Het is mijn maand niet hoor. Zelfs al ben ik jarig in januari, die wintermaand en ik zullen nooit dikke vriendjes worden, tenzij ik kan overwinteren in zuiderse zonnige oorden.
Net zoals in 2022 werd ik dan ook nog eens ziek. Keelpijn, mottig, hoesten, vermoeid, ik weet het eerst aan stress maar toen het na een rustig weekend alleen maar erger werd, deed ik nog maar eens zo’n test (dat was lang geleden!) en làp, twee streepjes: dat betekende toch Corona? Ja hoor, ik had het weer eens zitten.
Een paar dagen thuis, in de zetel liggen en veel slapen en een week later ben ik wel weer “op de been” maar nog niet van harte. Sporten zou echt niet lukken, ik ben nog heel snel moe en mijn smaak is nog niet helemaal terug. Koffie lijkt wel afwaswater…
De kou ben ik beu, zo beu. Zelfs als ik eventjes kort een wandeling doe tijdens de weinige uren dat de zon schijnt, kan me dat niet voldoende oppeppen. Op aanraden van mijn collega ben ik gestart met een Magnesium-kuur, die vitaminen zouden de vermoeidheid kunnen aanpakken. Op hoop van zegen.
Ik kijk uit naar maart, maar dat lijkt nog zo vreselijk lang. We gaan dan een week samen met mijn schoonouders naar Spanje, ik ken het daar nu al een beetje in Albir en het is daar in elk geval wat zonniger dan hier. Het hoeven niet meteen hele warme temperaturen te zijn, maar een aantal uren meer zon zou al veel betekenen.
Verder ben ik nog steeds mezelf aan het inhouden: ik ga werken, doe af en toe nog een massage, maar verder doe ik niks buiten boeken lezen en naar televisie kijken om uit te rusten. Ik spreek amper af met vrienden, want na mijn jaar ziekteverlof, het overlijden van mijn mama, en nu post-Covid, heb ik nog steeds heel veel nood aan rust en stilte. Meer dan ooit realiseer ik me dat het genoeg is, dat er niks méér hoeft.














