Vriendschapscake

In mijn uitpuilende grijze receptenmultomapje was ik op zoek naar een oud recept van mijn moeder: Jan-in-de-zak. En, omdat ik geen alfabetische volgorde hanteer, was het een kwestie van bladeren. Dat is leuk, ik had geen haast. En dus, zoals het wel vaker in dat soort situaties gaat, kwam ik langs allerlei recepten die ik nu niet nodig had, maar die wel allerlei herinneringen opriepen. Daar zijn er veel van; ik vul dit mapje nu al ruim vijftig jaar. Herfstkoekjes, die bakte ik met mijn nog jonge kinderen. We zochten mooie blaadjes, die we afdrukten in het deeg. Leuk en lekker. Maar vooral heel warm en knus. Ik was altijd van plan geweest zulk soort koekjes nog eens te maken. Maar ja, hoe gaat dat. Je weet gewoon dat het nooit meer zo bijzonder en verrassend wordt als de allereerste keer.

Ik blader verder. Notengehakt. Een recept van mijn schoonmoeder, toen we in onze vegetarische periode waren. Kruidkoek, waar een buurman het patent op had. Recepten uit een Libelle uit de seventies; het  markante lettertype van die tijd doet me glimlachen. De ‘mandarijntjes-roomrol’ maakte ik nadat de meiden geslaagd waren voor het VWO eind tachtiger jaren.

Nu valt mijn oog op een recept van een baksel dat in de zeventiger jaren collectief in trek was: de vriendschapscake. Het daadwerkelijk delen van iets zoets, iets lekkers, iets liefs. De ‘flowerpower’ straalde ervan af. Wanneer ik de eerste ‘basis’ ontving, ik zou het niet meer weten. Ook niet van welke vriendin ik het papje kreeg, Maar het was een leuk idee en het paste in ons leven van toen: het zelf maken van zuurdesembrood was een missie, een ritueel, een genoegen. Gezond eten was een hot item, en ook daarvan deelden we ideeën en recepten met elkaar.

Ik weet nog goed dat ik het ontvangen deegje met veel zorg opkweekte en deze cake voor de eerste keer bakte. Het zurige goedje moest in tien dagen met veel liefde worden vermeerderd tot het bakklaar was. Dan vulde je daarmee drie kopjes om weg te geven aan vriendinnen. Natuurlijk vergezeld van het met de hand gekopieerde recept. De rest van het deeg vulde je aan met de ingrediënten volgens dat recept of naar eigen inzicht. Zo bakte je je eigen geurige vriendschapscake. We vonden het heerlijk! En het was ook weer een goede reden om vrienden op de thee uit te nodigen.

Toch kwam er een beetje de klad in. Na drie keer zo’n vriendschapscake te hebben bereid en gegeten, wist je het eigenlijk wel. En omdat een vriendenkring uiteindelijk beperkt is, kwamen de kopjes deeg bij iedereen in een hoog tempo langs. Zo stierf dit geweldig leuke initiatief een zoete en stille dood.
Heel even was er in de jaren negentig een kleine opleving. Het was leuk, en een warme herinnering aan vervlogen tijden.

Het recept van Jan-in-de-zak, waar het allemaal om begonnen was, heb ik natuurlijk ook gevonden. Of ik dat ga maken, weet ik nog niet. Het was in elk geval een mooie aanleiding voor een heerlijke trip down memory lane.

Maar, bedacht ik zojuist, zou het in deze verdeelde, vaak onvriendelijke wereld niet een ontzettend goed idee zijn om de vriendschapscake, en alles wat daarmee samenhangt, nieuw leven in te blazen?

Luxeprobleem?

tataren

Ik zet de tv aan en kom onbedoeld midden in het programma ‘Uitgebloe(i)d’ terecht. De overgang. Daar gaat het over. Programmamaakster Ingeborg Beugel heeft het er erg moeilijk mee. De lichamelijke en geestelijke veranderingen spelen haar parten. Haar ervaringen deelt ze, in een documentaire, met al de vrouwen die onvoorbereid en slecht geïnformeerd de overgang ingaan.

Onvoorbereid? Slecht geïnformeerd? Als vrouw weet je toch wat je op een zekere leeftijd boven het hoofd hangt? Er wordt al decennialang over geschreven. Het boek ‘Overgang’ van Germaine Greer (wat regelmatig in beeld komt) is jaren geleden uitgekomen.

Over het geheel genomen vind ik het een programma met een hoog stampvoetgehalte: vriend begrijpt het niet, de kinderen willen haar nog maar steeds geen kleinkinderen geven, nieuwe vriend wil niets horen over de klachten. Linda wil het onderwerp niet opnemen in haar blad. (Koop dan een Margriet of een Libelle, zou ik zeggen)

Op naar een cursus over de overgang. Allemaal jankende vrouwen onder een rood Ikea-dekentje. Een geleide meditatie om jezelf als meisje terug te zien en daarna allemaal aan het schilderen. Hoera! De zakdoeken zijn niet aan te slepen. Nee, vindt Ingeborg, deze vrouwen zijn niet bezig met de overgang, zij hebben allerlei andere problemen.

Een tweetal gynaecologen doet nog, niet onverdienstelijk, een positieve duit in het zakje, evenals een echtscheidingsadvocate.
Toch blijkt, al met al, dat er doorgaans weinig begrip en interesse is voor de vrouw in de overgang. De overbodige vrouw, want ‘vroeger’ zouden vrouwen deze leeftijdsfase niet eens bereikt hebben. In het dierenrijk gaan vrouwtjes dood, wanneer er geen eitjes meer worden geproduceerd.

Op de middelbare school wordt er ook al nauwelijks of geen aandacht aan het fenomeen geschonken. Ja, in het biologieboek wordt het woord genoemd, overgang, groen gedrukt, maar dat is dan ook alles. De biologieleraar geeft met enige tegenzin toe, dat het misschien wat uitgebreider ter sprake zou kunnen komen. Beugel spreekt er een aantal jongeren over aan. Echt geïnteresseerd kan ik ze niet vinden, deze pubers, en geef ze eens ongelijk; hun leven staat op het punt te beginnen, en moeten deze jongens(!) zich nu echt gaan verdiepen in een probleem, waar ze straks misschien alleen maar zijdelings mee te maken krijgen? Wat ze nooit aan den lijve zullen ondervinden?

Gelukkig krijgt de programmamaakster via vriend nummer één een kleinkind wat ze kan knuffelen, zodat het gelukshormoon (oxytocine) geactiveerd wordt en koopt vriend nummer twee een dure bolide en maakt hij mooie foto’s van haar. Gelukkig vindt vriend één het niet zo heel erg dat vriend twee in haar leven is gekomen, want zij is een ‘full-time-job’. Vriend twee heeft het liever niet over nummer één en schenkt haar nog een glas dure wijn in.

Laten we hopen dat dit voor een aantal vrouwen een interessant en verhelderend programma is geweest. Voor de maakster heeft het waarschijnlijk (hopelijk) als een soort van therapie gewerkt. Alle dingen op een rijtje gezet en erachter gekomen dat je niet gek bent. Ervaren dat het toch wel goed komt, dat het leven nog steeds aangenaam en zinvol kan zijn. Dat iemand je nog steeds leuk kan vinden, dat je nog niet uitgerangeerd bent. Dan ben ik blij voor haar.

Dat mannen het niet (willen) begrijpen is eigenlijk wel logisch. Er zijn nogal wat zaken in het leven, die je pas kunt invoelen wanneer je het zelf hebt meegemaakt. Daarom kun je al deze ervaringen op het gebied van de overgang beter met vrouwen delen: een fles goede wijn op tafel, chocola erbij, een kaaskoekje, desnoods zakdoeken en dan alle verhalen een beetje aandikken. ‘Lekker’ zeuren. Jezelf niet al te serieus nemen.
En wanneer er echt problemen zijn – dat komt zeker voor, ik ben de laatste om het te bagatelliseren – dan zijn er specialisten bij wie je terecht kunt voor deskundige hulp.

———————————————————

Dan begint Nieuwsuur. De situatie op De Krim is zorgelijk. Voor de kleine groep Tataren die daar woont is het leven sowieso bijzonder moeilijk. Veel van hen speelt het verleden nog parten. Een oudere vrouw komt aan het woord. Ze houdt het niet droog tijdens haar schrijnende verhaal. Zelfs het knuffelen met haar kleinkind zal niet voldoende oxytocine aanmaken om haar geluksgevoel te verhogen; gelukkig is ze al jaren niet meer.

Ook zij was eens in de overgang. Ze heeft geen cursus gedaan, geen boeken gelezen. En ze heeft er zeker geen vriend met een grote, dure auto op nagehouden. Waarschijnlijk heeft ze niet eens de tijd gehad om zich met het verschijnsel overgang bezig te houden, laat staan zich erin te verdiepen. Misschien is er niet eens een woord voor.

Overgangsklachten? Cultuurgebonden? Een Westers luxeprobleem?
Het zou het laatste wel eens kunnen zijn.

———————————————————-

De foto van de Tataren komt van het internet.