No Place Like Home

Vrijdagavond. Boodschappen gedaan om zeven uur ’s avonds. In een verlaten Lidl. Ik heb voor mezelf alle ingrediënten gehaald voor een Italiaanse salade. Wel honger, geen trek.

Het huis is stil want: “het is toch niet jouw weekend mama?” Nee het is niet mijn weekend. Vroeger was elk weekend mijn weekend, maar tegenwoordig niet meer.

No Place Like Home van Beth Hart speelt op de speakers, en dat is niet zo handig. Want familie is mijn thuis, en zonder familie voelt het huis kil. Alleen maar bakstenen. Het went niet. Meestal lees ik de krant of werk ik. Alles wat afleidt tot het moment dat ik zondagavond de sleutel weer in het slot hoor.

Dan voel ik me weer thuis, in mijn eigen huis.

1500 vs heden

Gisteravond was de laatste avond dat ik Jari hielp met zijn geschiedenistoets voor vandaag. De drie hoofdstukken gingen over de Rennaissance, het ontstaan van het Protestantisme in Nederland en de Opstand van de Nederlanden tegen de Spaanse bezetter.
Dit alles speelde zich af vanaf 1500.
Erasmus heeft een belangrijke rol gespeeld in het ontstaan van het Protestantisme in Nederland en het waren vervolgens de Calvinistische Geuzen die in opstand kwamen, namens Willem van Oranje, die in een eerder tegenoffensief tegen de Spaanse bezetter neergeslagen werd.

Omdat Filips de II, zoon van Karel de V, ook in andere delen van de wereld oorlog wilde voeren, stelde hij eerst zijn tante Margaretha aan als vervanger. Echter; zij bleek weekhartig van aard en gaf gehoor aan de oproep van Protestanten in de Nederlanden om hen niet meer te vervolgen. Hierdoor ontstonden de beroemde hagenpreken van de Protestanten en daaropvolgend de beeldenstorm in de Katholieke kerk en het uiteenvallen van het geloof in Nederland in twee kampen; het Protestante Noorden en het Katholieke Zuiden.

Dit zinde de Rooms-Katholieke Filip, uiteraard niet. Hij stelde de Spaanse generaal Alva aan om orde op zaken te stellen in de Nederlanden. Deze Alva zaaide dood en verderf en was wat wij tegenwoordig een rasechte terrorist zouden noemen. Als een beest ging hij tekeer, met publieke onthoofdingen, martelingen en afslachtigen van de inwoners van complete steden. Naarden was zo’n stad (“het Bloedbad van Naarden”). Tegen de tijd dat het Spaanse leger klaar was met de stad, stuurde Alva trots het zelfvoldane bericht naar Filips: “Geen kind is ontkomen.”

Het hele conflict leidde uiteindelijk tot de onafhankelijkheid van de Republiek der Nederlanden, na 80 jaar oorlog te hebben gevoerd. 80 Jaar waarin velen hun dood vonden, ook onschuldige burgers, vrouwen en kinderen. 80 Jaar waarin, gelukkig niet in Jari zijn boek omschreven, de meest angstaanjagende terreur werd losgelaten op de bevolking. Om geloof, om land. Om landsbestuur en om overtuigingen.

Tussendoor schakelden we in op het journaal. Een bom vanuit ongeïdentificeerde hoek was op een ziekenhuis in de Gazastrook gevallen. Honderden doden.
Het dodental loopt op aan beide kanten, duizenden inmiddels.

Blijkbaar is de weg naar bestaansrecht van de mens één van geweld. Het simpelweg erkennen van het bestaansrecht van de ander – inclusief de vlag die hij wil voeren, de mens van wie hij wil houden, de God waar hij in wil geloven, het land waar hij wil wonen – is een onmogelijkheid gebleken. Zolang u mij niet één land kan aanwijzen, niet één volk, wat de ander niet, op kleine of grote schaal, veroordeeld (heeft) om wie hij is of wil zijn, zal het nooit, maar dan ook nooit goed komen op deze aardbol.

De geschiedenis en het heden leert ons dat de strijd naar vrede, verdraagzaamheid en symbiose, een zinloze exercitie is geworden.
De Tachtigjarige Oorlog in de zestiende eeuw en de huidige oorlogen in het Midden-Oosten en Oekraïne, hebben dezelfde basis en zodoende een klein aandeel in het alomvattende bewijs dat het buiten willen sluiten van de ander in welke vorm dan ook en het superieur voelen aan die ander omdat hij “anders” dan hem is, zo oud is als de mensheid zelf.

We hebben er een zooitje van gemaakt, en dat doen we nog steeds. En wie mij kan uitleggen waartoe wij bestaan en wat voor zin dit allemaal heeft, is gewaarschuwd.
Ook dat is een zinloze exercitie geworden.

Kong Fu Panda

Na een stilte en overpeinzing, nadat wij zijn lesboek Frans hadden opgehaald, dreunde Jari in de auto ineens een quote uit zijn hoofd op, uit de film Kong Fu Panda.
Even eerder, terwijl Jari binnen was, keek ik samen met Daan vanuit de auto op een afstandje naar het huis waar ik de helft van mijn leven heb gewoond, mijn kinderen heb gekregen en grootgebracht.

“Mama, weet je wel die schildpad uit Kong Fu Panda? Wat hij zei tegen de panda?”, vroeg Jari vlak voordat hij de quote in perfect Engels reproduceerde, weer onderweg naar Sneek.
“Geef je mij nu een tip?”, vroeg ik aan Jari, lachend door mijn tranen heen. “Ben jij mijn schildpad en ik die grappige, beetje dommige panda?”
“Nou ja, daar moest ik wel ineens aan denken. En je kunt het eventueel als een tip zien, mama.”

Wijs schildpadje Jari.
Goeie tip van jou.

2022

Vol goede hoop treed ik 2022 tegemoed.
Het afgelopen jaar was een druk en bewogen jaar voor mij. Ik heb een nieuwe, fulltime baan gekregen en ben met mijn salon gestopt. Ik ben verhuisd naar een tijdelijk onderkomen terwijl ik al bezig was om mijn huidige woning te kopen. In april werd de scheiding uitgesproken en in augustus verhuisde ik nogmaals.
Maar nu naar Sneek.

Ik heb vreselijk lieve familie, vrienden, kennissen, collega’s en klanten om me heen. Ik voel me zó gezegend met deze mensen.
Sorry voor alle appjes die onbeantwoord bleven dit jaar, of veel te laat beantwoord. Sorry voor alle appjes die ik niet gestuurd heb omdat ik het vergeten was. Sorry voor alle vergeten afspraken, verjaardagen, trouwdata en alle andere zaken waarbij het wel attent zou zijn geweest als ik iets van me liet horen. Ik was óf aan het werk, of bezig met mezelf en alles op de rit krijgen. Een normaal mens doet één ding per jaar 😅
Ik beloof voor dit jaar beterschap 😉

Als ik afgelopen tijd iets geleerd heb, is wel dat het geen zin heeft om bang te zijn of met alle denkbare rampscenario’s rekening te houden. Ik ben veel kwijtgeraakt wat me dierbaar was. Maar ik heb er een nieuw bestaan voor teruggekregen en ik doe mijn best om er wat van te maken.

Ik ben niet meer bang.
Het leven is wat je gebeurt en het beste is om mee te deinen met de golven van zo’n storm. Er tegenin zwemmen heeft geen zin.
Je komt niet door vooruit wordt er alleen maar heel moe van.

Ik hoor vaak van mensen dat ze het knap vinden hoe ik doorga en er het beste van probeer te maken. Ik vind dat zelf niet knap, ik heb ook erg veel geluk gehad. Geluk dat we een huurwoning hadden waar ik tijdelijk in kon. Geluk dat ik zo’n leuke baas kreeg die mij deze mooie baan gaf, zodat ik een huis kon kopen wat mij door de vorige eigenaar gegund werd en dus betaalbaar bleef. Geluk dat werkelijk alles op het juiste moment op mijn pad kwam.
Geluk met de hulp van mijn familie ❤🙏

Maar de echte helden van mijn verhaal zijn mijn kinderen. Die zijn zo vreselijk dapper geweest de afgelopen tijd. Mét eigen mening, maar zonder waardeoordeel of boosheid staan zij vierkant achter hun ouders. Afgaand op hun eigen waarden, empathie en rechtvaardigsgevoel oordelen ze nauwelijks vanuit hun ego.
Als ik weer eens op de keukenvloer lag van ellende, staken er drie handen uit naar mij. Eentje tilde me op, de ander sloeg zijn arm om me heen en de derde schonk een borrel in.
Als het omhoog trekken niet lukte, lagen ze naast me op de vloer. Net zolang tot ik weer opstond.

Met lieve kaartjes, appjes, knuffels, gesprekken, bemoedigende woorden en kusjes hebben deze sterke mannen hun moeder door dit jaar gesleept. Elke huilbui mocht, nimmer liepen ze voor mijn verdriet of wanhoop weg. Ze bleven zitten of staan tot het weer ging en de huilbui steevast omsloeg in een lachbui. In de meest ellendige tijden ontstaan tenslotte de meest foute – dus leuke – grappen.

Ik heb onwijs veel respect en bewondering voor onze kinderen, ze zijn goed gelukt.
En dat heb ik niet in mijn eentje gedaan, zeg ik er altijd bij.

Nu maar hopen dat ze hun hoofden er niet afknallen vanavond 🙏

Lieve mensen, mijn verhaal moest ik even delen. Het komt goed!
Maak er een fijne jaarwisseling van met de mensen die van je houden. Want zij zijn degenen die niet weglopen als het even wat minder met je gaat.
🙏❤

Van de regen in de drup

Onze cv ketel is stuk. Het begon met een simpele lekkage; buiten uit een kiertje drupte wat water nadat Chris zijn gebruikelijke anderhalf uur onder de douche had gestaan.

Mijn op snelle oplossingen gerichte inborst stelde gelijk aan Peter voor om het lekker te laten druppen, want het was tóch buiten.

Maar mijn handige Harry houdt niet van dit soort onrust want “als we het laten druppen rot straks de hele constructie weg”, alleen ik vind dat vooral pessimistisch Nostradamus-achtig koffiedik kijken. Materialistische problemen moet je net zo lang negeren tot ze óf zichzelf oplossen (meestal het geval) – mocht dit echter niet werken verdient het zeer de aanbeveling om een forse hengst op het betreffende ongemak te geven (net als the Fonz uit Happy Days, werkt verrassend vaak) alvorens men, als laatste redmiddel, de gereedschapskist uit de garage erbij trekt.

Aangezien mijn man nooit naar mij luistert op klusgebied zijn wij in slechts 12 uur tijd van een kleine, sporadige lekkage BUITEN, met tsunami-achtige snelheid naar een kapotte douchekraan, koud water, geen verwarming, helemaal geen warm waterdruk en een storing in de ketel gegaan en nog steeds drupt het buiten onverstoord dóór. En per vanavond verblijft mijn man weer een volle week in de Randstad.
Oh, en we moeten nu óók ineens een nieuwe ketel aanschaffen.

Maar gelukkig hebben we elkaar nog 🥶

A Woman’ s Heart

Zomervakantie 1998. Ik moest nog achttien jaar worden en was sinds een week of drie smoorverliefd op een knappe, Friese jongen van maar al liefst tweeëntwintig jaar oud.
Hoewel mijn hoofd er helemaal niet naar stond, stapten wij – mijn ouders, ik, mijn beste vriendin en mijn oudste zus – die vakantie in het vliegtuig naar Ierland.

We kwamen aan in Dublin en bleven hier een week. Dublin was een erg leuke stad, vol met doorrookte pubs, véél Guinness, muziek en aardige mensen, maar het lukte niet om Peter af en toe uit mijn hoofd te zetten. Ik doolde door Dublin met bloedend hart en hevig verlangen door het gemis. Als ik verliefd ben, kan ik niet anders dan smoorverliefd zijn – denk aan niveautje Shakespeare. Geen boerenkool-met-worst liefde voor mij. We spoelen gelijk dóór naar de oesters en mousserende witte wijn.
Overigens heel goed verborgen gehouden voor de buitenwereld en in eerste instantie ook voor het slachtoffer zélf.

Omdat de muziek op mijn van huis meegebrachte cassettebandjes niet aansloot bij mijn onmetelijke verliefdheid (ik had recentelijk de Red Hot Chili Peppers ontdekt én natuurlijk waren Bert en Ernie mee) stapte ik in Dublin een klein, stoffig platenzaakje binnen. Op zoek naar iets romantisch en authentiek.
De Ierse muziek was mij niet onbekend, dit werd thuis véél gedraaid, en was ook een van de voorname redenen om naar Ierland af te reizen.

Ik zag daar een cassettebandje liggen: “A Woman’s Heart” en besloot deze te kopen. Hier stonden voor mij bekende en onbekende volksliederen op, dit keer uitsluitend gezongen door Ierse zangeressen.
Tijdens de tweede week, waarin wij een rondreis maakten vanaf de hoofdstad langs de zuidwestkust en weer terug naar Dublin, heb ik het bandje stukgedraaid.
Mijn gezin bleek overigens regelmatig doodsangsten te hebben uitgestaan in het piepkleine huurautootje, daar het hele concept van ‘links rijden’ mijn vader voortdurend ontging, maar ik had niks in de gaten. Ik werd meegezogen door de zoetgevooisde stemmen op het bandje welke qua emotie perfect aansloten bij de hevig rondfladderende vlinders in mijn buik en Shakespeariaanse inborst.

“If music be the food of love, play on.”

Vooral de bijzondere stem van Maura O’Connell raakte die ene snaar, diep van binnen, waarvan je weet: als die aangeraakt wordt is er geen houden meer aan. Het nummer “Living in these troubled times” spoelde ik continu terug. Pas later kwam ik erachter dat ik haar al kende; zij was de vaste zangeres van the Dannan – een band uit Ierland waar mijn vader een album van had en ik vaak naar luisterde.

Groot was dan ook mijn blijdschap toen ik pas geleden ditzelfde album op Spotify vond, het cassettebandje is inmiddels vergaan door de tand des tijds.
Misschien dat één van jullie het ook zo mooi vindt. Ik luister regelmatig en voel me dan weer bijna achttien.
En misschien niet smoor-, maar verliefd ben ik nog immer.
💛

Ja sorry.
Ik zal Shakespeare nu weer opbergen in zijn hok. Vort!

Wet van Murphy

Gister was weer een ouderwetse dag met een gaatje. Murphy-dag zoals wij dan zeggen.

Ik moest half negen bij de kapper zijn, dus acht uur van huis. Daan moest half negen bij de huisarts zijn, samen met papa. Jari kwart over acht naar school, Chris acht uur op de fiets. So far so good. Dit zou geen conflict geven in de agenda’s.

Om vijf over acht buigt Chris zijn hoofd om het hoekje van de deur.
“Mam, jij zou toch om acht uur weg?”
“Ja klopt, ik ga nu.”
“Oke, dan zet ik nog even mijn fiets in de bus.”
“Wablief?”
“Nou, ik zou toch meerijden?”
Compleet langs mij heen gegaan.
“Oh shit. Nou, schiet op dan!”
“Jaja, komt goed.”
Peter had intussen de fiets al in de bus gezet

In de auto. Chris.
“Oh nee. Ben m’n pasjes en koptelefoon vergeten….”
“Nou dan bel je Daan of hij dat meeneemt naar school straks. Of, bel papa anders maar even, Daan kennende vergeet hij dat alsnog.”
“Ja oké. Goed idee.”
Belt papa met instructies.

Daan belt mij vlak daarna. Of ik wel aan school heb doorgegeven dat hij naar de huisarts is. Ik zeg van niet maar dat ik dat straks bij de kapper zal doen.

Daan belt 2 minuten later nog eens.
“Jezus!”
“Ja! Maar ik kan mijn buspas nergens vinden! Waar heb jij die neergelegd?”
Moest met de bus naar school anders kon hij een toets niet meer maken
“Oh nee… die zit in mijn tas en die heb ik mee…”
“…..”
“En nu?”
“De reserve pas? Je weet wel; voor als de gewone kwijt is of het niet meer doet?”
“….. ook in mijn tas……”
“………………………………..”
“Ik weet het, ik ga gewoon met Chris zijn buspas heen en weer, die heb ik hier.”
“Goed opgelost Daan!”

Chris gedropt in Sneek, doorgescheurd naar de kapper, klaar bij de kapper, ruzie gemaakt bij een verfgroothandel met één of andere bloedchagerijnige baliemedewerker, door naar Mensediecktherapie voor massage vanwege gestresste nekspieren

Thuis. Half drie. In paniek komt Daan de kamer binnenrennen.
“Waarom neemt Chris nóóit zijn telefoon op?! Nu heeft ie mijn reservetelefoon omdat die van hem stuk is, neemt ie hem alsnog niet op!”
“Wat is er aan de hand dan?
“Nou, ik zou in de bus stappen, naar huis, nergens Chris zijn buspas te vinden. Niet in mijn zakken, niet in m`n tas, dus of hij is er uit gevallen, of ik heb hem weer terug in Chris zijn passenhoesje gedaan en aan Chris gegeven. Maar omdat hij zijn telefoon niet opneemt stress ik hem nu!”
“Kalm maar, ik stuur hem wel een berichtje via Instagram. Maar hoe ben jij dan trouwens thuisgekomen zonder buspas..?”
“Ik heb het héle verhaal uitgelegd aan de buschauffeur! Die vond het zielig dus mocht ik instappen.”
Heeft vast zijn geoefende Daan-ogen wijd opengezet voor extra compassie

Chris reageerde: de buspas zat in het hoesje. Eind goed al goed.

Zou je denken.
Want de dag was nog niet over.

Ik was vergeten Daan af te melden op school, dus die stond op ongeoorloofd verzuim en had een preek te verduren gehad, Chris bleek mijn koptelefoon van Daan gekregen te hebben en die van hem lag nog op het halkastje, mijn trainingsmaatje had een rustdag dus moest ik alléén benen trainen, ik liet een 10 kilo schijf RECHTSTANDIG vanaf borsthoogte bovenop mijn voet vallen en onze vrijdag-avond-borrelvrienden moesten zo nodig weer eens naar een verjaardag zodat wij met ons tweetjes de ellende van die dag met gemberthee hebben weggespoeld (manlief heeft een keel/neustoestand), terwijl wij door Jari gedwongen werden naar de Voice te kijken – alwaar Waylon voor de zoveelste keer in zijn carrière in snikken uitbarstte – en we met z’n allen al om tien uur al in bed lagen omdat Jari zich al om zeven uur (!) de volgende dag moest melden voor een voetbaltoernooi.

Vanavond naar een optreden van Waylon in het theater in Haarlem. Als hij nu wéér gaat janken stap ik op.
Dat wordt écht teveel van het goede.

Jeugdmuziek (1)

The Bangles. Walk like an Egyptian.
Ik werd altijd een beetje zenuwachtig van dit nummer. En vooral van de dames die het zongen. Ik vond ze er nogal agressief bij staan en geloofde eigenlijk niet dat ze in werkelijkheid zélf de instrumenten bespeelden. Want dat konden vrouwen toch helemaal niet, gitaar spelen? Let wel: het was 1986, ik was zes jaar oud en nog verre van geëmancipeerd. Mannen waren er voor de gitaren, vrouwen werden moeders. En als ze al iets met muziek deden was het “Maantje Tuurt” zingen, vlak voor het slapen gaan.

Wat ook niet hielp om de Bangles serieus te nemen was dat mijn oudste zus een Barbie disco had, met rockende Barbies en hun snerpende neongitaren, met EXACT hetzelfde decor als uit deze clip.

Het was in het tijdperk, vanaf mijn zesde tot ongeveer mijn tiende, dat mijn oudste zus, met wie ik een zolderverdieping deelde, nog veel meer verontrustende muziek uit haar radiootje liet blazen. Zij was vanaf haar twaalfde jaar duidelijk muzikaal in de war vond ik.
Terwijl ik op mijn roze kamertje, via een stukgedraaid cassettebandje, de levenswijsheden van Bert en Ernie probeerde te verstaan, kwamen er van achter haar kamerdeur enge kraak-, huil- en gilgeluiden van het album Thriller van Micheal Jackson. Prince hijgde zich een weg door de middag heen, afgewisseld met de muziek van Madonna, van wie mijn zus het uiterlijk één op één kopieerde; van de kettingen tot het haar en kleding aan toe – wát was er in hemelsnaam in mijn zus gevaren?!
Het meest angstaanjagende bericht van achter de deur was nog wel dat De Bom binnenkort zou vallen.

Ik sloot mij op in mijn veilige kamertje, met mijn verzameling Lekturama luistersprookjes, het complete oeuvre van Sesamstraat, de vakantieavonturen én alle feestdagen van Bert en Ernie, en besloot nooit, maar dan ook NOOIT van mijn leven geïnfecteerd te worden door het enge virus wat “puberteit” heette.

Nog totaal onwetend van het binnenkort bereiken van een next level in de muzieksmaak van deze zus.
Veel fuck you’s, kan ik alvast verklappen.

Encyclopedie

Vroeger kreeg ik regelmatig de vraag wanneer ik eens een boek ging schrijven of mijn columns zou gaan bundelen. De laatste tijd komt het niet zo van schrijven. Niet omdat er geen inspiratie is, maar omdat ik doorgaans graag over ons gezin schrijf en blijkbaar niet over pubers mag schrijven terwijl de handen chronisch jeuken.

Want over pubers kun je namelijk een complete encyclopedie schrijven.
Hierbij de D van Doorzetten.

Gisteravond. Puber 1. Noodlijdend. “Ik ben zo vreselijk moe van het fietsen in de storm, dus die drie opdrachten Engels maken lukt bijna niet.”
Op de heenweg kunnen meeliften met papa, wél terug naar huis gefietst maar vlak voor het hoogtepunt van de storm weer terug in Woudsend.
Vanmorgen dezelfde Zuidwester storm, vroeg in en lopend op zijn laatste benen, dus met de bus.

Ook vanmorgen. Puber 2. Starend in de iPad, kauwend op zijn tostie. “Lieverd, het waait nog net zo hard als gister, ga jij fietsen?”
Kijkt naar buiten. Wikt even. Was gister laat thuis, heeft dwars door het oog van de storm moeten fietsen. Wind tegen, vol op de snuit. Daarna zich ingegraven in een berg Bètawetenschappelijk huiswerk tot laat op de avond.

“Hoe hard waait het dan?”
“Windje zes. Zuid/Zuidwestelijk. Dus heen wind mee, terug vol tegen. Net als gister. Was dat te doen?”
“Mwah, niet echt.”
Stilte. 5 minuten later.
“Ik ga wel gewoon fietsen.”

Ik zit hier nu aan de koffie terwijl de wind om ons krakende huis giert, onderwijl hopend dat puber 2 niet doorgewaaid is naar Noorwegen en dat puber 1 veilig bij de bushalte is aangekomen.

🙏

(Als het aankomt op bewegelijkheid in het algemeen is het andersom hoor 😉)

Schooldokter

Maandagochtend moesten Jari en ik ons melden bij de jeugdverpleegkundige van het GGD, voorheen aangeduid als schooldokter. Een bezoekje waar Jari lange tijd naar uit heeft gekeken, hij is ontzettend benieuwd hoe groot hij later wordt. Thuis moest mama een vragenlijst invullen over hoe het met het kind gaat en eventuele bijzonderheden en/of zorgen.

Hier heeft mama doorgaans een grondige hekel aan omdat mama graag de vuile én schone was binnen droogt en veel vragen nogal privé vindt. Gelukkig zijn er geen bijzonderheden aan dit kind, sterker nog; ik kon oprecht niet bedenken waar wij ons eventueel zorgen om maken. Op elk terrein gaat het prima.
(Denk vooral niet dat ik een blinde vlek heb voor het gedrag van mijn kinderen, er zitten nog tweelingbroers boven hem die pas sinds vorig jaar enigszins zijn afgekoeld en geen tijd meer hebben voor hun malle streken vanwege begraven onder bergen huiswerk. Trouwe volgers van mijn weblogverhalen weten waar ik het over heb.)

Nummer drie is een soort kers op de taart, een zeer slimme jongen die graag observeert, van alle glijpartijen van zijn broers heeft geleerd en dit dus anders aanpakt. Tel daar het graag goed willen doen en een grondige hekel aan gedoe bij op en dan is de uitkomst: Jari.

Bij de vraag: “Omschrijf uw kind” vulde ik in: “Geen bijzonderheden, wij hebben een lief kind”. Deze opmerking kwam tijdens het gesprek als een boemerang terug: “Jari, je moeder zegt dat je een lief kind bent, hoe komt het dat je zo lief bent?”

Op deze vraag antwoordde Jari gedecideerd:
“Omdat ik blij ben dat ik leef en graag het beste uit mijn leven wil halen heb ik geen zin in gedoe of ruzie. Ik wil gewoon een leuk leven hebben en ben blij dat ik gezond ben. Ik wil het goed doen op school, gezond blijven en plezier maken. En goed voor het milieu zorgen.”

De jeugdverpleegkundige sloeg steil achterover. Ik niet.
Ik ken deze uitspraken uit mijn hoofd. Dit is iets wat Jari altijd tegen mij zegt, meestal tijdens een melancholische bui. Het verdere gesprek verliep makkelijk, hij had vlotte en keurige antwoorden. Dat komt omdat hij dit soort gesprekken voorbereidt met militaire precisie, alsof het een sollicitatiegesprek betreft.

Aan de groeicurve (maar ook al aan de streepjes op onze muur) was te zien dat hij momenteel al ver boven het gemiddelde zit en waarschijnlijk uitgroeit tot een indrukwekkende één meter vijfennegentig. Tot grote opluchting van Jari.
Dat zit namelijk zo.

Thuis wordt hij steevast door Chris gekscherend “die kleine” genoemd. Volgens recente schattingen zal Chris rond de één meter vijfentachtig uitkomen. Jari kan niet wachten tot de rollen zijn omgedraaid en hij hem kan aanspreken met “Hey, kleine!!”.

Daan en Jari zijn momenteel bijna even groot. Daan zal Jari absoluut nóóit met ‘kleine’ aanspreken, daar hijzelf gek wordt van dit koosnaampje wat continu voor hem gebruikt wordt. Nog regelmatig vragen voor hem onbekende leerkrachten wat hij in de gangen van de middelbare school moet (“Zijn de open dagen voor groep 8 al begonnen?”) en wordt hij elke zomer een paar keer per week aangehouden door de waterpolitie (“En wat doe jij met zo’n zware motor? Dat mag pas vanaf 12 jaar hè?”).
Het roepen: “IK BEN AL VEERTIEN EN EEN HALLUF!” of: “IK ZIT AL DRIE JAAR OP DEZE SCHOOL GODBETERT!” is hij meer dan beu en overweegt dus serieus zijn identiteitsbewijs op zijn borst te laten tatoeëren.

Daan staat inmiddels bijna elke dag hoopvol tegen de keukenmuur en ziet zijn bescheiden gestalte slechts gestaag groeien, elke dag teleurgesteld dat de groeispurt nog stééds niet is ingezet, in tegenstelling tot bij broer Chris. Volgens schatting van de kinderarts zal hij rond de één meter tachtig uitgroeien dus dat stelt hem wel wat gerust.

Mij maakt het vanzelfsprekend geen bal uit, maar ik denk wel dat het een grappig gezicht wordt, later.
De oudste het kleinst, de middelste er tussen in en de jongste het grootst.

Net als de Daltons dus! (-1)