ook nog mooi passend in deze International Women’s History Month waarover ik vorige week al schreef.

nog een paar staatsieportretten van Marlow, altijd gekleed in een soort ruiterkostuum

Maar hoe kwam het Engelse ‘ventjeswuuf’, zoals Marlow in Biggekerke wel werd genoemd, daar terecht? De liefde dus. Een lang verhaal kort.

Marjorie, telg van een rijke zakenfamilie. Ze kon haar hele leven lang doen wat ze wilde. Best makkelijk als je eigenzinnig bent en ook nog kiest voor de kunst. Diverse academies in Engeland en ten slotte eind jaren 20 ook in Parijs. Waar ze les kreeg van de bekende kubist Fernand Léger. Ze zag er voor het eerst werk van Mondriaan en een wereld ging open. De abstracte wereld van het neoplasticisme met z’n horizontale en verticale lijnen en primaire kleuren. Dat was ‘t! En toen kwam ze er in 1929 ook nog haar grote liefde tegen. Op een terras. Waar tussen haar en schrijfster Netty Nijhoff-Wind, vrouw van uitgever Martinus Nijhoff, de vonken gelijk knetterden. De rest van hun leven blijven ze een koppel.

Marlow en Netty bij het buitenhuis/atelier van Marlow Moss in Normandië

Netty, die Mondriaan persoonlijk kende vanuit Nederland, bracht Marlow in kennis met de ook in Parijs wonende Mondriaan. De twee kunstenaars waardeerden elkaar gelijk, hoewel ze heel verschillend werkten. Mondriaan deed dat meer intuïtief door op gevoel met zijn lijnen te schuiven tot de compositie hem beviel, Moss ging wiskundig te werk. Zich daarbij voor haar compositie baserend op mathematische verhoudingen in de natuur en bijbehorende berekeningen. Dat is in het Kunstmuseum ook duidelijk te zien aan getoonde schetsen.

twee van die meetkundige tekeningen uit de koffer

Ze zocht ook naar meer beweging en bedenkt dat twee dicht naast elkaar lopende lijnen dynamiek kunnen suggereren. Ik moet altijd wel weer glimlachen als dit in kunstbeschouwingen een ‘revolutie’ wordt genoemd. Maar in de neoplastische kunstwereld was dit zo’n vernieuwend idee dat er stevig over werd gediscussieerd. Maar uiteindelijk zag ook Mondriaan het wel zitten.

een van de eerste schilderijen van Marlow Moss met een dubbele lijn. (1932), te zien bij de expositie
Piet Mondriaan, een schilderij van hem uit 1937 met ook dubbele lijnen, ook te zien op de tentoonstelling

Toch maar mooi een ‘revolutie’ veroorzaakt door een vrouw! Lang is dit verhaal ‘dood’ geweest. Maar nu past ’t natuurlijk helemaal in die al genoemde vrouwen-kunsttrend.

Een deel van de Kunstmuseum-tekst bij een schilderij van Moss uit 1932 waarin die dubbele lijn voorkomt, wil ik je toch niet onthouden. “In het schilderij kruisen de zwarte lijnen elkaar niet, maar loopt de dubbele lijn ononderbroken over het doek. Hierdoor creëert Moss spanning tussen de twee helften van de compositie. Door het gebruik van dubbele lijnen op het doek kon Moss een dynamische compositie creëren.”

nog maar eén van Marlow Moss in het Kunstmuseum

Stel dat je niet echt een Mondriaan-liefhebber bent, dan denk je vast “waar gaat dit over”. Maar ja, hoe je ’t ook bekijkt, in de 20ste eeuwse kunsthistorie speelt het neoplasticisme toch een belangrijke rol.

Terug naar Biggekerke. In 1939 verlaten Marlow en Netty Frankrijk vanwege de oorlogsdreiging en betrekken het door de welgestelde familie Nijhoff gebouwde buitenhuis ‘Antoinette’ in dat Biggekerke.

het buitenhuis Antoinette in Biggekerke

Voor Marlow duurt dat maar kort. Bij het begin van de oorlog in Nederland weet ze, zich bewust van haar Joodse achtergrond, nog net op tijd naar Engeland te vluchten. Om pas in 1947 terug te keren naar Netty en naar Zeeland.

In de tussentijd is ze wel van het rechtlijnige pad afgedwaald. Dat begon trouwens al in 1936 met onderstaand schilderij.

Marlow Moss, Wit met gebogen koord, Reliëf (1936)

Wat zou haar kunstvriend Mondriaan hiervan hebben gevonden? Schuine lijnen en een gebogen touw. Oei! Op een bepaald moment gaat Moss in haar vernieuwingsdrang echt helemaal los. Met, in mijn ogen, warrige zogenaamde Free Forms of Automatische Tekeningen. ’t Heeft wat weg van het abstract expressionisme dat in die tijd in Amerika opkomt. Hier wat voorbeelden.

hier wat werken uit de aangekochte koffer
tja: studies, lekker beetje bezig, abstract expressionisme uitproberen, zeg ’t maar!

Maar aan dit alles heeft Zeeland toch maar mooi een sculptuur van Marlow overgehouden. Op de Biggekerkse begraafplaats, op het graf van Netty Nijhoff (1897-1971). Want alle gestudeer op lijnen en vormen leidde voor Marlow ook tot 3-dimensionaal werk.

het graf van Netty Nijhoff in Biggekerke met de sculptuur van Marlow Moss er bovenop
nog een voorbeeld van een sculptuur van Marlow Moss

Marlow Moss, een bijzondere vrouw in de kunstgeschiedenis, wat je ook van haar kunstwerken mag vinden. Nog een interessante video? Kijk maar hier maar eens.

https://npo.nl/start/afspelen/marlow-moss

Oh ja, ze heeft in 1972, jaren naar haar dood dus, zelfs nog een expositie gehad in het stadhuis van Middelburg, in de Vleeshal.

foto van de expositie in de Vleeshal in Middelburg in 1972, met in de cirkel die sculptuur op het graf van Netty Nijhoff

Op Walcheren gebeurt altijd wat. Tot volgende week.

TOOS

HET VROUWEN KUNST-JOURNAAL EDITIE 3


Maart: Women’s Art History Month en de opmars van vrouwelijke kunstenaars

Internationale Vrouwendag op 8 maart bestaat al heel lang, de maand maart als Women’s History Month/Maand van de Vrouwengeschiedenis heeft een kortere geschiedenis. Want pas in 1987 in de VS ontstaan en toen uitgewaaierd. Ook naar Nederland. Dat waren nog eens tijden, iets positiefs van de andere kant van de oceaan!

Dat daardoor in maart ook speciale aandacht ontstond voor de sterk ondergesneeuwd geraakte positie van de vrouw in de kunstgeschiedenis spreekt voor zich. Reden dus voor een editie van mijn ‘Het Vrouwen Kunstjournaal’ juist deze maand. Met weer enkele kortere items over de vrouw in de kunst. Editie 2 was ten slotte ook van al weer een hele poos geleden.

Mannelijk gedoe over nieuwe muurschilderingen van vrouwen in Kunstmuseum Den Haag

Wat een commotie ineens een maand geleden! Diverse negatieve reacties -van mannen- over de nieuwe muurschilderingen -van vrouwen- die de nieuwe directeur van het Kunstmuseum Den Haag -een vrouw- liet creëren, waardoor bestaande schilderingen -van mannen- verdwenen. Oei, oei, dat mocht helemaal niet van een oud-directeur en een oud-conservator, beiden al weer jaren weg. Ze waren zelfs niet op de hoogte gesteld! Zielig gedrag? Nogal, in mijn ogen.

Laat ik nou toevallig al een bezoek aan het museum in mijn agenda gepland hebben staan om de nieuwe grote expositie ‘London Calling’ te bezoeken. Kon ik gelijk ook de eerste nieuwe muurschildering bekijken. Die van Hadassah Emmerich (Heerlen, 1974). Zelfs de eerste vrouw in de geschiedenis van het museum die deze eer te beurt viel.

deel van de nieuwe muurschildering van Hadassah Emmerich in het Kunstmuseum Den Haag

Wat mij betreft een aanwinst, dat kunstwerk.

Nog een toeval. Net terug van mijn kunstretraite in Nice zag ik op tv de laatste aflevering van de serie documentaires ‘Geheimen van het museum’ over het Kunstmuseum. Met daarin verweven die nieuwe muurschildering (https://npo.nl/start/afspelen/geheimen-van-het-museum_15). 

Artemisia Gentileschi en nieuwe ontdekkingen

Artemisia Gentileschi (1593-1654), de Italiaanse powervrouw van de Barok en één van mijn grote kunsthelden. Over haar heb ik ’t vaker gehad. Omdat ze sinds enkele decennia helemaal hot is, in musea en op veilingen, heb ik al eens het vermoeden uitgesproken dat er daardoor regelmatig nieuw (her)ontdekte schilderijen van haar zouden gaan opduiken. En ja hoor! De National Gallery of Art in Washington kondigde kortgeleden met trots hun eerste ‘Artemisia’ voor de collectie aan. Een recent ontdekte ‘Maria Magdalena’.

Artemisia Gentileschi, Maria Magdalena (olieverf)

Het Kimbell Art Museum in de VS deed dat in 2024 ook al. Maar dan met een andere, herontdekte Maria Magdalena.

nog een ‘Maria Magdalena’ van Artemisia

Die verkeerde al eeuwenlang ergens in een particuliere verzameling. Dus mocht je toevallig ergens zo’n ‘Artemisia’ aan de muur te hebben hangen, gooi die op de veiling. Publiciteit verzekerd en ook een paar miljoen extra op je rekening. Zo niet nog veel meer gezien de museum-honger. Want bij Christie’s ging een paar maanden geleden een zelfportretje van haar, als de Heilige Catharina van Alexandrië, voor bijna 6 miljoen weg. Dollars of euro’s maakt dan niet veel meer uit.

Artemisia, zelfportret als de Heilige Catharina van Alexandrië

Gent, the place to go

‘Onvergetelijk’, daarmee begint de wat tegenstrijdige titel van een heel bijzondere expositie in het Museum voor de Schone Kunsten in Gent. ‘Onvergetelijk: Vrouwelijke Kunstenaars van Antwerpen tot Amsterdam 1600-1750’. Net geopend.

Daar moet ik natuurlijk heen. Meer dan 40 vrouwelijke kunstenaars uit die tijd. Vaak vergeten, maar nu ook hot, net als Artemisia. Sommigen kwamen hier in TOOS&ART al wel voorbij: Gesina ter Borch, Judith Leyster, Clara Peeters, Rachel Ruysch, Maria van Oosterwijck, Michaelina Wautier. Maar veertig vrouwen? Spannend! Dat wordt vast een verhaal.

Marlène Dumas in het Louvre

’t Zal je maar overkomen, permanent komen te hangen in de nieuwe grote, al gerenoveerde ingangshal van het fameuze Louvre. Dat op in initiatief van president Macron de komende jaren een grote renovatie zal ondergaan. Aangekondigd als de Renaissance van het Louvre.

Toen ook nog de directeur van het Louvre, de allereerste vrouwelijke, haar “een van de grootste kunstenaars van onze tijd” noemde, kon volgens mij haar dag echt niet meer stuk.

Marlène Dumas voor een deel van haar nieuwe kunstwerk in het Louvre

Dat alles overkwam onze Nederlands/Zuid-Afrikaanse Marlene Dumas (1953) met haar ‘Liaisons’, een samenstel van 9 schilderijen.

Marlène Dumas, Liaisons in het Louvre (Parijs)

’t Wordt toch hoog tijd dat ik weer eens naar Parijs ga om dat te bekijken. Samen natuurlijk met heel veel anders. Want al veel te lang ben ik niet in de Lichtstad geweest. Tot volgende week.

TOOS

Marc Chagall en de Kapel in Vence die een Nationaal Museum in Nice werd


voor het Musée de Vence in Vence (Côte d’Azur)

“Nee toch, moest hij nou ook al zo nodig een kapel decoreren!” Ik zei ’t bijna hardop toen ik vorig jaar augustus rondliep in het Musée de Vence. In Vence dus, een oud stadje zo’n 20 km boven Nice. Waar de wereldwijd bekende kunstenaar Marc Chagall (1887-1985), van oorsprong Russisch, in 1949 terechtkwam en woonde tot 1966.

affiche van de expositie

Dat verblijf werd gevierd met de tentoonstelling ‘Chagall- Les années vençoises’ (Chagall-De jaren in Vence). Waarin vanzelfsprekend de nadruk lag op Chagall’s kunst die juist in die jaren ontstond. Zoals de Message Biblique/Bijbelse Boodschap, zijn beroemde serie schilderijen met het Oude Testament als inspiratiebron. In Vence hing een aantal voorbereidende schetsen voor die serie.

olieverfschets voor De Creatie van de Mens (1956)
het uiteindelijke, veel grotere schilderij dat in Nice hangt

En die serie zelf dan? Die hangt te pronken in het Musée National Marc Chagall in Nice.

Musée National Marc Chagall in Nice

Maar was in eerste instantie toch echt bedoeld voor de Chapelle du Calvaire in ……., juist ja, Vence! Hé, zit in Vence niet ook al die geroemde Chapelle du Rosaire van Matisse? Klopt! Vandaar dus die gedachte in het museum. Gelijk gevolgd trouwens door “hier zit niet alleen een verhaal in, maar ook nog achter”. Want het ‘waarom Nice en niet Vence’ werd op de toelichtingspanelen zo minimaal en vaag toegelicht, daar moest iets verhuld worden. Komt straks.

Toen in 1949 de eerste steen gelegd werd voor de bouw van die kapel van Matisse was Chagall als bevriend kunstenaar en nieuwe Vence-inwoner daar natuurlijk bij. En zou toen niet al een zaadje geplant zijn voor ‘ik ook een kapel’? Zoals Matisse dat ook deed gebeuren bij conculega’s Cocteau en Picasso (lees hier en hier maar). In 1951 werd die Chapelle du Rosaire officieel ingezegend, een paar jaar later begon Chagall aan de opzet van zijn Bijbelse serie met dus in z’n achterhoofd die Chapelle du Calvaire.

nog zo’n olieverfschets in Vence, nu voor Mozes ontvangt de Tafelen met de Tien Geboden
in Nice, het uiteindelijke schilderij over Mozes en die Tafelen, met op de voorgrond keramiek van Chagall

Die Chapelle du Calvaire is eigenlijk een rij kleine kapelletjes uit de eerste helft 18e eeuw, eindigend met een grotere hoofdkapel. Met overal houten beeldengroepen die scènes weergaven van de kruisgang van Jezus over de Via Dolorosa in Jeruzalem richting Calvarieberg/Golgotha waar hij gekruisigd ging worden. In de 19e eeuw kwamen daar op de binnenmuren nog allerlei fresco’s bij.

een oude ansichtkaart van rond 1900 met enkele van die kapelletjes

Maar Chagall’s kapelopzet werd ’t uiteindelijk niet. Internet leerde me waarom. Stroperige ambtenarij, besluiteloosheid, financiën en vooral een conservatieve bisschop. Die zijn eigen manier van tegenwerken had. Zo interpreteer ik dat ten minste. Hij wilde de hoofdkapel vooral aanbiddingsplek laten blijven, de gemeente Vence moest voor alle kosten opdraaien, de beeldengroepen moesten blijven waar ze waren, Chagall’s decoraties mochten niet afleiden van die bidfunctie en kunstliefhebbers waren daarbij eigenlijk alleen lastposten. Mijn idee daarbij? Die Chagall met zijn Joods-Russische achtergrond, zijn geheel eigen Bijbelse interpretaties en zijn losse, kleurige schilderstijl kon beter ophoepelen.

En wat werd bij de expositie over dit alles vermeld? Chagall’s project ging niet door vanwege de aanwezigheid van die beelden over de Kruisweg. Die nu trouwens merendeels in de kathedraal van Vence staan. En die kapellen? Die staan vooral ongebruikt te staan.

een paar van die beeldengroepen in de kathedraal van Vence

Maar nu Nice. In de tussentijd was André Malraux, in de jaren zestig Minister van Cultuur in Frankrijk, in beeld gekomen. Die was in 1960 bij Chagall komen aanwaaien met de vraag of hij een nieuwe plafondschildering wilde creëren voor het beroemde operagebouw van Parijs, de L’Opera Garnier. Na wat aarzeling zag Chagall die opdracht toch wel zitten en begon ontwerpschetsen te maken. Terwijl hij ook nog steeds bezig was met schetsen en schilderen voor zijn Bijbelse serie.

twee schetsen voor Mozes en het Brandende Braambos

het uiteindelijke schilderij in Nice
detail
detail van linkerkant waarbij Mozes het Joodse volk door de Rode Zee leidt en het achtervolgende Egyptische leger door de golven wordt verzwolgen

En zo kwam via Malraux van het een het ander. In 1964 kreeg het operapubliek een nieuw beschilderd plafond boven zich, in 1966 schonk Chagall zijn serie Message Biblique aan de Franse staat en in 1973 werd in Nice in het bijzijn van Chagall en Malraux het Musée National Marc Chagall geopend. Het allereerste nationale Franse museum dat geheel was gewijd aan een nog levende kunstenaar. Met die schenking als kerncollectie en ook letterlijk als kern in het museum. Twee kernzalen waar alles nog steeds hangt zoals Chagall dat zelf had uitgedacht.

deel van de grootste zaal

Twee zalen want de serie bestaat uit twee delen. De grootste zaal met twaalf schilderijen toont zijn interpretatie van de boeken Genesis en Exodus uit het oude Testament.

Jacob worstelend met de Engel
Abraham met het offeren van zijn Zoon, verhinderd door een Engel
Jacobs Droom (met links de zogenaamde Jacobslader)
Noach en de Regenboog
Abraham en de Drie Engelen

En het tweede zaal met vijf schilderijen draait om een boek uit de Hebreeuwse Bijbel. Het Cantique des Cantiques, de Song of Songs, het Hooglied, soms toegeschreven aan koning Salomo. Geef mij de naam Cantique des Cantiques maar, klinkt toch prachtig! Zeker voor een tweespraak in dichtvorm tussen een man en een vrouw, geliefden, waarin ze de liefde bezingen.

enkele van de serie schilderijen over het Cantique des Cantiques in een kleinere zaal

Natuurlijk zijn er in het museum ook altijd tijdelijke exposities over Chagall. Zoals nu over dat plafond in de Parijse opera. Maar dat is een ander verhaal. Net zoals die kapel van Matisse in Vence. Tot volgende week.

TOOS

Reizen in verf: Toos van Holstein schildert werelden die je herkent zonder er ooit geweest te zijn


Best een leuke titel toch hierboven? En dan heb je nog niet eens gelezen wat verderop komt. Dat was voor mij trouwens ook al heel lang geleden. Hoe dat zit?

Vorige week passeerde hier het livre d’art ‘Dix ans et plus’, met daarin een zeefdruk van mij. Uitgegeven door mijn Niçoise galerie Quadrige. Want ’t leek Jean-Paul Aureglia een leuk idee die ‘Tien jaar en meer’ uit te geven na het 10-jarig bestaan van zijn galerie in 2002. Een kunstboek met teksten over en geïllustreerd met multiples van kunstenaars waarmee hij in die tijd had samengewerkt. Laat ik daar sinds 1994 nou ook bij horen! Die kunstenaars kregen dus allemaal gratis en voor niks een kunstkritiek cadeau in ruil voor een multiple.

mijn zeefdruk in het livre d’art ‘Dix ans et plus’

Toen ik het stuk over mij een paar weken geleden sinds lang weer eens las, dacht ik gelijk ‘kat in ’t bakkie’. Want even zelf niet schrijven en dat een ander laten doen? Best makkelijk!

Dus hieronder wat kunstcriticus Gerard Rücker destijds over mij schreef. Waarbij levensgezel met hulpje ChatGpt een iets luchtiger Nederlandse vertaling maakte van Gerards toch wel wat formeel geschreven Franse kunstverhaal. En waarbij ik de boel heb opgeleukt met schilderijen van mij die destijds zijn ontstaan.  

Toos van Holstein, Stupa (olieverf, 60-60 cm)
Toos van Holstein, Consonar (olieverf, 75-125 cm)
Toos van Holstein, Chichen Itza (olieverf, 90-100 cm)

Al eeuwenlang zijn de Lage Landen vruchtbare grond voor de kunsten, vooral voor de schilderkunst. Honderden beroemde schilders werden hier geboren en werkten hier, en heel wat van hen groeiden uit tot Meesters met een hoofdletter M — sommigen zelfs tot genieën. Dat Toos van Holstein, geboren in 1949 in Eindhoven, de liefde voor het schilderen via haar voorouders heeft meegekregen, is dan ook maar een kleine gedachte­sprong.

Toos van Holstein, Valley of the Gods (olieverf 90-160 cm)
Toos van Holstein, Xing Zhue (olieverf, 150-100 cm)
Toos van Holstein, Mural (olieverf, 90-100 cm)

Van alle kunstenaars die Galerie Qvadrige trouw zijn gebleven, is Toos zonder twijfel degene die het meest heeft rondgereisd. Dat hoef je haar niet eens te vragen — één blik op haar schilderijen is genoeg. Die nodigen uit tot wegdromen, verdwalen en reizen. Dit terugkerende thema komt minder voort uit het letterlijke reizen dan uit het gevoel erbij. Zo ontdek je in haar werk steden en plekken die vertrouwd aanvoelen, zelfs als je er nog nooit bent geweest.

Al jong droomde Toos ervan de wereld rond te trekken en haar reizen schilderend vast te leggen. Na een degelijke artistieke opleiding — ze studeerde af aan de Academie in Tilburg — werkte zij jarenlang als docent Esthetica. Dat betekende minder exposities, maar des te meer reizen. Een mens moet tenslotte kiezen.

Toos van Holstein, Sjaman (olieverf, 90-115 m)
Toos van Holstein, Confucius (olieverf, 60-60 cm)
Toos van Holstein, Dance (110-90 cm)

Sinds 1990 wijdt zij zich volledig aan haar kunstenaarschap, en wel in alle mogelijke disciplines: tekenen, aquarel, olieverf, lithografie en beeldhouwkunst. Succes had ze volop, in binnen- én buitenland.

Toos van Holstein bezocht vele landen: Egypte, Jordanië, Jemen, Tunesië, Syrië — haar liefde voor het Midden-Oosten is duidelijk — maar ook China, Sri Lanka, Mexico, Guatemala en de USA kent zij van dichtbij. Uit haar schetsboeken, notities, verwondering, emoties, herinneringen en ontmoetingen met mensen uit steden en dorpen is een volstrekt eigen beeldtaal ontstaan, van onmiskenbare schoonheid en hoge esthetische kwaliteit.

Toos van Holstein, Cosecha (olieverf, 70-50 cm)
Toos van Holstein, Journée (olieverf, 50-50 cm)
Toos van Holstein, Amarna (olieverf, 160-120 cm)

Voor elk schilderij stapt je als toeschouwer als het ware samen met de kunstenaar aan boord, op weg naar een wereld met vele gezichten. Een wereld waarin sereniteit, eenvoud en mysterie moeiteloos samengaan. Geen schreeuwerig exotisme, maar stilte, rust en een bijna onwerkelijke transparantie — doordrenkt van kalmte, een zorgvuldig vertraagd tempo en het gevoel van tijd die stroomt zoals in de verhalen van oosterse dichters en vertellers.

Toos van Holstein, The valley (olieverf, 100-150 cm)
Toos van Holstein, Labyrinh of cultures (150-100 cm)
Toos van Holstein, Facing (olieverf, 80-90 cm)

Hier lijkt de tijd even stil te staan om plaats te maken voor innerlijke rust. Toos verbeeldt het alledaagse leven met haar eigen, subtiele vorm van magie: het geluk vangen van een moment dat het waard is om vast te houden.

Ze schildert koepels en minaretten, monumentale poorten die op een kier staan, lange stille gangen, steegjes en patio’s waar de schaduw samenwerkt met het verkoelende water van een fontein. Pleinen die zinderen van de zon, muren vol barsten en sporen van tijd en geschiedenis. Sobere decors waarin elegante silhouetten voorbijglijden, royaal gehuld in lange gewaden — menselijke vormen die bewust minimaal gesuggereerd worden.

Toos van Holstein, Shira’a (olieverf, 90-110 cm)
Toos van Holstein, Cupola (olieverf, 60-60 cm)
Toos van Holstein, Calle di Zoccolo (olieverf, 80-70 cm)

Door het gebruik van glacislagen brengt de kunstenaar opeenvolgende verflagen in harmonie, wat resulteert in volop diepte en textuur. Zo worden de doeken zelf als het ware ‘verouderd’, om het afbrokkelende effect van zand, regen en zon voelbaar te maken.

De werken van Toos zijn open deuren naar een verbeeldingswereld die, via ons collectieve geheugen, ook de onze wordt. Ze spreken tot het hart, de zintuigen en ons vermogen om geraakt te worden.

Toos van Holstein, Visitatrice (olieverf, 70-50 cm)
Toos van Holstein, Yatchilan (olieverf, 150-120 cm)

Tussen figuratie en abstractie schenkt zij ons een tijdloosheid waarin een weldadige droom uitmondt in een andere werkelijkheid. Dáár toont zich haar grote talent: haar menselijke uitstraling, haar levenslust en haar vermogen die met overtuiging en gulheid te delen.

Toos van Holstein, Kovalam (olieverf, 110-150 cm)

Nou, zo had ik dat zelf absoluut nooit kunnen schrijven. Tot volgende week.

TOOS

Deel 2 over mijn speciale livres d’art, kunstboeken uitgegeven door Galerie Quadrige/Éditeur La Diane Française in Nice


Belofte maakt schuld. Want twee weken geleden was ik nog niet klaar met mijn speciale kunstedities. Die dankzij Jean-Paul Aureglia, eigenaar van Galerie Quadrige/Éditeur La Diane Française in Nice, in allerlei grote bibliotheken zijn te vinden. Zoals de Bibliothèque Nationale in Parijs, die van het prestigieuze Trinity College in Cambridge, onze eigen Nationale Bibliotheek in Den Haag en de kunstbibliotheek van Museum Boijmans in Rotterdam. Best leuk!

Twee weken geleden passeerden hier de Ilias, Odyssee en Divina Commedia en stipte ik de Legenda Aurea al aan. Ook beloofde ik iets over JP’s series ‘Musée de poche’ en ‘Feuille de ceramique’ plus Sint Franciscus en ‘vierkante kunst’. Waarbij ik zomaar nog de ‘Dix ans et plus’ vergat. Daar gaat ie!

De Legenda aurea, La Légende d’orée, De gouden Legende

Toos van Holstein, aquarel als studie voor de steendrukken over het leven van Catharina van Alexandria

Een in de Middeleeuwen volop gelezen boek over de belangrijkste heiligen. Nou ja, je moest natuurlijk wel kùnnen lezen! En dat ging voor een groot deel van de bevolking toen niet op. Voorlezen kon vanzelfsprekend wel. Maar of al die heiligenlevens zich nu leenden voor verhaaltjes voor het slapen gaan? Oordeel zelf maar bij de Heilige Catharina van Alexandrië, waarvan ik voor JP haar levensbeschrijving met steendrukken heb geïllustreerd.

Toos van Holstein, een van de 4 steendrukken over Catharina

Catharina (mijn officiële eerste voornaam), wijs tot diep in haar haarvaten en ook nog eens zeer gelovig. Met daarbij de heidense heerser van Alexandrië die haar graag wil bezitten. No way natuurlijk! Ze weet zelfs zijn vrouw te bekeren en ook heel veel wijze mannen te overtuigen van haar gelijk. En dat door een vrouw!! Heerser dus te kijk gezet en Catharina tot radbraken veroordeeld. Dat mislukt door goddelijk ingrijpen. Dus dan maar met het zwaard haar hoofd eraf. Gouden tijden waren dat voor heersers. Alhoewel, waren? Hoe zit dat met die twee huidige tsaren in de US en Rusland? Hoe dan ook, Catharina werd heilig verklaard en ik mocht me door haar levensloop laten inspireren.

Toos van Holstein, Santa II (olieverf, drieluik)

Net zoals door die van Sinterklaas. Nou ja, Saint Nicolas klinkt natuurlijk veel mooier. Wat heeft die veel nobels gedaan! Drie jonge vrouwen, zussen, gered van de prostitutie. Drie in een grote pot gekookte kindertjes weer tot leven gewekt. En een zeeman gered die bij een storm op zee dreigde te verdrinken. Alle redenen dus voor heiligheid en een viertal steendrukken van mij ter illustratie daarvan.

Toos van Holstein, aquarelstudie voor 4 steendrukken over het leven van Saint Nicolas (Sinterklaas)
Toos van Holstein, steendruk

Zwarte Piet zal je trouwens niet ontdekken, die bestond toen nog niet.

De Edda in de serie Musée de poche

De Edda, een op IJsland door Snorri Sturluson geschreven 12e eeuwse verzameling van Noord-Europese mythologische verhalen. Ik mocht van JP een tekst uitzoeken voor zijn serie ‘Musée de poche’. Boekjes met literaire teksten, weer te illustreren met multiples. Om wat tegenwicht te bieden aan al die zuidelijke Griekse mythologie van de Ilias en Odyssee ging ik voor iets noordelijks. Een tekst uit die Edda. Waarin overigens, net als bij de Grieken, de mens vaak een speelbal is van de goden.

Toos van Holstein, aquarelstudie voor de 4 steendrukken bij de Edda

Voor mijn vier steendrukken maakte ik natuurlijk wat voorstudies. Maar ook kwamen uit die inspirerende verhalen olieverven voort.

Toos van Holstein, The eye of the prohet (de 4 steendrukken op één groot vel)
Toos van Holstein, een van de 4 steendrukken bij de Edda
nog een
Toos van Holstein, Edda (olieverfschilderij)

Overigens, ‘poche’ is Frans voor broekzak. Maar vanzelfsprekend past zo’n Musée de poche echt niet in je broek of binnenzak.

Franciscus en de Wolf in de serie ‘feuille de ceramique’

Kom maar eens op het idee, een livre d’art met daarin dunne plaatjes keramiek als illustratie. JP deed dat. En ik kwam op het idee om iets te doen met het zich in mijn keramiekstad Gubbio afspelende verhaal over San Francesco en de woeste wolf.

Toos van Holstein, de 2 keramiekplaatjes in het livre dárt
zoals ze zijn geplaatst in het livre d’art

Schrijver en kunstcriticus Raphaël Monticelli maakte er zelfs een nieuwe tekst bij. Over dan nieuwe boekje in die serie ‘feuille de ceramique’ heb ik hier al eens eerder geschreven. En ’t zou ook best kunnen dat San Francesco e il lupo dit jaar nog weer eens opduiken.

L’Art au carré: Toos van HOLSTEIN

Denk nou niet dat de boeken in JP’s serie ‘L’Art au carré’ vierkant zijn. ’t Is Frankrijk, hè. Nee, de acht steendrukken die ik maakte voor dit geheel aan mij gewijde livre d’art meten 28 bij 25 cm. Ach, niet belangrijk.

Toos van Holstein, het L’Art au carré opengeslagen bij een van de steendrukken
Toos van Holstein, nog een van de 8 steendrukken

Belangrijker is dat ik echt trots ben op dit boek. Ook omdat dit project veel inspiratie opleverde. Dat is hier al vaker ter sprake gekomen. Wat te denken van een hele serie originelen op handgeschept papier. Ook allemaal 28 bij 25 cm.

Toos van Holstein, mixed media studie voor de steendruk hierboven
Toos van Holstein, een van de serie originelen

En dan komt van ’t een ’t ander. Zoals mijn serie olieverfschilderijen onder de noemer ‘Coloured Black’.

Toos van Holstein, Source de vie (olieverfschilderij uit de serie Coloured Black)

Dix ans et plus/Tien jaar en meer

livre d’art ‘Dix ans et plus’

Die uitgave had ik zomaar de vorige keer vergeten. Foei Toos! Een livre d’art dat JP uitgaf enkele jaren na het 10-jarig bestaan van zijn Galerie Quadrige. Met daarin kunstenaars waarmee hij in die eerste 10 jaar had samengewerkt. Als ze maar een multiple konden aanleveren. Laat ik nou, toen bij hem dat idee opkwam, net gaan beginnen aan mijn zeefdrukken voor La Divine Comedie van Dante (lees het 1e deel). Kleine moeite om er nog eentje extra te maken.

Toos van Holstein, zeefdruk in ‘Dix ans et plus’

Maar na die zeefdrukken besloot ik toch dat ik het creëren van steendrukken interessanter vind. Daarbij kan ik veel meer kwijt mijn teken, aquarelleer en schildertechnieken. Tot volgende week.

TOOS

Te Ku(n)st en Te Keur – TOOS&ART en de Kunstroute Middelburg


Waar die titel over gaat? Om dat te begrijpen heb je dit tekstje nodig.

Te Ku(n)st en te keur

Loop je het eeuwenoude atelier/pakhuis van Toos binnen, dan bespeur je direct het kunst-multitalent van haar, niet zomaar verkozen bij de 20 populairste Nederlandse kunstenaars van 2026. Olieverfschilderijen, beelden, keramiek, steendrukken, mixed media op papier en alu-dibond. Wees welkom.”

Een tekst die deze maand te vinden is op de openingspagina van de website van de Kunst & Cultuurroute Middelburg https://kunstroutemiddelburg.nl/ .

pakhuis ‘Holstein’, Korendijk 56 Middelburg

Want ik mag dan wel in Nice zitten, Middelburg uit het oog verliezen is er natuurlijk niet bij. Afgelopen 1 februari, de eerste zondag van de maand, startte daar weer een nieuw jaar van onze onvolprezen kunstroute. Voor de 27ste keer! En dat dan elk jaar op 11 eerste zondagen van de maand want januari wordt traditiegetrouw over geslagen. Reken ‘t maar even uit: met afgelopen februari erbij waren dat 287 zondagmiddagen. Altijd van 13 tot 17 uur. En al was ik er dan zelf afgelopen keer niet bij, levensgezel was er wel om alle honneurs waar te nemen voor de bezoekers. Na vanaf vrijdag mijn atelier geheel opnieuw te hebben ingericht.

een paar foto’s van wat er op 1 maart is te zien
Toos van Holstein, Heroes (olieverf 150-110 cm)

Met daarbij extra aandacht voor veel van de nieuwe keramiek die ik afgelopen september in Gubbio (Italië) had gemaakt. Of beter gezegd ‘had beschilderd’. Want het opbouwen van al die keramiek vanuit de vochtige klei, dat is niet echt mijn vaardigheid. Dat laat ik graag over aan veel vakkundiger handen. Die van Daniele Minelli. Wiens handen precies kunnen maken wat ik hem van tevoren als ontwerpen heb doorgestuurd. Uitgetekend op mm-papier.

met bijvoorbeeld dit als uiteindelijk resultaat

Waarna ik dan in het atelier van keramist Giulia Rampini aan de gang ga met het uitsnijden, indeuken, inkerven en beschilderen van al dat moois. Opdat zij dan weer haar uitgebreide kennis van het bakproces kan toepassen op mijn borden, mijn uovo’s oftewel eivormen en mijn vaasachtige items.

Na 1 maart, de komende 1e zondag van de maand, gaat veel van die keramiek het land in, naar galerieën waarmee ik samenwerk. Op die zondag 1 maart ben ik na bijna twee maanden winterretraite in Nice ook weer terug in Middelburg. Om mijn enthousiasme voor mijn nieuwe keramiekcreaties los te laten op de bezoekers. Waar niet alleen voor die tak van kunstsport. Want zoals dat begintekstje al stelt, er is veel meer te zien in mijn 18e eeuwse pakhuis ‘Holstein’ aan de Korendijk 56.

Toos van Holstein, Le jardinier ( mixed media op handgeschept papier 52-58 cm)

Daarbij ben ik maar één van de bijna 30 kunstenaarsateliers, galerieën en musea die samen de kunstroute in de oude stad vormen.

kaart met de deelnemers, met mijn atelier onder nr.6

Niet-Middelburgers en toeristen die aan de hand van bovenstaand kaartje door dat oude Middelburg struinen, zijn daar eigenlijk altijd enthousiast over. Want ze komen in prachtige delen van het middeleeuwse Middelburg die ze anders niet zo snel zouden bezoeken. En ze kunnen zomaar binnenlopen in eeuwenoude panden waarvan alleen die 1e zondag van de maand de deuren open staan. Afgezien van de kunst is dat al een belevenis op zich.

een paar foto’s van het middeleeuwse Middelburg
dav

Kort samengevat: eind deze maand neem ik voorlopig weer even afscheid van het mij dierbare Nice om in het mij ook dierbare Middelburg na 1 maart mijn nu zo opgeruimde en als galerie ingerichte atelier weer te veranderen in een lekker rommelige werkplaats. Tot het er op zondag 5 april weer keurig ingericht uit dient te zien.

en nog maar een paar

Oh ja, en op die kunstroute website kun je over alle deelnemende kunstenaars de nodige informatie vinden onder https://kunstroutemiddelburg.nl/deelnemers/deelnemers-kunstroute .En wil je direct weten wat daar over mij staat? Dan is dit de kortste weg. Tot volgende week.

TOOS

Mijn livre d’art bijdragen aan de kunstwereld dankzij Nice en Quadrige/La Diane Française


achterkant van het Palais de Venise met daarin mijn appartement/atelier

Het weer hier in Nice is behoorlijk wisselvallig. Maar de rust die ik er tijdens mijn winterretraite in m’n appartement/atelier al een aantal weken ondervind is behoorlijk constant. Echt wat ik nodig had. Hoofd leegmaken voor nieuwe inspiratie en op m’n gemakkie van alles overdenken. Zoals wat ik in de loop der jaren allemaal heb gedaan in samenwerking met Jean-Paul Aureglia van mijn Galerie Quadrige hier in Nice. Veel, verrassend veel eigenlijk besefte ik. “Dat ga ik eens goed op een rij zetten met behulp van mijn blog”, zo bedacht ik me ineens. Twee vliegen in één klap: gedachten op een rij en ook nog een blogaflevering. Want Jean-Paul (verder maar JP) is dat ook waard.

Galerie Quadrige in Nice met een van mijn exposities

Feitelijk gezien is hij namelijk de oorzaak van mijn aankoop in 1997 van dit appartement in Palais de Venise aan Rue Clément Roassal. Waardoor ik aan allerlei kunstprojecten heb kunnen deelnemen. Natuurlijk schreef ik daar af en toe over. Maar toen ik naast exposities bij JP speciaal mijn/zijn ‘livre d’art’ projecten overdacht, raakte ik er zowaar zelf nog van onder de indruk. Het livre d’art, een met multiples (bijv. steendrukken, zeefdrukken, etsen) geïllustreerd boek in zeer beperkte oplage. Een in Nederland nauwelijks bekende kunst-niche. Dus daar gaat ie! In samenhang ook met allerlei schilderijen die er op geïnspireerd zijn.

Jean-Paul Aureglia bezig aan zijn pers waarop hij de teksten voor elk livre d’art drukt

La Divina Commedia, La Divine Comédie, De Goddelijke Komedie

Zat ik in 2003 iets ten noorden van Nice zomaar in een zeefdrukkerij op het industrieterrein van Carros. Meer bekend trouwens van de heerlijke dus ook dure aardbeien dan van het zeefdrukken. Maar dat terzijde.

bezig met de zeefdrukken voor Dante’s La Divine Comédie

Ergens in een ver verleden had ik al eens een zeefdruk gemaakt. Dus waarom niet nog eens? Vier werden ’t er. Bij de Canto’s 25 t/m 29 van het Purgatorio. Mijn eigen keus. Want Dante’s Inferno (Hel)? Veel te gruwelijk. En zijn Paradiso (Paradijs)? Veel te zemelig hemels. Dus koos ik voor het er tussenin liggende Purgatorio, de Louteringsberg met zijn zeven louteringsommegangen voor de zeven hoofdzonden. Daarbij trokken die Zangen 25 t/m 29 me. Met in Canto 27 Dante’s kroning onder de woorden ‘Ik kroon u dus met diadeem en mijter’. Uitgesproken door Vergilius. De wijze Romeinse schrijver en filosoof die Dante begeleidt door het Inferno en Purgatorio. Dat inspireerde tot deze zeefdruk.

En ook tot schilderijen als onderdeel van een hele reeks over de Divina. Met bijvoorbeeld ook Beatrice, Dante’s jonggestorven grote liefde. Die komt hem namelijk begeleiden in het Paradijs.

Toos van Holstein, Kroning (olieverf, 160-110 cm)
Toos van Holstein, Dante en Vergilius iin het Purgatorium (olieverf)
Toos van Holstein, Dante e Vergilio (olieverf, 40-40 cm)
Toos van Holstein, Paradiso (mixed media op linnen, 100-90 cm)
Toos van Holstein, Beatrice (olieverf op paneel, 70-50 cm)

Ilias en Odyssee

de vier dikke delen van de Ilias en Odyssee, uitgegeven door Quadrige/La Diane Française

Toos van Holstein, Homerus (olieverf, 160-80 cm

Op naar de oude Griekse bard Homerus. Voor JP’s Franse uitgaven van L’Ilyade en L’Odyssee (oplage elk 140). Het eerste een epos over de aanleiding van de oorlog van de Grieken met Troje en het 10-jarige beleg van die stad. Met uiteindelijk de verovering via de list van het Paard van Troje, bedacht door Odysseus. Die er, dankzij geruzie van een paar goden onderling, in de Odyssee nog eens 10 jaar over doet om thuis te kunnen komen in Ithaka. Waar hij na allerlei avonturen zijn vrouw Penelope in de armen kan sluiten.

Dit keer stortte ik me voor de illustraties voor Chant 17 in de Ilias en 12 in de Odyssee op het steendrukken. In Ekeren, vlakbij Antwerpen. In het atelier van mijn helaas vorig jaar overleden meester-steendrukker Rudolf Broulim. Tweemaal vier steendrukken maakte ik met zijn technische hulp. Telkens vier afbeeldingen op één steen. Wat uiteindelijk, gezien de editie-oplage van 140, resulteerde in een stapel van 140 papiervellen die daarna nog moesten worden gevierendeeld. Nou ja, ’t waren er eerlijk gezegd net iets meer dan 140. Want ik wilde graag een aantal hele vellen voor mezelf overhouden. Voor mogelijke liefhebbers in Nederland.

Toos van Holstein, vier steendrukken in één voor de Ilias
één van die 4 als uitgesneden exemplaar voor het livre d’art
Toos van Holstein, Penelope (olieverf/aquarel op papier, 45-30 cm

Dat dit Homerus-project ook weer inspiratie opleverde voor een reeks schilderijen? Gekke vraag natuurlijk!

steendruk voor de Odyssee, Odysseus bezoekt de Hades (de Griekse Onderwereld)
Toos van Holstein, Hades (mixed media op linnen, 100-90 cm)
Toos van Holstein, Sirène (olieverf, 90-100 cm), n.a.v. het beroemde verhaal waarin Odysseus, vastgebonden aan de mast het verleidelijke gezang va de Sirenen weerstaat terwijl zijn bemanning de oren heeft dichtgestopt met was
Toos van Holstein, Sirène (mixed media op linnen, 100-90 cm)
Toos van Holstein, Penelope (mixed media op linnen, 100-90 cm)

De Legenda aurea, La Légende d’orée, De gouden Legende

In de middeleeuwen na de Bijbel het meest gelezen boek, deze verzameling van heiligenlevens geschreven door de Italiaans monnik Jacopo da Varagine. Waarvan ik er voor JP ook een paar onder mijn hoede heb genomen. Maar daarover een volgende keer.

Waar deze olieverf bijhoort? Binnenkort in TOOS&ART

Net als over mijn Musée de poche, mijn aandeel in de serie ‘Feuille de ceramique, mijn bijdrage aan de huidige heilige jaren van Sint Franciscus en mijn ‘Vierkante kunst’. Tot volgende week.

TOOS

Picasso: zijn kapel  ‘De Oorlog en De Vrede, hoe actueel wil je het hebben!


De jaren 50 vorige eeuw: beroemde kunstenaars, kapellen, Côte d’Azur. Wat weken geleden schreef ik erover naar aanleiding van twee van die kapellen, beschilderd door Jean Cocteau. Toen had ik ’t ook over Henri Matisse en Pablo Picasso. En vergat ik zelfs nog Marc Chagall. Dus waarom niet nog een Côte d’Azur kapellen-verhaal nu ik toch op winterretraite ben in Nice? Eén over Picasso. Matisse zit trouwens nog ergens in de pijplijn, net als Chagall. Picasso dus. Met zijn ‘Musée national Pablo Picasso-La Guerre et la Paix’, een kapel.

het plein voor de ingang van het ‘Musée national Pablo Picasso-La Guerre et la Paix’ in Vallauris

Picasso en Matisse waren al heel lang goed bevriend. Maar onderling toch ook wel behept met enige kunstrivaliteit. Toen Picasso in 1947 in Vallauris neerstreek, was Matisse net zo’n beetje begonnen met de ontwerpen voor wat hij later zijn meesterwerk zou noemen. De nog te bouwen Chapelle du Rosaire in Vence. Dat communist en atheïst Picasso daarover met Matisse discussies voerde, kun je natuurlijk wel op je Franse klompen aanvoelen. Maar toch hielp hij hem ook. Want in Vallauris was Picasso druk bezig om het ingedutte industriële keramiekwereldje daar flink op te schudden met allerlei nieuwe ideeën. Terwijl Matisse wel wat technische ondersteuning kon gebruiken bij zijn ideeën over keramische tegels die hij in zijn kapel wilde verwerken.

binnenplaats met de toegang naar de kapel

Pablo moet daardoor ook besmet zijn geraakt met het kapellenvirus. Maar ja, kom maar eens aan een kapel! Even een prachtige anekdote. Gevierd als hij al was in Vallauris kreeg Picasso door de gemeenschap een diner aangeboden ter gelegenheid van zijn 70e verjaardag in 1951. Laat hij nou daarbij heel toevallig laten vallen dat hij toch eigenlijk best graag een kapel zou willen decoreren. En laat het gezelschap nou net heel toevallig in een van oorsprong 12e eeuwse kapel zitten die al heel lang niet meer als zodanig in functie was! Een goed getimede opmerking, zo bleek. Want nog diezelfde avond kreeg hij de beschikking over die ruimte. Een onderdeel van het zogenaamde Chateau de Vallauris, een oud monnikenklooster.

binnenin met achterin de ruimte met de schilderingen

 Picasso had dus zijn kapel en begon al snel schetsboeken vol te tekenen met allerlei ideeën. In zijn grote atelier, een oude fabriekshal in Vallauris, liet hij van losse panelen twee tegenover elkaar staande wanden maken. Even groot als de twee lange muren in de kapel. Aaneensluitende panelen die uiteindelijk de kapelmuren moeste bedekken en waarop hij in zijn atelier mooi los kon gaan. Jean Cocteau, natuurlijk ook een bekende van Pablo, schreef daarover in zijn dagboek: ‘Van 2 uur in de middag tot 10 uur ’s avonds sluit hij zich op met zijn schildering. Niemand stoort hem, zelfs Françoise niet (Picasso’s toenmalige levensgezellin). Hij schildert zo’n 100 vierkante meter op multiplex voor de Kapel van de Vrede’.

Toen al die vierkante meters af waren, werden ze na nog een paar expo-rondreizen naar Rome en Milaan in 1954 uiteindelijk geïnstalleerd in zijn kapel. Met als je binnenkomt links het Oorlog- en rechts het Vrede-paneel.

Een en al symboliek, die panelen. Links een grote strijdwagen met een bestuurder met bebloed zwaard in de hand. Drie strijdrossen ervoor die met hun hoeven een boek vertrappen. Want boeken? Die sneuvelen natuurlijk als eerste bij opkomende dictaturen! Er konden eens onwelgevallige meningen in staan. En dan tegenover die wagen de onbevreesde naakte krijger met speer, schild (met duif) en de rechterlijke weegschaal. Hoe actueel allemaal. Denk aan Oekraïne. Of aan Iran.

hieronder meer van de details

totaaloverzicht van de Oorlog

Maar dan is er ook de Vrede. Met dansende vrouwen en kinderen, een fluit spelende faun, vredig kokende en lezende mensen, een borst gevende moeder en een door een kind geleid Pegasusachtig paard dat een eg voorttrekt. Een en al levensplezier en vruchtbaarheid.

de wand van de Vrede
details

totaaloverzicht van de Vrede

Er is ook nog een deel dat pas in 1957 is toegevoegd. Want de achterwand was nog steeds leeg. Toch een beetje kaal, zal Picasso hebben gedacht. Dus kwam daar, ook op paneel, ‘De vier delen van de wereld’.

‘De vier delen van de wereld’ helemaal achterin

Toch heeft ’t best nog lang geduurd voordat iedereen dit kon komen bewonderen. De echte officiële publieke opening vond pas plaats in 1959 toen de kapel werd bevorderd tot een Musée National. Als onderdeel van een nu veel groter museumcomplex waarin ook de keramiek van Picasso een ruime plek heeft gekregen. Ik schreef er hier al eens over.

Nog meer Picasso? Loop vanuit het complex de goeie kant uit en je botst bijna op tegen een beeld van hem. Zelfs het allereerste beeld ooit in de openbare ruimte van Vallauris.

Picasso, L’homme au mouton (Man met schaap)

Picasso schonk dit beeld in 1949 als blijk van vriendschap aan de stad. Waarna het zwierf van plek tot plek, want men vond nog geen goeie locatie. En als het niet zwierf, waar stond het dan opgeslagen? Juist ja, in wat nu het ‘Musée national Pablo Picasso-La Guerre et la Paix’ is. Een voorbestemde kapel dus. Tot volgende week.

TOOS

Arles: van modern architectuur-geweld tot middeleeuwse pracht en geen Van Gogh


Onlangs zag ik op de Franse televisie Arles voorbijkomen. De Franse tv? Inderdaad, leg ik uit. Ik ben namelijk al een poosje met winterretraite. In mijn atelier/appartement in Nice. Gewoon effe de accu opladen voor de rest van het jaar. In een klimaat dat in dit jaargetijde sowieso altijd beter is dan in Nederland. Heerlijk! Niks moet, behalve de donderdagse blog-regelmaat. Dus toen ik dat Arles-item zag, bedacht ik me ineens “oh ja, natuurlijk, dat blogidee over Arles ligt er nog steeds”. En laat Vincent van Gogh daarin nou helemaal geen rol spelen! Want dat kan echt. Het over Arles hebben zonder hem. Nee, gewoon een stukje over de moderne architecturale buitenissigheid van Frank Gehry bij het kunstcentrum LUMA Arles in tegenstelling tot de middeleeuwse pracht van de Basilique Saint-Trophime met bijbehorend klooster. Dat laatste beroemd vanwege het prachtige beeldhouwwerk in de binnenhof.

het terrein van LUMA Arles met de oprijzende La Tour
de Romaanse toren van de Basilique Saint-Trophime, gefotografeerd vanaf de binnenhof van het klooster

Want op onze Tour de l’Art en France van vorig jaar, op weg van Montpellier via Aix-en-Provence naar Nice, konden levensgezel en ik ’t niet nalaten. Toch weer eens Arles. Met voor ’s ochtends dat ‘LUMA Arles’, net buiten de oude stad op een oud industrieterrein. En voor ’s middags die St.Trophime, middenin het oude centrum. Hoe tegengesteld wil je ’t hebben! Daarover gaat dan ook dit verhaal. Vooral aan de hand van foto’s. Een vergelijk tussen eeuwen uit elkaar liggende culturen in dezelfde stad. Eigenlijk een soort tijdreis.

Nader je tegenwoordig vanuit het westen Arles, dan zie je al van ver een soortement alienachtig ruimteschip optorenen. De ‘La Tour’ van ‘LUMA Arles’. Een groots aangepakt particulier kunstproject waarover ik al eerder schreef. Het kunstspeeltje van de puissant rijke Maja Hoffmann. Telg van de meer dan puissant rijke familie Hoffmann die het Zwitserse farmaceutische bedrijf Roche bezit.

Sterarchitect Frank Gehry, net afgelopen december overleden, mocht zich op zijn bekende buitenissige en barokke manier uitleven.  Zowel buiten als binnen.

Vergelijk dat eens met de mix van de romaanse en gotische bouwstijl van de Basilique Saint-Trophime en het ernaast liggende klooster. Van de 12e tot de 15e eeuw waren ze er mee bezig.

het portaal van de Saint-Trophime
binnenhof van het klooster
inwendige van de basiliek

Wij kunnen ons nu vergapen aan die absoluut vernieuwende architectuurstijl van Gehry. Maar ik probeer me ook voor te stellen hoe de middeleeuwse mens de voor die tijd immense ruimtes van de kathedralen ervoer. Ook in een vernieuwende stijl. Met lange pilaren en boogstructuren die de gewelven nog veel hoger moesten doen lijken dan ze al waren. Als ’t voor mij nu ook nog steeds imposant is, hoeveel sterker moet dat effect toen wel niet zijn geweest! Net zoals trouwens bij de kunst. Die altijd een bijbels-verhalende functie had. Want het overgrote deel van de gelovigen kon niet lezen en schrijven. Schilderijen en beeldhouwwerk waren de spreekbuis voor bijbelverhalen.

In het LUMA draait ’t natuurlijk ook om kunst, maar dan met bordjes erbij. Kunst die natuurlijk vooral de spreekbuis van Maja Hoffmann is. Ik zet weer wat zaken tegenover elkaar.

LUMA
basiliek

kunstinstallatie in het LUMA, geen mensen/wel rotzooi
wel mensen/geen rotzooi
LUMA
in de kloostertuin
LUMA
kloostertuin
LUMA
basiliek

Bewust heb ik bij de LUMA-kunst geen namen gezet. Maar neem aan dat ’t niet de minsten in de huidige kunstwereld zijn. Brancusi, Giacometti, McCarthy, Lassnig, Koons enz. De werken in de expositie waren vaak zodanig esthetisch gecombineerd dat je er leuke foto’s van kon maken. Echt instagrammable. Ja, ik moet natuurlijk wel bij de tijd blijven. Dus vooruit, nog een paar. Maar wel met dat contrasterende middeleeuwse erbij.

LUMA
portaal van de basiliek
LUMA
kloostertuin
LUMA
kloostertuin

Wat zou het interessant zijn als je af en toe even naar de toekomst kon reizen. Ik begrijp die sciencefiction ideeën daarover wel. Want stel dat ik nu naar januari 2226 zou kunnen gaan.  Hoe zou dan alles op de foto’s in dit blog erbij staan? De Saint-Trophime staat er nu al eeuwen. Hoe zou dat zijn met de schepping van Frank Gehry en de kunstcollectie van Maja Hoffmann? Interessante gedachte. Vind ik ten minste.

nog een paar plaatjes als uitsmijter

En heb ik niet mooi Vincent van Gogh vermeden? Tot volgende week.

TOOS

Een ReisKunst-Verhaal óftewel het Labyrint van Chartres met Bijbehorende Hersenspinsels


kathedraal van Chartres

Het is zo langzamerhand wel weer eens tijd voor een Reiskunst-Verhaal. Verhalen over schilderijen van me, geïnspireerd door een combinatie van reizen in mijn geest en gebeurtenissen tijdens reizen in verre of meer nabije landen. Van ver was bijvoorbeeld dit verhaal uit China, van veel dichterbij komt het meest recente in de reeks, namelijk uit het Franse Saint-Paul-de-Vence. En voor dit verhaal beland ik opnieuw in Frankrijk: in Chartres in de prachtige middeleeuwse kathedraal daar. Wat dan mijn onderstaande grote drieluik ‘Specchio’ (Italiaans voor spiegel) van 2 bij 3 meter daarmee te maken heeft?

Toos van Holstein, Specchio (drieluik olieverf, 2m-3 m)

Daarvoor moet je kijken naar het middendeel. Naar het labyrint rond hoofd en bovenlichaam van de jonge vrouw. Indirect een zelfportret van me.

middendeel van Specchio

Ergens in de jaren 90 belandden levensgezel en ik voor de eerste keer samen in die 12e eeuwse kathedraal van Chartres. Vroeg in de avond, schemerlicht vallend door de gebrandschilderde ramen, orgelmuziek galmend door de grootse ruimte. Magie! En het beroemde labyrint in de vloer van de kerk lag ook nog eens open. Ineens was ik weer dat kind dat in de grote tuin van papa, tuinder van beroep, voortdurend de weg kwijtraakte in het doolhof van paden. Elke keer was ’t een zoektocht. En daardoor ontstond in die kathedraal een idee.

foto van het labyrint van Chartres, geonden op internet

Foto’s van toen in Chartres heb ik niet. Het pre-digitale fototijdperk, weet je wel. Dan was je zuinig met plaatjes schieten want als je niet oppaste was je fotorolletje binnen de kortste keren vol. Over dat specifieke labyrint straks meer.

Eerst waarom ik een doolhof in mijn ‘Specchio’ heb verwerkt. Die al duizenden jaren oude vinding. Denk maar aan de Griekse mythologie. Aan het verhaal van het labyrint van Knossos op Kreta. Waarbinnen de Minotaurus, half mens-half stier was opgesloten. Een gewelddadig hybride wezen waaraan elk jaar een kind moest worden geofferd. Afijn, de heldhaftige koningszoon Theseus, de bol draad van prinses Ariadne, Minotaurus dood, draad leidt Theseus weer naar de uitgang en eind goed al goed.

oude ets van het interieur van de kathedraal met daarin het labyrint

Voor mij is het labyrint een metafoor voor de verwarrende zoektocht die ik als nog wat schuchtere puber en jongvolwassene via de academie moest afleggen naar het volwassen worden, naar het me als kunstenaar bloot durven geven. Maar daarvoor eerst het ingewikkelde doolhof naar volwassenheid moest doorlopen en de vragen moest beantwoorden van ‘wie ben ik’ en ‘wat wil ik’.  Tot daar dus die fiere jonge vrouw staat van ‘wie doet me wat’.

Dat drieluik-verhaal kwam weer boven toen levensgezel en ik die kathedraal afgelopen jaar tijdens onze Tour de l’Art en France op een donderdag opnieuw bezochten. Ik heb daar ook verslag van gedaan. Maar het mooie was, het labyrint ging de volgende dag, vrijdag, open. De enige dag in de week dat de stoelen worden verwijderd die er de rest van de week overheen staan. Mazzeltje dus!

de stoelen worden verwijderd
klaar voor gebruik

En nu leven we in het digitale fototijdperk. Het was prachtig om de hele uitleg vooraf, in het Frans en Engels, te horen over hoe wel en hoe niet en hoe devoot je nou wel of niet moest zijn. Waarna de rij wachtenden, vooral vrouwen, één voor één los mocht.

de rij wachtenden voor u is ……
onderweg

Nu even een echte spoiler! Eigenlijk is dat labyrint helemaal geen labyrint. Je kunt helemaal de weg niet kwijtraken. Want ’t is één lange doorlopende wandeling met heel veel bochten erin. Met een stop in het midden bij de grote steen die daar ligt, waarna je weer verder slingert om er uit te komen. Maar het blijft natuurlijk wel een wandeling vol symboliek. Die vroeger voor gelovigen symbool stond voor ‘de weg naar Jerusalem’.

tja, wat doe je als moeders onderweg is naar Jerusalem
je kunt natuurlijk ook rustig gaan zitten om het schouwspel gade te slaan
Toos van Holstein, Ariadne (digicompo op alu-dibond, 2m-1 m)

Later heb ik de foto van het middendeel nog bewerkt op de computer tot een wat gewijzigde versie. Om die op een plaat van geborsteld alu-dibond van 1 bij 2 meter te laten drukken. Met als titel ‘Ariadne’. Ook heel toepasselijk natuurlijk. Tot volgende week.

TOOS  

Cocteau en zijn kapellen aan de Côte d’Azur


Een paar keer per jaar schrijf ik een Kunststukje voor het Magazine van de Nederlandse Club aan de Côte d’Azur. En waarom zou ik dat ook niet hier delen in mijn TOOS&ART? Hieronder dus, zij ’t tekstueel een beetje aangepast en met wat meer foto’s.

het artikel i n het Magazine

We schrijven de jaren 50 van de vorige eeuw. Kapellen zijn blijkbaar in bij kunstenaars. Want Matisse werkt de laatste paar jaar van zijn leven aan zijn totaalkunstwerk, zijn pièce de résistence, de Chapelle du Rosaire in Vence. Terwijl Picasso schildert aan de panelen van zijn ‘La Guerre et la Paix’ voor een eeuwenoude kapel in Vallauris.

interieur van de Chapelle du Rosaire in Vence, ontworpen door Matisse
interieur van de Chapelle La Guerre et la Paix in Vallauris, ontworpen door Picasso

En Jean Cocteau mag van de vissers van Villefranche-sûr-Mer aan de gang met de binnen en buitenmuren van hun, ook eeuwenoude maar wat vervallen Chapelle Saint-Pierre. Jean Cocteau (1889-1963), naast Prince des Poêtes nog heel veel meer. Roman en toneelschrijver, regisseur, filmmaker, ontwerper, beeldend kunstenaar en in zijn jongere dandy-jaren goed voor wat schandaaltjes hier en wat drugsgebruik daar. Met in zijn persoonlijke leven een duidelijke voorliefde voor mannen.

Best curieus dus dat juist hij aan de gang mocht met die verwaarloosde katholieke kapel die nog steeds eigendom was van de vissers. Zou het Vaticaan ervan hebben geweten? Met de daar heersende nogal ambivalente houding tegenover homosexualiteit? Maar een pluspuntje voor Cocteau was waarschijnlijk dat hij een deel van zijn jeugd in Villefranche-sûr-Mer had doorgebracht.

Chapelle Saint-Pierre in Villefranche-sur-Mer, zowel binnen als buiten beschilderd door Jean Cocteau

Na die Chapelle Saint-Pierre zat er voor hem zelfs nog een tweede kapel aan de Côte aan te komen. De Chapelle Notre-Dame-de-Jérusalem in Fréjus. Het verschil tussen beide kon eigenlijk niet groter zijn. De eerste; in de stad, aan de haven, eeuwenoud. De tweede: buiten Fréjus, in het bos op een heuvel en spiksplintertjes nieuw. De eerste beschilderd bij leven, de tweede pas voltooid enkele jaren na zijn dood.

Eerst maar die Chapelle Saint-Pierre. Waar Cocteau in 1956/57 zijn fresco’s aanbracht terwijl hij er dag en nacht bivakkeerde. In zijn eigen woorden: “uiteindelijk werd ik de kapel en werd ik een muur. Ik was veranderd in een muur en toen begon de kapel te leven”.

Cocteau aan de voorkant
Cocteau binnenin op de steigers

Daarbij heeft hij vast vaak gedroomd over de naamgever van de kapel, Saint Pierre. Oftewel de apostel Petrus oftewel Sint Pieter oftewel de 1e Paus van Rome oftewel de sleutelbewaarder van de toegangspoort naar de Hemel oftewel de beschermheilige van de vissers. Want van die eenvoudige visser en volgeling van Jezus verbeeldde Cocteau een aantal gebeurtenissen uit zijn leven. Nou ja, van teksten uit de bijbel en van apostelverhalen. Waarheidsgehalte? Wat denk je zelf? Maar Cocteau kon zijn fantasie er heerlijk op loslaten.

de haan op een ladder

Bijvoorbeeld bij de bekende haan hierboven Die, zoals Jezus de avond voor zijn proces en kruisiging had voorspeld, driemaal zou kraaien omdat Petrus hem driemaal zou gaan verloochenen, d.w.z. driemaal zou ontkennen dat hij Jezus kende. En aldus geschiedde. Maar die haan is in de kapel gecombineerd met een veel later verhaal. Dat van de arrestatie van Petrus in Jerusalem in opdracht van koning Herodes.

In zijn cel verschijnt dan de geest van Jezus om hem te laten weten dat hij rustig kan gaan slapen. ’s Nachts zal er een engel komen die zijn ketenen verbreekt en hem de gevangenis zal uitleiden. En aldus geschiedde.

onder midden de slapende Ptrus in zijn cel en links de engel en een bewaker

Niet dat ik zo bijbelvast ben dat ik dit allemaal even oplepel, maar in de kapel staan de nodige verklarende teksten. Zo had ik ook niet paraat dat, net als Jezus, ook Petrus nog over water heeft gelopen Maar ja, toen het water woelig werd, verloor Petrus toch even zijn geloof in Jezus en dreigde te verdrinken. Waarop een engel ondersteunende hulp bood terwijl zowel vissers als vissen verbijsterd toekeken.

links Petrus die door een engel uit het water wordt getrokken en in het midden Jezus die toekijkt

Cocteau heeft dat allemaal prachtig verbeeld in zijn zo persoonlijke, tekenachtige stijl. Zoals hij dat ook heeft gedaan in voorontwerpen voor die kapel bij Fréjus.

Chapelle Notre-Dame-de-Jérusalem bij Fréjus

Maar voor Cocteau bleef het daarbij. Want de eerste steen voor de Chapelle Notre-Dame-de-Jérusalem werd gelegd in februari 1963 en Cocteau, zwak van gezondheid, overleed in oktober van datzelfde jaar. Dat de kapel er uiteindelijk toch kwam is de verdienste van een paar kunstenaarsvrienden van Jean die er nog een aantal jaren aan werkten aan de hand van zijn schetsen. Met dit o.a. als resultaat.

klein deel van het interieur
de koepel

Daarom kan hij je nu ook aankijken vanachter de tafel van het Laatste Avondmaal.

Cocteau’s interpretatie van Het Laatste Avondmaal
het hoofd van Cocteau er uit gelicht

In gezelschap van natuurlijk Jezus in het midden maar wel omringd door een curieus gezelschap. Want als je een beetje speurt, vind je naast zijn goede vriendin Coco Chanel ook de beroemde filmacteur Jean Marais.

het hoofd van filmacteur Jean Marais

Die destijds in films menig vrouwenhart deed smelten, maar in werkelijkheid zowel levensgezel als muze van Cocteau was. Ik moest wel grinniken, juist ook omdat je dit in een kapel best weleens als profaan zou kunnen opvatten. Verder vind je onder andere ook Jezus tussen soldaten en zijn kruisiging.

Jezus met de doornenkroon op zijn hoofd tussen twee soldaten in
Jezus aan het kruis

Maar er is veel meer. Want de kapel is gewijd aan de Kruisridders van het Heilige Graf. De ridderorde die tijdens de eerste kruistocht meehielp om in 1099 Jerusalem te heroveren. Dus vind je binnen volop fresco’s met symbolen van die orde en buiten mozaïeken die met het oude Jeruzalem hebben te maken.

delen van de mozaieken aan de buitenkant

Mocht je ooit in de buurt komen, een bezoek waard. Tot volgende week.

TOOS

? DESTINATION? , mijn Nieuwjaarswens voor 2026


Toos van Holstein, ?DESTINATION? ( mixed media op papier, 15 cm-10 cm)

Natuurlijk is de keuze voor de vraagtekens in de titel ‘?Destination?’ van mijn bovenstaande Nieuwjaarskaart een bewuste. Want die zwevende figuur, is dat een soort engel? En komt die of gaat die nou juist? En die basiskleur groen? Tegenwoordig toch DE kleur voor duurzaamheid? Die is hier en daar best behoorlijk donker.

Maar we leven tegenwoordig dan ook in ambivalente en ongewisse tijden in een uit elkaar vallend wereldbestel. Daarvoor hoef je eigenlijk alleen maar te kijken naar ons eigen landje, naar onze eigen maatschappij.

Niet zomaar duiken steeds vaker min of meer ouderwets aandoende woorden op als het Drentse noaberschap en het Friese mienskip. Als je die begrippen zou willen omschrijven, moet daar volgens mij in ieder ook het woord ‘saamhorigheid’ bij betrokken worden. Hoe zou de wereld eruit zien als dat woord wat vaker in praktijk wordt gebracht?

Ik wens je daarom naast een gezond en creatief Nieuw Jaar dan ook een saamhorig Nieuw Jaar toe. Opdat we mede te maken krijgen met een Voorspoedig 2026!

Tot volgende week

TOOS

Feestend het Nieuwe Jaar 2026 in


Toos van Holstein, Fiësta (steendruk, 57 cm-77 cm)

Een beetje positief feestend het nieuwe jaar in kan in mijn ogen absoluut geen kwaad. Dan kunnen we al vast wat voorbereidende mentale weerbaarheid opbouwen tegen de negatieve zaken die ongetwijfeld dit jaar ook op ons pad gaan komen. Dus ik houd ’t kort dit keer, het feest gaat voor.

Toos van Holstein, Zocalo (olieverf, 90 cm-120 cm)

Maar Toos, je gebruikelijke Nieuwjaarswens dan? Komt goed! Die is nu in een behoorlijke oplage in vaste vorm in een envelop onderweg naar een aantal echte brievenbussen. Maar die oplage was niet groot genoeg om iedereen op mijn verzendlijst zo’n grofstoffelijk exemplaar toe te sturen. Dus gaat ie binnenkort ook nog in digitale vorm in digitale e-mail inboxen terecht komen. Net trouwens als op mijn accounts bij LinkedIn, Facebook, Instagram en Pinterest. En natuurlijk in dit blog TOOS&ART. Nog eventjes geduld dus.

Toos van Holstein, Festivo (olieverf, 80 cm-70 cm)

Tot volgende week.

TOOS

De Grootste Kerstboom ter Wereld in Gubbio en de Italiaanse Kunst van het Leven


Vorige week de Boom van Jesse, nu de Kerstboom. Maar dan geen gewone natuurlijk. Nee, gelijk maar de Grootste Kerstboom ter Wereld. Zie het Guinness World Records boek. Ja, en? Zo zou ik normaal gesproken reageren. Maar ja, deze kerstboom is wel in mijn eigenste keramiekstad Gubbio in Italië te vinden en dat verandert de zaak wel even. Mee ook omdat deze blogaflevering juist op Eerste Kerstdag in je Inbox valt.

de officieel grootste kerstboom ter wereld in Gubbio

In 1981 lichtte die Kerstboom voor ’t eerst op. Op 7 december ’s avonds. Waarmee een jaarlijks kerstritueel was geboren. Dit jaar werden de lichten dus voor de 45e keer ontstoken. Maar een kerstboom van dik 700 meter lengte kan natuurlijk nooit een echte boom zijn. Deze ligt dan ook als lichtende vorm tegen de helling van de Ingino, de berg boven Gubbio. Met de basis net buiten de oude stadsmuren en de spits vanzelfsprekend richting een kerk. De Basilica Sant’Ubaldo, de stadsheilige van Gubbio, die op de top van die Ingino ligt.

nog een keer, maar nu met het oude Romeinse theater op de voorgrond

Moet je je voorstellen: kilometers aan elektrische kabel en zo’n 700 lichtjes, het geheel vanaf kilometers afstand zichtbaar. Ik ken dit jammer genoeg alleen van foto’s omdat mijn jaarlijkse keramiek-verblijf van een maand altijd valt in de lente of zomer. Maar wie weet, ooit? Dan kan ik ook gelijk ‘ons’ plein in Gubbio in kerstsferen meemaken. De Piazza Giordano Bruno, het oudste plein van Gubbio in het quartiere di San Martino.

Piazza Giordano Bruno in Gubbio
met hier de Bar Pizzeria San Martino en mijn persoontje achterin midden links in een wittig jack

‘Ons’ plein, omdat levensgezel en ik daar einde middag heel regelmatig neerstrijken bij Bar Pizzeria San Martino. Voor onze Campari Spritz met toebehoren.

de Campari Spritz met toebehoren

Een gratis toebehoren dat bestaat uit een assortiment pizzastukken. En nemen we daarna nog een tweede spritz, dan is één van de grote voordelen dat we volop hebben gedronken en gegeten voor een totale rekening van iets meer dan €20. Leuk prijsje toch? Maar er is nog een ander zeer aangenaam voordeel. Het aanschouwen van de Kunst van het Leven. Want tussen drinken, eten en een boekie lezen door speelt zich voor je Hollandse ogen een Italiaans wijkleven af dat we in Nederland eigenlijk niet meer kennen. Zoals bijvoorbeeld de menging van jong en oud op de bankjes en trappen van de Chiesa di San Domenico tegenover ons terras.

jong geleerd oud gedaan

‘Jong geleerd oud gedaan’ zogezegd. Zouden die jonkies trouwens al beseffen dat zich achter hun rug prachtige middeleeuwse fresco’s bevinden? Vast niet, want leven in zo’n oude stad is toch gewoon?

een deel van de prachtige middeleeuwse fresco’s
heel toepasselijk voor Kerstmis, met op het fresco de aanbidding van de net geborem Jezus door de Drie Wijzen uit het Oosten

Die trappen zijn natuurlijk ook uitermate geschikt om aan je ijsje te likken. Gekocht bij de ijszaak vlak om de hoek. Geen onbekende zaak trouwens voor ons.

En strijk je op zaterdagnamiddag bij San Martino neer? Grote kans dat in de kerk een trouwpartij gaande is. Met alle gevolgen van dien op het plein.

een moderne variant van De Drie Gratiën
De Twee Gratiën?
nu nog maar één?

Dames in hun mooiste feestjurken die, als dat lichamelijk nog meezit, het bloot graag benadrukken. En jongere heren die er ook graag strak uitzien. En natuurlijk die oldtimer waarin het nieuwe stel nog een toertje door Gubbio moet maken. Een blijkbaar verplicht ritueel voordat elders het feest kan losbarsten.

Maar de hele week door zie je na 5’en ook wijkbewoners het plein bemensen. Effe bijpraten. Heel veel kennen we zo langzamerhand wel van gezicht. Zoals die ouwe man die regelmatig z’n rondje doet op het plein.

Oh ja, kijk daar komt die dochter haar moeder in de rolstoel naar het terras rijden. En daar komt de auto waar manlief zijn moeilijk lopende vrouw uit helpt om haar op het terras te zetten, weer weg te rijden en tien minuten later lopend terug te komen. Hé, daar is ook het echtpaar dat hier vrijwel dagelijks is te vinden.

links en rechts dat echtpaar
kijk, ze zijn er nog steeds

Heerlijk toch om aan zo’n plein te wonen en elke dag dit Italiaanse pleintoneel vanuit je raam te mogen aanschouwen?

Ook Ettore komt regelmatig voorbij. Ettore Sannipoli, DE kunstcriticus van Gubbio.

kunstcriticus Ettore Sannipoli komt voorbij

Met hem voer ik af en toe een soortement gesprekje. Want wij spreken geen Italiaans en hij juist alleen dat. Maar toch heeft ie over me geschreven. Over de Brocche d’Autore die ik maakte voor het museum in Gubbio. En laatst bracht ik hem zowaar in contact met Marianna Giuliante. Die ik weer ken via mijn galerie Quadrige in Nice omdat ze zich in Nice bezighoudt met de promotie van de Italiaanse taal via o.a. kunst. Zij en haar man wonen in Perugia, niet ver van Gubbio, en vonden het leuk om op bezoek te komen. Logisch dat we ze ook meevoerden naar ons plein.

in ‘bespreking’ met Marianna Giuliante

En wie zat daar? Ettore! Konden hij en Marianna toch maar mooi in het Italiaans kletsen over kunst, contacten en manifestaties. Wie weet komt daaruit nog eens iets voort. Hoe dan ook, ‘ons’ plein houden we er voor komend jaar natuurlijk weer in. Tot volgende week.

TOOS   

Geen Kerstboom maar een Jesseboom óftewel Wat zouden We zijn zonder Verhalen


Kerstbomen, hoeveel zouden er nu weer in Nederland over de toonbank zijn gegaan? In 2024 waren dat er zo’n 2,5 miljoen. Twee en een half miljoen exemplaren dus van een oud-Germaans heidens symbool dat pas in de 17e eeuw via de Duitse protestanten gekerstend is geraakt. Net zoals al eeuwen eerder het bijbehorende Germaanse lichtfeest na de kortste dag van het jaar door de Roomse Kerk was geconfisqueerd voor de viering van de geboorte van het Kindeke Jezus. Die kerkmannen wisten wel van integratie! Maar of die christelijke symboolfuncties van Kerstdag en kerstboom tegenwoordig nog steeds zo christelijk beleefd worden? Mag ik enige twijfel hebben?

Die twijfel hoef ik niet te hebben bij die veel onbekendere Jesseboom uit de titel. Officieel eigenlijk de Boom van Jesse. De wat? Vanachter mijn laptop zie ik de vraagtekens gelijk al oprijzen boven lezerskruinen. Daar gaat ie.

Op de foto hierboven zie je ook iets oprijzen. Iets dat gebaseerd is op een bijbels katholieke uitvinding eind 11e eeuw. Met ook Maria en Kind centraal. Mooi passend in deze Kersttijd, toch? Dat iets is het begin van een gebeeldhouwde boom, oprijzend uit de buik van een liggend figuur. De buik van Jesse. De Jesse van het volgend citaat uit het boek Jesaja in het Oude Testament: “Uit de stam van Jesse zal een scheut ontspruiten, uit zijn wortels zal een tak vrucht dragen”.

Hieronder zie je rechts op de eerste foto die hele boom van Jesse. Een prachtig, drie en een halve meter hoog beeldhouwwerk. Rond 1500 gehakt uit stukken kalksteen. Met daarin verweven tussen de takken heel veel figuren rondom een Maria met Kind. Raak je al Kerstsfeer?

kapel Musée de l’Hospice Saint-Roch.
hier nog een keer die rechterkant
Maria met de kleine Jezus op haar arm

Deze plaatjes maakte ik in Issoudun, in het Musée de l’Hospice Saint-Roch. Of om nog preciezer te zijn, in de kapel daar van het eeuwenoude ziekenhuis dat onderdeel uitmaakt van het museum.

in de tuin van het museum met achter mij een deel van het middeleeuwse Hospice Saint-Roch
de oude ziekenzaal van het hospice met nu een paar oude grafzerken daarin

Ik schreef begin september al over dit museum i.v.m. Leonor Fini, één van mijn vrouwelijke kunsthelden. Maar ’t leek me leuk om die boom nog even te bewaren tot een meer geëigende tijd. Kersttijd dus. Goed, nou die figuren boven de buik van stamvader Jesse en rond Maria en Kind.

een paar delen van de Boom van Jesse

 Niet de minsten trouwens, die figuren. Wat dacht je van alle Oud-Testamentische koningen van Judea (min of meer het huidige Israël), te beginnen met koning David? Je weet wel, die met dat door hem afgehakte hoofd van de reus Goliath. En wie was de vader van David? Juist, Jesse! En wat hebben Maria en Jezus dan weer te maken met al die geschiedenis uit het Oude Testament? Je dacht toch zeker niet dat Maria en dus ook Jezus van eenvoudige komaf waren. Kom op zeg! Na grondig en vanzelfsprekend wetenschappelijk verantwoord genealogisch onderzoek hebben de mannen van Rome ze weten te koppelen aan die koningslijn uit het Oude Testament. Met daarin bijvoorbeeld die wijze koning Salomo. Best knap natuurlijk! Maar ja, zoals ik in de titel al aanhaalde ‘Wat zouden We zijn zonder Verhalen’.

Die Boom van Jesse is eind 11e eeuw heel populair geworden in de geloofsbelevening. Ook omdat je aan de hand van die stamboom van Maria/Jezus een hele hoop Bijbelse verhalen kon oplepelen voor de grotendeels analfabetische bevolking. Je vindt de boom dan ook terug in allerlei oude iconen, manuscripten, glas-in-lood ramen en sculpturen. Zoals die in Issoudun.

middeleeuws manuscript met de Boom van Jesse
icoon met de Boom van Jesse
beeld met de Boom van Jesse
kerkraam in Chartres

Het Issoudun-exemplaar wordt gezien als buitengewoon. Ergens langs de autoroute staat zelfs een toeristisch verwijsbord naar de ‘l’Arbre de Jessé’. Mee ook omdat in die kapel nog een tweede boom is te vinden, links op die allereerste overzichtsfoto. Want toen ze in die tijd toch overal met Jessebomen bezig waren, is er nog een andere ontstaan. Een geestelijke, een spirituele. Eentje waarin Jezus ook nog gekoppeld wordt aan alle profeten uit het Oude Testament die op een of andere manier de komst van de Verlosser allang hadden voorspeld. Ook prachtig om te zien. Maar ja, geen echte Boom van Jesse natuurlijk. Dus die profeten als Samuel, Ezechiël, Mozes en Daniël laat ik maar zitten.

de sprituele Boom van Jesse met de profeten

Prachtig vond ik ’t om in diezelfde kapel ook nog mijn naamgenoot tegen te komen. Nou ja, eigenlijk degene die mijn eerste voornaam Catharina heeft veroorzaakt. De heilige Catharina van Alexandrië. Als eeuwenoud houten beeld hangend op een muur.

dat beeld van Catharina van Alexandrië

Tot volgende week.

TOOS

Mark Manders’ Mindstudy in Museum Voorlinden òftewel Je Weet Niet Wat Je Ziet


In 2013 zag ik zijn werk voor het eerst ‘live’. In het Nederlandse paviljoen tijdens de Biënnale van Venetië. En ik was onder de indruk. Echt één van de betere landenexposities toen. Iets dat Nederland niet vaak overkomt. Naar mijn smaak dan natuurlijk.

het Nederlandse paviljoen op de Biënnale di Venezia 2013

Het jaar daarop was ’t weer raak, zij het iets kleinschaliger. In mijn eigen Middelburg nog wel. In de Vleeshal, het Zeeuwse instituut voor de hedendaagse kunst. Hoe de toen al wijd en zijd bekende Mark Manders, want om hem draait ‘t, zomaar terecht kwam in dat voor velen gevoelsmatig zo verre Zeeland?  Nou, Lorenzo Benedetti, de curator die voor de Mondriaan Stichting die tentoonstelling met Mark Manders in Venetië regelde, was toen ook directeur van de Vleeshal. Zo werken die dingen dus!

Vleeshal Middelburg 2014

Wat maanden geleden kreeg ik mee dat Manders een grote solotentoonstelling kreeg in het Wassenaarse Museum Voorlinden. Waarvoor er zelfs inpandig een en ander verbouwd ging worden. Dat was duidelijk. Gaan! Een terechte beslissing kan ik nu concluderen. Want er valt heel wat te smullen bij zijn ‘Mindstudy’. Verspreid over heel veel zalen waar hij groot en groots mocht uitpakken (nog tot 18 januari).

al buiten bij de ingang van Museum Voorlinden een beeldje van Mark Manders
en ook in de bibliotheek
Met dit direct na de toegang tot de eigenlijke expositie. Die uit Middelburg of een variatie?

Eigenlijk had de expositie ook rustig Mindf*ck kunnen heten, naar dat bekende televisie programma waarin je altijd op het verkeerde been wordt gezet. Komt zo, eerst even wat van die echte curatoren-kunsttaal met een paar citaten uit de officiële omschrijving van ‘Mindstudy’.  

‘Mark Manders (1968) verkent de stille diepten van het menselijk bewustzijn. De internationaal geroemde kunstenaar fixeert gedachten en momenten in sculpturen, schilderijen en installaties die balanceren tussen het tastbare en het ongrijpbare. Zijn oeuvre ademt een poëtische spanning: intiem en universeel, concreet en mysterieus.’

variatie op een heel bekend thema van Manders

Kijk, met zo’n tekst kun je thuiskomen als je nog niet goed weet wat je nou met de kunst van Manders moet! Nog maar eentje dan.

‘ Daar ontvouwt zich een wereld van bevroren gedachten en stilgelegde momenten. Er is geen chronologische ordening: vroeg werk lijkt recent, terwijl ander werk de uitstraling heeft van een archeologisch object. Subtiele verbanden en echo’s ontstaan tussen de werken, die op elkaar inhaken en naar elkaar verwijzen.’

’t kan natuurlijk ook kleiner

Zo kunsttaalachig zou ik ’t nooit kunnen beschrijven. Ik kijk liever en dan zie ik wel. Zoals ik hier speel met woorden, zo doet Manders dat met materialen. Want als je denkt hoofden van vochtige of gebarsten droge klei te zien, vergeet ’t maar. Van brons, en na het gieten zodanig beschilderd dat het klei lijkt. En denk je houten planken te zien? Mindfuck!

Mindfuck dus
allemaal beschilderd brons

Bij bijvoorbeeld meubels heeft ie ook zo’n truc. Denkt je ‘hier klopt iets niet’, dan klopt dat. Ze zijn namelijk gemaakt op 88% van hun ware grootte. Opnieuw mindfuck.

die stoeltjes, 88% van de ware grootte

Zo is er veel om van te smullen in wat Manders zelf zijn ‘Zelfportret als gebouw’ noemt. Zijn levenswerk dat hij al als 18-jarige besloot te gaan schrijven, niet met woorden maar met voorwerpen. Een project waaraan hij dus nog steeds ‘schrijft’. Met beelden, installaties, tekeningen, schilderijen, publicaties en grafisch werk. Waarbij ik echt niet alles geweldig vind. Van die beelden kan ik blijven smullen. Maar bijvoorbeeld zijn schilderijen en enkele installaties? Mwah.

Neem die zaal hierboven. Een installatie onder de naam ‘Room With Three Dead Birds and Falling Dictionaries’. Met o.a. op doek geschilderde woordenboeken die neervallen op collages van kranten die allerlei Engelse woorden bevatten waarbij je denkt ‘is dat Engels’? Voor mij niet echt overtuigend.

een paar ‘echte’ boeken

En ook de werktafel en atelierinstallaties met lekker veel tot op de centimeter geënsceneerde rommel?

Geef mij toch maar die mensfiguren. Klein of groot, dat doet er niet toe, die blijven me boeien. Dus wat wilde ik nou nog meer dan dit!

vier heel grote koppen

In ieder geval daarna toch even op adem komen bij het prachtige uitzicht over het omringende landgoed. Een landgoed waar je ook nog vrij kunt rondwandelen, zelfs tot aan de Scheveningse duinen toe. Maar daarvoor was het een paar weken geleden niet echt het meest aantrekkelijke weer.

Maar wil jij nog meer Mark Manders? Geen probleem. Wat dacht je van deze twee beelden van hem in Amsterdam.

op het Rokin in Amsterdam
ergens aan de oever van het IJ, weer 88% (kijk maar naar emmer voor en stoel achter de tafel)

Of van dit omgevallen hoofd in Central Park in New York.

Central Park (New York), een variatie van dat omgevallen hoofd een paar foto’s hierboven

Of van dit korte filmpje op YouTube over de opbouw van ‘Mindstudy’.

Tot volgende week.

TOOS

Franse Grandeur en Kunstverrassingen in Montpellier met Hollander Paulus Potter als Uitsmijter


Een paar weken geleden liep ik rond in het Kunstmuseum Den Haag (lees hier maar). En daar ontstond de volgende hink-hink-stap-sprong gedachtegang: expositie ‘Nieuw Parijs:van Monet tot Morisot’ afgelopen februari in het Kunstmuseum- impressionist Frédéric Bazille-stad Montpellier- Musée Fabre. De beginhink is duidelijk, neem ik aan. Maar de eindsprong? Wel, afgelopen juni verzeilden levensgezel en ik bewust in Montpellier. Tijdens wat ik maar mijn ‘Tour de l’Art en France 2025’ heb genoemd.

luchtfoto van de oude kern van Montpellier

Jaren geleden verzeilden we namelijk maar voor een middagje in dat voor ons nog onbekende Montpellier. Gewoon spontaan, onvoorbereid, op weg van West naar Oost in Frankrijk. We besloten toen gelijk al ‘hier komen we uitgebreider terug’. Want ’t leek ons zo’n heerlijk Zuid-Franse stad waar veel te ontdekken viel. Dat terugkomen werd dus dit jaar. En dat ontdekkings-vermoeden klopte helemaal. Met het Musée Fabre als kers op de taart. Maar eerst Montpellier zelf in een paar foto’s.

standbeeld van De Drie Gratiën
de schouwburg
een soort Arc de Triomphe versie van Montpellier
de bijzondere voorgevel van de kathedraal

Zeg nou zelf, is dat geen Franse grandeur? Als daartussen dan ook nog eens zo’n 50.000 universiteitsstudenten rondlopen, krijg je er automatisch een grote levendigheid gratis bij. Waarbij de vele terrassen op de vele pleinen en pleintjes volop gebruikt worden. Tel daar nog eens allerlei verrassende muurschilderingen van klein tot groot en groter bij op en je hebt een stad waarvoor onze twee dagen beslist te kort waren.

één van die vele terrassen
een muurschildering in de maak
een muurschildering à la Banksy
het grootste deel op deze foto is muurschildering
net zoals hier op de voorgevels van beide huizen achter het terras

Dat bleek helemaal toen we het Musée Fabre betraden. Want een onbekend kunstmuseum in een onbekende stad is natuurlijk altijd een verplicht nummer. Ik kwam er bijna strompelend uit met een zwaar hoofd volgepropt met beelden.

entree van Musée Fabre

Maar nu eerst terug naar die 1e hink van hierboven. Naar die interessante blockbusterexpo ‘Nieuw Parijs’ in het Kunstmuseum Den Haag. Ik heb er destijds twee blogs aan gewijd, hier en hier. Over de groten in het revolutionaire impressionisme, hun stad Parijs, de Franse bourgeois waar veel impressionisten desondanks toch toe behoorden en het beleg van Parijs in 1870 door het Pruisische leger. Natuurlijk kende ik een aantal werken, maar onderstaand schilderij had ik naar mijn weten nog nooit eerder op m’n netvlies gehad. Terwijl ook de kunstenaar me weinig zei: Frédéric Bazille. Onterecht, zo bleek.

Frédéric Bazille, Het atelier van Bazille (1870)

Want op ‘Het atelier van Bazille (1870)’ staat op de trap links Renoir te praten met óf Monet óf Sisley. Degenen die ervoor hebben doorgeleerd moeten ’t hier blijkbaar laten afweten. Maar de korte man met hoed in het midden is Manet en die lange figuur is Bazille zelf. Overigens wel geschilderd door zijn grote vriend Manet, zo blijkt uit een brief van Bazille. Met Renoir, Monet of Sisley en Manet heb je natuurlijk wel een paar heel belangrijke schilders uit het impressionisme te pakken. Wat ook iets zegt over de positie van Bazille in die kringen. Ook kreeg ik mee dat hij eind 1870, op 28-jarige leeftijd, sneuvelde in een veldslag tegen de Pruisen. Wat dan weer verklaart waarom hij niet zo bekend is geworden.

in één van de grote trappenhuizen van Musée Fabre

Verbazing te over dus toen ik in dat Musée Fabre in een zaal ineens voor een schilderij van die Frédéric Bazille stond. Met daarnaast nog één. En nog één.

Frédéric Bazille, Jongeman naakt liggend op het gras (1870)
Frédéric Bazille, La toilette (1870)
Frédéric Bazille, Uitzicht op het dorp (1968)

Hoe kon dat zomaar, daar in Montpellier? Nou, niks moeilijks. Hij kwam uit Montpellier! Waar zijn gegoede bourgeois-familie een villa bezat. Weer een impressionist die zich geen financiële zorgen hoefde te maken. Want die familie betaalde zowel zijn schilderopleiding in Parijs als de huur voor de verschillende Parijse ateliers waarin hij achtereenvolgens verkeerde. Denk aan dat atelier van het schilderij in Den Haag! Vaak deelde hij die ateliers ook met zijn schildervrienden. Ik leerde zo dus weer heel wat bij.

Atelier aan de rue de Furstenberg (1865-66)

Bijvoorbeeld dat Frédéric regelmatig heen en weer reisde tussen Parijs en Montpellier. En dat zijn schilderijenerfenis na zijn te vroege dood zo’n 60 werken omvatte. Schilderijen die pas jaren later voor het eerst in het openbaar werden getoond en nu in bijvoorbeeld het Louvre en Musée d’Orsay hangen. En Musée Fabre.

Frédéric Bazille, Stilleven met reiger (1867)
Auguste Renoir, Frédérich Bazille die de reiger schildert op het werk hierboven (1867)

Maar daar hebben ze echt gigantisch veel meer. Namen noemen, geen beginnen aan. Maar wat plaatjes kunnen natuurlijk nooit kwaad.

zittend tegenover een paar schilderijen van Nederlander Kees van Dongen
bij een bekend schilderij van de beroemde Courbet, waarover zelfs een heel blog geschreven zou kunnen worden
één van de vele zalen
en nog meer

Er is zelfs een zaal vol met veel van onze overbekende Hollandse en Vlaamse meesters uit de 17e eeuw. Dus ook Rubens. Want tja, waar kom je Rubens niet tegen!

Peter Paul Rubens, Christus aan het kruis (rond 1635)

Maar ‘onze’ Paulus Potter van die beroemde stieren in het Mauritshuis? Dat was toch echt bijzonder die in Montpellier tegen te komen met een paar koeien.

Paulus Potter, Drie koeien in een landschap (1648)

Is er dan geen hedendaagse kunst te bekennen? ‘Hou maar op, schei maar uit’ heet ’t dan. Maar dat komt misschien nog wel eens. Want in Montpellier ga ik graag terugkeren. Met vooraf al Musée Fabre hoog op het to-do-lijstje. Tot volgende week.

TOOS

Lustro en KunstCadeau in Middelburg oftewel Maestro Giorgio in Gubbio en Boijmans in Rotterdam


Als ik tegenwoordig ’s morgens mijn atelier binnenloop en het licht aandoe, moet ik eerst altijd even kijken naar dat bord van hierboven. Naar de bijna magische kleurveranderingen die ik er vanuit verschillende hoeken in zie gebeuren. Het effect van het lustro dat ik erin heb verwerkt. Of luster op z’n Nederlands. Maar lustro vind ik gewoon veel mooier.

hier dat bord in wording in het atelier in Gubbio

Komende zondag 7 december tijdens de Middelburgse kunstroute kun je het zelf ook komen ervaren. Onze december kunstroute met als thema KunstCadeau. Nog een aantrekkelijke reden voor een bezoek. Komt straks.

Dat lustro was voor mij volstrekt onbekend toen ik in 2019 voor het eerst terechtkwam in het keramiekatelier van Giampietro Rampini in het Italiaanse Gubbio. Lustro? Vertel! Nou, dat hoefde je Giampietro geen twee keer te vragen. De naam Maestro Giorgio viel gelijk. Bijna een heilige, zo sprak hij erover. Die Giorgio, zo bleek, had dat lustro eind 15e eeuw uitgevonden. En nog wel in Gubbio!

portret van Giorgio Andreoli

Maestro Giorgio (1465- 1555), officiële naam Giorgio Andreoli en het grootste deel van zijn leven woonachtig in keramiekstad Gubbio, ontwikkelde daar een heel speciaal mengsel. Een olieachtige vloeistof met daarin heel kleine metaaldeeltjes van bijvoorbeeld parelmoer, goud of zilver. Als je die als extra laag aanbracht op al geglazuurd en gebakken aardewerk en dan het aardewerk nog eens verhitte, kreeg je een prachtig glanzend en iriserend effect. Dat wilde ik natuurlijk ook proberen. Dus toen ik in 2021 terugkeerde in Gubbio, 2020 coronajaar, vroeg ik dat aan Giampietro. Zijn antwoord: Toos, dat komt nog wel, eerst wat meer basisvaardigheden ontwikkelen. Tja, als je leermeester dat zegt, rest maar één ding. Luisteren!

Maar dit jaar kwam ’t er dan van. Nu in samenwerking met zijn dochter Giulia door het vroegtijdig overlijden van Giampietro. Giulia die de keramiektechnieken met de paplepel kreeg ingegoten.

Dus met haar op naar Deruta, nog zo’n keramiekstad, even ten zuiden van Perugia. Naar een keramiek-snoepwinkel in het kwadraat.

met Giulia in een van de vele gangen van die keramiek-snoepwinkel

Krijg je in een grote supermarkt al keuzestress, dan zeker daar. Gigantisch, al die keus aan materialen, overdonderend. Maar ik kwam vooral voor dat lustro. En daar kwam ik telkens weer terug op een stel rottig kleine flesjes. Hou je vast, per stuk €70. Dan neem je echt geen zak vol mee als het alleen om proberen gaat. Uiteindelijk werd ’t de goudkleur.

Die lustro breng ik hierboven met een klein penseeltje aan op bepaalde delen van dat bord bovenaan. In het zwarte cirkeltje rechts staat dat flesje van €70.

Giulia kijkt toe

Ik was heel blij verrast na die noodzakelijke derde keer bakken. Jammer genoeg is dat intrigerende effect niet goed te vangen in foto’s. Nou, een klein beetje misschien. Vergelijk onderstaande foto’s maar eens nauwkeurig met elkaar en zoek de kleurverschillen.

En Maestro Giorgio? Die inwoner uit ‘mijn’ Gubbio die wordt gezien als de beroemdste Italiaanse Renaiassance kunstenaar op zijn vakgebied? Die is natuurlijk niet meer weg te krijgen uit mijn kijkgedrag als ik nu ergens in musea rondloop tussen eeuwenoude beschilderde keramiek.

In Gubbio zelf kom ik zijn keramiek gek genoeg nauwelijks tegen. Nou ja, een paar borden uit zijn atelier dus niet eens van hemzelf. En dat nog in het nu permanent gesloten Museo della Ceramica. Foei Gubbio!

links en rechts wat ik in Gubbio tegenkwam aan keramiek uit het atelier van Maestro Giorgio

Een uur rijden oostelijk van Gubbio is dat beter. In Urbino, in een indrukwekkend kasteel. Waar ooit de machtige Montefeltro familie de scepter zwaaide, ook over Gubbio. Stond daar gewoonweg een hele vitrine gewijd aan de Maestro!

het kasteel van de Montefeltro’s in Urbino
die vitrine
met hier de borden er nog eens apart uitgelicht

Maar het meest verrast werd ik een paar jaar geleden in het Depot van Museum Boijmans. Door een vitrine ergens middenin dat alleen architectonisch al fabelachtige gebouw. Met daarin een bord met het label Maestro Giorgio ernaast. In Rotterdam!

links dat bord van Maestro Giorgio in het Depot van museum Boijmans
hier nog eens dat bord zoals het ook apart op de site van het museum is te vinden

Dat had ik nou echt niet verwacht. Maar ja, toen ik op internet ging zoeken bleek zijn keramiek zich in allerlei internationaal belangrijke musea te bevinden. Overigens lang niet altijd bewerkt met die lustro-techniek.

Maar die vind je dus wel op 7 december in mijn atelier bij de Middelburgse kunstroute. Met niet alleen mijn eigen lustro-bord maar o.a. ook nog met een eigen lustro-Uovo.

mijn ‘Uovo degli Angeli’ met daarop een neutraal lustro aangebracht

Naast natuurlijk nog heel veel andere KunstCadeau kunst. Zo staat ’t op de kunstroutesite:

Kunst Cadeau, een mooi kunstroutethema voor cadeaumaand december. Het atelier van Toos van Holstein is er helemaal op ingericht. Met haar speciale reeks olieverfjes van 20 bij 20 cm naast de reeks mixed media werken op handgeschept papier, gemaakt voor haar project ‘Coloured Black’. Haar handbeschilderde keramiek gecreëerd in het Italiaanse Gubbio is er natuurlijk ook. Plus de steendrukken die ze maakte in Zwitserland en België. Voor ‘elck wat wils’. “

beelden uit mijn atelier aan de Korendijk 56 in Middelburg

Tot volgende week.

TOOS

Kunstenaar Jacoba van Heemskerck en mecenas Marie Tak van Poortvliet als queer-koppel in Kunstmuseum Den Haag


Stel eens dat Jacoba van Heemskerck (1876-1923) en Marie Tak van Poortvliet (1871-1936) vandaag op wonderbaarlijke wijze geparachuteerd zouden worden op de aan hen gewijde expositie ‘Alles gegeven’ in het Haagse Kunstmuseum (gaan, nog tot 1 maart). Dan zouden ze daar regelmatig lezen dat ze ‘queer’ waren. Ik vermoed zomaar dat ze elkaar daarbij vragend zouden aankijken. Queer, leg uit! Komt straks. Maar ik begin alvast wel met foto’s tussendoor te strooien.

Jacoba van Heemskerck voor één van haar schilderijen
ik bij dat schilderij uit de foto hierboven
Jacoba van Heemskerck, Vliegdennenbos (1908), een vroeg werk van Jacoba

Zo’n twee jaar geleden kwamen die twee hier al eerder ter sprake. Vanwege ‘Jacoba van Heemskerck-Een klein eerbetoon’ in het eveneens kleine Marie Tak van Poortvliet Museum in Domburg. Maar klein of niet, een museum met jouw naam? Dan was je iemand.

Marie Tak van Poortvliet op oudere leeftijd

Hier is dat blog na te lezen. Over Domburg, destijds centrum voor de Nederlandse avant-garde kunstenaars, over Jacoba als bekend wordend maar ook weer vergeten kunstenaar, over Marie als kunstmecenas en over hun Domburgse villa Loverendale.

Jacoba van Heemskerck, Villa Loverendale (1911, houtskooltekening op papier)
Villa Loverendale met in het geopende raam Marie Tak van Poortvliet

Nu is er die veel breder opgezette tentoonstelling in het Kunstmuseum, Waarin koppel Jacoba/Marie en hun kunstomgeving centraal staan. Want een koppel waren ze, een lesbisch liefdeskoppel. Oei, en dat in die tijd? Voor twee welgestelde dames uit rijke Haagse bourgeoisfamilies? Daar moest absoluut een dikke stapel mantels der liefde overheen. Zomers in hun Domburgse villa wel samenwonend, maar in woonstee Den Haag natuurlijk elk in hun eigen huis. Een mannelijke stropdas op een witte vrouwenbloes als teken van evrouwcipatie kon er ver van Den Haag in Domburg trouwens wel af.

Tentoonstellingspaviljoen in Domburg 1911, zoek maar naar de twee stropdassen

Niet dat ze daardoor ook gelijk acceptabel waren voor sommige mannelijke kunstcollega’s. Want Jan Sluijters, niet de minste destijds, sprak in 1910 van “dat zootje van jonkvrouwelijke juffers”. En wilde bij een door Mondriaan in het Stedelijk Museum Amsterdam georganiseerde groepstentoonstelling eigenlijk niet het podium delen met Jacoba. Of wat te denken van de uitspraak van de grote Jan Toorop: “Heemskerck is aan het Mondrianen en Picassoën. Wat zal ’t volgend jaar imiteren”.

Jacoba van Heemskerck, Twee bomen (olieverf, 1910), Mondriaan maakte een vergelijkbaar schilderij. De rest van Jacoba’s schilderijen staat in chronologische volgorde.
Jacoba van Heemskerck, Compositie no.1 (oileverf, 1912-13), in kubistische stijl
Bos II (olieverf 1913)

Terwijl Lodewijk Schelfhout, die wel met Jacoba samenwerkte in Domburg, achter haar rug om ’t smalend had over ‘Takje en het Beest’. Heemskerck van Beest was namelijk de volledige achternaam van Jacoba. Afgunst, broodnijd, mannelijke superioriteit?

Compositie (olieverf, 1914), meer naar Kandinsky

Nog zo’n teken des tijds. Marie wilde graag dat haar grote internationale collectie van moderne kunst in Nederland bleef. Nou, welk museum zou tegenwoordig zo’n verzameling met beroemdheden als Mondriaan, Kandinsky, Marc en Leger met verplichte afname van een aantal Van Heemskerck’en niet geschonken willen krijgen. Het Stedelijk in Amsterdam dus niet. Het Rotterdamse Boijmans zag Jacoba niet zo zitten, maar koos in 1936 met moeite vijf van haar olieverfschilderijen en een stel tekeningen. En wat nu het Kunstmuseum Den Haag heet, accepteerde wel veel werk van haar, inclusief een aantal glas-in-lood ramen. Maar dat alles verdween subiet voor tientallen jaren in het depot.

Toen ik dat las, vroeg ik me direct het volgende af. Hoeveel huidige museumdirecteuren en curatoren, die daar allemaal voor hebben doorgeleerd, zouden nu ook dit soort vergissingen maken bij aangeboden kunstschenkingen? Want ik heb weleens de indruk dat ze vaak met zichtbeperkende oogkleppen op achter elkaar aanlopen. Met daardoor een eenzijdige, beperkte kijk op de toekomstige kunstgeschiedenis. Maar dat terzijde.

Bild no.23 uit 1915.

Nu kunnen we in Den Haag in ieder geval goed de ontwikkeling van Jacoba van Heemskerck volgen. Waarbij ze via het experimenteren met expressionisme en kubisme langzaam haar eigen stijl vond. Één met veel abstracte symboliek in kleur en stevig aangezette zwarte lijnen en vlakken.

Bomen en bergen, 1915

Symboliek die zijn oorsprong vond in geestelijke stromingen als de theosofie en de antroposofie van Oostenrijker Rudolf Steiner (denk aan de Vrije Scholen in Nederland). Waarmee bijvoorbeeld zowel Mondriaan als Van Heemskerck probeerden de volgens hen achter de zichtbare werkelijkheid schuilgaande onzichtbare geestelijke wereld te verbeelden. Ga er maar aan staan!

Hieronder de 2 schilderijen op deze foto apart
Bild no.62, Eiland (1917)
Bild no.87 (1918)
Landschap (1919-20)
Vensterhanger met glas in lood, voorstelling van een schip (1918-20)

Door die in vooral Duitsland populaire antroposofie werd Jacoba in Duitsland bekender dan in Nederland. Mee omdat ze samenwerkte met de invloedrijke galerie Der Sturm in Berlijn. Op de expositie wordt ook nog aangestipt dat Jacoba en Marie daardoor wel wat Duitsgezind waren in de Eerste Wereldoorlog. Iets dat in het neutrale Nederland niet bij iedereen lekker lag.

afdeling met glas-in-lood ramen van Jacoba van Heemskerck, allemaal van rond 1920

Nou dat ‘queer’ uit de inleiding. Bij de zoveelste keer dat levensgezel dat woord weer ontwaarde, begon hij te mopperen over dat taalgedoe. “Heb ik verdorie die hele alfabetverzameling van LHBTQIA+ in m’n kop gestampt, gooien ze dat binnen de kortste keren weer overboord. Is alles ineens ‘queer’. Die Q in LHBTQIA+ heeft toch een heel eigen betekenis? Wat een mentale luiheid!”.

op de achtergrond een uitvergrote foto met Jacoba en Marie als imker bij hun bijenkassen op landgoed Loverendale

Nog zo’n tegenwoordig bijna verplichte politieke correctheid. Aan het eind van de tentoonstelling komt ter sprake dat de voorvaderen van Marie een deel van hun kapitaal hebben verdiend met slavernij. Foei natuurlijk! Maar, zo staat er dan, hierover heeft zij zich nooit uitgelaten. Tjonge, ’t is toch wat! Is dat nou echt het vermelden waard?

na zo’n uitgebreide expositie, met alle bijbehorende overdenkingen, is het even goed rusten in dat prachtige museum dat vanwege de architectuur al een kunststuk is

Tot volgende week.

TOOS

Beleef de wereld van beeldend kunstenaar TOOS van Holstein, haar kunstleven, haar ervaringen, haar ideeën

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag