Tags
A.J.C.Kruyt, Arnold Meijer, Buddy Holly, Centrum 111 Heemstede, fotoclub Ogenblik, Ge:interneerde rijksduitsers en NSB'rs, Ger van Buuren, Lambach, m, majoor Kruyt, NSNAP, Oude Posthuis, Patronaat, Sneeuwbal
DE NATIONAAL-SOCIALISTISCHE ARBEIDERSPARTIJ VAN MAJOOR KRUYT – NSNAP – (1933-1941)


Nationaal-Socialistische Nederlandse Arbeiderspartij (NSNAP) was de naam van drie fascistische splinterpartijen, minieme maar niet ongevaarlijke imitaties van de Duitse Nazipartij NSDAP. Eén groep werd vanaf 1933 geleid door gepensioneerd majoor van de Koninklijke Landmacht Cornelis Jacobus Aart (1896-1945). Geboren in Den Haag, deed hij zijn militaire studies in Haarlem, werd benoemd tot eerste luitenant, bevorderd tot kapitein en ten slotte in Ede majoor, is hij in 1924 gepensioneerd. Hij maakte daarna twee reizen naar Ned. Oost-Indië en vestigde zich na Bloemendaal vestigde in 1920 op het adres Herenweg 111 te Heemstede. Hij was, evenals zijn grote voorbeeld Hitler, een middelmatig kunstschilder van stillevens en landschappen en o.a. lid van Kunst Zij Ons Doel (KZOD) in Haarlem en Arti et Amicitiae in Amsterdam. Rijksleider (in de volksmond ‘rijkszenuwleider’ genoemd). Kruyt gaf een weekblad uit ‘De Nederlandse Nationaal-Socialist’, dat zich onderscheidde door een ongekend heftig en vulgair anti-semitisme. Van alles wat in zijn ogen niet deugde werd de joodse gemeenschap de schuld gegeven. De ex-KNIL-majoor was aanwezig op 23 oktober 1932 bij de oprichtingsvergadering van de Haarlemse NSB-afdeling in de bovenzaal van café-restaurant Brinkmann en eiste het voorzitterschap op, maar moest het afleggen tegen ir.F.A.Smit Kleyne. Kruyt verliet toen woedend de bijeenkomst. Peter E.M.Hammann schreef daarover in zijn boek de NSB in Haarlem (1):’ De avond verliep voor Mussert zo succesvol dat de NSB Groep-Haarlem kon worden opgericht. Bij deze oprichting ontstond ook meteen een eerste ruzie over de vraag wie Groepsvoorzitter moest worden. De strijd ging tussen Ir.F.A.Smit Kleine en de Haarlemse oud-majoor C.J.A.Kruyt. Smit Kleine kan omschreven worden als een uitgetelde ingenieur, Cornelis Jacobus Aart Kruyt was een oud KNIL-majoor [majoor b.d. klopt, maar niet bij het KNIL. H.K.] Hij was fel antisemitisch en de groep mensen om hem heen waren extreme jodenhaters. Toen de keuze dezelfde avond nog viel op Smit Kleine verliet Kruyt het gezelschap met de mededeling “dan wel zelf een partij te zullen oprichten die veel radicaler zou worden dan de NSB”. In 1933 werd door hem in Duitsland de Nationaal Socialistische Nederlandse Arbeiderspartij (NSNAP) opgericht. Met zijn vertrek waren Mussert en de zijnen erin geslaagd deze omstreden figuur buiten de beweging te houden.’



Het nazi-blad ‘Der Stürmer’ schreef in 1935 dat tegenover de “jodenpartij van Mussert” de “eerlijke strijd staat van majoor Kruyt”. Laatstgenoemde geeft zijn volgelingen in Duitsland opdracht NSB’ers af te tuigen. In 1935 kreeg de NSNAP in Heemstede 264 stemmen, maar in 1937 bij de Kamerverkiezingen nog slechts 11 (in Haarlem 29). Deze NSNAP had voornamelijk aanhang onder de in Duitsland woonachtige Nederlanders en kreeg met de leuze “Tegen Juda” bij de landelijke verkiezingen voor de Tweede Kamer in 1937 slechts 998 stemmen [in 1933 nog 2.127 maar ook geen Kamerzetel]. Voornamelijk van ontevreden werklozen. Een jaar later kwam de partij op de lijst van voor ambtenaren verboden verenigingen. De afscheiding van de “Hakenkruisers” onder De Mos betekende een verdere verzwakking. Wat overbleef behoorde volgens deze dissidenten tot de onderwereld. In 1938 ontstond nog een crisis binnen de NSNAP-Kruyt. nadat hij 2 afdelingen had opgericht, een Nederlandse en een Duitse. Majoor Kruyt werd toen namelijk door een deel van het in Duitsland functionerende partijkader ‘afgezet wegens deviezensmokkel en dit Duitse deel scheidde zich vervolgens af’. In de meidagen van 1940 werd Kruyt met ongeveer 25 andere plaatsgenoten geïnterneerd in het bureau van politie in Heemstede maar de meesten in de Ripperda-kazerne te Haarlem, waaronder twee NSB-Broeders van Meer en Bosch, Eggers en enkele Rijksduitsers. In zijn woning aan de Herenweg is huiszoeking gedaan. Daarbij zijn alle voorradige brochures, drukwerken en administratieve bescheiden in beslag genomen en vernietigd. Toen de Duitsers na capitulatie ons land binnenvielen meende Kruyt dat voor zijn partij de grote dag was aangebroken om de macht over te nemen. Daarbij ijverde hij voor een volledig opgaan van Nederland in het aangekondigde “Duizendjarige Rijk”. Zijn aanhangers gingen zich in de hoofdstad te buiten aan anti-joodse uitspattingen en de Kruyt-groep van het type straatvechters wordt ook verantwoordelijk gehouden voor het opblazen van de synagoge in Zandvoort, augustus 1940. Kruyt en zijn Heemsteedse chauffeur droegen een vuurvuistwapen en de Majoor ofwel zelfbenoemde Rijksleider sprak ook in zijn woonplaats op 6 september 1940, zij het voor een haast lege zaal. Kruyt liet de Duitse autoriteiten weten over minstens 15.000 leden te beschikken, maar een afvallig lid liet in een brief van juni 1940, waarvan hij een kopie zond aan Seyss-Inquart, weren: ‘Gedurende drie weken heb ik u dag en nacht gesteund met de gedachte het nationaal-socialisme te dienen doch heb slechts leugens, bedrog, opschepperij meegemaakt. Gij, majoor Kruyt, zijt een leugenaar en bedrieger’. Gij verklaarde aan de Duitse autoriteiten dat ge in Nederland vijftienduizend en in Duitsland duizend leden hebt. Gelogen! Ge hebt nagenoeg niets en ge had niets. Na de capitulatie hebben we ons met een paar mensen achter u geschaard, direct het Hakenkruis gehesen, terwijl uw kringleider in Haarlem het nu nog niet draagt, alleen op kantoor. Deze zot waant zich reeds burgemeester van Haarlem… Van dit schrijven stuur ik een afschrift aan Seyss-Inquart. Heil Hitler!’

Leider in Duitsland van de NSNAP-Kruyt was de heer M.van Heuvel, Rathstrasse 3, Duitsland. Als gouwleider voor de provincie Limburg fungeerde H.J.Joosten uit Heerlerheide.
Seyss-Inquart en Schmitt die direct inzagen dat voor deze splintergroepering geen enkel draagvlak bestond bij de Nederlandse bevolking besloot al in juli 1940 – definitief in juni 1941 – dat de NSNAP moest opgaan in de N.S.B. Kruyt stribbelde aanvankelijk tegen, maar ging overstag toen hem werd medegedeeld dat de instructie van Hitler persoonlijk afkomstig was. “hoewel de wijsheid van de Führer voor ons onbegrijpelijke maatregelen neemt moesten nu toch”, zo berichtte Kruyt zeer tegen zijn zin aan het uitgedunde kader, ‘alle leden zich bij de N.S.B. aansluiten’ (2). In mei van dat jaar trouwde zijn enige dochter met een Duitser. Teleurgesteld over de gedwongen aansluiting bij de NSB vernemen we daarna geen openbare activiteiten meer van Kruyt.
====================
De naam van majoor Kruyt voorkomende in politiedagrapporten Heemstede 1940-1945: ‘- 10 mei 1940 zijn achter het huis van Kruyt lichtkogels gezien; – 10 mei 1940 Cornelis Jacobus Aart Kruýt (alias ‘De Majoor’geboren 5-8-1896 te ‘s-Gravenhage, wonende Herenweg 111 Heemstede, wordt geïnterneerd, eerst in een cel van het Heemsteedse Bureau van Politie, vervolgens overgebracht naar de Ripperda-kazerne in een tochtige garage. [Na 2 dagen toen de Duitsers bezetting van Nederland hadden overgenomen zijn alle geïnterneerde Rijksduiters en fanatieke NSB’ers vrijgelaten]; 23 juni 1940 Er doen zich problemen voor rond de persoon van Th.F. N., wonende aan de Molenwerfslaan. Hij drinkt met Duitse soldaten en zou daarom zijn mishandeld. Majoor Kruyt, leider van de NSNAP, bemoeit zich met de zaak; – 16 juli 1940 De heer S.Overdijk, Herenweg 112 deelt mede dat de chauffeur van majoor C.J.A.Kruijt, leider van de NSNAP, Herenweg 111, een vuurvuistwapen draagt; – 4 september 1940 In Heemstede worden biljetten opgeplakt met de mededeling “Majoor Kruijt, NSNAP spreekt vrijdagavond 6 september a.s”. De biljetten worden opgeplakt door een bewoner van Madoerastraat 16; – 15 april 1945 Blijkens een mededeling over een inbraak in perceel Herenweg 111 blijkt dat majoor Kruyt op 31 maart 1945 is overleden.
=======================
Overleden eind maart 1945 op 75-jarige leeftijd is Kruyt bespaard gebleven dat hij na de bevrijding door de Binnenlandse Strijdkrachten is gearresteerd om voor een bijzonder tribunaal te verschijnen. Anton Mussert, leider van de NSB, – door Kruyt ‘een slapjanus’ genoemd – is ter dood veroordeeld en gefusilleerd. Ernst Herman van Rappard werd na een langdurig voorarrest op 28 maart 1949 door het Bijzonder Gerechtshof in Den Haag wegens landverraad ter dood veroordeeld. In hoger beroep op 11 januari 1950 omgezet in levenslange gevangenisstraf, is hij in 1953 op 52-jarige leeftijd na een hersenbloeding overleden in het centrale ziekenhuis van het gevangeniswezen te Vught.

Op 31 maart 1945 overleed Kruyt in Heemstede en is het stoffelijk overschot op de algemene begraafplaats ter aarde besteld. Twee weken later werd in het perceel Herenweg 111 (waar zijn vrouw nog woonde) ingebroken. (3). Zijn echtgenote Henriette Johanna Oetgens van Waveren Pancras Clifford en dochter Cornelia Jacoba, 28 september 1919 geboren in Bloemendaal en in 1941 getrouwd met een Duitser, zijn 15 oktober 1947 naar Duitsland vertrokken en van hen is, althans in Heemstede, niets meer vernomen.


===============
‘Alle joden moeten worden vermoord’ – een ingezonden stuk -“Met het optreden van de fascisten raakte Haarlem ook geïnfecteerd met het virus van het antisemitisme. Op 11 december 1934 verscheen in de Nieuwe Haaerlemsche Courant een anonieme brief, ondertekend met “een niet jood”. De briefschrijver stelde: “Reeds eenige malen is het mij gebeurd dat bij het passeeren van het Kringhuis der zogenaamde Kruytgroep aan het Spaarne mijn aandacht getrokken werd door affiches en teekeningen die daar voor de ramen waren tentoongesteld. Ook de beruchte ‘Schundbroschüre: Nationaal-Socialisme en de joden in Holland’ was daar opengeslagen op een van de meest schunnige passages geposeerd. Is het niet de taak van de Haarlemsche autoriteiten deze “volksgenooten” eens aan het verstand te brengen, dat het ideaal dat deze heeren zich gesteld hebben, namelijk Holland tot een provincie van het Hemelsche Derde Rijk te maken, nog niet in vervulling is gegaan, of moet het eerst door dit provocerend optreden deze Kruytianen tot gebeurtenissen komen, waarvoor dan den communisten weer de schuld kan worden gegeven? Het dragen van een roode tulp op 1mei wordt desnoods met eenige dagen gevangenis gestraft, terwijl het dagelijks hoonen en beschimpen van onze joodsche volksgenooten (in den goeden zin des woords) straffeloos schijnt te kunnen plaatsvinden”. Helaas, voorlopig nog wel. Want enkele dagen later bestond dominee Gerrit van Duyl het in de Concertzaal te roepen dat “als het antisemitisme groeit, dat aan de joden zelf te wijten is”. Hij oogstte met deze opmerking een daverend applaus, voetgestamp en kreten als “Alle joden moeten worden vermoord”.
====================
Persoonlijke ervaringen van A.E.Spijer en echtgenote uit Zandvoort tijdens de Tweede Wereldoorlog: ‘(…) Alhoewel ons gezin en andere joodse burgers na de capitulatie geen merkbare verandering ondervonden van de bejegening door de dorpsgenoten, had ik toch het gevoel dat er iets smeulde. En inderdaad, in augustus 1940 werd plotseling de sjoel opgeblazen. Niet door de Duitsers maar door Nederlanders (volgens nooit bevestigde vermoedens zou dit het werk van de zogenaamde ‘Kruyt-groep’ geweest zijn. Een uiterst rechtse fascistische organisatie.’). Kort nadien op 1 oktober 1940, lagen wij om ongeveer 12 uur ’s avonds in bed, toen al de ruiten aan de voorkant van ons huis aan de Kostverlorenstraat 4 met stenen werden ingegooid. Wakker geschrokken door het gerinkel van het brekende glas rende ik naar beneden, en werd prompt door een pistoolschot verrast. Hevig geschrokken verhuisden wij de volgende dag naar Amsterdam, waar wij intrek namen in het kleine familiehotel Hiegentlich. Deze hotelier had eveneens een hotel in Zandvoort (…)’.
Bijlage 1: de NSNAP en haar afsplitsingen
Twee dagen na de oprichting van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) is op 16 december 1931 de Nationaal-Socialistische Arbereiderspartij (NSNAP) opgericht door Adalbert Smit in villa Binckhorst te ’s-Gravenhage. Deze werd mede geleid door dr. Ernst Herman Ridder van Rappard, nadien aangevuld door Albert de Joode. (zich noemende Van Waterland) . De NSNAP was naar het voorbeeld van de Duitse NSDAP georganiseerd, inclusief een knokploeg, een SA. De NSNAP van dr. Van Rappard (3) bracht het nooit tot meer dan tienduizend leden, die goeddeels in een uithoek van het land woonden en voor een ander deel uit zeer ongunstige geroyeerde leden der NSB bestonden. Ten gevolge van onenigheden hadden nadien afsplitsingen plaats. De eerste al na 4 maanden omdat Smit zich niet kon verenigen met het standpunt van Van Rappard dat Nederland in het Duitse rijk zou moeten opgaan. De NSNAP-Smit werd financieel gesteund door Alfred Haighton. In 1933 is Smit weggewerkt en opgevolgd door Anton Schouten. De Joode is uit de partij NSNAP-Van Rappard aan de kant geschoven en richtte toen een eigen partij op waarbij hij als leider door de leden al vrij snel is geroyeerd door de fellere C.J.A.Kruyt . Deze majoor buiten dienst werd benoemd tot ‘Rijksleider’ en bepleitte onder meer het volledig etnisch zuiveren van de Nederlandse gebiedsdelen in West-Indië en heeft het tot eind 1941 volgehouden. Intimidatie, geweld en laster vormden de voornaamste karakteristieken van de partij. Zo wist men de concurrerende NSNAP een slag toe te brengen door de leider Smit met messteken te verwonden. De haat tegenover alles wat joods was stond steeds voorop in het vanaf 1933 tweewekelijks verscheen het blad ‘De Nederlandsche Nationaal-Socialist’. De verkiezingsleus bij de parlementsverkiezing in 1937 luidde ‘Tegen Juda’.
‘De NSNAP-Kruyt kende een strak hiërarchische organisatiestructuur met gouwen, kringen en “bruine huizen”, met bombastische openbare vergaderingen en zelfs met een zekere leiderscultus rondom de bejaarde, retorisch niet bepaald begaafde majoor Kruyt’. Een probleem was behalve overdrijving ten aanzien van ledental een chronisch gebrek aan geld en verder kreeg men ook hier te maken met onderlinge ruzies. Diverse malen is tevergeefs gepoogd om Kruyt af te zetten ‘onder meer in 1935 door de oud-communist Cees Frenay, maar steeds trokken de coupplegers aan het kotste eind en volgde er een afsplitsing.’ In 1937 behaalde de partij van Kruyt bij de Tweede Kamerverkiezing maar 998 stemmen (0.03%), waarvan de helft afkomstig uit het kiesdistrict van de provincie Limburg. Ook vanuit het Derde Rijk kon hij niet op veel steun rekenen, dat meer fiducie had in de veel grotere NSB. ‘Voor de NSNAP-Kruyt betekende de Duitse inval een nieuwe impuls voor het vrijwel uitgedoofde partijleven. De pogingen van de NSNAP-Kruyt om bij de Duitse bezetter in het gevlei te komen, waren echter weinig succesvol.’

Op 14 december 1941, toen de NSB tien jaar bestond, zijn alle NSNAP-bewegingen verboden en door de Duitse bezetters gedwongen op te gaan in de NSB.
Bijlage 2: uit: Onderdrukking en Verzet (4 delen, omstreeks 1950-1955)
Uit deel 1 ‘De binnenlandse politiek vóór mei 1940’, door mr.J.J.van Bolhuis: ‘(…) Aanvankelijk heeft en in Duitsland meer vertrouwen gesteld in mannen als Albert de Joode, majoor C.J.A.Kruyt, Adalbert Smit en dr.E.H.van Rappard. Toen Mussert op 13 mei 1933 te Gogh, vergezeld door van Geelkerken, het gewezen antirevolutionaire Kamerlid ds. Van der Voort van Zijp en zijn “lijfwacht”, vaste voet in Duitsland trachtte te krijgen, werden hij en zijn kameraden van het podium uitgejouwd. Een Amsterdamse S.A.-man maakte Mussert voor een ouderwetse bedrieger uit, die – summum van misdadigheid! – zelfs met Joden praatte. Hitler, zo heette het, zou slechts de partij van Albert van Waterland erkennen, die onverschrokken het hakenkruis voerde (een der vijf gelijknamige N.S.N.A.P’en aanvoerde, welke Nederland toen rijk was). Albert van Waterland was het pseudoniem van een fel anti-semiet, die zich voor zijn werkelijke naam, De Joode, schaamde en die in april 1933 had uitgeroepen, dat 500 nationaal-socialisten gereed stonden Limburg binnen te trekken. Maar deze man bracht het bij de Kamerverkiezingen van dezelfde maand slechts tot een paar duizend stemmen en sindsdien was hij in Berlijn in ongenade. Ook in de trekkracht van Kruyt, Haighton en anderen stelde men daar geen vertrouwen. Allengs trad toen Mussert op de voorgrond, wiens Nationaal-Socialistische Beweging nog slechts 1000 leden telde op 30 januari 1933 (de dag, waarop Hitler Rijkskanselier werd), maar daarna snel in ledental toenam.’(…) In april 1937 riep Arnold Meijer, aanvoerder van Zwart Front, in Schijndel uit, dat hij zich met geweld van macht meeste zou maken, zodra 20 procent van de bevolking achter hem stond. Evenals majoor Kruyt verweet hij de NSB, dat zij nog veel te tam en te “legaal” was. Intussen zou bij de Kamerverkiezing van 1937 (waaraan dankzij de nieuwe eis ener waarborgsom “slechts” 20 partijen deelnamen) Zwart Front van Arnold Meijer het tot niet meer dan 8178, de Nationaal-Socialistische Arbeiderspartij van majoor Kruyt het maar tot 998 stemmen brengen. DE NSB haalde ruim 171.000, heel wat minder dan de 294.000 der Statenverkiezingen van april 1935’. (deel1, p.104-106). Uit deel IV’ De Nationaal-Socialistische bewegingen en andere totalitaire organisaties’, door mr.J.van Bolhuis: ‘Als op 10 mei 1940 de Duitsers Nederland binnenvallen, vinden zij daar verschillende nationaal-socialistische en fascistische organisaties. De belangrijkste is Musserts Nationaal-Socialistische Beweging, maar daarnaast staat o.a. Verdinaso, het “Verbond van Dietsche Nationaal-Solidaristen” wier Groot-Nederlandse aspiraties zeer wel harmoniëren met de persoonlijke opvattingen van Mussert en trouwens ook met die van Arnold Meijer. Voorts is er een volkomen verduitste Nationaal-Socialistische Nederlandse Arbeiderspartij in duplo, resp. onder de oud-majoor C.J.A.Kruyt en onder Hitlers vurige bewonderaar dr.E.H.Ridder van Rappard. Een contrast daarmede vormt het Nationaal Front onder leiding van Arnold Meijer: ook autoritair, ook antisemietisch, maar niet zo sterk pro-Duits. Vernadiso is reeds op 9 november 1940 in de NSB opgegaan, waar de vroegere leider, Voorhoeve, door Rost van Tonningen voor “Christelijk-Bourgondisch” werd uitgemaakt”, wat een vreselijk scheldwoord schijnt te zijn geweest. De partijtjes van Kruyt en Van Rappard ontvingen evenals de sinds 1 januari 1941 door Seyss-Inquart rijkelijk gesteunde NSB geldelijke bijdragen van de Duitse occupator. Volgens Rost van Tonningen, die nochtans bij Mussert was terecht gekomen, vertolkten alleen Kruyt en Van Rappard in Nederland de zuivere nationaal-socialistische gedachte. In zijn vriend Van Rappard stelde hij het meeste vertrouwen; de Duitsers die het personeel voor hun ambtelijke bureaus gedeeltelijk bij Van Rappard recruteerden, dachten niet anders over. Kruyts NSNAP, die bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1937 slechts 998 stemmen had gehaald en dus bitter weinig betekende, werd na enige tijd nog verzwakt door de afscheiding van de Hakenkruisers onder De Mos. Wat overbleef behoorde volgens deze dissidenten tot de onderwereld. Hoe dit zij, dit restant verdween weldra van het politieke toneel. Op 14 december 1941 onderging Van Rappards NSNAP, die enige maanden eerder “versterkt” was door de toetreding van de door Rauter te dode gedoemde groot-germaanse “Troelstra-beweging” eenzelfde lot. De NSB was immers door Seyss-Inquart tot enige draagster van de politieke wil van het Nederlandse volk gepromoveerd: monopolistische positie waaraan zij reeds lang gehunkerd had (…)’


Bijlage 3: C.J.A.Kruyt als leider van de NSNAP door G.J.A.Broek: ‘(…) Naast deze drie voormannen [B.Smit, Ridder van Rappard en Albert de Joode] is er nog een NSNAP-leider geweest die hier het vermelden waard is. Majoor b.d. C.J.A.Kruyt probeerde vanuit zijn woonplaats Heemstede met weinig succes zijn politieke aspiraties te verwezenlijken. Zijn ontwikkelingsgang was van liberaal naar fascist, en vervolgens naar nationaal-socialist (4). Aan het eind van dit traject aangekomen, was hij de kwalificatie “fascist” inmiddels als beledigend gaan opvatten. In die dagen was een dergelijk louteringsproces overigens niet zo ongewoon. Mussert en een groot aantal mindere goden maakten een vergelijkbare ontwikkeling door. Begin 1933 werd Kruyt wegens “organisatorisch optreden” uit het Verbond van Nationalisten gezet. Naar verluidt was de openlijke aankondiging dat hij het weerkorps van het Verbond, de ‘Nationalistische Garde’, met ploertendoders wilde uitrusten hier debet aan.’(5). Het Verbond had in augustus’32 na veel moeite een Koninklijke bewilliging op de statuten verworven. Groot was enkele maanden later de verontwaardiging bij de leiding toen de minister van defensie een maatregel die zowel het Verbond als enkele links-revolutionaire organisaties trof. Onder zulke precaire omstandigheden was een flagrante schending van de wapenwet uiteraard niet gewenst. In de loop van datzelfde jaar bekeerde de majoor zich tot het nationaal-socialisme. Hij kwam na het gedwongen vertrek van De Joode aan het hoofd van diens partijtje te staan. Zoals al bleek trachtte De Joode op zijn beurt, om de eenheid in het nationalistisch Nederland te bevorderen, aan te haken bij Kruyts vroegere Verbond van Nationalisten (6). Als gevolg van dit stuivertje wisselen slaagde de majoor er in het leiderschap over een deel van nationaal-socialistisch Nederland aan zich te trekken. De Jong typeert Kruyts mentale staat het beste aan de hand van zijn plan de gehele bevolking van de West-Indische gebieden te vervangen door rasechte Nederlanders (7). Gedurende enkele jaren stond de zonderlinge majoor aan het hoofd van een der inmiddels talrijke NSDAP’s. In Amsterdam werd Kruyts partijafdeling al snel een vergaarbak voor geroyeerde NSB’ers en andere politiek daklozen. Organisaties van deze signatuur trokken nu eenmaal veel querulanten en probleemgevallen aan. Het was vooral een combinatie van geldingsdrang en dadendrang die de zwerftocht van de ne partij naar de andere in gang zette. In tegenstelling tot zijn rivaal Van Rappard moest Kruyt het in de hoofdzaak doen met aanhangers van gevorderde leeftijd: het merendeel was geboren in de negentiende eeuw. Het voorjaar van 1934 gaf in de hoofdstad een dreigend schisma in de WA van de NSB te zien. De sociaaldemocratische pers beweerde dat daarbij de radicaalste fractie in het geheim besprekingen voerde over toetreding tot het partijtje van Kruyt (8). Onvrede met de te weinig antisemitische koers van de NSB zou daarbij de drijfveer zijn. Hoewel ‘Het Volk’ dit soort berichten nog wel eens aandikte, is het scenario gezien binnen de Amsterdamse WA levende sentimenten niet zo onwaarschijnlijk. Tot een substantiële aanwas van het ledental leidde het in ieder geval niet. Volgens de CID oversteeg het aantal aanhangers van Kruyt in Duitsland dat van Nederland ruimschoots. Kruyt zag wel iets in een nationaal-socialistische dictatuur onder het Huis van Oranje. Daar waren wat hem betreft uiteraard geen verkiezingen voor nodig. “Ik werp mij op het officierenkorps van het Nederlandsche Leger. Heb ik de officieren, dan heb ik het Leger vanzelf en de rest komt in orde”(9). Elders ontvouwde hij een iets andere, maar even bondige strategie: Áls ik 50.000 S.A. achter mij heb staan, moet H.M.de Koningin het stuk teekenen, dat ik haar voorleg en dat doet zij ook. Dan kan het Hakenkruis overal vrij uitwaaien en dan is Nederland gered'(10)’ Twee jaar na deze dappere uitspraak deed de majoor alsnog aan de verkiezingen mee. Hij wist bij deze stembusgang zo’n duizend stemmen op zich te verenigen (11). In Amsterdam veroorzaakte door op een schutting aan de Hoofdweg antisemitische leuzen te kalken. Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de WA zouden Kruyt en zijn volgelingen geprezen worden wegens hun anti-joodse acties (12). Het was ook de enige verdienste die hen werd toegekend. In zijn passages over “De NSNAP’en” stelt De Jong in Voorspel: “Wat deed de regering tegen hun drijven? Weinig. Zij hield de groepjes in het oog, de Centrale Inlichtingendienst zorgde voor de nodige rapporten.” (13). In een volgend hoofdstuk zal nog blijken dat dat in ieder geval wat betreft Van Rappard deze kritiek onterecht is: diverse kabinetsleden en de ambtelijke top van justitie deden wel degelijk meer dan rapporten lezen. De verschillende NSNAP-varianten spraken intussen niet op grote schaal tot de verbeelding. Kruyt hamerde sterk op de Nederlandse eigenheid, hoezeer zijn partijtje zich in ideologie en uiterlijk veertoon ook aan de Duitse NSDAP spiegelde. Vooral Van Rappard daarentegen zag volledige inlijving bij Duitsland als het enige zinvolle doel dat een nationaal-socialistische organisatie in Nederland kon hebben. Na de ‘Anschluss’ van Oostenrijk in 1938 kreeg hij in Amsterdam kleine, maar zeer actieve groepen warm voor dit streven. Zij kwamen met leuzen als “Met Hitler vrij; na Oostenrijk wij” voor de dag. Voor de autoriteiten was dat reden om vooral het streven van de NSNAP-van Rappard met argusogen te volgen, en waar mogelijk te dwarsbomen. Desalniettemin kregen ook de andere NSNAP’en regelmatig met repressie te maken. 999.). [Uit: weerkorpsen: extreemrechtse strijdgroepen in Amsterdam, 1923-1942. Proefschrift UvA, 2014, p.70-72]




Bijlage 4: informatie uit kunstbiografie Scheen: Kruijt, Cornelis Jacobus Aart; geboren Den haag 5 augustus 1869, overleden Heemstede 31 maart 1945. Woonde en werkte in Den Haag, Nederlands Indië, Bloemendaal tot 1920, daarna in Heemstede. Is zich pas gaan bekwamen als kunstschilder na zijn terugkeer uit Ned. Indië (officier bij het K.N.I.L.). Vnl. schilder van stillevens en landschappen, ook een zelfportret. Was lid van ‘Kunst zij ons Doel’ te Haarlem en van ‘Arti et Amicititae’ te Amsterdam. De Historische Vereniging Heemstede Bennebroek bezit van Kruyt een doek ‘Straatje Nyköping’.




Noten
(1)Peter E.M.Hammann. De Nationaal-Socialistische Beweging in Haarlem en Omgeving. Haarlem, De Vrieseborch , 1996, pagina 10.
(2)Uitgebreide informatie in: dr.L.de Jong. Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, zie: registerdeel. Zie ook: A.A.de Jonge. Het Nationaal-Socialisme in Nederland. 1968; I.Schöffer. Het nationaal-socialistische beeld van de geschiedenis der Nederlanden; een historische en bibliografische studie. Arnhem/Amsterdam, 1956. Gerhard Hirschfeld. Nazi Rule and Dutch Collaboration, the Netherlands under German Occupation 1940-1945. Oxford etc., Berg, Het archief van de NSNAP-Kruyt (1933-1941), evenals dat van de NSNAP-Van Rappard, bevindt zich in het NIOD, Amsterdam. Uit 1936 dateert de dissertatie van dr. Helmut Otto: ‘Die Flämischen und Holländischen Nationalbewegungen’. Over de NSNAP-Kruyt is een scriptie geschreven door J.H.Nijdam: ‘Een nationaal-socialistische splinterpartij in Nederland (1933-1941) oftewel van kwaad tot erger’, 1986. G.J.A.Broek publiceerde ‘Weerkorpsen: extreemrechtse strijdgroepen in Amsterdam, 1923-1942. ‘(proefschrift Universiteit van Amsterdam, 2014) zie bijlage 3). Het periodiek: ‘De Nederlandsche Nationaal-Socialist, officieel orgaan van de Nationaal-Socialistische Nederlandsche Arbeiderspartij NSNAP’, onder hoofdredactie van C.J.A.Kruyt, verscheen vanaf 5 september 1933 tot 1941. Documentatie in Heemstede-collectie van het Noord-Hollands Archief, archiefdoos 571.Voorts: verhoor majoor Kruyt: archief gemeente Heemstede, oorlogsperiode: AZ1605/41).
(3) De geest, die Van Rappards NSNAP bezielde, blijkt bijvoorbeeld uit het tweede couplet van het marslied Sturmabteilung (SA): ‘Op ons rode vaan, daar prijkt het Hakenkruis – Binnenkort waait deze vlag van ieders huis – En al schreeuwen Unieklanten moord en brand – ’t oude zootje moet toch aan de kant – Het Groot-Duitse Rijk dat wordt ons Vaderland.’

(4)L.de Jong. Koninkrijk. Deel 1, p.250.
(5)CID, rapport 96, 9 januari 1933. Nationaal Archief. Den Haag, Inspecteur der Burgerwachten, toegangsnummer 2.04.53.03, inv.nr.13, www.historici.nl
(6) CID, jaargang 1933. Overzicht No.5 Geheim 20, DNB, 1.752.000.000 01 17 ha.1.7/38, www.historici.nl
(7)De Jong, Koninkrijk, deel 1, p.250.
(8)Het Volk, 9 juni 1934 (avondeditie).
(9)CID, rapport 19550. 8 pril 1935, NL-HaNa, Generale Staf Landmacht, 2.13.70, inv.nr.1574, www.historici.nl
(10) CID, Jaargang 1935, Jaarbericht A. Fascistische en nationaal-socialistische organisaties, 14, NL-HaNa, Generale Staf Landmacht, 2.13.70, inv,nr.1574, www.historici.nl
(11)CID, Jaargang 1935. Jaarbericht A. Fascistische en nationaal-socialistische organisaties. Geheim, 35, NL-HaNa, Generale Staf Landmacht, 2.13.70, inv.nr.1580, www.historici.nl
(12)”Het WA-Strijdersteeken”, De Zwarte Soldaat, 7 januari 1943.
(13) De Jong. Koninkrijk. Deel 1, p.251.
Illustraties van foto’s en krantenberichten




In tegenstelling tot wat sommige publicaties vermelden heeft Kruyt niet als officier bij het KNIL gewerkt. In 1927 maakte hij na zijn pensionering met het stoomschip ‘Vondel’ een reis naar Nederlands-Oost-Indië






















HERVORMD JEUGDCENTRUM CENTRUM 111 en Jeugdsoos de Sneeuwbal
(Als organisators, opbouwwerkers werkten hier Maarten Stork en Sjef Huurdeman. Laatstgenoemde kwam op 1 oktober 1974, kort voor zijn 23ste verjaardag, vanuit Coevorden naar Heemstede om jongerenwerker annex muziekprogrammeur te worden bij Centrum 111 en sociëteit de Sneeuwbal. De allereerste band die hij destijds boekte was Chaoz. Kees Prins, later bekend geworden als acteur en in Jiskefet zong daarin. Rockgroepen volgden en de Sneeuwbal werd een serieus poppodium. In 1986 ging Huurdeman als betaalde programmeur aan het werk bij het in 1984 opgericht Patronaat in Haarlem. (zie Haarlems Dagblad, 24 december 2014: Decennia lang rocken. Sjef Huurdeman drukt veertig jaar stempel op muziekleven). Van 1980 tot 1984 was Rob Wiedijk programmeur voor concerten en theatervoorstellingen; in 1990 is Wouter van Egmond als jongerenwerker aangesteld. Zie artikel in Haarlems Dagblad van 2 december 2021: Centrum 111 het Paradiso van Heemstede wordt nog aangevuld

Tot 1973 staf Centrum111 P.A.I. (Piet) Hart en M.Rijnsburger Schaink
1974 mej.J.M..Jansen, M.Stork, J.H.A. (Sjef) Huurdeman, N (Bill) Sleutel, beheerder) en mw. A.van Schendelen (huishoudelijke dienst)




In het boek ‘De Hervormde Kerk te Heemstede’ (1977) wordt ook uitvoerig ingegaan op de (voor-) geschiedenis van het Hervormd Jeugdwerk in Heemstede gedurende een halve eeuw. Begonnen als ‘Jong – Heemstede’ als een gezelligheidsclub voor twaalf tot zestienjarigen, met het evangelie in het middelpunt. Men begon in het gebouw voor christelijke belangen aan de Voorweg. Vervolgens in een gebouwtje bij de Haven, afkomstig van de Flora 1953, waar later Doopsgezind tehuis ‘De Olijftak’ was gevestigd. Vooral de zomerkampen die van 1931 tot en met 1947 met een onderbreking tijdens de Tweede Wereldoorlog waren populair. Als leiders en bestuurders van het Jeugdwerk worden genoemd A.Berkhout, L.Brunt, S.deJong, H.J.Voors en F.van Woerden. In 1944 is de Hervormde Jeugdraad Heemstede (H.J.H.) opgericht met als voorman de in 1943 naar Heemstede gekomen dominee Herre Bartlema. Kampen hadden nu plaats op het landgoed Watervliet aan de Vogekenzangseweg12-14. De behoefte deed zich steeds meer voor om over een eigen honk of jeugdhuis te beschikken. Die mogelijkheid deed zich voor dankzij het Bureau Vijandelijk Vermogen met het in beslag genomen huis Herenweg 111 waar de foute majoor Kruijt had gewoond, die in maart 1945 was overleden, Het vervallen pand moest wel worden opgeknapt en geschikt gemaakt voor de functie van jeugdhuis. Eenmaal ingetrokken zijn een aantal activiteiten vastgesteld, waaronder, jeugdkerk-diensten maar ook de Sneeuwbal, elke zaterdagavond voor iedereen vanaf 16 jaar. Aanvankelijk is de Sneeuwbal nog zeer christelijk georiënteerd, zoals blijkt uit de geschiedschrijving in voornoemde gedenkuitgave.
In 1970 is een zilveren jubileum gevierd en een jubileumuitgave van het Sneeuwbalblad “De Lawine” leidde een reeks van programma’s in.
Op februari 1958 is een gala avond georganiseerd die 800 gulden moest opbrengen voor een nieuwe geluidsprojector. Meest spectaculair was een georganiseerde schaakwedstrijdtussen ex-wereldkampioen Max Euwe en Godfried Bomans. De kentering der tijden ten aanzien van het exclusief protestants-christelijke kwam tot uiting in wat Godfried Bomans schreef in een gedenkboekje: De weinig voorkomende gebeurtenis, dat een Katholiek medewerkt aan de instandhouding van een Nederlands Hervormd Jeugdhuis, kwam voort uit de overtuiging, dat de verschillen tussen tussen de in Nederland bestaande christelijke overtuigingen als overbrugbaar te beschouwen zijn tegenover het dreigend verschijnsel van algemene onkerkelijkheid en a-religiositeit. Doch ook afgezien van dit motief was het mij een genoegen te schaken met Dr. Euwe. Wat mij tijdens deze wedstrijd bijzonder trof , was de aandacht waarmee de grootmeester, zittend tegenover een klungel, nochtans van een zuivere liefde voor het schaakspel, ook van een bescheidenheid en eenvoud, welke bij dergelijke topfiguren helaas zelden worden aangetroffen.’


Op 2 juli 1976 verklaarde de voorzitter van de Stichting Hervormd Jeugdwerk in het blad de Schakel dat het jeugdwerk niet meer exclusief is voor jongeren van de kerkelijke gemeente, maar intussen open staat voor iedereen. Hij geeft toe dat de concrete beleidslijnen niet meer door de kerk kunnen worden bepaald, maar dat staf en bezoekers daarin een hoofdrol spelen. De voorzitter tekende hierbij tevens aan dat het werk niet meer wordt beperk tot jongeren, en anderzijds omdat de kunstmatige onderscheiding tussen jeugdwerk, volwassen werk en bejaardenwerk toch ook niet in alle gevallen zinvol lijkt.’

In het tijdschrift HeerlijkHeden van de Vereniging Oud Heemstede-Bennebroek publiceerde ik een artikel over de hofstede KNAPENBURG, in nummer 112, april 2002. Onderstaand het slot
In nummer 113,augustus 2002 is de volgende reactie geplaatst van mw. W.H.Bloemendaal met enige herinneringen:







Selectie van (gevouwen) affiches van optreden in Sneeuwbal/Centrum 111 van tussen 1974 en 1984 bewaard in de Heemstede-collectie van het Noord-Hollands Archief



=========

Van het maandblad Stichting Jeugdcentrum Hervormd Heemstede zijn de meeste nummers aanwezig van de periode 1974 tot 1984. Te beginnen met nummer 296, jaargang 30, nummer 3, mei 1974 tot en met nummer 395, jaargang 39, nummer 3, mei/juni 1984 in De Heemstede-collectie van het Noord-Hollands Archief, locatie Kleine Houtweg.
Over Piet Hart die een aantal jaren als directeur van Centrum111 heeft gewerkt en als amateur-goochelaar optrad heb ik bij zijn overlijden een in memoriam gewijd op librariana: In herinnering Piet Hart (alias Mr. Pico) (1932-2003)

Citaat uit het boek ‘Berkenrode – Heerlijkheid, landgoed en huis door Hans Krol en Ted van Turnhout uit 1902: ‘(…) J.Craandijk had al in zijn ‘Gids voor Haarlem en omstreken’ vastgesteld dat van het eens zo fraaie landgoed Knapenburg weinig meer resteerde. Van Lennep liet het na ruim anderhalve eeuw bouwvallig geworden herenhuis in 1909 afbreken. De “overtuin” maakte intussen deel uit van het aan de overzijde gelegen Kennemerduin. Het inrijhek met de woorden “Knaapen” en ‘burg” heeft nog lange tijd voor het nieuwe “Knapenburg” op het adres Herenweg 111 gestaan. Het had nog ongeveer zeven jaar geduurd alvorens men op dezelfde plaats een nieuwe villa bouwde. Een gedenksteen bevat de volgende inscriptie: “De eerste steen gelegd door Henri Beer, oud 7 jaar, december 1916”. Vanaf 1920 woonde hier de gepensioneerde officier C.J.A.Kruyt (1869-1945). Die heeft vanaf 1933 een bedenkelijke rol gespeeld als leider van de Nationaal-Socialistische Arbeiders Partij (NSNAP), een fascistische splinterpartij. Na de bevrijding is het pand geconfisqueerd en dankzij medewerking van het Bureau Vijandelijk Vermogen kreeg het nieuwe “Knapenburg” een functie als “Hervormd Jeugdhuis Heemstede” (De oorspronkelijke naamgever moet welhaast een profetische gave hebben gehad). In 1949 is achter het huis de grote zaal gebouwd – het vroegere perceel van majoor Kruyt omvatte ongeveer een halve hectare – Die uitbouw gebeurde met stenen, afkomstig van het afgebroken Badhuis in Zandvoort. Bekend geworden, sinds 1986, als “Centrum 111” is ook dit pand (eind jaren negentig) gesloopt teneinde plaats te maken voor een appartementencomplex. Na 1997 zijn in samenwerking met een woningbouwvereniging 9 woningen in de sociale huursector gebouwd. De heer J.van Wijngaard, voorman van het slopersbedrijf Traverko redde de eerste steen uit 1916 en gaf deze aan de heer Guus Blok, voorzitter van de woongroep “Wel-licht”. De steen is vervolgens bij de opening van het complex door de heer Blok doorgegeven aan de Historische Vereniging Heemstede Bennebroek, teneinde voor het nageslacht te behouden.’



AANKONDIGING: in maart 2017 verschijnt van de historicus Willem Huberts bij uitgeverij Vantilt de handelsuitgave van zijn proefschrift: ‘In de ban van een beter verleden. Het Nederlands fascisme 1923-1945. 320 p. ISBN 9879460043178 22,50 euro.

Zie ook de dissertatie van Gertjan Broek (dissertatie UvA Amsterdam, 2014 ): Weerkorpsen; extreemrechtse strijdgroepen in Amsterdam 1923-1942. Over C.J.A.Kruyt, p. 68, 70-72, 88, 233, 242, 286-287.
Bijlage 1 : NSNAP-Kruyt, in; C.J.C.de Gier, ‘Alfred Haighton fiancier van het fascisme, Amsterdam, Sijthoff / Arnold Meijer en Zwart Front

” (…) Toen Arnold Meijer een artikel van de hand van Alfred Haighton weigerde, was voor hem de maat vol. Hij voelde zich niet meer op zijn plaats in de partij. Op 12 juli 1940 stuurde hij de leider een telegram, met de mededeling dat hij uit de partij stapte. In een opwelling sloot hij zich aan bij de NSNAP-Kruyt. Deze zoveelste afsplitsing van de NSNAP bestand al vanaf 1933. Gedurende de jaren dertig was zij tamelijk onbeduidend gebleven. De meeste leden waren Nederlanders in Duitsland woonachtig. In het partijprogramma nam het anti-semitisme een centrale plaats in. Na de Duitse inval vond er een toeloop plaats naar de partij van de gepensioneerde majoor Kruyt. Haightons keus was vermoedelijk bepaald door het feit dat deze partij wel op goede voet met de bezetter stond. Dat hij coûte que coûte op een of andere manier zich verdienstelijk wilde maken voor de Duitsers bleek eveneens uit een brief die hij aan Seyss-Inquart, de Reichskommissar der Niederlande, had gestuurd: “Gern möchte ich irgendwo eingesetzt werdem, wo ich eine fruchtbare Tätigkeit finde in nützlicher Mitarbeit in dem Aufbau des neuen, nazionalsozialistischem, judenreinen Staates”. Haighton kreeg echter spoedig spijt van zijn toetreding. Hij kwam tot de ontdekking dat deze partij lieden van het laagste allooi aantrok. Rijksleider Kruyt, die al diep in de zeventig was, had totaal geen greep op de acties die zijn volgelingen, vaak op eigen houtje, uitvoerden. Zo was Kouwenberg, de kringleider van Den Haag, geruime tijd vòòr de bezetter, begonnen met anti-joodse activiteiten. Op 13 juli 1940 had hij met een knokploeg, bestaande uit onderwereldfiguren, een joodse winkel bezet. Haighton toonde zich nogal verontwaardigd over deze “stomme streek”. De NSNAP had het nu volgens hem zeker verbruid bij de Duitsers. Van hun kant viel geen financiële steun meer te verwachten. Hoewel hij respect had voor de energie van de oude man, zag hij wel in dat het met deze partij niets meer zou worden. Per brief stelde hij majoor Kruyt op de hoogte van zijn sombere toekomstverwachting: “Tot mijn spijt moet ik het eens zijn met Arnold Meijer, wanneer hij zegt dat de NSNAP geen schijn van kans heeft om vat op het Nederlandse volk te krijgen. Tenminste binnen afzienbare tijd.’ Meijer was inmiddels tot de conclusie gekomen, dat Haighton toch bij het Nationaal Front thuishoorde. In de slechts drie weken van diens lidmaatschap van de SNAP-Kruyt, probeerde hij Haighton twee maal te overreden zich weer bij hem aan te sluiten. Deze was wel bereid, maar hij stelde een aantal eisen vooraf (…)’.

Het ouderlijk huis van Arnold Meijer in de Haarlemmermeer

Uit het boek van Louis Knuvelder Arnold Meijer, leven en karakter / een korte schets. Den Haag, uitgeverij : De Veste’ , 1941

Portret van Arnold Meijer, in 1905 geboren in Haarlemmermeer en in 1965 overleden te Oisterwijk



Max Verbeek, heeft in zijn boek ‘Het geheim van Hageveld en andere verhalen’ een hoofdstuk gewijd aan de kwestie van het afblazen van de geplande scholierenuitwisseling met het Stiftsgymnasium in Lambach, Oostenrijk.
Bijlage 2; Lijst van geïnterneerde Rijksduitsers en NSB’ers in Heemstede 10 mei 1940

18+ en Het Ogenblik en de historie van het Ogenblik – Dansen – Drinken – Kieken




Enkele foto’s van de tentoonstelling:





Wim Apon (1916-2010) en Ronald Roozen

Een hoogtepunt in het OUDE POSTHUIS was de nationale BUDDY HOLLY herdenking 3 februari 1989. Buddy Holly geboren in 1939 is overleden in 1959. Hij was een Ameikaanse rock ’n roll zanger, gitarist en componist



======================================================================
Komende bijdragen (december 2016 – februari 2017):
– Fragmentgenealogie Amsterdamse linie Adriaan Pauw
– Portretten van Adriaan Pauw (1585-1653) en afbeeldingen van de Vrede van Munster
– Librariana 2016
– De firma Zwarter (turf, kolen, wijnen en delicatessen)
– De Bibliotheca Heemstediana van Adriaan Pauw

==================================================================

















































































Geachte heer Krol, zou ik van of via u een exemplaar in hoge resolutie van een foto op uw site kunnen verkrijgen? Het betreft de foto ‘Majoor Kruyt als leider van de N.S.N.A.P spreekt een landdag een zaal toehoorders toe in het Concertgebouw Nijmegen, augustus 1934’. Ik bereid momenteel de handelseditie van mijn proefschrift over het Nederlandse fascisme voor en deze foto zou ik daarin graag opnemen. Bij voorbaat dank voor uw medewerking.
Met vriendelijke groet, Willem Huberts
Beste Willem Huberts, helaas verzuimde ik bij bedoelde foto de bron te vermelden. Ik meen deze gevonden te hebben op de beeldbank van het geheugen van Nederland, maar kan deze merkwaardigerwijs nu niet terugvinden. Ook al niet op de beeldbanken van Europeana, N.A., NIOD, Regionaal archief Nijmegen. Zodra bekend laat ik dat weten. Op de site heb ik de aankondiging van het te verschijnen boek bij Vantilt overgenomen
Dank voor de vermelding. Ik wacht af tot ik weer van u hoor.
Eindelijk weer teruggevonden op een Britse site van: ‘Gentleman’s Military Interest Club’. http://gmic.co.uk/topic/16812-nsnap/
Dank u wel!