RSS feed

Categorie archief: Amusement

Het plaatje klopt

Geplaatst op

Sommigen vloeken bij elke flitspaal dat hun privacy wordt geschonden. Anderen leggen met plezier duizend ruggen op de toonbank om niet onopgemerkt te blijven.

Dikwijls resulteert dat in patserige nummerplaten waar de testosteron van afdruipt.

Heel af en toe voegt iemand een gezonde dosis zelfrelativering toe.

En soms klopt het (nummer)plaatje gewoon. Zoals hier, op een wekelijkse markt in Oostende, waar ik getuige was van gewenste handtas-telijkheid. Ik kan mij zo inbeelden wat die man heeft gedacht toen zijn nummerplaat in de bus viel: ‘Yes, het is in de sjakos!’

Binnen of buiten de lijntjes?

Geplaatst op

In mijn vorige blogpost had ik het over een gewenste kindvriendelijke revolutie.

Surprise! Nu blijkt dat nog niet iedereen daarvan overtuigd is. Mijn gewaardeerde PXL-collega Sven Lieten bezorgde me onderstaande foto uit Hasselt.

Die geeft te denken.

Ik geef u er even de gelegenheid voor. Na de foto kom ik bij u terug.

Aan de ene kant van de weg leren ze kleuren binnen de lijntjes.
Aan de andere kant van de weg gaan ze daar creatief mee om.
Credits foto: Sven Lieten

Klaar?

Het betere denkwerk levert doorgaans vragen op. Zoals daar zijn: wat doet zo’n oorlogstuig in een schoolomgeving in vredestijd? En ook: wat doet dat gevaarte in een groenplantsoen?

Op de eerste vraag past slechts één antwoord: ‘niks goeds’. Oorlogsmaterieel als dit blijft beter weg uit schoolomgevingen. Het is niet realistisch van kinderen te verwachten dat ze zich wel even aan die voertuigen aanpassen. Redelijker is het om aan de eigenaars/bestuurders te vragen zich aan te passen aan de kinderen. In dit geval kan dat maar op één manier: door zo ver mogelijk weg te blijven. Gevaarlijk speelgoed blijft gevaarlijk speelgoed, ook al is het voor volwassenen. Maar het is wachten op een wegbeheerder die het aandurft dit soort onaangepast vervoer te weren uit kindrijke omgevingen. Nochtans is het dat wat een kindnorm in de praktijk zou betekenen.

Het antwoord op de tweede vraag heeft wél wat goeds in petto. Eerst fluisterde mijn buikgevoel dat het altijd hetzelfde is met dit soort bestuurders: ze hebben een ‘alle terrein’-voertuig en willen dan ook op elk terrein rijden of parkeren. Niet meer dan logisch, vanuit hun optiek.

Daarna kwam mijn verstand aan het woord (inderdaad, die volgorde is bij mij niet anders – mijn excuses). Dat liet mij nog eens heel goed kijken naar de foto. En wat blijkt? De chauffeur had alleen maar de allerbeste bedoelingen! Het Hasseltse stadsbestuur bracht een zigzaglijn aan om aan te geven dat hier niet geparkeerd mag worden, maar onze vermeende vrijbuiter op rubberwielen las de lijntjes als de aanzet van schuine parkeervakken en… voegde zich er braafjes naar.

De les? Als je schoolomgevingen er uit laat zien als indianenkampen, dan snappen de cowboys er niks meer van.

En ook: soms is het minder erg gesteld met de mensheid dan op het eerste zicht lijkt.

Van het strand van Oostende over Sint-Niklaas naar Herentals: het terugvindbord

Geplaatst op

Als er kaartjes ‘verdwaasde treinreiziger’ bestonden, dan had ik er al een hele collectie van verzameld.

Door op de verkeerde trein te stappen. Door te vergeten af te stappen. Door te vergeten op te stappen. Door te vergeten te betalen. Door mijn abonnement in de verkeerde jas te hebben zitten. Door spullen te vergeten op de trein. En door ’s avonds niet meer te weten waar ik ’s ochtends mijn stalen ros heb geplaatst en dan met het lampje van mijn smartphone, bij de meeste andere mensen alleen gebruikt om schlagerconcerten op te leuken, op zoek te moeten gaan naar die speld in de ijzerberg.

Alvast voor het laatste ongemak hebben we een oplossing gevonden. Hoewel, we? We hebben ze gewoon afgekeken van St.-Niklaas. Bordjes met de afbeelding van een fietsonderdeel en de daarbij horende lokale benaming helpen er al jaren de verstrooide / vergeetachtige / gehaaste treinfietser ( = de reiziger die fiets en trein combineert) om zijn tweewieler terug te vinden. Handig en geinig tegelijk.

Allicht haalden die van St.-Niklaas hun mosterd op het Noordzeestrand. Daar kunnen kinderen hun in het bruine zand onzichtbaar geworden ouders terugvinden met behulp van een 3D-eend, strandbal, boot, banaan, vis dan wel trein. Naar verluidt een uitvinding van Oostendenaar Dominiek Vervaecke. Geef die man een standbeeld bovenop een verdwaalpaal! (Want zo heten die dingen in goed Nederlands, al had ‘terugvindpalen’ nog beter, maar minder goed bekkend Nederlands geweest.)

In St.-Niklaas voegden ze er dus een dialectwoord aan toe. In Herentals deden wij er nu een QR-code bovenop. Zo hebben niet-inboorlingen geen excuus om onze taal aan te doen. Met één scan komen ze de correcte uitspraak van de woorden ‘poemp’, ‘katoeweg’, ‘meskesvelo’, ‘slijklap’, ‘joengesvelo’, ‘sjepap’, ‘foers’, ‘veurlicht’, ‘zjaant’, ‘bidon’ of ‘kroeme gedon’ te weten.

Modal shift, inburgering en volkse vrolijkheid, wij verenigden ze op één bordje. En als u zich nu afvraagt wie die ‘wij’ wel mogen wezen, dan heeft u als trouwe lezer van deze blog niet goed opgelet. Die kan immers alleen maar slaan op de Spoortclub , een soort Tuftufclub, maar dan mét brains.

Overhandiging van het extra bord ‘Killemetrik’ aan de NMBS-vertegenwoordiger geflankeerd door de vlaggen van Spoortclub en Fietsersbond.

Deze illustere fanclub van de trein zorgde onlangs nog voor enig onbegrip in wat nochtans ‘De slimste mens’ heet, maar ze verdient gestaag haar sporen. De voorbije zomer verraste ze de argeloze treinforens nog met een gratis concert in het stationsgebouw van Herentals.

Wie er niet bij was, gelooft het niet maar op zeker moment reed er, puur van enthousiasme, een trein door de wachtzaal.

Trein(tje) rijdt dwars door wachtzaal van station te H.

Niet voor niets is ‘Blijer treinen’ het motto. Dat hebben we overigens bewust niet gepatenteerd, in de hoop dat de NMBS het van ons steelt.

Diezelfde NMBS kreeg bij de inhuldiging van onze terugvindbordjes trouwens een extra bordje overhandigd (‘killemetrik’), een subtiele hint dat er nood is aan bijkomende fietsenstallingen. Noem het een faire deal: de Spoortclub heeft ervoor gezorgd dat treinfietsers hun fiets niet meer moeten zoeken, nu is het aan de NMBS om ervoor te zorgen dat ze geen parkeerplaats meer moeten zoeken.

Ceci n’est pas jaune

Geplaatst op

Persoonlijk zou ik voor ‘Ceci n’a pas une pipe’ zijn gegaan.

Maar die van de Spaanse post vragen me ook nooit iets.

Jazz in de literatuur

Geplaatst op

Story of my life: telkens opnieuw moet ik mensen ervan overtuigen dat ik geen autohater ben, maar integendeel een liefhebber. Ik houd van auto’s, ze zijn een fascinerend sociologisch artefact.

Wanneer een auto een rol speelt in een boek, mag die dan ook altijd op mijn bijzondere aandacht rekenen. In de novelle ‘Slaap’ van de Japanse schrijver Haruki Murakami is er zo’n rol weggelegd voor de Honda Jazz.

Dat is, zo realiseer ik me met enige vertraging (en naar aanleiding van een lezersreactie hieronder), allicht geen toeval: ‘jazz’ is een weerkerend thema in het werk van Murakami.

Het levert ‘Slaap’ hier dus een vermelding op, in de hoop dat de Honda Jazz voor u als opstapje kan fungeren voor de ontdekking van een boeiende auteur…

Een Honda Jazz in Italië, waar compacte auto’s nog in zwang zijn. De Honda Jazz van voor 1990, die in het verhaal de hoofdrol vertolkte, was nog een stuk compacter en sympathieker. Je vindt hem hier.
(ja, ik beken, ik ben een autonerd en u ook als u er op klikt)

Intussen in Tielen

Geplaatst op

Vakantietip voor wie vindt dat er tegenwoordig ‘niks meer mag’: rep je naar het station van Tielen en laat je maar eens lekker gaan.

Fietsers en mensen met kinderwagens en rolstoelen welkom, zowel bergaf als bergop!

Rare wezens

Geplaatst op

Rare, rare wezens, dat zijn wij. Nonkel Bob zou er in een handomdraai een liedje van hebben gemaakt. Zelf schreef ik er een column over voor de allereerste editie van De Spoortkrant. De Spoortkrant is een publicatie van de Spoortclub, de Kempische fanclub van het spoor, en werd onlangs gratis uitgedeeld aan de op- en afstappers in het station van Herentals. Voor in het onwaarschijnlijke geval dat u dat gemist heeft, mag u alsnog meelezen:

Dat wij rare wezens zijn, zeg dat ik het gezegd heb.

Als we met de auto naar Antwerpen of Brussel rijden, dan vertrekken we twee uur op voorhand en stellen bij aankomst opgelucht vast ‘dat het nog meeviel’, omdat de file pas vanaf Ranst of Vilvoorde begon en het ongeluk van de dag zich achter ons voltrok en niet voor ons. Als spijtige voetnoot voegen we er aan toe dat we netjes op tijd waren geweest, als we daarna niet nog een half uur hadden verloren met het zoeken naar een parkeerplaats in de buurt.

Maar als we met de trein naar Antwerpen of Brussel rijden en we hebben vijf minuten vertraging, dan beginnen we geheid te jeremiëren. Loopt de vertraging op tot een half uur, dan wordt het perron één grote klaagmuur.

Zitten we met velen op de trein, dan zuchten we dat het weer ‘van dat’ is.
Zien we een vrijwel lege trein passeren, dan zijn we geïrriteerd door het ondermaatse rendement van ons belastinggeld.

Voor een lege weg hanteren we het omgekeerde criterium: dan is de leegte juist het bewijs van ongeëvenaarde efficiëntie. Dat in de gemiddelde auto alleen een chauffeur zit, merken we niet eens op.

Ik zeg ‘we’, want niets menselijks is mij vreemd. We meten met twee maten en twee gewichten. Ik meet met twee maten en gewichten. Geregeld betrap ook ik mezelf er op. Tien minuten vertraging met de auto is een meevaller. Met de trein is het een kleine ramp.

Ergernis, teleurstelling, boosheid – ze worden geboren uit de kloof tussen verwachting en realiteit.

Het moet dus zijn dat wij veel verwachten van de NMBS.

Het moet dus zijn dat wij meer verwachten van de trein dan van de auto.

Wie bedrogen wordt door een onbekende, is een beetje teleurgesteld. Wie hetzelfde meemaakt met zijn geliefde, is gedesillusioneerd én woest.

Kan je nagaan hoe groot onze liefde is voor de trein!

De Spoortclub helpt om daar af en toe bij stil te staan. Want de liefde voor de trein, het spoor, ja zelfs voor die maffe kafkaëske NMBS, is niet wezenlijk anders dan alle ander liefde. Ze moet af en toe wat water krijgen en een beetje mest. Dan wordt vervoer vervoering. Dan beseffen we plots dat de trein meestal de file voorbij glijdt. Dan worden we overspoeld door een instant geluksgevoel wanneer iemand zomaar, gratis en voor niks, een pianorecital ten gehore brengt in de hal van Brussel of Antwerpen Centraal.

Dan realiseren we ons dat bepaalde vertragingen eigenlijk best aangenaam zijn, want een onverhoopte verlenging van de ons vergunde leestijd of de onverwachte ontmoeting.

Bekijk het zo: met de auto kom je van alles tegen, maar met de trein kom je vooral mensen tegen. En meestal deugen die, zijn ze vriendelijk en voorkomend, ook al blijven het natuurlijk rare wezens.

Vrolijk lijstje

Geplaatst op

Vrolijke, vrolijke vrienden, dat zijn wij. En wij reizen om te leren.

Al hoef je om te leren niet noodzakelijk te reizen. Het volstaat om de actualiteit te volgen. Zo leerden we de afgelopen weken onder meer veel over rode lijnen (een elfjarige met een te snelle step in een park: overschrijding van een rode lijn; volwassenen die het internationaal recht aan de kant schuiven en ziekenhuizen en tentenkampen bombarderen: “niet om aan te zien”, maar geen rode lijn; zie ook hier), over de betrekkelijkheid van budgettaire argumenten (“het moet haalbaar en betaalbaar zijn”, behalve als het moet van de NAVO, dan zoeken zelfs ministers die dat ‘waanzin’ vinden ijverig de nodige centen) en over eeuwige sneeuw die bij nader inzien toch maar tijdelijk is (in Blatten weten ze er alles van). Om het met een door Houellebecq gemunte term te zeggen: de ‘informatiedichtheid’ was de afgelopen maanden van een verstikkend hoog niveau.

We worden er misschien wijzer van, maar niet vrolijker.

En dan staat daar plots die vakantie voor de deur. En dan is er eensklaps tijd om wat te lezen. Wellicht is het dan hollen naar de boekhandel of naar de bib om in de rapte wat leesvoer bij elkaar te scharrelen. De rat race gaat door tot op het laatste moment, zodat je je uiteindelijk nog moet haasten om überhaupt te kunnen onthaasten. Misschien is een lijstje met vrolijke boeken dan iets dat kan helpen? Ik voeg wel meteen een disclaimer toe: het kan best dat die humoristische boeken finaal toch over ernstige dingen gaan. Het is een risico waarmee je moet leren leven.

(lees verder onder de foto)

Boekencel in Rohstock (Duitsland)
  • Voor mij nog altijd een van de beste openingszinnen ooit vind je bij Samizdatauteur Vaculik in zijn boek ‘Guinese biggetjes’: ‘In Praag wonen meer dan een miljoen mensen die ik hier maar niet één voor één zal opnoemen.’ Ik zeg dat al jaren tegen al wie het (niet) horen wil en ontdek nu pas dat op de achterflap niemand minder dan Jan Mulder mij helemaal gelijk geeft. Wie aan ChatGPT vraagt waarover het boek gaat, krijgt als antwoord: ‘de relatie tussen mens en dier’. Het toont nog maar eens aan dat je niet alles moet geloven van dit orakel. ‘Guinese biggetjes’ gaat over het politieke klimaat in Tsjechoslowakije na het neerslaan van de Praagse lente en, wat mij betreft, dus ook over het politieke klimaat in een groot deel van de wereld vandaag. VACULIK LUDVIK, Guinese biggetjes, Meulenhoff Amsterdam, 1987 (1975), 152 blz. Vertaler Kees Mercks kreeg er de Martinus Nijhoffprijs voor.
  • Martin Amis schreef in zijn boek ‘Het tweede vliegtuig’ (over 9/11) dat “(…) de tijd van de satire en de humor (…) misschien wel voorbij (is). Want elke grap mikt op ongelijkheid, intellectueel of economisch, en neemt altijd iemand te grazen. Dat gaat direct in tegen het egalitarisme van onze tijd.” Hij heeft een punt: humor is niet ongevaarlijk en altijd een beetje politiek incorrect. Alleen daarom al zou er meer van moeten zijn. Gerrit Komrij was een meester in humor die mag schuren. Een ideaal vakantieboek lijkt me dan zijn ‘Vila Pouca, Kroniek van een dorp’ over zijn wedervaren op het Portugese platteland dat bij nader inzien niet zo plat is. Een voorproefje? ‘Door de openstaande deur kijken de klanten uit op het oude kerkhof. Er wordt dus veel gelachen in het café.’ KOMRIJ GERRIT, Vila Pouca, Kroniek van een dorp, Tweede druk februari 2009 (november 2008), De Bezige Bij, Amsterdam, 215 blz.
  • Marina Lewycka, een Oekraïense schrijfster uit de diaspora, schreef in vooroorlogse tijden ‘Twee caravans’ over Oekraïeners die in het Westen hun dromen komen najagen. Dat levert wrange humor op, maar wel humor. Dit boek zou verplichte lectuur moeten zijn voor iedereen die zich de vluchtelingenproblematiek aantrekt en vooral ook voor iedereen die dat niet doet. LEWYCKA MARINA, Twee caravans, vertaald door Lidwien Biekmann, Mouria, 2007, Amsterdam, 351 blz.
  • Maar he, ik had vrolijkheid beloofd. Helemaal passend in het thema van deze blog moet ik dan Ben Eltons ‘File!!!’ tippen. Elton is een van de schrijvers van Blackadder, dat zou eigenlijk al genoeg moeten zijn als aanbeveling. Het boek start met ‘een buitenaards voorwoord’ van de Breiners, die de aarde verkennen en haar binnen een minuut kunnen verklaren, behalve dan het feit dat die aardbewoners zich van her naar hot spoeden en zich daarbij hopeloos vastrijden: onbegrijpelijk! Als teaser kan dit zinnetje dienen: ‘Bob was een uitstekende chauffeur. Hij had in al die jaren dat hij autoreed al verscheidene ongelukken en bijna-aanrijdingen gehad en niet één daarvan was zijn schuld geweest.’ ELTON BEN, File!!!, Amber, Amsterdam,1992,298 blz.
  • Voor als het complete onzin mag zijn: CILAURO SANTO, GLEISNER TOM & SITCH ROB, Molvanië, een land gevrijwaard van moderne tandheelkunde (Molvania. A land untouched by modern dentistry) , Jetlag reisgids, Prometheus, 2005 (2003) 176 blz. Het reisgidsengenre perfect gepersifleerd. Te genieten in kleine doses (anders vallen de herhalingen te veel op). In die categorie mag ook Douglas Adams’ cultboek ‘Het transgalactisch liftershandboek’ niet ontbreken. Al kan je bezwaarlijk beweren dat er alleen maar onzin in staat. Wat te denken van volgend visionaire citaat? “Jarenlang waren radio’s voorzien geweest van druktoetsen en kiesschijven, maar met het voortschrijden van de technologie werd de bediening tip-gevoelig – je hoefde de toetsen alleen met je vinger aan te raken – en nu hoefde je alleen nog maar ongeveer in de richting van het apparaat te wuiven en moest je er maar het beste van hopen. Het bespaarde natuurlijk heel wat spierkracht, maar het betekende dat je zo doodstil moest blijven zitten als je naar hetzelfde programma wilde blijven luisteren, dat je er razend van werd. (…) Het nieuws werd altijd flink bewerkt om in het ritme van de muziek te passen.” DOUGLAS ADAMS, Het transgalactisch liftershandboek 1, 2 en 3, Hitchhikers guide, 2010 (1979), Mynx, Amsterdam.
  • In de categorie ‘proza’ nog één tip als uitsmijter: alles van Martin Bril, de betreurde Nederlandse columnist aan wie we de (bekendheid van) het fenomeen Korterokjesdag te danken hebben. Je kunt kiezen voor de verzamelbundels van zijn stukjes of voor het wat langere werk zoals het heerlijk lichtvoetige ‘Evelien’. Ideale strandlectuur.

Er bestaat overigens ook humoristische, ja zelfs opgewekte non-fictie. De Italiaanse schrijver Alessandro Baricco wisselt zijn literaire parels af en toe af met een breed opgezet, maar altijd speels essay. In ‘De barbaren’ verkent hij de (voor)oordelen van de oudere generatie tegenover de vermeende oppervlakkigheid van de jongere generatie die opgegroeid is met het internet. Het is een verfrissend geestelijk avontuur met de nodige zelfrelativering, met als toetje deze heerlijke passage over de vervanging van het paard door de auto: ‘Logisch geredeneerd is het eigenlijk onbegrijpelijk hoe we ertoe gekomen zijn een vervoermiddel af te zweren dat zichzelf oplaadde terwijl jij lag te slapen, dat afval produceerde waarmee de grond bemest kon worden, dat vanzelf naar je toe kwam rennen zodra je floot en dat, wonder boven wonder, als het oud werd, zelf voor een nieuw model zorgde, zonder noemenswaardcige bijkomende kosten. (Oké, dit voorbeeld is een beetje vergezocht (…)).’De zelfrelativering krijg je er altijd gratis bij. BARICCO ALESSANDRO, De barbaren, Essay over de mutatie, herziene editie, negende druk 2012 (2006), De bezige bij, Amsterdam, 247 blz.

Ik mag aannemen dat u met het bovenstaande eventjes verder kunt. Anders hoor ik het wel.

Thuis valt veel te leren

Geplaatst op

Onderstaande opiniebijdrage verscheen vandaag in De Standaard onder de titel ‘Thuis is waar mijn auto staat’. Wie door de lectuur zin zou krijgen om verkeerskunde te gaan studeren (om bijvoorbeeld zo in de cast van ‘Thuis’ te geraken, mag me altijd een seintje geven.

“Mijn thuis is waar mijn Stella staat.” Als ik ooit een top tien van reclameslogans zou moeten maken, zou die erin staan. Niet omdat ik zo’n fervente Stella-drinker ben. Daarvoor is Anheuser-Busch InBev, met zijn dubieuze bonusbonzen en wurgcontracten voor dorpscafés, mij net iets te onsympathiek. Wel omdat de slagzin perfect inspeelt op de tijdgeest. Hij reikt de moderne ontwortelde mens een herkenbaar en vertrouwd en op de koop toe verplaatsbaar baken aan. Noem het “mobiele verankering”.

Het is geniale marketing die niet voor niets een onderdeel werd van ons collectieve geheugen. Je zou eruit kunnen concluderen dat Stella een sterk merk is, maar het echt sterke merk is natuurlijk het woordje ‘thuis’. Vraag het maar aan de VRT. Die kluistert er dagelijks een miljoen mensen mee aan de buis. Eerlijk gezegd heb ik nog nooit tot dat miljoen behoord. Hoogstens sla ik wenkbrauwfronsend gade hoe Frank en Simonneke voor veel mensen een verlengstuk van hun bestaan zijn geworden.

Uiteraard zijn de makers zich daarvan bewust. Sinds 1995 toont de soap hoe mensen (kunnen) omgaan met de universele thema’s van het leven – liefde, vriendschap, jaloezie, ziekte, rouw, geluk en tegenslag –, maar ook met nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen. Getuige daarvan (zo leert Wikipedia mij) dat de scenaristen op zeker moment inspeelden op het lgbti-debat door zoon Franky zich eerst als homo en daarna als transgender te laten outen. Een prachtig voorbeeld van hoe je ‘moeilijke’ thema’s tot gespreksonderwerp in de huiskamer kunt maken en mensen aan het denken kunt zetten, zonder ze (zo hoop ik toch) een bepaalde waarheid in te lepelen.

Zoveelste BOB-campagne

Zou het dan geen goed idee zijn om ook het thema ‘mobiliteit’ in de serie te verwerken? Enkele dagen geleden nam ik deel aan een door het departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) georganiseerde brainstorm om het nieuwe Vlaamse Verkeersveiligheidsplan 2025-2030 vorm te geven. Voor de zoveelste keer ging het over de individuele verantwoordelijkheid van weggebruikers en de nood aan ‘sensibilisering’. Daarbij werd dan al vlug in de richting van enkele specifieke doelgroepen gekeken: ongedisciplineerde fietsers, automobilisten met een zware voet en/of een drankprobleem en ook en vooral onze kinderen die dringend de regels moeten leren. Allemaal dingen die ik al eens eerder hoorde. Om precies te zijn: al dertig jaar lang.

En toch zitten we nog altijd niet op het pad dat ons leidt naar de door het beleid officieel nagestreefde nul verkeersslachtoffers in 2050. 2024 was officieel een ‘goed’ jaar, wat in de feiten betekent dat er in het Vlaams Gewest ‘maar’ 248 doden en 26.565 gewonden vielen.

Met alleen maar een zoveelste BOB-campagne zal het heus niet lukken. De beoogde ‘mentaliteitswijziging’ blijft grotendeels uit. We vertrekken te laat. We rijden te veel en te snel. We drinken te veel. We kijken te veel op onze smartphone. We maken aan de lopende band mobiliteitskeuzes met grote maatschappelijke gevolgen, op het vlak van veiligheid, maar ook van klimaat, gezondheid, energie- en grondstoffenverbruik en ruimtebeslag. Neem ik de fiets of de auto naar de bakker? Respecteer ik de snelheidslimiet of schat ik zelf wel in wat verantwoord is? Koop ik een auto of stap ik in een deelsysteem? Kies ik voor een obese SUV om me te pantseren tegen de Grote Boze Wereld of juist een lichter voertuig dat vriendelijk is voor z’n omgeving? Wat doe ik als ik in een rolstoel beland en het busperron blijkt ontoegankelijk? Waar ga ik wonen: aan een station in de daarbij horende drukte? Of in het ‘rustige’ buitengebied waar ik met mijn auto moet laveren tussen de tractoren en de recreatieve fietsers?

Stuk voor stuk vragen die wij ons dagelijks vaker niet dan wel stellen, want mobiliteitsgedrag is in hoge mate gewoontegedrag en dus een zaak van ‘gedachteloze automatismen’. Die af en toe expliciteren in een soap, zou ze op een unieke manier bespreekbaar kunnen maken. De personages zouden spreken vanuit verschillende perspectieven: dat van een autoliefhebber, een gepensioneerde op een elektrische fiets, iemand met een beperking, een hippe jongere met een step of fatbike, een moeder met een bakfiets en, waarom niet, een wijsneuzige eerstejaarsstudent verkeerskunde die af en toe binnenvalt met weer een duizelingwekkend fris inzicht.

Stof tot nadenken

Laat die ervaringen en visies maar lekker botsen en situeer ze in de concrete contexten die elke kijker herkent. Samen ontdekken we dat wie niet met de fiets naar de bakker rijdt, daar soms een goede reden voor heeft. Bijvoorbeeld dat er in de eigen rijwoning geen plaats is om een fiets te stallen. Dat er geen veilige fietsstallingen in het publieke domein zijn. Dat sommige politiezones (en parketten) fietsdiefstallen nog altijd niet ernstig nemen. Of gewoon dat er nog altijd alleen maar een niet door fluohesje of fietshelm te compenseren moordstrookje naar de winkel leidt. Dat kan leiden tot het besef dat niet iedereen dezelfde mobiliteitsbehoeften heeft en dat veel zogezegd individuele keuzes eigenlijk het gevolg zijn van elders gemaakte technologische en politieke keuzes.

Hu? Politieke keuzes in een soap? Begeven we ons dan niet op het hellende vlak van de indoctrinatie? Dat zijn legitieme vragen en ik wou dat we ze ook wat vaker stelden als het gaat over de ‘boodschappen’ van bedrijven die winst nastreven en niet noodzakelijk het algemeen belang.

Dat gezegd zijnde: maatschappelijke thema’s aan de orde stellen werkt bevrijdend als je de nuance bewaakt, als je zowel het belerende vingertje als de opgestoken middelvinger achterwege laat en als het scenario stof tot nadenken biedt, eerder dan denksjablonen op te solferen. Dan stijgt zo’n soap boven zichzelf uit. Dan is hij in plaats van opium voor het volk een emanciperende kracht die mensen doet nadenken over thema’s die hen aanbelangen. Dat die behalve maatschappelijk ook politiek zijn, zegt alleen maar iets over de relevantie van het politieke.

Politiek is dan ook zo belangrijk dat we haar niet alleen maar aan de politici mogen overlaten. En voor wie het ook daarmee lastig zou hebben, is er George Orwell om er schrander op te wijzen dat ook politieke kwesties negeren een politieke keuze is.

Welaan dan, laat Frank, Simonneke en co. maar eens stevig discussiëren over hoe ze hun volgende verplaatsing maken of tot de conclusie komen dat ze, geconfronteerd met een afgeschafte bus of een staking bij de NMBS, genoopt zijn – wel ja – gewoon thuis te blijven.

Me against the machine

Geplaatst op

‘De betaling is vereffend. Bevestig uw keuze.’

Groen vinkje. Rood kruisje.

Groen vinkje dus.

Groen vinkje.

Groen vinkje.

Niets.

Groen vinkje.

Rood vinkje? Dan ben ik mijn geld misschien kwijt.

Nee, groen vinkje.

Nog altijd niets.

Even naar de caissière. ‘Mevrouw, de koffiemachine vraagt me te bevestigen. Dat doe ik toch met het groene vinkje?’

‘Jawel.’

‘Het groene vinkje doet niks.’

Ze lijkt niet verrast. Dit is kennelijk meer gebeurd.

‘Ik kom even kijken.’

Bij de machine doet ze alsof ze me betrapt: ‘Je moet wel eerst betalen!’

‘Ik heb al betaald. De machine heeft de betaling bevestigd.’

‘Ja, ze zegt dat wel, maar je moet nog betalen.’

‘Nog eens? De machine liegt dus?’

‘Ach, we hebben al gevraagd die boodschap er af te halen, maar dat lukt niet. Maar je zult zien, je zult nu koffie krijgen.’

Ik betaal nog eens. Aarzelend.

‘Als je twijfelt,’ zegt ze, ‘kan je het op je bankapp controleren. Je hebt maar eenmaal betaald.’

Tenzij de app liegt natuurlijk, maar dat inzicht houd ik wijselijk voor mezelf.

Intussen spuwt de machine voor 2,5 euro koffie.

Het is slechte koffie, ik lieg niet.