RSS feed

Categorie archief: klimaat

Auto-cratie

Geplaatst op

Eerst een open deur: we leven in een snel veranderende wereld.

Vervolgens een al iets minder open deur: het meeste van het ‘oude’ vergeten we. In een snel veranderende wereld is dat nogal wat. De Duitse socioloog Andreas Reckwitz vat het in ‘Verlies. Een kernprobleem van de moderniteit’ samen met een prachtige metafoor: ‘in een zee van vergeten steken hier en daar eilanden van herinnering boven het oppervlak uit.’ En hij vervolgt: ‘Het vergeten is als het ware de norm voor de manier waarop er met het verleden wordt omgegaan.’ (blz. 46)

En dan een deur die voor mij op een kier stond: dat is een goede zaak, want stel je voor, zegt Reckwitz, dat we ons alles wat voorbij is zouden blijven herinneren. We zouden bezwijken onder de ‘herinneringslast’. Anders dan wij geneigd zijn te denken (en dus als een open deur te beschouwen) is vergeten meestal een zegen.

Soms is vergeten echter ook een verzuim: het nalaten om te herinneren. Omdat sommige gebeurtenissen of praktijken het waard zijn om te worden bewaard. Denk aan de inspanningen die historici als Dany Neudt en Koen Aerts zich getroosten om het Belgische Verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog aan de vergetelheid te ontrukken. De laatste kwam de voorbije week nog in het nieuws met de bemoedigende onthulling dat in 1943 een Jodentransport vanuit de Dossinkazerne in Mechelen (thans een museum, met een opmerkelijke blinde vlek als het over de genocide in Palestina aankomt en daarmee zijn missie zelf onderuit halend) naar Auschwitz niet één maar twee keer tot staan werd gebracht, door twee verschillende verzetsgroepen. De ontdekking gaf aanleiding tot de hypothese dat het verzet in België misschien toch omvangrijker was dan tot nu gedacht. Die gedachte wil ik eventjes koesteren.

Dany Neudt zette het project ‘Helden van het verzet’ op poten, met als ondertitel ‘een project ter ere van gewone mensen en hun buitengewoon verzet tegen de nazistische bezetter’. Voor mij klinkt die als een aansporing, want het mag dan‘not done zijn te beweren dat we in een nieuw soort ‘jaren dertig’ zijn beland, een aantal parallellen zijn toch akelig duidelijk. Een ervan is het gemak waarmee sommige groepen meegaan in het dominant geworden discours – zie de techmolochs, Elon Musk van Tesla op kop, die elkaar verdringen om bij Trump in het gevlei te komen of, dichter bij huis, CEO’s als Renault- en Michelinvoorzitter Jean-Dominique Senard, die alvast zoete broodjes bakt met Jordan Bardella, de presidentskandidaat voor extreemrechts in Frankrijk.

Symbool van wat?

l’Histoire se répète: in de jaren ’30 en ’40 had Renault ook al een dubieuze verhouding met het totalitarisme en het fascisme. Het zou Louis Renault na de oorlog in de gevangenis doen belanden (waar hij stierf) en aanleiding zijn om het bedrijf te nationaliseren. Overigens was Renault, zo leren we uit het uitstekende boek ‘Autopia’ van Peter Giesen, geen alleenstaand geval. Opvallend veel autofabrikanten bevonden zich aan de verkeerde kant van de geschiedenis: Ford, BMW, Mercedes-Daimler Benz, Porsche, Opel, Morris, Fiat – allemaal hebben ze wel wat om zich over te gêneren (blz. 113) – als ze het zich willen herinneren natuurlijk.

Autoproducenten hebben een grote traditie in het ondergeschikt maken van morele principes aan de winstgevendheid van het bedrijf.* Verzet lijkt in de achteruitkijkspiegel altijd vanzelfsprekender dan het in werkelijkheid was.

Omgekeerd lijkt opportunisme op het moment zelf veel meer op onschuldig pragmatisme dan eigenlijk het geval is.

Misschien omdat er moeite noch moed mee zijn gemoeid.

Sssst… hier sjoemelt den duivel

*Een niet exhaustief actueel overzichtje:

  • BMW en dus ook Mini en RollsRoyce: familiebedrijf dat graag Duitse politici sponsort als die maar klimaat- en milieunormen uithollen en vertragen;
  • BYD: zou eigenlijk ‘Built with Another’s Nightmares moeten heten; kwam recent in opspraak door kinderarbeid; Chinees bedrijf dat zich dus ook plooit naar de autocratische wetten van de Volksrepubliek China: Chinese auto’s zijn de Lada’s van de 21e eeuw; dus vergeet ook de XPeng en al die andere verleidelijke nieuwkomers met al dan niet ingebouwde spyware (gekke gedachte? Bijvoorbeeld de camerabeelden uit Tesla’s blijken weinig met privacy op te hebben, waarom zou dat voor Chinese auto’s anders zijn? Cf. mijn ervaring met NIO die ik hier al eens beschreef onder het kopje ‘De import van de dictatuur’);
  • General Motors: scoort slecht op Recharge for rights van Amnesty International, de ranking van bouwers van elektrische auto’s als het aankomt op mensen- en milieurechten. (Alle andere constructeurs scoren overigens ook slecht. Zie verder.) Zoals andere Amerikaanse autoproducenten (Ford, Chrysler, RAM) schurkt het zich graag aan bij de patroonheilige van de brandstofmotor, Donald Trump; GM en Ford zaten recent samen met Trump om te kijken of ze een grotere rol in de Amerikaanse wapenindustrie zouden kunnen spelen;
  • Hyundai en dus ook KIA: blijken weinig moeite te doen om kinderarbeid te vermijden bij de bouw van hun batterijen; nemen een loopje met mensenrechten en milieuwetten bij de ontginning van grondstoffen voor hun batterijen; scoort slecht op de lijst van Amnesty International;
  • LandRover/Range Rover: samen met het sluimerende Jaguar intussen eigendom van het Indiase Tata, een van de grootste vervuilers ter wereld;
  • Mitsubishi: weinig transparant over zijn productieketen; problemen met mensenrechten en milieuwetgeving (zie Amnestylijst);
  • Nissan: idem;
  • Renault: idem + zoekt toenadering tot extreemrechts;
  • Stellantis: Amerikaans-Italiaans-Franse eigenaar van o.m. de automerken Citroën, DS, Peugeot, Opel, Chrysler, Fiat, Lancia, Alfa Romeo, met als grote aandeelhouder het Chinese bedrijf Geely en aldus een steunpilaar van een dictatoriaal regime; Stellantis kwam de voorbije jaren een aantal keer in opspraak door te late terugroepacties (omdat er pas actie werd ondernomen nadat er slachtoffers waren gevallen); Stellantis versterkte recent zijn banden met het Chinese Leapmotors;
  • Tesla: deze ‘Swasticar’ zeker kopen als je ’s werelds rijkste nazisympathisant nog rijker wil maken; maakt het vakbonden moeilijk in zijn fabrieken die bekend staan om hun groot personeelsverloop door slechte arbeidsomstandigheden; weigert de ingewerkte designdeurklinken van zijn auto’s aan te passen (terwijl die nu veel mensenlevens kosten: hulpdiensten krijgen de portieren niet open na een ongeval); voor wie nog twijfelt: lees het boek ‘De Teslafiles’.
  • VinFast: aanrader voor liefhebbers van communistische regimes; dit Vietnamese merk schakelde al de politie in voor consumenten die kritiek hadden geuit op een van hun produkten;
  • Volkswagengroep (VW, Audi, Cupra, Skoda, Bentley…): Dieselgate (sjoemelsoftware bleek later overigens ook bij Renault, Dacia, Mercedes-Benz en Peugeot, Citroën en DS te zijn gebruikt); lobbiet tegen de GreenDeal;
  • Volvo: goede reputatie op het vlak van werknemersrechten en veiligheid, maar sinds 2010 eigendom van het Chinese Geely en dus een economische steunpilaar van een dictatoriaal regime; hetzelfde geldt overigens voor Aston Martin (deels), Lotus, Lynk&Co, Zeekr en Smart;
  • Bon, je zou bijna zeggen dat het beter is om je met de fiets te verplaatsen 😉 En als u zich nu afvraagt waarmee ik zelf tegenwoordig rijd: none of the above, al zal ook het merk dat ik rijd geen engeltje zijn.

Bronnen: BOLTE GEERARD (red.), Stemmen met je portemonnee, Uitgeverij Haystack, 2025; EWING JACK, Het Dieselschandaal, De schokkende waarheid achter de Volkswagenfraude, Xander, 2017, Amsterdam; GIESEN PETER, Autopia, Alfabet Uitgevers, 2023. IWERSEN SÖNKE en VERFÜRDEN MICHAEL, De Teslafiles, Onthullingen over het rijk van Elon Musk, Mazirel Pers, 2025, Zutphen; RECKWITZ ANDREAS, Verlies, Een kernprobleem van de moderniteit, Boom, 2025. Alfabet Uitgevers, 2023, 320 blz.

Ten vrede!

Geplaatst op

Niets makkelijker dan pacifist zijn in vredestijd. Niets moeilijker dan het te zijn in oorlogstijd. Is dat misschien de reden waarom pacifistische stemmen zo afwezig zijn in onze media?

Te oordelen naar de vele reacties die ik kreeg op onderstaand stuk (gisteren in een andere versie verschenen in De Standaard) helemaal niet. Veel meer mensen dan we denken stellen zich vragen bij het oorlogsgeweld en de oorlogsretoriek die vandaag bon ton lijkt te zijn in politieke hoofdkwartieren (waar bijvoorbeeld een Theo Francken er zijn hand niet voor omdraait om met terugwerkende kracht zijn woorden aan te passen wanneer de dingen toch een beetje anders uitdraaien dan gedacht: een minister herschrijft de geschiedenis terwijl we er bij staan, maar er wordt nauwelijks een zaak van gemaakt.)

Zoals ik al schreef in mijn boek ‘Weg van het systeem’ (Uitgeverij Vrijdag/Pelckmans) is een systeem dat van de ene crisis naar de andere sukkelt dringend aan herziening toe. Dan is een restauratie ervan het laatste wat we moeten willen. Toch is het precies dat wat vandaag het discours is bij politici (soms zelfs van zogenaamd progressieve komaf) en bij de meeste media. Ze zijn – de eersten moedwillig, de tweeden uit kortzichtigheid – blind voor het feit dat crisissen niet de uitzondering zijn maar onderdeel uitmaken van ons economisch en politiek regime. Wie daar meer over wil weten, raad ik de lectuur van Naomi Kleins ‘De shockdoctrine’ aan: grote, door het regime zelf georganiseerde shocks worden aangegrepen om te besparen en te reorganiseren. Begint er iets te dagen?

Wie een andere, rechtvaardiger samenleving wil, moet niet ten oorlog trekken, maar ten vrede. Wie dat naïef vindt, nodig ik uit om vandaag even de krant ter hand te nemen en te kijken waar het beleid van de ‘realisten’ ons vandaag gebracht heeft.

Misschien moeten we eens werk maken van het beter zichtbaar maken van alle mensen van goede wil. Nu eisen de bullebakken alle aandacht op.

Wat startte als een ‘gerichte’ aanval op Iran zaaide in drie weken uit tot een slagveld met meer dan tien betrokken en dus ook getroffen landen. Als dit zich enkele duizenden kilometer meer naar het westen afspeelde, hadden we het vandaag al over de Derde Wereldoorlog. Voorlopig houden we het op ‘de oorlog in het Midden-Oosten’.

Het begon met de moord op ayatollah Khamenei en trawanten die werd geframed als de instantbevrijding van de Iraniërs. Het enige wat de onderdrukte burgers nog moesten doen, was op straat komen. Maar mogelijk was er voetbal op televisie, want ze deden het niet of nauwelijks.

Het narratief evolueerde naar een hoofdstuk ‘Oorlog als ongemak’. We kregen beelden van landgenoten – gestrande toeristen, expats en fiscale vluchtelingen – die zich in luxueuze hotelkamers beklaagden over een uitblijvende dan wel te omslachtige of te dure repatriëring. Maar eind goed, al goed. Achteraf getuigden enkelen ‘nu pas te beseffen wat oorlog echt betekent’: ze hadden de rookwolken met eigen ogen gezien. Soms worden bubbels transparant.

Intussen zette de conflictmetastase door, overzichtelijk in beeld gebracht met kaartjes die konden komen uit een Zeeslagspel. De oorlog als game, met een Amerikaanse president die daadwerkelijk ‘voor de fun’ schepen tot zinken bracht. Geen van zijn bondgenoten riep hem tot de orde. Daddy heeft zijn eigenaardigheden, daar moeten we mee leven. Wel was er de verbazing, soms zelfs de verontwaardiging, dat Iran terugsloeg en zich daarbij niet aan het draaiboek hield.

Vorige week belandden we in een nieuwe fase. Daarin breekt af en toe de reële gruwel door, maar nooit voor lang. Aanvallen op woonwijken, markten, scholen, ziekenhuizen, ambulances, hulpverleners en journalisten verschrompelen tot faits divers bij de massale aandacht voor de vernietiging van tankers en olie- en gasinstallaties.

Het aantal menselijke slachtoffers en gewonden wordt terloops vermeld, als een abstract en voorbijgaand neveneffect. Over de gigantische milieu- en klimaatschade op korte en lange termijn wordt niet gerept. Dat is spielerei voor in naïeve vredestijden. In plaats daarvan wordt de aangerichte schade consequent vertaald in financiële en economische termen: de verwachte effecten op de beurs en op de energieprijzen en wat de uiteindelijke gevolgen zullen zijn voor ‘de consument bij ons’.

Ocharme wij

Ziedaar de baseline van deze oorlog: niet de gewone Palestijnen, Libanezen of Iraniërs – om maar die te noemen – zijn de grootste slachtoffers van de criminele capriolen van twee leiders op de loop voor het gerecht. Nee, dat zijn wij. Zo wordt ongemakkelijk medelijden met duizenden dode, tienduizenden gewonde en miljoenen ontheemde en getraumatiseerde mensen omgezet in makkelijke mercantiele bezorgdheid over de consequenties voor onze koop- en concurrentiekracht. Prijsstijgingen worden het meest zichtbare en schijnbaar belangrijkste gevolg van de oorlog.

Zo ontstaat het beeld dat met die oorlog niks mis zou zijn als die vervelende prijsstijgingen er maar niet waren. Dan wordt het een kwestie van ‘gezond verstand’ om de normalisering van de relaties met een agressor te bepleiten. Dan wordt de organisatie van een kindvriendelijke wapenbeurs plots een logische manier om bij jongeren ‘burgerzin’ aan te kweken. Enkele maanden geleden zou dat nog algemene verontwaardiging hebben uitgelokt. Vandaag wordt het geaccepteerd als de natuurlijke gang van zaken.

Perverse economie

De prijs aan de pomp is de belangrijkste indicator geworden van de gezondheid van onze economie. En ‘dus’ ook van onze maatschappij. De neoliberale markteconomie is geen afgeleide van de behoeften van de samenleving, wel omgekeerd: de laatste wordt geboetseerd naar de behoeften van de eerste. Ook wanneer die verandert in een oorlogseconomie die publieke dienstverlening ondergeschikt maakt aan beweerde militaire noden. De besparingen op openbaar vervoer, onderwijs, zorg, sociale huisvesting, pensioenen en langdurig zieken worden verkocht als ‘noodzakelijk’ – zelfs wanneer dat leven zich moet behelpen met een leefloon onder de armoedegrens.

In de publieke perceptie is er een kortsluiting ontstaan waardoor ‘besparingen’ en ‘noodzakelijke’ als een siamese tweeling verstrengeld zijn geraakt. Met uitzondering dan wanneer het gaat over gevechtsvliegtuigen, drones, munitie, soldaten aan stations en synagogen, vrachtwagens in camouflagekleuren en gesofisticeerde afweersystemen tegen mensen op de vlucht voor oorlogen die wij niet eens durven afkeuren.

Het is geen kwestie van geld. Het is een keuze. Van destructie boven constructie. We besparen op samenlevingsopbouw en ‘investeren’ in potentiële en almaar vaker ook feitelijke vernietiging. Zo wordt het eerst opgeofferd wat we beweerden te verdedigen: de verzorgingsstaat, de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten, kortom: onze normen en waarden.

Vrij naar Bill Clinton: it’s the stupid economy. Een door ‘vrije’ markten gedicteerde economie is amoreel: elke behoefte is legitiem, als ze zich maar als een economische vraag presenteert. De stap van amoreel naar immoreel is vervolgens slechts een kwestie van tijd. Zwaarden of ploegscharen? Geen belang, zo lang ze maar winst opleveren.

Wie zich vastklampt aan een economie die ons reduceert tot onmondige slaafjes van gewetenloze gekken, getuigt niet van realisme, maar van een tekort aan verbeeldingskracht. ‘Wat als er geen zon is en geen wind?’ heette het tot voor kort. De vraag had moeten luiden: ‘Wat als er geen straat van Hormuz, geen Suezkanaal of geen olieproductie in het Midden-Oosten is?’ Maar dat konden we ons niet inbeelden. 

Waar willen we naartoe?

Elke crisis is een kans, houden managementboekjes ons voor. Onze politici hebben ze duidelijk niet gelezen. Ze blijven hangen bij het ‘tijdelijk’ loslaten van klimaat-, milieu- en gezondheidsnormen. Alsof klimaat, milieu en gezondheid eventjes in de koelkast kunnen worden gezet. Het is paniekvoetbal dat pijnlijk blootlegt hoe onze weigering om het systeem planmatig te veranderen ertoe leidt dat het bij elke crisis ongecontroleerd vastloopt.

Zo missen we quickwins zoals ‘tempo 100’ op snelwegen: winst voor de portemonnee, de veiligheid, het klimaat en zelfs de files. Maar het is een taboe, alsof ‘vrijheid’ pas begint boven 100km/u. Daardoor maken we ook geen werk van sociaal gecorrigeerd rekeningrijden, hoewel iedereen weet dat het verstandig zou zijn. Liever spenderen we miljarden aan individueel vervoer in overgedimensioneerde salariswagens dan aan ruimte- en energiesparend openbaar vervoer. Thomas Piketty verklaart die neiging om alles aan de vals neutrale markt over te laten door ‘de angst voor democratische deliberatie’. De markt is gepretendeerde frictieloosheid. Debat is ongemak.

Heeft het zogenaamde realisme van ‘haalbaar en betaalbaar’ ons ook maar één stap dichter bij het ‘goede leven’ gebracht? Zijn we minder kwetsbaar voor de grillen van autocraten? Is er nu minder antisemitisme? Zitten we op koers om de in Parijs afgesproken 1,5°-grens te respecteren? Of stevenen we af op +2°, een verschil, zoals filosoof Roman Krznaric ons voorrekent, van 150 miljoen klimaatdoden, het equivalent van 25 holocausts? Zijn er minder vluchtelingen? Is het leven van iemand rijker geworden, een handvol techmiljardairs en wapenhandelaars niet te na gesproken? Met ‘business as usual’ verliest vrijwel iedereen. Met alleen maar ‘business’ al helemaal.

‘We hebben een economie die moet groeien, ongeacht of die ons wel of niet doet gedijen,’ schrijft econome Kate Raworth, ‘wat we nodig hebben is een economie die ons doet gedijen, ongeacht of die wel of niet groeit.’ Laten we dus groeidogmatisme vervangen door groei-agnosticisme. Dat vraagt een maatschappelijk en een politiek debat over wat voor soort samenleving we willen. In de woorden van Mark Van De Voorde: geen Realpolitik zonder Idealpolitik.

Aan politici die alleen de markt achterna lopen, hebben we niets.

Bullshit

Geplaatst op

Ooit was ik een angry young man. Toen probeerde ik een vriendelijke oudere man te zijn. Een al te vriendelijke, realiseerde ik me, want het hielp het debat geen centimeter vooruit. Integendeel. Ik stak tijd in tijdverlies, investeerde energie in wat alleen maar bedoeld was om te vermoeien. Ik heb het gehad met de handelaars in onzin. Gisteren verscheen onderstaande opinie in De Standaard. Klik die toch maar eens open, al was het maar voor de bijhorende illustratie van de onvolprezen Lectrr.

Overigens liet ik één verwijtend zinnetje aan het adres van de NMBS weg in onderstaande versie. Omdat het morgen haar honderdste verjaardag is, maar ook en vooral omdat het in dat zinnetje aangekaarte euvel kennelijk lokaal van aard was. De NMBS greep in en het zou verholpen moeten zijn. Zeg nu nog dat de Belgische Spoorwegen niet snel kunnen reageren. Als het bullshit is, zeg ik het. Als het goed is ook.

(AI-gegenereerd beeld)

Enkele weken geleden woonde ik een voorstelling bij van het Nieuwstedelijk. De zaal zat halfvol. De andere helft had ongelijk. Kellyanne Conway – The Musical, genoemd naar de illustere bedenkster van het concept ‘alternative facts’, capteerde niet alleen de vermoeide verontwaardiging van het publiek. Ze wist die ook om te buigen tot assertieve weerbaarheid. Bij wijze van apotheose stuiterden er megagrote drollen door de zaal en deelden Sara Vertongen, Rashif El Kaoui en Aline Goffin ‘Dit is bullshit’-stickers uit. Als het echte leven meer en meer theater wordt, waarom zou het theater dan dat leven niet kunnen veranderen? Daar en toen besliste ik te doen wat rechtse politici al jaren vragen: vanaf nu noem ik stier en stront.

Het mag dan een tikje ordinair klinken, als het bullshit is, zeg ik het voortaan. Met zoveel woorden. Of beter: met zo weinig woorden, want dat is dus de kwintessens van de zaak. Al te lang hebben wij de shitshow voorzien van een intellectueel odeur van fatsoen. Daardoor wekten we de indruk dat een en ander nog een ernstig gesprek waard was. Alsof elke mening, hoe feitenvrij ook, evenwaardig was. Uit respect. Meer bepaald uit misplaatst respect, van het soort dat elk respect waardeloos en inhoudloos maakt.

Roland Duchâtelet die een paar duizend wetenschappelijke studies later in De afspraak op VRT Canvas verkondigt dat een beetje meer CO2 geen kwaad kan? Hef er voor mijn part 22 procent btw op, maar verspil er geen woorden meer aan.

Vlaanderen dat zichzelf verkoopt als ‘innovatieve topregio’, maar tegelijk bespaart op onderwijs en onderzoek? Minister Zuhal Demir (N-VA) die klaagt dat het onderwijs te gronde gaat doordat de lat almaar lager wordt gelegd, en die tegelijkertijd pleit voor een versoepeling van de regels en de normen op vlak van klimaat, milieu en gezondheid?

Minister Jo Brouns (CD&V) die zeurt over verstikkende regels en een teveel aan controle, terwijl het speelzand en de babymelk uit de mond van kinderen moeten worden gehaald? Laat ons het noemen wat het is: bullshit. Dat niet doen, werkt alleen maar als een stimulans om nog een stapje verder te gaan.

Een eindeloze parade

Sinds mijn voornemen valt het me meer dan ooit op: vooral ons mobiliteitsbeleid bulkt van de bullshit.

Ben Weyts (N-VA) die zijn kiesvee geruststelt dat wie de autowegen vermijdt geen wegenvignet zal hoeven te betalen? Bullshit! We geven zo’n ministeriële aanmoediging tot meer sluipverkeer door dorpskernen en langs schoolomgevingen geen aandacht meer.

Een autotunnel bouwen op de plek die wereldwijd het meest met PFAS is vervuild? Budgetneutraliteit voor De Lijn verdedigen en doen alsof je neus bloedt bij de immense budgetoverschrijdingen voor Oosterweel? Een Europese verscherping van de emissienormen voor nieuwe auto’s torpederen onder druk van de autolobby, en daarna klagen dat steden die normen zelf afdwingen met een lappendeken aan lage-emissiezones? Jarenlang subsidies uitdelen aan verlieslatende luchthavens om bezitters van privéjets te plezieren, maar beknibbelen op buslijnen die een ziekenhuis bedienen? In naam van de ‘efficiëntie’ buslijnen naar Leuven inkorten zodat studenten verplicht zijn halverwege over te stappen op de trein? Zelfs geen debat willen voeren over een verlaging van de snelheidslimiet op snelwegen naar 100 kilometer per uur als quick win voor een Vlaams klimaatbeleid? Een internationale trein van Antwerpen naar Brussel laten rijden en binnenlandse reizigers verbieden er gebruik van te maken?

Bullshit, bullshit, bullshit. Kan ik nog wat klevers krijgen?

De shitparade gaat eindeloos door. Pleiten voor een helmplicht voor fietsers, maar een snelheidsverlaging op straten zonder fietspad te verregaand vinden? Wegtransportbedrijven een deel van hun diesel terugbetalen terwijl het Albertkanaal maar voor 10 procent van z’n capaciteit benut wordt? Beweren dat je mensen niet wil verplichten hun auto te laten staan, maar tegelijk andere mensen huisarrest geven door hun bus af te schaffen?

Bullshit! Het woord klinkt onwelvoeglijk, maar nog altijd vriendelijker dan het dagelijks rimpelloos passerende ‘waanzin’ met een prefix naar keuze: ‘klimaat-’, ‘woke-’, ‘degrowth-’…

Flexbussen presenteren als een wonderoplossing, maar er niet in slagen ze over de grens van een vervoerregio te laten rijden? Een bussenstelplaats bouwen in kwetsbare stadsnatuur en dat verkopen als een groene investering? Alcohol venten in tankstations langs de snelweg en daarna verbaasd zijn dat sensibiliseringscampagnes tegen rijden onder invloed op hun grenzen stuiten? Rekeningrijden in stand houden voor vrachtwagens op wegen waar we willen dat ze rijden, en ze gratis laten rijden waar we ze willen weren? Of vers van de pers: nog een nieuwe spitsstrook erbij op de E403 om de files op te lossen? Dat aankondigen net nu een studie het voorspelde falen aantoont van de al aangelegde spitsstrook op de E314? Politici spelen liever de dure capaciteitssinterklaas dan maatregelen te nemen die echt werken: salariswagens uitfaseren, rekeningrijden invoeren. Toch schaart de federatie van natuur-, milieu- en klimaatverenigingen in West-Vlaanderen zich achter die heilloze keuze, allicht bevreesd om anders als ‘onredelijk’ te worden weggezet. Het neemt niet weg dat het bullshit is. 

Mascotte van spindoctors

Er is zoveel bullshit dat we ons stilaan bevinden in een arena vol stierenuitwerpselen. Het doet me denken aan Dario Fo’s Obscene fabels en hoe een grandioze Jan Decleir de volksbelegering van de citadel van Bologna met excrementen plastisch op de planken bracht. We zitten midden in die scène, maar iedereen doet alsof er alleen met geparfumeerde goudklompjes wordt gegooid.

Zie hoe Bart De Wevers essay Over welvaart wordt onthaald. Daarin voert hij stadstaat Singapore op als het te imiteren model: een soort Antwerpse haven met aangelanden, zeg maar. In ‘De ochtend’ op Radio 1 kwam een professor management vertellen dat hij weinig last heeft van het gebrek aan democratie aldaar. “Integendeel”, zei hij, waarna we mochten gissen wat dat betekent tegen de achtergrond van oneerlijke processen, opposanten die achter de tralies vliegen en executies achter gesloten deuren. Het zet De Wevers oneliner “Makers in plaats van stakers” nochtans wel in een ander daglicht. Het laat zien: dit is bullshit. Maar niemand die het durft te zeggen. Zoals ook niemand vraagt waarom hij het rekeningrijden in Singapore dan ook niet opvoert als een na te volgen voorbeeld.

Het stuk van het Nieuwstedelijk ging over “spindoctors en de mensen die het onverkoopbare verkoopbaar maken”, lees ik op de website. En ook: “De werkelijkheid is te grotesk geworden voor satire.” Het boek van De Wever illustreert het onbedoeld. Het is een pleidooi voor het afbouwen van de sociale zekerheid, “anders zijn we een vogel voor de kat”. Ter compensatie voor de kat schenkt de auteur een deel van de auteursrechten aan het asiel waar de mascotte van de spindoctors vandaan komt: Maximus, de kat die een onverbiddelijk beleid voor mensen aaibaar maakt. “Bullshit van een deugpronker”, zou de premier zelf zeggen, mocht iemand anders het doen. Het zal niemand verwonderen: dat Bart De Wever het land ‘bestiert’, het geeft me een rare smaak in de mond.

Op naar een ‘kindvriendelijke revolutie’

Geplaatst op

Ik blijf het grappig vinden, die om de twee jaar weerkerende verkeersberichtgeving: ‘Door het Autosalon is er file aan de Heizel. Het is er 30 minuten aanschuiven.’ Maar ik ben een van de weinigen die de ironie ervan inzien, vrees ik.

De komende dagen en weken worden we overspoeld met (nog meer) publiciteit voor voertuigen die compleet onaangepast zijn aan de huidige tijd – of je ze nu beoordeelt vanuit het oogpunt van de geopolitiek, het klimaat, het energiebeleid of het milieu. Of vanuit dat van het kind.

Schrijver en theatermaker Rebekka de Wit wijdde er dit weekend prachtige regels aan in DS Weekblad. De aanleiding: het ‘winteroffensief’ (ja, het is ook in de weerberichten oorlog) dat de voorbije week voor een herverdeling van de ruimte tussen huizen zorgde. Eventjes konden kinderen weer de hele breedte van de straat benutten, terwijl auto’s er stapvoets tussen laveerden.

De Wit schrijft: ‘Is deze wereld gebouwd door kinderhaters of zo, vroeg ik me af. (de ‘of zo‘ vergeef ik haar in dit geval gaarne – kp). Waarom belichaamt een pedofiel het absolute kwaad, maar bouwen we collectief rustig door aan een infrastructuur die je jeugd helemaal naar de kloten helpt, je vrijheid inperkt en op dagelijkse basis je leven bedreigt, en klagen we over files alsof er gewoon nog meer wegen moeten komen. Hoe kan het dat mijn kinderen de witte haai het engste vinden dat er bestaat, maar dol zijn op auto’s, terwijl de auto de échte witte haai in dit verhaal is.’

(Dat laatste deed me denken aan een uitspraak van Peñalosa die fietsen tussen auto’s ooit vergeleek met ‘zwemmen tussen haaien’. Grappig: toen ik even checkte of dit citaat nu van Enrique (stedenbouwkundige, ex-burgemeester van Bogota en Colombiaan) dan wel van zijn broer Gil (planoloog, Canadees) is, schreef AI het toe aan een zekere Kris Peeters. Uitsluitsel vond ik overigens niet, dus houd ik het veilig op de familienaam, anders zijn sommigen gehaaid genoeg om mij af te maken.)

Maar Rebekka de Wit dus. In haar column ‘Kinderen baas’ pleit ze onvervaard voor een ‘kindvriendelijke revolutie’.

Ik vind het alvast een prachtige ambitie – zéker in de week van het Autosalon en nu Vlaams minister van mobiliteit De Ridder met haar Verkeersveiligheidsplan weinig verrassend inzet op ‘disciplineren’ in plaats van ‘emanciperen’. Of toch als het over kinderen en jongeren gaat. Voor de ‘volwassenen’ is er het nieuwe begrip ‘rechtvaardige handhaving’, speciaal gemunt om het populistische idee te bevestigen dat flitscamera’s tot nog toe alleen maar bedoeld waren als jackpot voor de wegbeheerder.

Gelukkig loopt het kleinste kind daar niet in.

Misschien is er hoop

Geplaatst op

Wie dacht dat de Apocalyps iets van de middeleeuwen was, is er aan voor de moeite. Het einde van de wereld is helemaal terug. Nooit eerder zaten er zoveel gekken met rode knoppen binnen handbereik. En ook als mensen met gezond verstand er in slagen hen in toom te houden, is er de catastrofe die zich, nu eens in slow motion, dan weer in verspringende beelden voor onze ogen voltrekt. Sommigen noemen het nog braafjes de klimaatverandering, wat après-nous-le-déluge-opportunisten à la Jean-Marie De Decker de gelegenheid geeft om te doen alsof ‘opwarming’ synoniem is met beter weer aan het strand. Anderen noemen het een klimaatcrisis, wat dan weer de illusie wekt dat het iets is van voorbijgaande aard. En nog anderen kiezen voor ‘klimaatcatastrofe’, wat wellicht het meest realistisch is, maar tegelijk ook het meest fatalistisch.

Zeker is dat we nog zoeken naar de juiste woorden. Schrijvers lopen daarin natuurlijk voorop, niet voor niets zijn het vaak zieners in blinde tijden. Langzaam maar zeker ontstaat voor onze ogen een nieuw genre: ‘cli-fi’ ofte ‘klimaatfictie’, dat wat mij betreft deel uitmaakt van een breder genre dat ik voor mezelf ‘frictie’ heb gedoopt: literatuur die schuurt en wonden openhaalt en soms ook weer teder heelt. Of toch een pijnstillende pleister plakt.

De centrale vraag lijkt te zijn: hoe gaan we om met die nieuwe condition humaine waarin de mensheid van zijn toekomst lijkt te zijn beroofd? Het is een vraag die in essentie misschien niet meer is dan een nieuwe vorm van de eeuwige levensvraag: hoe kan je gelukkig leven als je weet dat je toch dood gaat?

Ooit won ik een door ‘Hoegaarden’ georganiseerde bierviltjeswedstrijd met de oneliner ‘Elke oorlog levert wel een goede straatnaam op’. Een variant daarop zou vandaag kunnen zijn dat elke klimaatontwrichting wel goede literatuur oplevert.

Neem bijvoorbeeld Jennifer Offills boek ‘Weersverwachting’, een mozaïek van scherpe observaties die een besmettelijke alertheid oproepen. Haar antwoord lijkt te zijn: als dit inderdaad een eindtijd is, dan is het minste wat we kunnen doen bewuster en aandachtiger leven. Ze zoomt in en laat zien hoe het grote weerspiegelt in het kleine, hoe het rampzalige systemische wordt verraden in alledaagse, ogenschijnlijk banale details. Ze zoomt uit en legt de vinger op de kloppende wonde:

‘Wat is de filosofie van het laatkapitalisme? Antwoord: Twee wandelaars komen onderweg een hongerige beer tegen. Een van hen haalt zijn renschoenen tevoorschijn en trekt ze aan. ‘Beren rennen harder dan mensen’, fluistert de ander. ‘Ik hoef alleen maar harder te rennen dan jij,’ zegt de eerste.’ (blz. 55)

Rennen of vluchten is wat inderdaad meer en meer mensen lijken te doen, de ene al bewuster dan de andere. Is escapisme het medicijn? En is vluchten überhaupt nog mogelijk? Die vragen zijn aan de orde in ‘De vlucht’ van het schrijversduo Elvis Peeters. Ik ga hun antwoord hier niet spoilen, maar de vorm wel: het is poëzie verkleed als proza en dan beland je zomaar in een onooglijk Normandisch dorpje, waar ‘de wind (…) bronstig (is) en hitsig en geil, kijk hoe hij over het water jaagt, pluisjes, zaad en bladeren meesleurt in zijn dolle werveling.’ (blz. 139)

In ‘Weg van het systeem’ kauwde ik in het slothoofdstuk zelf ook al op het thema. Op de vraag of we optimistisch mochten of moesten zijn dan wel pessimistisch moesten zijn, ontwaarde ik de derde weg, die van de hoop.

Alvast Tommy Wieringa kan zich daar niet in vinden. Hoop, zegt hij, baart alleen nog maar wanhoop. In ‘Optimisme zonder hoop’ detecteert hij een nieuwe optie, die hij raak vat met een voorbeeld uit zijn eigen leven: elke dag raapt hij in zijn omgeving het afval uit de berg, maar zonder de hoop dat het iemand zou aanzetten om er voortaan geen afval meer te gooien. Iets doen, stelt hij, is beter dan niets doen en wie niets verwacht, kan alleen positief worden verrast. Daar kan ik me in vinden, al was het maar omdat we op die manier het determinisme ontwijken.

Wieringa fileert overigens alle mogelijke varianten om te reageren op de klimaatontwrichting, waarbij ik u zijn oordeel over de ecomodernisten niet wil onthouden. Op pagina 34 laat hij Raf Bodelier in de spiegel kijken, met diens uitspraak ‘dat de vooruitgang de klimaatcrisis waard was, mits we die nu weer oplossen’. Tja, zegt de Nederlander, ‘zijn geloof in wonderen is niet van onnozelheid te onderscheiden.’ Dat die wonderen niet zullen komen, blijkt volgens de auteur uit ‘de desertie van de oligarchen’. De technologiebonzen geloven er zelf niet meer in en bouwen in de luwte aan hun eigen private toevluchtsoorden voor wanneer het helemaal misgaat. En dan heeft hij het, een onnozele hals in de overtreffende trap niet te na gesproken, niet over een basis op Mars, maar over eilanden met bunkers. (blz. 60-62)

Over Mars gesproken. Een van de interessantste antwoorden vond ik bij Lieke Marsman in een boek dat niet eens gaat over het klimaat. Deze jonge Nederlandse schrijfster is ongeneeslijk ziek, maar overleeft al enige jaren de voorspellingen van alle dokters. Wat voor de meesten een dreiging aan de einder is, is bij haar een monster dat in haar bed slaapt. Hoe zij daar dan mee omgaat? Ze schrijft het onder meer op pagina 131: ‘Er is misschien een bovennatuurlijke kracht. Er is misschien een medicijn tegen mijn ziekte. Het leven is het misschien waard te leven – en vanwege dat misschien is het dat zeker. Als ik terugdenk aan mijn eigen eerste ervaring met iets wat groter was dan ikzelf, dan is dit zoals ik al schreef het dichtst bij een openbaring dat je als mens kunt komen: niet de wetenschap dat er een God bestaat, maar de wetenschap dat je het jezelf toestaat in een God te geloven. Want er is een god, misschien.’

Los van de vraag of deze woorden van een voormalig atheïste een ‘bekerende kracht’ hebben of niet, vind ik het een ongelooflijk krachtige en prachtige boodschap: ‘misschien’ is een prachtige vorm van hoop. Toegepast op de klimaatontregeling wordt dat dan: ‘misschien’ redden we het nog.

En daarom moeten we het op z’n minst blijven proberen.

———————

Meer lezen?

  • MARSMAN LIEKE, Op een andere planeet kunnen ze me redden, Uitgeverij Pluim, Amsterdam/Antwerpen, 2025, 197 blz.
  • OFFILL JENNY, Weersverwachting, De Geus, Amsterdam, 2020, 239 blz.
  • PEETERS ELVIS, De vlucht, Uitgeverij Het Weerwoord, Heist-op-den-Berg, 2025, 183 blz.
  • PEETERS KRIS, Weg van het systeem, Uitgeverij Vrijdag, Antwerpen, 2022, 328 blz.
  • WIERINGA TOMMY, Optimisme zonder hoop, Stichting Maand van de Filosofie, Tweede druk, april 2025, 94 blz.

We mesten onze eigen lintworm vet

Geplaatst op

Onderstaande opiniebijdrage van mijn hand verscheen vorig weekend in De Standaard.

Enkele weken geleden ontstond er beroering in mijn gemeente. Een ‘ontwikkelaar’ plant er een woontoren en twee woonblokken van in totaal 110 wooneenheden. Toegegeven, op de simulatiebeelden zien ze er stralend uit, met veel groen, malse gazons, zonovergoten terrassen en een jong koppeltje dat tussen de bloemborders uitrust in de schaduw. In werkelijkheid zal voor die woondroom een bos worden gekapt en zal er op de terrassen noch op de gazons ooit iemand zitten. Het project zit immers geprangd tussen een gewestweg en een spoorlijn.

De eerste is een ‘interlokale weg’, waarvan Vlaanderen beweert dat een vlotte doorstroming er prioritair is en dat het aantal aansluitingen er dus zo veel mogelijk beperkt blijft. De tweede wordt in de toekomst mogelijk ingezet voor de IJzeren Rijn, nodig voor de extra opslagcapaciteit voor 7 miljoen containers die momenteel in Antwerpen en Zeebrugge gebouwd wordt. Een blik op de geluidskaarten van Geopunt Vlaanderen leert dat het op die plek nu al dag en nacht te lawaaierig is om er gezond te kunnen wonen.

Alles in naam van de verdichting

Toch is de kans reëel dat er een vergunning wordt afgeleverd voor een project waarvan, behalve de ontwikkelaar, de architecten en de aannemer, niemand beter wordt. Het resultaat zal zijn: meer ongezonde mensen, minder groen, minder klimaatrobuustheid. En mobiliteitsexperts die mogen komen uitleggen hoe het mogelijk is dat de congestie en de verkeersonveiligheid alweer zijn toegenomen.

We zien het vaker: beleidsverantwoordelijken die met opgestroopte mouwen doen alsof ze druk bezig zijn, maar in feite lanterfantend de problemen groter maken. Als straks de IJzeren Rijn vorm krijgt, zullen er gegarandeerd zwarte vlaggen hangen. We kunnen er PFAS op innemen dat onze ministers dat probleemloos zullen overrulen, zwaaiend met het ‘algemeen belang’. Dat maakt het des te pijnlijker dat ik bij gebrek aan ‘persoonlijk belang’ geen bezwaar tegen het project mag indienen.

Het belang van groei

Het door onze beleidsmakers aangevoerde algemene belang heet ‘economische groei’. De Nationale Bank raamt die voor de komende periode op 1 procent per jaar. Tegelijk becijferde het Federaal Planbureau dat de klimaatverstoring ons bij ongewijzigd beleid 0,7 tot 1,4 procent van het bbp zal kosten. Volgens de opdrachtgever van de studie, het Centrum voor Risicoanalyse van Klimaatverandering (Cerac), is dat nog een “optimistische” inschatting. De kans is dus groot dat onze economische groei voortaan systematisch zal worden opgesoupeerd door de negatieve klimaateffecten.

Het traditionele antwoord is dan: meer economische groei. Maar de ironie wil dat juist die economische groei bijdraagt aan de klimaatverstoring. We zijn dus bezig onze eigen lintworm vet te mesten. Dat wordt ook buiten de statistieken almaar beter voelbaar. De economische groei genereerde ooit welvaart, maar veroorzaakt nu vooral krimp en schaarste: minder open ruimte, minder biodiversiteit, minder levenskwaliteit.

Mensen merken dat. Geen wonder dat ze bezwaren indienen tegen wat als ‘economische ontwikkeling’ wordt verkocht. Voor hen betekent dat doorgaans dat hun leefomgeving desintegreert. Ministers zouden daaruit kunnen besluiten dat het draagvlak voor ‘business as usual’ is verdwenen. In de plaats daarvan beperken ze drastisch de middelen om verzet te plegen. Door juridische procedures moeilijker en duurder te maken. Door wie niet in het gareel loopt, te criminaliseren. Klimaatactivisten die enkele uren een snelweg blokkeren, worden weggezet als terroristen. Hoe noemen we dan lieden die met hun beleid hetzelfde effect genereren, maar dan permanent?

Het roept de vraag op of onze beleidsverantwoordelijken echt niet in staat zijn om de samenhang tussen problemen te zien. Het oordeel van Gwendolyn Rutten (Open VLD) over Greta Thunberg laat het ergste vrezen. Ze noemt haar een “beroepsactiviste”, omdat ze zich zowel voor het klimaat als de mensenrechten inzet. “Systeemkritiek is de snelste weg naar verbittering”, schreef Tom Naegels hier vorig weekend. Misschien is dat wel omdat we er (nog) geen woorden voor hebben.

Race zonder bodem

Ons economische systeem is als de Rode Koningin in Alice in Spiegelland: het moet almaar harder hollen om zelfs maar ter plaatse te kunnen blijven. De mondialisering genereert een constante concurrentiestrijd die zich steeds meer voordoet als een race to the bottom. Of een zonder bodem. Kijk naar Griekenland, waar de regering vorige week de weg vrijmaakte voor werkdagen van dertien uur. Onze regeringen laten zich niet onbetuigd en maken nachtarbeid, weekendarbeid en overuren aantrekkelijker. Voor de werkgevers.

De groei-obsessie die aan die maffe dynamiek ten grondslag ligt, mag niet in vraag worden gesteld. Het is niet de politieke, maar de economische correctheid die ons de das omdoet. Dezelfde lui die voortdurend toeteren over de nood aan innovatie, kunnen zich niet eens een ander systeem voorstellen. Ze verketteren zelfs wie dat wel kan: “Naïef! Schadelijk!”

Niet naïef of schadelijk is blijkbaar het beleid dat die economische groei blind blijft stimuleren. Een groei die op zijn beurt blind is, trouwens. Het maakt niet uit wat we bouwen, als we maar bouwen. Het maakt niet uit wat we transporteren, als we maar transporteren. Daarbij tellen we voertuigen, geen mensen. In die logica krijgt de lege vrachtwagen evenveel rechten als de volle, de SUV met zes lege zitplaatsen evenveel als de volgepropte Twingo.

Waar kwantiteit kwaliteit verdringt, is alles gelijk. Of je nu wapens transporteert of medicijnen, voedsel, afval of Chinese spullen die we nodig denken te hebben omdat Tiktok ons dat heeft wijsgemaakt.

De file is een grote gelijkmaker, schreef ik eerder. Maar daar lijkt verandering in te komen. De captains of industry nemen tegenwoordig de helikopter of de privéjet om de file te skippen. Ze worden daarvoor gesubsidieerd door ons allemaal, of ze nu op weg zijn naar een businessmeeting of naar hun buitenverblijf. In 2024 dokten wij daar 14 miljoen euro voor en als het van minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) afhangt, wordt dat de komende jaren nog veel meer. Ze noemt dat overigens geen subsidies, maar “werkingsmiddelen”. Het dominante discours is er een dat politieke keuzes verpakt als noodzaak, als non-keuzes.

Maar het is wel degelijk een keuze om salariswagens fiscaal te ontzien. Het is wel degelijk een keuze om vrachtwagens alleen te laten rekeningrijden op de wegen waar we willen dat ze rijden, en niet op de wegen waar we ze zo weinig mogelijk willen zien rijden. De recent door de Vlaamse regering aangekondigde tariefverhoging zal dus leiden tot nog meer sluipverkeer door dorpskernen en woonwijken en langs scholen. Nog niemand is op het idee gekomen om de sluipverkeertovenaars van Tomtom, Garmin of Waze tot de orde te roepen. Nochtans verklaarde volgens de Monitor Mobiliteit (MoMo) 56 procent van de Vlamingen in 2023 last te hebben van sluipverkeer in de eigen woonbuurt.

Mijn bescheiden mening: weigeren de samenhang van maatregelen en hun effecten onder ogen zien, is niet alleen de snelste, maar ook de kortste weg naar verbittering. Zullen we dan, samen op weg naar een bloei-economie, toch maar voor systeemkritiek kiezen?

PS. Bovenstaande thema’s werden verder uitgewerkt in ‘Weg van het systeem’ (Uitgeverij Vrijdag)

Veerkracht

Geplaatst op

Het Vlaams Verkeerscentrum noteerde tussen september 2024 en augustus 2025 een gemiddelde van 954 kilometer file gedurende een uur per werkdag. Dat zullen we geweten hebben. Op de radio worden we platgebombardeerd met onheilsberichten over ‘verliestijden’ en ‘fileleed’ – ook al staan we zelf zelden of nooit in de file. En ook al zijn de meeste van die files geen nieuws, want ze staan er alle dagen.

Dikwijls doen de presentatoren er nog een schepje bovenop: zuchtend wensen ze hun luisteraars veel sterkte bij het leed dat hen treft. Alsof de meesten er niet zelf voor gekozen hebben. Alsof de meerderheid niet in een comfortabele salariswagen zit. My home is my castle. My castle is my car.

Toch is er bij elk nieuw filerecord weer die verwondering. Hoe kan dat toch? We zijn toch meer gaan thuiswerken? Telkens opnieuw mogen de experten de verklaringen ophoesten: een beperktere wegcapaciteit door wegenwerken (bedoeld om meer wegcapaciteit te creëren) en extreme weersomstandigheden. Een enkele keer wordt ook de Fundamentele Filewet aangehaald: als er capaciteit vrijkomt op de weg, bijvoorbeeld door de aanleg van een nieuwe bypass, dan wordt die na verloop van tijd vanzelf opgevuld door nieuw verkeer: verkeer van mensen die eerst een ander vervoermiddel gebruikten of de verplaatsing helemaal niet maakten (want toen stond je in de file).

Wat niet wordt vermeld: dat zowel wegenwerken als extreem weer in de toekomst het nieuwe normaal zullen zijn. Meer en zwaarder verkeer leidt tot meer slijtage. En de klimaatverstoring is er nu eenmaal ook voor wie er niet in gelooft.

Welkom in de realiteit die door onze ministers in de respectieve regeringen hardnekkig wordt genegeerd. De files zullen langer worden door de klimaatverstoring. De klimaatverstoring zal erger worden door de files. We zitten met andere woorden in een spiraal naar onder.

Tot zover het slechte nieuws. Tijd voor het goede nieuws: het mooie aan spiralen naar onder is dat je er ook spiralen naar boven van kunt maken.

Het volstaat om het omgekeerde te doen van wat we vandaag doen: investeer meer in openbaar vervoer en minder in privévervoer (stop met het subsidiëren van privéjets), zet meer in op fietsverplaatsingen (maak bijvoorbeeld alle stallingen bij NMBS-stations diefstalveilig en verdubbel daarmee de fietsbereikbaarheid van het spooraanbod van 5 naar 10 kilometer: dure elektrische fietsen worden dan plots bruikbaar voor de stationsrit), doof de subsidiëring van salariswagens uit en laat vrachtwagens meer betalen op de wegen waar je ze niet wil hebben in plaats van andersom.

Zo’n omgekeerde spiraal, we hebben daar een woord voor: veerkracht.

Eigendom-heid

Geplaatst op

Mij verdiepend in het leven van Thomas More – een Heilige die geen heilige was – kwam ik het woordje nog eens tegen: ‘enclosure’. Wikipedia definieert het als volgt:

Enclosure is een historisch proces in het grondbezit in Engeland, waarbij landbouwgrond of gemeenschappelijke gronden werden afgeperkt en toegeëigend door landheren of grootgrondbezitters. Hierdoor verloren lokale gemeenschappen, zoals boeren en horigen, hun traditionele gebruikersrechten op deze gronden.

Eenvoudig gezegd: door er een hek rond te zetten werden gemeenschappelijke gronden (‘commons’, in het Nederlands: ‘meent’) feitelijk privébezit.

Het proces werd in de 11e eeuw in gang gezet door Willem De Veroveraar en diens invoering van het feodalisme, maar kreeg een fikse boost tussen de 16e en de 19e eeuw, een tijd waarin het Britse parlement veel omheiningen met zogenaamde Enclosure Acts een wettelijke basis gaf. De adel werd er machtiger en dus beter van, kleine boeren vanzelfsprekend afhankelijker en dus slechter.

In ‘Weg van het systeem’ (Uitgeverij Vrijdag, 2022) stelde ik onder de titel ‘We zijn gehekt!’ vast hoe de covidpandemie leidde tot een nieuwe golf van hekkendrang. Ik riep op tot een hekkenjacht, in naam van het belang van het publiek domein als kans om elkaar te ontmoeten.

Nu die periode stilaan een vage herinnering is geworden, stel ik vast dat de hekkendrang niet is afgenomen. Wel integendeel. Zoals honden hun territorium afbakenen met een spoor van urine, zo be-palen eigenaars hun domeinen. Heras- en ander hekwerk draagt de boodschap uit: ‘Dit is van mij!’ Of ook: ‘Hier geniet alleen ik van!’ Of, zoals in een recent geval in mijn thuisstad, zelfs: ‘Hier geniet niemand van!’

Het zou niet meer zijn dan een zoveelste exponent van het neoliberalisme dat privébezit heilig verklaart en al de rest vogelvrij, ware het niet dat in dit geval de eigenaar een bekend kerkjurist is. Geregeld slaat die ons ongevraagd om de oren met moralistische preken over de ‘moral highground’ van links, het correcte gebruik van het woord ‘genocide’, de relativiteit van ‘klimaatverandering’, de exacte definitie van ‘afgunst’ (te weten: elke kritiek op ongelijkheid in een land), de onrechtvaardigheid van een miljonairstax, de redelijkheid van een verhoogde pensioenleeftijd, Statler&Waldorf-gemopper over activistische meisjes en oneerlijke kritiek op filantroop Trump en, last but not least, klachten over de klaagcultuur – behalve dan wanneer het om de problemen van de rijken gaat (met klachten als: ‘Mensen zijn niet langer eigenaar van hun eigen huis. De overheid bepaalt, de onderdaan betaalt.’). Opmerkelijk: over het Matteüseffect of pakweg Handelingen 4:32 hoor je hem nooit.

Omdat de man het bos waarvan hij (met zijn familie) eigenaar is van de stad Herentals niet mag verkavelen zoals hij dat in gedachten had (met een grote ‘dichtheid’, dat spreekt), heeft hij beslist de omwonenden, de wandelaars en de joggers te straffen. Oog om oog, tand om tand – het staat omstandig beschreven in de Bijbel.

Met een ondoordringbare omheining rondom ontzegt de over de teloorgang van onze samenleving bezorgde kerkjurist hen nu de toegang en dwingt wandelaars tot een omweg. In naam van winstmaximalisatie. In naam van het privébezit. In naam van het eigenbelang.
En in strijd met het algemeen belang.

Ook kerkjuristen blijken geen heiligen.

=> Een kleine chronologie in vier foto’s:

Toen het vastgoedproject nog aan de omwonenden
moest worden ‘verkocht’: ‘Welkom!’
Toen de buurtbewoners wat bezwaren hadden geopperd: een bord met ‘Verboden toegang, privaat domein’.
Begin van de omheiningswerken.
De toegang wordt versperd. Voor mensen, maar ook voor herten.
‘Afgesloten!’ (maar de lichte buigingen in de draad geven al een voorsmaakje van wat het volgende beeld zal zijn.)

PS. 28/10: op aangeven van Jan Peelaerts een correctie doorgevoerd: de schoonfamilie van de kerkjurist is hier niet bij betrokken.

Als ministers van burgers egoïsten maken

Geplaatst op

Alsof het zo afgesproken was. Gisteren verscheen mijn opiniebijdrage over het voornemen beroepsprocedures voor burgers moeilijker te maken in De Standaard. Ongeveer op hetzelfde moment overhandigde een ‘gemengde commissie vergunningen’ haar rapport aan de Vlaamse Minister-president Diependaele. Mijn stuk werd hier en daar als ‘scherp’ omschreven, maar als ik de inhoud van het rapport had gekend was het nog veel scherper geweest. Het resultaat ‘bevalt’ de ministers.

Minister-president Matthias Diependaele deed er vandaag nog een beledigende schep bovenop en zette burgers en zelfs adviesverlenende ambtenaren weg als niet-constructief. We hebben blijkbaar mensen verkozen die ons ervan verdenken niets anders te doen te hebben dan bezwaarschriften te schrijven, alleen maar om projectontwikkelaars te ‘pesten’ en projecten te vertragen.

Niet alleen politici blijken zich als lakeien van projectontwikkelaars te willen profileren, ook de leden van de ‘gemengde commissie’ doen dat.

Het neoliberale efficiëntiedenken heeft nu ook de administraties en de experten aangetast. Het nieuwe credo is dat hoe sneller een vergunning wordt afgeleverd, hoe beter dat is.

Officieel gaat het om ‘de schup in de grond’, maar in de praktijk gaat er heel veel op de schop: het milieu, het klimaat, de volksgezondheid, de leefkwaliteit van omwonenden, tot en met de democratie en de rechtszekerheid. Officieel gaat het om ‘dereguleren’, in de praktijk komt het neer op ‘ontregelen’.

We hebben dus echt wel redenen om dit niet zomaar te laten gebeuren. Lees hieronder mijn waarschuwing:

Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (CD&V) is van plan om beroepsprocedures in de toekomst te ontmoedigen, kopte deze krant vorige week. Het nieuws verbaasde me niet. Brouns is niet aan zijn proefstuk toe. Eerder legde hij al een arrest van de Raad van State naast zich neer. Dat verplichtte hem om aan de ngo Dryade reglementair toegekende subsidies daadwerkelijk uit te betalen. Door zijn weigering moet de vzw in kwestie nu een procedure aanspannen om te krijgen waar ze recht op heeft. Een beetje cynisch toch voor een minister die beweert het aantal procedures te willen inperken.

Brouns’ voornemen is geen accident de parcours. Zijn voorgangster Zuhal Demir (N-VA) plaveide de weg. En ook zij handelde niet out of the blue. Al jaren worden de geesten gekneed met jeremiades over een te vette overheid, te veel regels en te trage procedures – een klaagzang die steeds meer weerklank vindt in de media. Recent was er op VRT 1 de Pano-reportage ‘De kracht van de klacht’, een vrij podium voor projectontwikkelaars die bezwaarindieners zonder tegenspraak mochten wegzetten als met het nimby-virus (not in my backyard, red.) besmette egoïsten.

Brouns borduurde daar lustig op voort. Op Linkedin stelde hij: “Voor sommigen is het een verdienmodel geworden om in beroep te gaan. Dat moet stoppen. Wie onrechtmatig beroep instelt tegen een vergunning, zonder zelf een ernstig nadeel te ondervinden, moet daarvoor bestraft worden.”

Ziet u wat er gebeurt? Eerst worden mensen afgeschilderd als egoïsten die het algemeen belang dwarsbomen (want zoals iedereen weet, wordt dat door projectontwikkelaars altijd onbaatzuchtig gediend). Vervolgens worden ze afgedreigd “als ze zelf geen ernstig nadeel ondervinden”.

(lees verder onder de foto)

Staat u ’s morgens ook op met de vraag ‘welk project gaan we vandaag eens tegenhouden?’

Ronduit lachwekkend

Wees gerust. In de praktijk is die contradictie al beslecht. Bezwaren die door burgers worden ingediend met het oog op het algemeen belang, worden al geregeld onontvankelijk verklaard. Soms neemt dat ronduit lachwekkende vormen aan. Enkele jaren geleden tekende ik samen met anderen bezwaar aan tegen een brug over het Albertkanaal die nogal wat verkeerstechnische mankementen vertoonde.

De advocaat van De Vlaamse Waterweg probeerde dat onderuit te halen met het argument dat een van de ondertekenaars ruim 500 meter van de brug woonde. “Hij kon dus geen persoonlijk nadeel ondervinden.” Een begrijpelijke wanhoopspoging, als je weet dat de brug op dat moment al ergens op een scheepswerf in elkaar werd gelast. Het openbaar onderzoek dat nog moest volgen, was toch maar een formaliteit.

Wie zich nu zorgen maakt over het uiteindelijke kostenplaatje voor de belastingbetaler, kan ik geruststellen. De brug belandde niet op de schroothoop. Na intensieve onderhandelingen zijn we geland bij een dading. Zelfs De Vlaamse Waterweg geeft nu toe dat het eindresultaat beter is dan wat eerst voorlag.

Dat plaatst het ministeriële bezwaar tegen bezwaren wel in een ander daglicht. Officieel gaat het steevast over een verlies aan efficiëntie. Maar als er in het geval van ‘onze’ brug al efficiëntiewinst te boeken was, dan was dat in de aanloop van het project.

Is het niet logisch dat de omgeving iets moet kunnen zeggen over een omgevingsvergunning? De bouwheer had de buurt en bij uitbreiding de gebruikers van de brug vooraf kunnen betrekken. Hij had zijn voordeel kunnen doen met de lokale ervaringsdeskundigheid en daarop kunnen voortbouwen, in alle betekenissen van het woord. Dat kan natuurlijk alleen als burgers niet worden beschouwd als vijanden, als hun vermogen om het eigenbelang te overstijgen niet wordt weggezet als een vorm van deugpronken.

De huidige aanpak heeft het moreel perverse effect dat burgers gedwongen worden hun verdediging van het algemeen belang te verkopen als eigenbelang – wat ministers vervolgens toelaat om dat te overrulen vanuit een beweerd algemeen belang.

Typisch iets van links?

Misschien vindt u mijn pleidooi voor meer volwassen burgerparticipatie ideologisch gekleurd en typisch iets van links? Laat ik er dan een onverdachte bron bijhalen: De nieuwe kathedraal, het boekje van Bart Van Camp en wijlen Luc Hellemans, de toplui van Lantis, het vehikel achter de Oosterweelverbinding. Op pagina 22 schrijven ze: “Ere wie ere toekomt: het zijn de burgerbewegingen stRaten-generaal, Ademloos en Ringland die van Oosterweel een cocktail van leefbaarheid en ruimtelijke inbedding in de stad hebben gemaakt.”

Of dat werkelijk het resultaat zal zijn, laat ik in het midden. Het gaat erom dat ook die heren hebben ondervonden dat het project beter is geworden van jaren procedureel burgerverzet. Het politieke riedeltje dat burgerbezwaren de samenleving alleen maar tijd en geld kosten, is dus aan herziening toe. De boutade dat democratie geld mag kosten, mag zelfs wat worden aangescherpt: democratie brengt geld op. Vraag maar aan de Chinezen, die in een recordtempo en zonder veel bezwaren hele spooksteden bouwden. Ze zijn nu een tijdje zoet met hun gigantische stommiteiten te dynamiteren.

Ook interessant om aan te stippen: in 60 procent van de aangevochten zaken blijken burgers gelijk te krijgen van de rechter. In termen van ‘gelijk hebben’ is dat allicht nog een zware onderschatting. Burgers hebben veel redenen om het er maar bij te laten: een gebrek aan geld, aan kennis van de eigen rechten, aan tijd en – misschien het ergst van al – aan geloof in de rechtsstaat.

Beetje meer plutocratie

Daar wil Brouns nu nog twee redenen aan toevoegen. Door de prijs aanzienlijk te verhogen, hoopt hij het indienen van bezwaren te ontraden. Dat onze democratie daarmee weer een beetje meer een plutocratie wordt, zal hem worst wezen. Rechtszekerheid zal er alleen nog zijn voor wie het kan betalen. Iemand moet mij eens uitleggen hoe dat past in een christendemocratische maatschappijvisie. Omdat mensen belangrijk zijn, maar projecten belangrijker?

De tweede reden is nog kwalijker. Hier is namelijk sprake van intimidatie: de burger die ongelijk krijgt van de rechtbank mag, als het van de minister afhangt, een gepeperde rekening verwachten. Blijkbaar is het niet genoeg dat er in veel gevallen een structureel machtsonevenwicht bestaat. Aan de ene kant vinden we de burger met weinig budget en weinig tijd, aan de andere een kapitaalkrachtige actor, goed omringd door advocaten.

Dat er voor de burger minder op het spel zou staan, is trouwens een hardnekkige mythe. Voor hem gaat het om de kwaliteit van zijn leefomgeving. Voor de tegenpartij is het dikwijls een ver-van-mijn-bedshow.

Al bij al is het dus vreemd dat een vertegenwoordiger van het volk zich niet alleen zonder gêne schaart aan de kant van de sterkste, maar hem nog wat sterker maakt. Dat doet hij overigens niet alleen door obstakels voor een normale rechtsgang op te werpen. Naarmate gemeentelijke en gewestelijke administraties meer onderbemand raken en minder beschermd zijn door de vaste benoeming, vermindert de kwaliteit van de beoordelingen van eigen projecten en die van derden. Daardoor moeten wakkere burgers alsmaar vaker de steken oprapen die de vergunningverlenende overheid, in theorie de bewaker van het algemeen belang, liet vallen.

Keigoed idee?

Geplaatst op

‘Het stenen tijdperk eindigde niet doordat de stenen op waren’, u kent vast de boutade. Maar op wandel deze zomer kreeg ik de indruk dat we intussen toch bijna zover zijn.

De ‘arbeidsintensieve’ haag blijkt bij menige woning met voortuin te zijn vervangen door een muurtje van stenen dat er bij nader inzien een van plastic bleek te zijn – en dus eigenlijk van olie.

De fake-stenen zijn bijgevolg meer dan een kwestie van smaak: ze vertegenwoordigen het verschil tussen regeneratie en degeneratie. Een haag maakt haar omgeving beter voor zowel dieren als mensen. Een plastic schutting vergroot op termijn alleen de afvalberg of de plastic soup.

Als premier De Wever dezer dagen klaagt over ‘te strikte Europese regelgeving’ waardoor Exxon dreigt een geplande investering in plasticrecyclage (‘en dus in groene economie’) af te blazen, is het misschien goed om ons eens de vraag te stellen of we al die te recycleren plastic wel nodig hebben.

Wie nu ‘ja maar, de tewerkstelling’ roept, nodig ik uit om even terug naar boven te scrollen en het bijvoeglijk naamwoord bij het woord ‘haag’ te herlezen.

Done?

Dan hier mijn slotvraag: zou tewerkstelling die meer is dan louter bezigheidstherapie en die de wereld niet slechter, maar telkens een beetje beter maakt geen kei-goed idee zijn?

De Vlaamse regering gaf Exxon in 2015 nog 1,3 miljoen euro ‘klimaatsteun’. Stel je voor dat ze dat geld, zoals de Waalse regering tijdens de vorige legislatuur, in hagen had geïnvesteerd.