Versleten voetsporen

In Den Vergulden Turk, het statige gebouw aan de Breestraat in Leiden, staat op deze zomerse dag mooi te wezen, ondanks de rij gammele studentenfietsen ervoor op het trottoir. Het goud op de drietand van Neptunus schittert in de ochtendzon en de Turk kijkt vriendelijk op ons neer.

Exact op deze dag, 26 augustus, maar dan in het jaar 1910, lunchten twee overbekende personen in het restaurant, dat hier toen op de begane grond gevestigd was.

Zo’n vijftig jaar nadien was het pand onderdeel van V&D en kwam ik er, samen met mijn nichtje, door een draaideur naar binnen, om boven in het restaurant limonade complet te gaan “gebruiken”, zoals iedereen toen zei.

Nu is het 26 augustus 2025. Wij zijn naar Leiden gereisd om in de voetsporen van bovengenoemde personen te treden. Koffie drinken in Den Vergulden Turk zit er niet in, maar de wandeling van vier uur gaan wij zeker maken; kris kras door de stad en eindigend in De Hortus Botanicus.

Wanneer ik mij die wereldberoemde, keurig geklede heren voorstel – brilletje, sigaar – voelt het toch wel heel bijzonder om hier nu te zijn. Hun geest is op homeopathisch verdunde wijze nog aanwezig. Je kunt ze zien gaan: Sigmund Freud en Gustav Mahler, die elkaar in hun woonplaats Wenen nog nooit hebben ontmoet, maar die hier in deze oer-Hollandse stad de eerste coachwandeling ooit zullen maken. Freud, die op vakantie is in Noordwijk, heeft Mahler, die niet weet hoe hij zijn huwelijksproblemen het hoofd moet bieden, hiertoe uitgenodigd. Wat had ik graag achter ze aan gelopen. Ze afgeluisterd. Hun stemmen gehoord. Waar zal het op zijn uitgedraaid? Freud heeft de componist er misschien toe aangespoord om zijn vrouw, Alma, die een (uitgelekte) geheime relatie had met de architect Gropius, terug te veroveren door middel van de ultieme liefdesverklaring: muziek! In elk geval voltooide Mahler De Achtste Symfonie, een magistraal werk, kort na dit gesprek, in september 1910. Het heeft niet mogen baten.

In een restaurantje met bijna-uitzicht op De Vergulde Turk bestellen wij koffie, die in de bedauwde, naar de zomerochtend geurende binnentuin wordt geserveerd. Met daarbij, heel toepasselijk, een overheerlijk stukje ‘turkish delight’.
Plots ervaren we een aangenaam verrassende schok: drie jaar geleden zaten wij in zo’n zelfde tuin, maar dan in Wenen, te wachten tot wij het pand, waar Freud woonde en werkte, konden binnengaan.

De dag moet nog echt beginnen, maar “we already can call it a day”.

Casa Romana in Leiden

Geboren en een heel klein poosje getogen (tien dagen in het Diaconessenhuis) in Leiden, gecombineerd met de herinneringen aan de bezoekjes die ik met mijn opa bracht aan de Hortus en het Museum van Oudheden, maakt het voor mij bijna een noodzaak om in elk geval één keer per jaar naar deze stad terug te keren.
Nu was het weer eens zover. Het moest. En dus togen wij op een mooie, winderige dag naar Leiden, met als doel precies datgene waar mijn opa me zestig jaar geleden mee naartoe nam. Waarmee hij mij besmette, kun je haast wel zeggen.

Het Rijksmuseum van Oudheden is enorm veranderd, sinds ik er voor het eerst een voet over de drempel zette. En opa, bouwkundige Jan van der Sterre, zou er vast wel wat over te zeggen hebben gehad. Buiten is nu ook binnen. De restauratie (alweer jaren geleden trouwens) is ruim opgezet en mooi uitgevoerd. Ik denk wel dat hij het zou hebben kunnen waarderen. De mummies, de Egyptische kunst, waar wij toen voor kwamen – het is er allemaal nog, zoals het hoort. En daar, in die donkere ruimtes, hoor ik altijd nog de enigszins brommerige stem die me dingen uitlegt, me op bijzonderheden wijst, een grapje maakt, vraagt wat ik ervan vind.

Vandaag komen we voor Casa Romana, het dagelijks leven in het oude Rome. We belanden in een zeer zorgvuldig opgezette tentoonstelling. Het voelt aan als een warm bad. Door de bijzondere opstelling en de verduidelijkende teksten waan je je beslist even daar en in die tijd. Maar het verrassende komt vooral doordat onze tijd er letterlijk mee is verweven, door de hedendaagse voorwerpen die zich schijnbaar moeiteloos mengen met de oude schoonheid.

Onwillekeurig ben je voortdurend aan het vergelijken. En daardoor krijgen de oude voorwerpen, teksten, materialen betekenis. Dit is precies waar de samenstellers gebruik van hebben gemaakt. Ze hebben zich dit heel goed gerealiseerd.

Een bijzondere inval moet het zijn geweest om de tentoonstelling op deze manier vorm te geven. Al brainstormend zal er iemand gezegd hebben: “Als we nu eens…Iets nieuws..?” En daar gingen ze los. De oude tijd plaatsen in de nieuwe tijd. En andersom. Hedendaagse kunst en design combineren met de Romeinse kunst en gebruiksvoorwerpen.

Plastic bokalen, groente van stof, foto’s, afdrukken op glas van prachtige tuinen, een 3D-printer die ter plekke een hedendaagse amfora uitspuugt. Teksten aan de muur van gewone daagse gebeurtenissen, gevoelens en gedachten, die ook hedendaagse notities zouden kunnen zijn op Facebook bijvoorbeeld.

Eenvoudige materialen in tegenstelling tot eeuwig marmer. Japonnen losjes gebaseerd op de Romeinse dameskleding. Olielampjes gecombineerd met flakkerende elektrische peertjes. Een boekenkast met onbeschreven papyrusrollen. Wat een vondsten. We vervielen van de ene ahhh in de andere o!

Er waait een frisse wind door het muffe museumwereldje. Dat was bijvoorbeeld ook voel- en zichtbaar bij Voorlinden. Wat is er mooier dan dat je met een grote glimlach en zeer voldaan het monumentale pand verlaat?
Wie zich ook wil laten verrassen, kan ik deze tentoonstelling van harte aanbevelen!

Toen…

DSC09175

Zou er
Vraag ik mij af
In dit museum
Op homeopathische wijze
Verdund
Nog een vleugje adem van mijn opa
Rondzweven?
Wij waren hier ooit samen

Hij toonde mij de mummies
Mensen, een kat
Een kleine krokodil, een aapje
Bont beschilderde sarcofagen
Koningen waardig, geopend
De windsels bruin verkleurd
Van degene die hier zijn rustplaats
Opgedrongen kreeg
Wat kanopen zijn
Leerde hij mij
En hiërogliefen
Voor we in de Hortus
De Victoria Regia gingen bewonderen

Elk jaar kom ik een keer terug
– Geboortestad vol herinneringen –
Om te zien of alles nog
Bij het oude is

Oud is het wel, wat ik hier vind
Maar de opstelling is nieuw
Ik mis het onbeholpen proefstuk
Van de jonge Egyptische
Schrijversleerling

Maar het meest nog mis ik
De onbevangen blik
Waarmee ik dit alles
Voor de eerste keer
Vol verwondering aanschouwde