RSS feed

Categorie archief: Milieu

Auto-cratie

Geplaatst op

Eerst een open deur: we leven in een snel veranderende wereld.

Vervolgens een al iets minder open deur: het meeste van het ‘oude’ vergeten we. In een snel veranderende wereld is dat nogal wat. De Duitse socioloog Andreas Reckwitz vat het in ‘Verlies. Een kernprobleem van de moderniteit’ samen met een prachtige metafoor: ‘in een zee van vergeten steken hier en daar eilanden van herinnering boven het oppervlak uit.’ En hij vervolgt: ‘Het vergeten is als het ware de norm voor de manier waarop er met het verleden wordt omgegaan.’ (blz. 46)

En dan een deur die voor mij op een kier stond: dat is een goede zaak, want stel je voor, zegt Reckwitz, dat we ons alles wat voorbij is zouden blijven herinneren. We zouden bezwijken onder de ‘herinneringslast’. Anders dan wij geneigd zijn te denken (en dus als een open deur te beschouwen) is vergeten meestal een zegen.

Soms is vergeten echter ook een verzuim: het nalaten om te herinneren. Omdat sommige gebeurtenissen of praktijken het waard zijn om te worden bewaard. Denk aan de inspanningen die historici als Dany Neudt en Koen Aerts zich getroosten om het Belgische Verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog aan de vergetelheid te ontrukken. De laatste kwam de voorbije week nog in het nieuws met de bemoedigende onthulling dat in 1943 een Jodentransport vanuit de Dossinkazerne in Mechelen (thans een museum, met een opmerkelijke blinde vlek als het over de genocide in Palestina aankomt en daarmee zijn missie zelf onderuit halend) naar Auschwitz niet één maar twee keer tot staan werd gebracht, door twee verschillende verzetsgroepen. De ontdekking gaf aanleiding tot de hypothese dat het verzet in België misschien toch omvangrijker was dan tot nu gedacht. Die gedachte wil ik eventjes koesteren.

Dany Neudt zette het project ‘Helden van het verzet’ op poten, met als ondertitel ‘een project ter ere van gewone mensen en hun buitengewoon verzet tegen de nazistische bezetter’. Voor mij klinkt die als een aansporing, want het mag dan‘not done zijn te beweren dat we in een nieuw soort ‘jaren dertig’ zijn beland, een aantal parallellen zijn toch akelig duidelijk. Een ervan is het gemak waarmee sommige groepen meegaan in het dominant geworden discours – zie de techmolochs, Elon Musk van Tesla op kop, die elkaar verdringen om bij Trump in het gevlei te komen of, dichter bij huis, CEO’s als Renault- en Michelinvoorzitter Jean-Dominique Senard, die alvast zoete broodjes bakt met Jordan Bardella, de presidentskandidaat voor extreemrechts in Frankrijk.

Symbool van wat?

l’Histoire se répète: in de jaren ’30 en ’40 had Renault ook al een dubieuze verhouding met het totalitarisme en het fascisme. Het zou Louis Renault na de oorlog in de gevangenis doen belanden (waar hij stierf) en aanleiding zijn om het bedrijf te nationaliseren. Overigens was Renault, zo leren we uit het uitstekende boek ‘Autopia’ van Peter Giesen, geen alleenstaand geval. Opvallend veel autofabrikanten bevonden zich aan de verkeerde kant van de geschiedenis: Ford, BMW, Mercedes-Daimler Benz, Porsche, Opel, Morris, Fiat – allemaal hebben ze wel wat om zich over te gêneren (blz. 113) – als ze het zich willen herinneren natuurlijk.

Autoproducenten hebben een grote traditie in het ondergeschikt maken van morele principes aan de winstgevendheid van het bedrijf.* Verzet lijkt in de achteruitkijkspiegel altijd vanzelfsprekender dan het in werkelijkheid was.

Omgekeerd lijkt opportunisme op het moment zelf veel meer op onschuldig pragmatisme dan eigenlijk het geval is.

Misschien omdat er moeite noch moed mee zijn gemoeid.

Sssst… hier sjoemelt den duivel

*Een niet exhaustief actueel overzichtje:

  • BMW en dus ook Mini en RollsRoyce: familiebedrijf dat graag Duitse politici sponsort als die maar klimaat- en milieunormen uithollen en vertragen;
  • BYD: zou eigenlijk ‘Built with Another’s Nightmares moeten heten; kwam recent in opspraak door kinderarbeid; Chinees bedrijf dat zich dus ook plooit naar de autocratische wetten van de Volksrepubliek China: Chinese auto’s zijn de Lada’s van de 21e eeuw; dus vergeet ook de XPeng en al die andere verleidelijke nieuwkomers met al dan niet ingebouwde spyware (gekke gedachte? Bijvoorbeeld de camerabeelden uit Tesla’s blijken weinig met privacy op te hebben, waarom zou dat voor Chinese auto’s anders zijn? Cf. mijn ervaring met NIO die ik hier al eens beschreef onder het kopje ‘De import van de dictatuur’);
  • General Motors: scoort slecht op Recharge for rights van Amnesty International, de ranking van bouwers van elektrische auto’s als het aankomt op mensen- en milieurechten. (Alle andere constructeurs scoren overigens ook slecht. Zie verder.) Zoals andere Amerikaanse autoproducenten (Ford, Chrysler, RAM) schurkt het zich graag aan bij de patroonheilige van de brandstofmotor, Donald Trump; GM en Ford zaten recent samen met Trump om te kijken of ze een grotere rol in de Amerikaanse wapenindustrie zouden kunnen spelen;
  • Hyundai en dus ook KIA: blijken weinig moeite te doen om kinderarbeid te vermijden bij de bouw van hun batterijen; nemen een loopje met mensenrechten en milieuwetten bij de ontginning van grondstoffen voor hun batterijen; scoort slecht op de lijst van Amnesty International;
  • LandRover/Range Rover: samen met het sluimerende Jaguar intussen eigendom van het Indiase Tata, een van de grootste vervuilers ter wereld;
  • Mitsubishi: weinig transparant over zijn productieketen; problemen met mensenrechten en milieuwetgeving (zie Amnestylijst);
  • Nissan: idem;
  • Renault: idem + zoekt toenadering tot extreemrechts;
  • Stellantis: Amerikaans-Italiaans-Franse eigenaar van o.m. de automerken Citroën, DS, Peugeot, Opel, Chrysler, Fiat, Lancia, Alfa Romeo, met als grote aandeelhouder het Chinese bedrijf Geely en aldus een steunpilaar van een dictatoriaal regime; Stellantis kwam de voorbije jaren een aantal keer in opspraak door te late terugroepacties (omdat er pas actie werd ondernomen nadat er slachtoffers waren gevallen); Stellantis versterkte recent zijn banden met het Chinese Leapmotors;
  • Tesla: deze ‘Swasticar’ zeker kopen als je ’s werelds rijkste nazisympathisant nog rijker wil maken; maakt het vakbonden moeilijk in zijn fabrieken die bekend staan om hun groot personeelsverloop door slechte arbeidsomstandigheden; weigert de ingewerkte designdeurklinken van zijn auto’s aan te passen (terwijl die nu veel mensenlevens kosten: hulpdiensten krijgen de portieren niet open na een ongeval); voor wie nog twijfelt: lees het boek ‘De Teslafiles’.
  • VinFast: aanrader voor liefhebbers van communistische regimes; dit Vietnamese merk schakelde al de politie in voor consumenten die kritiek hadden geuit op een van hun produkten;
  • Volkswagengroep (VW, Audi, Cupra, Skoda, Bentley…): Dieselgate (sjoemelsoftware bleek later overigens ook bij Renault, Dacia, Mercedes-Benz en Peugeot, Citroën en DS te zijn gebruikt); lobbiet tegen de GreenDeal;
  • Volvo: goede reputatie op het vlak van werknemersrechten en veiligheid, maar sinds 2010 eigendom van het Chinese Geely en dus een economische steunpilaar van een dictatoriaal regime; hetzelfde geldt overigens voor Aston Martin (deels), Lotus, Lynk&Co, Zeekr en Smart;
  • Bon, je zou bijna zeggen dat het beter is om je met de fiets te verplaatsen 😉 En als u zich nu afvraagt waarmee ik zelf tegenwoordig rijd: none of the above, al zal ook het merk dat ik rijd geen engeltje zijn.

Bronnen: BOLTE GEERARD (red.), Stemmen met je portemonnee, Uitgeverij Haystack, 2025; EWING JACK, Het Dieselschandaal, De schokkende waarheid achter de Volkswagenfraude, Xander, 2017, Amsterdam; GIESEN PETER, Autopia, Alfabet Uitgevers, 2023. IWERSEN SÖNKE en VERFÜRDEN MICHAEL, De Teslafiles, Onthullingen over het rijk van Elon Musk, Mazirel Pers, 2025, Zutphen; RECKWITZ ANDREAS, Verlies, Een kernprobleem van de moderniteit, Boom, 2025. Alfabet Uitgevers, 2023, 320 blz.

Over afwisseling van perspectief (en het nut van een ‘nutteloze’ toren)

Geplaatst op

Ik kom nog eens terug op het boekje ‘Van bloempot tot landschap’ van Jan Vilain. Een klein boekje, maar een fijn boekje.

Daarin breekt hij onder meer een lans voor uitkijkpunten over het landschap. ‘Het ontbreken van noemenswaardige hoogteverschillen en de zeldzaamheid van weidse uitzichten maken het moeilijk om ons vlakke landschap als een omvattend en verbindend geheel te ervaren.’ analyseert hij. En hij besluit: ‘Hoe fijn zou het niet zijn om in elke gemeente toegankelijke plekken te vinden die uitnodigen tot beklimming, uitkijk, kinderlijke verwondering en misschien tot introspectie over onze eigen plek in het landschap?’

Dit citaat is niet zonder risico, besef ik. Voor je het weet leest een projectontwikkelaar er een extra argument in om hoge torens, de maaltafels van zijn winst, te mogen bouwen. Dat is niet wat Vilain bedoelt. Hij pleit voor publieke plekken met zicht op een landschap, niet voor private plekken met zicht op andere private plekken zonder landschap – waar de verdichting zoals ze vandaag wordt vormgegeven toch vaak op neerkomt.

Graag breid ik zijn inzichten over uitzicht nog een beetje uit.

Om ‘onze plaats te kennen’ is afwisseling van perspectief essentieel. Niet alleen in het landschap, maar ook in stedelijke omgevingen. Zo bracht ik enkele maanden geleden een bezoek aan de nieuwe uitkijktoren in het Hasseltse begijnhof. Eerlijk gezegd vond ik de woorden niet waarom dit ogenschijnlijk ‘nutteloze’ bouwwerk zo waardevol is. Nu dus wel: de gratis en publiek toegankelijk toren helpt mensen om hun plaats te leren kennen. Letterlijk en, wat mij betreft, ook figuurlijk, waardoor zo’n toren zeker in een begijnhof niet misstaat.

Maar terug naar de letterlijke functie: afwisseling is essentieel. Voor de doorsnee landschaps- of stadsgebruiker is het kikvorsperspectief dagelijkse kost en het vogelperspectief dus de welgekomen aanvulling.

Voor de doorsnee landschaps-, stads- of verkeersplanner is het meestal omgekeerde het geval. Tijdens besluitvormingsprocessen slaan ze ons om de oren met plannen vanuit vogelperspectief, zoals we de omgeving dus nooit – of uitzonderlijk, vanop een toren – zullen beleven. Daarom is het van het grootste belang van die planners ook altijd plannen, renderings of simulaties te vragen van hoe hun projecten er vanop het maaiveld zullen uitzien.

Spoiler: meestal ziet het er dan allemaal een stuk minder groen uit en maakt het maaiveldperspectief zichtbaar dat de verdichting nog wel wat meer verluchting kan gebruiken.

Bullshit

Geplaatst op

Ooit was ik een angry young man. Toen probeerde ik een vriendelijke oudere man te zijn. Een al te vriendelijke, realiseerde ik me, want het hielp het debat geen centimeter vooruit. Integendeel. Ik stak tijd in tijdverlies, investeerde energie in wat alleen maar bedoeld was om te vermoeien. Ik heb het gehad met de handelaars in onzin. Gisteren verscheen onderstaande opinie in De Standaard. Klik die toch maar eens open, al was het maar voor de bijhorende illustratie van de onvolprezen Lectrr.

Overigens liet ik één verwijtend zinnetje aan het adres van de NMBS weg in onderstaande versie. Omdat het morgen haar honderdste verjaardag is, maar ook en vooral omdat het in dat zinnetje aangekaarte euvel kennelijk lokaal van aard was. De NMBS greep in en het zou verholpen moeten zijn. Zeg nu nog dat de Belgische Spoorwegen niet snel kunnen reageren. Als het bullshit is, zeg ik het. Als het goed is ook.

(AI-gegenereerd beeld)

Enkele weken geleden woonde ik een voorstelling bij van het Nieuwstedelijk. De zaal zat halfvol. De andere helft had ongelijk. Kellyanne Conway – The Musical, genoemd naar de illustere bedenkster van het concept ‘alternative facts’, capteerde niet alleen de vermoeide verontwaardiging van het publiek. Ze wist die ook om te buigen tot assertieve weerbaarheid. Bij wijze van apotheose stuiterden er megagrote drollen door de zaal en deelden Sara Vertongen, Rashif El Kaoui en Aline Goffin ‘Dit is bullshit’-stickers uit. Als het echte leven meer en meer theater wordt, waarom zou het theater dan dat leven niet kunnen veranderen? Daar en toen besliste ik te doen wat rechtse politici al jaren vragen: vanaf nu noem ik stier en stront.

Het mag dan een tikje ordinair klinken, als het bullshit is, zeg ik het voortaan. Met zoveel woorden. Of beter: met zo weinig woorden, want dat is dus de kwintessens van de zaak. Al te lang hebben wij de shitshow voorzien van een intellectueel odeur van fatsoen. Daardoor wekten we de indruk dat een en ander nog een ernstig gesprek waard was. Alsof elke mening, hoe feitenvrij ook, evenwaardig was. Uit respect. Meer bepaald uit misplaatst respect, van het soort dat elk respect waardeloos en inhoudloos maakt.

Roland Duchâtelet die een paar duizend wetenschappelijke studies later in De afspraak op VRT Canvas verkondigt dat een beetje meer CO2 geen kwaad kan? Hef er voor mijn part 22 procent btw op, maar verspil er geen woorden meer aan.

Vlaanderen dat zichzelf verkoopt als ‘innovatieve topregio’, maar tegelijk bespaart op onderwijs en onderzoek? Minister Zuhal Demir (N-VA) die klaagt dat het onderwijs te gronde gaat doordat de lat almaar lager wordt gelegd, en die tegelijkertijd pleit voor een versoepeling van de regels en de normen op vlak van klimaat, milieu en gezondheid?

Minister Jo Brouns (CD&V) die zeurt over verstikkende regels en een teveel aan controle, terwijl het speelzand en de babymelk uit de mond van kinderen moeten worden gehaald? Laat ons het noemen wat het is: bullshit. Dat niet doen, werkt alleen maar als een stimulans om nog een stapje verder te gaan.

Een eindeloze parade

Sinds mijn voornemen valt het me meer dan ooit op: vooral ons mobiliteitsbeleid bulkt van de bullshit.

Ben Weyts (N-VA) die zijn kiesvee geruststelt dat wie de autowegen vermijdt geen wegenvignet zal hoeven te betalen? Bullshit! We geven zo’n ministeriële aanmoediging tot meer sluipverkeer door dorpskernen en langs schoolomgevingen geen aandacht meer.

Een autotunnel bouwen op de plek die wereldwijd het meest met PFAS is vervuild? Budgetneutraliteit voor De Lijn verdedigen en doen alsof je neus bloedt bij de immense budgetoverschrijdingen voor Oosterweel? Een Europese verscherping van de emissienormen voor nieuwe auto’s torpederen onder druk van de autolobby, en daarna klagen dat steden die normen zelf afdwingen met een lappendeken aan lage-emissiezones? Jarenlang subsidies uitdelen aan verlieslatende luchthavens om bezitters van privéjets te plezieren, maar beknibbelen op buslijnen die een ziekenhuis bedienen? In naam van de ‘efficiëntie’ buslijnen naar Leuven inkorten zodat studenten verplicht zijn halverwege over te stappen op de trein? Zelfs geen debat willen voeren over een verlaging van de snelheidslimiet op snelwegen naar 100 kilometer per uur als quick win voor een Vlaams klimaatbeleid? Een internationale trein van Antwerpen naar Brussel laten rijden en binnenlandse reizigers verbieden er gebruik van te maken?

Bullshit, bullshit, bullshit. Kan ik nog wat klevers krijgen?

De shitparade gaat eindeloos door. Pleiten voor een helmplicht voor fietsers, maar een snelheidsverlaging op straten zonder fietspad te verregaand vinden? Wegtransportbedrijven een deel van hun diesel terugbetalen terwijl het Albertkanaal maar voor 10 procent van z’n capaciteit benut wordt? Beweren dat je mensen niet wil verplichten hun auto te laten staan, maar tegelijk andere mensen huisarrest geven door hun bus af te schaffen?

Bullshit! Het woord klinkt onwelvoeglijk, maar nog altijd vriendelijker dan het dagelijks rimpelloos passerende ‘waanzin’ met een prefix naar keuze: ‘klimaat-’, ‘woke-’, ‘degrowth-’…

Flexbussen presenteren als een wonderoplossing, maar er niet in slagen ze over de grens van een vervoerregio te laten rijden? Een bussenstelplaats bouwen in kwetsbare stadsnatuur en dat verkopen als een groene investering? Alcohol venten in tankstations langs de snelweg en daarna verbaasd zijn dat sensibiliseringscampagnes tegen rijden onder invloed op hun grenzen stuiten? Rekeningrijden in stand houden voor vrachtwagens op wegen waar we willen dat ze rijden, en ze gratis laten rijden waar we ze willen weren? Of vers van de pers: nog een nieuwe spitsstrook erbij op de E403 om de files op te lossen? Dat aankondigen net nu een studie het voorspelde falen aantoont van de al aangelegde spitsstrook op de E314? Politici spelen liever de dure capaciteitssinterklaas dan maatregelen te nemen die echt werken: salariswagens uitfaseren, rekeningrijden invoeren. Toch schaart de federatie van natuur-, milieu- en klimaatverenigingen in West-Vlaanderen zich achter die heilloze keuze, allicht bevreesd om anders als ‘onredelijk’ te worden weggezet. Het neemt niet weg dat het bullshit is. 

Mascotte van spindoctors

Er is zoveel bullshit dat we ons stilaan bevinden in een arena vol stierenuitwerpselen. Het doet me denken aan Dario Fo’s Obscene fabels en hoe een grandioze Jan Decleir de volksbelegering van de citadel van Bologna met excrementen plastisch op de planken bracht. We zitten midden in die scène, maar iedereen doet alsof er alleen met geparfumeerde goudklompjes wordt gegooid.

Zie hoe Bart De Wevers essay Over welvaart wordt onthaald. Daarin voert hij stadstaat Singapore op als het te imiteren model: een soort Antwerpse haven met aangelanden, zeg maar. In ‘De ochtend’ op Radio 1 kwam een professor management vertellen dat hij weinig last heeft van het gebrek aan democratie aldaar. “Integendeel”, zei hij, waarna we mochten gissen wat dat betekent tegen de achtergrond van oneerlijke processen, opposanten die achter de tralies vliegen en executies achter gesloten deuren. Het zet De Wevers oneliner “Makers in plaats van stakers” nochtans wel in een ander daglicht. Het laat zien: dit is bullshit. Maar niemand die het durft te zeggen. Zoals ook niemand vraagt waarom hij het rekeningrijden in Singapore dan ook niet opvoert als een na te volgen voorbeeld.

Het stuk van het Nieuwstedelijk ging over “spindoctors en de mensen die het onverkoopbare verkoopbaar maken”, lees ik op de website. En ook: “De werkelijkheid is te grotesk geworden voor satire.” Het boek van De Wever illustreert het onbedoeld. Het is een pleidooi voor het afbouwen van de sociale zekerheid, “anders zijn we een vogel voor de kat”. Ter compensatie voor de kat schenkt de auteur een deel van de auteursrechten aan het asiel waar de mascotte van de spindoctors vandaan komt: Maximus, de kat die een onverbiddelijk beleid voor mensen aaibaar maakt. “Bullshit van een deugpronker”, zou de premier zelf zeggen, mocht iemand anders het doen. Het zal niemand verwonderen: dat Bart De Wever het land ‘bestiert’, het geeft me een rare smaak in de mond.

Handiger dan een hamertje van de Gamma

Geplaatst op

Er zijn mensen die leven van dooddoeners. Soms hebben ze aan één woord genoeg om een debat dood te slaan nog voor het goed en wel begonnen is. ‘Ecorealisme’ is zo’n woord.

Vanmorgen was het weer zover. Ik schoof aan voor een debat bij ATV. Aan de overkant van de tafel zat de fractieleider van de N-VA, uitgestuurd omdat schepen Kennis liever debiteert dan debatteert. De man had het al in zijn eerste tussenkomst over ‘ecorealisme’. Daarmee bedoelde hij dat wat de andere partij zei ‘niet realistisch, want niet betaalbaar is’. Of vrij vertaald: ‘ecorealisme’ bedoelt te zeggen dat de menselijke wetten van de economie de natuurlijke wetten van de ecologie noodgedwongen opheffen. Wat uiteraard onmogelijk is. In die zin is ‘ecorealisme’ wishful thinking en een oxymoron van het zuiverste water.

Voor wie zich nu afvraagt wat een oxymoron is: het is ‘een stijlfiguur waarbij twee tegengestelde of tegenstrijdige begrippen direct met elkaar worden verbonden’. Denk bijvoorbeeld aan ‘oud nieuws’ of een ‘verplicht vrijwilliger’. In het geval van ecorealisme is het oxymoron minder herkenbaar, doordat het maar uit één woord bestaat. Maar voor wie er even op doordenkt zal het duidelijk zijn. Ecorealisme is noch ecologisch noch realistisch.

Vanochtend ging het over de vraag of het verantwoord is de eerder besliste verstrenging van de Antwerpse Lage Emissiezone terug te draaien of niet. ‘Zeer zeker,’ vond de zelfverklaarde ecorealist, ‘want de doelstellingen zijn behaald.’

Om dat te kunnen beweren moest onze realist wel de werkelijkheid negeren. Op de website van de Vlaamse Milieumaatschappij staat immers het volgende te lezen over de luchtkwaliteit in Antwerpen in 2025: ‘De strengere advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) werden zowel voor fijn stof als NO2 overschreden. Luchtverontreiniging heeft dus ook bij de huidige concentraties nog steeds een significante gezondheidsimpact.’ En verder ook nog dit: ‘Modelberekeningen voor het jaar 2030 tonen aan dat met het geplande Vlaams beleid, zonder verstrenging van de LEZ, de nieuwe luchtkwaliteitsnormen in 2030 niet overal gehaald zullen worden in Antwerpen, vooral in de drukste straten niet.’

Helder, zou je denken. Maar door het woord ‘ecorealisme’ te laten vallen, kan je zoiets dus in één beweging van tafel vegen.

Meer nog: plots is niet meer de luchtkwaliteit het probleem, maar de andere spreker, want die zegt gekke, onrealistische dingen. Handiger dan een hamertje van de Gamma.

Naar analogie met ecorealisme zouden we ook kunnen spreken van ‘ruimterealisme’. Dat betekent dan dat het praktisch niet haalbaar is de ruimte die nodig is om veilig te kunnen fietsen daadwerkelijk aan de fietsers te gunnen. Met andere woorden: laat die bestelwagen daar gerust staan.

Op naar een ‘kindvriendelijke revolutie’

Geplaatst op

Ik blijf het grappig vinden, die om de twee jaar weerkerende verkeersberichtgeving: ‘Door het Autosalon is er file aan de Heizel. Het is er 30 minuten aanschuiven.’ Maar ik ben een van de weinigen die de ironie ervan inzien, vrees ik.

De komende dagen en weken worden we overspoeld met (nog meer) publiciteit voor voertuigen die compleet onaangepast zijn aan de huidige tijd – of je ze nu beoordeelt vanuit het oogpunt van de geopolitiek, het klimaat, het energiebeleid of het milieu. Of vanuit dat van het kind.

Schrijver en theatermaker Rebekka de Wit wijdde er dit weekend prachtige regels aan in DS Weekblad. De aanleiding: het ‘winteroffensief’ (ja, het is ook in de weerberichten oorlog) dat de voorbije week voor een herverdeling van de ruimte tussen huizen zorgde. Eventjes konden kinderen weer de hele breedte van de straat benutten, terwijl auto’s er stapvoets tussen laveerden.

De Wit schrijft: ‘Is deze wereld gebouwd door kinderhaters of zo, vroeg ik me af. (de ‘of zo‘ vergeef ik haar in dit geval gaarne – kp). Waarom belichaamt een pedofiel het absolute kwaad, maar bouwen we collectief rustig door aan een infrastructuur die je jeugd helemaal naar de kloten helpt, je vrijheid inperkt en op dagelijkse basis je leven bedreigt, en klagen we over files alsof er gewoon nog meer wegen moeten komen. Hoe kan het dat mijn kinderen de witte haai het engste vinden dat er bestaat, maar dol zijn op auto’s, terwijl de auto de échte witte haai in dit verhaal is.’

(Dat laatste deed me denken aan een uitspraak van Peñalosa die fietsen tussen auto’s ooit vergeleek met ‘zwemmen tussen haaien’. Grappig: toen ik even checkte of dit citaat nu van Enrique (stedenbouwkundige, ex-burgemeester van Bogota en Colombiaan) dan wel van zijn broer Gil (planoloog, Canadees) is, schreef AI het toe aan een zekere Kris Peeters. Uitsluitsel vond ik overigens niet, dus houd ik het veilig op de familienaam, anders zijn sommigen gehaaid genoeg om mij af te maken.)

Maar Rebekka de Wit dus. In haar column ‘Kinderen baas’ pleit ze onvervaard voor een ‘kindvriendelijke revolutie’.

Ik vind het alvast een prachtige ambitie – zéker in de week van het Autosalon en nu Vlaams minister van mobiliteit De Ridder met haar Verkeersveiligheidsplan weinig verrassend inzet op ‘disciplineren’ in plaats van ‘emanciperen’. Of toch als het over kinderen en jongeren gaat. Voor de ‘volwassenen’ is er het nieuwe begrip ‘rechtvaardige handhaving’, speciaal gemunt om het populistische idee te bevestigen dat flitscamera’s tot nog toe alleen maar bedoeld waren als jackpot voor de wegbeheerder.

Gelukkig loopt het kleinste kind daar niet in.

We mesten onze eigen lintworm vet

Geplaatst op

Onderstaande opiniebijdrage van mijn hand verscheen vorig weekend in De Standaard.

Enkele weken geleden ontstond er beroering in mijn gemeente. Een ‘ontwikkelaar’ plant er een woontoren en twee woonblokken van in totaal 110 wooneenheden. Toegegeven, op de simulatiebeelden zien ze er stralend uit, met veel groen, malse gazons, zonovergoten terrassen en een jong koppeltje dat tussen de bloemborders uitrust in de schaduw. In werkelijkheid zal voor die woondroom een bos worden gekapt en zal er op de terrassen noch op de gazons ooit iemand zitten. Het project zit immers geprangd tussen een gewestweg en een spoorlijn.

De eerste is een ‘interlokale weg’, waarvan Vlaanderen beweert dat een vlotte doorstroming er prioritair is en dat het aantal aansluitingen er dus zo veel mogelijk beperkt blijft. De tweede wordt in de toekomst mogelijk ingezet voor de IJzeren Rijn, nodig voor de extra opslagcapaciteit voor 7 miljoen containers die momenteel in Antwerpen en Zeebrugge gebouwd wordt. Een blik op de geluidskaarten van Geopunt Vlaanderen leert dat het op die plek nu al dag en nacht te lawaaierig is om er gezond te kunnen wonen.

Alles in naam van de verdichting

Toch is de kans reëel dat er een vergunning wordt afgeleverd voor een project waarvan, behalve de ontwikkelaar, de architecten en de aannemer, niemand beter wordt. Het resultaat zal zijn: meer ongezonde mensen, minder groen, minder klimaatrobuustheid. En mobiliteitsexperts die mogen komen uitleggen hoe het mogelijk is dat de congestie en de verkeersonveiligheid alweer zijn toegenomen.

We zien het vaker: beleidsverantwoordelijken die met opgestroopte mouwen doen alsof ze druk bezig zijn, maar in feite lanterfantend de problemen groter maken. Als straks de IJzeren Rijn vorm krijgt, zullen er gegarandeerd zwarte vlaggen hangen. We kunnen er PFAS op innemen dat onze ministers dat probleemloos zullen overrulen, zwaaiend met het ‘algemeen belang’. Dat maakt het des te pijnlijker dat ik bij gebrek aan ‘persoonlijk belang’ geen bezwaar tegen het project mag indienen.

Het belang van groei

Het door onze beleidsmakers aangevoerde algemene belang heet ‘economische groei’. De Nationale Bank raamt die voor de komende periode op 1 procent per jaar. Tegelijk becijferde het Federaal Planbureau dat de klimaatverstoring ons bij ongewijzigd beleid 0,7 tot 1,4 procent van het bbp zal kosten. Volgens de opdrachtgever van de studie, het Centrum voor Risicoanalyse van Klimaatverandering (Cerac), is dat nog een “optimistische” inschatting. De kans is dus groot dat onze economische groei voortaan systematisch zal worden opgesoupeerd door de negatieve klimaateffecten.

Het traditionele antwoord is dan: meer economische groei. Maar de ironie wil dat juist die economische groei bijdraagt aan de klimaatverstoring. We zijn dus bezig onze eigen lintworm vet te mesten. Dat wordt ook buiten de statistieken almaar beter voelbaar. De economische groei genereerde ooit welvaart, maar veroorzaakt nu vooral krimp en schaarste: minder open ruimte, minder biodiversiteit, minder levenskwaliteit.

Mensen merken dat. Geen wonder dat ze bezwaren indienen tegen wat als ‘economische ontwikkeling’ wordt verkocht. Voor hen betekent dat doorgaans dat hun leefomgeving desintegreert. Ministers zouden daaruit kunnen besluiten dat het draagvlak voor ‘business as usual’ is verdwenen. In de plaats daarvan beperken ze drastisch de middelen om verzet te plegen. Door juridische procedures moeilijker en duurder te maken. Door wie niet in het gareel loopt, te criminaliseren. Klimaatactivisten die enkele uren een snelweg blokkeren, worden weggezet als terroristen. Hoe noemen we dan lieden die met hun beleid hetzelfde effect genereren, maar dan permanent?

Het roept de vraag op of onze beleidsverantwoordelijken echt niet in staat zijn om de samenhang tussen problemen te zien. Het oordeel van Gwendolyn Rutten (Open VLD) over Greta Thunberg laat het ergste vrezen. Ze noemt haar een “beroepsactiviste”, omdat ze zich zowel voor het klimaat als de mensenrechten inzet. “Systeemkritiek is de snelste weg naar verbittering”, schreef Tom Naegels hier vorig weekend. Misschien is dat wel omdat we er (nog) geen woorden voor hebben.

Race zonder bodem

Ons economische systeem is als de Rode Koningin in Alice in Spiegelland: het moet almaar harder hollen om zelfs maar ter plaatse te kunnen blijven. De mondialisering genereert een constante concurrentiestrijd die zich steeds meer voordoet als een race to the bottom. Of een zonder bodem. Kijk naar Griekenland, waar de regering vorige week de weg vrijmaakte voor werkdagen van dertien uur. Onze regeringen laten zich niet onbetuigd en maken nachtarbeid, weekendarbeid en overuren aantrekkelijker. Voor de werkgevers.

De groei-obsessie die aan die maffe dynamiek ten grondslag ligt, mag niet in vraag worden gesteld. Het is niet de politieke, maar de economische correctheid die ons de das omdoet. Dezelfde lui die voortdurend toeteren over de nood aan innovatie, kunnen zich niet eens een ander systeem voorstellen. Ze verketteren zelfs wie dat wel kan: “Naïef! Schadelijk!”

Niet naïef of schadelijk is blijkbaar het beleid dat die economische groei blind blijft stimuleren. Een groei die op zijn beurt blind is, trouwens. Het maakt niet uit wat we bouwen, als we maar bouwen. Het maakt niet uit wat we transporteren, als we maar transporteren. Daarbij tellen we voertuigen, geen mensen. In die logica krijgt de lege vrachtwagen evenveel rechten als de volle, de SUV met zes lege zitplaatsen evenveel als de volgepropte Twingo.

Waar kwantiteit kwaliteit verdringt, is alles gelijk. Of je nu wapens transporteert of medicijnen, voedsel, afval of Chinese spullen die we nodig denken te hebben omdat Tiktok ons dat heeft wijsgemaakt.

De file is een grote gelijkmaker, schreef ik eerder. Maar daar lijkt verandering in te komen. De captains of industry nemen tegenwoordig de helikopter of de privéjet om de file te skippen. Ze worden daarvoor gesubsidieerd door ons allemaal, of ze nu op weg zijn naar een businessmeeting of naar hun buitenverblijf. In 2024 dokten wij daar 14 miljoen euro voor en als het van minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) afhangt, wordt dat de komende jaren nog veel meer. Ze noemt dat overigens geen subsidies, maar “werkingsmiddelen”. Het dominante discours is er een dat politieke keuzes verpakt als noodzaak, als non-keuzes.

Maar het is wel degelijk een keuze om salariswagens fiscaal te ontzien. Het is wel degelijk een keuze om vrachtwagens alleen te laten rekeningrijden op de wegen waar we willen dat ze rijden, en niet op de wegen waar we ze zo weinig mogelijk willen zien rijden. De recent door de Vlaamse regering aangekondigde tariefverhoging zal dus leiden tot nog meer sluipverkeer door dorpskernen en woonwijken en langs scholen. Nog niemand is op het idee gekomen om de sluipverkeertovenaars van Tomtom, Garmin of Waze tot de orde te roepen. Nochtans verklaarde volgens de Monitor Mobiliteit (MoMo) 56 procent van de Vlamingen in 2023 last te hebben van sluipverkeer in de eigen woonbuurt.

Mijn bescheiden mening: weigeren de samenhang van maatregelen en hun effecten onder ogen zien, is niet alleen de snelste, maar ook de kortste weg naar verbittering. Zullen we dan, samen op weg naar een bloei-economie, toch maar voor systeemkritiek kiezen?

PS. Bovenstaande thema’s werden verder uitgewerkt in ‘Weg van het systeem’ (Uitgeverij Vrijdag)

Eigendom-heid

Geplaatst op

Mij verdiepend in het leven van Thomas More – een Heilige die geen heilige was – kwam ik het woordje nog eens tegen: ‘enclosure’. Wikipedia definieert het als volgt:

Enclosure is een historisch proces in het grondbezit in Engeland, waarbij landbouwgrond of gemeenschappelijke gronden werden afgeperkt en toegeëigend door landheren of grootgrondbezitters. Hierdoor verloren lokale gemeenschappen, zoals boeren en horigen, hun traditionele gebruikersrechten op deze gronden.

Eenvoudig gezegd: door er een hek rond te zetten werden gemeenschappelijke gronden (‘commons’, in het Nederlands: ‘meent’) feitelijk privébezit.

Het proces werd in de 11e eeuw in gang gezet door Willem De Veroveraar en diens invoering van het feodalisme, maar kreeg een fikse boost tussen de 16e en de 19e eeuw, een tijd waarin het Britse parlement veel omheiningen met zogenaamde Enclosure Acts een wettelijke basis gaf. De adel werd er machtiger en dus beter van, kleine boeren vanzelfsprekend afhankelijker en dus slechter.

In ‘Weg van het systeem’ (Uitgeverij Vrijdag, 2022) stelde ik onder de titel ‘We zijn gehekt!’ vast hoe de covidpandemie leidde tot een nieuwe golf van hekkendrang. Ik riep op tot een hekkenjacht, in naam van het belang van het publiek domein als kans om elkaar te ontmoeten.

Nu die periode stilaan een vage herinnering is geworden, stel ik vast dat de hekkendrang niet is afgenomen. Wel integendeel. Zoals honden hun territorium afbakenen met een spoor van urine, zo be-palen eigenaars hun domeinen. Heras- en ander hekwerk draagt de boodschap uit: ‘Dit is van mij!’ Of ook: ‘Hier geniet alleen ik van!’ Of, zoals in een recent geval in mijn thuisstad, zelfs: ‘Hier geniet niemand van!’

Het zou niet meer zijn dan een zoveelste exponent van het neoliberalisme dat privébezit heilig verklaart en al de rest vogelvrij, ware het niet dat in dit geval de eigenaar een bekend kerkjurist is. Geregeld slaat die ons ongevraagd om de oren met moralistische preken over de ‘moral highground’ van links, het correcte gebruik van het woord ‘genocide’, de relativiteit van ‘klimaatverandering’, de exacte definitie van ‘afgunst’ (te weten: elke kritiek op ongelijkheid in een land), de onrechtvaardigheid van een miljonairstax, de redelijkheid van een verhoogde pensioenleeftijd, Statler&Waldorf-gemopper over activistische meisjes en oneerlijke kritiek op filantroop Trump en, last but not least, klachten over de klaagcultuur – behalve dan wanneer het om de problemen van de rijken gaat (met klachten als: ‘Mensen zijn niet langer eigenaar van hun eigen huis. De overheid bepaalt, de onderdaan betaalt.’). Opmerkelijk: over het Matteüseffect of pakweg Handelingen 4:32 hoor je hem nooit.

Omdat de man het bos waarvan hij (met zijn familie) eigenaar is van de stad Herentals niet mag verkavelen zoals hij dat in gedachten had (met een grote ‘dichtheid’, dat spreekt), heeft hij beslist de omwonenden, de wandelaars en de joggers te straffen. Oog om oog, tand om tand – het staat omstandig beschreven in de Bijbel.

Met een ondoordringbare omheining rondom ontzegt de over de teloorgang van onze samenleving bezorgde kerkjurist hen nu de toegang en dwingt wandelaars tot een omweg. In naam van winstmaximalisatie. In naam van het privébezit. In naam van het eigenbelang.
En in strijd met het algemeen belang.

Ook kerkjuristen blijken geen heiligen.

=> Een kleine chronologie in vier foto’s:

Toen het vastgoedproject nog aan de omwonenden
moest worden ‘verkocht’: ‘Welkom!’
Toen de buurtbewoners wat bezwaren hadden geopperd: een bord met ‘Verboden toegang, privaat domein’.
Begin van de omheiningswerken.
De toegang wordt versperd. Voor mensen, maar ook voor herten.
‘Afgesloten!’ (maar de lichte buigingen in de draad geven al een voorsmaakje van wat het volgende beeld zal zijn.)

PS. 28/10: op aangeven van Jan Peelaerts een correctie doorgevoerd: de schoonfamilie van de kerkjurist is hier niet bij betrokken.

Als ministers van burgers egoïsten maken

Geplaatst op

Alsof het zo afgesproken was. Gisteren verscheen mijn opiniebijdrage over het voornemen beroepsprocedures voor burgers moeilijker te maken in De Standaard. Ongeveer op hetzelfde moment overhandigde een ‘gemengde commissie vergunningen’ haar rapport aan de Vlaamse Minister-president Diependaele. Mijn stuk werd hier en daar als ‘scherp’ omschreven, maar als ik de inhoud van het rapport had gekend was het nog veel scherper geweest. Het resultaat ‘bevalt’ de ministers.

Minister-president Matthias Diependaele deed er vandaag nog een beledigende schep bovenop en zette burgers en zelfs adviesverlenende ambtenaren weg als niet-constructief. We hebben blijkbaar mensen verkozen die ons ervan verdenken niets anders te doen te hebben dan bezwaarschriften te schrijven, alleen maar om projectontwikkelaars te ‘pesten’ en projecten te vertragen.

Niet alleen politici blijken zich als lakeien van projectontwikkelaars te willen profileren, ook de leden van de ‘gemengde commissie’ doen dat.

Het neoliberale efficiëntiedenken heeft nu ook de administraties en de experten aangetast. Het nieuwe credo is dat hoe sneller een vergunning wordt afgeleverd, hoe beter dat is.

Officieel gaat het om ‘de schup in de grond’, maar in de praktijk gaat er heel veel op de schop: het milieu, het klimaat, de volksgezondheid, de leefkwaliteit van omwonenden, tot en met de democratie en de rechtszekerheid. Officieel gaat het om ‘dereguleren’, in de praktijk komt het neer op ‘ontregelen’.

We hebben dus echt wel redenen om dit niet zomaar te laten gebeuren. Lees hieronder mijn waarschuwing:

Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (CD&V) is van plan om beroepsprocedures in de toekomst te ontmoedigen, kopte deze krant vorige week. Het nieuws verbaasde me niet. Brouns is niet aan zijn proefstuk toe. Eerder legde hij al een arrest van de Raad van State naast zich neer. Dat verplichtte hem om aan de ngo Dryade reglementair toegekende subsidies daadwerkelijk uit te betalen. Door zijn weigering moet de vzw in kwestie nu een procedure aanspannen om te krijgen waar ze recht op heeft. Een beetje cynisch toch voor een minister die beweert het aantal procedures te willen inperken.

Brouns’ voornemen is geen accident de parcours. Zijn voorgangster Zuhal Demir (N-VA) plaveide de weg. En ook zij handelde niet out of the blue. Al jaren worden de geesten gekneed met jeremiades over een te vette overheid, te veel regels en te trage procedures – een klaagzang die steeds meer weerklank vindt in de media. Recent was er op VRT 1 de Pano-reportage ‘De kracht van de klacht’, een vrij podium voor projectontwikkelaars die bezwaarindieners zonder tegenspraak mochten wegzetten als met het nimby-virus (not in my backyard, red.) besmette egoïsten.

Brouns borduurde daar lustig op voort. Op Linkedin stelde hij: “Voor sommigen is het een verdienmodel geworden om in beroep te gaan. Dat moet stoppen. Wie onrechtmatig beroep instelt tegen een vergunning, zonder zelf een ernstig nadeel te ondervinden, moet daarvoor bestraft worden.”

Ziet u wat er gebeurt? Eerst worden mensen afgeschilderd als egoïsten die het algemeen belang dwarsbomen (want zoals iedereen weet, wordt dat door projectontwikkelaars altijd onbaatzuchtig gediend). Vervolgens worden ze afgedreigd “als ze zelf geen ernstig nadeel ondervinden”.

(lees verder onder de foto)

Staat u ’s morgens ook op met de vraag ‘welk project gaan we vandaag eens tegenhouden?’

Ronduit lachwekkend

Wees gerust. In de praktijk is die contradictie al beslecht. Bezwaren die door burgers worden ingediend met het oog op het algemeen belang, worden al geregeld onontvankelijk verklaard. Soms neemt dat ronduit lachwekkende vormen aan. Enkele jaren geleden tekende ik samen met anderen bezwaar aan tegen een brug over het Albertkanaal die nogal wat verkeerstechnische mankementen vertoonde.

De advocaat van De Vlaamse Waterweg probeerde dat onderuit te halen met het argument dat een van de ondertekenaars ruim 500 meter van de brug woonde. “Hij kon dus geen persoonlijk nadeel ondervinden.” Een begrijpelijke wanhoopspoging, als je weet dat de brug op dat moment al ergens op een scheepswerf in elkaar werd gelast. Het openbaar onderzoek dat nog moest volgen, was toch maar een formaliteit.

Wie zich nu zorgen maakt over het uiteindelijke kostenplaatje voor de belastingbetaler, kan ik geruststellen. De brug belandde niet op de schroothoop. Na intensieve onderhandelingen zijn we geland bij een dading. Zelfs De Vlaamse Waterweg geeft nu toe dat het eindresultaat beter is dan wat eerst voorlag.

Dat plaatst het ministeriële bezwaar tegen bezwaren wel in een ander daglicht. Officieel gaat het steevast over een verlies aan efficiëntie. Maar als er in het geval van ‘onze’ brug al efficiëntiewinst te boeken was, dan was dat in de aanloop van het project.

Is het niet logisch dat de omgeving iets moet kunnen zeggen over een omgevingsvergunning? De bouwheer had de buurt en bij uitbreiding de gebruikers van de brug vooraf kunnen betrekken. Hij had zijn voordeel kunnen doen met de lokale ervaringsdeskundigheid en daarop kunnen voortbouwen, in alle betekenissen van het woord. Dat kan natuurlijk alleen als burgers niet worden beschouwd als vijanden, als hun vermogen om het eigenbelang te overstijgen niet wordt weggezet als een vorm van deugpronken.

De huidige aanpak heeft het moreel perverse effect dat burgers gedwongen worden hun verdediging van het algemeen belang te verkopen als eigenbelang – wat ministers vervolgens toelaat om dat te overrulen vanuit een beweerd algemeen belang.

Typisch iets van links?

Misschien vindt u mijn pleidooi voor meer volwassen burgerparticipatie ideologisch gekleurd en typisch iets van links? Laat ik er dan een onverdachte bron bijhalen: De nieuwe kathedraal, het boekje van Bart Van Camp en wijlen Luc Hellemans, de toplui van Lantis, het vehikel achter de Oosterweelverbinding. Op pagina 22 schrijven ze: “Ere wie ere toekomt: het zijn de burgerbewegingen stRaten-generaal, Ademloos en Ringland die van Oosterweel een cocktail van leefbaarheid en ruimtelijke inbedding in de stad hebben gemaakt.”

Of dat werkelijk het resultaat zal zijn, laat ik in het midden. Het gaat erom dat ook die heren hebben ondervonden dat het project beter is geworden van jaren procedureel burgerverzet. Het politieke riedeltje dat burgerbezwaren de samenleving alleen maar tijd en geld kosten, is dus aan herziening toe. De boutade dat democratie geld mag kosten, mag zelfs wat worden aangescherpt: democratie brengt geld op. Vraag maar aan de Chinezen, die in een recordtempo en zonder veel bezwaren hele spooksteden bouwden. Ze zijn nu een tijdje zoet met hun gigantische stommiteiten te dynamiteren.

Ook interessant om aan te stippen: in 60 procent van de aangevochten zaken blijken burgers gelijk te krijgen van de rechter. In termen van ‘gelijk hebben’ is dat allicht nog een zware onderschatting. Burgers hebben veel redenen om het er maar bij te laten: een gebrek aan geld, aan kennis van de eigen rechten, aan tijd en – misschien het ergst van al – aan geloof in de rechtsstaat.

Beetje meer plutocratie

Daar wil Brouns nu nog twee redenen aan toevoegen. Door de prijs aanzienlijk te verhogen, hoopt hij het indienen van bezwaren te ontraden. Dat onze democratie daarmee weer een beetje meer een plutocratie wordt, zal hem worst wezen. Rechtszekerheid zal er alleen nog zijn voor wie het kan betalen. Iemand moet mij eens uitleggen hoe dat past in een christendemocratische maatschappijvisie. Omdat mensen belangrijk zijn, maar projecten belangrijker?

De tweede reden is nog kwalijker. Hier is namelijk sprake van intimidatie: de burger die ongelijk krijgt van de rechtbank mag, als het van de minister afhangt, een gepeperde rekening verwachten. Blijkbaar is het niet genoeg dat er in veel gevallen een structureel machtsonevenwicht bestaat. Aan de ene kant vinden we de burger met weinig budget en weinig tijd, aan de andere een kapitaalkrachtige actor, goed omringd door advocaten.

Dat er voor de burger minder op het spel zou staan, is trouwens een hardnekkige mythe. Voor hem gaat het om de kwaliteit van zijn leefomgeving. Voor de tegenpartij is het dikwijls een ver-van-mijn-bedshow.

Al bij al is het dus vreemd dat een vertegenwoordiger van het volk zich niet alleen zonder gêne schaart aan de kant van de sterkste, maar hem nog wat sterker maakt. Dat doet hij overigens niet alleen door obstakels voor een normale rechtsgang op te werpen. Naarmate gemeentelijke en gewestelijke administraties meer onderbemand raken en minder beschermd zijn door de vaste benoeming, vermindert de kwaliteit van de beoordelingen van eigen projecten en die van derden. Daardoor moeten wakkere burgers alsmaar vaker de steken oprapen die de vergunningverlenende overheid, in theorie de bewaker van het algemeen belang, liet vallen.

Ceci n’est pas jaune

Geplaatst op

Persoonlijk zou ik voor ‘Ceci n’a pas une pipe’ zijn gegaan.

Maar die van de Spaanse post vragen me ook nooit iets.

Keigoed idee?

Geplaatst op

‘Het stenen tijdperk eindigde niet doordat de stenen op waren’, u kent vast de boutade. Maar op wandel deze zomer kreeg ik de indruk dat we intussen toch bijna zover zijn.

De ‘arbeidsintensieve’ haag blijkt bij menige woning met voortuin te zijn vervangen door een muurtje van stenen dat er bij nader inzien een van plastic bleek te zijn – en dus eigenlijk van olie.

De fake-stenen zijn bijgevolg meer dan een kwestie van smaak: ze vertegenwoordigen het verschil tussen regeneratie en degeneratie. Een haag maakt haar omgeving beter voor zowel dieren als mensen. Een plastic schutting vergroot op termijn alleen de afvalberg of de plastic soup.

Als premier De Wever dezer dagen klaagt over ‘te strikte Europese regelgeving’ waardoor Exxon dreigt een geplande investering in plasticrecyclage (‘en dus in groene economie’) af te blazen, is het misschien goed om ons eens de vraag te stellen of we al die te recycleren plastic wel nodig hebben.

Wie nu ‘ja maar, de tewerkstelling’ roept, nodig ik uit om even terug naar boven te scrollen en het bijvoeglijk naamwoord bij het woord ‘haag’ te herlezen.

Done?

Dan hier mijn slotvraag: zou tewerkstelling die meer is dan louter bezigheidstherapie en die de wereld niet slechter, maar telkens een beetje beter maakt geen kei-goed idee zijn?

De Vlaamse regering gaf Exxon in 2015 nog 1,3 miljoen euro ‘klimaatsteun’. Stel je voor dat ze dat geld, zoals de Waalse regering tijdens de vorige legislatuur, in hagen had geïnvesteerd.