Morgen….

..start de lente
ik ben zijn assistente
en help de zon op weg
voor een mooi-weer-overleg
en dan  gaan we tuinen
in knol en wortels struinen
met blote rug en handen
zonder te verbranden
daarvoor is het veel te vroeg
en nog lang niet heet genoeg
maar zacht van temp’ratuurtje
(niet voor een herdersuurtje)
alleen maar fijn genieten
en ‘savonds  grote frieten
om buiten op te eten
zonder muggenbeten.
Was hij maar permanente
en eeuwig hier,
die Lente.

pennenvruchten

Mooi woord met allerlei vergelijkbare betekenissen.
opstel verhaal geschrift stukje logje gedicht boek versje en meer van dat.
Zodra je leert schrijven begint het:  paa rookt  sigret en  moe zet tee.
En zo ga je door tot je aan een opstel toe bent, verhaal,  gedicht, enzovoorts.
Weblogs zijn een ideaal middel om vruchten neer te pennen.
Het is van jezelf en niemand heeft er iets over te zeggen, hoeveel onzin je ook schrijft,  je bent baas in eigen bulk.
Soms krijg je de geest en lukt het iets zinnigs te pennen maar vaak zijn het gewoon simpele schrijvelarijtjes,  gezet in regels.
Geeft niet.
Morgen is er weer een dag.
Denk je dan.

Stemmen? Teveel keus.

Algemeen Belang
Dorpsbelang
Lokaal Belang
Politiek Belang
Religieus Belang
Seniorenbelang
Carnavals belang
Bloemetjesbehlang
Belangeloos
Eigenbelang
enz
enz
enz
enz
….

..
.

 

Over kleding

Zo weinig als ik er nu om geef,  zo lastig was het in  ’50-’60. Ik vermoed  dat het herkenbaar was hier en daar.
We hadden  echt wel  eens leuke kleren maar tijden veranderden snel en de mode ging mee, zo niet alle ouders.
Je hoeft maar te denken aan de weerstand tegen  korte rok, spijkerbroek, enkellaarsjes, te dunne bloesjes en je weet het weer.
Niet alle ouders deden moeilijk maar sommigen…
Pa en Moe zaten er zo’n beetje tussenin, ze konden niet alles verbieden (niks,  in feite).

De zondagse jurk en het goeie pak bleven belangrijk. Daarin  vierden ze zondag. Voor een bruiloft  kwam (misschien) een nieuwe uitrusting. Die dan weer niet veel verschilde van de oude.

In die jaren was ik blij met de zussenrij,  zij waren weliswaar ouder maar leefden tenminste mee.
Nuttig waren ze,  spijtig dat ze gaan hemelen maar ja, dat is de gang van zaken.
Gelukkig heb ik er nog een paar te gaan.
===

Regen….

Het regende gisteren.
En vanmorgen, vanmiddag, onafgebroken.
Toen was ik het zo zat ik hem  streng toesprak.
Heel kwaad met een keiharde stem.
En weet je wat? Het stopte meteen.
Je  zou er bijgelovig door worden.

Spiegelbeeld


Dat was de enige persoon van wie het meisje hield.

Ze leefde met haar  en ze vertrouwde haar alles toe.
Die gaf aan of de haren goed zaten. De schoenen bij de broek pasten en hoe de nieuwste mode haar stond.  Lachte mee bij maffe make-up

Huilde om ruzies met foute jongens.
Ook de geheime dingetjes hoorde ze aan maar verklapte nooit iets aan wie dan ook.
Niemand anders kwam zo perfect in aanmerking als hartsvriendin.
De moeder zag het aan.
Narciste,   noemde ze haar dochter die het, geraakt en woedend, vertelde waarop de spiegel een gezicht trok.
En brak.
==
===

Zussenlessen.

Denkend aan de zus (89) die onlangs overleden is schoot me een lachwekkend  meemaaksel te binnen.
Ze was begin twintig en kreeg een oud brommertje, een soort solex.
Er zat geen achterlicht op en de rem was naatje maar ze wilde het ding die avond uitproberen.
Ik (toen 12  jaar) mocht achterop,  we zouden een rondje rijden.
Het ging heel aardig en met het voorlicht kon ze de weg prima vinden. 
‘Leuk hè?’ schreeuwde ze achterom. We genoten.
Tot er opeens een paar politieagenten verschenen, hadden we niet zien aankomen. 
Ze stopte maar die rem….
Enfin, uiteindelijk stonden we stil, de agenten ook.
‘Kunt u niet remmen?’
‘Nee, ziet U,’  begon zus,  overvriendelijk, ‘ik ken het nog niet zo goed’ en ze lachte er gezellig bij. 
‘En geen achterlicht, juffrouw.’
Zus deed verbaasd. ‘O neehee? Goh, daar wist ik niks van, ik zal het thuis meteen in orde maken.’
Het hielp niet, de agent pakte zijn boekje en vroeg naam, adres, zei iets van boete.
Zus’  gezicht veranderde op slag.
‘Dat vind ik flauw ..’  begon ze, narrig dat haar houding niet hielp.

Later lachten we er nog vaak om.  ‘Zag je hoe ver we uitreden?’ 
Van grote zussen steek je heel wat op. 
==

Fukushima

De televisieprogramma’s boeien me  zelden.
Maar het eerste deel van  fukushima-een-kernramp-van-binnenuit
heb ik met aandacht bekeken.
We herinneren ons het schrikken ervan, hadden diep meelij en wisten er niets op te zeggen.  Bij het terugzien van de beelden word ik opnieuw stil.
Toch ga  ik ook het tweede deel bekijken.
Een keertje geen commentaar leveren zal me geen kwaad doen.
===

Even niets verzinnen.

Van mijn clubje is iemand overleden. Hij was negenentachtig, zeer ziek en we gunnen hem zijn rust
Van een ander is de echtgenoot ziek en wordt niet meer beter.
Hij is niet de enige, een paar andere vrouwen kennen het eveneens.
Een clublid is zelf ziek en hoopt volledig te genezen. We doen met haar mee,  praten en lachen, niet minder dan een jongerengroep.
Realisme viert hoogtij zonder te verharden.

Toen ik me aanmeldde  had ik er niet bij stilgestaan dat bovenstaande inherent is aan een seniorengroep: het gros van de ouderen is (redelijk) gezond maar ziekte en dood horen er bij.
Nu herinner ik me mijn ouders en hun eigen groepje indertijd, 80+ en ouder.
Ze waren gezellig,  staken een sigaar op of draaiden een sigaret (‘stoppen helpt niet meer’), dronken een glaasje al of niet alcoholisch en bespraken de doden, vaak met humor.
Zo is het leven, was hun filosofie bij een sterfgeval.
Leerzaam.
==