Zomaar een hobby


Laat ik het eens over mijn modelspoorbaan hebben. Er deden zich wat probleempjes voor met de stroomopname. Dus heb ik de rails licht opgeschuurd en nu rijdt alles zoals het hoort, zonder ongelukken welteverstaan en vooral op tijd. Daar kan de NS een puntje aan zuigen.
Maar ineens is er een geluid dat er niet hoort te zijn en niet veel later wordt de hele trein, onzichtbaar voor het oog, uit de rails getrokken doordat er een wagon is ontspoord. Ik kan je mededelen dat dit spoorwegongeval plaatsgrijpt net in een tunnel onder een plaat hout in een hoek waar ik niet bij kan; uitgerekend daar dus.

Mijn schroefboormachine ligt gelukkig nog onder handbereik en ik begin eerst de rails van de bovenplaat te verwijderen, hierna schroef ik de bovenplaat los en zie de ravage. Persoonlijke ongelukken deden zich hier niet voor, hoewel …. Ik moet onder de tafel doorkruipen om aan de andere kant te kunnen komen en sta net iets te vroeg op. Toing .. krrrrakk … gllloeiende-gloeiende. Daar kan de andere trein die even verderop staat te wachten ook niet tegen en hij valt waarschijnlijk van schrik spontaan om.

Eerst deze trein op de rails zetten, maar wel op een plek waar ik goed bij kan komen. Vervolgens de boel dichtschroeven en de rails terugleggen. Dan kruip ik onder de tafel door naar het volgende spoorwegongeval, om aan de andere kant weer boven te komen zonder mij ergens aan te stoten. Ik wil de trein weer op de rails plaatsen en heb daar een wielengeleider voor aangeschaft die de locs en de wagonnetjes op de rails geleid zodat ik ze niet zelf op de rails hoeft te pielen. Maar die ligt uitgerekend net aan de andere kant van de baan. Ik stroop met mijn arm voorzichtig langs de objecten en rek mijn arm uit. Weer lawaai. Maar nu niet van ontspoorde treinen, nee, ik blijf met mijn mouw ergens achter hangen en trek een heel stuk rails mee. Het zit me niet echt mee vandaag.
Ware ik grof gebekt dan had ik nu waarschijnlijk hartgrondig gevloekt maar ik hou mij in en gebruik krachttermen als goeie grutjes en zo. Fluitend zet ik alles weer in elkaar en draai aan de knop om de trein te laten rijden.
Er gebeurt niets.

Ik rammel hier en daar eens aan maar nee: geen beweging komt erin. Nu krijg ik zin in nog een treinramp, maar dan eentje die ik zelf zou willen veroorzaken. Ik kan mij beheersen en ga op onderzoek uit. Alles zit aangesloten zoals het hoort maar er komt geen beweging in. Totdat mij opvalt dat er een oranje stekker in het verlengsnoer zit die er niet in hoort: namelijk die van de schroefboor. Ik verwissel de stekkers en draai de knop van de trafo naar rechts: de treinen beginnen als vanzelf te rijden. Met een diepe zucht van tevredenheid zet ik beide treinen stil op hun speciale eigen plek en trek de stekker er uit.
Tevreden overzie ik het geheel en oordeel: Leuke hobby, modeltreinen. Geeft je net die broodnodige ontspanning.

©Prlwytskovsky.

Managers


Jaren geleden toen ik mijn tante met mijn wekelijkse bezoek ging vereren passeerde ik een gebouw dat mij nog niet eerder was opgevallen. Een voor dit landschap niet passend schreeuwend uitsteeksel. Een reclamebord schreeuwde de letters M.O.C. van het dak in kleuren waarvan de mensheid vlekken voor z’n ogen krijgt.  In kleine lettertjes stond eronder wat het betekende: “Managers Opleiding Centrum.” Managers, het lijkt op een zomergriepje alleen dit gaat niet over. Dus hier worden de Managers gemaakt, gecreëerd, geboetseerd of voor mijn part geboren. Managers, een apart volk, randfiguren. Zij onderscheiden zich in de massa door hun afwijkende gedrag. Een manager is als volgt te herkennen: zij hebben bij voorkeur X-benen en sommige verdenk ik er zelfs van dat zij hun benen speciaal laten breken om ze vervolgens in een X-vorm te laten plaatsen. Hebben zij desondanks geen X-benen dan dient u hun met gepaste achterdocht te benaderen, wees dus gewaarschuwd. Onder hun broekspijpen van het kaliber waar men doorgaans met twee benen in kan steekt iets uit dat voeten voorstellen, naar mijn mening lopen zij in veel te krappe schoenen en dat verklaart dan meteen dat merkwaardige loopje van hun.

Die linker hand in hun broekzak is ook zo’n aangeboren afwijking die bij mij de indruk wekt alsof zij daar iets moeten vasthouden, hun pieper waarschijnlijk. Komen ze uit hun lease automobiel dan wordt direct het colbert dichtgeknoopt, met de rechterhand het haar naar links gemodelleerd en dat handje in die linker broekzak gepropt. 
Staan ze van achter hun bureau op dan gaat direct weer dat handje in die broekzak. Het haar in een strak kapsel achterover gekamd en bij sommige met een scheiding in het midden waarbij het haar naar opzij wegvalt. Crisis hoofdjes uit de jaren dertig zijn het. Met een aangewende nonchalance lopen zij door hun kantoor en dit is echter om snelheid te suggereren want er zit verder geen beweging in. De hele performance van Managers suggereert snelheid. Hun wenkbrauwen staan in een positie die hun een permanente verbaasde blik bezorgt en voor hun ogen staat een set voorzetramen met een licht getinte kleur. Het montuur van hun brillen is meestal dun en goudkleurig, dat deze brillen van gewoon vensterglas zijn is een goed bewaard geheim dat ik u bij wijze van uitzondering wil onthullen want in onbewaakte ogenblikken lezen zij documenten stiekem zonder bril. Echter als ik iets wil laten lezen dan zijn ze plots hun bril vergeten. Zo’n bril staat dan op een zongebruinde kop. Ook zoiets: het jaargetijde is voor hun niet relevant om eruit te zien alsof ze dagen achtereen aan het strand zitten, dit onder andere typeert hun drukke bestaan. 

Goedlachs en overmatig vrolijk zijn ook van die factoren die eruit springen. Regen, mist of faillissement de Manager lacht!  Hij heeft altijd vrolijke opbeurende praatjes klaar. Als u vandaag uw broer ter aarde heeft besteld pept hij u op met de woorden: “Jij leeft toch nog, positief denken man.” Gevolgd door een schaterlach. Een andere eigenaardigheid is het lopen in een lange regenjas. Het verschijnsel gladde-jongens-met-regenjassen is inherent aan potloodventers die kinderen mee de bosjes inlokken tegen vergoeding van een reep hazelnoot chocolade die overigens weer ‘aftrekbaar’ is. 
Hun werkomgeving echter is gelardeerd met mooie secretaressen, het zijn blondines met lang haar en mooie grote ogen waar je aan vastgenageld blijft en als bonus ter compensatie van lange regenjassen lopen zij er af en toe kort gerokt bij. Een secretaresse is nooit kwaad of stressig en toont geen enkele emotie. Daar loopt een Manager dan, blind voor zijn zakelijke coryfee, met een lange regenjas zwaaiend langsheen.

Verder zijn het verwoede verzamelaars van hebbedingetjes en deze hebbedingetjes zijn vooral in veelvoud aanwezig maar volkomen a-functioneel. Ook hier is de atmosfeer bezwangerd van duur en veel maar vooral van macht. Aan deze opsomming van hebbedingetjes zou ik een vuilniszak willen toevoegen. Niet bij wijze van ruim bemeten voorbehoedsmiddel maar om deze ten tijde van enkele regenspatjes over zijn hoofd te kunnen trekken.
Als omstander denk ik bij het zien hiervan: “Vuilnisman, kan deze zak ook mee?” 

©Prlwytskovsky.

Nightrider


Vroeger toen er nog kuilen in de weg zaten en er bintjes werden verkocht die nog te vreten waren in combinatie met grote spruitjes die men eerst geel liet koken, in die tijd maakte ik Gods wegen onveilig door er met mijn truck overheen te denderen. Jahhh vroeger hoor ik jullie al zeggen, gaat’ie over vroeger zeuren. Nee nee ik ga niet zeuren, maar ik was destijds een cowboy op wielen en droeg zelfs van die harige klompen die ik vervolgens uittrok als ik ging rijden en daar wil ik het even over hebben; niet zozeer over die klompen maar over dat tijdperk en hoe het er in die tijd aan toeging.

Mijn truck had 3 pedalen. Het linker (koppeling) pedaal werd weinig gebruikt en vertoonde hoegenaamd geen slijtplekken. Het rechter pedaal was glad afgesleten, maar het middelste zag er als nieuw uit want dat was het rempedaal. Dat had je immers niet nodig want een auto is om te rijden en niet om mee te remmen. Al krijg je daar tegenwoordig andere ideeën over als je sommigen wegmisbruikers ziet gaan. Maar ik had het over mezelf en niet over anderen.

Het was in de begin 70’er jaren dat ik tegen middernacht bij grensovergang Bergh-autobahn mijn papieren had afgehaald. Ik stuurde mijn paard naar de A12 en schakelde op naar hogere versnellingen. Er zaten zes versnellingen op met een voorschakelbak dus ik moest een aantal keren aan mijn paal rukken eer ik op snelheid was. Eindelijk scheurde ik naar Rotjeknor. De snelheidsmeter wees 106 km/h aan. Ik trok mijn klompen uit, zette mijn linkervoet op het dashboard en de radio aan. Tijd om een shaggie te draaien vond ik, toen er naast mij een blauwe gloed zichtbaar werd. Er scheurde een Porsche langszij met het blauwe zwaailicht aan. Dat wordt diep in de buidel tasten dacht ik toen de agent zijn megafoon pakte en vroeg of ik het landingsgestel uit wilde klappen en mij aan de snelheid wilde houden. Vaderlijk hief hij waarschuwend zijn vinger naar mij op en de Porsche verdween in het donker.
Het zat mij niet mee want bij Reeuwijk werd ik door een blauw VW busje van de weg gehaald en naar de parkeerplaats van de daar gesitueerde Alberts-corner geleid. De man in uniform stelde zich netjes voor als wachtmeester en vroeg mij of ik mee wilde lopen om naar mijn verlichting op de aanhangwagen te kijken. U heeft maar één achterlicht zei de man.
“Nou dat lijkt me sterk agent”, zei ik.
“Mijn rang is wachtmeester”. Zei hij en samen liepen wij naar de achterkant waarbij ik hem de twee achterlichten toonde die wel degelijk aanwezig waren.
“Maar er brandt er maar eentje.” Zei hij.
“Ja agent, maar ik heb twee achterlichten en niet zoals u daarnet zei dat ik er maar eentje had.”
“Mijn rang is wachtmeester.” Zei de man nu geïrriteerd. Ik schroefde het lichtkapje eraf en zag dat het bolletje los in het kapje lag. Het lampje draaide ik er weer in en zei vol trots: “Kijk agent: hij doet het weer.”
“Als u mij niet met mijn rang wenst aan te spreken dan slinger ik u alsnog op de bon.”
“Goed agent, ik zal u met wachtmeester aanspreken.”
“Is het nu afgelopen” brulde hij: “ik behandel u normaal en u neemt mij gewoon in de maling.”
De man werd kwaad dus ik liet het er wijselijk bij zitten want ik wilde graag verder rijden naar het losadres en dan nog even naar bed. Hij wuifde naar mij dat ik weg kon en stapte in zijn VW bus. Ik wachtte nergens meer op en stuurde de A12 op richting Rotterdam.

Op het los adres was alles in diepe slaap gewikkeld. Goed idee vond ik en dook ook mijn mand in. Na enige tijd werd er hevig op de deur gebonkt. Er stond een agent met fiets naast mijn auto die mij vertelde dat ik hier niet mocht parkeren.
“U staat weliswaar onder een lantarenpaal maar desondanks op de rijweg en dat is hier ter plaatse gevaarlijk.”
Mijn antwoord bezorgde mij een proces verbaal wegens het krenken van een agent in functie. Niet één argument hielp meer en mijn auto moest en zou naar een zijstraat. Sinds dit voorval heb ik iets tegen fietsende gemeentepolitiemannen.
En die spruitjes? Ach, tegenwoordig koop ik kleintjes die ik bijtgaar kook want ik ben een bezadigd mens geworden.

©Prlwytskovsky.

ID card en het systeem


Telefoniste: Met Pizza shop Één punt is geen Punt, goedemiddag.
Klant: Middag, ik wil een paar pizza’s bestellen.
Telefoniste: Mag ik uw Sofinummer, meneer?
Klant: 635471305319.
Telefoniste: Dank U, meneer Prlwytskovsky. Uw adres is Hogebomenlaan 80, uw vaste telefoonnummer is 131113, het nummer op uw werk bij de lokale toiletpapier recycling is 111 31113 en uw GSM 0613-131113. Vanuit welke locatie belt u ons?
Klant: Euh…. Nunspeet. Maar waar haalt u al deze info over mij vandaan?
Telefoniste: Wij zijn op het Systeem aangesloten, meneer.
Klant: Systeem, hm, juist ja. Maar mag ik twee pizza’s met ham, mozzarella en…
Telefoniste: Ik denk niet dat dit een goed idee is, meneer.
Klant: Hoezo, je denkt het niet?
Telefoniste: U lijdt volgens uw medisch dossier aan hoge bloeddruk en u hebt een te hoog cholesterolgehalte; uw ziekteverzekering weigert de gevolgen van schadelijk eetgedrag te vergoeden. Bovendien krijgen wij een boete voor deze leveranties.
Klant: Oh, juist ja. En wat raadt u mij dan aan?
Telefoniste: Probeert u onze Pizza met yoghurt en sojabrokjes eens. U zult dat ongetwijfeld heel lekker vinden.
Klant: Waarom denkt u dat ik dat lekker zal vinden?
Telefoniste: Uw vriendin heeft onlangs het boek “Lekkere recepten met soja” in de lokale bibliotheek geleend.
Klant: Ohw oké, stuurt u daar dan twee van. Een voor mij en een voor mijn vriendin.
Telefoniste: Goed. Dat kost samen dertig euro.
Klant:  Prima. Ik geef u het nummer van mijn creditkaart. Dat is ….
Telefoniste: Sorry meneer, maar u hebt uw toegestane bedrag al overschreden. U zult cash moeten betalen.
Klant: Ook goed. Ik ga het bedrag wel even pinnen voordat uw bezorger er is.
Telefoniste: Dat zal niet lukken meneer, er staat niets meer op uw bankrekening.
Klant nijdig: Dat is uw zaak niet! Stuur die pizza’s en een beetje gauw, dan zorg ik wel dat ik het geld heb. Hoelang duurt het?
Telefoniste: U krijgt de pizza’s over een uur bij u thuis. Heeft u haast, dan kunt u ze hier afhalen en contant betalen. Maar pizza’s per motor vervoeren is niet aan te raden meneer.
Klant: Grrrlmpff … Hoe weet u dat ik een motor heb?
Telefoniste: Ik lees hier dat u uw afbetalingen van uw auto niet meer hebt kunnen doorbetalen en dat uw auto in beslag is genomen. Maar uw motor is betaald, dus ik veronderstel dat u die gebruikt?
Klant: … pieeeep pieeeep pieep ….
Telefoniste: Mag ik u verzoeken om beleefd te blijven meneer? U bent al eens veroordeeld wegens belediging van een ambtenaar in functie. Een tweede aanklacht zou niet best zijn.
Klant: ……….
Telefoniste: Anders nog iets, meneer?’
Klant: Nee! Of ja, toch wel: vergeet niet om ook de gratis liter Cola te leveren, zoals in uw folder staat.
Telefoniste: Sorry meneer, een uitsluitingsclausule in onze vergunning verbiedt ons om gratis dranken, die suiker bevatten, aan diabetici te verstrekken. Wat dacht u van suikervrije Rivella? Die moet u natuurlijk wel betalen, maar…
Tuut-tuut-tuut ……

©Prlwytskovsky.

Prlwyts en vrouwenkleding


In de paskamer waarnaast ik een spijkerbroek pas staat een vrouw die met een schrille snerpende stem vanachter het hermetisch gesloten gordijntje haar man er op uit stuurt om andere kleren voor haar te zoeken en bij haar te brengen. Hij doet dat ook nog: de lul.
Winkelen met een vriendin jongens, hou erover op: praat me er niet van. Ik blik even terug in het verleden, puttend uit eigen ervaring zogezegd. Kijk even mee en herken?

Ik ben eigenlijk geen haar beter want ik kwam net terug met een nieuwe lading bloesjes en rokken voor mijn vriendin die gedeeltelijk, of misschien wel geheel ontkleed in het pashokje stond en er volgens haar in die hoedanigheid beslist niet uit kon komen. Serieus geïnstrueerd zoekend bij de dameskleding in rekken vol fel gekleurde bloesjes met bloemetjes motief pik ik er twee tussenuit. Verderop bij de rokken zoek ik mij een zwarte rok en een donker bruine; beide maat 40. Ik bekijk langs mijn been de roklengte; voor het idee. Een hoogblonde vrouw naast mij bevriest in haar beweging en kijkt mij met opgetrokken wenkbrauwen aan.
“Hier loop ik ’s nachts altijd mee buiten.” Fluister ik haar met opzij getrokken mond toe en zoek geduldig verder tot ik gevonden heb wat ik zocht.
Grommende- en stommelende geluiden vanuit het pashok bevestigen mijn angstige vermoeden dat vriendin niet gecharmeerd is van mijn keuze. Voordat het gordijntje openvliegt ren ik naar buiten en positioneer ik mij naast de ingang. Een andere man kijkt mij gnuivend aan.
“Met je vriendin aan de winkel?”
“Jij ook?” Reageer ik en kijk naar de donkere wolken die overdrijven. Aan meer woorden hebben wij mannen eigenlijk geen behoefte. Wij begrijpen elkaar zo al. Vrouwen zijn anders. Dat is onder andere te zien aan het gedrag als vriendin de winkel uit komt stormen. Met het gezicht op onweer beent ze rechtsaf het winkelcentrum in, mij als onbelangrijke factor achterlatend. Man en ik kijken elkaar wederom aan.
“Daar verkopen ze bier. Ga je mee een zuchie pakken?” Samen hangen wij ons aan de toog en gieten ons vol bier; meer om het verdriet te verdrinken. Geen vrouw of vriendin die ons mist, of zelfs maar op komt halen. Na het zesde biertje vraag ik: “Hoe ben jij hier? Met de auto?”
“Ja.” Zegt hij: “maar mijn vrouw rijdt.”
“Ik heb dezelfde fout gemaakt. Dus dat wordt lopen naar huis.” Zwijgend staren wij in de spiegel tegenover de toog. Wij nemen er nog één en tijdens het nuttigen van het zevende biertje opper ik: “Verderop aan de haven, op de Dayer, zit een goeie haringtent. Halen wij dat nog?”
Zonder veel omhaal en weinig woorden wordt er meteen afgerekend als wij naar buiten waggelden.
“Vroeger zat die tent toch links?” Vroegen wij ons af. Wij slaan rechtsaf! Ons ongeluk tegemoet. Maar daarover misschien een volgende keer.

©Prlwytskovsky.

Lili Marlene


Het is nacht en kuierend loop ik door donkere straten. Met mijn handen diep in mijn zakken en mijn hoofd naar de grond gebogen. Het is nacht, een uur of één. Een beginnend herfstregentje daalt ruisend neer op het al bruin kleurende groen maar verder is er geen geluid hoorbaar, geen zuchtje wind voelbaar en geen mens te zien. Vraag mij niet waarom maar in gedachten hoor ik Marlene Dietrich “Lili Marleen” zingen en ik neurie met haar mee. In de verte hoor ik zelfs een accordeon zachtjes met ons meespelen. Straatlantaarns schijnen hun licht door de nevel van regen en bij sommigen zijn er spinnenwebben omheen zichtbaar die het lichtschijn een mysterieuze aanblik geven. Niemand ziet mij, niemand weet wat ik voel, wat ik hier doe, of wat ik denk. Er ligt een ingedeukt cola blikje op het voetpad. Ik kan het niet laten om er een rotschop tegen te geven. Waar het heen vliegt zal mij een zorg zijn. Niemand die het ziet en meteen stuift er een kat uit de bosjes en ik schrik me te pletter.

De lege trambaan met zijn glimmende rails laat het spoor zien, zo ver, dat in de verte de railstaven elkaar lijken te raken. Een autoweg ligt ernaast met nat glimmend asfalt maar verkeer is er niet. Verkeerslichten knipperen geluidloos en er is niemand die zich er aan stoort. In een flat naast de autoweg brand één schraal lichtje in een van de vele donkere woonkamers.
De straat waar ik woon ligt er verlaten bij. Sporen op het natte asfalt tonen aan dat er niet lang geleden een voertuig is langsgereden. Afdrukken van voetstappen staan in de hal en zij leiden naar de ingang. Ik open de voordeur en stap in de lift om naar de negende etage te gaan. Op de galerij kijk ik nog een keer uit over mijn nachtelijk Schiedam: Zij slaapt.

Als ik binnenkom en de deur sluit hoor ik een zacht gezoem. Mijn computer staat nog aan. De mediaplayer heeft het hele ritueel afgespeeld. Ik kijk naar de nummers die zijn afgespeeld en naar het laatste nummer van Helmut Zacharias:  “Hörst du mein heimliches rufen”.

©Prlwytskovsky.

Massa mensen


Een rendier dat stilstaat, een Antilope die loopt en een Lamme Gier die kan lopen zolang er maar vreten op de grond ligt. Wist je trouwens dat een Lamme Gier met een groot bot ver omhoog vliegt om dat bot op stenen te laten ketteren zodat het openbarst waarna hij merg uit het bot slurpt?
Een kraai: ook zoiets. Gekscherend noemen mensen een doodgraver een kraai maar een echte kraai is toch wel even andere koek, bijzonder vind ik. Wist je dat als je die beestjes in het park voert met fijngestampte pinda’s dat ze jou de volgende keer al terug herkennen en meteen met je mee huppelen? Hopend op wat snoepgoed van jou. En wist je dat als er een kraai doodgaat dat de groepsgenoten takjes rondom de dode kraai leggen, als eerbewijs en medeleven?
Mooi hé?

Maar mensen zijn anders. Massa mensen zijn wij geworden. Of voor mijn part kudde dieren. Voorbeelden en ontwikkelingen van de flora en fauna is de mens ontgaan merk ik. De mens doodt willekeurig beesten voor hun eigen genot. Of gewoon omdat het leuk bekt als zij bij hun vrienden zitten te keuvelen onder het genot van een illegaal gestookt biertje. Keuvelend over zomaar een willekeurig leven, ontnemen zij daarmee de fauna haar eigenlijke biotoop. Een biotoop dat de mensheid in leven probeert te houden door bomen en planten te verzorgen en daarmee de belangrijke fotosynthese in leven houden. Fotosynthese ja.  Zomaar een woord? Nee nee fotosynthese is niets anders dan dat bomen zich voeden met zonlicht waardoor ze bladgroen produceren en de blaadjes hun glanzend groene kleuren geeft. Groene bladeren nemen zonlicht op als voeding en stoten daarbij overdag zuurstof uit. In de nacht is dat proces omgekeerd en nemen ze zuurstof op en stoten stikstof uit. Je kunt dit vinden onder het topic Chlorofyl op google.
Maar zou je daarom een plant op je slaapkamer willen hebben die jouw zuurstof verbruikt?
Mawahhh … één plantje zal niet zo erg zijn maar ‘te veel’ is ook hier niet goed.

Van vrienden die een astmatische zoon hebben hoor ik dat zij laatst een Epipremnum hadden gekocht. Epi is een cm of 30 hoog maar die als plant luchtzuiverend zou werken. Prima! Van mij mag dat. Maar dan … een dag later melden ze dat die knul zomaar meer lucht kreeg en de plant daarvoor bedankte. Vergezocht? Ik vind van wel ja. Zal eerder psychisch zijn denk ik.
En verder? Kijk uit met oversteken. Want wandelen met een hond in dit beginnende heerlijke regenachtige herfstweer is uitnodigend om dromerig onder een auto te lopen.
Maar ik heb geen hond. Wel een auto maar die staat stil.

©Prlwytskovsky.

De buurtsuper


“De paden worden hier steeds ontoegankelijker, nietwaar?” Zeg ik terloops tegen een winkelende vrouw die een beladen kar naast zich heeft staan. Verongelijkt kijkt ze mij aan en trekt haar boodschappenkar opzij.
“Nee niet uw wagentje maar die lege dozen hier in het gangpad, die liggen mij in de weg.” Zeg ik.
“Ja maar onderdehand staat je wel naar mijn wagentje te kijken.” Pareerde ze boos.
“Mevrouw, ik kan kwalijk naar uw tietjes kijken want dan ben ik snel uitgekeken en kan ik u met alle gemak passeren.”
Nu was ze in staat om het hele rek van de buurtsuper over mij heen te gooien, en waarom? Ik had toch niets miszegd?

Verderop kom ik haar weer tegen maar nu bij de pot groenten.
“Eens even kijken.” Mompel ik: “Doperwtjes moet ik hebben.”
“Je houdt niet op hè.” Valt ze naar mij uit.
“Wat mankeert u nou?” Vraag ik haar. “Ik zoek doperwtjes, meer niet.”
“Een varken ben je, een ongemanierd schepsel.” Tierde ze door de zaak.
Ik laat haar voor wat ze is en loop met gefronste wenkbrauwen naar het brood en zoek in de broodberg of er iets van mijn gading bij ligt.
“Ah.” Mompel ik: “Een droog sneetje.” En meteen breekt er weer een massaconcert los, op z’n plat Schiedams welteverstaan.
“Goh mevrouw, en ik had u niet eens in de gaten.” Zeg ik.
Nu kreeg ik bijval van de broodverkoopster die aan de vrouw meedeelt dat ik in mijzelf sta te praten en niet tegen haar.
“Maar hij loopt de hele tijd al seksistische opmerkingen naar mij te roepen.” Jammert de vrouw maar er is niemand die naar haar luistert.

Bij de kassa kom ik haar weer tegen. Je kan het rotter treffen nietwaar? Elk stukje dat de band vooruit beweegt zet ik snel een van mijn boodschappen erop.
“Hebbie haast?” Blaft ze naar mij.
“Nee hoor, ik heb alle tijd. Ik ren al rond vanaf 6 uur vanmorgen en nu is het pas 18 uur dus ik ga zo meteen lekker koken en dan hoop ik om 20 uur klaar te zijn met alles. Dus ga gerust uw gang en stoort u zich vooral niet aan mij, van mij heeft u geen last; ik ben er niet!”
Zij slaat ineens haar handen voor haar mond en richt het woord tot de caissière.
“Ik ben helemaal nat.” Hoor ik haar zeggen. Mijn mond trekt zich in een big smile van oor tot oor en ik sta met mijn handen in mijn zakken het tafereel gade te slaan.
“Sta niet zo stom te grinniken.” Brult ze.
“Ohw het is een pak melk dat lekt. Ik dacht even dat één van uw borstjes leegliep.”
Het lekkende pak melk smijt ze pardoes in mijn karretje en de spetters vliegen in het rond. De chef vakkenvuller komt er meteen aan gerent en hij neemt de vrouw apart. Gezamenlijk verdwijnen zij in het knusse achteraf kantoortje.
“Nu bent u ook helemaal nat.” Giert de caissière zich in een deuk.
“Ja.” Lach ik met haar mee. “Maar hoe moet ik dat straks uitleggen? Een lekkende siliconen tiet?”

©Prlwytskovsky.


Gezichtsverlies


Het was druk bij mijn favoriete buurtsuper, veel mensen blokkeerden de gangpaden en vielen hun medemens lastig met verhalen over hun vakantie en wat ze daar zoal hadden meegemaakt. De bouwvak is namelijk voorbij dus iedereen is weer terug op het honk en in dit geval ook in mijn geliefde buurtsuper. Ik vraag mij af of een buurtsuper een geschikte plek is om over vakantieleed te pochen maar goed en daarmee stonden ze danig in de weg.
Een vrouw met een invalide wagentje probeerde ook haar inkopen te doen en hierdoor ontstond vervolgens een file bestaande uit geïrriteerde mensen met boodschappenkarretjes. Één man in het bijzonder manifesteerde zich wel heel erg nadrukkelijk, hij had een veel te klein t-shirt aan en een kop of hij dagen achtereen in de magnetron had gelegen. Met een stem die tot voorbij de achterste schappen te horen moet zijn geweest sommeerde hij de communicerende passanten om plaats te maken omdat ‘hij’ erdoor moest! Zo, daar konden ze het mee doen. Een echtpaar ging verbouwereerd opzij en Brulboei met zijn vrouw in het kielzog ging verder met zijn zoektocht door de schappen.

Even later kwam ik ze weer tegen en nu versperde hij zelf het pad. Ik reed met opzet tegen zijn karretje aan als teken dat ik erdoor wilde; “Ja rustig maar”, brulde hij, ”Wij gaan zo weer verder, last van zenuwen?” Gelaten wachtte ik af want hij wist niet dat hij als joker zou worden gebruikt voor een nieuw verhaal van mij.
En oh ja, bruine basterdsuiker moest ik nog hebben en ik ben er toch zeker 3 keer aan voorbij gelopen alleen omdat de verpakking van kleur was gewijzigd en daar reken je als argeloze voorbijganger toch niet op?

Bij de kassa aangekomen zie ik dat Brulboei vóór mij staat. Hij zet alles vanuit hun karretje op de lopende band en commandeert met luide stem zijn vrouw om af te rekenen want hij gaat dan alvast aan het einde staan om de boodschappen in de tassen te doen. Zo gezegd zo gedaan. Breedgeschouderd pakt hij alle aankomende boodschappen aan en vol bravoure flikkert hij die in de tassen. Een andere uitdrukkingswijze kan ik er niet voor vinden. Toen sloeg het noodlot toe: er glipte een chocolade toetje uit zijn hand en dat kletterde op de grond. Het bekertje kon de klap niet verwerken en barstte helemaal open met een rampzalige chocovlek middenin de doorgang als gevolg. Brulboei bevroor in zijn beweging en keek hulpeloos eerst naar de caissière en dan naar zijn vrouw die hem beide geen blik waardig keurde. Van die oppermachtige, overheersende en dominerende man was niets anders meer over dan een hulpeloos kind. Aan de caissière vroeg hij heel timide: “Heeft u misschien een doekje voor mij?”
Zijn ogen keken vragend in het rond en zochten hulp maar niemand reageerde. Op mijn lippen brandde de vraag of hij misschien zenuwachtig was geworden maar in zijn toestand was hij wellicht over de band gesprongen om mij even mores te leren. Ik liet het maar zo en lachte smerig in mijn vuistje.

Toen ik had betaald en met mijn karretje wegreed ontmoette mijn ogen de ogen van zijn vrouw, zij glimlachte verlegen naar mij; ik knikte haar vriendelijk toe.

©Prlwytskovsky.

Writersblock voor linkshandigen


Zo’n dag dat je niet weet waarover je schrijven moet. Moet? Nah … moeten is ook weer zo’n groot woord maar het is meer de gewoonte om elke week mijn kromme gedachtegangen neer te pennen. Maar nu is de koek even op, de pen is leeg. Ik zit dom voor mij uit te kijken naar een lege pagina en trommel met de vingers van mijn rechterhand ongeduldig op het bureau tot mij iets te binnen schiet. Rechterhand ja, want ik ben een linkshandige muisvasthouder. Of zou ik misschien eerst een lekker borreltje inschenken met een plakkie worst erbij? Ook al zo’n gewoonte op de zaterdag. Maar ja het vult de dag en de tijd verstrijkt er ongemerkt mee. Tijd! Daar zeg je zoiets. Een uitdrukking die niet te definiëren valt. Want wat is tijd eigenlijk? Volgens de geleerde meneer Eensteen is tijd onlosmakelijk verbonden met ruimte en niet van elkaar los te koppelen. Aldus zijn E=MC2 formule. Oorzaak en gevolg zijn onderdelen van de chaostheorie binnen die tijd, maar niet aan elkaar gebonden omdat ze niet tegelijkertijd plaatsvinden. Manmanman waar heb ik het nou toch weer over? (Effe nog een slokkie nemen hoor …. #slurp)

Maar hoe begon dat eigenlijk allemaal? Onze tijd en ruimte als gevolg van de oerknal?
De in April 1990 gelanceerde Hubbletelescoop vloog met circa 23.000 km/uur (!!!) naar het einde van het heelal, voor zover dat waarneembaar is. Ondertussen maakt hij elk etmaal een foto van het heelal met al de zichtbare sterren en planeten. Meer dan 50.000 foto’s maakte hij die hij naar de aarde seinde. Uit de verstreken tijd tussen de foto’s bleek dat het heelal aan het uitdijen is en wel met 70 km/sec per Megaparsec!!
Ter verduidelijking komt 1 Megaparsec overeen met 3,26 miljoen lichtjaar. En een lichtjaar is het product van het aantal seconden in een minuut, maal de minuten in een uur, maal de uren in een dag en dat maal 365 dagen wat neerkomt op 300.000 km/sec. En dat maal 3,26 miljoen.
Dat is dus 1 Megaparsec!
Als je dat ‘uitdij’ proces omkeert en het heelal laat krimpen dan is het begin van het ‘oer’ heelal niets anders dan een loeihete rode speldenknop ergens in het …. Ja waar eigenlijk. Of zou er nog een heelal bestaan waar die rode speldenknop in rond tolt?
Pfff … Ik neem effe een slokkie want bij mij tolt het nu ook.

Afijn dus een slordige 14 miljard jaar geleden ontstond ons heelal met een oerknal. Het zal nog een slordige 10,6 miljard jaar duren eer onze aarde, zon, maan en sterren ontstonden en wij vandaag de dag met de snelheid van het licht terug kunnen kijken naar dat oerbegin.
Maar wat is er in die tussentijd gebeurd vraag ik mij af. Hoeveel ‘werelden’ zijn er mogelijk ontstaan in die tijd? Tijd? Ja tijd en ruimte zijn immers onlosmakelijk verbonden volgens die Eensteen knakker. En als onze wereld al 3,4 miljard jaar bestaat hoeveel generaties zijn ons dan voorgegaan op deze wereld? Want onze generatie mensen bestaat volgens de bijbel en onze huidige geleerden pas vanaf Adam & Eva en dat is sinds ongeveer 12.000 voor Christus. Maar in al die miljarden jaren daarvoor dan? Hoeveel werelden zijn er dan al geweest en vergaan? Volgens de Maya’s leven wij in de derde wereld. De eerste is vergaan door ijs, de tweede door water (zondvloed?) en de derde zal door vuur vergaan. Maar dit zijn niet mijn woorden maar alleen een citaatje van een oud volk.

Oké ik draaf door. Ik stop met mijn warrige denkraam want het roept meer vragen op die wie dan ook ooit zou kunnen beantwoorden. Dus neem ik nog een lekker slokkie van mijn borreltje maar me glaasie is leeg. Shit, ook dat nog.

©Prlwytskovsky.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag