Opoe Finderwold

Afbeelding

Dit is een foto van een borduurwerk van mij, die ik heb gemaakt vanaf een foto die is gemaakt van de oma van mijn lief, zij was de moeder van mijn schoonvader. Recht door zee, nam nooit een blad voor de mond, bij haar wist je waar je aan toe was! Stond het je niet aan? Dan mocht je zelf beslissen of je wou blijven of wilde gaan!

Toen ik voor het eerst bij haar thuis kwam woonde ze in een piepklein huisje in Finsterwolde, vandaar de naam : Opoe Finderwold, zo zeggen wij het in het Gronings! Ik voelde me gelijk thuis bij haar, ze had humor, ze was lief maar ze kon ook keihard haar mening geven, zonder zich daar voor te verontschuldigen!

Naarmate ze afhankelijker werd nam ze zelf het besluit om naar het verzorgingstehuis in Beerta te gaan, haar verjaardag 21 Juli, het was altijd een vrolijke bijeenkomst in de gezamenlijke gemeenschapsruimte van het tehuis waar dan alle kinderen, kleinkinderen en de achterkleinkinderen op bezoek kwamen.

Het was een vrouw met een zwaar leven als achtergrond, als een jong meisje heeft ze de eerste wereldoorlog meegemaakt, haar verhalen daarover waren huiveringwekkend, ze is op jonge leeftijd getrouwd, kreeg zes kinderen en werd weduwe als jonge moeder in de tweede wereldoorlog. Ze heeft geleerd om te knokken voor het gene wat je lief hebt, om je eigen dromen op te geven voor het welzijn van je kinderen.

Mijn respect voor Opoe Finderwold is heel groot!

Jeugdherinnering: Het olifantenhok

Afbeelding

Daar zat ik dan, mooi te wezen op de latten van het olifantenhok. Ik was denk ik acht of negen jaar toen deze foto is gemaakt. (1965)

Mijn vader wilde een eigen plekje, hij hield van houtbewerken, knutselen en iets maken van niets tot iets. hij bouwde een hokje achter de schuur van de woning, ik weet nog dat ik vroeg waarom hij dat deed, er was immers plaats genoeg in huis. Nu weet ik dat mijn vader er van hield om zich van tijd tot tijd terug te trekken in zijn eigen hokje, even weg van alles en iedereen, Ik heb dat dus niet van een vreemde!

Ik zie nog de houtkrullen op de grond vallen wanneer hij iets aan het schaven was, soms werd het iets en soms werd het hout weer terug gegooid in een grote zinken wasteil, zo’n grijze met een deksel er op. Ook stonden daar grote glazen potten gevuld met allerlei dingen, knikkers, knopen, steentjes, veertjes, schroefjes, je kon het zo gek niet bedenken, mijn vader spaarde alles wat hij zag. Ik mocht in dat hok ook mijn fantasie laten gaan, hij leerde mij dat alles wat je leuk vindt dat je dat gewoon moet doen. Zijn les voor mij in het knutselen was: Als het resultaat tegen valt begin je gewoon weer opnieuw!

Toen ik een jaar of twaalf was veranderde mijn interesse in dat hok, ik deed er nooit meer iets, gooide eigenlijk alleen maar mijn kont tegen de krib wanneer mijn vader probeerde om daar dan samen iets te gaan maken. Ik kreeg een hekel aan dat hok, ik wilde het niet dus ik deed het niet! Samen met mijn oudere zus heb ik daar in dat hokje toen in die tijd nog een benauwd uurtje beleefd. We deelden een slaapkamer, lagen in bed en ik vroeg aan mijn zus of zij wel een “vies” woord durfde te roepen, nou dat durfde zij dus niet, ik wel!!!!

Mijn overredingskracht was groot en mijn zus deed dan maar weer mee, we riepen KONT, SCHIJT, POEP EN PIS. Na vele waarschuwingen besloot mijn vader om ons een uurtje in het hokje te zetten, geen licht, geen stoeltje, gewoon staan in het donker. Toen was mijn zus nog lief, ze troostte mij en zong zachtjes lieve liedjes in mijn oor.

Waar komt dan de naam van het hokje van mijn vader vandaan?

Onze zoon Ellroy was vijf jaar oud en mijn vader zijn hokje was een soort van opslag voor allerlei rotzooi geworden, het was streng verboden voor onze zoon om dat hokje te openen, er lagen te veel gevaarlijke spullen voor een kind van vijf jaar.

Onze zoon lijkt op mij, wanneer iets niet mag dan wil je het! Mijn vader had daar een oplossing voor bedacht. Er zaten twee olifanten in dat hokje, wanneer de deur werd geopend zouden de olifanten alles vertrappen wat er in hun kielzog kwam. En ja, onze zoon lijkt op mij, de olifanten bleven dus achter het slot en grendel van het “olifantenhok”

jeugdliefde

Afbeelding

Dit is Jesse, onze kleinzoon. Hij is zes jaar en is een heerlijk goedlachs jochie, altijd tevreden met datgene wat er is.

Hij zit heel graag bij mij aan de keukentafel en voert dan lange gesprekken met mij, er wordt dan wel van mij verwacht dat ik hem laat uitpraten. meestal ben ik dan ongeveer een klein kwartiertje stil, hij heeft veel te vertellen.

Gisteren was hij ook weer bij ons op bezoek, na de lunch moest hij me echt even iets vertellen.

“Oma, ik heb verkering met Femke, al heel lang. ik ga met haar trouwen en we krijgen 16 kinderen. Ik ga heel hard werken, 3 werkplekken en ook nog als tuinman, dan koop ik een camper en ga ik naar alle landen in de wereld.”

“Okay, dat is leuk, gaan jullie dan met de mensen, die in die landen wonen, praten en met elkaar eten?

“Nee!!! Die verstaan toch geen Nederlands, gewoon foto’s maken, dat mogen onze kinderen dan ook wel een keer doen, die foto’s laat ik dan aan jou zien”

“Nou dat is een mooi idee, maar stel dat Femke dat nou niet wil? Dat ze altijd in Nederland wil blijven wonen”

Ja, pff, makkelijk toch? Dan blijf ik hier ook met onze 16 kinderen”

“Dus Femke is voor altijd jouw meisje? Wat als je misschien toch een ander mooi en lief meisje tegenkomt?”

“Nee oma, beloofd is beloofd”!

Door dit gesprekje kwam mijn vriendje uit de eerste klas lagere school in mijn gedachten.

Bé Kuik, een grote stille jongen, ik liep altijd achter hem aan. in de klas zat ik in de rij naast hem, ik vond hem zo ontzettend lief. hij kreeg van mij op zijn verjaardag zakdoekjes met autootjes er op gedrukt en daar had ik van die mierzoete hartvormige snoepjes in gewikkeld. We kregen op school één keer in de week een flesje melk, daar moesten wij een dubbeltje voor mee brengen, Bé zat met dat dubbeltje te spelen en stak het dwars en vast in zijn neus. Paniek bij de juf, dikke tranen bij mij toen de juf het dubbeltje met een pincet er uit wilde halen. Bé zat gewoon heel schaapachtig te kijken, was zich blijkbaar van kwaad bewust. Uiteindelijk is dat dubbeltje in het ziekenhuis verwijderd. Kort daarna gingen zijn ouders verhuizen en hij moest natuurlijk mee. Ik heb nog aan mijn moeder gevraagd of Bé niet bij ons kon komen wonen.

Ik heb hem nooit meer gezien, of iets van hem gehoord en toch zat hij nu zomaar weer in mijn gedachten. Heb jij ook zo’n jeugdliefde?