Killerbird

In de voortuin woedt een strijd. Nog nooit eerder was dat aan de orde. Ik weet niet zo goed wat ik ervan moet denken.

Op een kaal stukje grond, dat ik vanuit de kamer goed kan zien, heb ik wat bijen- en vlinderbloemenzaad uitgestrooid. Het zijn een soort kleikorreltjes; het zaad is omhuld, zodat vogels er niet direct mee aan de haal zullen gaan en het bevordert het ontkiemen. Toch strooi ik er ook nog een dun laagje aarde overheen. So far, so good. Nu maar afwachten en straks genieten van een mooi perkje bloemen waar de nodige zoemers en fladderaars op afkomen.

Al vrij snel komen er minuscule groene puntjes boven de aarde uit. Voorzichtig begiet ik ze, en het al te felle zonlicht wordt gefilterd door wat struikjes. Het plan lijkt te lukken.

Als ik op een ochtend aankom met de gevulde gieter, volgt er een diepe teleurstelling. De groene blaadjes zijn weg. Allemaal. Niet weggekrabd door poezen, daar heb ik zo’n twintigtal stokjes voor gestoken. Nee, het zijn slakken die zich tegoed hebben gedaan aan het jonge groen. Daar liggen ze met zijn vieren bij elkaar op een beschaduwd plekje te glanzen.
Wat nu. Dit wordt een strijd die ik niet zal winnen, weet ik uit ervaring. Slakkenkorrels strooi ik niet. En biervallen zetten, vind ik zielig, ook al gaan de slakken min of meer verdoofd ten onder. Bloem strooien, bedenk ik ineens. Zodat de bloemen in wording met rust worden gelaten. Meel dus. Want toen Luilak nog uitgebreid gevierd werd in dit dorp en alle ramen in de nacht van vrijdag op zaterdag voor Pinksteren werden besmeurd met boter, eieren en meel had ik gemerkt dat de gemorste bloem een enorme aantrekkingskracht uitoefende op slakken. Heerlijk vonden ze het. Ik voeg de daad bij het woord en strooi een hoopje bloem op het stoepje.
Het helpt niet; nu is er zelfs een voor- en hoofdgerecht beschikbaar. Maar ik ben niet voor één gat te vangen, dus strooi ik goudsbloemenzaad waarvan ik vorige zomer bakken vol heb geoogst en waar slakken hun neus voor ophalen. Ik ben gek op goudsbloemen. Insecten ook, trouwens.

Dan sta ik op een ochtend met een kop koffie in de hand voor het raam te kijken naar een vrouwtjesmerel die driftig in de grond staat te wroeten. Wormen, denk ik. Maar nee, er komt een dik met aarde besmeurde klont naar boven, die ze met kunst en vliegwerk op het stoepje weet te krijgen. Ik zie een platte, crèmekleurige ovale onderkant: een slak! Dan begint er een gepik, gehak, geveeg, gescheur en gegooi; kluitjes aarde en slak vliegen in het rond. Af en toe stopt het gedoe even, zodat het losgekomen stukje kan worden verorberd. Als het arme beest op is, begint het hele theater van voren af aan. Maar twee is genoeg, blijkbaar.

De volgende dag wordt de slachtpartij hervat. Ik sta er met gemengde gevoelens naar te kijken. Het is de natuur, ik weet het. Ik zie het. Het is eten of gegeten worden.

Triest vind ik het wel. Nee, geen tranen, al scheelt het niet veel. De goudsbloemen komen gelukkig op.

Pinksteren aan zee

img098

Pinksterzondag op het strand
Het belooft een mooie dag te worden
Voor de meute uit drinken we koffie
Een aardige jongen droogt de stoelen
Met een grijs-geruite theedoek
Hij heeft een drukke dag voor de boeg

Een truck rijdt het strand op
En laadt biertonnen uit
Het wordt een pianofeestje straks
Als de zon hoog staat
Het strand vol is
En de mensen dorstig zijn

Maar nu is het goed zoals het is
Zand en water
Een enkele wandelaar langs de vloedlijn
Een jongen met zijn hond
Een zeil in de verte
Een vrachtschip

Als de zon tussen de wolken door komt
Vangt de oneindige watermassa
Sprankjes licht

Geen tongen van vuur
Maar toch een kleine verwijzing
Naar de geest
Die ons allen bezielt

We doen er het zwijgen toe
Voor even

——————————————————————————————————————-

De illustratie is een druksel van Hendrik Nicolaas Werkman: De tocht naar Jeruzalem (1941)

Wat doen we met Pinksteren?

Pinksteren is een Christelijk feest. Althans, zo lijkt het. De discipelen van Jezus ‘spraken in tongen’ op het Wekenfeest. Dat maakte hen er klaar voor om de blijde boodschap van hun leermeester Jezus over de wereld te verspreiden.
In feite is het een feest met een Joodse oorsprong, evenals Pesach, waarbij de uittocht uit Egypte werd herdacht. Na zeven weken (vijftig dagen) werd tijdens het Wekenfeest herdacht dat Mozes de tien geboden ontving op de Sinaï. Beide feesten houden verband met de oogst: rond Pesach begint de gerstoogst en Sjavoeot (Pinksteren dus) is de start van de tarweoogst. Tijdens dit laatste feest wordt de synagoge versierd met bloemen, groen en vruchten, als de bloeiende vruchtbare helling van de Sinaï. Het was de gewoonte dat er een offer werd gebracht van het geoogste graan, de eerstelingen. In de synagoge werden de tien geboden voorgelezen evenals het boek Ruth. Het is goed om voor ogen te houden dat Jezus’ vrienden dit Joodse feest vierden, voordat zij, min of meer gedwongen, de Christelijke leer gingen verspreiden.

Net zoals Kerst en Pasen bij ons invloeden kennen van de zogenaamde ‘heidense gebruiken’, zoals die door de oude Germanen werden nageleefd, was dit ook het geval met Pinksteren. Dit was, in feite net als bij de Joden, een vruchtbaarheidsfeest. Op een aantal plaatsen in Nederland werd het feest van ‘De Pinksterblom’ gevierd: hier en daar op de Waddeneilanden en in een aantal plaatsen in Brabant en in het oosten van het land.
De Pinksterblom of Pinksterbruid was een meisje dat door de jongemannen van de gemeenschap werd gekozen uit de huwbare meisjes. (Schoonheidskoningin avant la lettre) Ze werd, versierd met bloemen of kransen, het dorp rondgeleid, waarbij een lange stoet jongens en meisjes volgden. Er werden liedjes gezongen en men kreeg geld of zoetigheid. Het feest duurde de hele dag en was tevens nauw verbonden met de hoop op vruchtbare akkers. En, niet onbelangrijk, het was een feest waarop jongens en meisjes elkaar konden ontmoeten (wat ook tot vruchtbare de samenkomst kon leiden).

Hier is onze fiere Pinksterblom
En ik zou hem zo graag er eens wezen
Met zijn mooie kransen om het hoofd
En met zijn klinkende bellen
Recht is recht, krom is krom
Gelief je ook wat te geven
Voor de fiere Pinksterblom
Want de fiere Pinksterblom moet voort!

pinksterbruid_thumb-470x325

Jammer dat zo langzamerhand de kennis omtrent onze jaarfeesten verwatert. En de tweede Paas- en Pinksterdagen zijn meer en meer Ikea-dagen geworden. Niet alleen een aanslag op ‘de portemonnee’, maar ook op het behoud van onze cultuur.

Pinksterdrie

In de Zaanstreek kent men drie Pinksterdagen. Ook de dinsdag is voor veel mensen een vrije dag, hoewel er de laatste jaren steeds meer de klad komt in dit ruim vierhonderd jaar oude gebruik.

De oorsprong ligt in het jaar 1574, tijdens de tachtigjarige oorlog. De Spanjaarden waren in oktober 1573 verslagen bij Alkmaar. Tijdens de februarimaand met strenge vorst, waren veel Spaanse troepen gelegerd in Assendelft. Van hieruit werden Krommenie, Knollendam, en Westzaan bestookt en aangevallen. Wormerveer (heette toen nog ’t Saen) werd binnengevallen en leeggeroofd. Terwijl de troepen weer naar Assendelft trokken, werd in het zuiden van het land een inval voorbereid door Lodewijk, de broer van Willem van Oranje. De Spaanse troepen werden razendsnel uit Noord Holland teruggeroepen. Maar onderweg staken ze nog even de resten van Krommenie en Knollendam in brand evenals Wormerveer, Zaandijk, Koog aan de Zaan en het Zuideinde van Westzaan. De bevolking onderging alles gelaten, waarschijnlijk omdat men dacht dat er nu snel een eind aan de bezetting zou komen. Maar nadat de Oranjes vernietigend waren verslagen op de Mookerhei, keerden de Spanjaarden terug naar Assendelft in het al zo gehavende Noord Holland. Ze waren van plan zich te concentreren op Wormer en Purmerend.

Slag_bij_Mokerheide_-_Battle_of_Mookerheyde_in_1574_(Frans_Hogenberg)

Op eerste Pinksterdag, 30 mei, in de vroege ochtend trokken 3000 Spaanse soldaten naar Wormer. Met roeiboten en pontons staken zij de Zaan over. Dit bleef niet onopgemerkt: boer Haentjes was met zijn meid koeien aan het melken op een weiland bij Wormer. De meid zag plotseling wat glinsteren en de gevolgtrekking was snel gemaakt. Haentjes rende naar het dorp en waarschuwde iedereen. Heel Wormer was op de been, tot de tanden toe bewapend met alles wat tot wapen kon dienen. Gelukkig was er vlakbij een aantal Oranjegezinde legereenheden gestationeerd en bij de Kalverschans lag een kleine vloot van vrijbuiterschepen, die zo snel mogelijk naar Wormerveer voer, waar de Spanjaarden nog steeds bezig waren de Zaan over te steken. Het vuur werd geopend en men voer in op de bootjes waarmee de Spaanse troepen werden overgezet. De Spanjaarden werden in de pan gehakt of ze verdronken tijdens hun vlucht in het waterrijke gebied. De schans werd snel door de Hollanders veroverd.
Van de 1400 Spaanse soldaten bleven er slechts 300 over. Op tweede Pinksterdag werden deze naar Hoorn gestuurd, terwijl de strijd in Purmerend in volle gang was. Aan het eind van de dag bleek dat men ook daar de aanval had weten af te slaan. Pinksteren was voorbij.

vrijbuiters

Op de schansen in de Zaanstreek gingen de vlaggen in top. De overwinning werd uitbundig gevierd, waarbij de wijn rijkelijk vloeide. Pinksteren werd met één dag verlengd. En zo is het nu nog steeds.