Laryngitis

Geen stem meer, droge hoest dag en nacht, spierpijn overal van dat stomme uitputtende er- komt-toch-niks-uit-hoesten. Ik schiet elke keer in een soort kramp. Kortom, het is laryngitis, oftewel strottenhoofdontsteking. Dat is een virus dat zich vastzet op die plek. Virussen zijn vervelende gasten. Je kunt ze niet te lijf gaan met medicatie.

Het begon afgelopen zaterdagmorgen met wat kuchen en op maandag was ik totaal uit de lucht. Alle afspraken afgezegd (via whatsapp dan, want bellen ging niet). Voel me niet eens erg ziek, maar wel vermoeid want ik slaap zo slecht. Die hoestbuien gaan namelijk alsmaar door. De ontstoken keel geeft telkens een prikkel en hup daar ga ik weer, soms zo benauwd tot stikken aan toe. Niet praten, niet fluisteren, veel water en kruidenthee drinken, zuigen op hoesttabletten en kruidensnoepjes, gorgelen (elk uur) met zout water. En Ibuprofen nemen. Meer valt er niet aan te doen. Gevalletje uitzitten dus.

Terwijl ik dit typ heb ik alweer twee hoestbuien gehad. Grrrrr….

Muzikaal onthaal

Tijdens de Nederlandse les hadden wij het over ‘nette kleding’. Dus dat is voor de mannen een kostuum of ook wel een pak genaamd en voor de vrouwen een mooie jurk of een mantelpakje. Nette kleding doe je niet aan als je vieze karweitjes in huis en tuin gaat doen of lekker aan het vrijetijdsbeleven doet. Ja mensen, wij bespreken dit soort diepgaande onderwerpen met onze cursisten. Ik sta steeds weer verbaasd over de vorderingen, die gemaakt worden.

Maar mantelpakje was toch even een brug te ver. Ik zocht op mijn telefoontje een foto van zo’n kledingstuk. Wat bleek: in het Oekraiëns kent men alleen het woord ‘kostuum’ en dat geldt dan voor zowel mannen als vrouwen. Tja en dan kom je vanzelf op iets anders wat kleding betreft. Je moet eerst de kleding aantrekken en dan heb je de trui of broek aan. Hele werkwoorden: aantrekken en aanhebben. Oké, dat ging goed. Maar K die altijd heel goed oplet zei: ‘Wat is verschil tussen kleding aanhebben en kleding dragen?’ Ik kan dan gemakkelijk het antwoord geven, namelijk dat het verschil er niet is, maar het is leuker om de vraag door te spelen aan een andere cursist. Ze komen er samen bijna altijd uit tegenwoordig.

Ook heb ik nu een andere taktiek in het nakijken van het gemaakte huiswerk. Er worden drie groepjes gemaakt en T, H en ik bespreken dan het huiswerk in klein verband. Er zijn altijd wel wat vragen bij die men moest beantwoorden met ‘goed of fout’. Eerst zei ik zelf – na het antwoord gehoord te hebben – of het juist was, maar nu laat ik dat aan de andere groepsleden over en grijp alleen in als het ontspoort. Maar dat gebeurt niet, want ze leggen het zelfs een beetje aan elkaar uit. Ik laat dat lekker eventjes, maar het moet wel in het Nederlands, want anders zit ik er weer voor Piet S bij. 🙂

Er is zodoende wat meer tijd om over bepaalde onderwerpen wat langer te kletsen. Gisteren was het thema dus kleding. In het lesboek staan volop foto’s. Ik wees er eentje aan: Wat zien we op deze foto? Twee mannen naast elkaar die allebei een trui en een broek dragen. Dragen zij een pak? Of een mantelpakje? Hoe heten die mannen? Wat betekent het woord allebei eigenlijk? Welke kleuren zie je? Gaan die mannen naar een feest? Gaan ze naar kantoor om daar te werken? Van die dingen…..je staat er van te kijken wat je allemaal kunt bepraten over zo’n simpel plaatje.

Hele gesprekken komen er op gang en er worden zelfs grappen gemaakt in het Nederlands. Het wordt dus steeds leuker!

Toen ik na de les samen met een aantal cursisten naar de uitgang van het gebouw liep kwamen we langs een piano. Ik deed voor de gein even een raar riedeltje op het valse kreng. Cursiste O. deed even met me mee en ze riep enthousiast: ‘Kóm! Wieneke en ik maken muziek!’

Hatsjee, doen we gewoon !!!!

Weggeefkast

Sinds een paar weken hebben wij in ons dorpje een weggeefkast. Een grote hoge kast met een glazen deur ervoor. Hij staat netjes en discreet opgesteld. Je mag produkten in een ongeopende verpakking brengen, maar die moeten dan eerst in een speciale grote box die bij de kast staat worden neergezet. Een vrijwilliger kijkt iedere dag even of het betreffende produkt geschikt is en zet deze dan zelf in de kast. Zo wordt het geen rotzooi en is er altijd overzicht en ook afwisseling.

Degenen die iets nodig hebben kunnen door het glas kijken en dan de kast open doen om datgene te pakken wat ze willen hebben.

Mooi initiatief. Ik hoop dat er veel gebruik van wordt gemaakt.

Over een week of vier is er weer een gratis stekjesmarkt.

Knijnepraat

Ik belde nicht E. op om te feliciteren met haar 60ste verjaardag. Kroonjaar! Nou, nicht E (dochter van wijlen mijn broer) is absoluut niet van het vieren in gezelschappen, want ze lijkt daarin op mij. Mijn familie is sowieso niet zo van de festiviteiten en al helemaal niet omdat we het weer een jaar hebben volgehouden. We zijn immer prima met elkaar en we letten er allemaal goed op dat er contact is met de Job/Jet als er jarigheid is. Maar we doen het rustig aan met het vieren.

E. was – gewoon op haar verjaardag – bezig met het schoonmaken van een konijnenhok in de Knaagdierenopvang waar ze vrijwilligerswerk doet. ‘Ja, ik ben ingedeeld in de quarantaine-afdeling van de konijnen’, meldde ze. ‘Hebben de knijne nog voor je gezongen vanmorgen?’, vroeg ik. ‘Tuurlijk wel en ik heb peentjes en spruitjes getrakteerd’, lachte ze.

In deze knaagdierenopvang hebben ze de zaken echt goed voor elkander. Er worden helaas nogal eens konijnen en cavia’s gedumpt of afgestaan omdat ‘de kinderen er op uitgekeken zijn’. Mensen zijn niet erg leuk soms. Ik maak me er niet kwaad om, want dan kun je wel aan de gang blijven. Ook nicht E is er filosofisch onder.

Zieke dieren worden in de opvang opgeknapt, mannelijke dieren worden gecastreerd en baby-konijntjes worden opgevangen in gastgezinnen, want die moeten ook ’s nachts gevoed. Gebroken nachten voor weer van die geweldige mensen. Intussen hebben de gasten van de opvang het supergoed, want er werken (volgens E dan) alleen maar hartstikke lieve zorgzame dierenliefhebbers, waaronder natuurlijk veel vrijwilligers. Applaus voor deze mensen!

‘Ik ben nu bezig met het schoonmaken van het hok van de gebroeders Huppel’, zei E onder het soppen door. ‘Kees Huppel is gisteren al gecastreerd en Diederik Huppel moet morgen onder het mes. Dat weet hij nog niet, maar ik hou nu even zijn oren dicht hahahaha’.

Het is de bedoeling dat de gezonde en gesocialiseerde dieren naar een nieuw thuis gaan. Die worden dan geadopteerd. Maar niet zo maar, hoor. Ook dat wordt zorgvuldig aangepakt daar. Nooit gaat er één konijn op reis naar een nieuwe stek, maar altijd twee tegelijk. En dan weet de nieuwe baas meteen dat ze het samen goed kunnen vinden want ze zijn in de opvang al samen geweest. En er komen geen kleintjes. Zo kunnen bijvoorbeeld een moeder en een zoon samenwonen zonder problemen. ‘Maar alleen als we er een goed gevoel bij hebben. We geven ze niet aan J & A mee. Daarvoor zijn ze ons veel te lief.’ Ik ken E natuurlijk haar hele leven al en met haar valt niet te spotten als het om dieren gaat.

Er komt ook wel eens iemand om één konijn uit te zoeken omdat het maatje van het eigen konijn is overleden. Dat kán uiteraard, maar dan komt de weduwe/weduwnaar wel eerst 14 dagen in de opvang logeren, zodat men de juiste match met een nieuwe partner kan maken. Daar wordt goed op toegezien. Ik vind het geniaal, want wat is er nou treuriger dan zo’n eenzamerd. Heel goed, dat men probeert om twee dieren weer happy te maken.

Kortom, er wordt daar niet over één nacht ijs gegaan en dat is prima. Hulde!

Fijn

Morgen komen de tuinmannen om eens flink te huishouden in de tuin. Veel snoeiwerk, een paar verzakte keien bij het pad naar de voordeur waar zand onder moet, korte metten met een volkomen hysterisch geworden klimop, nog wat herstelwerkzaamheden en een flink stuk spitwerk omdat ik van A een aantal forse dahliaknollen cadeau heb gekregen. Die wil ik op een bepaalde plek poten. Kortom, gedoe en gedoe!

Tuingoeroe Douwe heeft altijd graag dat ik er bij ben, want hij is erg van het voor- tussen- en naoverleg. Onze tuin valt onder mij namelijk: ik ben opperhoofd Tuinzaken.

Verdorrie, het is heel fijn dat de heren komen, maar ik zie ook een afspraak met de kapster in d’agenda staan. Knippen en highlights oftewel blonde strépies maken. Duurt altijd wel een uur of twee, dus neem ik de e-reader mee. Van damesbladen krijg ik tegenwoordig erge kriebels.

Dus belde ik de kapster met de vraag: ‘Gooi ik je wereld heel erg in de war als ik onze afspraak wil verzetten?’ Als het antwoord is: ‘Ja heel erg, maar je kunt pas over vier weken komen’, dan slik ik mijn vraag gauw in en ga natuurlijk wel kapperwaarts.

Maar ze zegt: ‘Tuurlijk! Geen probleem. Kun je toevallig vrijdagmiddag?’

Joepie!

Huis te koop

Altijd als ik naar A ging voor het trimmen van Lola, kwam ik langs een oud zwaar verwaarloosd huisje dat aan een doorgaande weg staat. Gewoon in een dorp, dus niet achteraf ergens in een buitengebied. In iets wat vroeger een voortuintje was en op het trottoir stond een enorme hoeveelheid rotzooi. Troep is nog erg zacht uitgedrukt. Je zag bijvoorbeeld een tafel met beklede stoelen staan, fauteuils, schemerlampen, teilen met van alles en nog wat. In het huis was het te vol, dus moest er veel buiten staan. De meubels stonden in de regen, dus je kunt je voorstellen dat er rare dingen gebeurden met de bekleding en het hout.

A vertelde dat er een oude Brit woonde, die het woord hoarding had uitgevonden. Zijn woning was eerst een soort kringloopwinkel, maar dat liep volledig uit de hand. Hij verkocht zelden iets en er kwam alleen maar meer bij. Het dorp ergerde zich er natuurlijk dood aan, maar zolang iemand niet onder curatele staat…. is het kennelijk ongelooflijk lastig om in te grijpen. De man deed er niks aan. Hij was wel aardig en vriendelijk, iedereen mocht hem kennelijk, maar hij kon zichzelf en zijn uitdragerij-huishouden absoluut niet op een redelijke manier runnen. Het huis verpauperde zienderogen. Hij was uiteraard stronteigenwijs en weigerde alle hulp. Dus bleef alles zoals het was. Jarenlang.

A vertelde dat er op een gegeven moment ratten werden gesignaleerd. De klachtenstroom groeide, want wie zit er nu op van die jongens met kale staarten te wachten?

Toen ik afgelopen week naar A ging om Lola’s spullen te brengen, kwam ik weer langs dat huis. Tot mijn verbijstering stond er een makelaarsbordje Te Koop tussen de meuk. Het bleek dat de bejaarde eigenaar inmiddels in een zorginstelling was geplaatst. Ik zag dat het trottoir wel beloopbaar was, zelfs dat was vele jaren niet mogelijk geweest. De voorbijganger moest de rijweg op óf over alle zooi klimmen.

‘Wat denk je dat er voor betaald moet worden?’, vroeg A. Ik zei: ‘Niks, de nieuwe eigenaar moet twee ton KRIJGEN om dit weer enigszins leefbaar te krijgen.’

Dat is dus fout gedacht. Het pandje moet € 325.000 opbrengen. Maar dan mag je alle zooi erbij hebben. Toch een heel erg leuke deal?

Echt? Eet je dat laatste stukje nou echt zelf op?

Onze lieve Lola lag overdag op een prachtig door Bryk gemaakt kussen in de huiskamer en ’s nachts sliep ze in een bench met het deurtje open in mijn werkkamer. Honden…. gewoontes, gewoontes.

Toen ze op 21 maart vorig jaar overleed hebben wij het kussen en de bench op een van de zolders neergezet. Allebei in prima staat, maar het steeds geconfronteerd worden met die lege plek in de kamers was te verdrietig.

(De logeetjes brengen trouwens hun eigen spullen mee).

Een paar weken geleden was het kennelijk de juiste tijd om het kussen en de bench weg te geven. Trimster A. die al zo’n 25 jaar onze honden fatsoeneerde, heeft vijf honden en ook een stel van die kussens. We hebben nog steeds contact, want we kunnen goed samen over van alles praten. ‘Wil jij Lola’s kussen en haar bench hebben?’, vroeg ik dus. Ze reageerde blij en dankbaar.

Donderdagmiddag heb ik de spullen gebracht. A woont op een landgoed met haar man en allerlei dieren. Buiten de honden zijn er vier ezels, drie pony’s, twee katten, tig kippen en twee schapen. De honden waren buiten toen ik aankwam en er volgde een blije begroeting. ‘Hé, daar heb je tante Wieneke! Die kennen we wel.’

A en ik dronken gezellig koffie in de serre. Zo jammer dat daar geen filmpje van is, want ik zat mijn cake te eten terwijl vijf honden keurig op hun kont zittend voor mij zaten. Met vijf zeer verwachtingsvolle blikken dus. Maar principieel als ik ben (kuch) geef ik honden geen mensen-eten.

Het was trouwens van die kleverige Indische cake. Na het eten moet je zelf zowat onder de douche 😉

Van links naar rechts zaten daar: Jay en Nessa (bouviers), Joe en Noa (bearded collies) en Pien (koningspoedel). Te wachten…. en nog eens te wachten. En ik maar zeggen tussen twee hapjes door: ‘Ga maar weg, want jullie krijgen er echt niks van’. Het ongeloof over zo’n a-sociale behandeling van vijf arme zielige hongerige hondjes groeide met de seconde. Strak kijkend volgden ze de beweging van mijn hand naar mijn mond. Je zag ze denken: ‘Het wordt wel steeds minder….Hoe kan die – op zich wel aardige – vrouw nou zo ontzettend wreed zijn?’

Bij het laatste hapje dat verdween vielen ze haast om van verbazing. Hoe dan? 🙂

Nestkastje

In onze tuin hangen, nee hingen, diverse nestkastjes. Vanmiddag heb ik ze allemaal weggehaald. Nogal een gedoe, want zo hier en daar moest ik takken snoeien om erbij te kunnen. Is allemaal gelukt. Ik heb een gerecycled plastieken exemplaar aangeschaft. Leek me beter te onderhouden dan al die ouwe houten dingen. Die gaan naar de gemeentewerf, want ze zijn intussen al tig keer gerepareerd en verfgesproken opgeknapt door echtgenoot, maar hebben er ooit broedende vogels in gezeten? Nee, nooit! Toch hangen ze allemaal met het vlieggat keurig op het oosten gericht. We hebben geen katten in de tuin, want die bonte jongens die vroeger bij ons op bezoek kwamen, zijn nu óf hemelen óf zo oud, dat ze nauwelijks meer de ene poot voor de andere kunnen zetten. Laat staan dat ze interesse hebben in het vangen van vogels. Veiliger dan bij ons krijg je het niet als je als koolmees een paar eitjes wil leggen. Oké oké, die &%$&# terreursperwer….. hm, daar zeg je zowat.

Je kunt niet alles hebben in het leven, dus dan maar geen gepiep in nestkastjes.

Ik wil het nog één keer proberen met een soort van futuristische:

Zonneblij

Dat zijn we allemaal durf ik te stellen. Blij dat die grauwe grijsheid zeker de komende 14 dagen weg is en de zon schijnt. Nou ja, als we de weerman mogen geloven.

Ik had een tijdje geleden een stapel grijze veren van het grasveld geharkt. ‘Och, als dat maar niet een van de Turkse torteltjes is’, dacht ik. We hebben namelijk een paartje dat regelmatig langskomt. Ze verschuilen zich vaak in een grote zachte hulst. Hoop elk jaar op een nestje, maar dat is er nooit. Ik heb een zwak voor TT’s, want ze zijn altijd zo lief met elkaar. Als je de een ziet, zie je de ander ook. Elegant ook. Beter dan die grote lompe hobbezakken van houtduiven.

Tijdens de koffie met echtgenoot meldde ik die veren. ‘Nou, een paar minuten voordat jij in de tuin ging, zag ik een bruine vogel snel wegvliegen daar. Ik denk dat het een sperwer was, maar dat kon ik in de gauwigheid niet zien.’

We zagen inderdaad de dagen daarna maar één Turkse tortel. Ik weet niet of TT’s een sneue snavel kunnen trekken, maar ik had er niet gek van opgekeken als deze bedroefd keek. Tobberig zei ik: ‘Zo zielig! En het broedseizoen begint zo meteen…. hoe moet dat nou met dat allenige beest?’

Maar gistermiddag zat ik bij het raam een puzzel te kleuren. Weer eens iets om uit te proberen. Je weet namelijk niet wat de afbeelding is, maar je moet in piepkleine hokjes de genummerde kleuren kleuren. Op de duur zie je dan wel wat de bedoeling is. Valt echt niet mee om dat een beetje netjes te doen, vergt opperste concentratie maar maakt een leeg hoofd.

Ik keek naar buiten en zag de TT zitten op een dode boom. Maar hij was niet meer alleen, er zat een TT naast. Op het gemakje zaten ze samen gezellig naast elkaar de veren te poetsen. In de zon. Fijn! Een nieuwe lente en een nieuwe liefde. En dat zonder datingsite 😉

Handwerkers gezocht en rap een beetje

Gisteren was ik op bezoek bij mondhygieniste S. Zij vervangt mijn eigen behandelaarster E een tijdje. Ik kende haar niet, maar het is een vrolijke vlotte dame, die snel en meedogenloos mijn gebit schoonmaakte. Ik krijg altijd wel complimentjes over mijn eigen zorgplicht, maar de moeilijke plekjes moeten drie keer per jaar toch gedaan door de professional. Alles voor de tandjes, nietwaar!

Ik help tijdens de behandeling altijd met het losjes vasthouden van de hangende water-afzuiger, die anders steeds zichzelf vastzuigt in mijn wangen. Dat vind ik zo vervelend, want al dat water moet wel weg, dus doe ik dat.

S vond het bijzonder. ‘U overweegt niet hier in dienst te komen als mijn assistente, het werkt voor mij echt heel lekker zo, hoor?’ Ja, maar toch maar nee.

Ze vertelde dat de praktijk nu vier tandartsen heeft, maar dat er absoluut nog een mondhygienist(e) bij moet komen. ‘U wilt niet weten hoeveel moeite dat kost om er eentje te vinden’, zuchtte ze. Er is namelijk een schreeuwend tekort aan mensen, die met hun handen werken. Herkenbaar verhaal, want mijn kapsalon heeft uiteindelijk een prima kapster als vervangster gevonden, toen een dame van de club besloot om een jaar vrijwilligerswerk in Griekenland te gaan doen. Maar gemakkelijk was het niet, want in een klein team stop je ook niet zomaar iemand. Het moet echt klikken én het moet iemand zijn die én goed werkt én goed met de klanten is. Ga er maar aan staan.

Het schoonmaakbedrijf, dat onze opstallen reinigt, heeft het erg druk, maar kan nu nog wel lui vinden die het werk doen. Meneer H. die daar de boel leidt zei eens toen we het er over hadden: ‘Het gaat bij ons nog wel goed qua medewerkers, maar hoe lang nog? Wij willen alleen maar mensen, die het goed doen, netjes werken en rekening houden met de spullen van de klanten. Een stel bavianen hoef ik niet.’ Gelukkig kan ik wel een potje breken bij meneer H, dus ik hoef niet bang te zijn dat hij woestelingen op me afstuurt 😉

Nu was mij al eerder opgevallen, dat er tegenwoordig wel heel veel ‘computer-staarders’ zijn. Als ik in een of ander kantoor ben, dan zie ik dat. Het is er doodstil, men zit en men staart. Drukke bedrijvigheid zoals ik dat in mijn betaalde banen meemaakte, is er kennelijk niet meer. Het lijkt me allemaal zooooooo saai.