Laat ik na mijn logje van gisteren er maar meteen een vervolg aan breien …

Rituitslag
Zo gauw een renner over de denkbeeldige finish kwam (daar waar we eerder een potlood hadden neergelegd) beëindigden we die speelronde nadat alle renners even vaak een dobbelsteenworp hadden gekregen. Dan schreven we de rituitslag op met de tijdsverschillen. Elk vakje (tegel) achterstand op de finish (en dus de ritwinnaar) betekende 5 seconden achterstand in de rituitslag. Ik geef een denkbeeldige rituitslag als voorbeeld: 1. Lucien Aimar / 2. Roger De Vlaeminck zt / 3. Jan Janssens op 5 sec / 4. Walter Godefroot op 10 sec / 5. Herman van Springel op 10 sec … enzovoort tot renner nummer 20. Rudi Altig op 50 sec
Het algemene klassement (gele trui)
Na de eerste rit is het algemene klassement identiek aan de uitslag van rit 1. Héhé. Pas na de tweede rit gingen we de achterstands-seconden bij elkaar optellen om zo het algemene klassement te maken. De renner met de minste seconden draagt de gele trui.
Puntenklassement (groene trui)
De winnaar van een rit kreeg 10 punten, nummer twee kreeg 8 punten tot de nummer 5 die nog twee punten kreeg. Na elke rit werden deze punten opgeteld om te kijken wie de groene trui mocht dragen in de volgende rit.



Bergklassement (bolletjes trui)
Een bergrit kon drie soorten cols bevatten: 3e categorie – goed voor 3, 2 of 1 punt / 2e categorie voor 5, 3 of 1 punt / 1e categorie voor 10, 7, 5, 3 of 1 punt. We bepaalden waar op het parcours een berg (helling) was. Daar legden we een potlood neer en een briefje waarop de categorie stond geschreven. Om een helling van 3e categorie te slechten moest je (de coureur) minstens nog 5 dobbelsteenpunten over hebben. Dan mocht hij eroverheen. Voor 2e categorie had je 7 punten nodig op de teerlingen en voor de eerste categorie 9 punten. Niet gemakkelijk. Begrijpen jullie onze spelregels nog? Net zoals in het echt waren er hier grote tijdsverschillen.
Na elke rit hadden we veel administratie. Alle uitslagen werden genoteerd in ons schriftje, net zoals in de krant. De rituitslag, het algemene klassement, het puntenklassement, de doorkomst ook de diverse bergen en het bergklassement.
Soms schreven we nog een kort ritverslag. We speelden zelden twee ritten op één dag. Mijn vriend en buurjongen Marc G hield ons vaak gezelschap en speelde heel dikwijls mee. Anders dan bij gewone bordspelletjes waren wij noch winnaar, noch verliezer. Wij waren enkel de uitvoerders van het spel. Natuurlijk hadden we onze favorieten maar het waren Merckx, Poulidor en Gimondi die wonnen of verloren.

Dit waren onze persoonlijke spelregels. Later zijn er ook officiële bordspellen gemaakt met coureurkes. Ik heb ze nooit van dichtbij gezien. Toen Jules een jaar of 9 of 10 was heb ik hem hier uitgebreid over verteld. Op Camping Del Ron in Frankrijk. Hij vond het jammer dat ik die rennertjes niet mee had genomen. Daar bedacht ik wel iets op. We speelden hetzelfde spel met / op het schaakbord. Met schaakstukken als coureurekes: twee pionnen, twee paarden, twee lopers, twee torens en de koning en koningin. Een peloton van 10 renners. Het was de tijd van Ludo Dierickxsens, Eddy Planckaert, Jan Raas, Michael Indurain, Lance Armstrong, Johan Musseuw, Abrahan Olano, Giani Bugno.

Een heerlijke herinnering. 😌😎👍🥳💕😘








































