Nu ik ‘op pensioen’ ben en deels dezelfde taken blijf uitvoeren – maar dan als ‘vrijwilliger’ – ben ik meer bezig met mijn ‘vaste kosten per maand’. Ik ga er vanaf maart financieel flink op achteruit. Dat is niet onverwacht dus het ‘spaarpotje’ werd al een tijdje maandelijks gevuld. Ik ga nu een lijstje maken van maandelijkse kosten. Zijn die allemaal noodzakelijk? Kan ik ook zonder die terugkerende kosten? Bijvoorbeeld het NRC-abonnement, een VPN-abonnement, het bibliotheek-abonnement. De kortingskaart van het OV behoud ik zeker.
Een belangrijk aandachtspunt zijn mijn Vodafone-kosten. Ik heb geen écht abonnement, wel een nul-euro-abonnement. In de praktijk komt dat overeen met een sim-only-abonnement met één groot verschil: met sim-only betaal je vooraf, met een nul-euro-abonnement betaal ik achteraf. En daar wringt het schoentje – gebruik van mobiele data – af en toe. Ik moet ‘mobiele gegevens’ en ‘mobiele hotspot’ wat vaker uitschakelen want stiekem kijk ik toch te vaak op dat ‘kreng’ [lees: mobieltje].
Met de NS van Noord naar Zuid en van West naar Oost
In de meeste NS-treinen kan ik mijn telefoon verbinden met WIFI in de trein. Joepie. Ik doe dan zeker geen bankzaken want ik weet niet hoe (on)veilig dat netwerk is. Maar een appje of een foto naar links en rechts versturen of de voetbaluitslagen bekijken, is geen probleem.
Het cliché dat je als gepensioneerde nog minder tijd lijkt te hebben dan daarvoor, gaat voorlopig op voor mij. Op mijn programma staan ook flinke reisafstanden: een theatervoorstelling in Terneuzen, een afscheid in Schoonloo en Sneek, familiebezoek in Ossendrecht, Utrecht en Haarlem. Een vriendin (met haar auto) afzetten en ophalen op Schiphol. Met vrienden oeverloos bijpraten (in het echt) in Goes, Boechout (Bel), Harlingen, Drachten, Bergen op Zoom en Duitsland. Op de meeste logeeradressen mag ik hun WIFI-netwerk gebruiken. Dat is fijn.
Nu ga ik vertrekken want er staat straks een schoolreünie op mijn programma. In Hilversum.
Alweer is er een maand voorbij, dus tijd voor een nieuw boeken-overzicht.
Drie heel verschillende boeken (verschillende genres) maar ik heb ze alle drie heel graag gelezen. Ik kan ze alle drie van harte aanbevelen.
De Amandelboom – Het boek vertelt het (levens)verhaal van Ichmad Hamid en zijn familie gedurende vijftig jaar, terwijl ze leven in een Palestijns dorp dat wordt beheerst door het Israëlische leger. Het dorp, eens vol olijfbomen, is nu bezaaid met landmijnen en het gevaar ligt overal op de loer. Het verhaal heeft een explosief begin, waardoor je meteen wordt meegesleept in het tumult van de zeer intelligente, elfjarige Ichmad. Wanneer zijn vredelievende vader door een goedbedoelde, maar onbezonnen actie van Ichmad, gevangen wordt genomen wordt hij overladen door schuldgevoelens.
Onder de sterren – Anna’s leven staat op een kantelpunt. Ze heeft torenhoge schulden, haar dochters van 17 en 12 kampen met allerlei problemen, en ze is eigenlijk non-stop aan het werk. En dan wordt ze ontslagen. Ze kan met de geldsom die ze meekrijgt haar schulden afbetalen, of ze kan iets totaal impulsiefs doen, iets wat ze eigenlijk nooit zou durven: het is nu of nooit. Ze leent het camperbusje van haar vader, zet haar verblufte dochters achterin en begint te rijden richting noorden. Het doel: niet ten onder gaan, haar gezin bijeen houden en hopelijk ergens een glimp opvangen van het noorderlicht …
Kruistocht van een koningin – 1474, Segovia. De jonge katholieke Isabel is gekroond tot koningin van Castilië. Samen met haar echtgenoot, Fernando van Aragón, wilt Isabel haar koninkrijk beschermen tegen buitenlandse legers en de binnenlandse onrust de kop in te drukken. Wellicht kan ze haar koninkrijk ook nog uitbreiden? De periode dat de Moren heersten over de regio Cordoba – Granada – Malaga, tot ongenoegen van de christelijke vorsten. De tijd van de Reconquista.
Drie thrillers – wel verschillende genres
Thriller-liefhebbers herkennen onmiddellijk de namen M.W. Craven en John Grisham. Zij hebben hun sporen al lang verdiend. De namen Beer Boneschansker en Ellen de Ruiter zijn waarschijnlijk (nog) onbekend. Ik schreef hier al eens eerder over een boek van Beer Boneschanker. Ik ken Beer al meer dan 47 jaar. We waren studiegenoten in Leeuwarden op de AVEK – Akademie voor Ekspressie en Kommunikatie. We zaten in dezelfde theatergroep en we zijn elkaar (on)regelmatig blijven opzoeken. We appen soms en nog wat van dat soort zaken. Deze thriller ‘Steven Enna’ – die hij samen schreef met zijn partner Ellen – is hun eerste Amsterdamse politieroman. Ik bedenk me nu dat ik binnenkort eens een stukje wil schrijven over boeken van auteurs die ik ‘persoonlijk’ ken. En dat ‘persoonlijk’ valt dan uiteen in twee categorieën: schrijvers die ik ken als blog-collega’s en schrijvers die ik écht ken irl (in real life).
De revolutie van Pelle – Conny Braam
De revolutie van Pelle eindigt als de kleindochter van Keet Pelle en dochter van Grada Braam na een zoveelste knallende ruzie in mei 1968 op de trein stapt, richting Amsterdam. Schrijfster en activiste Conny Braam duikt in haar eigen familiegeschiedenis.
Deel 1 begint met het verhaal van haar oma in het negentiende-eeuwse IJmuiden waar grootmoeder Keet Pelle samen met haar vader een kroeg drijft. Vaste gasten zijn werkloze kanaalgravers en arme vissers. Ze raakt in de ban van de revolutionaire socialistenleider Ferdinand Domela Nieuwenhuis en een Russische marionetten-speler die logeert boven de kroeg.
In deel 2 – vanaf 1924 – is het Keets dochter Grada die vanuit Beverwijk vertelt over haar vastberadenheid te ontsnappen aan de vernederende armoede alsook aan haar moeder, die collecteert voor de Rode Hulp. Ze trouwt jong, verhuist naar Arnhem en overleeft WO II. Ze krijgt drie kinderen.
Deel 3 – Begin jaren vijftig komt Conny zelf aan het woord en vertelt ze over haar jeugd in Arnhem, waar de koude oorlog mentaliteit, brave burgerlijkheid en het racisme van haar vader uiteindelijk onverdraaglijk worden. De belofte van revolutie zal haar naar Amsterdam lokken, waar ze de Nederlandse Anti-apartheidsbeweging opricht.
In maart 2026 verschijnt het vervolg MEMOIRES VAN EEN ACTIVISTE . Dat ga ik zeker ook lezen want het dikke boek DE REVOLUTIE VAN PELLE eindigt ‘te vroeg’... ik wil meer weten en lezen.
Op mijn tijdlijn van Bluesky en Facebook verschijnen bijna dagelijks tekeningen van Peter van Straaten. Algoritme, weet je wel. Ik vertelde al eens eerder dat ik fan ben zijn getekende grapjes, meestal met wat tekst. Vandaag ploepte daar onderstaande tekening op …
Tekening: Peter van Straaten
Ik word onmiddellijk terug gekatapulteerd naar Boelenslaan (Fryslãn) – oktober 1979. Een sterke herinnering. Ik vertel. Ik woonde sinds enkele weken samen met Ine. Ik had nog geen kennisgemaakt met haar familie en ook nog niet met haar ouders. Zij woonden in Den Bosch, maar ze wisten al wel van mijn bestaan. Ik had een hele week les op de AVEK (Akademie voor Ekspressie en kommunikatie) (*) in Leeuwarden. Niet overdag maar uitzonderlijk ’s nachts – van 20u tot 6u ’s morgens. Ik reed dan in de vroege ochtend met onze Renault 4 terug naar huis. Boelenslaan, dichtbij Surhuisterveen. Ik ontbeet samen met Ine en ik kroop daarna in bed. Een van die ochtenden reed Ine naar Heerenveen om Catelijne op te halen die bij Opa en Oma had gelogeerd. Oma bracht haar met de trein naar Friesland. (Oma) Rietje was te nieuwsgierig naar die Vlaamse jongen en vroeg of ze nog even langs mocht komen voor een kop koffie. Ine vond het prima. Dat gebeurde allemaal terwijl ik sliep.
Maar ik werd wakker van vrouwenstemmen beneden in de kamer. Wij sliepen op een vide dus ik hoorde alles. Toch hield ik me nog even slapend. Ik had al gauw door dat mijn – toen nog onbekende – schoonmoeder onder aan het laddertje stond. Ine maande haar moeder tot stilte. Sssst. De dames klommen naar boven want de aanstaande schoonzoon moest even bekeken worden. In tegenstelling tot de tekening denk ik niet dat Ine het laken heeft opgetild. Hahaha. Ik deed een slaapademhaling na. Een tijdje later hoorde ik de auto starten. Mam (mijn schoonmoeder dus) werd weer naar het station gebracht.
Ine moest wel lachen dat ik eigenlijk klaarwakker was tijdens haar ‘presentatie’. Een week later studeerde Hans (haar jongste broer) af en gaf een groot feest in Utrecht. Daar werd ik officieel geïntroduceerd aan de familie. Ik herinner me goede gesprekken, ook met Ine’s vader. In de keuken op de Balijelaan. Later op die avond vroeg ik Mam plagend: “Komt de wakkere versie van Koen wat overeen met de slapende Koen die je eerder zag?” Even moest ze schakelen en nadenken en vervolgens kreeg ik een hartelijke knuffel.
Dank algoritme en Peter van Straaten voor deze korte flits naar het verleden.
(*) De spelling met al die K’s was toen geaccepteerd. Mijn automatische spellingcorrector heeft er moeite mee.
Of ik zin had om naar een concert te komen luisteren in (de) Hemrik. Ja, dat had ik. Een mooie wandeling en ik was al lang niet lopend in die buurt geweest. Een bedrijventerrein net buiten Leeuwarden. Het concert vindt plaats in Het Witte Kerkje. Tiens … staat daar een wit kerkje? Nooit geweten, waarschijnlijk vergeten. Ik klik Google-maps open om te kijken of de door mij geschatte wandeltijd inderdaad een ruim half uur is. Ja, dat is zo maar ik vind geen wit kerkje. Toch maar even bellen want mogelijk heb ik iets niet goed verstaan. Het blijkt om Hemrik te gaan in de buurt van Gorredijk en daar staat wel een wit kerkje dat vaak voor culturele doeleinden wordt gebruikt. Ik regel een auto want wandelen is wat ver en met het OV doe ik er vast uren over. Best wel jammer eigenlijk.
Het witte kerkje in Hemrik (gemeente Opsterland)
Informatiebord van de ANWB bij het kerkje
Ik ben maar net op tijd want Google Maps liet me onderweg in de steek. Grrr. Was het vroeger beter (gemakkelijker) met kaarten(boeken) in de auto of in de rugzak? Ik moest links en rechts de weg vragen. Eén keer werd ik de verkeerde kant opgestuurd. Met opzet? Vast niet. Ik vond een plekje op de een na laatste kerkbank. Het concert met wereldliederen kon beginnen.
Een mooie mix van liederen uit alle windstreken van de wereld. In allerlei talen. En bijna iedereen zong uit het hoofd. Een dikke proficiat. Mooi. De liederen werden afgewisseld door enkele muzikale intermezzo’s voor dwarsfluit en piano. In het programma zag ik dat er ook twee (zuid) Afrikaanse liedjes werden gezongen. Mijn mobieltje zet ik alvast op het videostandje. Ik maak twee korte filmpjes en app ze onmiddellijk naar mijn lief in Belfast. Toch een soort van even samen zijn.
En wie zit er in de kerkbank voor me? Eltje, een voormalige studiegenoot op de AVEK, ruim 40 jaar geleden. We hadden elkaar al heel lang niet gezien dus dat was vlug wat bijpraten in de pauze.
Eltje en Koen
Eltje en Koen. Een onverwacht weerzien. We denken voor het eerst sinds Simmer 2000 in Wyns. Toen nog samen met Ine uiteraard. Eltje heeft jaren bij Dekoor gezongen maar haakte na (of tijdens) de coronapandemie af. Op onze mobieltjes laten we trots wat foto’s van onze kleinkinderen zien. Al bij al een mooie middag en … we gingen pas de kerk uit na het zingen … flauw grapje, ja, ik weet het.
DUIN. Eerst was er het boek van Frank Herbert. Toen het spel. Een strategiespel. Onze jongste zoon raakte ‘besmet’. Toen zagen we de film (1984) in Londen voordat hij in Nederland te zien was. Een klaslokaal op de AVEK kreeg de naam ‘DUIN’. De deur werd voorzien van Sahara-zand uit Merzouga – Marokko na een intens academie-project. En toen volgden nog heel wat andere boeken. Heel wat avondjes in Wyns stonden in het teken van DUIN.
De kast bij J en Y puilt bij wijze van spreken uit met DUIN spullen. Spellen, boeken, graphic novels en meer van dat soort zaken. Half 2019 wordt hun derde kind geboren. Een meisje en ze heet … DUIN.
Enkele jaren geleden hoorden we geruchten dat er een nieuwe film werd gemaakt van dit bijzondere boek. Ik ging alvast deel 1 herlezen. Uiteindelijk was het zover in 2021.
Paul Atreides, een briljante en begaafde jongeman, is zonder het te weten voorbestemd om grootse dingen te doen. Hij moet naar de gevaarlijkste planeet in het universum reizen om de toekomst van zijn familie en zijn volk veilig te stellen.
Een prima film maar hij eindigt … te vroeg. Halverwege het eerste boek. Dus opnieuw wachten en een stip aan de horizon. Februari 2024 … DUNE PART TWO gaat in première.
DUIN – DEEL TWEE
Meestal mijd ik de grote, commerciële filmzalen. Denk aan Pathé of Kinepolis. Ik vind het bijzonder dat het filmhuis van Leeuwarden (Slieker) dit epos heeft geprogrammeerd. Toch kies ik voor een trip naar het zuiden van het land want daar woont mijn Duin-gekke familie. Zij zijn al op dag twee naar Duin Twee gaan kijken, met z’n vieren J Y E I. Gisteren was het dan zover voor mij. Zoonlief was al toe aan een tweede rondje. Ik vergezelde hem naar Kinepolis in Antwerpen. Daar heb je allerlei keuze-mogelijkheden. SCREEN – IMAX – 4DX – SCREEN X. We kozen voor SCREEN X. Weet ik veel wat dat inhoudt!? Nu weet ik het wel. Behalve het grote scherm worden ook de twee zijwanden gebruikt voor projecties van de grote scènes.
Het was erg fijn om deze film op groot scherm te zien. Zonder pauze en ook dat vind ik een plus. Ik heb genoten en bedacht maar één ding … opnieuw eindigt de film te vroeg. Komt er een deel drie? Ik hoop het en de mogelijkheid is er zeker. Dat zou dan de verfilming zijn van het tweede boek. Duin Messias.
Vaak zeg ik of een boek, een film of een serie een aanrader vind. Dat vind ik in dit geval erg moeilijk omdat SF-Fantasy zo’n apart genre is.
Ik hou van reisblogs, van reisboeken, van reisverhalen. En ze worden nog boeiender als je de reizigers persoonlijk kent. Zo volg ik de belevenissen van Duco en Marjolijn via Polarsteps. Wij kennen elkaar al ruim veertig jaar. Marjolijn was een studiegenoot op de Akademie voor Ekspressie en Kommunicatie (AVEK) in Leeuwarden. We werden al heel gauw goede vrienden. Zij pasten op onze jongste zoon als wij naar Spaanse les gingen. Zij stalden hun zeilboot tijdens de winter in onze schuur in Wyns. Ze leerden mij zeilen in een bm’er op Friese wateren. Zeil-kampeer-weekenden in de Biesbosch. We speelden eindeloos veel uren bordspellen. ‘Duin’ was ons favoriete spel. We lazen heel veel dezelfde boeken. We gingen samen weekendjes naar de Ardennen. We zochten hen op in Portugal toen zij daar woonden en werkten. Dit lijstje kan ik nog veel langer maken maar dat is saai voor anderen.
Ik zag hen voor het laatst in levende lijve eind mei van dit jaar. Ik bezocht Duco en Marjolijn net voor hun vertrek. Hun huis in Breda was zo goed als leeg. Nog een paar campingstoeltjes en eten met het bord op schoot. En heel veel bijpraten, zoals altijd. Het was fijn om hen nog even te zien want twee dagen later startte hun grote zeiltocht in Numansdorp (Zuid-Holland).
Bestemming … de wereld rond. Ja, je leest het goed. De wereld rond. Plannen zijn gemaakt en omdat ze ook veel willen zien onderweg zijn er aan die plannen geen vaste data gekoppeld. Duurt de reis 3 jaar of 5 jaar? De toekomst zal het leren. Is de route al helemaal bekend? Ja en nee. Eerst maar eens vertrekken richting Azoren, Madeira of Canarische eilanden.
We zijn nu bijna 200 dagen verder. Ik volg hen bijna dagelijks via Polarsteps. Deze website heeft als ondertitel ‘Automatic Travel Tracker’. Naast een kaart waar de reiziger zich bevindt, is er veel ruimte voor logjes en foto’s. Marjolijn doet bijna dagelijks verslag van al hun bezigheden. Met hele mooie foto’s. Naast zeilen hebben ze ook veel aandacht voor alle plaatsen die ze aandoen. Dus ook mooie verslagen van wandeltochten, museumbezoek, ontmoetingen met andere zeilers. Het rondscharrelen op markjes, havens en kleine eilanden. Verhalen over alle papierwerk en bureaucratie. Het lijkt alsof je een beetje met ze meereist.
Loopt alles gesmeerd? Ook nu is het antwoord ja en nee. De boot werd in oktober aangevallen door een orka. Ja, je leest het alweer goed. Dat zorgde voor schade aan de boot. En veel bibbermomenten. De boot moest naar een werf voor grondige inspectie en reparatie. Bijna vijf weken lag ‘De Blauwe Zwaan’ op het droge op het zuidelijkste puntje van Portugal. Wat een werk, wat een doorzettingsvermogen. Een flinke renovatie. Gelukkig hadden ze veel aanspraak en hulp van lotgenoten en bevriende zeilers.
Na wat proefvaartjes en na nauwkeurig de weerberichten interpreteren, vertrokken ze voor het tweede deel van hun wereldreis. Op naar Madeira. Daar zijn ze ondertussen alweer vertrokken. Ze hebben besloten om de komende tijd op de Canarische eilanden te verblijven. Nou ja, op hun boot in Canarische havens. Nu bijvoorbeeld in Tenerife. De oversteek richting Panama kan maar tweemaal per jaar. November en maart. De plannen worden min of meer dagelijks bijgesteld. Nu eerst rustig aan want er komt ook familie op bezoek. Dat zou ik ook wel even willen. Ik droom nu al weg dat ik ze binnen een paar jaar verwelkom … in Mozambique.
Ik zou nog veel meer kunnen vertellen maar waarom lees je het niet zelf uit ‘eerste hand’? Via hun Polarsteps. Waarschijnlijk moet je dan eerst een (gratis) account aanmaken.
Die heb ik best veel … losse eindjes. Stukjes of series hier op mijn blog waar ik enthousiast aan begon maar dan even in de ijskast zette. De figuurlijke ijskast verdient een flinke schoonmaakbeurt. Ik heb niet altijd etiketten op de bewaardoosjes geplakt dus … Waar gaat dit logje ook alweer over? Ik zie ook dat een aantal stukjes en series al verhuisd zijn naar de diepvries. Ook dat was ik bijna vergeten. Jaren geleden publiceerde ik met enige (on)regelmatigheid een kwisvraag. Vaak “Waar ben ik? / Waar was ik?” Ik hield dan een tussenscore bij. Afgelopen juni plaatste ik ‘Sorry, alweer geen prijsvraag’. Met onderstaande foto.
Ik vroeg of jullie wisten wat deze zaken aan de boom voorstellen. Dank voor jullie antwoorden. ‘Bladluizenvretertjes, zonneboiler, sap-opvanger (2x), rubbertapper, pedaalemmers, apenbrood-opvanger, latex-trekker uit rubber, een afvalemmer om dieren te vangen.’
Nee dus. Laat ik eerst een waarschuwing plaatsen. Het antwoord is voor gevoelige zielen waarschijnlijk schokkend. Zeker als je sympathie hebt voor de Partij voor de Dieren (*) dan word je waarschijnlijk van het antwoord niet blij.
Laat ik het toch maar trachten te verwoorden. Ik was op bezoek bij een Noorse vriend (kennis). Hij is getrouwd met mevrouw G uit Angola. Zij wonen ook in Mozambique. Op de foto zie je een heel klein stukje van hun tuin. G is verpleegster in een privé-hospitaal en ze houdt er ook een handeltje op na. Kippen. Deze boom-met-wat-extra staat in de buurt van de kippenhokken. De kippen zijn verdeeld over drie of vier hokken. Van heel jong tot slachtrijp. En daartussenin ook een eier- en broedhok. In totaal een kleine duizend kippen (en jonge hanen uiteraard). Dat is een middel-klein bedrijf. Zij hebben een Mozambikaanse man in dienst die verantwoordelijk is voor de kippen-business en de tuin.
Nu komt het antwoord op wat je ziet hangen aan die boom. Hou je vast. Om de paar dagen wordt de grote ton gevuld met heet water. Een twintigtal kippen is klaar voor de slacht. (**) De kip die aan de beurt is wordt ondersteboven in de trechter gestopt. De kop komt er onderaan uitpiepen. ‘Zoef’ doet het mes door de nek van het beest en de kip is in no time een kopje kleiner gemaakt. Voordeel: geen rondrennende kippen zonder kop. Op de rechtersteen staat dan een emmer om bloed op te vangen. De dode kip wordt dan in de warm-water-ton gedompeld en een assistent pluimt vervolgens de kip.
Of dit een Noorse, Angolese of Mozambikaanse traditionele manier van slachten is, weet ik niet. In een ver verleden heb ik wel eens een kip geslacht. Op de binnenplaats van de Avek, voor een Sint-Jut-feest denk ik. Dat was geen groot succes. Zoals ik al eerder vertelde hebben wij ook kippen. Onze huishoudelijke hulp draait af en toe een oudere kip de nek om, pluimt ze en wij eten ze op.
Ik ga de volgende dagen op zoek naar nog meer losse eindjes.
—–
(*) Ik mag zelden stemmen als Belg in Nederland. Sinds kort zou ik sterk overwegen om PvdD te stemmen. Ik vind hun bijdrages in de Tweede Kamer en in het publiek debat vaak heel waardevol.
(**) Een twintigtal kippen is klaar voor de slacht. Bij nalezing ging ik twijfelen of ik IS of ZIJN moet gebruiken. Twintigtal is enkelvoud dus is het IS. Toch was ik niet zeker. Ik ging het opzoeken.
“Als hoeveelheidaanduidende zelfstandige naamwoorden gecombineerd worden met een aantal/drietal/tiental enzovoort, dan kunnen ze ofwel in het enkelvoud staan, ofwel in het meervoud. Bijvoorbeeld: een aantal kilometer(s), een drietal kilo(‘s), een tiental centimeter(s). In België komt de enkelvoudsvorm vaker voor, in Nederland de meervoudsvorm.” (Taaladvies.net)
“Een tweetal, een drietal, een tiental, een twintigtal, een honderdtal (enkelvoud of meervoud) Als in het onderwerp van een zin een tweetal, een drietal enzovoort gevolgd wordt door een meervoudig zelfstandig naamwoord, kan de persoonsvorm bijna altijd zowel in het enkelvoud als in het meervoud staan.” (Vlaanderen.be/taaladvies)
Gisteren schreef ik kort iets over de nieuwe verfilming van DUIN – een science-fiction klassieker uit 1965. Ik schreef erbij dat ik erg uitkijk naar deze film (release in oktober 2021). Waarom? Omdat Duin (het eerste boek) al jarenlang een prominente plaats heeft in mijn (Hebban) 25 mooiste boeken ooit.
Ik heb met opzet de oude voorkant van het boek gekozen. DUIN – Frank Herbert (1965)
“In een verre toekomst wordt het geslacht Atreides op keizerlijk bevel gedwongen zijn erfplaneet te verlaten en een nieuw leven te beginnen op de woestijnplaneet Duin. Duin is uniek: het is de enige vindplaats van de specie, een stof die de stuurlieden van de Hooglinieschepen van het ruimtegilde in staat stelt tussen de sterren te reizen. Kort na aankomst wordt hertog Leto vermoord door de Harkonnens, de oude vijanden van het geslacht Atreides, en wordt diens erfgenaam Paul gedwongen de woestijn in te vluchten, waar hij onderdak vindt bij de Vrijmans, de oorspronkelijke bewoners van de planeet. Met hen begint hij aan de moeilijke taak de planeet voor zijn geslacht – en voor het belang van de mensheid – te heroveren.”
Ik las het boek in 1980 (misschien een jaar later). Ik vond het geweldig terwijl ik helemaal geen groot liefhebber ben van science-fiction. Ik was niet de enige die enthousiast was over dit boek. Veel van mijn studiegenoten en docenten aan de AVEK (Akademie voor Ekspressie en Kommunikatie) in Leeuwarden dachten er hetzelfde over. In 1984 boekten we met z’n tweeën (Ine en ik) een lang weekend Londen. Reden: de première van de film DUNE van David Lynch met oa Sting. We waren blij maar niet super enthousiast. In hetzelfde weekend kochten we in een spelletjeswinkel in Londen het spel DUNE. Een uitgave van Avalon Hill.
Het bordspel: ‘Duin’ (Avalon Hill)
Thuis ging ik meteen aan de slag om de spelregels te vertalen. Een hele klus. Het is een strategisch spel – best een nieuw concept voor die tijd. Een spel zonder dobbelstenen, best wel anders dan bijvoorbeeld Risk of Monopoly. Een paar weken later zaten we met z’n zessen rond de grote keukentafel in Wyns. Ine, Godert, Salvatore, Duco, Marjolein en ik. We verdeelden de karakters. Salvatore de keizer Shadam, Ine de Bene Gesserit, Duco Atreides en ik de verraderlijke baron Harkonnen. Het waren memorabele avonden (en nachten). We hebben het vele tientallen keren gespeeld. Zelfs als we een weekendje naar Drenthe of de Ardennen gingen speelden weDuin. De jonge Jules (onze zoon) zat dan in zijn pyjama vanop een afstandje (op de trap) mee te kijken. De volgende ochtend – wij sliepen onze roes uit – speelde hij het hele spel in z’n eentje. We hadden hem het verhaal in het kort verteld. Het zijn heel dierbare herinneringen.
Ik heb de volgende drie boeken ook nog gelezen maar met minder enthousiasme. Ine las de hele originele reeks van zes of zeven boeken. De Duin-boeken die later zijn verschenen – geschreven door de zoon van Frank Herbert – trokken me niet. Volgens mij heeft Jules ze wel allemaal gelezen. Hij en Yvonne zijn hele grote spelletjes-liefhebbers. Dus vanzelfsprekend ging ons klassieke bordspel naar hen. Ik geloof dat ze ondertussen ook de nieuwste editie hebben aangeschaft.
En om het verhaal nog wat mooier te maken. Mijn jongste kleindochter – dochter van Jules en Yvonne heet … Duin. Wat een fantastische naam, wat een schat van een kleindochter. Hier zit een fiere Bompa te stralen van oor tot oor.
Maar nu terug naar de titel van dit stukje: ‘Durf ik het aan?’ Ik plaats hier maar één vraagteken maar het zijn er eigenlijk veel meer. Durf ik het aan om het boek (Duin) te herlezen? Omdat ik in oktober meer dan waarschijnlijk de nieuwe film ga kijken denk ik erover na om eerst het boek te herlezen. Wat gaat er gebeuren met mijn nostalgische lees-herinneringen? Gaat het meevallen of wordt het een trieste ontdekking dat dit boek niet meer de sensatie veroorzaakt van veertig jaar geleden? Ik weet het niet. Hebben jullie ervaring met het teruglezen van lievelingsboeken? Het boek staat klaar op mijn e-reader. Ik hou jullie op de hoogte.
Vorige week lanceerde blogcollega Satur9s World een idee. Een challenge … ik heb een hekel aan dat woord. Ik zie haar idee meer als een uitnodiging om je eigen gang te gaan.
Het eerste thema: koffie of thee. Een foto of een paar foto’s en een stukje over datzelfde thema. Een onderschrift, een herinnering, een gedicht of zomaar een fantasieverhaaltje. Deze omschrijving heb ik zelf toegevoegd aan mijn ‘Dertig-dagen-foto-schrijven’.
De titel laat al vermoeden dat ik geen voorkeur heb. Wil ik thee of wil ik koffie? Ik drink het allebei. Als kwantiteit een criterium is dan wint thee. Ik drink veel meer thee dan koffie. En geen voorkeur gaat nog verder. Welke thee? Geen voorkeur. Ik drink earl grey, thee met fruitsmaakjes, citroenthee, gember-rooibos, ceylon tea, kamillethee. Isabel maakt vaak zelf thee met bladeren van bomen uit de tuin. Ik drink het allemaal. Geen voorkeur. Meestal zonder suiker, af en toe met honing al dan niet met citroen. Ik zet ’s morgens vaak een grote pot thee, drink dan één grote kop warme thee. De rest schenk ik over in een kan en die kan gaat in de ijskast. Gedurende de dag drink ik dan ijsthee.
Bij ons thuis (in mijn jeugd) dronk mijn moeder meestal thee en mijn vader Moccona uit zo’n glazen pot of Nescafé. Oploskoffie. Op feestdagen of als er bezoek was dan werd er een ‘filterke’ aangeboden. Mijn ouders hadden daar aparte ijzeren opzetstukjes voor met een soort plat koffiezakje. Later kon je plastic koffiebakjes kopen. Ze stonden altijd ergens in de kast te verpieteren. Ik herinner me niet wanneer ik zelf voor het eerst koffie dronk. Ik denk bij mijn grootouders. Koffie met veel melk.
Koffie leuten is geen Vlaamse activiteit. Ik maakte kennis met het traditionele koffiedrinken rond een uur of 10 toen we jaarlijks op zomervakantie gingen naar Terschelling. Alle Nederlandse buren deden eraan mee. Elke ochtend voor een andere tent, tussen de windschermen. Bij tante Trijn en ome Eppo, bij Roodermond, bij Elzer, bij tante Janny en Ome Willy, bij Nauta, bij Postmus. Mijn ouders kenden deze gewoonte niet. En zoals je weet trok deze jongen eind jaren 70 naar het hoge noorden. Studeren op de AVEK. Daar stonden twee grote koffiezetapparaten in de keuken. Je kon koffie tappen zoveel je wou. Thuis in Boelenslaan en later in Wyns stond er altijd een koffiezetapparaat in de keuken. Het werd verschillende keren per dag gebruikt. Er was altijd een onverlaat in huis die vergat het warmhoudplaatje uit te schakelen. Niks zo goor dan de geur van uitgekookte restjes koffie onder in de glazen pot.
Elk Nederlands huishouden heeft (had) een vergelijkbaar ding in huis. Vaste prik in het keukenkastje: een pak filterkoffie (soms een tweede pak met cafeïnevrije koffie. Een doos met de papieren filters. Melitta. Ik kocht vaak het verkeerde formaat filters. Te klein of te groot. Koffie kreeg nooit heel veel aandacht van me. Ik dronk koffie maar ik kon het ook zomaar een paar dagen vergeten en dat is trouwens nog altijd zo. Na een lekker etentje vind ik koffie wel lekker – niet thuis maar in een restaurant. Liefst met een cognacje en een stukje chocola.
We hebben altijd gekampeerd dus ook daar moest iets – zonder elektriciteit – op gevonden worden. Ik herinner me drie variaties. Ik toon ze in historische volgorde.
Die laatste variant – percolator – gebruik ik nog af en toe in Mozambique. Een cadeautje van Jean Jacques (snik) en Co. Maar eerst nog even terug naar Bergen op Zoom.
Ik kocht een chique espresso-apparaat voor Ine’s vijftigste verjaardag. Een Bosch. Op dat moment de Rolls Royce onder de thuis-espresso-apparaten. Bovenin doe je de bonen. Je stelt de maling in en de hoeveel water. Je drukt op een knopje. Je hoort dat de koffie wordt gemalen en even later druppelt de koffie in je kop of tas. En mocht je melk willen schuimen, dan kan dat ook met hetzelfde apparaat.
Na een paar jaar ging er iets mis. Gelukkig heeft Yvonnes vader er een nieuwe rubberen ring in gemonteerd. Ik kon weer jaren vooruit. Zeker op maandagochtenden als ik mijn traditionele sms ‘koffie klaar, de deur is los’ naar buurvrouw Luus stuurde. Het apparaat heeft de verhuizing uit Bergen op Zoom niet gehaald. In Mozambique gebruiken we een Delta-apparaat.
Als ik ‘we’ gebruik in de vorige zin bedoel ik meer Isabel dan mezelf. In dit apparaat doe je een capsule, sluit je het apparaat en druk je op een knop. Je hebt drie keuzes: weinig water, ietsjes meer water of een volle kop water. Koffie uiteraard. Het is een vreselijk duur systeem. Het apparaat kost weinig, de capsules kosten bijna 60 eurocent per stuk. Vergelijk het maar met een printer (relatief goedkoop) en de cartridges (erg duur).
Heb ik nog andere koffieverhalen? Ja natuurlijk wel. Ethiopië. Ik ben er gedurende acht jaar heel veel geweest. Ethiopië is één van de bakermatten van de koffie. Koffie, het ‘zwarte goud’ van Ethiopië. Bereket nam ons mee naar de plaats waar ooit de koffieplant (boon) werd ontdekt door een herder. Hij constateerde dat zijn geiten – die van die onbekende plant aten – veel actiever waren dan de geiten van zijn buurman lager in het dal. Vlakbij dronk ik een kopje koffie. Zoals er nog veel zouden volgen – al dan niet met een traditionele koffieceremonie.
Koffie in Jimma, Ethiopië
Koffie in Mekele (Ethiopië)
Rahel in Addis Ababa
Laat ik afronden. In de titel schrijf ik ‘Zonder voorkeur’. Hoe drink ik mijn koffie het liefst? Het maakt me niet uit. Echt niet. Zwart. Zwart met suiker (als de koffie heel sterk is, maar het hoeft niet). Met melk. Koffie verkeerd. Met geschuimde melk. Latte macchiato. Galão (al dan niet oscuro). Cappuccino. Het is me allemaal om het even. Echt waar. Ook ijskoffie vind ik lekker. Met koffiemelk of gecondenseerde melk … nee, laat maar. En als ik een week geen koffie drink … ik zal het nauwelijks hebben gemerkt. Of ik ’s avonds koffie vermijd omdat ik dan niet kan slapen? Ik heb nog nooit geconstateerd dat het zo is. En jullie?
Volgend thema: ‘Kader in Kader’.
ps. Misschien moet ik ooit een ode schrijven aan de wondermooie theevelden die ik in Oeganda en Kenya zag. Zo mooi. Beeldschoon.
Ik begin met een filmpje. Echt mooi en ja … het duurt ruim acht minuten.
Waarschijnlijk zal het woord ‘normaal‘ in de top 20 staan van meest gebruikte woorden in 2020. Al dan niet in combinatie met ‘het nieuwe normaal’. Net als ‘koffiedik’, ‘online’, ‘Zoom’ en ‘anderhalve meter’. Als je in het begin van dit jaar aan een gemiddelde Nederlander had gevraagd waar hij (zij) aan moet denken bij het woord ‘normaal’ dan had je vast heel vaak het antwoord ‘Achterhoekse boerenrock en Bennie Jolink’ als antwoord gekregen.
In mijn dierbare, privé-herinneringen refereert het woord ‘normaal’ altijd aan flamenco. Nu begrijp je al enigszins waarom ik het bovenstaand filmpje heb geplaatst. Maar natuurlijk moet ik nog wat meer uitleg geven. Ik zal het proberen.
Het is vandaag precies vijftien jaar geleden dat (mijn / onze) Ine is overleden. Jaarlijks plaats ik hier – op deze 29 juni – een stukje waarin ik stilsta bij deze dag. De meest bijzondere dag van het jaar. Lees er mijn stukjes maar eens op na. Klik HIER. Met als trieste dieptepunt het overlijden van Ine in 2005 en het hoogtepunt is natuurlijk de geboorte van Icarus, mijn vierde kleinkind in 2014. Niet alleen is de dag dezelfde, het uur en de minuut: 10.10 (*) zijn ook gelijk.
Nu terug naar ‘normaal’. Op dit weblog kun je vaak iets lezen over de moeder van mijn kinderen. Ook af en toe een foto van haar. Vandaag wilde ik het een tikkeltje anders doen. Eén van de zaken die ze geweldig vond was: ‘flamenco’. Als docente op de ‘Akademie voor Ekspressie en Kommunikatie’ (AVEK) in Leeuwarden organiseerde zij een flamenco-cursus voor studenten en andere geïnteresseerden. Ik denk in 1988 – misschien een jaartje later. Zij engageerde voor twee of drie weekenden een Spaans dansechtpaar (uit Utrecht). Hij was de docent (en danser) en zijn vrouw de danseres. Ine kocht nieuwe dansschoenen en een fantastische zwarte rok. Spaanser kon het bijna niet. Voor het eerst op flamenco-les. Volgens mij deden ook Hanneke en Martine mee.
Wij woonden toen nog in Wyns. Toen ze de eerste avond thuiskwam was ik uiteraard benieuwd naar haar verhalen. Ze zakte onmiddellijk na thuiskomst door haar figuurlijke hoeven. Moe, gebroken en lyrisch in dezelfde euforie en ze riep … ‘normaal’. Ik begreep er niets van. “Wat bedoel je met normaal?” was dus ook mijn vraag. Ze deed het voor. Ze had de dansschoenen en de zwarte rok nog aan. Wij hadden een houten vloer. Ze ging staan en schreeuwde: “Normaal !!!” … vervolgens ging haar rug in standje: super hol en ver overstrekt en stampte ze op de vloer. Kin omhoog en ze klapte met de achterkant van haar rechterhand in de palm van haar linkerhand – ietsjes hoger dan haar hoofd. Dertig, veertig seconden Spanje in Fryslân.
Wat bleek? De flamenco-leraar gebruikte het woord ‘normaal’ om de haverklap voor een lichaamshouding (holle rug) die verre van normaal was voor dansers (m/v) die niet uit Andalusia komen. ‘Normaal’ als een soort: ‘Klaar voor de start’. Lachen dus met het woord ‘normaal’. Het werd al heel snel familietaal … zegt één van ons ‘normaal’ dan springen we recht, holle rug, stampen met de voeten, beetje Carmenachtig nepzingen, handen klappen en vijf keer ‘normaal’ roepen. En dan neerstorten en lachen.
Ter herinnering aan Ine Heijs 28 augustus 1951 – 29 juni 2005
(*) Kijk eens naar horloge-reclames. Bijna alle klokken staan op 10.10. Tien over tien. En weet je waarom? De pijlen vormen als het ware een ‘smile’ – een lachend gezicht. Horloges verkopen niet als het twintig over zeven is.