Geen (ge)zicht

Toen het huis bijna klaar was, leek het hem een goed idee om zijn vroegere collega, Teuna, uit te nodigen voor een bezichtiging. Zij was zeer geïnteresseerd in bouwkunst en zijn keuze voor deze moderne architect was min of meer gebaseerd geweest op haar enthousiasme voor hem. Eerlijk gezegd was hij er nu niet meer zo zeker van of hij daar wel goed aan had gedaan. Het ontwerp was zeer koel en zakelijk, dat zeker, maar in sommige opzichten toch ook nogal oubollig. Het verbaasde hem dat hij zich dat niet eerder had gerealiseerd. Had hij de tekeningen beter moeten bekijken? Had hij meer moeten doorvragen? Of, en dit vond hij te pijnlijk om lang over na te denken, had hij Teuna eerder in vertrouwen moeten nemen?

Nog een goede maand en dan zou hij er wonen. Hij kon zich er niet veel bij voorstellen. Zou zijn meubilair hier wel bij passen? Of zou hij alles moeten vervangen door duur design? Hij propte zijn handen diep in de zakken en staarde door het grote raam. Deze plek had hij bewust gekozen; het uitzicht over het boerenland had de doorslag gegeven. Waarom zou hij dan nu moeilijk doen? Teuna, dacht hij, zij zal me kunnen geruststellen.

Toen ze uit de auto stapten, keek hij gespannen naar haar gezicht. Het verried niets. Heel rustig nam ze alles in zich op. Hij hield het niet langer: “Wat vind…?” “Mooi strak, een beetje minimalistisch, daar houd ik van, zoals je weet. Mag ik naar binnen?” Hun voetstappen klonken luid op de plavuizen in de hal. Ze betraden de riante woonkamer. Het was er pikdonker.

“Waar is dat uitzicht? Waarom zijn die ramen geblindeerd? Zeg tegen de architect dat hij die ondingen onmiddellijk laat verwijderen. Hoe haalt die man het in zijn hoofd?! Zo oubollig!”

———————————————————————————————————

Dit is een verhaal in de categorie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato: schrijf een verhaal van 300 woorden, waarin het sleutelwoord niet mag worden genoemd. Deze keer was het verboden woord: ontluiken.

Casa Romana in Leiden

Geboren en een heel klein poosje getogen (tien dagen in het Diaconessenhuis) in Leiden, gecombineerd met de herinneringen aan de bezoekjes die ik met mijn opa bracht aan de Hortus en het Museum van Oudheden, maakt het voor mij bijna een noodzaak om in elk geval één keer per jaar naar deze stad terug te keren.
Nu was het weer eens zover. Het moest. En dus togen wij op een mooie, winderige dag naar Leiden, met als doel precies datgene waar mijn opa me zestig jaar geleden mee naartoe nam. Waarmee hij mij besmette, kun je haast wel zeggen.

Het Rijksmuseum van Oudheden is enorm veranderd, sinds ik er voor het eerst een voet over de drempel zette. En opa, bouwkundige Jan van der Sterre, zou er vast wel wat over te zeggen hebben gehad. Buiten is nu ook binnen. De restauratie (alweer jaren geleden trouwens) is ruim opgezet en mooi uitgevoerd. Ik denk wel dat hij het zou hebben kunnen waarderen. De mummies, de Egyptische kunst, waar wij toen voor kwamen – het is er allemaal nog, zoals het hoort. En daar, in die donkere ruimtes, hoor ik altijd nog de enigszins brommerige stem die me dingen uitlegt, me op bijzonderheden wijst, een grapje maakt, vraagt wat ik ervan vind.

Vandaag komen we voor Casa Romana, het dagelijks leven in het oude Rome. We belanden in een zeer zorgvuldig opgezette tentoonstelling. Het voelt aan als een warm bad. Door de bijzondere opstelling en de verduidelijkende teksten waan je je beslist even daar en in die tijd. Maar het verrassende komt vooral doordat onze tijd er letterlijk mee is verweven, door de hedendaagse voorwerpen die zich schijnbaar moeiteloos mengen met de oude schoonheid.

Onwillekeurig ben je voortdurend aan het vergelijken. En daardoor krijgen de oude voorwerpen, teksten, materialen betekenis. Dit is precies waar de samenstellers gebruik van hebben gemaakt. Ze hebben zich dit heel goed gerealiseerd.

Een bijzondere inval moet het zijn geweest om de tentoonstelling op deze manier vorm te geven. Al brainstormend zal er iemand gezegd hebben: “Als we nu eens…Iets nieuws..?” En daar gingen ze los. De oude tijd plaatsen in de nieuwe tijd. En andersom. Hedendaagse kunst en design combineren met de Romeinse kunst en gebruiksvoorwerpen.

Plastic bokalen, groente van stof, foto’s, afdrukken op glas van prachtige tuinen, een 3D-printer die ter plekke een hedendaagse amfora uitspuugt. Teksten aan de muur van gewone daagse gebeurtenissen, gevoelens en gedachten, die ook hedendaagse notities zouden kunnen zijn op Facebook bijvoorbeeld.

Eenvoudige materialen in tegenstelling tot eeuwig marmer. Japonnen losjes gebaseerd op de Romeinse dameskleding. Olielampjes gecombineerd met flakkerende elektrische peertjes. Een boekenkast met onbeschreven papyrusrollen. Wat een vondsten. We vervielen van de ene ahhh in de andere o!

Er waait een frisse wind door het muffe museumwereldje. Dat was bijvoorbeeld ook voel- en zichtbaar bij Voorlinden. Wat is er mooier dan dat je met een grote glimlach en zeer voldaan het monumentale pand verlaat?
Wie zich ook wil laten verrassen, kan ik deze tentoonstelling van harte aanbevelen!