Dood en niet dood…

Grip krijgen op Nietzsches denkwereld. Dat had je gedacht. Of eerder gehoopt. De god-is-dood-theorie tot mij nemen, overdenken, toetsen, uitpluizen, onderzoeken, reiken naar het tipje van de sluier, uiteindelijk een flintertje tussen duim en wijsvinger, maar die sluier met geen mogelijkheid kunnen oplichten. Blijven proberen tot onduidelijke dromen aan toe. Er net niet bij kunnen. God is niet zomaar dood. In welke richting moeten mijn gedachtekronkels zich wurmen. Kunnen zij zich voegen naar die van Nietzsche?
Nee, grip is te veel gevraagd. Laat staan begrip. Verwarring is het enige waarmee ik heb te dealen. En pogen om de verknoopte draad te ontwarren en netjes op te winden tot een geordende kluwen. Zoals mijn oma dat deed, terwijl ik de streng wol voor haar ophield.

De bel gaat en ik vermoed dat de schilders voor mijn neus zullen staan om de voordeur hemelsblauw te schilderen. Maar het zijn twee onbekende jonge mannen. In het voortuintje van de buren staan twee onbekende vrouwen. Dan weet je het wel en mentaal wapen ik mij.

De tekst waarmee het gesprek wordt geopend, komt uit Mattheüs: “Het maakt je gelukkig als je je met geestelijke zaken bezighoudt”. En de vraag is, of zij mij een vraag mogen stellen. Ik geef toestemming en meteen komt de bijbel aan bod en de vraag of ik benieuwd ben hoe ik daarvan gelukkig kan worden. Mijn hersens werken op volle toeren. Ik kan ze weg sturen, maar ik kan ze ook te woord staan. Niet aan de voordeur, te koud, maar binnen. Ik besluit open kaart te spelen: Ik wil nergens lid van worden, en we gaan een half uur in gesprek. Want interessant vind ik het wel. Ik ben vooral ook benieuwd naar hoe zij zich staande houden in zo’n strenge organisatie. Ze zijn akkoord, maar nog meer verbaasd, wanneer ik koffie ga zetten en met ze aan tafel plaats neem.

En passant leg ik twee stokoude bijbeltjes – bij de verhuizing weer opgedoken –  op tafel en nodig ze uit om ze in te kijken. Erin zitten even stokoude scheurkalenderblaadjes met uitleg van bijbelteksten, iets waar de twee jongemannen ook goed in getraind zijn. Het wordt een open gesprek. Ze vertellen waarvoor ze komen, ze hebben het over hoop, over waarheid, en geloof als zeker weten. Over hoe zij worden opgeleid, en hoe het geloof levend wordt gehouden. Alle benodigde teksten zijn met een druk op de knop beschikbaar op hun telefoon. Het bevalt me wel, dat ze zo zeker zijn van hun zaak, er zo goed van op de hoogte zijn en er zo betrokken over kunnen praten. Ondertussen heb ik bedacht dat het geen kwaad kan, wanneer ik ze laat weten waar ik de laatste zes weken intensief mee bezig ben: Nietzsche. En zijn ‘god-is-dood-theorie’. Ik wil ze niet shockeren met het aanhalen van zijn beroemdste spreuk, dus ik leg uit dat het om de idee gaat. En dat ik daarmee al een tijdje aan het ‘stoeien’ ben. Een van de twee zegt dat hij het begrijpt en kan er zelfs iets zinnigs over zeggen.

Uiteindelijk zijn we een uur volop in gesprek, goed luisterend en elkaar in elkaars waarde latend. Wat mooi, denk ik, het kan wel, een goed liefde- en waardevol gesprek te hebben met Jehova’s Getuigen. Tenslotte vraag ik ze om even mee te gaan naar de tuin, waar ik ze een uiting van de (Gods?) bijzondere natuur wil laten zien. Het is zonnig, daar houden ze van, dus ik hoop dat ze er zijn. En ja hoor, daar zitten de vuurwantsen. Op een uitgebloeide zonnebloem. Zulke mooie insecten, volkomen symmetrisch, zich koesterend in de (Gods?) zon. “Dus u gelooft wel in God?” “Er moet iets zijn”, zeg ik, “zaden kun je in de grond stoppen, maar deze laten uitgroeien tot zulke prachtige bloemen, tja, daarvoor is een bepaalde ‘kracht’ nodig.” Uiteraard beamen ze dat.

We gaan met een glimlach, een handdruk en een heel goed gevoel uit elkaar. Hun God is in elk geval niet dood. En ik houd me met geestelijke zaken bezig, al zijn dat niet die, welke zij bedoelen.

Kijken is (de) kunst

DSC00094

De mist maakt van de koeien de aanzet tot een tekening: een donker streepje rug en kop in het omfloerste groen. Vage aanduiding van struikgewas, een enkele boom. Hier en daar lichten de kassen van het Westland oranjegeel op. Wateringen, Kwintsheul, Poeldijk, Naaldwijk, poëtische namen. Al met al goed om in de stemming te komen voor een bezoek aan het Stedelijk Museum in Schiedam.

We laten de grijze wereld voor een paar uur achter ons wanneer we, tussen de reusachtige pilaren door, het neoclassicistische gebouw betreden en rechtstreeks de kapel van het voormalige Sint Jacobs Gasthuis binnenlopen. De preekstoel is prominent aanwezig achter de balie. De museumwinkel met de gebruikelijke gadgets is hier gesitueerd evenals het museumcafé met gezellige zitjes en een leestafel.

In de linkervleugel (waar ooit de oude mannelijke Schiedammers hun dagen konden slijten) moeten we zijn. Hier komen de woorden van de oude dichter Kloos tot leven: “Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten.” Hier is het domein van de drieëntachtigjarige kunstenaar herman de vries (zonder hoofdletters, een residu van de zestiger jaren, vermoed ik), die een beetje god is. Een bescheiden, vriendelijke god, zoals kinderen hem waarschijnlijk voorstellen: grijs haar en een grote grijze baard.

DSC00115

De gedachte schept het beeld. De gedachte brengt een ordening aan in de chaos. herman de vries heeft zijn gedachten en de natuur geordend tot kunstwerken. Onbedoeld bedoeld, onnatuurlijk natuurlijk. Een god die zijn eigen wereld schept. Een wereld waar alles klopt, omdat alles mogelijk is. Spelen met licht en donker. Gebruik maken van het enorme aanbod van de natuur. Alles is voorhanden. Je moet het alleen willen zien. Kijken is de kunst. Zien nog veel meer.

DSC00096

Het werk zet je in eerste instantie aan het denken: heeft hij die blokjes met opzet zo geplaatst, is de schaduwwerking zo bedoeld? Maar het denken maakt al heel snel plaats voor ervaren. Kijken, kijken, kijken. Opgaan in het beeld. Verrast, verbaasd, verrukt, verheugd. Gaandeweg ontdek je als vanzelf dat er veel aan het toeval wordt overgelaten. Hoe iets in de ruimte is geplaatst. Hoe iets op papier is terecht gekomen. Maar toch ook weer niet altijd; er zijn duidelijke aanwijzingen dat de hand van de meester zich heeft geroerd. Nadrukkelijk in een bepaald ritme gedwongen blaadjes, nauwkeurig uitgestalde sikkels, op de juiste afstand geplaatste schaaltjes met specerijen. De toevalstreffer is dan bijvoorbeeld de puntige uitloper van het blad en het extra lange steeltje. Of de dikte van de takken, de grootte van de doorns. Het verschil in grootte van het blad van de sikkel.

DSC00116

DSC00102

Indrukwekkend is een wand totaal gevuld met plastic mapjes met daarin plantjes op een velletje papier. Deze komen van een stukje grond van 16 dm2, 40 bij 40 centimeter. Fantastisch hoe hij dat heeft gerubriceerd -volgens een strak systeem- want elk plantje kun je op zijn eigen plaats weer terugvinden. Zo’n klein stukje grond, uitvergroot tot een hele wand. De vergankelijkheid de baas, hier is het goed geconserveerd.

DSC00108

Vergankelijkheid. Dat is het uitgangspunt van herman de vries. Dat is wat hij ons wil tonen. Waar hij ons van wil doordringen. De verandering die plaatsvindt in de natuur, door de natuur. Want een geplet blikje dat roest en scheurt door de inwerking van de elementen en de tijd, kan ook in een lijstje terechtkomen.

Vergankelijkheid is af te lezen uit een opstelling van schedels en botten van dieren. Of van vreemd gevormde takken en stronken. Hiervan kan de opstelling elke tentoonstelling weer anders zijn, net als de verandering die plaats vindt in de natuur. Toeval. Niets is blijvend.

DSC00114

Aarde in vele kleuren en verschillende soorten as smeert hij ritmisch uit over grote vellen papier en lijst het in. Honderden lijstjes zijn gevuld met takjes, blaadjes, steentjes, schelpen.

Op drie grote vellen papier zie je hoeveel bladeren zijn appelboom heeft losgelaten om respectievelijk een, twee en drie uur ’s middags. De bladeren zorgen zelf voor de compositie, het oog van de kunstenaar ontdekt hierin de schoonheid. Zijn intentie verheft het tot kunst en zijn handen voltooien het werk op ambachtelijke wijze. De toeschouwer, de kijker vervolmaakt het door zijn aandacht.

DSC00097

Heel bijzonder is de installatie: rosa damascena. Het topstuk van de tentoonstelling, een vloer vol rozen in knop. De aangename geur verspreidt zich door de gehele vleugel. En dat is de bedoeling; meerdere zintuigen worden aangesproken, ook de reuk wordt bij het ervaren van het kunstwerk ingeschakeld. Aardetinten rondom. Opgaan in het geheel. Heel stil worden. En beseffen hoe vergankelijk we zijn.

DSC00112

De weg terug in omgekeerde richting. De koeien zijn heel. Het gras is groen. Langs de kant van de weg ligt geel blad ongeordend uitgespreid in de bermen.

——————————————————————————————————————-

En natuurlijk wilden wij, als nuchtere Hollanders, ook weten hoeveel rozen….? Honderdacht pond. Door herman de vries eigenhandig uitgestrooid.

Afscheid van een dierbare

Je bent overrompeld door verdriet en je wilt zo graag een mooie, passende rouwadvertentie laten plaatsen in de krant. Toch lukt het niet altijd om datgene wat je wilt zeggen, duidelijk te verwoorden. Misschien wil je het te mooi maken. Daardoor gaat de tekst de mist in en staat er iets heel anders dan eigenlijk de bedoeling was……. Helaas.

DSC07118

Onderstaande fragmenten zijn de oogst van een jaartje rouwadvertenties lezen in Trouw:

Na een kort ziekbed heeft de Here thuisgehaald onze lieve en zorgzame …..

Op 94-jarige leeftijd heeft God nu ook Thuisgehaald onze ……

Na een mooi leven hebben wij afscheid moeten nemen van …..

De Heere heeft op zijn tijd thuisgehaald in de gezegende leeftijd van 94 jaar, onze …..

Na een vol en rijk leven hebben wij afscheid genomen van …..

Tot ons verdriet hebben wij, in de leeftijd van 86 jaar, afscheid moeten nemen van …….

Heden nam de Here tot Zich, in de gezegende leeftijd van 98 jaar, onze lieve ….

Na een periode van gestaag afnemende gezondheid heeft de Heere tot Zich genomen…….

Intens verdrietig, maar in grote dankbaarheid voor haar bijzondere persoonlijkheid, delen wij u mede dat God, na een noodlottige val, tot zich heeft genomen ………

Verdrietig, maar dankbaar voor al het goede dat zij ons gegeven heeft, hebben wij, na een kort ziekbed afscheid moeten nemen van ……..

Na een energiek leven, vol aandacht, zorg en begrip voor anderen, delen wij u mede dat, toch nog onverwacht van ons is heengegaan ……..

Overdenking tijdens de reis

Woestijnachtige vlakte
Witte wolkenzee
Hier en daar opstuivend
Hemelsblauwe plekken
In het wit
Als waterbekkens
Zandbanken

In de diepte
Donkere kloven
En nog dieper
Het land en de mens

Boven hen verheven
Weet ik mij
-Tijdelijk slechts-

God in zijn eenzaamheid
Hierboven
In eeuwigheid
Kent hij het verlangen
Naar zijn evenbeeld?

DSC07725