Hoe Kafkaësk

Of: gedachten bij het pikken van een peer

Van de grote Tsjechische schrijver Franz Kafka
Wordt dit jaar de honderdste sterfdag herdacht
Hij stierf natuurlijk slechts een keer
Maar dit gegeven zou hij hebben uitgebuit:
In een hilarisch, goed doordacht verhaal
Zou hij K. honderd keer hebben laten sterven

De kauw, las ik, wordt vaak wel zestig jaar
Elk voorjaar bouwt hij met dezelfde vrouw een nest
Zit een vogel met wat witte veren opgescheept
Dan is er een ekster in het overspel geweest
De kauw leert snel, en blijkt een zangvogel te zijn
Maar uit die schorre keel klinkt nooit een lied

Kavka, een Tsjechisch woord, betekent kauw
Kan de schrijver tippen aan diens lichtheid van bestaan?
Zwart haar en hoog IQ zijn snel gemunt
Zijn lachje heeft wel wat van kauwgekras
Maar voor zijn zestigste werd hij al geveld
En nestelen voor het leven is hem niet gelukt

Terwijl de kauwen peren jatten uit mijn boom
En tekens krassen in het hout
Lees ik Het Proces, de schuldeloze schuld
De Strafkolonie, rollen worden omgedraaid
Kever kun je worden en beschrijven
Een kleine muis loopt tegen muren op
En de kater stilt gewetenloos zijn honger

Wie schrijft die blijft:
De brief beslaat een pagina of honderd
– Ongefrankeerd –
De aangesprokene zal hem niet ontvangen
En nooit te weten komen wat hij mist

Geef ‘t op! Geef ‘t op!
Want alles is vergeefs
Wat is de ware weg
Wat is ware liefde

Niets is alles, niets is wat het lijkt
Nergens zul je van een ziekte ooit genezen
Niets is veranderd. Niets beklijft
Niemand kent hem, die zichzelf ontkende
En Niemandsland als domicilie koos

Ik drapeer een net
Over de perenboom
Elke vruchteloze poging
Werpt zijn wrange vruchten af.


Dit is lef

20140621_212436Al zolang hij zich kon herinneren, was hij verlegen geweest. Schuw bijna. Stak iemand zijn hoofd in de kinderwagen dan zette hij het op een krijsen. Als peuter sloeg hij zijn ogen neer, wanneer mensen naar hem keken.

Spelen deed hij altijd alleen. Hij kon zichzelf goed vermaken, had veel fantasie. Hele verhalen verzon hij bij zijn spel.

Zijn basisschoolperiode bracht hij in betrekkelijke eenzaamheid door. Pogingen van leerkrachten om hem aan vriendjes te helpen haalden niet veel uit. Niet dat hij onvriendelijk was tegen anderen, maar hij ging zijn eigen gang. Zijn klasgenoten wisten hoe hij in elkaar stak; ze maakten er geen punt van. “O, dat is Noa”, zeiden ze tegen elkaar, “laat hem maar.”
Dat hij goed kon leren, was in zijn voordeel. Zijn intelligentie maakte dat hij zich kon handhaven in de groep.

Toen het moment was aangebroken dat hij naar de middelbare school zou gaan, nam hij een besluit. Tot nu toe had hij het weten te redden. Hij werd geaccepteerd zoals hij was. Nu zou de situatie heel anders worden. Hij zou opnieuw een plaats moeten veroveren. Hij zou ervoor gaan. Hij zou laten zien wie hij was.

Het gebeurde in een van de eerste weken van het schooljaar tijdens een les Nederlands. De opdracht was het schrijven van een verhaal. Op het whiteboard had de leraar vijf titels geschreven waaruit de leerlingen konden kiezen. Hij koos: Dit is lef.

Zodra hij de titel bovenaan het blad had geschreven, kreeg hij een lumineus idee. Hij schreef zijn naam helemaal onderaan. Hij voelde zijn wangen kleuren toen hij het verder lege blaadje inleverde. De leraar wierp een blik op het werk, trok even vragend zijn wenkbrauwen op.

Toen brak een bulderende lach door en met een zwierig gebaar zette hij een 9 boven het woordenloze verhaal.

——————————————————————————————————————-

Dit is een verhaal in de serie WE-300, een schrijfuitdaging van Plato (Hier kun je meer leuke, spannende, bijzondere WE-verhalen vinden). Het werkt als volgt: Schrijf een tekst van 300 woorden, waarin het sleutelwoord niet mag voorkomen. In dit geval was het verboden woord: scoren.

Sterven in juni

Waarom zou je sterven in juni? Na de voorzichtige start in mei is de natuur nu echt op dreef. De zon heeft zijn grootste kracht; de dagen zijn zo lang als het maar kan. Een zoele wind voert de zoete geuren van de zomer mee. Het leven is vol beloften.

Maar er sterven mensen in juni. Mijn vader stierf in juni. Met een gelukzalige, tevreden glimlach op het bleke gelaat. Klaar met het leven, dat er niet makkelijker op werd. Goed geleefd; zo goed mogelijk. Naar eer en geweten. Alle talenten benut. Een huwelijk met ups en downs, maar liefdevol. Drie kinderen met toewijding groot gebracht. Vijf kleinkinderen liefde en aandacht gegeven. Drie achterkleinkinderen vertederd op schoot genomen.

Een leven met mensen. Met God. Met boeken. Filosofisch, sociaal, intelligent, betrokken. Verwondering. Bewondering voor alles wat leeft. De natuur als leidraad. Het boerenleven als ideaal. Maar alles met een knipoog; humor is een groot goed.

Mijn vader stierf in juni. De maand van volop leven. De maand van groei en bloei. De oogst al zichtbaar.
In de moestuin laat ik mijn gedachten de vrije loop. De schrepel die hij in zijn tuin gebruikte in de hand, het onkruid te lijf. Ik leg bonen, aard de aardappels aan. Zaai wortels naast uien. De vragen die ik hem nog had willen stellen worden woordeloos uitgesproken. Doe ik het zo goed? Antwoord komt altijd. Het stemt me dankbaar.

Het is niet makkelijk
Te sterven in juni
Terwijl
Het leven uit zijn voegen barst
Maar je weet
Dat het klaar is
Je schikt je in het
Onvermijdelijke
Je geeft je over
Je laat je gaan

En wij verstild
Nu definitief
Op eigen benen
Goed toegerust
Maar toch
De eerste stappen
Onwennig en onvast

Not April is the cruelest month
But June

En vader, weet je nog
Van toen
Die dag dat je mij
Mijn ware naam onthulde
Op een stukje papier
Gescheurd van de krant
In jouw vertrouwde
Verzorgde handschrift
Een document

Nooit zo genoemd
En toch
Een beetje opnieuw geboren

DSC07855

In memoriam Johannes
10 juli 192121 juni 2010