Miranda Lakerveld (1976) regisseert opera en muziektheater. In 2008 richtte ze World Opera Lab op, dat vernieuwende opera’s op het toneel brengt, geïnspireerd door culturele uitwisseling.
In 2020 regisseerde Lakerveld de voorstelling Arïanna, een remake van de gelijknamige verloren opera van Claudio Monteverdi, met solisten als Aylin Sezer en Sinan Vural. Miranda Lakerveld woont in de Nassaustraat (Eerste? Tweede?) ‘een flat waar de bewoners voor mij samen een dwarsdoosnede van Amsterdam representeren. Er wonen mensen in allerlei levensfasen met een palet aan culturele achtergronden. Er woont volgens mij nog een andere theatermaker maar eerlijk gezegd ken ik niet al mijn buren.’
Eerste Keucheniusstraat 8-10-12-enz. (van rechts naar links) in 1983. Foto: Stadsarchief Amsterdam/Martin Alberts
Kunstenaar, dichter, ontwerper en binnenhuisarchitect Peter Giele (1954-1999) wwoont vanaf mei 1976 een jaar in de Eerste Keucheniusstraat (Staatsliedenbuurt). In de Van Hogendorpstraat (Staatsliedenbuurt) maakt hij een muurschildering op een schoolgebouw. Peter Giele ligt begraven op Zorvlied, het opzienbarende grafmonument is van Joep van Lieshout.
In het midden van de jaren zestig ontstaat de provobeweging, die zich met ludieke acties en uitdagende publicaties verzet tegen ‘de gevestigde orde’. Een van die ludieke acties is de happening die Robert-Jasper Grootveld regelmatig organiseert bij het standbeeld Het Lieverdje (op Het Spui).
Naast kopstukken van de provobeweging (Roel van Duijn, Luud Schimmelpennink en Bernard de Vries) is ook Duco van Weerlee (1939-2018) aanwezig, een jonge student taalwetenschappen die zich heeft aangesloten bij de beweging en zich steeds meer zal profileren als ‘filosoof’ van de provo’s. Als de provobeweging langzaam uitdooft, gaat Duco van Weerlee schrijven: poëzie en proza. Eind jaren tachtig vertrekt hij naar Bali, maar hij blijft schrijven, onder andere columns voor De Volkskrant. Vanaf 1 augustus 1974 woont Duco van Weerlee enige tijd in de Fannius Scholtenstraat 3 I (Staatsliedenbuurt).
Op zijn site lees ik: De gezellige Amsterdamse zanger Johan de Leur is geboren en getogen in Mokum. Op een steenworp afstand van de Jordaan groeide hij op in de Staatsliedenbuurt. Het Amsterdamse publiek leert hem kennen aan de hand van zijn single Ik wil mijn stad terug. Inmiddels een veel gevraagd artiest in de randstad en midden Nederland,. Een aanwinst voor elk feestje.
Met zijn gezellige repertoire werkt de gezellige Amsterdamse zanger Johan de Leur hard aan het vergroten van zijn bekendheid. Hij heeft de volgende singles uitgebracht: Ik wil mijn stad terug, Wanneer een Amsterdammer vrolijk is en zingt en Snoepie. Waar Johan de Leur gewoond heeft in de Staatsliedenbuurt, heb ik niet kunnen achterhalen.
In de jeugd voetbalt Tarik Tissoudali (1993) bij onder andere de buurtclub DWS. Daarna speelt hij bij de amateurs van Sparta Nijkerk.
De professionele voetbalcarrière van Tarik Tissoudali begint op 11 augustus 2014 bij Telstar. In 2016 tekent de linksbuiten bij het Franse Le Havre, maar wordt daar uitgeleend aan Cambuur, VVV en De Graafschap. In België speelt Tissoudali voor Beerschot en Gent. Daarna verhuist hij naar het Griekse PAOK Saloniki. In 2025 volgt een transfer naar Khor Fakkan (Verenigde Arabische Emiraten).
Tissoudali groeit op in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt (zijn adres kan ik helaas niet achterhalen).Na school voetbalt hij op het Van Beuningenplein. Soms doet Abdelhak Nouri mee.
Lucebert bij zijn tentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam, 23 januari 1987 (Nationaal Archief).
Voordat hij (in 1948) verhuisde naar de Brouwersgracht, woonde dichter en schilder Lucebert (pseudoniem van Lubertus Jacobus Swaanswijk, 1924-1994) in de Eerste Nassaustraat (Staatsliedenbuurt). Lucebert-kenner Peter Hofman schrijft:
In zijn uitgebreid gedocumenteerde biografie van Hans Andreus (Baarn, 1995) gaat Jan van der Vegt ook uitvoerig in op de vriendengroep waarvan Lucebert en Hans Andreus als buurtgenoten in de jaren 1938-1943 deel uitmaakten. In 1938 kwam Hans in Amsterdam te wonen (Marnixplein) en via buurtgenoten als Paul Veldkamp en Johan Meijer leerde hij Lucebert kennen, die eerder dat jaar verhuisd was van de Lijnbaansgracht naar de le Nassaustraat. Van de aanvankelijke ‘jeugdbende’ van de Westerstraat ontwikkelde de groep zich via de Rode Pimpernelclub’ tot een serieuze vriendenkring die zich gestaag uitbreidde, ook met meisjes. Binnen die groep was Hans vooral de dichter en Lucebert de tekenaar en kunstschilder.
Bron: Hofman, Peter (1997) De geboorte van Lucebert. Literatuur, jaargang 14, 334-339.
Een mens is pas vergeten als zijn naam niet meer wordt genoemd (Joods gezegde). In drie speciale afleveringen van deze serie ‘noem’ ik de namen van bewoners van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt tijdens de Tweede Wereldoorlog. En daarmee maak ik hun namen bekend… In de eerste aflevering staan we stil bij de Joodse familie Speijer, de tweede gaat over Gerrit (van der) Velde, drager van het Verzetsherdenkingskruis en de derde en laatste over Sybe Dolstra die ook in het verzet zat. In de Tweede Wereldoorlog hebben veel meer bewoners van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt meegedaan aan verzetsactiviteiten. Laten we ze niet vergeten!
Sybe Dolstra (1903) is tien jaar oud als zijn vader overlijdt. Hij (de oudste van zes kinderen) wordt ingeschakeld bij de zorgtaken. Na de lagere school (1915) gaat Sybe werken als scheepsjongen bij de Holland-Amerikalijn. Op zijn zestiende bezoekt hij Zuid-Amerika. In 1928 ontmoet Sybe Aagje Bruyn die actief is in de ‘linkse’ beweging. In 1929 trouwt het stel en schrijft Sybee zich in als lid van de Communistische Partij Holland (CPH). Net als zijn vrouw wordt hij politiek actief en organiseert in 1931 een staking bij zijn werkgever Duyvis. Daardoor belandt hij op een ‘zwarte lijst’ die het hem (tot na 1945) onmogelijk maakt om terug te keren bij Duyvis.
Het gezin Dolstra (met inmiddels twee kinderen) verhuist naar de Van Boetzelaerstraat 2 III (Staatsliedenbuurt). Sybe ontpopt zich als een fanatiek aanhanger van de CPH. Hij reist twee keer naar Duitsland om het gevaar van het fascisme met eigen ogen te kunnen aanschouwen. Begin 1937 vertrekt Dolstra (zonder vrouw en kinderen) naar Spanje, waar een verwoestende burgeroorlog woedt. Eerst sluit hij zich aan bij de gewapende strijd tegen het leger van Franco, later maakt hij deel uit van de geneeskundige troepen. In 1938 keert Sybe Dolstra terug naar de Van Boetzelaerstraat. Tijdens de Tweede Wereldoorlog sluit Dolstra zich aan bij het verzet. Het gezin brengt zes Joodse onderduikers onder in de krappe bovenwoning. Als de nazi’s daar een inval (willen) uitvoeren, moet Dolstra zelf onderduiken. Als communist blijft Dolstra ook na de oorlog omstreden. Pas in 1948 wordt hij gerehabiliteerd. Sybe Dolstra overlijdt op 19 november 1982. Sybe Dolstra heeft het Verzetsherdenkingskruis nooit ontvangen, waarschijnlijk omdat het door hem en voor hem) niet is aangevraagd.
Joan Melchior Kemperstraat 96-118 (v.r.n.l.) in 1983 (foto: Stadsarchief Amsterdam/Ino Roël).
Een mens is pas vergeten als zijn naam niet meer wordt genoemd (Joods gezegde). In drie speciale afleveringen van deze serie ‘noem’ ik de namen van bewoners van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt tijdens de Tweede Wereldoorlog. En daarmee maak ik ze bekend… In de eerste aflevering staan we stil bij de Joodse familie Speijer, de tweede gaat over Gerrit (van der) Velde, drager van het Verzetsherdenkingskruis en de derde en laatste over Sybe Dolstra die ook in het verzet zat. In de Tweede Wereldoorlog hebben veel meer bewoners van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt meegedaan aan verzetsactiviteiten. Laten we ze niet vergeten!
Op 9 maart 1909 is geboren: Gerrit (van der Velde). In de Tweede Wereldoorlog is metaalbewerker Gerrit (van der) Velde betrokken bij de verspreiding van De Waarheid, de illegale communistische verzetskrant. Wie betrapt wordt bij het bezorgen van die krant, kan rekenen op een strenge straf, tot zelfs de doodstraf. Gerrit (van der) Velde heeft gewoond in de Joan Melchior Kemperstraat 104 I (Staatsliedenbuurt). Hij overlijdt op 12 oktober 1981.
Een mens is pas vergeten als zijn naam niet meer wordt genoemd (Joods gezegde). In drie speciale afleveringen van deze serie ‘noem’ ik de namen van bewoners van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt tijdens de Tweede Wereldoorlog. En daarmee maak ik ze bekend… In de eerste aflevering staan we stil bij de Joodse familie Speijer, de tweede gaat over Gerrit (van der) Velde, drager van het Verzetsherdenkingskruis en de derde en laatste over Sybe Dolstra die ook in het verzet zat. In de Tweede Wereldoorlog hebben veel meer bewoners van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt meegedaan aan verzetsactiviteiten. Laten we ze niet vergeten!
In de Kempenaerstraat 45 I (Staatsliedenbuurt) woont in 1941 de familie Reens-Speijer die bestaat uit moeder Sara Speijer-Metzelaar (1891) en vader Gerrit Speijer (1891). dochter Clara Reens-Speijer (1920) en dochter Cornelia Speijer (1918). Ze zijn vermoord in de vernietigingskampen.
Bron: joodsmonument.nl. Foto: Stadsarchief Amsterdam (maker en jaartal onbekend).
Aat Veldhoen met vrouw en kind (1975, Nationaal Archief).
Voordat hij weer naar de Bloemgracht verhuisde (in 1958) heeft tekenaar en schilder Aat Veldhoen (1934-2018) een jaar in de Tweede Nassaustraat (Staatsliedenbuurt) gewoond.