Tagarchief: Dali

100 Jaar Surrealisme, best een paar kunstfeestjes waard in surrealistisch België


’t Is dat André Breton een Fransman was, anders had de oorsprong van het Surrealisme zomaar in Brussel hebben kunnen liggen. Want is een land met een tweetalige hoofdstad, met drie verschillende talen en met vier regeringen eigenlijk niet al surrealisme ten top? En wat dacht je van die al meer dan 40 jaar oude steigers tegen het Paleis van Justitie in Brussel? Waar een paar jaar geleden nieuwe steigers tegenaan moesten worden gezet om die oude te stutten. België, best wel surrealistisch!

Maar goed, de Franse schrijver en dichter André Breton (1896-1966) publiceerde zijn beroemde Manifeste du Surréalisme dus in Parijs. In 1924. Hé, 1924? Ja, inderdaad, 100 jaar geleden. Vandaar die feestjes uit de titel. Maar dan wel in België. Komt zo.

Breton, jarenlang niet alleen het officiële theoretisch brein maar ook de hoofdaap  op de surrealistische rots, schreef in dat manifest het volgende. „Surrealisme: puur psychisch automatisme om – mondeling, schriftelijk of op welke manier dan ook – de werkelijke werking van het denken tot uitdrukking te brengen. Dictaat van het denken, zonder enige vorm van controle door de rede, los van elke esthetische of morele bekommernis.” Kijk, dat is nou eens begrijpelijke taal.

André Breton

Hoewel in eerste instantie bedoeld voor schrijvers, mochten van Breton toch ook beeldende kunstenaars er zich wel tegenaan gaan bemoeien. Gevolg? De surrealistische schilderijen van o.a. de Spaanse Salvador Dali en Juan Miró, de van oorsprong Duitse Max Ernst en Belg René Magritte.

Allemaal namen die niet meer uit de kunstgeschiedenis zijn weg te slaan. Magritte (1898-1967) werd zelfs de oervader van drie generaties Belgische surrealisten. En dat willen ze graag weten  in het ‘Bozar-Paleis voor Schone Kunsten’ in Brussel. Met ‘Histoire de ne pas rire. Het surrealisme in België’ (tot 16 juni).

met Dali
met Miró
met op de voorgrond links Magritte en rechts Max Ernst

Die ‘niet om te lachen’ tentoonstelling konden levensgezel en ik onlangs mooi meepikken tijdens een tweedaags bezoek aan Brussel. Waar de tweedelige opera ‘Rivoluzione e Nostalgia’ het hoofdmenu vormde (hier mijn blog daarover).

Het Bozar biedt een zeer uitgebreide expositie over die drie generaties. Met niet alleen schilderijen maar ook foto’s en teksten. Maar natuurlijk wel met Magritte als leidraad door de hele tentoonstelling heen. Naast ook heel wat muurteksten van een vriend van hem, de Belgische surrealistische schrijver/dichter Paul Nougé. Nog nooit van gehoord trouwens.

en zo stikte ’t op de muren van die teksten van Paul Nougé

Ik moet toegeven dat ik toch meer oog had voor de schilderijen van Magritte. Vooral ook door diverse verrassingen uit zijn verschillende perioden. Kijk maar chronologisch mee.

René Magritte, Nocturne (1923), dus nog voor de start van het Surrealisme
Portret van Paul Nougé (1927)
De verschijning (1928)
links ‘Op de drempelvan de vrijheid’ (1930) en rechts ‘De aanslag’ (1932)
De luchtvlakte (1940) en De zoektocht naar het volmaakte (1940)
De steekvlam (1943)
De oogst (1943)
De vrijheid van geest (1948)
Magritte, Het verraad der beelden-Dit is nog steeds geen pijp (1952), het beroemde Çeci n’est pas une pipe’ hing er niet

Tussen al die werken door hingen schilderijen en foto’s van die andere generaties kunstenaars die het surrealisme in hun surrealistische land levend hielden. In ons aangeharkte Nederland gaat dat echt niet lukken.

Frits Van den Berghe, De man in de wolken (1927)
Raoul Ubac, De kamer (zilvergelatinedruk, 1938)
Marcel Lefrancq, De elf maanden van het goede jaar (1939-45)
rechts Magritte, De verkrachting (1943)
en links Roger Van de Wouwer, De verkrachte verkrachter (1963)
Marcel Mariën, Venusquez (1974)

Paul Delvaux (1897-1994) neemt hierbij nog wel een aparte plaats in. Hij stapte iets later dan Magritte het surrealistiche circus binnen. En is vooral bekend geworden om zijn werken met georkestreerde verzamelingen naakten in openbare ruimten.

Paul Delvaux, De stad bij dageraad (1940)
Paul Delvaux, de Roze strikken (1937)

Toch wel een gevoelig puntje trouwens, dat vele naakt in het surrealisme. Vrouwelijk naakt vanzelfsprekend. Met natuurlijk bijbehorende argumenten daarvoor. Zoals dat die erotiek een manier was om zich af te zetten tegen kerk, bourgoisie en bijbehorende moraal. Maar waarom dan geen mannelijk naakt? Nog zo een: de goegemeente wakker schudden met het naakte lichaam als instrument. Ging dat niet lukken met mannelijk naakt? Aardig wat dubbeldunk dus. Niet zomaar schreef de bekende Franse schrijver en filosoof Simone de Beauvoir dat in het surrealisme blijkbaar ‘de vrouw alles kan zijn behalve zichzelf’.

Toch zijn er ook uitstekende vrouwelijke kunstenaars bezig geweest in die surrealistische wereld. Zoals Leonora Carrington (1917-2011) en Leonor Fini (1907-1996). Vrouwen die in overleden staat de laatste jaren bezig zijn aan een volkomen terechte opmars in de kunst- en veilingwereld.

Tot mijn prettige verbazing doken er in het Bozar ook een paar vrouwen op waarvan ik nog nooit had gehoord. Rachel Baes (1912-1983) en Jane Graverol (1905-1984). Kunstenaars die nu uit de vergetelheid worden gerukt om mee te kunnen liften op de populariteitsgolf van die andere surrealistische vrouwen. Wat dan weer niet hoeft in te houden dat ik hen daarmee ook gelijk geweldig goeie kunstenaars vindt. Maar wel heel goed natuurlijk dat dit nu gebeurt.

Rachel Baes, De filosofieles (1963)
Jane Graverol, Zonder titel (Bevrijde vrouw), 1949
Jane Graverol rechts (De nieuwe melancholie,1956) en Magritte links (De luisterkamer, 1958)

Al met al een heel leuk kunstfeest, daar in het Bozar. Met op een slingersteenworp afstand nog een tweede feestje. ‘IMAGINE!-100 Years of International Surrealism’ in het KMSKB. De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten  van België. Noem een bekende naam en die hangt er. Tot 21 juli. Dat IMAGINE! lukte ons toen jammer genoeg niet meer. Maar ’t is nog geen 21 juli. Bucketlist, weet je wel! Tot volgende week.

TOOS

De gevolgen van een avontuurtje in Saint-Paul de Vence


Dit keer een makkie. Want waarom zelf iets schrijven als anderen dat al voor me hebben gedaan? Er verschenen onlangs niet voor niks twee interviews met mij in de twee magazines van de twee Nederlandse clubs die de Côte d’Azur rijk is. De Nederlandse Club Côte d’Azur en de Association Néerlandaise du Midi. Dus waarom die alletwee niet gewoon overgenomen? Voor de teksten kan ik ten slotte volledig instaan, de antwoorden zijn van mijzelf.

foto van een foto van het interview met de Nederlandse consul aan de Côte d’Azur

Alleen zag ik al snel dat beide artikelen samen toch wel erg veel tekstruimte in beslag namen. En te veel TOOS is ook weer niet goed. Vandaar nu eerst het interview met de Nederlandse consul Willem-Hein Couwenberg in zijn rubriek ‘La vie professionelle’ in het herfstnummer 2023 van het DNC Magazine. De bijbehorende foto’s strooi ik tussendoor.

Het artikel van Olga Stulemeijer, die de kunstrubriek in het ANM Magazine ‘doet’, laat dus nog even op zicht wachten.

La Vie professionelle

Wanneer je je brood verdient met een onconventioneel beroep als kunstschilder dien je de kunst van het ondernemen goed te verstaan. Toos van Holstein is een uitstekend voorbeeld van zo’n ondernemende kunstenaar.  Afgelopen zomer bracht ze een bezoek aan Vence, vergezeld door haar partner Harm Witteveen. Haar rijke carrière overspant meer dan 40 jaar en omvat een indrukwekkend oeuvre dat niet in een Frans kwartiertje verteld kan worden.  In dit artikeltje zal ik proberen een tipje van de sluier op te lichten, voor de nieuwsgierigen is er een dubbel-expositie deze herfst in galerie Qvadrige en haar atelier-appartement in Nice.

Leeftijdsgroep?

Toos zal met haar werklust en creativiteit in haar 7de decennium menig Franse pensioenleeftijd demonstrant de schrik van op het lijf jagen. 

Waar komt je inspiratie vandaan?

De inspiratie voor mijn kunst komt uit mijn ‘Monde interieur’ dat is mijn buikgevoel: ‘s ochtends vroeg ga ik naar mijn atelier, als ik daar rustig en alleen zit dan komt de inspiratie naar me toe. Het is geen zweverig proces, maar eerder het ontstaan vanuit herinneringen, dromen of zelfs iets wat ik heb gelezen.

Toos van Holstein, Amanthes, (olieverfschilderij 160-120 cm)

Waar bestaat je werk uit?

Ik maak schilderijen en een enkele sculptuur, vanuit de galerie hier in Nice maak ik ook steeds meer illustraties voor boeken. Het verband tussen geschreven tekst en kunst is ook duidelijk zichtbaar bij Toos, dankzij de samenwerking met Jean-Paul Aureglia, de belangrijke vaste galeriehouder van galerie Quadrige annex uitgeverij La Diane Française. Binnen de Quadrige-galerie zijn de ‘livre d’art’ erg populair in Frankrijk. De galeriehouder baseert zijn filosofie op de drie pijlers van de westerse cultuur: de literaire werken van Dante met de Goddelijke Komedie, La Légende Dorée met alle heiligenlevens en als derde de Ilias en de Odyssee van Homerus. De galerie/uitgeverij heeft een rijke geschiedenis, met eerdere samenwerkingen met kunstenaars als Matisse, Masson, Leonor Fini en Dali.

Toos van Holstein, Kroning (olieverfschilderij 150-110 cm), geïnspireerd door de Divina Commedia van Dante

Hoe ben je hier beland?

Ik hou van het zuiden, de natuur, de warmte en de schoonheid van het licht. Ik ben begonnen in St-Paul-de-Vence, ik huurde daar een zolderkamer in de rue Grande. Daar lag de wieg van mijn avontuur in Frankrijk. In 1994 en 1995 kwam ik bij mijn exposities in Saint-Jeannet en St-Paul-de-Vence in contact met Jean-Paul van Qvadrige. Daarna heb ik steeds samen met hem projecten gedaan waardoor ik steeds weer terugkeerde naar deze streek. Ik heb daarna nog op allerlei plekken rond Nice gewoond maar bij de kust was het best. Hier aan de kust zoals bij Villefranche-sur-Mer heb je hetzelfde licht als in Zeeland, dat heeft schijnbaar iets met de zoutkristallen uit het zeewater te maken.  Als ik hier was ging ik vaak naar de DNC-borrel op Domaine Cocagne in Cagnes-sur-Mer. Ik had daar goed contact met Ermert Wissink, oud-voorzitter DNC, en zijn vrouw Magda. Die waren zo vriendelijk om mijn werk daar op te hangen, dat heeft me goed geholpen hier voet aan wal te krijgen.

Wat hoop dat je dat mensen voelen of ervaren als ze jou kunst zien?
Mijn kunst gaat meer over gevoel dan over ervaring, dat ze iets herkennen. Je kan er je fantasie in laten gaan. Mijn schilderijen hebben vaak menselijke gestalten en gebouwen erin.

Naast de eerdergenoemde literaire thema’s zijn ookzowel oude als nieuwe architectuur een thema, in mijn werk zie je vaak een doorgang, je moet ergens naar toe kunnen, sommigen noemen het mystiek. De warme kleuren van de Côte d’Azur spreken me erg aan, die komen ook weer terug in mijn schilderijen. Ik ben een estheticus, mijn kunst hoeft niet te wringen, ik zoek schoonheid en harmonie.

Welke advies heb je voor beginnende kunstenaars?

Probeer je eigen artistieke stem en een eigen wereld te vinden en blijf trouw aan jezelf. Ontwikkel je eigen stijl en vaar niet altijd maar op de golven van wat populair is. Bouw een markt op met behulp van een galerie, het is de moeite om ook de kunstgalerie een redelijk percentage te gunnen. Zij doen veel werk voor je. Tegen een galeriehouder durven klanten ook te zeggen wat ze mooi vinden, die opbouwende kritiek daar groei je van. Zoek een podium en weet wie je klanten zijn. Mijn schilderijen verkoop ik voor het grootste gedeelte aan kunstliefhebbers uit Amerika, België, Nederland en natuurlijk ook Frankrijk.

Waar kun je jouw schilderijen zien in Zuid-Frankrijk?

Deze herfst is er een dubbel-expositie van mijn werk in Nice in Galerie Quadrige en in mijn Niçoise appartement/atelier.

Tot volgende week.

TOOS

La Colombe d’Or, geen sterren op het bord maar aan de muur, het vervolg


Toos, kreeg ik als vraag  vanwege mijn blog vorige week over dat fameuze La Colombe d’Or in Saint-Paul-de-Vence, is ’t niet vreselijk duur, dat restaurant? Nou, goedkoop is anders, maar duur? Valt verhoudingsgewijs best mee, zeker bij de lunch. Want sterren op de kaart hebben ze er niet, die hangen ze liever aan de muur! Hiernaast een pagina van de zeker borsthoge menukaart met heel grote letters. Bril vergeten? Geen probleem. Verwacht geen culinaire hoogstandjes. De ambiance, daarom draait ‘t. Maar dat levensgezel en ik een wel  zeer speciale ambiance cadeau kregen? Met restaurant plus alle grote kunststerren aan de muren echt helemaal voor ons zelf? Onverwacht en buitenissig. Oké, hoe dat kwam.

Ik had ’s morgens gereserveerd toen bleek dat de bussen naar Saint-Paul als spijsverandering zomaar weer een keertje een dag wel reden. De pensioenleeftijd-stakingen, weet je wel! Een reservering om 13 uur pour deux dans la salle, voor twee in de zaal. Komen we daar, willen ze ons in de al behoorlijk volle en rumoerige tuin plaatsen. Want die hebben ze daar ook. Met zelfs meer plaatsen dan binnen.

van binnenuit bij ons raam de tuin buiten

Non, mais non, wij willen absolument binnen zitten. Kunst, weet je wel, en Saint-Paul-de-Vence nostalgie. ’t Kostte enige overredingskracht maar uiteindelijk werden we toch geëscorteerd naar de zaal. Toen bleek waarom ze ons liever buiten hadden. Er zat echt HE-LE-MAAL NIE-MAND! Blijkbaar verkeerden de gasten liever buiten in het heerlijke lentezonnetje. Ook makkelijker natuurlijk voor de obers. Die hoefden dan niet elke keer voor alleen die twee stomme Hollanders de zaal in. Begrijpelijk, maar daar gingen we dus niet in mee. Wij wilden de kunst zien en ook fotograferen.

zeg nou zelf, toch wel een heel bijzonder ambiance met alle kunst voor ons zelf

Dat werd dus een makkie. Niks geen gedoe met geschuifel tussen bezette tafeltjes door, niks geen gedoe met anderen lastig vallen. Het omgekeerde gebeurde zelfs. Want soms kwamen er even gasten om de hoek kijken. Die ons dan van verre toch maar even vriendelijk toeknikten, snel vanuit de deuropening de muren scanden om gelijk weer te verdwijnen. Dat stel daar aan de tafel bij het raam was blijkbaar wel speciaal, daarvan kon de serene rust niet zomaar verstoord worden! Maar goed ook, zo konden we met onze neuzen lekker lang overal  bovenop staan.

rechts het kenmerkende werk van César in La Colombe d’Or

Zoals bij deze ‘César’ die ik vorige week al liet zien. Een betaling voor regelmatig eten en verblijven in La Colombe. Zijn tijdgenoten en kunstvrienden Arman (1928-2005) en Yves Klein (1928-1962), beiden echte Niçois, leek dat ook wel wat.

links Arman in La Colombe d’Or
nog meer van Arman in La Colombe d’Or
links werk van Yves Klein, rechts van Alexander Calder in La Colombe d’Or

Dat ze alledrie beroemd zijn geworden en wereldwijd in musea hangen, staan en liggen? Dat zegt wel iets over de kunstcollectie in La Colombe. Want waar vind je ook zomaar een mobile, zo’n uiting van kinetische kunst, van de Amerikaan Alexander Calder (1898-1976) bij een zwembad? Daar dus. En dat hij er kind aan huis was blijkt wel uit zijn diverse giften die binnen hangen.

de mobile van Alexander Calder bij het zwembad van La Colombe d’Or
nog even die leegte

Net zoals ook een echte verrassing, een ‘Masson’! Van surrealist André Masson (1896-1987). Niet alleen vriendje van Dali maar ook een kunstenaar waarvan Jean-Paul Aureglia van ‘mijn’ galerie Quadrige in Nice een aantal jaren geleden een kunstboek heruitgaf. Omdat Masson nog had samengewerkt met Pierre Cottalorda, de oude galeriecompaan van Jean-Paul. Die goeie ouwe Pierre, al een aantal jaren geleden gestorven, maar nog steeds met een warme plek in mijn hart. Zo’n ‘Masson’ daar plotsklaps in de Colombe, dat deed me dus wel wat.

bij het typisch surrealistische werk van André Masson in La Colombe d’Or

Zoals trouwens ook al die anderen.

voorstudie van Fernand Léger voor zijn mozaiek in de tuin van La Colombe d’Or
dat mozaiek van Léger in de tuin
werk van Raoul Dufy in La Colombe d’Or
Hans Hartung

En dan is dat alles nog maar een deel van de verzameling. Want de hotelgangen en kamers zijn blijkbaar ook niet onaardig behangen. Maar ja, kamers vanaf zo’n €300 per nacht? Mwah! Maar zeg nooit nooit, zei de gek. Want ’t is natuurlijk wel een plek met een gigantische kunst en filmgeschiedenis. Dat het fameuze Franse filmkoppel Yves Montand en Simone Signoret elkaar daar voor ’t eerst zag en er ook trouwde? En dat als je de gigantische bronzen duim van César passeert bij de uitgang je gelijk kunt oversteken naar het ook al zo fameuze Café de la Place met de al even beroemde jeu de boule baan? Dat wordt vast nog eens een ander verhaal.

de bronzen duim van César bij de in/uitgang van La Colombe d’Or
op het terras van Café de la Place tegenover La Colombe d’Or

Oh ja, en dan toch nog even dat toeval en kansen pakken van vorige week. Stel dat de burgemeester van Saint-Paul-de Vence in 1872 niet de vooruitziende blik had gehad om de wallen van het stadje voor welgeteld 400 Franse francs te kopen van de Franse regering die deze wilde afbreken om de losse stenen te verkopen.

Saint-Paul-de-Vence met de nog omringende, behouden gebleven verdedigingswal

Dan zou alles er absoluut onaantrekkelijker hebben uitgezien. En zou dan de Colombe op deze manier …..? Vul zelf maar in. Tot volgende week.

TOOS

Niet Alice maar Leonor Fini in Wonderland


Had je me voor de lente van 1994 gevraagd naar ene kunstenaar Leonor Fini, dan had ik vragend terug moeten kijken. Maar zou je dat nu doen, in augustus 2020? Dan komt er een uitgebreid persoonlijk verhaal. Beginnend bij Sophie Kerfanto, restaurant Abacadabra en de Fondation Maeght in Saint-Paul-de-Vence om dan via Pierre Cottalorda in Nice en Lichtstad Parijs door te gaan naar Neil Zukerman in New York. Met die Leonor Fini als rode draad. Begin juli noemde ik haar al eens in een blogaflevering over vrouwelijke surrealisten. Lees eventueel maar hier.

het kunststadje Saint-Paul-de-Vence met op de achtergrond de kust van de Côte d’Azur

Maar dat persoonlijke verhaal dus. In de lente van 1994 raakte ik volstrekt onverwacht verzeild in het middeleeuwse kunststadje Saint-Paul-de-Vence aan de Côte d’Azur. Noordwestelijk van Nice. Hoe ik daar terecht kwam en waarom ik er uiteindelijk drie maanden verbleef? Dat is een bijzonder, maar ander verhaal.

Ik zie me er gelijk weer zitten, op de zolder boven restaurant Abacadabra aan de Rue Grande waar eigenaar Sophie Kerfanto de scepter zwaaide en zelf op de 1e etage woonde. Een zolder die ik als slaapplek en atelier had kunnen inrichten. Met een prachtig uitzicht op de vallei aan de westkant van Saint-Paul. En met in het restaurant  een dik boek over ene Leonor Fini. Een in 1907 geboren vrouwelijke kunstenaar met werk dat me direct intrigeerde. Echt een heel eigen, sterke en overduidelijk vrouwelijke wereld.

Leonor Fini, olieverfschilderij

Leonor Fini

Dicht bij Saint-Paul ligt de Fondation Maeght, een heel bekend particulier museum voor hedendaagse kunst met een focus op de tweede helft van de 20e eeuw. Bleken ze daar een grote bibliotheek te hebben met ook een aantal boeken over Leonor Fini! Ik heb er in mijn drie maanden Saint-Paul aardig wat uurtjes doorgebracht als ik me wilde ontspannen na uren geconcentreerd schilderen op mijn steeds warmer wordende zolder. Om me bijvoorbeeld te laven aan het avontuurlijke leven van Fini. Een ravissante, zeer eigenzinnige vrouw die verkeerde in de bruisende kringen van de surrealisten in Parijs, die vaak extravagant gekleed ging, die haar liefdesleven verrijkte met zowel mannen als vrouwen en die er daarbij ook nog zo’n twintig Perzische katten op nahield.

rechts Leonor met links de wereldberoemde filmster Brigitte Bardot

Leonor met een van haar katten

Leonor Fini, olieverfschilderij

links Jean-Paul en rechts zijn compagnon Pierre Cottalorda

In die Saint-Paul tijd kwam levensgezel ook een week aanvliegen opdat we samen konden rondtoeren aan de Côte. Om onder andere musea en galerieën te bezoeken. Wie weet was er een galerie te vinden voor mijn schilderijen. Op de laatste dag van die week ontdekten we Galerie Qvadrige in Nice. De galerie van Jean-Paul Aureglia met wie ik nu al jaren samenwerk. Maar je begrijpt ’t al, dat is een ander verhaal. Wel van belang is dat Jean-Paul een veel oudere compagnon had, Pierre Cottalorda. Een gedistingeerde, oer-Franse heer die veel van kunst wist en die, zo bleek na verloop van tijd, nog had samengewerkt met o.a. Matisse, Salvador Dali en André Masson. En met ……. Leonor Fini! Zeg maar eens dat toeval niet bestaat. Vandaar dat ik nu dan ook in het bezit ben van een aantal steendrukken van Leonor. Want die waren via Pierre eigendom van Qvadrige.

Leonor Fini, steendruk

enkele olieverven van Leonor Fini

Een jaar later zag ik in een Parijse galerie voor het eerst ‘live’ olieverfschilderijen van haar. In wat waarschijnlijk de laatste expositie tijdens haar leven is geweest. Want ze overleed in 1996. Ik was al verknocht aan haar werk maar toen was ik gelijk helemaal verkocht. Wat een vrouw, wat een karakter, wat een kunstenaar! En wat een durf! Een kunstenaar die vond dat je het illustreren van de in 1954 gepubliceerde, hoogst gedurfde erotische roman ‘Histoire d’O’ niet aan mannen kon overlaten maar dat ook als vrouw moest doen. De vrouw die vond dat ook zij de als pornografisch betitelde boeken ‘De 120 dagen van Sodom’ en ‘Justine’ van Markies de Sade (1740-1814) moest illustreren. En laat ik nu zo’n maand geleden enkele van die steendruk-illustraties tegenkomen op de expositie ‘De Tranen van Eros’ in het Centraal Museum in Utrecht. Met de aanduiding dat deze waren uitgeleend door de CFM Gallery in New York. Waarvan ik dan weer eigenaar Neil Zukerman ken bij wie levensgezel en ik zo’n drie jaar geleden in zijn Manhattans appartement zaten te praten over …… Leonor Fini. Maar dat verhaal komt nog.

steendruk van Leonor Fini bij de uitgave van Histoire d’O, uitgeleend door de CFM Gallery in New York voor de expositie ‘De Tranen van Eros’

steendruk van Leonor Fini bij de Nederlandse vertaling van Justine van Marquis de Sade

enkele losse steendrukken bij die boeken op de expositie ‘De Tranen van Eros’ in het Centraal Museum te Utrecht

Oh ja, in die aflevering van begin juli schreef ik over een schilderij van Leonor dat toen nog op de veiling moest komen. Verkocht voor bijna 1 miljoen dollar!

Leonor Fini, dat schilderij van bijna 1 miljoen!

Tot volgende week.

TOOS

Moesman en de Museumhonger óftewel de Surrealistische Vrouwen zijn Hot


‘Huidhonger’ mag van mij het mooiste nieuwe woord van 2020 worden. Nu al. Want klinkt dat woord niet heel erg veel leuker dan het door de coronaperikelen zo langzamerhand toch wel erg afgesleten ‘knuffelen’?

Voor mij persoonlijk zou ‘museumhonger’ dan trouwens geen slechte keus zijn voor de tweede plek. Maar zoals gezegd, dat is echt persoonlijk. Want honger naar musea na onze intelligente lockdown zal voor een behoorlijk deel van de Nederlandse bevolking toch even wat minder prioriteit hebben. Dat ik al een paar jaar na mijn geboorte behept bleek met een overmatig groot kunstgen? Tja, iedereen heeft wel ergens een handicap.

mijn museumhonger stillend in het Centraal Museum in Utrecht

Mooi dus dat ik mijn museumhonger sinds kort weer mag uitleven. Ik deed hier al verslag van mijn bezoek aan het Rijksmuseum direct na de lockdown opheffing. Met daarin verwerkt een speciale Efteling-ervaring wat rijen en wachten betreft. Dus toen ik vier dagen later de ingang van het Utrechtse Centraal Museum in de verte zag opdoemen, was ik sterk benieuwd naar de logistieke gang van zaken daar. Geen enkel probleem zowaar. Tijdslot oké, pijltje volgen, het nieuwe ritueel van handjes met gel opschonen, het gratis online-ticket tonen in combinatie met de Rembrandtkaart en op naar ‘De Tranen van Eros- Moesman, surrealisme en de seksen’.

klein deel van ‘De tranen van Eros’

Want daarvoor kwam ik. Zeker omdat Nederlands enige echte en bekende surrealist, de Utrechter Joop Moesman, daarin de hoofdrol speelde. Maar meer nog eigenlijk vanwege de speciale aandacht voor vrouwelijke surrealisten. Een in de kunstgeschiedenis weggeschreven groep kunstenaars die nu extra in de lichtspots werd gezet. Die groep is namelijk de laatste paar jaar ineens heel erg hot geworden in de museum en veilingwereld. En terecht! Daarover later meer.

bij een werk van Leonor Fini, een van de vrouwelijke surrealisten en al jaren een favoriet van me

dat zelfportret uit 1922

Eerst Moesman (1909-1988). Een nogal gecompliceerd mens, maar als jongen al een overduidelijk schildertalent. Dat zegt bijgaand zelfportret wel dat hij op 13-jarige leeftijd maakte met een olieverfkistje dat hij voor zijn verjaardag kreeg van zijn vader. Die, van beroep tekenaar en steendrukker, dat talent natuurlijk wel onderkende.

Rond 1930 ontdekte Moesman het surrealisme. Een tak van kunstsport die ontstond in het Parijs van 1924 op initiatief van schrijver André Breton. En daarna groot werd gemaakt door onder anderen Salvador Dalí, Max Ernst en René Magritte. Mannen allemaal, die nu niet meer uit de musea zijn weg te denken.

reproductie van ‘Bijeenkomst van vrienden’ van Max Ernst (1922) waarop al veel leden van de toekomstige surrealistengroep van 1924

De dromen in ons onderbewuste, waaronder ook seksuele fantasieën, wilden ze zichtbaar maken om op die manier de geest vrij te maken. Vrouwen speelden daardoor een belangrijke rol bij die mannelijke surrealisten van het eerste uur. Maar dan alleen als muze en inspiratiebron. Dat er ook kunstenaars onder hen waren?  Hoezo? Vrouwen waren toch vooral een object om vaak naakt weer te geven in allerlei onbestaanbare, droomachtige vormen in een verder ook surreële omgeving?

onderdeel van de expositie, Salvador Dalí, La mémoire da la femme-enfant (1929)

Max Ernst, La joie de vivre (1936-37)

René Magritte, La race blanche (1937)

Toen Moesman voor het eerst zwart-wit foto’s van die schilderijen zag, wist hij ‘t. Dit wil ik ook. Onder de noemer van surrealisme kon hij de gecompliceerde gevoelens kwijt waar hij mee zat. Zoals bijvoorbeeld zijn niet altijd even makkelijke verhouding met vrouwen. Een volgens de verhalen nogal dominante moeder, een verloofde die van haar ouders niet met hem mocht trouwen en daarbij nog zijn hang naar sadomasochisme. Nou, dan kon je in het calvinistische Nederland van de jaren 30 je borst wel natmaken voor een schandaaltje hier en een schandaaltje daar als je dat in schilderijen verwerkte. Zoals in 1933. Toen de directie van Amsterdamse Stedelijk Museum bij een tentoonstelling onderstaand schilderij verwijderde.

Moesman, Namiddag (1932)

Want pervers en onsmakelijk! Dat was het oordeel van pers en bestuurlijke instanties. Wat ze in deze amorfe vorm zagen, zei natuurlijk ook direct heel veel over hun eigen onderbewuste. Wat mij betreft dus gewoon touché voor het surrealisme. Maar Moesman ging onverdroten verder op de ingeslagen weg en heeft nog heel wat iconische schilderijen gemaakt die nu onverbrekelijk verbonden zijn met ons Nederlandse kunsterfgoed. Zoals onderstaande werken waarvan bijna iedereen wel eens het beeld ergens heeft opgepikt.

Moesman, Het gerucht (1937), toen ook al een schandaal waardig

Moesman, Ontmoeting (1932)

Moesman, Avonduur (1962), waarin hij tijdens de seksuele revolutie in de jaren 60 iets durfde te tonen van zijn SM gevoelens

Moesman, Oktober (1965)

Moesman, Zelfportret (1935), geschiilderd toen bleek dat hij van haar ouders niet met zijn verloofde mocht trouwen

Moesman heeft dus een heel intrigerend en prachtig fijnschildersoeuvre nagelaten. Nu een kern in de collectie van het Centraal Museum en ook kern van de echt heel mooie, tot 16 augustus verlengde tentoonstelling ‘De tranen van Eros’. Heengaan!

En de surrealistische vrouwelijke kunstenaars die nu over de hele wereld hot aan het worden zijn? Die moeten toch nog even wachten. Maar dat hebben ze al heel lang gedaan, daar kunnen ze wel tegen. Tot volgende week.

TOOS

Dante en Homerus te gast bij TOOS als Middelburg op 6 mei Boekenstad is


affiche van dit jaar

Eens per jaar op de eerste zondag in mei is Middelburg een echte Boekenstad. Vanuit verre streken, zelfs uit Vlaanderen, komen zo’n 130 handelaren in allerlei soorten en maten naar de Markt. Daar waar zich ook al heel lang één van de mooiste en grootste boekhandels van Nederland bevindt. De Drukkerij. Nog nooit bezocht? Dan mis je wat. ’t Is maar dat je ’t weet! Maar dat terzijde.

Zelf voeg ik ook het nodige toe. Maar dan wel in mijn atelier aan de Korendijk. Met als gasten onder anderen de Griek Homerus, de Italiaan Dante Alighieri, de goden uit de IJslandse Edda en heiligen als Sint Nicolaas en Catharina van Alexandrië? Best een interessant gezelschap, nietwaar?

embleem van de kunstroute

Die boekenmarkt is een spin-off van onze maandelijkse Kunst en Cultuurroute in Middelburg. Ooit een thema, dat uiteindelijk zoveel succes had dat de organisatie ervan na een aantal jaren op eigen benen kon staan. Maar die boeken zitten natuurlijk nog wel steeds in de genen van de kunstroute. Vandaar dat een aantal ateliers en galerieën zich zondag 6 mei ook werpt op het boek. Maar vanzelfsprekend wel kunstzinnig. Kijk maar op de website https://www.kunstroutemiddelburg.nl/.

Daar zul je dus ook mijn atelier aantreffen. Want naast schilderijen heb ik ook wel een en ander in huis op boeken in combinatie met kunst. Van de oude Grieken via de middeleeuwen tot aan vandaag de dag. En dat allemaal dankzij mijn Galerie Quadrige in Nice. Eigenaar Jean-Paul Aureglia blies er nieuw leven in uitgeverij La Diane Française die ooit al samenwerkte met nu dooie maar nog steeds beroemde kunstenaars als Salvador Dali, Leonor Fini en André Masson.

Hij stelde zich als levensdoel om naast nieuwe teksten ook eeuwenoude literaire pijlers onder onze hedendaagse Westerse beschaving uit te geven.  In de vorm van het livre d’art. Een in la douce France veel meer dan in Nederland voorkomend soort kunstboek. Uitgaven in zeer beperkte oplage, geïllustreerd met multiples. Originele kunstwerken zoals etsen, houtsneden, gravures, steendrukken en zeefdrukken. Allemaal losliggend en daardoor met het handje uitneembaar.

mijn ‘verzamelde werken’ in de boekenvitrine in mijn atelier

Bij dat levensdoel van Jean-Paul ben ik als kunstenaar nu al een flink aantal jaren betrokken. En daardoor kan ik dus mooi meespelen met Middelburg Boekenstad. Met zeefdrukken bij hoofdstukken uit de 14de eeuwse Divina Commedia van Dante. Met steendrukken bij de duizenden jaren oude verzen in de Ilias en Odyssee van bard Homerus. Met steendrukken bij de ook al heel oude Scandinavische sagen en legenden uit de Edda. Ooit in de 12de eeuw opgetekend in IJsland. En met steendrukken bij een paar heiligenlevens uit de Legenda Aurea.

zeefdruk bij de Divina Commedia

een steendruk bij de Edda

De Legenda Aurea? Ja! Een boek dat in Nederland niet zo bekend is, maar in de middeleeuwen het meest gelezen boek was na de Bijbel. Met uitgebreide levensbeschrijvingen van het gigantische aantal heiligen dat de Roomse Kerk in de loop der eeuwen had verzameld. Zoals onze eigenste Sint Nicolaas. Toen nog zonder zijn Piet. Verwacht in mijn afbeeldingen dus geen zwarte of in wat voor kleur dan ook geveegde of gestreepte helpers van hem.

Ook Santa Catharina, die zorgde voor mijn eerste voornaam, heb ik kunstzinnig onder handen genomen. Maar dan wel die van Alexandrië. Want het Toscaanse Siena heeft ook een 14de eeuwse heilige van die naam. Eveneens heel sterk vereerd, maar mij een te kwezelachtig typje. Nee, dan mijn naamgenoot Catharina van Alexandrië van rond het jaar 300!

een steendruk bij de levensbeschrijving van Sainte Catharina d’ Alexandria

Een zeer wijze, onafhankelijke, standvastige en gelovige vrouw die met haar heldere verstand zelfs mannen wist te overtuigen. Ga er maar aan staan! Maar ja, ze moest ’t wel met de marteldood bekopen. Volgens de legende dan natuurlijk. Kijk, dat zijn vrouwen die me inspiratie opleveren.

Benieuwd? Kom dan 6 mei naar de Korendijk 56. Daar krijg je niet alleen uitleg over die prachtige steendrukkunst maar kun je ook de bijbehorende livres d’art bekijken. Allemaal nog ouderwets met losse loden lettertjes met de hand gezet door Jean-Paul en pagina voor pagina op de handpers gedraaid. Wel in de Franse taal. Maar zoals gezegd, alle apart genummerde en gesigneerde bijbehorende multiples liggen er los in. En is kunst niet een soort universele taal? Tot volgende week.

bezig in het atelier van meestersteendrukker Rudolf Broulim bij Antwerpen

TOOS

Hoe je met Duits staalgeld goede kunstsier maakt in het Museo Thyssen-Bornemisza in Madrid


het Plaza Mayor in Madrid
het Plaza Mayor in Madrid

Er moest nodig een kunstlacune in mijn culturele opvoeding worden opgevuld. Stel je voor, ik was nog nooit in Madrid geweest. En daardoor ook nog nooit in het Prado. Toch een van de belangrijkste musea ter wereld. Met een collectie die misschien wel wat onder doet voor die van het Louvre maar toch ook weer niet overdreven veel.

Dus bevond ik mij heel recent voor het eerst in de Spaanse hoofdstad. Een heel prettige kennismaking. Duidelijk een stad waar ik in de toekomst vaker heen wil.  Een wereldstad met geschiedenis en een bruisend straat en pleinleven.

het bruisende pleinleven in Madrid
het bruisende pleinleven in Madrid

Daarbij wat betreft uitgaan ook duidelijk aangenamer geprijsd dan de in mijn ogen veel te dure horecasector in Nederland. Met ook nog een appartementje in het centrum dat levensgezel voor ons had gescoord via Airbnb. Die alternatieve site waar particulieren van over de hele wereld verblijfsruimte aanbieden voor vaak heel prettige prijzen vergeleken met die van hotels. Maar dat is dus weer zo’n ander verhaal.

Museo Thyssen-Bornemisza
Museo Thyssen-Bornemisza

Kunst en Madrid is een geweldige combinatie. Want naast dat Prado heb je binnen loopafstand daarvan ook nog het Centro de Arte Reina Sofia voor de moderne kunst vanaf de 19de eeuw en het Museo Thyssen-Bornemisza. Over dat laatste had ik al wel veel gelezen, maar het overtrof alle verwachtingen. Ik strooi maar enigszins willekeurig wat foto’s ervan door deze blogaflevering.

zelfs het Haagse Binnenhof hangt er, geschilderd door Berckheyde (1638-1698)
zelfs het Haagse Binnenhof hangt er, geschilderd door Berckheyde (1638-1698)

zittend voor een Rothko, van wie onlangs een grote overzichtsexpositie was in het Haags Gemeentemuseum
zittend voor een Rothko, van wie onlangs een grote overzichtsexpositie was in het Haags Gemeentemuseum

Ooit, in 1920, begon Heinrich Thyssen-Bornemisza (1875-1947), hoofd van een gigantisch zakenimperium, een kunstcollectie aan te leggen. Met het vermogen dat de familie Thyssen in de 19de eeuw in eerste instantie met ijzer en staal had verdiend. Een heel, heel groot vermogen kun je wel stellen. Zoonlief Hans Heinrich (1921-2002) bouwde die collectie nog verder uit tot de grootste privéverzameling ter wereld. Nou, oké, die van het Britse koningshuis is misschien nog wat groter. Uiteindelijk, om een lang verhaal kort te maken, kwam een groot deel van de verzameling vanuit Zwitserland naar Madrid waar de Spaanse regering een prachtige locatie aanbood. Die kocht van Hans Heinrich zelfs nog een groot deel van de collectie aan voor een absoluut vriendenprijsje van 250 miljoen euro. Mazzelaars! Denk maar even aan die 160 miljoen nu voor twee Rembrandt’s.

Maar bij zo’n vriendenprijs is de kans natuurlijk heel groot dat er in een al stinkend rijke familie de geldpleuris uitbreekt. Zeker ook omdat onze Hans Heinrich toen ook net toe was aan zijn vijfde vrouw. De voormalige Miss Spanje 1961, Carmen “Tita” Cervera, van wie hij ook nog een zoon echtte. Maar om ook hier een lang verhaal kort te maken, Hans Heinrich won de juridische strijd. Daardoor kon zijn Tita, ook behept geraakt met het kunstvirus, rustig doorgaan met heel veel geld aan heel veel kunstaankopen te besteden. Als je ziet wat die nu alweer bij elkaar heeft gekocht! Er is zelfs een aparte vleugel voor aangebouwd bij het oorspronkelijke museum.

de zalmroze vleugel van Tita
de zalmroze vleugel van Tita

Rogier van der Weyden
Rogier van der Weyden

Met zalmroze geverfde muren. Speciaal uitgezocht door de, volgens mij, tegenwoordig flink strak getrokken en gebotoxte Tita. Foto’s spreken wat dat betreft boekdelen. Maar hoe dan ook, het familiekapitaal is en wordt prima besteed.

Wat er al niet hangt! Werken vanaf de 14de tot en met de 20ste eeuw. Van de Vlaamse Renaissance uit de eerste helft van de 15 de eeuw met o.a. Jan van Eyck en Rogier van der Weyden. Van de Italiaanse Renaissance en opvolgers als Caravaggio. Van hem hing er een beeldschoon schilderij van de heilige Catharina. Iets wat mij altijd aanspreekt vanwege mijn officiële eerste voornaam. Catharina!

De heilige Catharina van Caravaggio
De heilige Catharina van Caravaggio

Maar ook onze Gouden Eeuw was uitgebreid aanwezig. Rembrandt en Frans Hals natuurlijk. Maar ook een heel speciale “Christus aan het kruis” van Anton van Dyck die toch vooral bekend staat om zijn portretten.

 

Christus aan het kruis, van Anton van Dyck
Christus aan het kruis, van Anton van Dyck

Ook heel veel Ruisdaels. Net zoals zijn wolken vlogen zijn schilderijen je daar om de oren. En dat ging maar door. De Franse klassieke school, het Impressionisme, een paar Van Gogh’s (zie vorige week), heel veel Duitse Expressionisten als Nolde, Kirchner, Macke, Beckman, Grosz, Dix. Zelfs via Picasso, Braque, Dali, Hopper en Rothko naar onze eigen Piet Mondriaan en Karel Appel.

een vroege Picasso, dubbel gefotografeerd
een vroege Picasso, dubbel gefotografeerd

Salvador Dali
Salvador Dali

Piet Mondriaan met een paar vermoeide bezoekers
Piet Mondriaan met een paar vermoeide bezoekers

Karel Appel, met een bezoekster die hem niet zo ziet zitten
Karel Appel, met een bezoekster die hem niet zo ziet zitten

Echt ongelooflijk, zo’n particuliere collectie die zelfs nog veel groter is dan wat er in het museum is te zien. En toen moest de volgende dag het Prado nog komen! Met heel veel Goya’s, de schilder die onderwerp was van een van mijn afstudeeronderwerpen aan de academie. Voor mij echt een cliffhanger zoals dat tegenwoordig heet, die volgende dag. Tot volgende week.

TOOS

TEFAF


Tefaf 1

’t Is weer voorbij. Nee, niet die mooie zomer uit de gelijknamige hit van Gerard Cox van lang geleden. Die zomer moet zelfs nog komen. Maar wel voorbij sinds zondag is al weer The European Fine Art Fair, de Tefaf in Maastricht. Een naam die sinds 1988 een mondiaal begrip is geworden in de wereld van kunst, antiek en design.

Van Gogh
Van Gogh

Al voor de opening landen tegenwoordig de particuliere vliegtuigen uit alle werelddelen als spreeuwenzwermen  op de vliegvelden in de omgeving van Maastricht. Met aan boord “oud geld”, “nieuw geld”, kunstverzamelaars en museumconservatoren voor wie op de VIP-opening een exquis buffet heeft klaar gestaan en voor wie heel wat champagnekurkjes hebben geplopt. Reken maar!

Want die Tefaf vormt gedurende een dikke week een topmuseum dat topkunst uit de hele wereld toont. Van de klassieke Egyptische, Griekse en Romeinse kunst tot de hedendaagse. Met nog steeds een nadruk op onze Gouden Eeuw. Want van daaruit is de Tefaf in zijn soort de belangrijkste beurs ter wereld geworden. Een museum dus, maar dan wel één waar alles te koop is. Tegen topprijzen natuurlijk! Maar ja, waar koop je tegenwoordig nog zomaar een Van Gogh. Of een Francis Bacon (1809-1992), de kunstenaar waarvoor tegenwoordig op veilingen gigantische bedragen worden betaald. Vraagprijs op de beurs € 30 miljoen. Of een doekje met één chrysant op een rozige ondergrond voor € 2,5 miljoen. Duur bloemetje, maar dan wel van Mondriaan! Logisch dat de verzekerde waarde van alle aanwezige stukken zo rond de € 2 miljard lag.

Francis Bacon
Francis Bacon

Mondriaan
Mondriaan

Niet dat ik van plan was iets te kopen, echt een ietsie pietsie te begrotelijk. Maar omdat ’t er de laatste paar jaar niet van was gekomen, werd het toch tijd die wonderschone beurs weer eens te bezoeken. Want wonderschoon is ie. De aankleding alleen al! Geen beurs in Nederland die zo mooi wordt opgesierd met bloemstukken, vloerbedekking en meubilair als hier. En dan heb ik ’t nog niet over de stands zelf en hun inhoud!

Bij de moderne kunst vanaf zo rond 1860 kom je echt elke bekende kunstenaar tegen. Monet, Manet, Degas, Renoir, Picasso, Braque, Léger, Dubuffet, Egon Schiele, Gustav Klimt, Dali, Max Ernst, Je kunt je eigenlijk beter afvragen wie er niet hangt. En dan wordt het echt moeilijk een naam te verzinnen. Zo kwam ik zelfs een werk tegen van Berthe Morisot, één van mijn vrouwelijke kunstheldinnen en één van de weinige vrouwelijke impressionisten uit de begintijd van die stroming. Volkomen onterecht weggeschreven uit de kunstgeschiedenis. Maar dat is een bekend verschijnsel in de lang door mannen beheerste geschreven kunstgeschiedenis. Feministisch gedacht? Nee hoor, helemaal niet. Zo langzamerhand levert gedegen wetenschappelijk onderzoek voldoende bewijs voor die stelling. Daarom des te leuker dus een schilderij van Berthe op de Tefaf te zien. Misschien moet ik over haar nog maar eens iets schrijven in dit blog.

Berthe Morisot
Berthe Morisot

Anthony van Dyck
Anthony van Dyck

En dan natuurlijk nog de 17de eeuw! Gewoon even een losse greep. Anthony van Dyck voor maar

€ 6,5 miljoen, Jan van Goyen, Aelbert Cuyp, Abraham Bloemaert, Jan Lievens, etsen van Rembrandt. Zoals hierboven al geconstateerd; een topmuseum. Wel overigens sinds een paar jaar voor een toptoegangsprijs van € 55. Want de organisatie wilde het voortdurend stijgende aantal bezoekers beperken door middel van een duur prijskaartje. Daardoor stabiliseert dat aantal nu rond de 70.000! Ik had overigens lekker een vrijkaartje. Tot volgende week.

 

Tefaf 4

TOOS

http://www.toosvanholstein.nl

http://www.toos.biz/

YouTube http://bit.ly/ij4Pag

Facebook http://www.facebook.com/TOOSvanholstein