Fernweh

wat neem je mee
als je op reis gaat
naar Wenen

een koffertje met kleding
toiletgerei
goede schoenen
paspoort, pinpas
“Die Welt von Gestern”
tickets op de telefoon

en als je terugkomt
wat neem je mee
uit Wenen

een ruime blik
een rijk gevoel

zwoele avonden
in de schemering
een terras op het kerkplein

muziek in het donker
in het park
muziek
op een zonovergoten middag
muziek op stations
muziek van weleer

het levend schilderij van
mensen rond een tafel
op een pleintje
kaarslicht en paardenhoeven
geratel van een koets
op kinderkopjes

Kunst met een hoofdletter
en met de Duitse oe
zoveel mooier
Schoonheid
intense pijnlijke schoonheid

de hunkerende herinnering
aan hen die hier ooit leefden
die wij kennen van
boeken en verhalen
muziek en schilderkunst
van strijd en macht
wier voetstappen
haast zichtbaar opgloeien
in het plaveisel
en waarop je onvermijdelijk
je eigen voeten zet
wij delen dankbaar
in hun erfenis

alles is er nog
en wij nemen daar
bijna tastbaar
iets van mee

genoeg is het niet
er knaagt altijd
een onbestemd verlangen















Starry Night

Onder-
“Kijk, daar staat hij. Die grote, fonkelende, waar we al zo lang op hoopten. Onze berekeningen kloppen. Kijk jij ook eens, kleine jongen. Daar, aan de oostelijke hemel, waar de wolken wegtrekken. Je moet nog veel leren, maar je doet goed je best; je zult het net zover brengen als wij drieën. Hier, de kijker. Gezien? Wat een schittering, hè?” De jongen knikt. Zijn donkere ogen stralen als de ster die hij zojuist zag.

Be-
Het grote perkamenten boekwerk ligt op de tafel. “Wanneer is die voorspelling toch gedaan? Kom jongen, kijk eens mee met ons drieën. Lezen kun je en de tekeningen hebben voor jou ook geen geheimen. Ja, hier! Alles klopt: de ster, de datum, de stand, de tijd. Als wij straks op weg zijn, is het jouw taak om aan iedereen die het maar horen wil, te vertellen wat dit betekent: er is een koningskind geboren.”

Toe-
De kamelen zijn gezadeld, proviand voor weken is ingepakt. De route is eenvoudig; ze reizen ’s nachts en volgen de ster. De cadeaus worden verdeeld. De oudste overhandigt het goud, vanwege de koninklijke status van het kind. De donkerste biedt de mirre aan, als symbool voor menswording. De jongste presenteert de wierook, die de goddelijkheid van het kind benadrukt. Als ieder zijn gave goed heeft opgeborgen, begint de karavaan aan een lange tocht westwaarts.

Af-
Het paleis van de koning baadt in het licht. Maar een koningskind is er niet geboren. Daarvoor moeten ze nog verder reizen. De koning wil graag weten waar het kind is, maar houdt zijn moordlustige plannen verborgen. De drie reizigers vertrouwen het niet; een droom waarschuwt hen niet naar hem terug te gaan. Tenslotte overhandigen zij het kind de geschenken; zij herkennen hem als een van hen. Dit zal niet veel later ook blijken.


Dit is een verhaal in de categorie WE-300 (word exact 300), een schrijfuitdaging van Plato (https://platoonline.wordpress.com/): Schrijf een verhaal van 300 woorden, waarin het sleutelwoord niet mag worden genoemd. Deze keer was het verboden woord: wijzen. In meerdere betekenissen.

Wat de hemel zag…

We hadden het gepland, dus we wilden wel graag dat het door zou gaan. Dat we ons erop hadden verheugd, was te veel gezegd; het zou beslist geen vrolijk uitje worden. We hadden al te veel gehoord.

Op de bewuste dag bezoeken we al vroeg de synagoge. Een goede start, het geeft ons rust en berusting. Daarna lopen we door de zonovergoten stad, niet ver van de Joodse wijk. We nemen alles goed in ons op, we zullen dit niet snel terugzien. In een parkje, te groen eigenlijk voor de prille maand mei, zetten we het gesprek voort, dat we tijdens de wandeling zijn begonnen. Het geloof is maar al te vaak een precair onderwerp. Voor ons niet. Wij wisselen onze ervaringen uit. En die blijken niet heel veel van elkaar te verschillen.

We kopen wat brood voor onderweg, je weet maar nooit. Op de afgesproken tijd staan we klaar met onze luttele bagage. Veel zullen we niet nodig hebben, is ons gezegd. Alleen het toegangsbewijs is essentieel. We wachten. Op het muurtje gezeten hebben we een goed zicht op de weg. De tijd verstrijkt, maar er is in de verste verte geen busje te zien. Ze zullen ons toch niet vergeten zijn? Aan de overkant is het nog steeds druk bij de synagoge. Mensen lopen in en uit. De zon koestert onze gezichten, het is warm voor de tijd van het jaar. Plotseling snelle voetstappen. Een jonge man in een zwart kostuum rent even verderop een zijstraatje uit, knielt net om de hoek met het geweer in de aanslag. Hij loert over de loop, maar schiet niet. Vreemd. Hij neemt de benen wanneer iemand op hem af komt rennen, keert via dezelfde route terug en het tafereel herhaalt zich. Unheimisch? Nee, niet eens. Het lijkt of we midden in een filmopname zijn beland.

Zo langzamerhand begint de tijd te dringen. Waar blijft dat busje nu toch? Nu we eenmaal geboekt hebben voor deze trip, nu we ons erop hebben ingesteld, moet het er ook maar echt van komen. Juist als we erover denken dan maar alsnog op eigen gelegenheid te gaan, loopt iemand op ons af, controleert het kaartje, stelt zich voor als de chauffeur en neemt ons mee. We stappen in. Er zitten al meer mensen in het krappe busje, waaronder een peuter en een baby. De moeder sust het kleintje, de vader houdt de peuter bezig. Na een kilometer of wat stapt er nog een stel in. Het busje zit nu echt propvol.

Een enkele stop onderweg bij een benzinestation. Onze medepassagiers slaan flink wat proviand in en beginnen dat direct weg te werken. Nu nog een dik halfuur rijden. Weilanden, bossen, kleine dorpjes. Vriendelijk landschap. Het staat in schril contrast met waar wij straks zullen aankomen.
De laatste afslag. We hebben de borden onderweg gezien. Nog even. Mijn maag verkrampt. Nu al.

We zijn uitgestapt en worden bij elkaar geroepen. Er voegen zich meer mensen bij onze groep. We krijgen een nummer. Nu is het wachten op degene die ons naar binnen zal begeleiden. Onder de poort door. Die poort waar al zovelen voor ons onderdoor zijn gegaan. Wij weten wat ons te wachten staat, maar toch ook weer niet.

Daar is onze gids, een jonge, frêle vrouw. We laten de pizzeria en de stalletjes met souvenirs achter ons. Ze spreekt ons vriendelijk maar streng toe: Weet waar je bent en gedraag je daarnaar. Dan volgen we haar. In stilte. Het grind knerst onder onze voeten. De tranen springen in mijn ogen: zo moet het ruim zeventig jaar geleden ook geklonken hebben…

Neva-kleurig

Altijd reuring, уходы, zoals het daar heet
Langs de Nevski Prospekt
Het verkeer raast langs de brede trottoirs

Mooie jonge meiden
Lang blond haar, bleke smoeltjes
Precies de goede kleding
Hip, kort, strakke broeken zonder scheur
Flaneren in een wolk van parfum
Zonder zwikken op stilettohakken

Jongens met zwarte leren jasjes
Het sluike haar over het voorhoofd
Snelheid in hun pas
Keurende blikken

Oudere dames, de Moeders van Rusland
Grote boodschappentassen aan de arm
-Waar zijn die mooie meisjes van vroeger?-
Gebloemde hoofddoek over grijze krullen
Gezichten verzacht tot glimlach

Mannen, pet en snor, doorleefde koppen
Een bobbel in de borstzak
– Dorst komt altijd onverwacht –
Wijde broeken, vale jacks
Sigaret, die eeuwige sigaret
Zij lopen niet- zij bezetten de bankjes

In strak gesneden maatpak
Snelt de jonge zakenman voorbij
Aktentas, snelle schoentjes, duur horloge
Aftershave ruikt overal hetzelfde
Een afspraak, vergadering
Tijd is geld, dat is te zien

Maar dan de kinderen
Dansende dartele meisjes
Stevig stappende jongens
Dikke jassen aan en mutsen op
– Want september –
Vrolijk aan de hand van moeder

In de bleke gezichtjes
Vallen de grote ogen op
Donker, ondoorgrondelijk
Vriendelijk, terughoudend
Gedecideerd, vragend
Leningrads of Petersburgs
Maar Neva-kleurig

Neva-kleurige ogen
In mooie kindergezichten
Afkomst verloochen je niet

——————————————————————————————————————-

Lees ook: Het Rode Plein: https://wp.me/p36K0e-Wm

Ontmoedigend Overweldigend: https://wp.me/p36K0e-Ih

Trojka: https://wp.me/s36K0e-trojka

Moedertje Wolga: https://wp.me/p36K0e-No

Красная Площадь

– Het Rode Plein –

Zo is het natuurlijk altijd al geweest
Maar ik zie voor het eerst
Hoe de schemer het plein
Hult in een zachtroze waas
De vallende avond dempt de geluiden
En laat ze wegzweven in het niets

Daar waar ooit koppen rolden
Bloed vloeide
Laarzen marcheerden
Bevelen werden geschreeuwd
Angstkreten klonken
Overwinningen werden gevierd

Klinkt een vredig geroezemoes van stemmen
Vrolijk gelach af en toe
Liefdevol kijken jongens naar meisjes
En vice versa
Mobieltjes, ach als er toch geen mobieltjes waren
Leggen de beelden vast
Sta nu eens zus en zo en kijk naar mij
Voor nu en later

Gelukkig zijn zij die hier slenteren
Hand in hand en mooi en jong
Het leven een feest
In elk geval nu, voor even, deze avond
En nu staat het leven aan hun kant

Daar op dat Rode Plein

Waar verderop iemand al jaren
In zijn dooie eentje
Dood ligt te zijn

——————————————————————————————————————-

Lees ook: Neva-kleurig: https://wp.me/p36K0e-Xb

Ontmoedigend Overweldigend: https://wp.me/p36K0e-Ih

Trojka: https://wp.me/s36K0e-trojka

Moedertje Wolga: https://wp.me/p36K0e-No

Turkse cinema!

Vijftig jaar geleden maakten we liftend een rondreis door Turkije. Dit is het derde deel van het verslag en een vervolg op: Naar Turkije! en En dan naar Izmir!

Na een middag tomaten sorteren en in kisten pakken, besloten we dat één nacht in het burgemeestershuis logeren wel genoeg was. Er was verder niet veel te doen en een gewoon gesprek voeren zat er uiteraard niet in. Bovendien hadden we het plan om nog naar Ankara te liften en dat was niet naast de deur. Dus bij de avondmaaltijd deelden we, zo goed en zo kwaad als het ging, mee dat we de volgende ochtend weer wilden vertrekken: “Demain partir.” Hoewel de burgemeester enigszins teleurgesteld keek, was het waarschijnlijk ook een opluchting. Ze hadden hun bed aan ons afgestaan en wij vonden dat eigenlijk wel een beetje gênant. Bovendien werden er voortdurend lekkere hapjes aangedragen. Afslaan was onbeleefd, hadden we zo langzamerhand wel geleerd, maar waar moest je het allemaal laten? En ook zij kregen waarschijnlijk wel genoeg van het ‘praten met handen en voeten’ en het kleine beetje Frans. “Bien”, zei hij snel, “maar vanavond wij naar cinema.” We hadden geen idee wat hij bedoelde. Er was toch geen bioscoop in dit godverlaten gehucht? Maar goed, we zouden wel zien.

Na de avondmaaltijd viel de nacht al snel in. De vrouwen trokken zich terug in huis en de mannen maakten zich klaar voor de feestavond in de cinema. Dat betekende dat ze handen en gezicht wasten bij de waterput. Toen konden we gaan. Inmiddels was het pikdonker, maar zij kenden de weg uiteraard, dus wij volgden.

Een onvervalste Turkse nacht. Nog steeds was het warm. De vage geur van houtvuren verspreidde zich over het land. De kreet van een vogel verscheurde heel even de stilte. De mannen fluisterden; zouden ze het over ons hebben? Een lauw briesje stak op en ritselde door het korenveld. In de verte doemden lichtjes op.

De plaats van bestemming bleek een oude houten schuur met een kleine verhoging als podium. Voor de bezoekers stonden er houten stoeltjes. Achter een verveloze tafel, die ooit blauw was geweest, inde een oude Turk met een groen mutsje het entreegeld. Er werd voor ons betaald. We hadden geen idee wat dit vermaak kostte. En ook nog steeds niet wat het vermaak zou zijn.

“De zaal” stroomde snel vol. Vol mannen. Die hadden zich hier kennelijk al tijden op verheugd. Handenwrijvend keken ze vol spanning naar het podium. Gelukkig hoefden ze niet lang te wachten. Muzikanten namen plaats en daarna kwam onder luid applaus een beeldschone vrouw naar voren. Ze lachte naar de mannen, strekte haar armen naar ze uit, schudde haar donkere haar, en de kwastjes, die op twee strategische punten op haar blouse waren bevestigd, deden vrolijk mee. Ze barstte los in een helder gezang. In het zachte licht van de lampjes glansde haar soepele groene rok sprookjesachtig toen zij haar heupen draaide en haar buik liet trillen. Dit was dus de cinema! Ze draaide, wiegde, danste, lachte, en zong het ene lied na het andere. Het publiek reageerde extatisch! De burgemeester keek ons met een vette grijns aan: vonden we dit net zo mooi als hij en zijn kornuiten? We knikten vol overtuiging.

Na de pauze was het tijd voor verzoeknummers. De mannen die er geld voor over hadden, stopten dit in haar boezem, die de zangeres hiervoor genereus aanbood. Ze fluisterden haar in het oor wat ze graag wilden horen. Ze knikte, lachte haar allerliefste glimlach, schudde haar borsten en zweepte het publiek op met haar dans, haar zang, haar gebaren en haar blik.

Wij genoten omdat het zo echt, zo mooi, zo authentiek was. Geen toeristisch optreden, geen verplicht nummer. Onvervalst volksvermaak. Maar we genoten vooral van het publiek, dat er zo intens in opging.

De volgende ochtend werden we al vroeg gewekt door de vrouw des huizes die voor de slaapkamerdeur in haar handen klapte. Na een ontbijt van vers brood, zoete thee en geurige tomaten werden we met een ezelskar naar de autoweg gebracht. Van hieruit zouden we proberen zo snel mogelijk in Ankara te komen. We bedankten hartelijk voor de gastvrijheid. De heerlijke tomaten, die ons nog waren toegestopt, knoopten we in onze theedoek. Voor onderweg.

Op naar het volgende avontuur. De lange weg naar Ankara.

——————————————————————————————————————-

Dat de foto’s, en vooral die van de vrouwen, zo vaag zijn, komt doordat hij van heel veraf is genomen en wij in die tijd niet over een telelens beschikten. Veel mensen, en zeker de vrouwen, wilden pertinent niet gefotografeerd worden, dus probeerden wij het zo. Met het afdrukken vergrootten we een deel, maar echt scherp werd het dan dus niet. Toch geeft het wel een aardige indruk. Vind ik…
Wat is er in vijftig jaar tijd veel veranderd!

Moedertje Wolga

DSC03190

Flaneren langs de Wolga. Op een zwoele lenteavond. Vriendin H en ik hadden een jaar geleden niet kunnen denken dat dat er nog eens van zou komen. Maar nu zijn we hier toch echt. De enige dissonant zijn de wolken muggen, die we moeilijk van ons af kunnen houden. Maar verder is het heerlijk. De geur van water, niet specifiek, maar je weet het gewoon, zo ruikt het als er water in de buurt is. Alles klinkt ook anders; water weerkaatst alle geluiden en lijkt ze tegelijkertijd enigszins te dempen. Het voelt goed. Het voelt geweldig! Heel anders dan een wandelingetje langs de ons zo welbekende Zaan.

Waar wij nu zijn, in Tver (zeg Tveer), ontspringt de Wolga en vanaf hier zal zij met haar lengte van ruim 3600 km door Rusland stromen tot aan de Kaspische Zee. Moedertje Wolga. Op haar breedst is de rivier 26 km. Hier niet. We kunnen de overkant makkelijk zien.

De schemering valt en de lucht kleurt roze. Het wateroppervlak kleurt van grijs naar donkerblauw tot zwart. Lichtjes weerspiegelen. Gouden koepels, tussen het groen aan de overkant, trekken de aandacht. Sprookjesachtig mooi is het hier. Voor het echt donker wordt, lopen we terug naar het centrum. Bij dit geluksgevoel hoort een glaasje wodka. We slaan dat niet in een keer achterover, we zijn tenslotte geen volleerde Russen; nippend mijmeren we nog wat na. Wat goed dat we hier zijn. En hopelijk niet voor het laatst.

DSC03211

In de ochtend ziet de rivier er weer heel anders uit. Alsof ze met frisse moed aan de nieuwe dag begint. Waar de zon de golfjes beschijnt, glinstert het water zilverachtig. Vanaf de oever hebben we uitzicht op de oudste ijzeren brug over de Wolga, even verderop. Een magische plek. Je kunt afdalen tot vlak bij het water. Dan komt het erop aan je evenwicht goed te bewaren als je op de wiebelige steenblokken stapt en je handen in het Wolgawater wast. Zo weet je zeker dat je eens terug zult komen.

Waren we de vorige reis al opgetogen dat we de Moskva zagen, in grijs regenweer, dat we nu de grootste Russische rivier hebben uitgedaagd voor onze terugkeer te zorgen, stemt ons helemaal tevreden.

Wolgaslepers

Een paar dagen later zien we in Het Russisch Museum in Sint Petersburg het indrukwekkende schilderij van Ilja Repin: De Wolgaslepers. Het keiharde leven, niks romantiek.

Maar voor ons is de cirkel rond.

——————————————————————————————————————-

Blog over dezelfde reis, ook met SRC-reizen; klik op de link: https://ajroc.wordpress.com/2016/06/07/to-russia-with-love/

Lees ook: Красная ПлощадьЖ https://wp.me/p36K0e-Wm

Ontmoedigend Overweldigend: https://wp.me/p36K0e-Ih

Neva-Kleurig: https://wp.me/p36K0e-Xb

Trojka: https://wp.me/s36K0e-trojka

To Russia, with love.

Matroesjka

Gepikt en gedreven; de reis naar Rusland kan beginnen. Aan alles is gedacht: van ondergoed tot visum, van diarreeremmer tot extra sd-kaart voor de camera. Opmerkingen hebben we zo goed mogelijk gepareerd: ga je naar dat land van Poetin? Ja, wij gaan naar ‘dat land van Poetin’. Dat land heeft namelijk ons hart gestolen en onze tweede reis naar Rusland wordt een schitterende aanvulling op de eerste, verwachten wij.

En die verwachtingen worden niet beschaamd. Integendeel. Moskou is nog zoals het was. Moskou is zoals Moskou moet zijn. De gouden koepels tegenover de strakke architectonische hoogstandjes. De drukke tienbaanswegen tegenover de rustige achterafstraatjes. De dichtbevolkte, levendige binnenstad tegenover de stille parken. Maar het is vooral Moskou. De stad sluit om ons heen als een goedzittende warme mantel. We voelen ons thuis.
De laatste avond in deze fascinerende stad brengen we door op en rond het Rode Plein, waar we in de vallende schemering opgaan in het geroezemoes van de Moskovieten die hier, in paren rondslenterend, het weekend afsluiten. De nieuwe werkweek is in zicht.

rode plein

Dan volgt de geplande, wonderbaarlijke, schitterende reis over het Russische platteland langs de Gouden Ring -die meer dan genoeg stof oplevert voor nog een aantal blogs- waarna we aankomen in Sint Petersburg. Overvol opgedane indrukken belanden we nu in een totaal andere wereld.

Wat een omschakeling! We willen de rust, de stilte, de schoonheid nog even vasthouden. Maar er is geen houden aan. De magie van Sint Petersburg doet haar werk er we stromen mee in het bruisende leven. Verkeer, lawaai, mensen. Vooral mensen.

Moskou, een van oudsher gegroeide en nog steeds groeiende stad. Sint Petersburg, gepland en gebouwd volgens een vooropgezet plan. Beide steden mooi, authentiek, ruim, bijzonder, aantrekkelijk, boeiend, verrassend, maar vooral verslavend. Hier wil je zijn, zien, horen, ervaren, ademen, lopen, en altijd weer terugkomen.

En dan: “De Rus”. Een wonderlijk volk. In Moskou zien alle mannen eruit of ze Boris heten; Sint Petersburg lijkt vooral bevolkt door de Igors. De vrouwen hier zijn de Natalja’s; in Moskou de Irina’s. En overal is drukte, is activiteit, beweging. Men is onderweg. Óf men rijdt rond in dikke, dure auto’s van en naar Belangrijke Bijeenkomsten, óf men schommelt over straat met een schamel tasje met boodschappen, óf men slentert en flaneert mooi aangekleed, heerlijk geurend en vaak gebotoxt over de Arbat in Moskou of de Nevskij in Petersburg.

In functie is de Rus streng en zich van zijn plicht bewust. Controle bij de winkeldeur: heb jij je aankopen wel eerlijk afgerekend en zit het bonnetje in je tas? Op het vliegveld: lijk jij wel op de foto in je paspoort? Heb je echt al je spullen op de controleband gelegd? Ja, ook het fototoestel dat je in je hand houdt! In de kerk: uh-uh-uh, géén foto’s maken! De Russische blikken kunnen echt heel streng zijn! En dan doe je met opgewekte tegenzin wat er van je wordt verwacht.

Maar, o, wat zijn er in de normale omgang toch een aardige mensen. Oude vrouwtjes (met die plastic tasjes met boodschappen) leggen met handen en voeten uit waar je het woonhuis van Dostojewski kunt vinden. Vrolijke jongens maken je in hun beste Engels duidelijk welke smakelijke broodjes zij je het liefst serveren bij de heerlijke koffie Americano die ze je net hebben voorgezet. De aardige dame van het winkeltje in het museum legt met liefde uit waar de uitgang is. Een lief, grijs omaatje, dat de rol van suppoost vervult, verkondigt trots met een breed gebaar dat alles wat er in ‘haar’ zaal hangt prachtig is. Hetgeen wij van harte beamen.

Het is ook weer goed om thuis te zijn. Het geeft de mogelijkheid om nog eens te vertrekken naar dat bijzondere en prachtige land. Naar mijn lievelingsstad Moskou. En daarna naar Sint Petersburg.

Een heerlijk vooruitzicht.
With love to Russia..….

——————————————————————————————————————-
Nog een blog over dezelfde reis; klik op de link: https://ajroc.wordpress.com/2016/06/15/moedertje-wolga/

Blog over de vorige reis, naar Moskou en Sint Petersburg.
Klik op de link: https://ajroc.wordpress.com/2015/10/06/ontmoedigend-overweldigend/

Blog over een nieuw boek over de Romanovs.
Klik op de link: https://ajroc.wordpress.com/2016/07/06/de-romanovs-van-montefiore/

Lees ook: Красная Площадь: https://wp.me/p36K0e-Wm

Neva-Kleurig: https://wp.me/p36K0e-Xb

Trojka: https://wp.me/s36K0e-trojka

Pasen in de Eifel

img115

Een sombere dag is prima om een rommelkastje uit te mesten. Ik neem me voor om dit nu eens grondig aan te pakken. De dvd’s liggen al snel op nette stapeltjes. De fotoboeken zijn aan de beurt. Maar dan zie ik een stukje vergeeld papier uitsteken. Ik ben verkocht. Nog geen seconde later zit ik in de rode ribfluwelen stoel te gieren van de lach.

Op mijn schoot ligt een met de hand geschreven verslag van veertien kantjes van een paasvakantie in de Eifel. Meisjeshandschrift. En de taal van een meisje van zeventien. Hoogdravend af en toe, soms kinderlijk. Ze maakt veelvuldig gebruik van het woordje echter. En van taal die ze uit boeken heeft geleend: ‘het brood is hier zo hard als een bikkel. We moeten onze tanden en kiezen dubbel zo goed gebruiken als thuis.
Wat ben ik blij dat ik dit gevonden heb. Tussen de regels door geeft dit zo’n mooi beeld van het reilen en zeilen van ons gezin, eenenvijftig jaar geleden.

Via zijn werk had mijn vader voor de paasvakantie een huisje gehuurd. Tien dagen naar Duitsland. Wat waren we opgewonden, mijn broertjes en ik. Voor het eerst naar het buitenland. De bergen zien! De reis begon met een rit in een taxi. Dat was al bijzonder. ‘Daarna zeulden we vier koffers en nog wat handbagage naar het derde perron.’ We kregen te maken met situaties die nog nooit eerder waren voorgekomen: ‘…om 12.40 waren we in Venlo. Hier kwam de douane en vroeg of we iets aan te geven hadden. Nadat we verklaard hadden dat dit niet het geval was, ging hij weer verder. Om tien voor een zette de trein zich weer in beweging, richting Viersen. Hij werd nu getrokken door een stoomloc, die in Duitsland nog wel veel gebruikt worden. Dikke witte rookwolken belemmerden ons het uitzicht.’ Heerlijk!

Na een lange busrit belandden we in een huisje met ‘naar alle kanten een prachtig uitzicht.’ We wandelden, zochten fossielen, tafeltennisten, jokerden en genoten van moeders kookkunst. Af en toe leerde ik nog wat voor het HBS-examen. Een paar keer dronken we koffie in de kantine, een ongekende luxe. Zelfs kregen we een keer een mars. En een glas cola!

‘We beklommen bergen aan de noordkant.’ en ‘kerfden onze initialen en de datum in een rotswand.’ De hoogte werd nauwgezet vermeld. Het regende, het hagelde, het sneeuwde, het was zo koud dat we soms met dekens om ons heen dicht bij de kachel zaten, maar niets kon de stemming bederven.

Op een ochtend liepen we wat rond over het terrein en zagen een herder met een kudde schapen. We renden naar huis om het fototoestel te halen. Dit was het echte Duitsland. We maakten een praatje met de man. Zo oefenden we het Duits. Ook trouwens bij het boodschappen doen: ‘Alles moest in het Duits gevraagd en geantwoord worden, wat nog wel eens wat moeilijkheden gaf.’

Ik schenk een kop koffie in en lees het verslag nog een keer. Even is ons gezin als vanouds bij elkaar.

img116

Ontmoedigend overweldigend

DSC01319

Weer twee stipjes op de kaart bezocht. Op de wereldkaart, welteverstaan. Deze reis behoefde een degelijke voorbereiding. Een visum. Een nieuwe koffer. Enig leeswerk kon ook geen kwaad. Maar echt goed voorbereid op hoe het zal zijn ben je natuurlijk nooit. De werkelijkheid is altijd anders. Gelukkig maar, anders kwam je nooit uit je luie stoel.

DSC01519

Wat je ook mag denken over Rusland en zijn president, het is een feest rond te lopen door een waar fotoboek. En meer dan dat. Regelmatig spreek ik mezelf toe: Kijk goed! Je loopt hier echt! Het is tastbaar! Stamp, voel, proef, ruik! Adem de lucht die zo anders is dan thuis. Voeg je voetstappen toe aan die miljarden andere. Zie wat je ziet!

Dat stenen je kunnen ontroeren, had ik nog niet eerder meegemaakt. Maar het gebeurde. Moskou, stad van koepels, kathedralen, pleinen, brede straten, schone gevels, mozaïeken, moderne zakencentra, dure warenhuizen. Uniformen, drukte, een spetter regen. En nog een paar.

DSC01294

DSC01338

De Moskva, het grijze water, de bruggen, de parken vol kleurige paraplu’s. De zon op het goud, de overdaad. En mensen. Veel mensen. Feest! Vuurwerk! Ook een stad kan haar verjaardag vieren. Controles, een enkeling verkleed als de (wrede) heersers van vroeger en nu, klaar voor de foto.

DSC01138

Kraampjes met matroesjka’s, bontmutsen, prullaria. “Gollandia? Nog nooit van gehoord.” Paardenraces op het Rode Plein. Muziek! De graven, monumenten. De melancholie, het verdriet, de eenzaamheid, opborrelend gezang, bronzen stemmen. Hoe cliché wil je het hebben. Ach, het wordt me zo in de schoot geworpen en ik neem het dankbaar aan. Spasiba!

DSC01132

Moskou. Als een levend wezen stelt de stad zich aan mij voor. Omarmt mij. Ik voel me geborgen als in een levende matroesjka. Het pijnlijke gevoel van het vertrek wordt verzacht door het vooruitzicht nog een paar dagen in Sint Petersburg rond te kijken. Anders, maar zeker zo mooi.

Ja, weer twee stipjes op de kaart bezocht. En in het hart gesloten. Tijdens de terugvlucht overvalt me een vreemd gevoel van weemoed. Hoe meer ik zie, hoe groter de wereld wordt. Ik besef mijn onmogelijke kleinheid. Ontmoedigend overweldigend ligt de wereld onder mij.
Ik moet daar letterlijk en figuurlijk genoegen mee nemen.

DSC02215

——————————————————————————————————————-
Lees ook Красная Площадь: https://wp.me/p36K0e-Wm