De laatste tante – de tante van de koude kant.

Alles heeft twee kanten. Als je deze uitspraak goed tot je door laat dringen, merk je pas hoe bijzonder het is. Eigenlijk kun je daardoor niets meer benoemen, zonder erbij te bedenken dat je een ander deel weglaat. Als je iets groot noemt, impliceert dat ook iets kleins. Noem je iets warm, dan betekent dat ook dat er iets koud is. Niets kan op zichzelf bestaan.

Zo kun je het hebben over de koude kant van een familie, een heel gewone uitdrukking. Maar dit houdt in dat er ook een warme kant moet zijn. De warme kant, dat zijn de mensen die een familie vormen: vader, moeder, broers en zussen; de clan, de mensen die je al door en door kent – of van wie je denkt dat dat zo is. Heel veilig allemaal, geen buitenstaanders, pottenkijkers, roet-in-het-eten-gooiers. Maar ja, kinderen groeien op, krijgen verkering en dan gaat er uiteindelijk getrouwd worden. En zo komt er een hele koude kant de familie bevolken. In onze familie kwamen er elf mensen van de koude kant bij. Daaruit volgt natuurlijk, dat ‘onze’ warme kant in de elf andere families juist weer koude kant werd.

In mijn herinnering ging het in gesprekken die ik hoorde als ik bij opa en oma was, vaak over ‘de koude kant’. Ik had geen idee wat het betekende. Het was wel duidelijk dat het over iemand ging met wie iets vreemds aan de hand was, en dat de betreffende persoon enigszins wantrouwend bekeken werd. Namen werden niet genoemd, maar iedereen wist kennelijk over wie het ging. Toch stonden dit soort gesprekken nooit de goede relatie in de weg en werd de vreemde eend in de bijt geaccepteerd. En alles went natuurlijk.

Mijn lieve tante behoorde ook tot de koude kant in onze familie. Maar ik kan me niet voorstellen dat zij ooit op een twijfelachtige manier over de tong zal zijn gegaan. Zoals ik haar ken, en dat is vooral van de laatste tien jaar, kwam zij op mij over als een warme vrouw. Zo belangstellend en betrokken. Zo zachtaardig en zorgzaam. Zo lief en vrolijk. Zo sterk en strijdbaar. En, minstens zo belangrijk: zo chique en smaakvol gekleed. Een goed, mooi en bijzonder mens.

De laatste tante. Met haar is er een generatie teloor gegaan. Nu zijn de rangen in de familie een stukje opgeschoven en zijn wij, nichten en neven, de oudste generatie. De verantwoordelijkheid, de familie op gepaste wijze te laten voortbestaan, ligt nu bij ons. Wij kunnen niet anders dan hier gehoor aan geven. Laten wij dat doen in de geest van tante. Met interesse en een open blik, en vooral met heel veel liefde.

De hele familie, warm en koud.

Familie met een kouwe kant?

Familie.
Wat is dat toch voor een fenomeen. Wij duiden een speciale groep mensen al mijn hele leven aan met ‘familie’. Zo wordt er door je ouders over gepraat. Je weet wie er allemaal bij horen en denkt er verder niet over na. Tot het moment dat je het als iets bijzonders begint te ervaren. Omdat je ouder wordt en je je realiseert dat er meer mensen zijn zoals jij. Met hetzelfde bloed, dezelfde wortels, dezelfde eigenaardigheden.

In het etymologisch woordenboek kom ik het volgende tegen: familie mnl. familie ‘onderhorigen’ en (zelden) ‘huisgezin’ < lat. Familia ‘personeel’. De minder beschaafde vorm famielje < fra. Famille (14e e.)

Ja, dan weet je eigenlijk nog niets. Ik wil namelijk weten hoe dat zit met die groep mensen die zo verschillen van elkaar, maar toch bij elkaar horen, zich verwant voelen. Die elkaar misschien niet zo goed kennen, maar die wel drommels goed weten van wie ze afstammen: van die opa en oma, waar ze op verjaardagen en in vakanties kwamen. Aan wie ze speciale herinneringen bewaren. Koesteren, misschien wel.

En ja, als ik de van Dale opsla, lees ik het volgende: familie [de, v] verzameling van bloedverwanten van dezelfde naam die uit eenzelfde stamvader zijn geboren.

Dat begint er meer op te lijken.
Want dat wordt gevoeld en gedeeld.

Het is gek: toen wij jong waren, onze ouders dus ook, zagen wij elkaar op verjaardagen van opa en oma. We speelden verstoppertje in huis (opa was jarig op 20 februari en oma op 9 maart, koud buiten…) en leerden zo spelenderwijs woorden die thuishoorden in een familie waar de bouwkunde en bouwkunst hoog in het vaandel stond en ook werd gepraktiseerd. Loggia, vestibule, erker bijvoorbeeld. De deur tussen de vestibule en de gang was voor een deel van glas-in-lood. Ik voel nog de handgreep en de zwaarte van de deur. Verstoppen in de vestibule had alleen maar zin wanneer je je heel klein maakte, op je knieën op de kokosmat. Verstoppen in de slaapkamer van opa en oma deed je niet. Het kwam niet eens in je op. Wel in de kamer met de loggia. Dat het allemaal mocht. Misschien omdat de volwassenen dan tenminste even rustig met elkaar konden praten; de mannen en de vrouwen in gescheiden groepen. De zilverkleurige haard zachtjes snorrend. De schemerlampen aan.

Wanneer de bel ging, wisten wij het allemaal: daar was de bakker met dozen vol belegde broodjes. Heerlijk! Een geroffel op de trap en wij kinderen waren weer beneden en verdrongen ons om de tafel. De geur van de verse bolletjes. Het geritsel van het papier. De knapperige korstjes. Het overdadige beleg. Er was rosbief. Alleen het woord al. Dat hoorde thuis in een sprookje. Wat een traktatie. Krentenbollen voor toe. Dit was echt feest.

Ja, het is gek. Nu, zoveel jaren later- sommigen zijn al zo oud als opa en oma in onze herinnering- zal er weer een ontmoeting plaatsvinden. Pogingen om een reünie te organiseren zijn in een vergevorderd stadium. Nee, we zullen geen verstoppertje spelen voor elkaar. De lunch zal bestaan uit lekkere broodjes, die wij bedaard zullen nuttigen. We kennen veel meer moeilijke woorden dan toen, maar dat vinden we nu gewoon, daar laten we ons niet op voorstaan. We zullen ons verbazen over misschien wel vijftig tinten grijs. Maar verder zal alles zijn zoals ‘vroeger’: nichtjes en neefjes bij elkaar. Alleen is er nu nog maar één tante…

In Van Dale wordt ook nog ‘de koude kant’ van de familie genoemd. Zo’n nare uitdrukking. Ik weet zeker dat zoiets niet bestaat. Althans niet bij ons. Warm en betrokken, dat is iedereen in deze familie. Het is fantastisch, dat we elkaar weer opnieuw leren kennen. Dat we elkaar binnenkort weer zullen zien.

Opa en oma, jullie kunnen trots zijn op het nageslacht!