Categorieën
blogarchief

22857 — zondag

Exodus — [4]

Nadat God aan Mozes heeft uit­ge­legd wat hij is geacht te doen, laat Mozes weten daar beden­kin­gen bij te heb­ben. Hij is aller­eerst er niet van over­tuigd dat de Isra­ë­lie­ten zomaar zul­len gelo­ven dat Mozes deze opdracht om hen uit het land van Egyp­te te lei­den recht­streeks van God heeft gekre­gen. Daar­op komt God met drie won­de­ren die Mozes kan tonen om hen te over­tui­gen.

Ten eer­ste kan Mozes zijn staf op de grond gooi­en die dan in een slang zal ver­an­de­ren. Wan­neer Mozes de slang bij de staart pakt zal deze weer een staf wor­den. Mocht dat niet vol­doen­de zijn dan kan Mozes zijn hand in zijn kleed ste­ken waar­na de hand vol uit­slag zal zijn. Door nog­maals dezelf­de hand in het kleed te ste­ken zal de uit­slag doen ver­dwij­nen. En als laat­ste zou Mozes water uit de Nijl kun­nen schep­pen en dat over het land gie­ten waar­na het in bloed zal ver­an­de­ren.

Maar Mozes is ook bezorgd dat hij niet de gave van het woord heeft om de juis­te din­gen op het juis­te moment te zul­len zeg­gen. God pro­beert hem gerust te stel­len door aan te geven dat hij hem ter­zij­de zal staan maar dat is niet goed genoeg voor Mozes. Uit­ein­de­lijk geeft God aan dat hij Aäron, de broer van Mozes zal opdra­gen om Mozes te ver­ge­zel­len omdat deze schijn­baar meer wel­be­spraakt is.

Hier­op gaat Mozes terug naar huis en laat zijn schoon­va­der weten dat hij graag terug wil naar Egyp­te. Die gaat akkoord en aldus ver­trekt Mozes met zijn gezin terug naar het land waar hij gebo­ren is. God drukt hem op het hart dat hij ook de farao de won­de­ren moet tonen om hem te over­re­den het volk te laten gaan, maar God zal er tevens voor zor­gen dat de farao blijft wei­ge­ren. Mozes kan dan de farao ver­tel­len dat door deze wei­ge­ring God zijn eerst­ge­bo­ren zoon zal doden.

Onder­weg naar Egyp­te krij­gen we tus­sen neus en lip­pen te horen dat God pro­beert Mozes te doden. Het is Sip­po­ra die door snel hun zoon weet te besnij­den en met de voor­huid Mozes’ voe­ten aan­raakt God gun­stig weet te stem­men en zo het onheil afwendt. Niet veel later ont­moet de groep rei­zi­gers Aäron die later het woord doet wan­neer ze de Isra­ë­lie­ten in Egyp­te ver­tel­len wel­ke opdracht God aan Mozes heeft toe­ver­trouwd. Samen met de won­de­ren die Mozes laat zien gaat het volk over­stag.

De reis van Mozes naar Egyp­te (fres­co ca. 1482 Six­tijn­se kapel, Vati­caan­stad)
Pie­tro Perug­i­no (1450–1523)

~ ~ ~

Het is een hele tru­ken­doos die God aan moet sle­pen voor­dat Mozes bereid is zijn opdracht te aan­vaar­den. Ik vind het boei­end te lezen hoe die tru­ken­doos blijk­baar nodig is om aller­eerst Mozes te over­tui­gen dat hij aan de slag moet en ver­vol­gens het uit­ver­ko­ren volk van God dat Mozes namens God spreekt. Ter­wijl God tege­lij­ker­tijd geen moei­te heeft om de farao te laten wei­ge­ren de Isra­ë­lie­ten te laten gaan zelfs na het aan­schou­wen van deze zelf­de won­de­ren, zodat hij een aan­lei­ding heeft om de eerst­ge­bo­ren zoon van de farao te kun­nen doden. Wat zegt dit over de macht van God?

De kor­te pas­sa­ge over God die pro­beert Mozes te ver­moor­den kwam totaal onver­wachts. Ik begreep er niet veel van tot­dat ik ergens las dat het te maken kon heb­ben met het feit dat de zoon van Mozes nog niet besne­den was (iets wat Sip­po­ra snel uit­voert), waar­schijn­lijk omdat de stam waar­in Mozes was opge­no­men dat ritu­eel niet van­zelf­spre­kend acht.

~ ~ ~

Omdat ik tij­dens de stu­die Alge­me­ne cul­tuur­we­ten­schap­pen regel­ma­tig merk­te dat eni­ge bij­bel­ken­nis wel han­dig is, was ik maar weer eens met dit ‘boek der boe­ken’ begon­nen. Inmid­dels ben ik (tij­de­lijk?) met de stu­die gestopt, maar heb ik mezelf voor­ge­no­men te blij­ven lezen in de bij­bel.

Categorieën
blogarchief

22850 — zondag

Exodus — [3]

We zijn inmid­dels vele jaren ver­der en Mozes is zoals gewoon­lijk met de scha­pen en gei­ten van zijn schoon­va­der op stap. Deze keer ech­ter gaat hij ver­der dan gewoon­lijk en komt uit bij de berg Horeb. Daar ziet hij een doorn­struik in brand staan. Het vreem­de is ech­ter dat de struik zelf niet door het vuur ver­teerd wordt. Mozes wil dit van dich­ter­bij aan­schou­wen, maar wordt plots toe­ge­spro­ken door een stem die hem oproept niet dich­ter­bij te komen:

‘Mozes! Mozes!’ ‘Ik luis­ter,’ ant­woord­de Mozes. ‘Kom niet dich­ter­bij,’ waar­schuw­de de HEER, ‘en trek je san­da­len uit, want de grond waar­op je staat, is hei­lig. Ik ben de God van je vader, de God van Abra­ham, de God van Isaak en de God van Jakob.’ Mozes bedek­te zijn gezicht, want hij durf­de niet naar God te kij­ken.

Raf­fael­lo San­zio — Deco­ra­ti­on of the Log­gia, fres­co at Palaz­zi Pon­ti­fi­ci, Vati­can
Date: bet­ween 1518 and 1519

Mozes raakt in gesprek met God die in de bran­den­de doorn­struik zit, en hem ver­telt dat hij zich het lot van zijn volk in Egyp­te heeft aan­ge­trok­ken omdat ze daar nog steeds als sla­ven behan­deld wor­den. Hij wil daar­om dat Mozes naar de farao gaat om hem te vra­gen of het goed is dat hij de Isra­ë­lie­ten uit Egyp­te weg mag lei­den. Mozes werpt tegen dat hij zich niet kan voor­stel­len dat de Isra­ë­lie­ten hem seri­eus nemen als hij eerst naar hen toe­gaat om hen te over­tui­gen hem te vol­gen naar de farao. Ze zul­len hem vra­gen wie hem daar­toe opdracht heeft gege­ven, en wat zal hij moe­ten zeg­gen?

Toen ant­woord­de God hem: ‘Ik ben die er zijn zal. Zeg daar­om tegen de Isra­ë­lie­ten: “IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toe gestuurd.“ ‘ Ook zei hij tegen Mozes: ‘Zeg tegen hen: “De HEER heeft mij gestuurd, de God van uw voor­ou­ders, de God van Abra­ham, De God van Isaak en de God van Jakob. En hij heeft gezegd: ‘Zo wil ik voor altijd heten, met die naam wil ik wor­den aan­ge­roe­pen door alle komen­de gene­ra­ties.’ ”

Ver­vol­gens legt God uit wat zijn ver­de­re plan­nen zijn voor Mozes. Met de Isra­ë­lie­ten in zijn kiel­zog moet Mozes de farao vra­gen of ze drie dag­rei­zen ver de woes­tijn in mogen trek­ken om offers aan hun God te bren­gen. God weet nu al dat de farao dat zal wei­ge­ren, maar daar­voor heeft hij bedacht dat Egyp­te zwaar gestraft zal wor­den en dat de farao uit­ein­de­lijk over­stag zal gaan en hen toe­stem­ming zal geven. Als laat­ste geeft God aan dat zijn volk niet met lege han­den hoort te ver­trek­ken en dat daar­om alle vrou­wen sie­ra­den en kle­ren die­nen op te eisen van bewo­ners in de hui­zen waar ze gediend heb­ben. Op die manier zul­len ze de Egyp­te­na­ren bero­ven.

~ ~ ~

Ook dit ver­haal komt me bekend voor, al her­in­ner ik me de doorn­struik als braam­struik of braam­bos. Dat God in die bran­den­de struik zat wist ik ook nog, maar dat Mozes op deze plek gesom­meerd werd naar Egyp­te te gaan om het volk Isra­ël op te halen en naar Kanaän te bren­gen was me dan weer ont­scho­ten. Het zijn de gebeur­te­nis­sen zelf die me van vroe­ger zijn bij­ge­ble­ven, niet de ver­ha­len zelf. Hope­lijk zul­len ze nu lan­ger beklij­ven als ik het op kan bren­gen weke­lijks een stuk te lezen en er ook wat ach­ter­grond­in­for­ma­tie bij zoek.

Ik was bij­voor­beeld wel benieuwd waar de berg Horeb gesi­tu­eerd was, indien dat nog te ach­ter­ha­len zou zijn. Op wiki­pe­dia lees ik dat er ver­schil­len­de loca­ties strij­den om de eer de ech­te berg te zijn waar Mozes de opdracht van God kreeg om naar Egyp­te te ver­trek­ken.

Vol­gens de mees­te Jood­se schrift­ge­leer­den uit de Rab­bijn­se lite­ra­tuur is de bij­bel­se Sina­ï­berg dezelf­de als de Horeb­berg of Jebel Musa. De hei­li­ge Sina­ï­berg is his­to­risch niet nood­za­ke­lijk de geo­gra­fi­sche Sina­ï­berg zoals die thans voor­komt in het Zuid-Egyp­tis­che­S­i­na­ï­ge­berg­te. Voor de Chris­te­nen is sinds de der­de eeuw de nabu­ri­ge Kat­ha­ri­na­berg de his­to­ri­sche plaats van de Horeb­berg. […] Ande­re moge­lij­ke loca­ties voor de Sina­ï­berg zijn de Jebel al-Madh­bah, Jabal al-Lawz of nabu­ri­ge ber­gen in het schier­ei­land Sinaï of zui­de­lijk Saoe­di-Ara­bië.

bron: Wiki­pe­dia

~ ~ ~

Omdat ik tij­dens de stu­die Alge­me­ne cul­tuur­we­ten­schap­pen regel­ma­tig merk­te dat eni­ge bij­bel­ken­nis wel han­dig is, was ik maar weer eens met dit ‘boek der boe­ken’ begon­nen. Inmid­dels ben ik (tij­de­lijk?) met de stu­die gestopt, maar heb ik mezelf voor­ge­no­men te blij­ven lezen in de bij­bel.

Categorieën
blogarchief

22843 — zondag

Exodus — [2]

Omdat de farao ver­or­don­neerd had dat alle jon­ge­tjes die gebo­ren wer­den in de Nijl gegooid moesten wor­den besluit een vrouw uit de stam van Levi om haar pas­ge­bo­ren baby in een mand van papy­rus ach­ter te laten bij de oever van de Nijl. Haar doch­ter houdt zich ver­bor­gen om te zien wat er gaat gebeu­ren. Bij toe­val komt de doch­ter van de farao met haar gevolg langs om te gaan baden. Een van haar die­na­res­sen vindt de mand en brengt die naar de doch­ter van de farao. Als de baby begint te hui­len is het voor de doch­ter van de farao dui­de­lijk(?) dat het hier een Hebreeuws jon­ge­tje betreft. Het zus­je van de baby maakt van de gele­gen­heid gebruik om uit haar schuil­plaats te komen en stelt voor om een Hebreeuw­se vrouw te zoe­ken die de baby kan voe­den. Zij haalt haar moe­der die nu haar eigen zoon mag opvoe­den tot­dat hij oud genoeg is en de doch­ter van de farao de jon­gen aan­neemt als haar eigen zoon.

Ze noem­de hem Mozes, ‘want,’ zei ze, ‘ik heb hem uit het water gehaald.’

Mozes ver­blijft nu aan het hof van de farao, maar voelt zich nog steeds Hebreeuws genoeg om op een dag een Egyp­te­naar dood te slaan die eer­der een Hebreeuw­se slaaf gesla­gen had. Wan­neer hij twee Hebreeuw­se man­nen met elkaar ziet vech­ten mengt hij zich in het geschil, maar krijgt te horen dat hij zich met zijn eigen zaken moet bemoei­en, of hij soms ook van plan een van hen dood te slaan? Het wordt hem dui­de­lijk dat hij beter kan vluch­ten voor de toorn van de farao nu het blijk­baar bekend is dat hij een Egyp­te­naar heeft ver­moord.

In de plaats Mid­jan aan­ge­ko­men zoekt hij rust bij een put waar hij getui­ge is dat enke­le vrou­wen die met hun vee de drink­plaats had­den opge­zocht las­tig wor­den geval­len door her­ders. Hij schiet hen te hulp en geeft het vee te drin­ken. Wan­neer deze vrou­wen het hun vader ver­tel­len gebiedt hij hen om Mozes te gaan halen en uit te nodi­gen om zich bij hen te voe­gen. Als belo­ning schenkt hij zijn doch­ter Sip­po­ra als vrouw aan Mozes.

Mozes en Sip­po­ra krij­gen een een zoon,

en Mozes noem­de hem Ger­som, ‘want,’ zei hij, ‘ik ben een vreem­de­ling gewor­den, ik woon in een land dat ik niet ken.’

Onder­tus­sen wor­den de Isra­ë­lie­ten nog steeds zwaar onder­drukt door de Egyp­te­na­ren en hun gewee­klaag komt God ter ore die zich hun lot aan­trok gezien het ver­bond dat hij had geslo­ten met Abra­ham, Isaak en Jakob.

Mozes wordt gevon­den, olie­verf op doek (57×43 cm) ca.1580 — Pao­lo Ver­o­ne­se (1528–1588)

~ ~ ~

Het ver­haal van de baby die in een mand­je ach­ter­ge­la­ten wordt door zijn moe­der is me bekend, maar ik heb altijd gedacht dat de mand als een boot­je in de Nijl werd gezet en zo al drij­vend bij de doch­ter van de farao terecht kwam. Niet dus.

Hoe de doch­ter van de farao kon zien dat het hier om een Hebreeuws jon­ge­tje ging ont­gaat me. Wat ik me ook niet meer kon her­in­ne­ren is dat het juist de ech­te moe­der van de baby is die uit­ein­de­lijk weer her­e­nigd wordt met haar kind om het op te voe­den in opdracht van de doch­ter van de farao.

Ver­der lijkt het ver­haal van Mozes die, een­maal op de vlucht bij een put terecht­komt en daar door de vrou­wen te hel­pen die belaagd wor­den door de her­ders en zo opge­no­men wordt in de fami­lie van deze vrou­wen, veel op pas­sa­ges in Gene­sis waar ook ont­moe­tin­gen bij een put plaats­vin­den die ook lei­den tot ver­bin­te­nis­sen met ande­re stam­men.

~ ~ ~

Omdat ik tij­dens de stu­die Alge­me­ne cul­tuur­we­ten­schap­pen regel­ma­tig merk­te dat eni­ge bij­bel­ken­nis wel han­dig is, was ik maar weer eens met dit ‘boek der boe­ken’ begon­nen. Inmid­dels ben ik (tij­de­lijk?) met de stu­die gestopt, maar heb ik mezelf voor­ge­no­men te blij­ven lezen in de bij­bel.

Categorieën
blogarchief

22836 — zondag

Exodus — [1]

In het laat­ste hoofd­stuk van Gene­sis heb­ben we kun­nen lezen hoe Jozef op hon­derd­tien­ja­ri­ge leef­tijd komt te over­lij­den. Hij wordt gebal­semd en in een sar­co­faag gelegd. In het eer­ste hoofd­stuk van Exo­dus wor­den nog eens alle zonen van Jakob/Israël opge­somd (Ruben, Sime­on, Levi, Juda, Issa­char, Zebu­lon, Ben­ja­min, Dan, Naf­ta­li, Gad, Aser en Jozef). Samen met hun vrouw en kin­de­ren zou­den dit in totaal zeven­tig per­so­nen zijn ‘die recht­streeks van Jakob afstam­den’. Mij is niet geheel dui­de­lijk of dit dan alleen de zonen (en even­tu­e­le doch­ters?) en hun (klein)kinderen betreft, of ook de aan­ge­trouw­de vrou­wen. Wat wel dui­de­lijk wordt gemaakt is dat de Isra­ë­lie­ten in aan­tal sterk toe­na­men. Het was aan­lei­ding voor een nieu­we farao om hier paal en perk aan te stel­len. Hij was name­lijk bevreesd dat dit volk par­tij voor de vij­and zou kie­zen in geval van oor­log.

De Isra­ë­lie­ten wer­den voort­aan behan­deld als waren zij sla­ven en daar­naast kre­gen de Hebreeuw­se vroed­vrou­wen opdracht bij een beval­ling de jon­ge­tjes te doden en de meis­jes in leven te laten. De vroed­vrou­wen hiel­den zich ech­ter niet aan deze opdracht wegens hun ont­zag voor God. Tegen de farao ver­tel­den ze dat de Hebreeuw­se vrou­wen zo sterk zijn dat ze hun kind al gebaard had­den voor­dat de vroed­vrouw arri­veer­de om hulp te ver­le­nen. Daar­op besloot de farao om ‘alle Hebreeuw­se jon­gens die gebo­ren wer­den in de Nijl te gooi­en.’

Tas­k­mas­ters of Pha­ra­oh bea­ting Israe­li­tes, Bible Book of Exo­dus, Uit­ge­ver: Gerard de Jode.
Ori­gi­nal cop­per engra­ving by Johann Sade­ler (1550–1600) after Mar­ten van Cle­ve I (1520–1570) from c. 1580.

~ ~ ~

Dit ver­haal is me lang bij­ge­ble­ven nadat ik het op de lage­re school te horen kreeg. Ik vond het gru­we­lijk. Hoe kon men het over zijn hart ver­krij­gen om pas­ge­bo­ren kin­de­ren met geweld bij hun moe­der weg te halen en te ver­drin­ken? Of ik er nacht­mer­ries van heb gehad staat me niet bij, wel dat ik niet echt blij werd van de gods­dienst­les­sen die we had­den op de katho­lie­ke school (een voor­ma­lig non­nen­kloos­ter). Bij mij ble­ven toch vaak deze geweld­da­di­ge ele­men­ten uit de bij­bel han­gen en niet de gepre­dik­te naas­ten­lief­de of de bij­zon­de­re posi­tie van een uit­ver­ko­ren volk. Ook nu valt me op hoe ter­loops het wordt gebracht. Wat ik me wel afvraag is waar­om de farao er voor koos om juist de jon­gens te laten doden? Of waar­om niet alle kin­de­ren die gebo­ren wor­den als het er ten­slot­te om ging de groei van het aan­tal Isra­ë­lie­ten te beteu­ge­len? Had­den ze de vrou­wen nodig in de huis­hou­ding of als seks­slaaf? Daar­te­gen­over kon­den de man­nen dan weer zwaar­der licha­me­lij­ke arbeid ver­rich­ten.

~ ~ ~

Omdat ik tij­dens de stu­die Alge­me­ne cul­tuur­we­ten­schap­pen regel­ma­tig merk­te dat eni­ge bij­bel­ken­nis wel han­dig is, was ik maar weer eens met dit ‘boek der boe­ken’ begon­nen. Inmid­dels ben ik (tij­de­lijk?) met de stu­die gestopt, maar heb ik mezelf voor­ge­no­men te blij­ven lezen in de bij­bel.

Categorieën
blogarchief

22835 — zaterdag

De fiets van onze doch­ter is gevon­den. Eer­der deze week kreeg ze een tele­foon­tje van het bedrijf waar ze de fiets bij­na twin­tig jaar gele­den had gekocht. Iemand had ‘m zien staan, het fra­me­num­mer opge­zocht en de groot­ste fiet­sen­han­de­laar in de buurt gebeld. En daar stond de fiets net­jes gere­gi­streerd. Van­daag kun­nen we ‘m gaan opha­len met onze auto, want die heeft meer ruim­te. Er op fiet­sen kan name­lijk niet want hij staat op slot en het sleu­tel­tje is ver­dwe­nen. Een reser­ve­sleu­tel­tje heeft ze ook niet.

Dat de fiets gesto­len was, wist nie­mand. De fiets wordt al tij­den door haar oud­ste zoon gebruikt en die vroeg zich al een paar dagen af waar hij ‘m het laatst had ach­ter­ge­la­ten. Bij zijn moe­der? Nope. Mis­schien bij de moe­der of vader van zijn vrien­din (haar ouder zijn geschei­den)? Of toch op school? Of bij zijn vader (zijn ouders zijn geschei­den)? Of op zijn sta­ge­plek? Of in de stad? U begrijpt, hij is rede­lijk mak­ke­lijk in dit soort zaken en daar­door meer dan regel­ma­tig iets kwijt (wat in de mees­te geval­len dan toch weer op won­der­baar­lij­ke wij­ze bij hem terecht­komt, zoals bij­voor­beeld een rug­tas met lap­top). Ook nu was hij laco­niek onder het feit dat zijn fiets ner­gens te vin­den was. Die duikt wel weer op, was zijn (standaard)reactie.

Zo ook deze keer. De bejaar­de alleen­staan­de vrouw die de fiets gevon­den had, had ‘m bij het wan­de­len in het parkje ach­ter haar huis zien staan. Ze wan­del­de veel want onlangs had ze twee nieu­we heu­pen aan­ge­me­ten gekre­gen. De fiets stond gepar­keerd bij de ach­ter­tuin van een nabu­rig huis. Een dag later stond de fiets er nog steeds (was de bezoek­ster (fiets zon­der stang) blij­ven sla­pen?). Weer een dag later stond de fiets er ook nog (dat was vreemd want waar­om zou de bezoek­ster de fiets niet ach­ter het huis heb­ben gezet als ze daar lan­ger zou ver­blij­ven?). Toen de fiets een dag later nog steeds op dezelf­de plek stond besloot ze hulp in te scha­ke­len om ‘m bij haar neer te zet­ten zodat ze aan­gif­te kon doen. Eerst deed haar doch­ter nog een oproep via facebook. Zon­der resul­taat. Maar juist voor­dat ze aan­gif­te wil­de doen schoot haar te bin­nen of het fra­me­num­mer mis­schien kon hel­pen. Ja, dus.

De bejaar­de alleen­staan­de vrouw hield van pra­ten. In de paar minu­ten die we bij haar bin­nen waren had ze de geschie­de­nis van het parkje ach­ter haar huis uit de doe­ken gedaan. Anne­ke van op de hoek in het wit­te huis was de doch­ter van de voor­ma­lig eige­naar van het stuk grond wat nu het parkje is, en heeft lang moe­ten wen­nen dat ze van­uit haar huis uit­kijkt over de grond die nu niet meer aan de fami­lie toe­be­hoort. Haar eigen doch­ter heeft ook een kunstheup. Als wedu­we laat ze nie­mand meer bin­nen omdat ze kort na het over­lij­den van haar man bedro­gen is door nep-mede­wer­kers van een ver­ze­ke­rings­be­drijf. Een schut­ting ach­ter haar huis wil ze niet want dat ont­neemt haar het zich op de vij­ver in het park. Wel jam­mer dat ze een bank­je heb­ben geplaatst want dat is nu een hang­plek voor jon­ge­ren die tot diep in de nacht onder invloed van alco­hol en ver­do­ven­de mid­de­len veel over­last ver­oor­za­ken. En zo ging het maar door. Met m’n hoofd vol wat­ten van de ver­koud­heid die maar niet wil weg­zak­ken kreeg ik lang niet alles mee, maar het was dui­de­lijk dat ze om gezel­schap ver­le­gen zat. Het viel dan ook niet mee om zomaar te ver­trek­ken.