In de wachtkamer van de fysiotherapie kwam Thea binnen. Dat is een leuke vrolijke vrouw, die helaas door allerlei lichamelijke ongemakken niet goed uit de voeten kan. Ik zat daar te wachten op echtgenoot, die in de ‘machinekamer’ onder leiding van Erwin aan het wandelen was op enge loopbanden en andere apparaten.
We zaten meteen gezellig te kletsen en het gesprek kwam over bezigheden om te ontspannen. Zij doet aan Wasgij puzzelen.

‘Onzinnig want als ik klaar ben dan maak ik een foto van die plaat en donder alles weer terug in de doos’, zei ze. Ik wierp tegen dat ze onderwijl toch wel heel goed haar hersens had laten werken, want ik vind een gewone legpuzzel al moeilijk. ‘Ja, dat dan weer wel, maar als ik dan hoor wat andere mensen allemaal hobby-en. Die hebben dan mooie beeldjes gemaakt of ze doen een moestuin…’, zei ze een beetje gegeneerd.
Ik denk (tegenwoordig) nooit meer in prestatie en schitterende resultaten als het om vrijetijdsbesteding gaat, maar meer in lekker met iets bezig zijn dat je goed ontspant. Of je er nu wel of niet vreselijk bij moet nadenken is een keuze. Sommige mensen maken hun hoofd leeg door hard te gaan lopen of iets anders sportiefs te doen.
Een ander (ik dus) vindt het fijn om rond te pannekoeken in de tuin en lezen. Wandelen, fietsen, houtbewerken, schilderen, cryptogrammen oplossen, fotograferen, logjes schrijven…. Wat maakt het uit als jij het maar leuk of interessant vindt.
Over schilderen gesproken. Mijn tantezegger M. (dochter van wijlen mijn zus) is iemand die haar hele leven enorm prestatiegericht bezig is. Dat heeft niet alleen te maken met haar karakter maar ook met haar professionele werk. Als iemand mij niet in vijf zinnen kan uitleggen wat zijn/haar werk zo’n beetje inhoudt, dan weet ik al genoeg. Dan is het ingewikkeld hersengedoe met een computer en ontzettend veel vergaderen.
Mijn zus en ik maakten ons wel eens zorgen over dat ze altijd maar in haar hoofd bezig was. Werken, werken, werken en drie weken met vakantie. Jammer dat mijn zus dit niet meer meemaakt, maar sinds een klein jaar heeft M. het schilderen ontdekt. Ze ging les nemen om eens te bekijken of ze zoiets wel leuk zou vinden. Want een hobby moet natuurlijk wel passen. Eerst wat aarzelend, want ‘ja, ik maak er nog niet veel van’, maar allengs ging het stukken beter. Ik kreeg foto’s van wat ze maakte en zag zeker progressie. Ze vertelde dat ze nergens anders aan denkt dan aan verf en kwasten als ze daarmee bezig is. Totale ontspanning dus. Ik vind het geweldig voor haar. De resultaten zijn van minder belang, alhoewel ze niet tegenvallen.
Ze heeft er lol in en daar gaat het om.
Dan denk ik aan bridge-vriendin B. die iets omhanden moet hebben anders gaat ze zitten snaaien. Vooral ’s avonds. Er is een soort onrust in haar, die dan zorgt dat ze kaas, worst, bonbons en zakken drop gaat zitten eten bij de televisie. Ze heeft absoluut geen gewichtsproblemen, maar ze ergerde zich dood aan haar eigen gedrag. Concentratie om een boek te lezen bezit ze helaas niet. Maar de oplossing was daar: ze ging tijdens de tv breien. Alleen maar rechttoe-rechtaan sjaals en dassen, want aan patronen doet ze niet. Gewoon knallen met die naalden. Als zo’n sjaal of das af is, dan gooit ze die in een zak voor een of andere hulporganisatie. ‘Hebben zielige mensen lekker warme nekkies’, zegt ze erbij. ‘Maar doe je nou niet eens sokken of een vest?’, vroeg ik een keer. ‘Ben je mal? Dan moet ik rekenen en nadenken!’, riep ze meteen. Flauwekul, hoor, want nadenken kan ze best, want ze bridget uitstekend.
Ik vertelde dit ook tegen Thea in de wachtkamer.
‘Dus dat Wasgijen van mij is niet eens zo heel erg?’, lachte zij terwijl ze opgeroepen werd voor haar behandeling. ‘Nee hoor, alles wat je plezier geeft (in het nette dan hahahaha) is prima!, zei ik.







