Drie Limericks

Een dame uit Brabant
die reed in een Trabant.
Zij schakelde dom
en reed iemand om
en had toen een lek in d’r haarband.

Er was eens een man met een dog
een Deense of Duits, wat dan nog.
Hij schreef over hen
met liefhebberspen
en plaatste het grif op zijn blog.

De waslijn hing droevig en slap,
we trokken hem recht met een klap.
Nu hangt hij wat hoger
en werkt ook wat droger
maar ik sta nu steeds op de trap.
==
De laatste limerick berust op waarheid. Snik.
Morgenmiddag ben ik er weer.
Tot dan.
====

Tot overovermorgen

Een hele week
dat ik niet keek
naar wat er stond
op’t bloggersfront.

‘kHeb veel gemist
en weggewist
maar voeg weer in
want ik bemin
het bloggersweb
als uitlaatklep
maar’t allermeest
het lezersfeest.

Een drietal nachten
nog te wachten
en dan ben ik
er met een verse limerick.
==
ps
de laatste regel was te lastig
.

==

Blij

Lekker, dat lenteweer,  juichten  de mensen.
Ook goed voor de dieren,  aldus de zoöloog.
En de natuur,  vond de bioloog.
Wat dacht je van de kas,  glunderde de ijsverkoper.
De horeca ook , riep de terrashouder.
Kinderen genieten, zei de speeltuinhouder.
Lekker buiten zitten, murmelde een bejaarde.
En rustig in slaap vallen, vulde een ander oudje aan.

Zo wist de een na de ander iets gunstigs te benoemen.
Tot…
Pfff, blij  met niks,  grauwde de misantroop, dom volk.
Even was het stil.
Toen hebben ze hem boven op de kerktoren gehesen en daar vastgebonden met de boodschap:
‘Nu kan je pas ècht op ons neerkijken.’
===

Buiten in de zon.

Jongens, wat een weertje deze week.
Buiten zonnen en in slaap vallen.
Buiten lezen en in slaap vallen.
Buiten naar de vogels luisteren en in slaap vallen….
Het zal de frisse lucht zijn,  in combinatie met de zon.
Samen zijn ze een probaat slaapmiddel, als ik wist hoe het moest zou ik hun kunstje in spuitbussen stoppen en duur verkopen. Kon ik een zijdezacht zonnebed neerzetten en luxueus buiten gaan liggen, hapjes en drinks laten brengen,  dutjes doen..🥱

Iets anders is dat ik me voorheen verbaasde over oude mensen die zoveel sliepen -ze bewogen toch niet meer zoveel? –  terwijl ik het nu zelf ook doe:  plof in een luie (zonne-)stoel en slaap in.
Maar ik beweeg wèl en niet eens zo weinig.
Ik moet wel want zodra ik stil zit val ik….  juist.

Versjestijd

Tijd is een abstract begrip, we gaan er dan ook onduidelijk mee om.
Speciale gereserveerde tijd vernoemt men naar het gewenste onderwerp.
Etenstijd, schooltijd, zomertijd,  tijd voor een lekkere hap,  en meer.
Nauwelijks te plaatsen in een definitie.  Zo ja, dan lees ik het graag.

Het is doorlopend te laat, te vroeg, precies op tijd.
Er is geen tijd of tijd in overvloed.
De tijd vliegt, dan weer staat hij stil.
Vroeger lijkt gisteren, de toekomst loopt van morgen tot de volgende eeuw en tot  een later dat als vroeger was.
Later lijkt op toen.
De tijd is onverbiddelijk. Geduldig. Onverschillig. Ligt aan de hoeveelheid die je ervan hebt of mist.
Kortom,  niet te vangen. Ook niet in een taalnet, dan zou er geen eind aan komen.
Daarom is dit stukje nu klaar.
O ja, een versje.
Komt íe:
Beid je tijd
of verbijt je de tijd
die kalmpjes verglijdt
met haast noch vlijt?

Voer je eigen strijd
met je eigen beleid
en raak niets kwijt
aan dwingende tijd.
==

Holte

Er zit niets meer in mijn hoofd.
Niet dat het voorheen veel was maar meestal vond ik nog wel wat.
Nu is het hol. Zodra ik probeer te denken klinken er echo’s, waarvan is me een raadsel maar leegte heeft dus een geluid.
Zal mijn moeder toch nog een beetje gelijk hebben gehad als ze zag dat ik me verveelde: ‘Kind, ga toch eens wat doen!  Heb je geen boek of zo….’
Nietsdoen vond ze leeghoofdigheid. Ze geloofde niet dat ik zat te denken maar ja, ze was niet wijzer, vond ik. Wist zij veel.
Nu heb ik boeken genoeg en leeswerk op internet,  meer dan ik kan behappen. En letterlijk iets doen kan ook nog.
Maar wat wil je met een leeg hoofd, het heeft geen zin want .niets beklijft. Nu al weet ik niet meer waarover dit gaat.
Eén voordeel heeft het in ieder geval:
Ik hoef nergens wakker van te liggen.
===

Die oude boom

Hij loopt op zijn laatste been.
Hier en daar splijt hij,  heeft geen kleer meer aan zijn lijf.
Bemoedigend  klop ik hem af en toe op zijn blote bast. Dan zucht  hij ’n beetje.
Toch is hij nog steeds bereid om buurstruiken rechtop te houden, de goeierd,  hij verdraagt de lijnen met  gemak.  Zogenaamd, we weten beiden beter.
Het is hem dan ook gegund dat de wisteria een hand naar hem uitsteekt.
Kijk nou toch, is dat niet liefdevol?
Langslopend meen ik gekraak te horen en denk graag dat het een dankjewel is.
==

Vlees. Toch?

Vandaag had ik trek in een gehaktbal.
Ze zagen er aantrekkelijk uit dus  nam ik er twee.
Daarbij een portie  sla.
Heerlijke maaltijd,
al die groentes….
==
Update
ik bedoelde dat de slager meer en meer groen in de gehaktballen stopt.
Stond in de kranten.
🙂 😏

Terugdenken.

Onlangs zag ik een stukje film over een plaats in de bergen, weet niet meer waar.
Mooi dorp of stadje, mooie mensen, maar toch, opgesloten.
 – Zo zag ik het als puber wanneer ik las over mensen in landen met hoge bergen of midden in een oerwoud en op eilanden. Naar mijn idee moesten die wel anders zijn dan bewoners in gewone landen, met contacten rondom en uitvalswegen.
Nooit iets van een andere wereld zien, altijd op je eigen bevolking gericht, dat leek me behoorlijk bekrompen.
– 
Als piekerende tiener dacht ik daar onnodig diep over na tot de gedachte vervloog,  zoals de meeste ideeën. Gelukkig maar,  ik besefte niet hoe arrogant  ik was.
Bij het stukje film echter kwam het weer bij me op door een herinnering, juist in die rare tienertijd.
We kwamen te wonen in een dorp van nog geen 400 inwoners. Die allemaal een auto en telvisie hadden, redelijk dicht bij een stad, groot dorp als buurplaats, paar kruideniers  en café’s. Kerkje als bedevaartplaats. Je  zou denken dat ze wel wat gewend waren van buitendorpsen.
En toch vielen de meesten stil als we in de winkel kwamen. Het duurde even voor we als ‘gewoon’ werden gezien. Het was niet alleen de taal,  je voelde je een marsmannetje.

Later begreep ik dat dit overal zo ging, ook in de gehuchten en gaten elders  in de wereld en wat dacht je van stedelingen?  Die hebben zo hun eigen stadse opvattingen.
En vinden die het beste.

Alleen maar een paar minuten film, het zet meteen je geheugen op stelten.
==

ps
Ruimtestory heeft oponthoud.
De onderzoeker kreeg een lekke band.

Kort

Je zag het al: ik heb weinig tijd en gaf dus mini-antwoorden .
Doe het er maar mee,  het is niet kortaf bedoeld.🥰
Tot morgen.
==