Als je er maar plezier aan beleeft

In de wachtkamer van de fysiotherapie kwam Thea binnen. Dat is een leuke vrolijke vrouw, die helaas door allerlei lichamelijke ongemakken niet goed uit de voeten kan. Ik zat daar te wachten op echtgenoot, die in de ‘machinekamer’ onder leiding van Erwin aan het wandelen was op enge loopbanden en andere apparaten.

We zaten meteen gezellig te kletsen en het gesprek kwam over bezigheden om te ontspannen. Zij doet aan Wasgij puzzelen.

‘Onzinnig want als ik klaar ben dan maak ik een foto van die plaat en donder alles weer terug in de doos’, zei ze. Ik wierp tegen dat ze onderwijl toch wel heel goed haar hersens had laten werken, want ik vind een gewone legpuzzel al moeilijk. ‘Ja, dat dan weer wel, maar als ik dan hoor wat andere mensen allemaal hobby-en. Die hebben dan mooie beeldjes gemaakt of ze doen een moestuin…’, zei ze een beetje gegeneerd.

Ik denk (tegenwoordig) nooit meer in prestatie en schitterende resultaten als het om vrijetijdsbesteding gaat, maar meer in lekker met iets bezig zijn dat je goed ontspant. Of je er nu wel of niet vreselijk bij moet nadenken is een keuze. Sommige mensen maken hun hoofd leeg door hard te gaan lopen of iets anders sportiefs te doen.

Een ander (ik dus) vindt het fijn om rond te pannekoeken in de tuin en lezen. Wandelen, fietsen, houtbewerken, schilderen, cryptogrammen oplossen, fotograferen, logjes schrijven…. Wat maakt het uit als jij het maar leuk of interessant vindt.

Over schilderen gesproken. Mijn tantezegger M. (dochter van wijlen mijn zus) is iemand die haar hele leven enorm prestatiegericht bezig is. Dat heeft niet alleen te maken met haar karakter maar ook met haar professionele werk. Als iemand mij niet in vijf zinnen kan uitleggen wat zijn/haar werk zo’n beetje inhoudt, dan weet ik al genoeg. Dan is het ingewikkeld hersengedoe met een computer en ontzettend veel vergaderen.

Mijn zus en ik maakten ons wel eens zorgen over dat ze altijd maar in haar hoofd bezig was. Werken, werken, werken en drie weken met vakantie. Jammer dat mijn zus dit niet meer meemaakt, maar sinds een klein jaar heeft M. het schilderen ontdekt. Ze ging les nemen om eens te bekijken of ze zoiets wel leuk zou vinden. Want een hobby moet natuurlijk wel passen. Eerst wat aarzelend, want ‘ja, ik maak er nog niet veel van’, maar allengs ging het stukken beter. Ik kreeg foto’s van wat ze maakte en zag zeker progressie. Ze vertelde dat ze nergens anders aan denkt dan aan verf en kwasten als ze daarmee bezig is. Totale ontspanning dus. Ik vind het geweldig voor haar. De resultaten zijn van minder belang, alhoewel ze niet tegenvallen.

Ze heeft er lol in en daar gaat het om.

Dan denk ik aan bridge-vriendin B. die iets omhanden moet hebben anders gaat ze zitten snaaien. Vooral ’s avonds. Er is een soort onrust in haar, die dan zorgt dat ze kaas, worst, bonbons en zakken drop gaat zitten eten bij de televisie. Ze heeft absoluut geen gewichtsproblemen, maar ze ergerde zich dood aan haar eigen gedrag. Concentratie om een boek te lezen bezit ze helaas niet. Maar de oplossing was daar: ze ging tijdens de tv breien. Alleen maar rechttoe-rechtaan sjaals en dassen, want aan patronen doet ze niet. Gewoon knallen met die naalden. Als zo’n sjaal of das af is, dan gooit ze die in een zak voor een of andere hulporganisatie. ‘Hebben zielige mensen lekker warme nekkies’, zegt ze erbij. ‘Maar doe je nou niet eens sokken of een vest?’, vroeg ik een keer. ‘Ben je mal? Dan moet ik rekenen en nadenken!’, riep ze meteen. Flauwekul, hoor, want nadenken kan ze best, want ze bridget uitstekend.

Ik vertelde dit ook tegen Thea in de wachtkamer.

‘Dus dat Wasgijen van mij is niet eens zo heel erg?’, lachte zij terwijl ze opgeroepen werd voor haar behandeling. ‘Nee hoor, alles wat je plezier geeft (in het nette dan hahahaha) is prima!, zei ik.

Muzikaal onthaal

Tijdens de Nederlandse les hadden wij het over ‘nette kleding’. Dus dat is voor de mannen een kostuum of ook wel een pak genaamd en voor de vrouwen een mooie jurk of een mantelpakje. Nette kleding doe je niet aan als je vieze karweitjes in huis en tuin gaat doen of lekker aan het vrijetijdsbeleven doet. Ja mensen, wij bespreken dit soort diepgaande onderwerpen met onze cursisten. Ik sta steeds weer verbaasd over de vorderingen, die gemaakt worden.

Maar mantelpakje was toch even een brug te ver. Ik zocht op mijn telefoontje een foto van zo’n kledingstuk. Wat bleek: in het Oekraiëns kent men alleen het woord ‘kostuum’ en dat geldt dan voor zowel mannen als vrouwen. Tja en dan kom je vanzelf op iets anders wat kleding betreft. Je moet eerst de kleding aantrekken en dan heb je de trui of broek aan. Hele werkwoorden: aantrekken en aanhebben. Oké, dat ging goed. Maar K die altijd heel goed oplet zei: ‘Wat is verschil tussen kleding aanhebben en kleding dragen?’ Ik kan dan gemakkelijk het antwoord geven, namelijk dat het verschil er niet is, maar het is leuker om de vraag door te spelen aan een andere cursist. Ze komen er samen bijna altijd uit tegenwoordig.

Ook heb ik nu een andere taktiek in het nakijken van het gemaakte huiswerk. Er worden drie groepjes gemaakt en T, H en ik bespreken dan het huiswerk in klein verband. Er zijn altijd wel wat vragen bij die men moest beantwoorden met ‘goed of fout’. Eerst zei ik zelf – na het antwoord gehoord te hebben – of het juist was, maar nu laat ik dat aan de andere groepsleden over en grijp alleen in als het ontspoort. Maar dat gebeurt niet, want ze leggen het zelfs een beetje aan elkaar uit. Ik laat dat lekker eventjes, maar het moet wel in het Nederlands, want anders zit ik er weer voor Piet S bij. 🙂

Er is zodoende wat meer tijd om over bepaalde onderwerpen wat langer te kletsen. Gisteren was het thema dus kleding. In het lesboek staan volop foto’s. Ik wees er eentje aan: Wat zien we op deze foto? Twee mannen naast elkaar die allebei een trui en een broek dragen. Dragen zij een pak? Of een mantelpakje? Hoe heten die mannen? Wat betekent het woord allebei eigenlijk? Welke kleuren zie je? Gaan die mannen naar een feest? Gaan ze naar kantoor om daar te werken? Van die dingen…..je staat er van te kijken wat je allemaal kunt bepraten over zo’n simpel plaatje.

Hele gesprekken komen er op gang en er worden zelfs grappen gemaakt in het Nederlands. Het wordt dus steeds leuker!

Toen ik na de les samen met een aantal cursisten naar de uitgang van het gebouw liep kwamen we langs een piano. Ik deed voor de gein even een raar riedeltje op het valse kreng. Cursiste O. deed even met me mee en ze riep enthousiast: ‘Kóm! Wieneke en ik maken muziek!’

Hatsjee, doen we gewoon !!!!

Knijnepraat

Ik belde nicht E. op om te feliciteren met haar 60ste verjaardag. Kroonjaar! Nou, nicht E (dochter van wijlen mijn broer) is absoluut niet van het vieren in gezelschappen, want ze lijkt daarin op mij. Mijn familie is sowieso niet zo van de festiviteiten en al helemaal niet omdat we het weer een jaar hebben volgehouden. We zijn immer prima met elkaar en we letten er allemaal goed op dat er contact is met de Job/Jet als er jarigheid is. Maar we doen het rustig aan met het vieren.

E. was – gewoon op haar verjaardag – bezig met het schoonmaken van een konijnenhok in de Knaagdierenopvang waar ze vrijwilligerswerk doet. ‘Ja, ik ben ingedeeld in de quarantaine-afdeling van de konijnen’, meldde ze. ‘Hebben de knijne nog voor je gezongen vanmorgen?’, vroeg ik. ‘Tuurlijk wel en ik heb peentjes en spruitjes getrakteerd’, lachte ze.

In deze knaagdierenopvang hebben ze de zaken echt goed voor elkander. Er worden helaas nogal eens konijnen en cavia’s gedumpt of afgestaan omdat ‘de kinderen er op uitgekeken zijn’. Mensen zijn niet erg leuk soms. Ik maak me er niet kwaad om, want dan kun je wel aan de gang blijven. Ook nicht E is er filosofisch onder.

Zieke dieren worden in de opvang opgeknapt, mannelijke dieren worden gecastreerd en baby-konijntjes worden opgevangen in gastgezinnen, want die moeten ook ’s nachts gevoed. Gebroken nachten voor weer van die geweldige mensen. Intussen hebben de gasten van de opvang het supergoed, want er werken (volgens E dan) alleen maar hartstikke lieve zorgzame dierenliefhebbers, waaronder natuurlijk veel vrijwilligers. Applaus voor deze mensen!

‘Ik ben nu bezig met het schoonmaken van het hok van de gebroeders Huppel’, zei E onder het soppen door. ‘Kees Huppel is gisteren al gecastreerd en Diederik Huppel moet morgen onder het mes. Dat weet hij nog niet, maar ik hou nu even zijn oren dicht hahahaha’.

Het is de bedoeling dat de gezonde en gesocialiseerde dieren naar een nieuw thuis gaan. Die worden dan geadopteerd. Maar niet zo maar, hoor. Ook dat wordt zorgvuldig aangepakt daar. Nooit gaat er één konijn op reis naar een nieuwe stek, maar altijd twee tegelijk. En dan weet de nieuwe baas meteen dat ze het samen goed kunnen vinden want ze zijn in de opvang al samen geweest. En er komen geen kleintjes. Zo kunnen bijvoorbeeld een moeder en een zoon samenwonen zonder problemen. ‘Maar alleen als we er een goed gevoel bij hebben. We geven ze niet aan J & A mee. Daarvoor zijn ze ons veel te lief.’ Ik ken E natuurlijk haar hele leven al en met haar valt niet te spotten als het om dieren gaat.

Er komt ook wel eens iemand om één konijn uit te zoeken omdat het maatje van het eigen konijn is overleden. Dat kán uiteraard, maar dan komt de weduwe/weduwnaar wel eerst 14 dagen in de opvang logeren, zodat men de juiste match met een nieuwe partner kan maken. Daar wordt goed op toegezien. Ik vind het geniaal, want wat is er nou treuriger dan zo’n eenzamerd. Heel goed, dat men probeert om twee dieren weer happy te maken.

Kortom, er wordt daar niet over één nacht ijs gegaan en dat is prima. Hulde!

Fijn

Morgen komen de tuinmannen om eens flink te huishouden in de tuin. Veel snoeiwerk, een paar verzakte keien bij het pad naar de voordeur waar zand onder moet, korte metten met een volkomen hysterisch geworden klimop, nog wat herstelwerkzaamheden en een flink stuk spitwerk omdat ik van A een aantal forse dahliaknollen cadeau heb gekregen. Die wil ik op een bepaalde plek poten. Kortom, gedoe en gedoe!

Tuingoeroe Douwe heeft altijd graag dat ik er bij ben, want hij is erg van het voor- tussen- en naoverleg. Onze tuin valt onder mij namelijk: ik ben opperhoofd Tuinzaken.

Verdorrie, het is heel fijn dat de heren komen, maar ik zie ook een afspraak met de kapster in d’agenda staan. Knippen en highlights oftewel blonde strépies maken. Duurt altijd wel een uur of twee, dus neem ik de e-reader mee. Van damesbladen krijg ik tegenwoordig erge kriebels.

Dus belde ik de kapster met de vraag: ‘Gooi ik je wereld heel erg in de war als ik onze afspraak wil verzetten?’ Als het antwoord is: ‘Ja heel erg, maar je kunt pas over vier weken komen’, dan slik ik mijn vraag gauw in en ga natuurlijk wel kapperwaarts.

Maar ze zegt: ‘Tuurlijk! Geen probleem. Kun je toevallig vrijdagmiddag?’

Joepie!

Echt? Eet je dat laatste stukje nou echt zelf op?

Onze lieve Lola lag overdag op een prachtig door Bryk gemaakt kussen in de huiskamer en ’s nachts sliep ze in een bench met het deurtje open in mijn werkkamer. Honden…. gewoontes, gewoontes.

Toen ze op 21 maart vorig jaar overleed hebben wij het kussen en de bench op een van de zolders neergezet. Allebei in prima staat, maar het steeds geconfronteerd worden met die lege plek in de kamers was te verdrietig.

(De logeetjes brengen trouwens hun eigen spullen mee).

Een paar weken geleden was het kennelijk de juiste tijd om het kussen en de bench weg te geven. Trimster A. die al zo’n 25 jaar onze honden fatsoeneerde, heeft vijf honden en ook een stel van die kussens. We hebben nog steeds contact, want we kunnen goed samen over van alles praten. ‘Wil jij Lola’s kussen en haar bench hebben?’, vroeg ik dus. Ze reageerde blij en dankbaar.

Donderdagmiddag heb ik de spullen gebracht. A woont op een landgoed met haar man en allerlei dieren. Buiten de honden zijn er vier ezels, drie pony’s, twee katten, tig kippen en twee schapen. De honden waren buiten toen ik aankwam en er volgde een blije begroeting. ‘Hé, daar heb je tante Wieneke! Die kennen we wel.’

A en ik dronken gezellig koffie in de serre. Zo jammer dat daar geen filmpje van is, want ik zat mijn cake te eten terwijl vijf honden keurig op hun kont zittend voor mij zaten. Met vijf zeer verwachtingsvolle blikken dus. Maar principieel als ik ben (kuch) geef ik honden geen mensen-eten.

Het was trouwens van die kleverige Indische cake. Na het eten moet je zelf zowat onder de douche 😉

Van links naar rechts zaten daar: Jay en Nessa (bouviers), Joe en Noa (bearded collies) en Pien (koningspoedel). Te wachten…. en nog eens te wachten. En ik maar zeggen tussen twee hapjes door: ‘Ga maar weg, want jullie krijgen er echt niks van’. Het ongeloof over zo’n a-sociale behandeling van vijf arme zielige hongerige hondjes groeide met de seconde. Strak kijkend volgden ze de beweging van mijn hand naar mijn mond. Je zag ze denken: ‘Het wordt wel steeds minder….Hoe kan die – op zich wel aardige – vrouw nou zo ontzettend wreed zijn?’

Bij het laatste hapje dat verdween vielen ze haast om van verbazing. Hoe dan? 🙂

Zilver in het Hannemahuis, Harlingen

Het was gisteren weer eens tijd voor een dagje uit met vriendin E. Ik heb al eens verteld dat wij allebei iets hebben met zilveren voorwerpen, keramiek en porselein.

We gingen naar Harlingen om op de valreep de tentoonstelling ‘Verzameld zilver’ ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Nederlandse Zilverclub te bekijken. Morgen is de tentoonstelling afgelopen. In drie Nederlandse musea zijn tegelijkertijd zilver-tentoonstellingen (ook in Zutphen en Schoonhoven) te bekijken. Het zijn stukken uit particulier bezit. Normaal gesproken zie je die niet of zelden.

Het Hannemahuis is niet groot, maar het is zeker een bezoek waard. We bekeken uiteraard eerst even de vaste tentoonstellingen maar we kwamen natuurlijk voor het zilver.

We zagen zeer interessante stukken, die door de tijd heen liefdevol zijn onderhouden en bewaard. Vooral de kleinere stukken zoals sierlepels, kandelaars, suikerstrooiers, bekers, sieraden zien wij erg graag. In tegenstelling tot dat bombastische zilverwerk met van die enorme schalen, bokalen, kandelaars, paarden en weet ik wat ze nog meer voor geweld ze vooral op paleiselijke dinertafels neerzetten.

Natuurlijk is dat allemaal erg knap gemaakt, maar wij hebben dan de neiging om een wenkbrauw en zelfs een neus op te trekken. Geef ons maar een lief antiek beursje met zo’n mooie zilveren beugel. Of een gestileerd zoutvaatje of…

een trouwkistje knottekistje, er stonden er een paar. Kleine kistjes, maar prachtig bewerkt met afbeeldingen en passende teksten.

Met dank aan collegablogger Bettie:

Het knottekistje behoort bij een folkloristisch Fries gebruik. In de zestiende eeuw was het in Friesland de gewoonte dat een jongen zijn meisje een geldstuk aanbood wanneer hij haar ten huwelijk vroeg. Op het moment dat zij deze trouwpenning aannam, kon ze zich als verloofd beschouwen. Indien men meerdere munten aanbood, dan werden die in een doek met een bijzondere knoop aangeboden de zogenaamde knotte(doek). Bij het toenemen van de welvaart werd de doek vervangen door het zilveren kistje: het knottekistje. 

Hierboven een bijbelomslag met het oorspronkelijke bijbeltje er nog in. Zo’n 20 cm hoog. ‘Hoe kun je er dan nog in lezen?’, vroeg ik me af. Vriendin E. zei nuchter: ‘Gelovige mensen kenden de bijbel helemaal uit hun hoofd, dus zo’n klein exemplaar was alleen maar om andere kerkgangers de ogen uit te steken’.

Een brandewijnkommetje

Harlingen op een koude grijze winterdag is totaal anders dan Harlingen op een zonnige zomerdag, maar het voordeel is weer dat je de prachtige geveltjes beter kunt bekijken omdat de bomen kaal zijn. Het was echt veel te guur om een langere stadswandeling te maken. We hielden het maar bij een bescheiden loopje door de Voorstraat en langs de Zuiderhaven. Gelukkig serveerde hotel Zeezicht heerlijke tomatensoep en goeie groentenkroketten. We kwamen er weer een beetje van bij 😉

Omdat we voor het bezoek aan het Hannemahuis ook al koffie hadden gedronken in dit etablissement, waren de medewerksters erg benieuwd wat we van de tentoonstelling vonden. Antwoord: zéér de moeite waard en we hebben ons zilverhart weer eens lekker opgehaald.

Na de lunch gingen we op weg naar Leeuwarden. Maar daarover later.

Theatervoorstelling over laaggeletterdheid

Daar was ik gisteren voor uitgenodigd en ik vond het een zeer zinvolle leuke middag.

De Stichting Lezen en Schrijven kwam met een zorgwekkend cijfer: in Nederland zijn er zo’n 3 miljoen volwassenen, die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen. Daarbij zitten natuurlijk ook de nieuwkomers, maar een heel groot deel bestaat uit NT-1-ers. Dat zijn mensen die geboren, getogen en schoolgegaan zijn in Nederland. (NT-2-ers noemt men de mensen, die het Nederlands niet als hun moedertaal hebben. Zij hebben Nederlands dan als tweede taal).

Wat gebeurt er als je de basisvaardigheden niet hebt. Nou, dat is nogal wat….. Weerstand tegen werken met e-mail of digitale systemen, werkbonnen die verkeerd worden ingevuld of werkinstructies die niet (goed) worden opgevolgd. Onbegrip met betrekking tot bijsluiters, instructies, officiële brieven, contracten… Het lijkt misschien onwil of desinteresse, maar misschien ligt het anders en is er sprake van geringe basisvaardigheden. Dat zorgt voor misverstanden, frustratie en soms zelfs onveilige situaties op de werkvloer.

Het is een probleem. Je ziet het namelijk niet aan iemand’s neus dat hij laaggeletterd is. Het wordt dan ook niet zo goed herkend, want het zijn meesters in het aandragen van smoesjes en uitvluchten. Ze kunnen daarbij ook nog eens heel goed onthouden. Schaamte, angst, frustratie. Daar moet wat aan gedaan worden. In allerlei gemeenten ontwaakt dit besef en ik zag dat deze voorstelling al heel wat keren eerder werd gedaan.

De voorstelling bestaat uit een viertal door acteurs gespeelde scènes, bestaande uit gesprekken resp. bij de huisarts, de onderwijzer, de werkgever en de schuldhulpverlening. Heel natuurlijk en geloofwaardig gedaan, vond ik. De laaggeletterden krijgen meteen een gezicht. Je ziet als toeschouwer duidelijk wat er aan de hand is. Men heeft een gebrek aan basisvaardigheden. Alles is wat dik aangezet natuurlijk, maar tijdens de gesprekken zie je ook de miscommunicatie omdat NIET gezien of gehoord wordt dat de ander bijvoorbeeld zo slecht kan lezen. Of wel kan lezen, maar niet (goed) begrijpt wat er staat. De voorstelling maakt het publiek heel bewust waar deze mensen in het dagelijks leven tegenaan lopen. Ze zijn om de dooie dood niet dom, hebben zelfs vele talenten en zijn eigenlijk prima deelnemers aan onze maatschappij. Behalve dan…..

Na de scènes gaan de acteurs één scène nog eens spelen. Bij handopsteking wordt bepaald welke het dan is. De keuze viel bij ons op het gesprek bij de schuldhulpverlener. Maar nu ging het publiek een actieve rol spelen. Telkens kan de voorstelling gestopt worden en dan krijgt de ‘stopzegger’ een microfoon om aanwijzingen of verbeteringen te geven. Dat interactieve deel is ontzettend leuk, want de aanwijzingen worden direct opgevolgd door de acteurs en zo zie je steeds meer de miscommunicatie verdwijnen. En de (h)erkenning van het probleem groter worden.

Deze manier van werken vind ik erg goed en zeker uitrolbaar in een heleboel andere trainingen.

Klik HIER voor meer informatie.

Bospaarden

Op de parkeerplaats stonden wat paardentrailers en ook wat tafeltjes met eten en drinken erop. Geen mens te bekennen, maar er was wel nog net plek voor mijn auto. Vanwege de stralende zon besloten we maar eens een kijkje te gaan nemen op de heide. Ik kan geen weertype bedenken waarop deze heide lelijk is. Zo weids, mooi en eigenlijk altijd rustig. Je kunt langs de heide wandelen en dan door het bos terug naar de auto. Lekker rondje, dat we vaak deden met het hondje. Ach ja, de eerste feestdagen zonder Lola. Het is echt heel raar, maar omdat ze altijd zo gestresst was door die knallen, is het nu ook wel weer rustig voor ons. Maar ze wordt nog steeds erg gemist. Het was zo’n lieve gemakkelijke meid.

In het bos waren de paarden. Ze waren bezig om omgezaagde bomen (Douglas sparren) naar de paden te brengen. Twee paarden zij aan zij om telkens twee lange boomstammen weg te trekken door het bos naar een pad. Dan mochten ze even uitrusten terwijl weer andere tweespannen andere stammen wegtrokken. Er waren zo’n 10 paarden en natuurlijk de bijbehorende mensen.

We spraken een meisje dat een van de paarden – een erg mooi dier – een stukje liet wandelen. ‘Deze wil niet rusten, ze wil lopen’. Ze vertelde dat het Oostenrijkse trekpaarden waren, die het echt leuk vonden om dit werk te doen. Een speciaal klein ras, maar wel groter dan een pony. We hebben een tijdje staan kijken hoe het ging. Een heel ander en zeker beter gedoe dan wanneer die grote machines bezig zijn.

Keramiekjes

Goede kennis I, die in haar vrije tijd keramiek maakt, had ons uitgenodigd om zaterdagmiddag te komen kijken naar haar werk. Ze bewoont een enorme boerderij in een gehucht ergens boven Drachten. Een van de stallen is ingericht als atelier. Een forse ruimte waarin werkbanken en ovens stonden. Het keramiek was geprijsd tentoongesteld op grote tafels. Mooie sortering. Er waren nog meer bezoekers en de sfeer was gezellig. Hier en daar waren zitjes gemaakt.

I. is niet alleen goed in het bakken van klei maar ook in het bakken van cakes. Het bezoek kreeg koffie en thee met van die dikke plakken appelcake. Zij is een zeer hartelijke vrouw. Van dat soort zouden ze er meer moeten maken.

Ik had me voorgenomen om niks aan te schaffen als ze idiote prijzen zou hanteren. Dat kwam doordat een van mijn Pilates-collega’s, na het volgen van de academische kunstenstudie in Groningen, vond dat ze heel veel geld kon vragen voor haar schilderwerk.

Ze had P-collega M en mij een keer uitgenodigd om bij haar thuis te komen kijken. Dus dat deden we. Het waren best aardige werkjes, hoor. Maar het kleinste niet ingelijste schilderij van – ik meen – een eenvoudige strandbranding op 30 x 30 cm was € 600. Nou, in geen zeshonderd jaar! Je moest eerst een bril gaan kopen om te zien wat er was uitgebeeld. M en ik bekeken het spul uiteraard beleefd, maar geen haar op ons hoofd dacht er aan om iets uit de collectie te kopen. Veel en veel te duur! We hebben het wel over het werk van een onbekende hobbyiste. Maar ze deed er niet moeilijk over, schonk lekkere koffie en we hebben een tijd gezellig aan de keukentafel zitten kletsen.
We hoorden zo af en toe tijdens het Pilatussen van haarzelf, dat ze wel meedeed aan exposities, maar bijna nooit iets verkocht. Tja, misschien dan toch de prijzen aanpassen? Wat heb je nou aan stapels schilderijen die niemand wil hebben?

Goed, met dit verhaal in het achterhoofd betraden wij het atelier van I.

Zij vond het erg leuk dat we waren gekomen en riep meteen lachend: ‘Jij bent aan het ontspullen, dus niks kopen hier, hè?’ Ik klopte maar eens op haar schouder en zei dat ze een zeer waar woord sprak, maar dat ik misschien wel wat wilde kopen voor andere mensen.

Ze had leuke dingen gemaakt met prijzen waaraan niemand failliet gaat. Er werd dus flink gekocht, zag ik. I was maar druk met het afrekenen en inpakken. Echtgenoot zag een grappig mannetje voor op de schoorsteenmantel. Die mocht mee naar huis samen met twee aan elkaar geklonken vogeltjes.

Jazeker

zei vriendin W die ik belde omdat ze een weekje in de Egyptische zon had gezeten. Zoiets lijkt mij driekeerniks en dat was het ook. Ze had een all inclusive in een of ander afgelegen zandbakresort gedaan. Gelukkig was ze samen met haar dochter, want anders was het helemaal niet te doen geweest. Niks interessants in de buurt behalve een treurig strandje met keien. Je kon per hotelbusje naar een stadje, maar dat bleek te bestaan uit toeristenwinkeltjes en barretjes.

Maar goed, zij zeurt nooit ergens over, gaat gewoon bij het zwembad zitten lezen en knaagt de verstrekte (niet al te beste) maaltijden weg. Als er eentje lakoniek in de wereld staat dan is zij het wel.

Mijn vraag was: ‘Heb jij dan nog wel gestemd?, want ze kwam na de verkiezingsdag terug. ‘Jazeker, mamma heeft voor mij gestemd’, zei ze. Haar moeder is bijna 94 jaar oud, maar die stuurde keurig een appje met de tekst: ‘Missie volbracht, ik heb 2x gestemd’.

Meestal is het omgekeerde het geval 😉