Dooddoener (Death Eater eng.)
– stijlfiguur, machtsspreuk
– uitspraak met weinig inhoud die toch het gesprek verstoord
– iemand met een dooddoener van zijn onderwerp afbrengen
– iemand op een ander been zetten
– een nietszeggend argument om een discussie stil te leggen
– cliché, algemeenheid, vaagheid
– banaliteit, trivialiteit, platheid
Reikwijdte van de dooddoener?
– schept ruimte, geeft lucht
– zorgt voor humor, mits goed geplaatst
– kan polariseren waardoor iets helder wordt
– houdt het gesprek op gang
– handig voor wie te open is
– geeft richting aan een gesprek
Inez van Eijk schreef hierover een boek: Als mijn tante een snor had… Meer dan 8000 gelijkhebbers, afhouders, dijenkletsers en andere uitdrukkingen met de Nederlandse taal (Amsterdam/Antwerpen 1995) 264 p. Hieronder enkele voorbeelden.
Ik zeg maar zo, ik zeg maar niks.
Wat je begint moet je ook afmaken!
Ons kent ons.
Een mens kent zichzelf het best.
De een is de ander niet.
Ik ken hem langer dan vandaag!
Onze Lieve Heer heeft rare kostgangers.
Dat is één pot nat.
Waar je mee omgaat, word je mee besmet.
Soort zoekt soort.
En… hoe staat het leven?
Ach, wat zal ik zeggen…
Druk, druk, druk.
Z’n gangetje…
Het kan ermee door.
Het houdt niet over.
Onder ons gezegd en gezwegen.
Als je het mij vraagt…
Práát me d’r niet van.
Daar heb je ‘t al!
Nogal logisch
Hoe kan het ook anders.
Dat zat er dik in.
Dat is ook niet voor niks!
Nóg een geluk bij een ongeluk!
Nog geen man overboord…
Wees maar tevreden met wat je hebt.
Beter te veel dan te weinig.
Beter mee verlegen dan om verlegen.
Onkruid vergaat niet.
Na regen komt zonneschijn.
Wat niet is, kan komen.
Nee heb je, ja kun je krijgen.
Morgen is er weer een dag.
Een cent voor je gedachten.
Zit je je zonden te overdenken?
Heb je je tong verloren?
De beste ideeën komen onder de douche.
Het verstand komt met de jaren 🙂