Het was een zaterdagavond ergens in december.
Ik was met een stel oude voetbalvrienden een avondje naar het café. Een paar keer per jaar deden we dat om nog een beetje contact te houden. Onze voetbaldagen lagen allang achter ons, maar de derde helft hielden we in ere.
ik had eigenlijk al teveel op en wilde net opstappen, toen iemand me op de schouder tikte. Ik hoorde een bekende stem mijn naam noemen.
‘John!’
Als diegene me niet vastgepakt had, was ik waarschijnlijk door mijn benen gezakt, want toen ik me omdraaide keek ik in de ogen van mijn allerbeste vriend Luke. Maar dat kon helemaal niet, want we hadden hem vijf jaar geleden naar het graf gebracht.
‘Luke?’ stamelde ik, ‘maar dit kan niet, want jij bent…’
‘Dood?’ maakte hij de zin af.
‘Ja. En dat doet je bijzonder goed.’ wist ik uit te brengen.
Want voor me stond een enorm krachtige versie van mijn vriend. Hij leek groter, in ieder geval breder en zijn eerdere pokdalige huid was glad en gezond. Maar het meest vielen zijn ogen me op. Vol levenslust en liefde, en een wijsheid die ik nooit eerder heb gezien.
Luke lachte, ‘Het is ook niet verkeerd aan de andere kant. Ik kan het je aanbevelen.’
Ik haalde twee biertjes en we zochten een rustig plekje in de hoek.
‘Maar, wat doe je hier? En hoe dan?’ ik had zoveel vragen.
‘Heel af en toe gaat er iemand voor een paar uur terug, meestal om wat zaken af te handelen, of een boodschap door te geven. Vandaag was het mijn beurt en man, wat was ik verrast jou hier tegen het lijf te lopen.’
‘Dus je hebt geen boodschap voor mij?’
‘Nee ik ben hier voor iemand anders, maar ik mag daar niet over uitweiden.’
‘Oké,’ ik nam een flinke slok bier.
‘Hoe is het daar?’ ik maakte een hoofdbeweging naar boven.
‘Onvoorstelbaar John. Zodra je er aankomt, weet je alles en toch leer je steeds meer.
Luke tekende afwezig iets op een bierviltje. Daar was hij altijd goed in geweest.
‘Ik kan er helaas niets over loslaten, maar echt, het overtreft je stoutste verwachtingen,’
‘What happens in heaven, stays in heaven,’ grapte ik onbenullig.
‘Zoiets ja, maar ik moet gaan,’ snel dronk hij zijn glas leeg, kennelijk had hij zijn object in het vizier.
Met een ‘De volgende keer spreken we af bij mij,’ van zijn kant, namen we afscheid en ik zag hem met een beeldschone vrouw naar buiten lopen.
Ik glimlachte, Luke zou altijd Luke blijven.
De volgende ochtend liep ik de keuken binnen. ik had een behoorlijke kater.
Miranda, mijn vrouw, zat aan de eettafel achter haar laptop te werken.
‘Goedemorgen,’ lachte ze, ‘weer in het land der levenden? Wat heb jij onrustig geslapen zeg. En je had het steeds over Luke.’
‘Ik heb zo’n bizarre droom gehad,’ zei ik.
‘Neem dan maar snel een flinke bak koffie en pak een douche, want je stinkt,’ ze trok een vies gezicht.
‘Trouwens,’ ze pakte iets van het aanrecht, ‘ik heb je broek in de was gegooid en dit zat in je zak. Wie heeft dit getekend? Het is erg goed.’
Ze liet me een bierviltje zien, met daarop de afbeelding van mijn gezicht.
‘John! Gaat het?’
