Hoe het voelt, hoe het eruit ziet, hoe ik ben, hoe ik adem.
Niet fris en fruitig, maar uitgeperst en een rommeltje. Een zootje. Een hoopje afval.

Oh ja ik heb goeie dagen gehad, zalige dagen zelfs, vooral die in Spanje, in lekker weer en zonder zorgen. Met gezonde voeding die ik niet zelf hoefde klaar te maken. Ik voelde me als een frisse fruitsalade.
Ik heb al eens een etentje met familie overleefd zonder paniekaanval of druk. Zelfs een spannende basketmatch in een bijna lege sportzaal kon ik aan. Alleen het sociaal getater achteraf in de cafetaria heb ik slim aan mij voorbij laten gaan.
Vandaag. Een doordeweekse dag met niks op de agenda behalve een doktersbezoek. Waar ik ook al op voorhand stress voor had, waar ik aan kwam met een lijstje en een lichte hyperventilatie. Maar ik heb een goeie huisarts die me begeleid en zegt waar het het op staat, die me fysiek onderzoekt en mentaal ondersteunt.
En dan heb ik een uurtje gesport, twee keer per week verzamel ik alle energie die ik heb en mat mezelf even fysiek af, iets waar ik deugd van heb, niet bij na hoef te denken en waar ik vaak zelfs een goed gevoel van krijg: dit lijf kan nog wel iets.
Maar mijn hoofd wil veel sneller gaan dan mijn lichaam kan. De planner in mij wil vooruit, organiseren, toekomstige dingen bedenken, een actieplan maken,… Op websites kijken wat kan en wat ik wil. Maar dan wil mijn lichaam dat hoofd inhalen en dat lukt maar niet. Daar gaan we dan weer: spanning en stress terwijl ik gewoon op een stoel zit en naar een scherm kijk. Ik wil te veel maar ik kan amper iets. Ik moet vertragen maar ik wil volle bak vooruit. Het is de processie van Echternach: drie stappen vooruit en dan teruggekaatst worden. Tegen een muur lopen en op je gat moeten gaan zitten.
Het wordt wel beter. Ja hoor. Maar ik heb geen glazen bol en weet niet wanneer het beter wordt natuurlijk. En dat steekt ferm tegen.





