RSS feed

Tagarchief: bomen

De boom, een vak apart

Geplaatst op

Vorige week verscheen in de reeks ‘Zuidzee’ een vierde boekje: ‘Van bloempot tot landschap’. Het is van de hand van landschapsarchitect en stedenbouwkundige Jan Vilain. Wie een beetje bekend is met de (vergroening van) publieke ruimte weet dat dit een referentie is.

De publicatie werd tijdens de boekvoorstelling gepresenteerd als ‘te lezen in een treinreis’ voorgesteld, maar dat zou dan enerzijds wel een treinreis van het diepe binnenland naar de kust moeten zijn en anderzijds afbreuk doen aan de inhoud van het boekje. Wie te snel leest, riskeert veel wetenschappelijk gefundeerde wijsheid te missen. Ik licht er alvast twee ‘wijsheden’ uit.

De eerste is ironisch, omdat uitgerekend Jan als slechtziende ons het ‘algemeen ingeburgerde’ probleem van ‘plantblindheid’ onder de neus wrijft: de ‘algemeen ingeburgerde’ ‘afwezigheid van het inzicht dat bomen, andere planten en hun ecosystemen de levensverzekering van onze planeet zijn’. We zien planten en bomen (denk aan de legendarische uitspraak Minister van Milieu Joke Schauvliege dat ‘een boom altijd de functie heeft gehad om gekapt te worden’) collectief als verbruiksartikelen, een fenomeen dat jaarlijks een hoogtepunt kent in de kerstperiode wanneer we bomen in het tijdsbestek van een dikke maand omhakken, versieren en afdanken. Jan Vilain pleit dus voor het bestaansrecht van bomen, niet in de eerste plaats omdat ze ons ecosysteemdiensten leveren (een uitgesproken antropocentrische benadering die vooral appelleert aan ons eigenbelang), wel omdat ze levende wezens zijn en dus intrinsieke rechten hebben.

De tweede wijsheid vestigt de aandacht op de manier waarop wij bomen in onze publieke ruimte inpassen. Dat gebeurt tot vandaag nogal minimalistisch. Ik zeg het even in verkeerstaal: iedereen vindt het gek om een parkeerplaats maar een meter breed en drie meter lang te maken, maar slechts weinigen stellen zich vragen bij een plantvak voor een boom dat nauwelijks groter is dan de stamomtrek.

Al veel beter dan wat we vaak bij ons zien:
de bomen mochten voor de heraanleg van het plein blijven staan (Burgos, Spanje)

Daardoor worden in stedelijke omgevingen voortdurend bomen in de bloei van hun leven omgehakt, omdat ze het trottoir opstuwen of de weg versperren. ‘Een stadsboom leeft gemiddeld niet langer dan 19 tot 28 jaar na aanplanting,’ schrijft Vilain en dat maakt dat, hou je vast, zo’n boom nog niet eens de koolstofuitstoot voor zijn eigen productie heeft gecompenseerd. Laat dat even indalen. En kijk dan nog eens naar je eigen straat.

Vilain breekt dus een lans voor grote bomen en dus ook oude bomen. Die kunnen er alleen komen als we ze de nodige ruimte gunnen en dat kan dan weer alleen als we ophouden met ruimte te morsen. De auteur ziet terecht veel heil in tuinstraten, maar wat mij betreft kunnen we ook eens kritisch kijken naar onze voertuigen.

In dat verband gloort er hoop aan de horizon. We zijn er nog niet, maar het is alvast bemoedigend dat naar verluidt (want nog niet te vinden op de website) in het Brusselse bestuursakkoord het voornemen wordt geformuleerd om werk te maken van LISA(Light and Safe)-zones – een idee waarmee ik zelf ook al zo’n 10 jaar leur. Een van de problemen waar we vandaag tegenaan lopen is dat auto’s almaar breder en langer worden. Daardoor komen sommige ontwerpers in de verleiding om dan maar ‘realistisch’ te zijn en de parkeerplaatsen groter te maken. En al de rest dus kleiner: minder ruimte voor voetgangers, voor fietsers, voor bomen – alsof dat ‘realistisch’ is.

Met de LISA-zone zou van die spiraal naar onder een veer naar beter kunnen worden gemaakt. Stel je voor: van een Brussels Gewest als politiek kneusje naar een Brussels Gewest als gidsstad. Het zou zomaar kunnen verkeren.

Alleen boomgaand verkeer

Geplaatst op

“Wreed accident”

Geplaatst op

Wreed accident

Schuld van de boom natuurlijk.

 

Weg met de bomen: van Torhout tot dor hout

Geplaatst op

Oeps, foutje! 200 beuken legden er in Torhout het bijltje bij neer. Of het bijltje legde hen neer. Voor het Agentschap Wegen en Verkeer was het ook allemaal niet zo duidelijk. De aannemer was z’n boekje te buiten gegaan. Of er was slecht gecommuniceerd. Of, ja we maken het nog wat erger, het was eigenlijk toch wel de bedoeling om die bomen neer te leggen, maar we vergaten het te ‘overleggen’ met de gemeente Torhout. Woordvoerder Veva Daniëls had er een flinke kluif aan om het uitgelegd te krijgen. Minister Weyts hield wijselijk zijn mond, hopend dat de fall out van deze miskleun hem zou sparen.

Ten onrechte. Want het gaat niet om een spijtig ongelukje, wel om de desastreuze gevolgen van een systematisch verkeerde aanpak van een minister die het verband niet ziet tussen dieren- en mensenwelzijn. Of daar toch een heel merkwaardige visie op heeft. Meer dan een jaar geleden schreef ik er een stuk over voor De Standaard. In de slipstream ervan werd beloofd dat de praktijken gingen herdacht worden.

Daar blijkt dus weinig van in huis te zijn gekomen. Sindsdien hadden we de illegale kappingen om beter transmigranten te kunnen spotten (er was een tijd waarin zulks satire was) en deze week dus de 200 beuken in Torhout. Daartussen waren er ongetwijfeld nog vele geïsoleerde kappingen die de media niet haalden.

Omdat mijn stuk dus weinig aan actualiteitswaarde inboette, herneem ik het hieronder.

Boomkapping Geelseweg (21)

Boomkapping in opdracht van AWV (Geelseweg in Olen)

“Wie de voorbije maanden het partijtje armworstelen over de boskaart volgde, zou kunnen zijn gaan denken dat Vlaanderen te weinig bomen telt. Maar het tegendeel blijkt waar. Er zijn niet te weinig bomen. Er zijn er te veel. Toch als we minister van Mobiliteit Ben Weyts mogen geloven. Vorige week besliste hij dat langs  Vlaamse gewestwegen voortaan alleen nog dunne, traaggroeiende boompjes mogen worden aangeplant. Volgens het Agentschap Wegen en Verkeer is daar een goede reden voor: “Een botsing met een volgroeide boom loopt immers zelden goed af.”

Dat de natuur de vijand is van de auto en niet andersom, het lijkt in deze bermbeschaving common sense te zijn geworden. Op de aankondiging kwam alleszins opvallend weinig reactie. Zelfs bij milieu- en natuurverenigingen bleef het stil. Mogelijk hadden ze het te druk met hun verontwaardiging over Trumps terugtrekking uit het Klimaatakkoord van Parijs.

Een bruggetje lag nochtans voor de hand. Afhankelijk van de locatie compenseert één boom stikstof en CO2  a rato van 3 tot 10.000 autokilometers en het opslagvermogen stijgt exponentieel met de grootte van de boom. Ze hadden er ook aan kunnen herinneren dat bomen de lucht filteren, met alle daaruit voortvloeiende positieve effecten voor de volksgezondheid.

In een holistische bui hadden ze kunnen aanstippen dat het ‘voorruitperspectief’ van de Vlaamse wegbeheerder er alweer voor zorgt dat hij de consequenties voor niet-automobilisten domweg uit het oog verliest. Voor fietsers bijvoorbeeld verdwijnt met de stevige bomen ook de beschutting tegen zon en regen en tegen de door passerende vrachtwagens veroorzaakte luchtverplaatsing. Natuurverenigingen hadden de minister van Mobiliteit, tevens die van Toerisme, er zelfs op kunnen wijzen dat kale wegen niet echt wervend zijn voor Vlaanderen als vakantieland.

Maar dat gebeurde dus allemaal niet. Misschien kwam het ook door de motivering. Mensenlevens redden, daar kan toch niemand tegen zijn?

Toch is het nuttig om hierop, nu ja, even door te bomen.

Toegegeven, dan komen we eerst uit bij Touring, dat vorig jaar al de problematiek aankaartte met een ijzersterke logica: auto’s die tegen bomen rijden eisen veel slachtoffers – verwijder dus de bomen. Of bij de vzw Veilige Bermen. Die deelde het nieuwsbericht op haar Facebookpagina met het bondige commentaar: “Victorie!” Logisch, want haar lobbywerk heeft geloond. In haar eigen woorden: “Het is (…) goedkoper om geen bomen te planten en de winst daarvan kun je investeren in kreukelpalen.” Louter toeval natuurlijk dat de vzw banden heeft met een fabrikant van…  kreukelpalen.

We kunnen ook over het muurtje kijken. Naar Nederland bijvoorbeeld, waar ze deze discussie vorig jaar al eens voerden.  Daar luidde de ANWB de alarmbel maar kwam er wél tegenwind.

Van de Stichting De Bomenridders, jawel. Maar ook van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV). Uiteindelijk konden ze de minister overtuigen om af te zien van de voorgenomen kaalkap.

Ook daar was een goede reden voor. Zelfs als we alleen naar de verkeersveiligheid kijken, dan doen bomen langs de wegen meer goed dan kwaad. Er zullen er heus wel op een ‘ongelukkige’ plaats staan, maar er bestaan technieken om ze af te schermen. Niemand zegt dat een stuurfout bestraft moet worden met de doodstraf. Een boom rooien is geen taboe, maar het is wel wat anders dan simpelweg tabula rasa maken.

Bomen doen meer dan men op het eerste gezicht zou denken. Om te beginnen wijzen ze autobestuurders letterlijk de weg. Een dwarsende bomenrij maakt een kruispunt van op afstand zichtbaar. Een afbuigende bomenrij kondigt een bocht aan. Enkele bomen links en rechts creëren een poorteffect, bijvoorbeeld als overgang naar de bebouwde kom. En verder houdt een niet-eentonig landschap, met bomen en dan weer zonder, chauffeurs alert.

Beseffende dat snelheid nog steeds één van de ‘killers’ is in ons verkeer, is het ook nuttig om te weten dat bomen goed zijn voor een afname van de gemiddelde snelheid met 3 tot 5 km/u. Dat lijkt weinig, maar in termen van verkeersveiligheid scheelt het meer dan een slok op een borrel: 10% minder ongevallen met gewonden, 20% minder ongevallen met doden.  Helaas voor de bomen komen vermeden ongevallen niet in de krant.

Is het overigens niet vreemd dat het principe van de ‘vergevingsgezinde’ weg alleen voor bomen rigoureus wordt toegepast? Nog altijd bouwt het Vlaams gewest ‘duikers’ die fungeren als lanceerplatformen. Het laat toe dat pechstroken op grote schaal gebruikt worden als stockageplaats voor opleggers, wel wetende dat die bij een aanrijding veranderen in horizontale guillotines. Door auto’s aan flarden gereden bushokjes worden zonder nadenken op dezelfde plek heropgebouwd. Nieuwe fietsvoorzieningen worden bedacht met onwaarschijnlijk ingeplante paaltjes, met steeds meer eenzijdige ongevallen tot gevolg. En de Vlaamse lintbebouwing wordt nog altijd geen strobreed in de weg gelegd, terwijl de Nederlanders er 80 jaar geleden al paal en perk aan stelden met een Verkeerswet (!) tegen lintbebouwing.

Overigens concludeerde het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV) zes jaar geleden al: “Er bestaan dus voldoende oplossingen voor het probleem, en het systematisch kappen van alle bomen, zoals sommigen aanbevelen, komt er op neer dat de verantwoordelijkheid verplaatst wordt. Het is beter om de werkelijke oorzaken aan te pakken die ertoe leiden dat iemand van de weg afraakt, en dat zijn in de eerste plaats overdreven snelheid en alcohol achter het stuur.”

Een  onverdachte bron, zeker als je in aanmerking neemt dat het Instituut gesponsord wordt door een producent van radarverklikkers en de Belgische Bierbrouwers.  Maar misschien moet minister Weyts zelf maar eens wat adviezen inwinnen. Ik heb er het volste vertrouwen in dat hij dan, net zoals zijn Nederlandse collega, door het bos opnieuw de bomen zal zien.”

Dikke fout

Geplaatst op

Dat we in rare tijden leven, zeg ik u. De ene dag is het van responsabilisering hier en voor-wat-hoort-wat ginder. De volgende dag barsten we van clementie en is vergevingsgezindheid de weg die we moeten gaan. In het mobiliteitsbeleid komt dat er nogal eens op neer dat de responsabilisering vooral gereserveerd is voor de meest kwetsbaren die de risico’s lopen en de vergevingsgezindheid voor de sterken die de risico’s creëren.

De mededeling van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) dat het in de toekomst alleen nog dunne boompjes langs zijn wegen zou planten, was daarvan een zoveelste illustratie.

Ik krabde mijn kruin en schreef er een stukje over dat vandaag in De Standaard verscheen. Alfabeten die het Nederlands machtig zijn kunnen het hier lezen.

dikke-800

En intussen kwam er (massale) reactie “vanuit het veld”: inleiding en open brief aan de minister vind je hier.

Münster (2)

Geplaatst op

De segmentering van routes met een welgekozen inplanting van bomen is een bewuste strategie. Ze keert terug in het hele historische stadscentrum van Münster.

Dat veronderstelt natuurlijk dat de bomen méér mogen zijn dan ‘schaamgroen’ en letterlijk en figuurlijk de ruimte krijgen. Sommige exemplaren zijn dan ook uitgegroeid (sic) tot heuse monumenten.

IMG_3098

Reuzenkersen bij een kastanjeboom. Ik ben er niet achtergekomen wat het verband was.

Maar terug naar onze eerste boom… Hij zuigt ons naar de Rosenplatz, meteen een prachtig voorbeeld van wat je met een plein kan doen als je het autoblik weghaalt.

Het is zondag net na de middag, het heeft net nog zwaar geregend en dus is er nog vrijwel geen volk op straat. Maar toch oogt het pleintje, aangelegd in eenvoudige kleinschalige materialen, allesbehalve saai en verlaten. Er is sprake van ingebouwde serendipiteit: de kans op aangename ontdekkingen en verrassingen zit ingebakken in de architectuur van de plek. Allerlei elementen  verwijzen naar menselijke activiteiten: een brievenbus, wachtaccommodatie voor de bus, terrassen, een wildeboekenkast en banken rondom de boom.

Die twee laatste zorgen ervoor dat hier vertoeven niet automatisch gelijk staat aan consumeren, een euvel waaraan steeds meer openbare ruimten lijden.

IMG_3052

Behalve de bushalte en de brievenbus zijn alle elementen uitgevoerd in ‘natuurlijke’ zachte materialen.

IMG_3054

Wat ongetwijfeld ook bijdraagt aan de intrinsieke Gemütlichkeit van de plek zijn de lage straatlantaarns en, vooral, de huizen rondom. De schaal ervan is in verhouding en stuk voor stuk hebben ze met hun vele vensters ‘ogen op het plein’. Sociale veiligheid is niet noodzakelijk een kwestie van bewakingscamera’s.