Honderd bekende bewoners van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt (78): Lucebert

Lucebert bij zijn tentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam, 23 januari 1987 (Nationaal Archief).

Voordat hij (in 1948) verhuisde naar de Brouwersgracht, woonde dichter en schilder Lucebert (pseudoniem van Lubertus Jacobus Swaanswijk, 1924-1994) in de Eerste Nassaustraat (Staatsliedenbuurt).
Lucebert-kenner Peter Hofman schrijft:

In zijn uitgebreid gedocumenteerde biografie van Hans Andreus (Baarn, 1995) gaat Jan van der Vegt ook uitvoerig in op de vriendengroep waarvan Lucebert en Hans Andreus als buurtgenoten in de jaren 1938-1943 deel uitmaakten. In 1938 kwam Hans in Amsterdam te wonen (Marnixplein) en via buurtgenoten als Paul Veldkamp en Johan Meijer leerde hij Lucebert kennen, die eerder dat jaar verhuisd was van de Lijnbaansgracht naar de le Nassaustraat. Van de aanvankelijke ‘jeugdbende’ van de Westerstraat ontwikkelde de groep zich via de Rode Pimpernelclub’ tot een serieuze vriendenkring die zich gestaag uitbreidde, ook met meisjes. Binnen die groep was Hans vooral de dichter en Lucebert de tekenaar en kunstschilder.

Bron: Hofman, Peter (1997) De geboorte van Lucebert. Literatuur, jaargang 14, 334-339.

Geplaatst in Geschiedenis | Plaats een reactie

Honderd bekende bewoners van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt (77): Sybe Dolstra

Een mens is pas vergeten als zijn naam niet meer wordt genoemd (Joods gezegde).
In drie speciale afleveringen van deze serie ‘noem’ ik de namen van bewoners van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt tijdens de Tweede Wereldoorlog. En daarmee maak ik hun namen bekend…
In de eerste aflevering staan we stil bij de Joodse familie Speijer, de tweede gaat over Gerrit (van der) Velde, drager van het Verzetsherdenkingskruis en de derde en laatste over Sybe Dolstra die ook in het verzet zat.
In de Tweede Wereldoorlog hebben veel meer bewoners van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt meegedaan aan verzetsactiviteiten. Laten we ze niet vergeten!

Sybe Dolstra (1903) is tien jaar oud als zijn vader overlijdt. Hij (de oudste van zes kinderen) wordt ingeschakeld bij de zorgtaken.
Na de lagere school (1915) gaat Sybe werken als scheepsjongen bij de Holland-Amerikalijn. Op zijn zestiende bezoekt hij Zuid-Amerika.
In 1928 ontmoet Sybe Aagje Bruyn die actief is in de ‘linkse’ beweging. In 1929 trouwt het stel en schrijft Sybee zich in als lid van de Communistische Partij Holland (CPH). Net als zijn vrouw wordt hij politiek actief en organiseert in 1931 een staking bij zijn werkgever Duyvis. Daardoor belandt hij op een ‘zwarte lijst’ die het hem (tot na 1945) onmogelijk maakt om terug te keren bij Duyvis.

Het gezin Dolstra (met inmiddels twee kinderen) verhuist naar de Van Boetzelaerstraat 2 III (Staatsliedenbuurt).
Sybe ontpopt zich als een fanatiek aanhanger van de CPH. Hij reist twee keer naar Duitsland om het gevaar van het fascisme met eigen ogen te kunnen aanschouwen.
Begin 1937 vertrekt Dolstra (zonder vrouw en kinderen) naar Spanje, waar een verwoestende burgeroorlog woedt. Eerst sluit hij zich aan bij de gewapende strijd tegen het leger van Franco, later maakt hij deel uit van de geneeskundige troepen.
In 1938 keert Sybe Dolstra terug naar de Van Boetzelaerstraat.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog sluit Dolstra zich aan bij het verzet. Het gezin brengt zes Joodse onderduikers onder in de krappe bovenwoning. Als de nazi’s daar een inval (willen) uitvoeren, moet Dolstra zelf onderduiken.
Als communist blijft Dolstra ook na de oorlog omstreden. Pas in 1948 wordt hij gerehabiliteerd.
Sybe Dolstra overlijdt op 19 november 1982.
Sybe Dolstra heeft het Verzetsherdenkingskruis nooit ontvangen, waarschijnlijk omdat het door hem en voor hem) niet is aangevraagd.

Bronnen: spanjestrijders.nl en oorlogsbronnen.nl

Geplaatst in Geschiedenis | Plaats een reactie

Bekende bewoners van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt (76): Gerrit (van der) Velde

Joan Melchior Kemperstraat 96-118 (v.r.n.l.) in 1983 (foto: Stadsarchief Amsterdam/Ino Roël).

Een mens is pas vergeten als zijn naam niet meer wordt genoemd (Joods gezegde).
In drie speciale afleveringen van deze serie ‘noem’ ik de namen van bewoners van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt tijdens de Tweede Wereldoorlog. En daarmee maak ik ze bekend…
In de eerste aflevering staan we stil bij de Joodse familie Speijer, de tweede gaat over Gerrit (van der) Velde, drager van het Verzetsherdenkingskruis en de derde en laatste over Sybe Dolstra die ook in het verzet zat.
In de Tweede Wereldoorlog hebben veel meer bewoners van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt meegedaan aan verzetsactiviteiten. Laten we ze niet vergeten!

Op 9 maart 1909 is geboren: Gerrit (van der Velde). In de Tweede Wereldoorlog is metaalbewerker Gerrit (van der) Velde betrokken bij de verspreiding van De Waarheid, de illegale communistische verzetskrant. Wie betrapt wordt bij het bezorgen van die krant, kan rekenen op een strenge straf, tot zelfs de doodstraf.
Gerrit (van der) Velde heeft gewoond in de Joan Melchior Kemperstraat 104 I (Staatsliedenbuurt). Hij overlijdt op 12 oktober 1981.

Bron: rudi-harthoorn.nl

Geplaatst in Geschiedenis | Plaats een reactie

Bekende bewoners van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt (75): Sara Speijer-Metzelaar

Een mens is pas vergeten als zijn naam niet meer wordt genoemd (Joods gezegde).
In drie speciale afleveringen van deze serie ‘noem’ ik de namen van bewoners van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt tijdens de Tweede Wereldoorlog. En daarmee maak ik ze bekend…
In de eerste aflevering staan we stil bij de Joodse familie Speijer, de tweede gaat over Gerrit (van der) Velde, drager van het Verzetsherdenkingskruis en de derde en laatste over Sybe Dolstra die ook in het verzet zat.
In de Tweede Wereldoorlog hebben veel meer bewoners van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt meegedaan aan verzetsactiviteiten. Laten we ze niet vergeten!

In de Kempenaerstraat 45 I (Staatsliedenbuurt) woont in 1941 de familie Reens-Speijer die bestaat uit moeder Sara Speijer-Metzelaar (1891) en vader Gerrit Speijer (1891). dochter Clara Reens-Speijer (1920) en dochter Cornelia Speijer (1918).
Ze zijn vermoord in de vernietigingskampen.

Bron: joodsmonument.nl.
Foto: Stadsarchief Amsterdam (maker en jaartal onbekend).

Geplaatst in Geschiedenis | Plaats een reactie

Honderd bekende bewoners van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt (74): Aat Veldhoen

Aat Veldhoen met vrouw en kind (1975, Nationaal Archief).

Voordat hij weer naar de Bloemgracht verhuisde (in 1958) heeft tekenaar en schilder Aat Veldhoen (1934-2018) een jaar in de Tweede Nassaustraat (Staatsliedenbuurt) gewoond.

Geplaatst in Geschiedenis | Plaats een reactie

Honderd bekende bewoners van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt (73): Hugo Kuipers

Op de groepsfoto die in 1965 is gemaakt  staat hij uiterst links, naast mij. Met de zesde klas verblijven we drie dagen in het Gustav Brieglebhuis in Oud-Valkeveen. Hij is net zo groot als ik, die vriendelijk glimlachende jongen, mijn vriend Ginus.
Hij komt in de vijfde of zesde bij mij in de klas, woont aan de overkant van de Van Hallstraat, in de Van Boetzelaerstraat. Ik kom ook bij hem thuis, bij zijn ouders die dezelfde leeftijd lijken te hebben als mijn grootouders. Ginus is een eenling, net als ik, veel aansluiting met onze klasgenoten hebben we niet.

Op school onderscheidt hij zich, met spitsvondige opmerkingen, hoge cijfers, zijn rust en concentratie. Hij is de enige die naar het lyceum kan. Ik herinner me nog dat Ginus thuis een alfabetisch kaartensysteem maakt met allerlei weetjes.
Na de Rochussenschool verwatert onze vriendschap. Enkele jaren geleden krijg ik weer contact met hem via Schoolnk. Zijn voornaam heeft hij veranderd in Hugo. Hij vertaalt de bestsellers van onder anderen Stephen King, John Grisham en David Baldacci. Als mijn zoon in de buurt van zijn woonplaats een voetbaltoernooi speelt, ga ik bij hem langs. Hij ontvangt me hartelijk en ik maak kennis met zijn vrouw Nienke, die ook vertaalt. Waarom hij zijn voornaam heeft veranderd? Tja, Hugo, dat klinkt nu eenmaal beter dan die ietwat boerse naam. Hij is nog steeds een eenling, vertelt dat hij zich verre houdt van de recepties van zijn uitgeverij.
Na dit aangename bezoek verwatert ons contact weer. Op een dag verneem ik van een andere oud-klasgenoot dat Ginus op 5 juli 2013, op 58-jarige leeftijd is overleden.

Geplaatst in Geschiedenis, Mijn persoonlijke geschiedenis | Plaats een reactie

Honderd bekende bewoners van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt (72): Eva Jinek

Journalist, interviewster en talkshowhost
Eva Jinek (1978) in 2018 (foto: DWDD).

Met haar ex-partner heeft Eva Jinek (van 2006 tot 2014) in een appartement aan de Fannius Scholtenstraat (Staatsliedenbuurt) gewoond.
Inmiddels woont ze ergens anders (Abcoude? In de duinen bij Noordwijk?) en heeft ze ook een andere partner.

Geplaatst in Geschiedenis | Plaats een reactie

Honderd bekende bewoners van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt (71): Jan Froger (Bolle Jan)

Jan Froger presenteert in 1969 zijn lp Vize Verze.

In zijn jeugd speelt Jan Froger (1942-2009) accordeon op feesten en partijen.
Op zijn achttiende trouwt Froger met Mien van Es. Ze krijgen een zoon (René) en twee dochters.
Vanaf de eind jaren 60 verwerft Froger nationale bekendheid met een lp met schuine liedjes (zie: afbeelding). Zijn vele fans kennen hem als Bolle Jan.

In 1970 beginnen Jan en Mien café Bolle Jan in de 2e Nassaustraat (Staatsliedenbuurt). Ze treden regelmatig op en brengen grammofoonplaten uit.
In 1981 sluit het oude café Bolle Jan en komt er bij het Rembrandtplein een nieuwe Bolle Jan, een populair café waar altijd wel optredens zijn van Jan en Mien en andere volkszangers.

Hoewel de naam Bolle Jan onlosmakelijk verbonden lijkt met die van de Jordaan, heeft Jan Froger in 1960 ook enkele maanden in de Van Beuningenstraat (Staatsliedenbuurt) gewoond.

Foto: Stadsarchief Amsterdam

Geplaatst in Geschiedenis | Plaats een reactie

Opgehaald door een buitengewoon opsporingsambtenaar!

‘Mijn hond mocht niet mee,’ zegt de man naast me. ‘Die zit nu alleen thuis.’
Vanochtend ben ik opgehaald door een buitengewoon opsporingsambtenaar die mij vriendelijk verzocht in een gereedstaand busje plaats te nemen. ‘Fijn dat u meewerkt,’ zei de buitengewoon opsporingsambtenaar, een jonge man met rood haar..
Tijdens vrijwel de hele rit door de stad was ik de enige passagier. De buitengewoon opsporingsambtenaar zat achter het stuur. Toen ik hem vroeg wat onze bestemming was, gaf hij geen antwoord.
In een buitenwijk waar ik zelden kom, stopte de bus bij een villa. ‘U blijft hier netjes zitten,’ zei de buitengewoon opsporingsambtenaar tegen mij. Ik zag hem aanbellen bij nummer 52. Even later keerde hij terug met een vrouw van mijn leeftijd die hij hielp met instappen.
Toen we de buitenwijk verlieten, riep de vrouw opeens: ‘Meneer, we moeten terug. Mijn medicijnen, ik ben mijn medicijnen vergeten.’
De buitengewoon opsporingsambtenaar schonk eerst geen aandacht aan de vrouw. Toen ze zachtjes begon te huilen, zei hij: ‘Mevrouw, u heeft straks geen medicijnen meer nodig.’
‘Ik ben hartpatiënt,’ zei ze even later tegen mij. ‘Ik moet rustig aan doen. Waar gaan we heen? Weet u dat?”
‘Geen idee,’ zei ik.
‘Meneer, meneer,’ riep ze naar de buitengewoon opsporingsambtenaar. ‘Waar gaan we heen? In godsnaam, zeg iets.’ Ze begon te jammeren.
‘We zijn er bijna,’ zei de buitengewoon opsporingsambtenaar.
Na een minuut of tien kwamen we aan bij het industrieterrein van deze stad. De buitengewoon opsporingsambtenaar parkeerde het busje voor een kantoorgebouw, hielp ons met uitstappen en gaf de vrouw een arm. Zo liepen we naar de ingang van het kantoorgebouw.
De buitengewoon opsporingsambtenaar opende met een pasje de deur van het kantoorgebouw. Hij bracht ons naar deze wachtruimte, wenste ons succes en ging weer naar buiten.
‘Hebben ze u iets verteld?’ vroeg de man naast me. ‘Heb ik iets gemist?’
‘Ik heb werkelijk geen idee,’ zeg ik.

‘Borghols, kamer 3,’ wordt er omgeroepen. De man naast me staat op. ‘Mijn hond kan niet tegen alleen zijn. Dan horen de buren hem janken. Zo zielig.’
Verderop bladert de hartpatiënt door een oude Libelle. Haar gezicht is rood aangelopen. Dan staat ze opeens op. ‘Waar zijn de toiletten?’ Ik kijk om me heen, zodat zij de indruk krijgt dat ik haar vraag serieus heb genomen. ‘Bij de ingang?’ vraag ik me hardop af.
De hartpatiënt staat zuchtend en steunend op. ‘Als ik hier een hartaanval krijg, is het hun schuld.’ Ze sloft naar een deur die ze openduwt. ‘Hallo?’ roept ze. ‘Kan iemand me helpen?’ Als de deur achter haar dichtvalt, hoor ik haar niet meer.
Dan wordt mijn naam omgeroepen. Kamer 2.
‘Goedemorgen. Neemt u plaats,’ zegt een vrouw die op Gerda Havertong lijkt.
‘We kunnen snel klaar zijn,’ zegt ze. Voor haar ligt een map, kennelijk mijn dossier, met mijn pasfoto.
”Slechts één vraag voor u,’ zegt de vrouw die op Gerda Havertong lijkt. ‘Heeft u dit geschreven?’ Ze laat me een print zien van een bericht uit de serie ‘Mijn coming-out als agnost.
‘Ja, dat is van mij.’
‘Hartelijk dank! zegt de vrouw die op Gerda Havertong lijkt. ‘Heb ik alleen nog even uw handtekening nodig.’ Ze wijst naar een plek onder de print van mijn bericht.
Als ik opsta wil ik terug naar de wachtruimte, maar ze wijst naar een andere deur.
‘Dag meneer. Sterkte.’
De deur geeft toegang tot een gang. In de verte hoor ik angstaanjagende geluiden: gillen, angstkreten en gierend huilen. Ik wil terug, maar een buitengewoon opsporingsambtenaar (waar komt die opeens vandaan?) verspert me de weg. ‘Werkt u weer even mee?’
Dan begrijp ik waar hij me naar toe brengt. De geluiden, de hitte, de schaduwen van de vlammen op de muren, de penetrante geur van zwavel.
Als ik me begin te verzetten krijgt de buitengewoon opsporingsambtenaar assistentie van steeds meer collega’s.

Geplaatst in Leven zonder God, Mijn persoonlijke geschiedenis, Overig | Plaats een reactie

God verdwijnt gestaag uit Amsterdam (96): Apostolisch Genootschap

Aan de Overtoom 209 bevindt zich het gebouw van het Apostolisch Genootschap, dat van 1911 tot 1987 is gebruikt als kerk.
Na een grondige verbouwing zijn er op dit adres nu appartementen en een poolcentrum.

Geplaatst in Geschiedenis | Plaats een reactie