Weet nog niet hoe lang, een dag of vijf misschien, of langer.
Dat zien we vanzelf.
Groetjes.
Blij
Lekker, dat lenteweer, juichten de mensen.
Ook goed voor de dieren, aldus de zoöloog.
En de natuur, vond de bioloog.
Wat dacht je van de kas, glunderde de ijsverkoper.
De horeca ook , riep de terrashouder.
Kinderen genieten, zei de speeltuinhouder.
Lekker buiten zitten, murmelde een bejaarde.
En rustig in slaap vallen, vulde een ander oudje aan.
—
Zo wist de een na de ander iets gunstigs te benoemen.
Tot…
Pfff, blij met niks, grauwde de misantroop, dom volk.
Even was het stil.
Toen hebben ze hem boven op de kerktoren gehesen en daar vastgebonden met de boodschap:
‘Nu kan je pas ècht op ons neerkijken.’
===
Buiten in de zon.
Jongens, wat een weertje deze week.
Buiten zonnen en in slaap vallen.
Buiten lezen en in slaap vallen.
Buiten naar de vogels luisteren en in slaap vallen….
Het zal de frisse lucht zijn, in combinatie met de zon.
Samen zijn ze een probaat slaapmiddel, als ik wist hoe het moest zou ik hun kunstje in spuitbussen stoppen en duur verkopen. Kon ik een zijdezacht zonnebed neerzetten en luxueus buiten gaan liggen, hapjes en drinks laten brengen, dutjes doen..🥱
—
Iets anders is dat ik me voorheen verbaasde over oude mensen die zoveel sliepen -ze bewogen toch niet meer zoveel? – terwijl ik het nu zelf ook doe: plof in een luie (zonne-)stoel en slaap in.
Maar ik beweeg wèl en niet eens zo weinig.
Ik moet wel want zodra ik stil zit val ik…. juist.

Versjestijd
Speciale gereserveerde tijd vernoemt men naar het gewenste onderwerp.
Etenstijd, schooltijd, zomertijd, tijd voor een lekkere hap, en meer.
Nauwelijks te plaatsen in een definitie. Zo ja, dan lees ik het graag.
–
Het is doorlopend te laat, te vroeg, precies op tijd.Er is geen tijd of tijd in overvloed.
De tijd vliegt, dan weer staat hij stil.
Vroeger lijkt gisteren, de toekomst loopt van morgen tot de volgende eeuw en tot een later dat als vroeger was.
De tijd is onverbiddelijk. Geduldig. Onverschillig. Ligt aan de hoeveelheid die je ervan hebt of mist.
Kortom, niet te vangen. Ook niet in een taalnet, dan zou er geen eind aan komen.
Daarom is dit stukje nu klaar.
Komt íe:
of verbijt je de tijd
die kalmpjes verglijdt
met haast noch vlijt?
–
Voer je eigen strijd
met je eigen beleid
en raak niets kwijt
aan dwingende tijd.
==
Holte
Er zit niets meer in mijn hoofd.
Niet dat het voorheen veel was maar meestal vond ik nog wel wat.
Nu is het hol. Zodra ik probeer te denken klinken er echo’s, waarvan is me een raadsel maar leegte heeft dus een geluid.
Zal mijn moeder toch nog een beetje gelijk hebben gehad als ze zag dat ik me verveelde: ‘Kind, ga toch eens wat doen! Heb je geen boek of zo….’
Nietsdoen vond ze leeghoofdigheid. Ze geloofde niet dat ik zat te denken maar ja, ze was niet wijzer, vond ik. Wist zij veel.
Nu heb ik boeken genoeg en leeswerk op internet, meer dan ik kan behappen. En letterlijk iets doen kan ook nog.
Maar wat wil je met een leeg hoofd, het heeft geen zin want .niets beklijft. Nu al weet ik niet meer waarover dit gaat.
Eén voordeel heeft het in ieder geval:
Ik hoef nergens wakker van te liggen.
===
Die oude boom
Hij loopt op zijn laatste been.
Hier en daar splijt hij, heeft geen kleer meer aan zijn lijf.
Bemoedigend klop ik hem af en toe op zijn blote bast. Dan zucht hij ’n beetje.
Toch is hij nog steeds bereid om buurstruiken rechtop te houden, de goeierd, hij verdraagt de lijnen met gemak. Zogenaamd, we weten beiden beter.
Het is hem dan ook gegund dat de wisteria een hand naar hem uitsteekt.
Kijk nou toch, is dat niet liefdevol?
Langslopend meen ik gekraak te horen en denk graag dat het een dankjewel is.
==
Vlees. Toch?
Vandaag had ik trek in een gehaktbal.
Ze zagen er aantrekkelijk uit dus nam ik er twee.
Daarbij een portie sla.
Heerlijke maaltijd,
al die groentes….
==
Update
ik bedoelde dat de slager meer en meer groen in de gehaktballen stopt.
Stond in de kranten.
🙂 😏
–
Terugdenken.
Onlangs zag ik een stukje film over een plaats in de bergen, weet niet meer waar.
Mooi dorp of stadje, mooie mensen, maar toch, opgesloten.
– Zo zag ik het als puber wanneer ik las over mensen in landen met hoge bergen of midden in een oerwoud en op eilanden. Naar mijn idee moesten die wel anders zijn dan bewoners in gewone landen, met contacten rondom en uitvalswegen.
Nooit iets van een andere wereld zien, altijd op je eigen bevolking gericht, dat leek me behoorlijk bekrompen. –
Als piekerende tiener dacht ik daar onnodig diep over na tot de gedachte vervloog, zoals de meeste ideeën. Gelukkig maar, ik besefte niet hoe arrogant ik was.
Bij het stukje film echter kwam het weer bij me op door een herinnering, juist in die rare tienertijd.
We kwamen te wonen in een dorp van nog geen 400 inwoners. Die allemaal een auto en telvisie hadden, redelijk dicht bij een stad, groot dorp als buurplaats, paar kruideniers en café’s. Kerkje als bedevaartplaats. Je zou denken dat ze wel wat gewend waren van buitendorpsen.
En toch vielen de meesten stil als we in de winkel kwamen. Het duurde even voor we als ‘gewoon’ werden gezien. Het was niet alleen de taal, je voelde je een marsmannetje.
Later begreep ik dat dit overal zo ging, ook in de gehuchten en gaten elders in de wereld en wat dacht je van stedelingen? Die hebben zo hun eigen stadse opvattingen.
En vinden die het beste.
–
Alleen maar een paar minuten film, het zet meteen je geheugen op stelten.
==
ps
Ruimtestory heeft oponthoud.
De onderzoeker kreeg een lekke band.
—
Kort
Je zag het al: ik heb weinig tijd en gaf dus mini-antwoorden .
Doe het er maar mee, het is niet kortaf bedoeld.🥰
Tot morgen.
==
Ruimtestory 1

Ooit, lang geleden, was er een ruimtewezen dat een vakantiereis maakte.
Een Melkwegtrip.
Daar in de buurt zou een planeetje bestaan met vreemde wezens, werd er in zijn wereld verteld.
Gevormd in allerlei soorten, maten, modellen, van eigenaardig materiaal en dat niet alleen: ook van verschillende kleuren. Ze vertoonden de vreemdste eigenschappen en uitgesproken eigenaardige gewoonten. Ze noemden zichzelf ‘mensen’, wat dat ook mocht betekenen.
De geleerden en onderzoekers hadden via geheime netwerken bijzondere beelden gemaakt, maar eigenlijk geloofde niemand dat ze echt waren.
Een wereld met levende bodems waarin ‘mensen’ woonden… kom op zeg.
==
Volgende keer verder.
Sprits
Er was een smakelijk programma op de televisie, Heel Holland Bakt.
Ik keek maar een paar minuten en was al verkocht: spritsen maken.
Spritsen, mijn lievelingskoek en als ik niet zo op de penning was zou ik er elke dag een paar eten.
Als kind was ik er al verzot op.
Die van de bakker waren goed (Moe’s smaak) maar een ander merk sprong er uit:
Nobo (Verkade),
Pak er een, bekijk, doe de ogen dicht en hap… ze smelten tussen je tanden.
Hmmm, als het engeltje dat enzovoorts.
Ik kan ze niet in huis hebben, een paar stuks zou een heel pak worden.
Gymnastiek zou niets meer uithalen, bewegen niet, iets anders zou niet meer smaken, zelfs de aardappelen zouden spritspiepers worden, enzovoorts.
Natuurlijk, ik kan er aan wennen maar dan is het niet meer de zaligheid die ik er nu in proef.
==
ps
Geen naamplaatje, ik weet niet of dat zomaar mag.
Maar spritsen van dat merk zijn, denk ik, bekend genoeg.
===
pps
Truste en tot spritzzzz………
====