Wie zich aan een ander spiegelt, spiegelt zich zacht.

Al sinds jaar en dag hangt de spiegel, die mijn moeder uit haar ouderlijk huis meenam toen zij trouwde, bij mij in de gang. Ik haalde hem kortgeleden voor de verhuizing van de muur, wikkelde hem in noppenfolie, zorgde voor schokvrij vervoer, en pakte hem op het nieuwe adres voorzichtig weer uit. Een zeem met spiritus kwam er aan te pas om de vieze vingers van de voorkant te wissen. En nu hangt hij gewoon weer in de gang.

Niet iets om over naar huis te schrijven dus. Laat staan er een blog aan te wijden. Maar ik ging nu toch ineens met andere ogen naar die oude spiegel kijken. Er zit een beetje het weer in. Dat is niet zo gek, voor een spiegel die ruim honderd jaar oud is. Hoeveel mensen zullen er in al die jaren in gekeken hebben en de spiegel iets hebben toevertrouwd: zit mijn haar goed; kun je zien dat ik gehuild heb; zo, lippenstift op; hè, een pukkel; kan dit sjaaltje bij die jas; mijn mascara is uitgelopen; o, wat een wallen; de eerste grijze haar; ben ík dit; hm, iets groens tussen mijn tanden; oeps, de eerste rimpel; ik moet me nodig scheren; ach, sproeten; leuk hoedje! Een spiegel met talloze verhalen en, vooral, geheimen.

Ook de achterkant is interessant. Op het ruwe hout, waarin je knoesten en jaarringen duidelijk kunt onderscheiden, staat, in potlood, de tekst: “Wie zich in een ander spiegelt, spiegelt zich zacht”. Ooit op zwierige wijze door de jongste broer van mijn moeder erop geschreven. Dat is nog eens een statement. Toen ik dit voor het eerst onder ogen kreeg, dacht ik dat het een zelfverzonnen kreet betrof, maar het is een zeer oud gezegde, letterlijk zo oud als de weg naar Rome, want daar kende men deze uitdrukking al. Kleine aanpassing, er hoort te staan: “Wie zich áán een ander spiegelt”. De betekenis luidt: Gelukkig hij, die lering trekt uit het ongeluk van anderen. Wie de problemen van een ander ziet, weet hoe hij moet handelen om zelf schade en onkosten te voorkomen. Doe je voordeel met andermans leed.

Zowel voor de uiterlijke als de innerlijke zaken kunnen wij terecht bij de spiegel. Zij toont ons alles; rauw, rücksichtsloos, recht voor zijn raap. Maar wel in spiegelbeeld. Is het dan nog wel echt? En wat ís echt? De spiegel is een bijzonder fenomeen. Voer voor filosofen.

Nu zijn kinderen over het algemeen de beste filosofen. Zij staan nog open en onbevangen in het leven. Zij hoeven zich niet te spiegelen aan anderen. Zij zijn het gelukkigst door volledig zichzelf te zijn. Zij zijn in staat letterlijk te verwoorden wat ze zien, wat ze voelen en ervaren. En dat staat garant voor de mooiste, diepzinnigste en meest waardevolle uitspraken.

Het volgende citaat, bijvoorbeeld, is van Tobias*, vijf jaar:
“Als je in de spiegel kijkt en je ziet jezelf dan kijken je ogen altijd wel ergens in de spiegel al zie je zelf je ogen niet. Want anders zie je er niks in, al staat de spiegel er wel.”

Hij snapt het. Laten wij ons maar spiegelen aan kinderen.

*Tobias is de zoon van een briljante oud-leerling

Casa Romana in Leiden

Geboren en een heel klein poosje getogen (tien dagen in het Diaconessenhuis) in Leiden, gecombineerd met de herinneringen aan de bezoekjes die ik met mijn opa bracht aan de Hortus en het Museum van Oudheden, maakt het voor mij bijna een noodzaak om in elk geval één keer per jaar naar deze stad terug te keren.
Nu was het weer eens zover. Het moest. En dus togen wij op een mooie, winderige dag naar Leiden, met als doel precies datgene waar mijn opa me zestig jaar geleden mee naartoe nam. Waarmee hij mij besmette, kun je haast wel zeggen.

Het Rijksmuseum van Oudheden is enorm veranderd, sinds ik er voor het eerst een voet over de drempel zette. En opa, bouwkundige Jan van der Sterre, zou er vast wel wat over te zeggen hebben gehad. Buiten is nu ook binnen. De restauratie (alweer jaren geleden trouwens) is ruim opgezet en mooi uitgevoerd. Ik denk wel dat hij het zou hebben kunnen waarderen. De mummies, de Egyptische kunst, waar wij toen voor kwamen – het is er allemaal nog, zoals het hoort. En daar, in die donkere ruimtes, hoor ik altijd nog de enigszins brommerige stem die me dingen uitlegt, me op bijzonderheden wijst, een grapje maakt, vraagt wat ik ervan vind.

Vandaag komen we voor Casa Romana, het dagelijks leven in het oude Rome. We belanden in een zeer zorgvuldig opgezette tentoonstelling. Het voelt aan als een warm bad. Door de bijzondere opstelling en de verduidelijkende teksten waan je je beslist even daar en in die tijd. Maar het verrassende komt vooral doordat onze tijd er letterlijk mee is verweven, door de hedendaagse voorwerpen die zich schijnbaar moeiteloos mengen met de oude schoonheid.

Onwillekeurig ben je voortdurend aan het vergelijken. En daardoor krijgen de oude voorwerpen, teksten, materialen betekenis. Dit is precies waar de samenstellers gebruik van hebben gemaakt. Ze hebben zich dit heel goed gerealiseerd.

Een bijzondere inval moet het zijn geweest om de tentoonstelling op deze manier vorm te geven. Al brainstormend zal er iemand gezegd hebben: “Als we nu eens…Iets nieuws..?” En daar gingen ze los. De oude tijd plaatsen in de nieuwe tijd. En andersom. Hedendaagse kunst en design combineren met de Romeinse kunst en gebruiksvoorwerpen.

Plastic bokalen, groente van stof, foto’s, afdrukken op glas van prachtige tuinen, een 3D-printer die ter plekke een hedendaagse amfora uitspuugt. Teksten aan de muur van gewone daagse gebeurtenissen, gevoelens en gedachten, die ook hedendaagse notities zouden kunnen zijn op Facebook bijvoorbeeld.

Eenvoudige materialen in tegenstelling tot eeuwig marmer. Japonnen losjes gebaseerd op de Romeinse dameskleding. Olielampjes gecombineerd met flakkerende elektrische peertjes. Een boekenkast met onbeschreven papyrusrollen. Wat een vondsten. We vervielen van de ene ahhh in de andere o!

Er waait een frisse wind door het muffe museumwereldje. Dat was bijvoorbeeld ook voel- en zichtbaar bij Voorlinden. Wat is er mooier dan dat je met een grote glimlach en zeer voldaan het monumentale pand verlaat?
Wie zich ook wil laten verrassen, kan ik deze tentoonstelling van harte aanbevelen!