Een verfrissende duik(boot)

Mijn zoon en ik hebben een bootje. Ik heb voor huis een ligplek, maar had nog geen bootje. Daan kocht er eentje samen met mij, hing er een motor achter en zo konden we varen.

Hij heeft een tijd buitenboord motoren verkocht en ik gaf hem het advies omdat niet meer vanuit zijn ouderlijk huis te doen, omdat ik bang was voor gekken die verhaal zouden komen halen als er iets met hun motor was.

Geen onnodige gedachte omdat vlak daarna iemand hem inderdaad via Marktplaats heeft bedreigd. Uiteindelijk bleek de man psychotisch en was er niks mis met de motor. Mijn beredenering was dat ie voortaan de motor achter de boot kon hangen, laten zien dat ie het doet, stukje varen met de koper en dan meteen verkopen. En natuurlijk niet vertellen dat z’n moeder aan de overkant woont.

Maar ons bootje had de laatste tijd veel water gevangen door de regen en Daan vergat steeds om een zeiltje over de boot te doen. Op een onzalige dag keken wij naar de boot en was ie bijna helemaal onder water. “Ga ik volgend weekend oplossen mam!”. Helaas zat ie volgend weekend voor het werk in Spanje om daar 3 weken te verblijven.

Ondertussen wist ik op het nippertje te voorkomen dat de gemeente en handhaving de boot zouden wegslepen, door de controleur – die een heel verhaal had opgehangen over milieudelict als de motor onder water zou komen – onschuldig aan te kijken terwijl ik verbaasd zei: “Was ineens gezonken, heel gek!” en hem te beloven de boot deze zaterdag boven water te takelen.

Ik had geen idee hoe maar ik ben niet voor één gat te vangen en bovendien durf ik best om advies te vragen. Gewapend met een dompelpomp, een lier, een goed advies van het verhuurbedrijf van de pomp, een doortimmerd plan en een frisse dosis girlpower ging ik aan de slag.

Mijn vriend, die ik niet wil lastig vallen aangezien hij gemiddeld 70 uur per week werkt op de bouw, kreeg lucht van het verhaal en reed snel naar mij toe. Gelukkig maar achteraf, want ik had de motor nooit in mijn eentje van de boot de hoge kade op kunnen tillen.

Hij vroeg naar het plan. Het plan was: mijn opblaaskano oppompen, schoenen uit, ik erheen peddelen, slot van de motor los, motorsteunen losdraaien en dan de motor aan mijn vriend op de kade tillen. Vervolgens de lier aan het gezonken deel zien te bevestigen, deze omhoog trekken, pomp erin en klaar!

Dat plan was goed, bleek achteraf. Mijn vriend had zware bedenkingen, was verschrikkelijk bezorgd en geamuseerd tegelijk toen hij me in de kano naar de boot zag peddelen. Ik kreeg met heel veel moeite de motor los van de boot en gaf deze aan hem. Maar ik was intussen op mijn knieën op de opblaaskano gaan zitten om er goed bij te kunnen en heb daarna blijkbaar een inschattingsfout gemaakt waardoor ik ineens omsloeg met kano en al en volledig kopje onder ging, in het ijskoude water.

Voordeel was wel dat ik, eenmaal weer boven water, via de gezonken boot op de kade klom en ik hierbij op de hoge kant van de boot ging staan waardoor het gezonken deel spontaan boven water kwam. Ik had namelijk, nu ik toch in het water lag, de lier aan de gezonken kant willen bevestigen. Dat hoefde nu niet meer.

Mijn vriend stond, voorover gebogen met in de ene hand de motor en in de andere hand zijn verzopen vriendin, geschrokken ons beide uit het water te trekken. Toch een iets andere zaterdag dan hij vanochtend in gedachten moet hebben gehad.

Pomp erin, bootje leeg, bootje weer óp het water: eind goed al goed – gelukkig was ik zo verstandig geweest om van te voren mijn zware werkschoenen uit te trekken dacht ik nog.

Even later zaten we, gedouched en wel, aan een kopje warme koffie. Mijn vriend verzuchtte dat hij weinig vrouwen kent zoals ik. In zijn land doen vrouwen zulke dingen niet. Die bakken gewoon taart op zaterdag.

De Oude Beppe

Deze column schreef ik 10 jaar geleden. Ik vind hem zelf nog steeds heel leuk, daarom deel ik hem nog een keer.

Zondagochtend zijn wij bij de oma van Peter op visite geweest. Wij noemen haar hier thuis “De Oude Beppe”. Een titel waar ze met recht trots op kan zijn; niet iedereen bereikt de respectabele leeftijd van 94 jaar.
De oude beppe is woonachtig in Heeg, in een aanleunwoning, en woont volledig zelfstandig. Heeft enkel wat externe ondersteuning wat betreft het helpen aansjorren van de steunkousen. Maar haar familie leeft wél in de prettige wetenschap dat in geval van nood, de hulp slechts een rood touwtje verwijderd is.

De oude beppe is geïnstalleerd op de begane grond van het gebouw en door haar woonkamerraam heeft ze een riant uitzicht op een groot grasveld. Rondom dat grasveld staan een paar grote bomen en wat bosjes. Met nog wat gezellige beplanting en bloeiers is beppe haar uitzicht compleet.
Voordat wij de woning betraden wees ik de jongens nog even op onze drie G’s: Gedraag je, geen Gezeur en geen Gerèn.

Braaf schudden zij handen met de blij verraste beppe. Nog braver gingen ze op de bank zitten, met de handjes gevouwen in de schoot. Toen beppe met pakjes drinken aan kwam lopen, die ze op de rollator had gezet, schoot Chris haar gauw te hulp.
Als engeltjes zaten ze vervolgens rechtop aan tafel, dronken hun pakjes drinken leeg en aten de koek op. Daarna gooiden zij de lege pakjes in de prullenbak en schoven ze hun stoel aan. Heel lief allemaal.
Omdat het vrij onbeleefd zou zijn om direct de kuierlatten richting grasveld te nemen gingen ze eerst nog even bij beppe staan. Zij vroeg aan de tweeling hoe ze hadden gespeeld die zaterdag. Ze is groot fan van voetbal, heeft zelfs Fox-sport op t.v.
Daan antwoordde vrij beknopt – in het volle besef van de hardhorendheid van beppe – dat ze met 2-5 gewonnen hadden. Chris vond dat te kort door de bocht en deed vanaf een afstandje, op Chrissiaanse wijze, waarbij hij ook nog eens aan het einde van iedere zin steeds zachter ging praten, uitgebreid verslag van de wedstrijd.

“De eerste goal was een hele mooie. Ja. Nou Sepp kreeg een corner, dat is in de hoek (alsof beppe dat niet weet), en schoot… ja in één keer in het goal. En toen… ja… we stonden al één nul achter. Oh wacht ….. nee, twee nul. Toch? Ja! Twee nul achter. Nou, en dat was vlak voor rust. Toen Sepp dus die corner nam. Met een boogje in het doel gewoon! Even later kreeg ik de bal van Sepp aangespeeld – of was het Tieme? Nee, toch Sepp – en, ja, tikte hem binnen. Toen was het rust, dusss….. In de tweede helft scoorde eerst Tieme, want hij kreeg op een gegeven moment de bal aangespeeld van ehm…. even denken…. volgens mij Jarno… Daan?”

Laatstgenoemde stond mij al geruime tijd met één opgetrokken wenkbrauw aan te kijken, nadat hij de eerste minuten van Chris zijn relaas op stand-by had gestaan en later – non-verbaal – “Dat kan je toch niet máken man!” aan Chris over probeerde te brengen. Beppe was de draad zoals verwacht allang kwijt en toen Chris dit eindelijk besefte murmelde hij de laatste zinnen dan ook zachtjes de lege ruimte in, alwaar zij wegstierven richting plafond.
Met de bal onder de arm gleden ze daarna gedrieën vederlicht de woning uit.

Ze hadden beloofd te gaan voetballen en uit de bomen te blijven. Eerdere klimpartijen liepen namelijk dikwijls uit op een ramp. Zo kan ik mij die keer herinneren dat ik, tijdens een geanimeerd gesprek met de zus van beppe, vanuit mijn ooghoek een kind uit de boom zag lazeren, rechtstandig naar beneden.
Bij een andere gelegenheid heeft er ooit eentje een stief kwartier aan zijn broekspijp ondersteboven aan een dwarse tak gehangen, roepend om hulp. Deze hulp kwam in de vorm van een aangesnelde tweelingbroer; wij hadden geen weet van het geheel, wij zaten binnen rustig aan de koffie met kokosmakronen.
Het probleem tóén was echter dat het hangende kind een klimmer is en diegene die hem kwam redden beslist niet. Dus die laatste stond onderaan de boom te roepen dat zijn broer zich wel kon laten vallen en hij hem wel zou opvangen. Maar dat zag het kind wat metershoog ondersteboven in de boom hing weer niet zitten.

Dit keer gingen ze gehoorzaam voetballen zodat wij met de oude beppe konden kletsen. Het gebouw waarin de woningen zitten blijkt dringend aan vervanging toe te zijn. Het scheurt, lekt, schimmelt, verzakt en rot weg. De ouderen konden kiezen: permanente overplaatsing naar een andere locatie of tijdens de bouw tijdelijk in een unit wonen. De bewoners hebben massaal voor de laatste optie gekozen omdat ze graag bij elkaar willen blijven. Ik heb de tekeningen gezien; die units zijn echt piepklein. Ik vroeg haar of ze het niet spaans benauwd kreeg bij de gedachte een jaar in zo’n kleine ruimte te moeten wonen. Ach, sprak zij monter, het is maar voor een jaar, dat weet je. Daarna kom ik op hetzelfde plekje maar dan in een mooier en nieuwer huis.

Als je op je 94ste zó optimistisch bent en nog steeds aan langetermijndenken doet, ben je wat mij betreft een kanjer van een Oude Beppe!

Waakhond

Gisteravond in het Heerenveen stadion, toen ik een grote, kale man die al zat wilde passeren om naar mijn stoel te gaan, liet hij mij er niet door. Ik wachtte beleefd even af maar hij deed zijn benen niet aan de kant. Toen ik vroeg of ik er langs mocht, beet hij me kwaad toe: “Moet je eerder komen, de wedstrijd is al begonnen!”.

Wij waren ruim op tijd maar Sc Heerenveen had besloten om maar 1 toegangspoortje naar ons vak te openen. En dus liepen wij, tezamen met duizenden anderen, tijdens het Friese volkslied het stadion binnen.

Verbouwereerd bleef ik de man niet-begrijpend aankijken. Want waarom zou hij mij er niet langs laten? De man herhaalde deze zin en voegde er schreeuwend aan toe: “Ben je doof ofzo?!”
Ik keek geschrokken achterom, maar door het lawaai hadden Jari, Chris en Salim niks door.
Ik wurmde me met moeite langs de benen van de man en ging op de laatste stoel zitten, zo ver als mogelijk bij hem vandaan.

Salim ging naast mij zitten en vroeg, gealarmeerd door mijn geschrokken gezicht, wat er aan de hand was. Ik probeerde het hem uit te leggen maar kwam niet boven het lawaai uit en de woorden bleven steken in mijn dichte keel.

Maar Salim begreep de context, boog over Jari en Chris heen, tikte de man zijn knie aan, hing op 2 centimeter van zijn gezicht en zei hard dat ie normaal moest doen tegen mij. Als je Salim een beetje kent weet je dat hij er behoorlijk gevaarlijk uitziet als ie boos is (ook als ie niet boos is haha) en ontzettend beschermend naar mij en de kinderen.
De man had dat inmiddels ook goed begrepen.

Hij bood direct zijn excuses aan Salim aan en zelfs ook spontaan aan Chris, die naast hem zat. Ook wilde hij hen een hand geven, die Salim niet zag en Chris niet accepteerde.

Ik voel me ontzettend veilig bij Salim, hij is sterk, nergens bang voor en gaat voor ons door het vuur. Zo waagde een man het eens om in het vliegtuig naar Barcelona Jari aan de kant te duwen. Vliegtuig stond een kwartier laten nog te trillen.

Maar, dacht ik later, in dit soort situaties hebben ik en mijn vriendinnen al veel vaker gezeten of meegemaakt. Met verbaal, fysiek en/of dreigend seksueel geweld. Dat is de reden waarom ik niet voor mezelf opkwam en doorliep. Je maakt de inschatting: ik kan fysiek niet tegen jou op.

In eerste instantie was ik teleurgesteld in mezelf, in tweede instantie niet. Dit is wat je doet om escalatie te voorkomen. Salim kan dat risico wel nemen.

Het feit dat ie aan Chris en Salim zijn excuses maakte en niet aan mij, ook niet tijdens de rust, boeide me niet. Maar blijkbaar hebben we inderdaad de goeie mannen nodig om voor ons op te komen tegen de rotzakken. En dat maakt ons extreem kwetsbaar, om de op dit moment gevoerde discussie maar eens te onderstrepen.

Ik liet het maar voor wat het was, genoot van de wedstrijd en de waakhond naast me.
Jari (16 jaar, twee meter lang en sinds kort fan van kooigevechten) vroeg bij het horen van het verhaal achteraf waarom niemand hem had ingelicht want dan had hij de man meteen voor z’n bek kunnen slaan 🤣

Mannen en insecten

Wat is dat toch met mannen en insecten?

Afgelopen maandag zat ik buiten op het terras van een restaurant, vanwege een meeting met de klant. Ik was in het gezelschap van in totaal drie mannen.
Tijdens de meeting komt er een bij aanzoemen die twee rondjes rond de tafel vliegt, en vervolgens naar de muur boven ons vloog om daar te gaan zitten.
Paniek alom. Twee van de vier aanwezigen zetten het op een rennen: “WESP!! WESP!!”, riepen ze. De derde zat als versteend en keek doodsbang naar de bij. De vierde, ik, was stomverbaasd.

Mijn collega die naast mij zat en het dichtstbij de muur waar de bij even zat uit te rusten, vroeg of ik alsjeblieft van plek wou ruilen met hem. Of anders moesten we maar naar binnen.
Tot dat punt wist ik alleen maar uit te brengen: “Jongens komop, het is geen wesp, het is een bij. Die doen helemaal niks!”
Ja nee, het was écht een wesp. Wisten ze zeker, hoewel ik als enige vlakbij de bij durfde te komen en duidelijk het verschil weet met een wesp. En mocht het toch wél een bij zijn; nou, die konden ook steken hoor! “Welnee”, zei ik nog, “Die willen helemaal niet steken. Ze hebben hard gewerkt en zijn momenteel aan het eind van hun latijn. Hij is helemaal niet geïnteresseerd in jullie. Wist je dat er ook metselbijen bestaan? Die heb ik thuis, in mijn insectenhotel in de tuin. Zij hebben momenteel eitjes gelegd en de uitgangen met klei dichtgemetseld. Zo mooi om te zien!”

Niemand reageerde en iedereen keek mij verbijsterd aan. Die reactie krijg ik wel vaker. Ik heb maar niet verteld van de vele sluipwespen die tegenwoordig hard aan het werk zijn in het hotel.

Op het moment dat ik van plek gewisseld had met mijn collega en ik ze hoorde praten over angst voor andere insecten, spinnen en muizen, sprak ik, wellicht iets te hard: “HALLO! De derde wereldoorlog is dichterbij dan ooit. Het Midden Oosten staat in de brand, Amerika doet raar en Poetin heeft megalomane ideeën. Moeten we met jullie de oorlog winnen, als het er op aankomt? Beschermen jullie de vrouwen en kinderen, of kan ik beter zelf de wapens oppakken?!”
Een zacht, onverstaanbaar gemompel was het antwoord.

Dat bracht mij later wel op een goed idee. Je hebt in de moderne oorlogsvoering allerlei ontwikkelingen, zoals drones en cyberaanvallen. Ook zijn er chemische wapens. Reusachtige rakketten, vliegdekschepen; alles kost duizenden mensenlevens en miljoenen aan geld. Bovendien heeft het een desastreuze uitwerking op het milieu en de steden.
Maar wat nu te denken van groene wapens? Een nieuw element in de moderne oorlogsvoering! We laten vliegtuigen vol met bijen deze uitstorten in de loopgraven, tunnels, nucleaire laboratoria en het slagveld. Spinnen mogen ook, en om het af te maken nog wat nuttige muizen. Alle soldaten zetten het gegarandeerd op een lopen, niemand raakt gewond en de natuur heeft er ook baat bij. Win-win.

Kijk, en dat is precies de reden waarom ze vrouwen de politieke leiding moeten geven. Wij denken in vreedzame oplossingen.

Lief oud hondje

Op een drafje loop je mee
Met je baasjes, door de stad
In de wandelwagen zitten
2 hondjes, kleiner dan een kat

Jouw loopje verraadt dat je
Het tempo nèt niet bijhouden kan
Na een paar stapjes rustig aan
Moet je weer op een drafje dan

Je baasjes hebben dat niet door
Er is ook geen plek meer in de wagen
Er zit niks anders op, dan
Doordraven en weer vertragen

Jammer dat ze hem niet zien
Hij kan er ook niet om vragen
Dus benen zijn korte pootjes voort
Meedribbelen zonder te klagen

Ik voel me te jong
om te vertragen
Te oud
om altijd maar door te draven
Het zou fijn zijn
als het levenstempo zich
aanpast – zonder dat je
erom hoeft te vragen

Chaosnacht

Wij hadden zaterdagnacht een chaosnacht. Sinds Daan en Chris uit de pubertijd zijn, is het leven een heel stuk kalmer (en veiliger) geworden. Jari is nauwelijks een puber; of hij is beter in het uitwissen van sporen.

Afgelopen week kondigde hij aan dat er een mogelijkheid was dat hij en een vriend zaterdagavond bij mij kwamen slapen. Ik zei nog: is goed maar laat het even weten, om vervolgens de aankondiging de minuut erna zelf alweer te vergeten.

Zaterdagnacht, mijn vriend en ik sliepen vrij laat, na een zeer geslaagde barbecue met veel wijn en Raki. Op een zeker moment werd ik wakker door mijn vriend die probeerde de schuifpui in de slaapkamer dicht te doen (moet op een speciale manier), ondertussen Arabische vloekwoorden fluisterend. Er zat namelijk een merel, op haar vaste standplaats op een schoorsteen achter mijn huis, haar hoogste, mooiste en vooral luidste lied te zingen. Ik keek op mijn wekker voor de tijd onderwijl mijn vriend, inmiddels luid vloekend, vervolgens de jacht had ingezet op een mug die hem even daarvoor in zijn vinger had gestoken.

Mijn telefoon gaf bijna 5 uur aan. Ook gaf mijn telefoon aan dat Jari twee keer had gebeld om half vier. Hartslag verhoging. Ondertussen dat mijn vriend verontwaardigd een verhaal ophing over dat de buurjongen om half vier thuiskwam, de buurjongen lawaai maakte en mijn vriend daarop het gordijn woest en als waarschuwing opentrok maar vervolgens niemand zag, probeerde ik Jari terug te bellen. Maar Jari nam niet op. Er ging bij ons beide ook geen bel rinkelen, terwijl de tijdstippen van het telefoontje en de buurjongen stipt overeen kwamen. Ik zei tegen mijn vriend, die ook met verhoogde hartslag (deels door de jacht op de mug veroorzaakt, deels nog door de Raki) weer naast mij lag: “Dat is ook zo, Jari zou misschien bij mij slapen maar ik heb niks meer gehoord. Waar zou ie nu zijn? Weet je wel; straks liggen ze in de voortuin op de bank te slapen.”
Let op: waar deze opmerking vandaan kwam, geen idee.

“Ik ga kijken”, zei mijn vriend. En ja hoor; ze lagen inderdaad buiten in de voortuin op de banken te slapen. Ze waren vanaf het huis van hun vrienden komen lopen, hebben mij geprobeerd te bellen (ik had de voordeur van binnenuit op slot gedaan) waarop Jari, via de poortdeur, de tuinkussens uit het hokje had gehaald en zo lagen ze al een uur buiten te slapen. Waarom Jari achteraf niet simpelweg door de breed openstaande schuifpui mij wakker had gemaakt? Om mij niet te laten schrikken.. 💔🥹

Slaapdronken liepen ze naar boven en mijn vriend heeft koffie gezet voor ons beide. Zo zaten wij om kwart over vijf buiten op de bank klaarwakker koffie te drinken, waar de jongens nog net daarvoor, naar eigen zeggen, heerlijk hadden liggen slapen.

En de merel die gewoonlijk nooit op dit vroege tijdstip zingt? Die zong daarna niet meer. Ik denk dat ze ons heeft gewaarschuwd.
Vast ook een moeder.

Lichtjedragers

Op de wereld zijn er mensen
die een helder lichtje bij zich dragen
Het huist in het diepst van hun ziel
Schijnt dag en nacht, alle 365 dagen

Ze worden er dagelijks mee wakker
En gaan er altijd mee naar bed
niet uit te doven, meestal helder
In hun lichaam vastgezet

Dit lichtje zorgt voor vrolijkheid
Optimisme, empathie, een glimlach
Vriendelijkheid naar zij die worstelen
Van wie het lichtje niet branden mag

Ze kunnen anderen helpen
Door veiligheid te bieden, en troost
Vooral bij hen die lijden in stilte
Is de donkerte meestal op zijn grootst

Maar wees wel gewaarschuwd
Lichtjesdragers zijn best wel kwetsbaar
Om hun licht te kunnen laten schijnen
Is je durven openstellen onmisbaar

Helaas blijven er altijd mensen die,
Jaloers of gedreven door onvermogen
Het goede wel zien, maar zonder gevoel
Er alles aan doen om je lichtje te doven

Mijn lichtje is wel eens gedimd geweest
Er is geprobeerd hem uit te blazen, best vaak
Maar na elke keer dimmen, scheen ie helderder
Helemaal zeker van zijn goedbedoelde taak

Tegenwoordig zeg ik aan hen, hier ben ik
Voor wie mijn lichtje te helder ontsteekt:
Zet een zonnebril op, loop vooral door
Of ik leer je hoe je die van jou aansteekt









Vrouwen en autorijden

Mensen die mij kennen weten dat ik een feminist ben in hart en nieren. Althans, en nu trek ik het begrip even breed op, feminist in gelijke rechten en kansen voor iedereen. Kleur, gender, geaardheid, religie etc. maakt voor mij geen verschil in hoe ik mensen zie. Een mens is een mens, period.

Dat ik vrouwen hoog heb zitten, doet geen afbreuk aan hoe ik tegen mannen aan kijk. Dat is het gevaar van “in een kamp zitten”, je sluit hierbij de ander al snel per definitie uit. Wij bepalen onze identiteit vooral aan de hand van wie we NIET zijn.

Vrouwelijke en mannelijke talenten werken als een soort Yin en Yang samen. In theorie althans. In de praktijk zijn het toch vooral mannen die de touwtjes in handen hebben, buiten Europa is het helemaal triest. Mannen die nog steeds beslissen over lijf en leven van de vrouw. De emancipatie is nagenoeg mislukt kun je wel stellen.
Wat mij betreft heeft het lang genoeg geduurd en mogen vrouwen de wereld gaan runnen. Enkel nog vrouwen als burgemeesters, hoogste officieren, directeuren, ceo’s, vrouwen for President, en ga zo maar door.

Dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn aan elkaar, staat dus buiten kijf. Dat er verschillen zijn in skills ook. Te zien aan de hedendaagse geopolitieke wanorde (zeg maar gerust dikke chaos), huidige oorlogen, maar ook wat het verleden ons heeft geleerd (noem één vrouwelijke dictator van weleer), zeg ik: nu zijn de dames aan de beurt.

Ik had het hierboven over verschillen in skills en dat wij, mijns inziens, beter zijn in het aansturen van de wereld (kijk maar naar het gezin, de vrouw als de altruïstische manager). Maar als het aankomt op autorijden zit ik toch echt met volle overtuiging in het mannenkamp.
Ik kan tig voorbeelden geven van momenten waarop ik als bijrijder vreesde voor mijn leven. Dit heeft tot gevolg dat ik rij zodra ik op pad ga met vrouwen. Punt. Ik was laatst oprecht zeer onrustig toen ik begreep dat ik, tot tweemaal toe, met mijn nieuwe vrouwelijke collega’s op pad moest, naar Scheveningen en Naarden. Ik heb snel de autosleutel opgehaald bij wagenparkbeheer omdat ik “toch niks te doen had” en “even de benen wou strekken.”

Vrouwen vinden het vaak eng om in een andere auto te rijden dan die van henzelf. Ik niet, ik stap zo in een vrachtwagen. Of in een ander land; ook zoiets. Dan rijden ze vaak niet. Heel dom, zodra je vent wegvalt, kun je dus zelf nooit in het buitenland rijden. Zo heb ik naar Naarden in een gloednieuwe volledig elektrische auto gereden, helemaal fantastisch, terwijl de dames allemaal aan het werk waren op de laptop.

Dat verschil is er ook; vrouwen vertrouwen de automobilist (m/v) meteen zodra ze in de auto stappen. Mannen (en ik) niet. Wij reiken naar steun, remmen stiekem mee, kijken spiegels en zweten peentjes. Maar zodra ik bij een man in de auto stap ben ik helemaal niet zenuwachtig, zelfs al ken ik hem niet.

Mijn vrouwen-rijden-auto-trauma heeft een definitieve doorbraak gemaakt toen ik jaren geleden bij een vrouw in de auto zat die het steeds niet doorhad als er vóór haar stevig geremd werd. Op het laatst had ik verwacht dat de ABS het zou begeven. Op een onzalig moment klapten wij bijna, op een halve haar na, op een stilstaande file die ik wél allang zag aankomen en toen we even later door een truck met aanhanger bijna gesandwiched werden door een onverantwoorde baanwissel, heb ik één van mijn levens achtergelaten in deze Peugeot 107.

Gister was ik met mijn 23-jarige mannelijke collega de hele dag op pad, ik reed met hem mee in zijn VW Polo. We gingen naar Amsterdam en naar de Cruiquius. Tijdens de rit naar het westen overdacht ik bovenstaand verhaal. Ik voelde me veilig, zoals altijd. Ik voelde me daar ook geen snipper schuldig om. Statistisch gezien klopt er natuurlijk geen moer van: mannen veroorzaken veel vaker een ongeluk en van alle dodelijke slachtoffers is 80% man, zo las ik ooit. Maar die statistieken geven een vertekend beeld: uit eigen ervaring weet ik dat het bij vrouwen vaker misgaat, maar het meestal nèt goed komt. Maar goed, daardoor sterven er wel steeds een handvol waardevolle hartcellen van de bijrijder, vandaar dus dat getrouwde mannen meer risico hebben op hart- en vaatziekten.

Gister kwamen wij in een soortgelijke situatie van de sandwich. Terwijl mijn collega handsfree aan het bellen was met onze collega accountmanager, die ik tijdens een betoog even stil hoorde worden en zachtjes mompelde “oh shit, ben ik op de trambaan terecht gekomen”, reed er een RAM truck met aanhanger naast mij op de carpoolbaan en ging op zijn dode akker naar de baan wisselen waar wij op reden. Hij zag ons niet. Naast ons reed ook weer een auto dus wij dreigden geplet te worden. Ik zag het eerder dan mijn collega, boog gealarmeerd van de deur weg naar het midden en mijn collega zei “Oh, die ziet ons niet”, remde en voegde in achter de auto op de linkerbaan. Het was nèt op tijd. “Wij hadden bijna een botsing”, zei hij zonder veranderende emotie tegen de accountmanager die op zijn beurt “Oh!” zei en zijn verhaal gelijk weer oppakte.
(Sowieso ben ik zo’n onderkoelde reactie niet gewend daar ik een Arabische vriend met kort lontje heb wat achter het stuur nóg korter wordt. Hij zou in zo’n geval het hele Arabische alfabet van scheldwoorden geraadpleegd hebben en met de vlammen uit zijn oren dusdanig toeteren dat heel Nederland even zou opkijken van wat ie aan het doen was.)

Dus feitelijk gezien rammelt mijn hypothese. In 2 minuten tijd maakten 3 mannen een fout: eentje kwam op de trambaan, eentje voegde in terwijl hij ons niet zag en de ander zat niet op te letten.
En tóch kunnen mannen beter autorijden. Vraag me niet waarom.

Nieuwe start, deel 392765

Overmorgen ga ik weer aan het werk. Bij een nieuwe werkgever, welteverstaan. Na ruim 3 maanden thuis te zijn geweest, denk ik dat het me weer gaat lukken.

Afgelopen november was ik met een klant bezig en merkte dat ik bijna het gesprek niet meer volhield. De kamer draaide, het lukte niet om goed uit te ademen en mijn hart sloeg steeds op hol. Ik zei tegen mijn assistent dat ik naar huis ging maar reed gelijk door naar de huisarts. Die constateerde complete uitputting: een burn-out. Hij heeft bijna een uur met mij gepraat en sprak de volgende woorden: bij jou gaat nu het brandalarm af zonder dat er brand is. Advies: naar huis en uitrusten. Alles met het werk achter je laten.

Daar zat ik dan, thuis. In een gemoedstoestand die mij onbekend was. Sterker nog: het altijd maar doorgaan had ik tot een specialiteit verheven. Dus ik vermoedde een misdiagnose. Gewoon even een weekje slapen en dan zou het wel weer gaan.

Wat ik daarbij over het hoofd zag was de opbouw naar deze uitputting toe. Ik liep al veel langer met (toenemende) lichamelijke klachten rond. Een nieuw bestaan opbouwen en het oude afronden kost veel energie.
Het werk was daarbovenop de sluipmoordenaar. Mijn functie als manager was leuk, ik had het onder controle en het team was super. Maar door het snel groeiende klantenbestand en het in hoog tempo wisselende (groot) team, gecombineerd met problemen en verantwoordelijkheden die niet van mij waren, maakte dat ik alles in mijn eentje runde. Niet dat ik dat wilde, maar daardoor liep het wél. Daarbij werd ik toegejuicht door mijn werkgever om hier vooral mee door te gaan.

Ik stelde twee assistentes aan om me te ontlasten, maar het leed was eigenlijk al geschied. Ik heb geleerd dat een mens zichzelf een hoop onzin aan kan praten en daarbij de (duidelijke) signalen te mis-interpreteren. Bovendien; het steeds iedereen op de eerste plek zetten behalve jezelf, helpt ook niet. De allerbeste versie van jezelf laten zien om verlies te voorkomen, is niet vol te houden.
Als je hele leven bij verassing ooit compleet veranderde, dan probeer je koste wat het kost je nieuwe bestaan te behouden en eventuele nieuwe verassingen vooral vóór te blijven. Je rent ineens door het leven met een imaginaire toekomstige duivel op je hielen.

Overgeven, paniekaanvallen, angst vanuit het niks, zweten, hartkloppingen, eindeloos slapen, piekeren, huilen, verslagen zijn, somber: na 3 weken had ik het ergste gehad. Zie je wel: een ECHTE burn-out duurt veel langer dus ik zal wel alleen oververmoeid zijn. Maar na die drie weken bleef ik hangen op een niveau van ‘kunnen bewegen maar daar houdt het wel mee op.’ Elke vorm van stress of teveel doen wekte bovenstaande klachten weer op.

Totdat ik de podcasts op Spotify over dit onderwerp ontdekte en daarbij wekelijks professionele hulp kreeg. Ik heb eindeloos veel gewandeld met de koptelefoon op. Diverse experts op dit gebied aangehoord en tot veel inzichten gekomen.
Daarbij moest ik wat om handen hebben om te voorkomen dat ik ging zitten doemdenken op de bank, dus ik ging weer klussen. Eigenlijk was dit ook een vorm van controle terugkrijgen: er moest nog zoveel gebeuren in huis na de verbouwing, dat zat mij de afgelopen jaren ook doorlopend op de nek.

Sinds ik dit fijne huis kocht en beneden moest laten verbouwen om colonnes naaktslakken buiten de deur te houden, heb ik – bijna aan één stuk door, naast mijn fulltime baan – 2 jaar lang zelf ook geklust, tot aan die dag in november.
Ik heb alle kamers boven grondig gerenoveerd en beneden alle binnen- en tuinmuren gestuukt, behangen, geschilderd. Spullen opgehangen, in elkaar gezet. Ik heb de badkamer gesloopt en verbouwd, bijna alles zelf gedaan behalve de installatie van het bad. Ik kwam erachter dat ik het leuk vond en eigenlijk best (een beetje) handig was (en veel YouTube kijken en informatie bij een professionele bouwhandel vragen helpt ook).

Maar dit klussen gaf het stemmetje in het hoofd wel gelijk: “Als je zelf maar hard genoeg werkt, komt alles wel in orde.” Daarbij mij zeer bewust van de uiteenvallende en lekkende kozijnen, deuren en daken die ik zelf niet kan maken. En dus: nóg meer uren draaien op het werk om dit ooit in de toekomst te kunnen laten doen.
Om deze oude overtuiging niet verder te voeden ben ik tijdens mijn burn-out in een gematigd tempo gaan klussen. Een uurtje hier en een uurtje daar. Een laagje plamuur en een nieuw lakje over een verrot kozijn is trouwens een prachtige metafoor voor mijn gedrag in aanloop naar de burn-out.
Koffie tussendoor, yoga (lees: slapen), stukje wandelen, heel veel kwaliteit-tijd en knuffelen met de kinderen, YouTube kijken. Maar het hielp wel om een doel te hebben. Als je jouw eigen horizon niet meer kunt vinden, is het toewerken naar het einde van het project ‘muurtje behangen’ een belangrijke, welkome houvast.

Ik zag eind januari een vacature voorbij komen online en ik heb daarop gesolliciteerd. Binnen 2 weken had ik 3 gesprekken en een aanbod. Maandag begin ik als project coördinator binnen een groot bedrijf hier in Sneek, op de afdeling Brandstore Management. Het bedrijf heeft meerdere onderscheidingen voor leukste werkgever dus dat zit wel goed. Mijn taken zijn van personeel aannemen voor elk nieuw project, hun werkzaamheden monitoren en aansturen tot winkelbezoek en rapporteren. Het komt overeen met mijn vorige baan, zonder het meewerken op de werkvloer en zonder eindverantwoordelijkheid.

Weer opnieuw beginnen na een roerige periode; ik heb het al eerder gedaan en ik denk dat het me weer gaat lukken.
Maar nu wél in mijn eigen tempo. Want dit nóóit meer. Het leven is te kort om er doorheen te rennen. Die duivel met z’n verassingen kan het heen en weer krijgen wat mij betreft. En die plamuur houdt de boel nog wel even bijeen 😉

Vier paaltjes op een rij

Laatst liep ik zomaar een stukje
Niet zo heel ver hier vandaan
Het was zo’n zondagmiddag waarvoor
Ik thuis een dikke jas had aangedaan

Het dorpje lag er stil en verlaten bij
Zo stil dat ik mijn hartslag hoorde slaan
Terwijl ik dat stukje probeerde te lopen
Zo ver als lukte, bij mijn gedachten vandaan

Ik was alleen, en zoals dat gaat
Gaan dan juist de gedachten stromen
‘Kan ik niet zus en moet het niet zo
Om bij een rustig bestaan uit te komen’

Een mens is zijn slechtste raadgever
Enkel het hart herbergt het antwoord
Maar in plaats van hardop te praten
Houdt hij zijn wijsheid binnenboord

Terwijl ik probeerde niet te denken
En “het” er te laten zijn – zoals geleerd
Het hart, het verstand, en vooral het feit
Dat dit voortdurend met elkaar duelleert

Zag ik ze rechts van mij ineens staan
Vier betonnen paaltjes strak aan elkaar
Zwijgend stonden ze daar, een beetje schuin
Joost mag weten, al voor hoeveel jaar

Niemand anders ondersteunend
Ze hadden geen taak, dan alleen maar te staan
Met z’n vieren vergane glorie van
Een ooit wellicht belangrijk bestaan

Het tafereel zag er vrij treurig uit
Er was zelfs geen moeite gedaan
Om ze weg te halen – en wie weet
Tot wanneer ze daar nog moeten staan

De paaltjes en ik, vast in de grond en in gedachten
En nu; waarvoor en waarheen zal ik gaan
Wat is de bestemming, wie maakt me los
Wat is het doel, wie ben ik in dit bestaan?

Langzaam liep ik door, het had geen zin
Er zit een schoonheid in het niet kunnen weten
Want wie weet staan ze er volgend jaar nog
Of zijn ze allang weer door mij vergeten

Er staan 4 paaltjes, zonder functie, in de grond
Opgesomd zijn dit vaststaande feiten
Net als dat de geruststelling dat iemand ze vast ooit,
Voor een nieuw bestaan zal bevrijden

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 20241124_150410.jpg