Een avond met Luke

Het was een zaterdagavond ergens in december.
Ik was met een stel oude voetbalvrienden een avondje naar het café. Een paar keer per jaar deden we dat om nog een beetje contact te houden. Onze voetbaldagen lagen allang achter ons, maar de derde helft hielden we in ere.
ik had eigenlijk al teveel op en wilde net opstappen, toen iemand me op de schouder tikte. Ik hoorde een bekende stem mijn naam noemen.
‘John!’
Als diegene me niet vastgepakt had, was ik waarschijnlijk door mijn benen gezakt, want toen ik me omdraaide keek ik in de ogen van mijn allerbeste vriend Luke. Maar dat kon helemaal niet, want we hadden hem vijf jaar geleden naar het graf gebracht.

‘Luke?’ stamelde ik, ‘maar dit kan niet, want jij bent…’
‘Dood?’ maakte hij de zin af.
‘Ja. En dat doet je bijzonder goed.’ wist ik uit te brengen.
Want voor me stond een enorm krachtige versie van mijn vriend. Hij leek groter, in ieder geval breder en zijn eerdere pokdalige huid was glad en gezond. Maar het meest vielen zijn ogen me op. Vol levenslust en liefde, en een wijsheid die ik nooit eerder heb gezien.
Luke lachte, ‘Het is ook niet verkeerd aan de andere kant. Ik kan het je aanbevelen.’
Ik haalde twee biertjes en we zochten een rustig plekje in de hoek.
‘Maar, wat doe je hier? En hoe dan?’ ik had zoveel vragen.
‘Heel af en toe gaat er iemand voor een paar uur terug, meestal om wat zaken af te handelen, of een boodschap door te geven. Vandaag was het mijn beurt en man, wat was ik verrast jou hier tegen het lijf te lopen.’
‘Dus je hebt geen boodschap voor mij?’
‘Nee ik ben hier voor iemand anders, maar ik mag daar niet over uitweiden.’
‘Oké,’ ik nam een flinke slok bier.
‘Hoe is het daar?’ ik maakte een hoofdbeweging naar boven.
‘Onvoorstelbaar John. Zodra je er aankomt, weet je alles en toch leer je steeds meer.
Luke tekende afwezig iets op een bierviltje. Daar was hij altijd goed in geweest.
‘Ik kan er helaas niets over loslaten, maar echt, het overtreft je stoutste verwachtingen,’
‘What happens in heaven, stays in heaven,’ grapte ik onbenullig.
‘Zoiets ja, maar ik moet gaan,’ snel dronk hij zijn glas leeg, kennelijk had hij zijn object in het vizier.
Met een ‘De volgende keer spreken we af bij mij,’ van zijn kant, namen we afscheid en ik zag hem met een beeldschone vrouw naar buiten lopen.
Ik glimlachte, Luke zou altijd Luke blijven.

De volgende ochtend liep ik de keuken binnen. ik had een behoorlijke kater.
Miranda, mijn vrouw, zat aan de eettafel achter haar laptop te werken.
‘Goedemorgen,’ lachte ze, ‘weer in het land der levenden? Wat heb jij onrustig geslapen zeg. En je had het steeds over Luke.’
‘Ik heb zo’n bizarre droom gehad,’ zei ik.
‘Neem dan maar snel een flinke bak koffie en pak een douche, want je stinkt,’ ze trok een vies gezicht.
‘Trouwens,’ ze pakte iets van het aanrecht, ‘ik heb je broek in de was gegooid en dit zat in je zak. Wie heeft dit getekend? Het is erg goed.’
Ze liet me een bierviltje zien, met daarop de afbeelding van mijn gezicht.
‘John! Gaat het?’

Geheimen

Ik weet niet meer precies wanneer ik doorkreeg dat de meeste mensen er veel voor over hebben om hun geheimen te laten voor wat ze zijn, maar ik was nog behoorlijk jong.
Ik denk dat het in de vierde klas van de basisschool was dat ik Annelies zag spieken bij rekenen. Annelies was niet de slimste, zal ik maar zeggen, maar haar ouders verlangden toch goede resultaten van hun enige dochter. Ik maakte haar duidelijk dat ik in ruil voor een zak snoep mijn mond zou houden. De volgende dag duwde ze me snel het begeerde lekkers in de handen en haalde ze opgelucht adem nadat ik haar verzekerde haar geheim niet te verklappen.
Maar misschien was ik zelfs nog wel jonger en futselde ik op de kleuterschool al een paar wascokrijtjes los van Bart, omdat ik dreigde te vertellen dat ik hem tegen de schommel had zien plassen.
Hoe dan ook, ik bleek een opmerkzaam kind en ook op de middelbare school had ik bedenkelijke situaties snel in de gaten. Gerommel in het fietsenhok. Huiswerkfraudes. Stiekeme drinkers en rokers. Ik was niet populair bij mijn klasgenoten, dat kan je natuurlijk wel raden, maar het leverde me allemaal genoeg op.
Meestal geld, maar ook pakjes sigaretten of hippe kledingstukken die ik mezelf niet kon veroorloven. De grootste klapper maakte ik toen ik tijdens het havo-eindexamenkamp mevrouw de Jong en meneer de Graaf, schaars gekleed en innig verstrengeld in een hut aantrof. Dat heeft me naast mijn diploma een paar honderd gulden opgeleverd.
Daarna heb ik de business een beetje op een lager pitje gezet.
Maar soms krijg je zomaar cadeautjes in de schoot geworpen.
Zo ga ik straks een wijntje drinken bij de buurvrouw en kan ik haar meteen even vragen van wie die blauwe BMW is die altijd voorrijdt zodra haar man naar zijn werk is.

Geschreven voor https://kreta8.wordpress.com/2024/11/26/we300-verzwijgen/

Een kwestie van inkomen

Eigenlijk was iedereen, behalve hijzelf, het er wel over eens: William Johnson was een waardeloze zeerover. De hele dag een beetje ‘AY!’ roepen en zich een stuk in de kraag drinken in de kroeg, maakte hem niet de gevreesde piraat die zijn vader ooit was.
De oude Bill was de schrik van de wereldzeeën. Zowel bewonderd als verafschuwd. Ongenaakbaar en wreed. Maar als was in de handen van zijn vrouw die hij een paar weken per jaar bezocht, overlaadde met kostbaarheden en meestal bezwangerde. Mevrouw Johnson was tevreden met deze regeling en leefde in betrekkelijke weelde.
Bill Johnson kwam jammerlijk aan zijn einde toen hij zijn nek brak op de bodem van een valkuil, gegraven door zijn concurrenten die hem daar middels een valse schatkaart heen gelokt hadden. Zes maanden duurde het voordat zijn vrouw het onomstotelijke bewijs van zijn dood in handen kreeg: een afgehakte vinger met Bills zegelring.
De weduwe was in eerste instantie ontroostbaar, maar na een paar weken vastbesloten haar oudste zoon in de voetsporen van zijn vader te laten treden. Er moest brood op de plank komen en het liefst nog meer.
William was van een heel ander kaliber dan zijn vader. Hij was dan wel slim, maar niet sterk, klein van stuk en behoorlijk lui aangelegd. Op een of andere onnavolgbare manier slaagde hij er toch in zich op te werken in de piratenwereld. Niet dat hij erg succesvol was. Binnen drie jaar had hij twee schepen op de rotsen laten lopen en was hij ternauwernood ontsnapt aan een aanval door een ander piratenschip. Zijn bemanning was gaan muiten en had hem op een eiland achter gelaten. Eenmaal terug in Engeland raakte William aan lagerwal en moest hij drie maanden de cel in wegens openbaar dronkenschap en naaktloperij. Zijn zeerover-carrière was al over voor die goed en wel begonnen was.
William Johnson mocht dan een waardeloze zeerover zijn, maar zijn moeder liet het er niet bij zitten. Ze kalefaterde hem op en introduceerde hem bij haar broer, een succesvol zakenman. Die besloot zijn neef een kans te geven en stuurde hem bij wanbetalers langs om schulden te incasseren. William was een snelle leerling en wist, door ietwat intimiderende gedrag, aardig wat meer geld los te peuteren dan vereist werd en leverde dat trouw bij zijn moeder in.
De weduwe was blij met deze inkomsten, maar hoopte er heimelijk op dat een van haar andere zes zonen de grote laarzen van zijn vader trots zou kunnen vullen

Geschreven voor https://sportnietaltijdleuk.com/2024/11/24/drie-woorden-7/

De bestemming

Maaike, Celine en Debbie kenden elkaar al sinds de basisschool. En hoewel ze behoorlijk van karakter verschilden, hield hun vriendschap al dertig jaar stand. Ze hadden dezelfde studie gekozen en stonden nu alle drie voor de klas. Maaike op de basisschool, Celine bij het voortgezet onderwijs en Debbie was gymlerares geworden.
De kerstvakantie was aangebroken en de meiden hadden twee weken vrij, waarin ze even bij konden komen van hun veeleisende banen.
Al weken hadden Celine en Debbie het hoogste woord over de aanstaande trip die ze zouden maken. Celine liet geen ogenblik onbenut om foto’s te laten zien van de tropische bestemming waar ze heen zou vliegen. Ze had een luxe onderkomen geboekt direct aan het witte strand, waar ze in de schaduw van enorme palmbomen zou kunnen luieren of een frisse duik in de helderblauwe zee kon nemen. Bij de verschillende restaurantjes zou ze haar net verloren kilootjes er weer aan kunnen eten en drinken.
Debbie had een heel andere vakantie gepland: een skivakantie in een luxueus ski-oord. Een vijfsterrenhotel met eigen pistes, een sterrenrestaurant en een spa.
Heel toevallig zouden de dames ongeveer om dezelfde tijd vanaf Schiphol vliegen en Maaike had aangeboden ze daarheen te brengen.
Het was druk bij het vliegveld. Lange rijen in de vertrekhal en wachtrijen bij de douanes. Maaike had afscheid genomen bij de auto en was direct weer verder gereden.
Niet veel later trok ze haar eigen voordeur achter zich dicht. Het was behaaglijk warm in het gezellige, met planten gevulde appartement. Ze maakte een cappuccino, koos een boek van de nog-te-lezen stapel en plofte neer op de bank, waar ze een plaid over zich heen trok. Voor haar geen verre exotische bestemming, of een actieve twee weken. Zij reisde wel vanaf haar eigen vertrouwde omgeving door de pagina’s van haar boeken.

Geschreven voor https://kreta8.wordpress.com/2024/10/26/we300-paradijs/

Nellie

Het waren de donkere dagen aan het begin van het nieuwe jaar.
De winter kon het maar niet winnen van de herfst en de lente was nog ver weg.
Nellie woonde in een huisje aan de rand van het bos, niet ver van het dorp. Ze was begin zestig en stond bekend als het kruidenvrouwtje dat voor iedere kwaal wel een remedie had. Of het nou een verkoudheid was, steenpuisten, een verstuiking of vrouwenkwaaltjes, Nellie wist de juiste kruidenmengsels te vinden. Kinderen noemden haar de heks en waren een beetje bang voor haar. Dat was nergens voor nodig, want ze was gek op die pure wezens en het feit dat ze zelf geen moeder was geworden had een litteken op haar ziel achtergelaten. Wat had ze graag haar kennis overgedragen aan een dochter, net als haar moeder dat had gedaan en al de generaties wijze vrouwen voor haar.

Die ochtend stond ze voor het raam. Ze had haar huisje schoongemaakt. Een paar tincturen gemaakt en genoot nu van een welverdiend kopje kruidenthee.
Ze keek naar de tuin die er mistroostig bij lag. De hevige regenval had de prachtige kruidentuin veranderd in een modderpoel. De kippen zaten dagenlang op stok, niet van plan hun poten vies te maken in de blubberige grond. Ook Maartje de koe stond binnen, geduldig te wachten op mooier weer. De enige die de tijd van zijn leven had was Guusje het varken. Die rolde genoeglijk door de modder en wroette met haar snuit de grond om op zoek naar onverwachte hapjes. Nellie moest glimlachen om de tevreden blik van de zeug.
Net wilde ze zich omdraaien, toen ze iets geels tussen de bomen opmerkte dat steeds dichterbij kwam. Ze zag dat het een meisje was in een gele regenjas. Ze huppelde door de plassen en werd niet gehinderd door de omstandigheden.
Toen het kind dichterbij kwam, herkende Nellie Mia, de tienjarige dochter van de timmerman. Nellie opende snel de deur voor het druipende meisje.
‘Kom binnen kind, je bent kletsnat!’ Snel hielp ze haar uit de jas en zette een stoel voor het vuur zodat Mia zich daar kon opwarmen.
‘Wil je een beker melk? Het is nog warm, ik heb net de koe gemolken,’
‘Ja graag,’ antwoordde het kind en terwijl Nellie de melk haalde, nam ze met grote ogen de omgeving in zich op.
Overal hingen planken vol gevulde flessen en potten.
Op tafel lagen oude boeken en ze stond op om ze voorzichtig aan te raken. Verschrikt ging ze weer zitten toen ze Nellies stem hoorde.
‘Zeg me eens kind, waarom ben je hier?’
‘Mijn babybroertje heeft erge luieruitslag, mama zei dat u wel een zalfje hebt,’
‘Dan moet je wel veel van je broertje houden, dat je door dit weer bij me komt,’
Mia knikte terwijl ze een grote slok van de heerlijke melk nam. Dat ze heel erg nieuwsgierig was naar ‘de heks’ en al tijden had gezeurd om naar haar toe te mogen, vertelde ze er maar niet bij.
Nellie had gezien dat Mia de oude boeken bekeek. ‘Vind je ze mooi? Ze zijn al heel oud. Hier staat alles in wat je moet weten over planten, kruiden en hun werking. Ik noem ze mijn heksenbijbels. Als je voorzichtig bent mag je ze wel doorbladeren.’
Dat liet Mia zich geen twee keer zeggen en niet veel later was ze helemaal betoverd door de illustraties en oude teksten.
‘Is het moeilijk om kruidenvrouwtje te worden?’ vroeg ze.
‘Niet moeilijk, maar het kost wel veel tijd,’
‘Zou ik het ook kunnen leren?’
‘Natuurlijk lieverd, ik zou je daar graag bij helpen,’ antwoordde Nellie voorzichtig. Ze wilde het kleine vlammetje niet doven.
Niet veel later keek Nellie de gele regenjas na en het leek alsof de zon door de bewolking brak. De volgende dag zou Mia terugkomen.
In haar hart dankte ze haar voormoeders, die dit meisje op haar pad hadden gebracht Als alles goed zou gaan, was haar kruidendochter geboren en zou de oude kennis niet verloren gaan.

De waarheid

De wijze zat op zijn gebruikelijke plek op de berg.
Ook deze dag had hij bezoek. Dit keer een man van rond een jaar of veertig.
‘Meester. Waar kan ik de waarheid vinden?’ vroeg hij.
‘Waarom wil je die weten?’ stelde de wijze een wedervraag.
‘Om mijn positie in te kunnen nemen bij discussies en bij stellingen een onderbouwd commentaar te kunnen geven. Ik ben vaak verward meester. Van alle kanten worden mij waarheden opgedrongen, die me vaak plausibel overkomen. Dat maakt dat ik de ene dag die mening heb en de volgende een andere waarheid aanhang. Zelf heb ik niet de kennis om de waarheid van een on-waarheid te onderscheiden’
‘Ah, dat lijkt me moeilijk’ De wijze streek bedachtzaam door zijn lange witte baard,
‘Laat ik beginnen met dat de waarheid niet bestaat.’
De toehoorder keek verbaasd.
‘Zet twee mensen tegenover elkaar en ze hebben allebei hun eigen waarheid, die ze te vuur en te zwaard zullen verdedigen. Wellicht onderbouwd met feiten die vaak niet onderzocht zijn, maar kant en klaar zijn aangereikt door media, religie en wetenschap.’
‘Religie begrijp ik meester, dat is een geloof, maar wetenschap en media?’
‘Ook dat zijn aannames, beste man, wat vandaag een bewezen feit is, is morgen een leugen en andersom.’
Ja maar, al die mensen die jarenlange studie hebben gemaakt van een onderwerp, die zullen dan de waarheid toch wel weten?’
‘Beste man, studeren is vaak niets anders dan meningen van anderen kopiëren, daar je eigen draai aan geven en dat presenteren als een feit. En geregeld worden onderzoeken gesponsord met het oog op een bepaalde uitkomst. Met andere woorden: de waarheid wordt vaak gekocht.’
‘Maar geschiedenis dan?’
‘Ook die is gekleurd en wordt geschreven door de overwinnaar. Neem de ontdekking van Amerika, vanuit westers oogpunt een moment van triomf, een nieuwe wereld, maar vanuit de visie van de oorspronkelijke bewoners een ramp, een einde van hun wereld.’
‘Meester, nu weet ik nog niet waar ik de waarheid kan vinden.’ verzuchtte de bezoeker.
De wijze onderbrak een korte stilte.
‘Er is maar één waarheid die alle waarheden overbodig maakt en die vind je in je hart. Dat is de liefde. De liefde voor elkaar.’
Het was weer een tijdje stil.
‘Ik denk dat ik het begrijp meester, maar ik moet het even goed overdenken.’
Ze namen afscheid en de man daalde de berg af.
De wijze keek hem lang na.
‘Wat zou het toch prachtig zijn als de liefde alle waarheden zou overstijgen en de wereld zou verbinden,’ dacht hij, maar realiseerde zich dat die tijd nog niet was aangebroken. Hij was dankbaar voor het gesprek dat hij deze dag had gehad. Veel revoluties waren begonnen met kleine zaadjes en hadden grote omwentelingen gebracht. En het zaadje van de liefde zit in ieder hart.

Rocky

Hallo.
Laat ik me even voorstellen.
Mijn naam is Rocky.
Ik ben een kleine meteoor uit de Zuidelijke Tauriden.
Ooit waren we met ons allen een grote komeet. 2P/Encke, heetten we, maar zo’n 20.0 00 jaar geleden zijn we uit elkaar gevallen. Zeer waarschijnlijk na een botsing met een andere reus. Ik weet het niet meer, het is al even geleden.  Sindsdien draaien we met de hele club door het heelal.
Ieder jaar in oktober en november zorgen wij voor een prachtig natuurverschijnsel bij jullie planeet: de zogenaamde meteorieten-regen.
Doordat er een aantal van ons in jullie dampkring geraken, verbranden we en kan je ons zien als een lichtgevende streep in de nachtelijke hemel.
We zijn graag in de buurt van planeet aarde. We komen dikwijls in contact met andere hemellichamen, maar geen enkele is zo fraai als jullie prachtige blauwe bol.
Ieder jaar staan we te popelen om de aarde van dichtbij te bekijken en uiteindelijk één met haar te worden. Dat is ons ultieme doel.
Helaas moet ik daar nog wel een kanttekening bij plaatsen, want wanneer een van mijn grootste broers zijn laatste reis zal ondernemen, is er een zeer grote kans dat de aarde, of in ieder geval een groot deel daarvan het niet zal kunnen navertellen.
Daarom gaan de kleintjes eerst.
Dit jaar ben ik aan de beurt. En ik heb er ongelooflijk veel zin in.
Ik weet dat mijn reis van korte duur zal zijn, maar het idee alleen al, dat als iemand mij door de lucht ziet schieten een wens mag doen, maakt dat ik er voor de volle honderd procent van zal genieten.
Zie je dus rond deze tijd een kleine ster door de lucht scheren, denk even aan mij en weet dat mijn allergrootste wens dan uitkomt: versmelten met moeder aarde.

Geschreven voor https://platoonline.wordpress.com/2023/11/08/we-300-november/ Vallen

Mirjam

Soms kan ik nog niet geloven hoe het allemaal gelopen is. Werkelijk, als ik er een boek over zou schrijven, zou niemand geloven dat het non-fictie is.
Ik ben Marianne. Op mijn tiende kwam ik erachter dat ik geadopteerd ben. Iets wat me eigenlijk niets verbaasde omdat ik de enige in de hele familie ben met rood haar.
Ik kon goed leren, maar mijn ouders vonden het beter dat ik in het familiebedrijf ging werken: Cafetaria ‘Friet van Piet’.
Op een dag draaide ik me om van de frituur en zag ik tot mijn verbijstering mezelf staan. Dat wil zeggen een kopie van mezelf. Hetzelfde rode haar, de smalle groene ogen. Het deukje in de onderlip. De manier waarop ze met haar ogen knipperde. Alles was identiek.
In trance verwerkte ik de bestelling en de hele verdere dag was ik van slag.
Ik was net aan het afsluiten toen ze achter me stond.
‘Hoi’, zei ze.
‘Hoi’,
‘Raar is dit,’
ik knikte.
‘Ik ben Mirjam,’
‘Marianne,’
Na dit ongemakkelijke begin verliep de conversatie steeds soepeler en we deelden al snel ons levensverhaal.
Mirjam was de enige dochter van een welgestelde familie. Ze studeerde rechten. Tegen haar zin, vertelde ze. Ze wilde dit leven niet. Ze wilde reizen. Surfen. Culturen ontdekken. Vrij zijn.
ik snapte het niet want haar leven was perfect. Studeren. Niet iedere dag naar frituurvet ruiken. Met geld smijten zoveel je wilt!
Het duurde niet lang of het plan werd geboren: ik zou de plaats van Mirjam innemen.
En zo gebeurde het.
We zijn nu tien jaar verder. Ik woon met mijn gezinnetje in een kast van een huis. Wapper flink met de Goldcard van mijn man. En af en toe ligt er een geheimzinnige kaart op de mat van ‘Marianne’ met de groeten uit weer een ander werelddeel.

Geschreven WE-300 ‘uitgeven’ https://platoonline.wordpress.com/2023/10/01/we-300-oktober-202

De wereld heeft vrouwen nodig

Er waren eens twee landen, nou eigenlijk drie.
Het land van de Arend en het land van de Beer met het naastgelegen Grensland.
De Arend en de Beer hadden een slechte relatie met elkaar. Eigenlijk gunden ze elkaar niets en wilden ze allebei de heerschappij over alle landen.
Ooit was er een afspraak gemaakt tussen de Arend en de Beer dat het Grensland een neutrale buffer zou zijn tussen de twee reuzen. Maar dat bleek nogal lastig.
De Arend bemoeide zich steeds meer met de interne politiek van het Grensland, schoof een ideale presidentskandidaat naar voren en besloot er zelfs wapens te plaatsen. Dat vond de Beer nogal bedreigend en waarschuwde meerdere malen dat de Arend zich terug moest trekken, want anders zou hij het Grensland binnen moeten trekken. De Arend had er maling aan en ging gewoon verder met zijn praktijken.
Toen was de maat voor de Beer vol en hij viel het Grensland binnen. De hele wereld sprak er schande van en stuurde zakken vol geld (waarvan het meeste verdween in de zakken van de leiders) en onbruikbaar wapentuig zodat het Grensland zich nauwelijks kon verdedigen. Er werd geroepen om vrede, maar de twee reuzen wilden niet luisteren. Er vielen vele slachtoffers en de eerste was, zoals gebruikelijk bij een oorlog, de waarheid. De propaganda won.
Na een jaar zware verliezen te hebben geleden, waren de jonge mannen bijna op en werden tieners gevorderd om te vechten voor het vaderland.

Zo ook in een dorpje in het midden van het platteland.
Op een druilerige morgen reed er een vrachtwagen het dorp binnen en stopte voor een klein huis. Een militair stapte uit en klopte op de deur.
‘Elena, we hebben je zoon nodig,’ riep hij.
Een vrouw van midden veertig deed open.
‘Heb je nog niet genoeg gehad aan mijn man en mijn oudste? Dit is niet mijn oorlog, deze zoon krijg je niet!’ en ze smeet de deur dicht.
Inmiddels hadden zich meer vrouwen verzameld die zich tussen de deur en de soldaat opstelden. De jongeman voelde zich ongemakkelijk en stapte weer in de vrachtwagen.
‘Morgen kom ik terug met mijn meerdere en dan moet je zoon mee,’ riep hij nog en startte snel de wagen.
De volgende morgen reed hij inderdaad weer voor. Samen met een oudere man stapte hij uit.
‘Elena, we hebben je zoon nodig,’
Van alle kanten stroomden vrouwen toe. Moeders, grootmoeders, tantes, zussen en dochters.
Ze riepen: ‘Niet onze oorlog, onze zonen krijg je niet!!’
En weer reed de vrachtwagen onverrichte zaken het dorp uit.
Zo ging het een aantal dagen achtereen. De groep vrouwen werd steeds groter en barricadeerden de enige toegangsweg tot het dorp.
En het bleef niet bij dat ene dorp.
Overal klonk het: ‘Niet onze oorlog! Onze zonen krijg je niet,’
Ook in het land van de Beer stonden vrouwen op en uiteindelijk werd het een grote internationale beweging.
De geldwolven van de oorlogsindustrie begrepen niet hoe het had kunnen gebeuren dat een enkele vrouw zand in hun geoliede machine had kunnen gooien en trokken zich terug om zich te beraden om later ergens anders met een ander conflict terug te komen.
De vrede werd getekend.
Er werd orde op zaken gesteld, corrupte leiders werden afgezet en berecht en de wederopbouw kon beginnen met het geld dat geconfisqueerd werd.
De Arend en de Beer maakten nieuwe afspraken en beloofden zich daaraan te houden.
Elena werd een icoon tegen wil en dank. En iedereen was het erover eens:
De wereld heeft moeders, grootmoeders, tantes, zussen en dochters nodig.

Waar is de koningin?

Ik slaap niet al te best en dromen doe ik nog minder, maar af en toe heb ik toch een juweeltje!

We bevinden ons in een klein theater. Podium en decor zijn op schaal van een kerstdorp. Klein dus.
Ik herken het Binnenhof. Denk ik. Linksachter staat een kerk, wellicht de Ridderzaal.
Vanaf de rechterkant komen drie poppetjes aangeschoven. Ze zijn uit één stuk gefabriceerd, dus lopen is er niet bij. In het midden een vrouw-figuurtje, blauwe bloemetjesjurk, zwarte schoentjes. Dit is koningin Beatrix. Ze wordt geflankeerd door twee mannetjes in het zwart: de beveiliging.
Ik merk op dat er een muis aan de onderkant van het podium aan een paar draden zit te knagen.
Net als de koningin de kerk nadert, klinken er knallen en ontstaat er een enorme rookontwikkeling.
En dan wordt het echt vreemd.
De beveiligers raken in paniek, grijpen de koningin onder de arm en smijten haar in de gouden koets die meteen vertrekt.
Ik vind het enorm lollig en moet ontzettend lachen.
Als enige.
‘Zag je dat niet?’ zeg ik, nog hikkend van de lach.
‘Wat?’ vraagt de man naast me.
‘Ze gooiden het mens niet in de gouden koets, maar in een gele vuilniswagen! De beentjes staken er nog uit!’
Er ontstaat verwarring in het publiek en paniek op het podium: waar is de koningin gebleven?

Hoe het is afgelopen zal niemand weten, want ik werd wakker, maar je kan begrijpen dat de mannetjes in zwart hun baan kwijtraakten en aan een zwaar verhoor zijn onderworpen.
En de koningin? Je mag toch hopen dat er een cameraatje aan boord van de vuilniswagen hing, anders vrees ik het ergste.