Mijn zoon en ik hebben een bootje. Ik heb voor huis een ligplek, maar had nog geen bootje. Daan kocht er eentje samen met mij, hing er een motor achter en zo konden we varen.
Hij heeft een tijd buitenboord motoren verkocht en ik gaf hem het advies omdat niet meer vanuit zijn ouderlijk huis te doen, omdat ik bang was voor gekken die verhaal zouden komen halen als er iets met hun motor was.
Geen onnodige gedachte omdat vlak daarna iemand hem inderdaad via Marktplaats heeft bedreigd. Uiteindelijk bleek de man psychotisch en was er niks mis met de motor. Mijn beredenering was dat ie voortaan de motor achter de boot kon hangen, laten zien dat ie het doet, stukje varen met de koper en dan meteen verkopen. En natuurlijk niet vertellen dat z’n moeder aan de overkant woont.
Maar ons bootje had de laatste tijd veel water gevangen door de regen en Daan vergat steeds om een zeiltje over de boot te doen. Op een onzalige dag keken wij naar de boot en was ie bijna helemaal onder water. “Ga ik volgend weekend oplossen mam!”. Helaas zat ie volgend weekend voor het werk in Spanje om daar 3 weken te verblijven.
Ondertussen wist ik op het nippertje te voorkomen dat de gemeente en handhaving de boot zouden wegslepen, door de controleur – die een heel verhaal had opgehangen over milieudelict als de motor onder water zou komen – onschuldig aan te kijken terwijl ik verbaasd zei: “Was ineens gezonken, heel gek!” en hem te beloven de boot deze zaterdag boven water te takelen.
Ik had geen idee hoe maar ik ben niet voor één gat te vangen en bovendien durf ik best om advies te vragen. Gewapend met een dompelpomp, een lier, een goed advies van het verhuurbedrijf van de pomp, een doortimmerd plan en een frisse dosis girlpower ging ik aan de slag.
Mijn vriend, die ik niet wil lastig vallen aangezien hij gemiddeld 70 uur per week werkt op de bouw, kreeg lucht van het verhaal en reed snel naar mij toe. Gelukkig maar achteraf, want ik had de motor nooit in mijn eentje van de boot de hoge kade op kunnen tillen.
Hij vroeg naar het plan. Het plan was: mijn opblaaskano oppompen, schoenen uit, ik erheen peddelen, slot van de motor los, motorsteunen losdraaien en dan de motor aan mijn vriend op de kade tillen. Vervolgens de lier aan het gezonken deel zien te bevestigen, deze omhoog trekken, pomp erin en klaar!
Dat plan was goed, bleek achteraf. Mijn vriend had zware bedenkingen, was verschrikkelijk bezorgd en geamuseerd tegelijk toen hij me in de kano naar de boot zag peddelen. Ik kreeg met heel veel moeite de motor los van de boot en gaf deze aan hem. Maar ik was intussen op mijn knieën op de opblaaskano gaan zitten om er goed bij te kunnen en heb daarna blijkbaar een inschattingsfout gemaakt waardoor ik ineens omsloeg met kano en al en volledig kopje onder ging, in het ijskoude water.
Voordeel was wel dat ik, eenmaal weer boven water, via de gezonken boot op de kade klom en ik hierbij op de hoge kant van de boot ging staan waardoor het gezonken deel spontaan boven water kwam. Ik had namelijk, nu ik toch in het water lag, de lier aan de gezonken kant willen bevestigen. Dat hoefde nu niet meer.
Mijn vriend stond, voorover gebogen met in de ene hand de motor en in de andere hand zijn verzopen vriendin, geschrokken ons beide uit het water te trekken. Toch een iets andere zaterdag dan hij vanochtend in gedachten moet hebben gehad.
Pomp erin, bootje leeg, bootje weer óp het water: eind goed al goed – gelukkig was ik zo verstandig geweest om van te voren mijn zware werkschoenen uit te trekken dacht ik nog.
Even later zaten we, gedouched en wel, aan een kopje warme koffie. Mijn vriend verzuchtte dat hij weinig vrouwen kent zoals ik. In zijn land doen vrouwen zulke dingen niet. Die bakken gewoon taart op zaterdag.


