Gasthoofdredacteuren Wouter Vanstiphout en Michelle Provoost: 'Do the right thing'

Met trots kondigen we onze nieuwe gasthoofdredacteuren aan: architectuurhistorici Michelle provoost en Wouter Vanstiphout. Ze zijn de oprichters van Crimson Historians & Urbanists en betrokken bij de Independent School for the City in Rotterdam.

 

Met een speciaal themadossier voor ons juninummer willen ze een denkoefening doen: wat als we bij de aanpak van complexe opgaven niet handelen vanuit processen of theoretische modellen, maar vanuit pragmatiek en gezond verstand? Wat als we abstracte ambities zoals duurzaamheid en een gezonde leefomgeving vertalen naar hele concrete doelen?

 

Het gaat dan om simpele, maar tegelijkertijd radicale en moedige keuzes en besluiten waarmee we écht belangrijke zaken voor elkaar krijgen. Keuzes die we bij wijze van spreken morgen kunnen maken, omdat ze niet afhankelijk zijn van complete systeemveranderingen. Het veranderen of vervangen van slechts een onderdeel binnen die systemen is veel effectiever – omdat één krachtig besluit of één sterke ingreep een heel systeem totaal anders kan laten functioneren.

Dus in plaats van vast te lopen in bestaande systemen en streefgetallen, leggen Provoost en Vanstiphout de lat veel hoger.

 

Want wat als:

◾ we nooit meer slopen?

◾ alle wijken Parisproof zijn?

◾ al het water zwembaar is?

◾ we in Nederland geen vlees of zuivel meer produceren?

◾ alles groen is?

 

Ontwerpers hebben de creativiteit om met gerichte interventies de noodzakelijke veranderingen voor elkaar te krijgen – als ze maar goed omschreven, toepasbaar en uitlegbaar zijn. Bovendien zorgen heldere keuzes en besluiten voor meer bewegingsruimte waarbinnen ontwerpers aan de slag kunnen met het verbeteren van de leefbaarheid, de schoonheid, de gezondheid en duurzaamheid van onze steden en landschappen.

 

Lees hier meer over ons juninummer.

Jaarboek 2026: zend nu je beste projecten in

Ieder jaar maken we met Blauwe Kamer de stand op van het vak. Een onafhankelijke commissie kiest de beste projecten uit de stedenbouw en landschapsarchitectuur en als redactie verwerken we dit ism Uitgeverij Blauwdruk tot weer een inspirerend Jaarboek.

 

Dus heb jij projecten die toonaangevend zijn voor de vakontwikkeling in deze tijd? Stuur ze dan in voor de editie van 2026. De selectie wordt dit jaar gemaakt door landschapsarchitect en voorzitter Yttje Feddes, stedenbouwkundigen Mattijs van Ruijven en Tom van Tuijn, landschapsarchitect Marie-Laure Hoedemakers en architectuurhistoricus Vita Teunissen.

 

Alle soorten projecten zijn welkom, maar net als vorig jaar vragen we speciale aandacht voor binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen en projecten die betrekking hebben op opgaven in het landelijk gebied (zoals energietransitie, landbouw, natuur en waterbeheer). We benadrukken dat provincies, gemeenten, ontwikkelaars, corporaties en andere opdrachtgevers van harte welkom zijn om in te zenden.

 

Het inschrijfformulier en de voorwaarden voor deelname staan hier.

Jaarboek 2025: Glimpen van een aanlokkelijke toekomst

Tijdens een drukbezochte bijeenkomst op 13 december in Breda presenteerde Yttje Feddes de selectie van de nieuwste editie van het Jaarboek Landschapsarchitectuur en stedenbouw in Nederland. Met Franz Ziegler, architect en stedenbouwkundige, de landschapsarchitecten Rens Wijnakker en Pierre-Alexandre Marchevet, en stedenbouwkundige Riëtte Bosch vormde zij de commissie die op basis van ruim 165 inzendingen 22 projecten selecteerde voor het Jaarboek 2025. 

 

Yttje Feddes vertelde dat de commissie een positief verhaal wilde uitdragen en zich daarbij nadrukkelijk liet leiden door de overtuigingskracht van uitgevoerd werk: dat het mogelijk is om met een goed ontwerp ruimtelijke inrichtingen en architectonische creaties te realiseren die betekenisvol zijn, rechtvaardig, authentiek en tijdloos. Aan de presentatie gingen excursies vooraf naar verschillende projecten in Breda. De pdf met haar presentatie, de selectie en het inleidende essay vindt u onderaan dit bericht. 

 

De editie van 2024 kreeg in februari een eervolle vermelding van de Vlaams-Nederlandse René Péchèreprijs. Een prijs die volgens de jury eigenlijk geldt voor de hele reeks van jaarboeken: ‘Het jaarboek biedt al meer dan dertig jaar een onmisbaar overzicht van de Nederlandse ontwerppraktijk. Ook de editie 2024 presenteert een inspirerende selectie van voorbeeldige projecten, essays en ontwerponderzoeken die actuele vragen rond openbare ruimte, systeemverandering en duurzaamheid agenderen.’ 

 

Het jaarboek wordt gemaakt de Blauwe Kamer-redactie en is integraal opgenomen in onze decembereditie. Het verschijnt ook als boekhandelseditie bij onze uitgever Uitgeverij Blauwdruk. De oproep voor het inzenden van projecten voor de editie van 2026 is inmiddels uitgegaan. Het inzendformulier en de voorwaarden voor deelname vindt je hier.

Download
Jaarboek 2025 - inleiding en presentatie
BK_Jaarboek2025 inleiding en presentatie
Adobe Acrobat document 1.8 MB

Een verlate nieuwjaarsgroet

Voor een podcast die ik maak over energie en ruimte was ik onlangs op bezoek bij Auke van der Woud. De emeritus hoogleraar architectuur- en stedenbouwgeschiedenis schreef tal van boeken over Nederland in de 19e eeuw, en ik wilde van hem weten hoe in die jaren de eerste elektriciteitsnetten waren ontstaan. Voorafgaand aan de opname begon hij over Blauwe Kamer en hoe belangrijk het is dat wij de noodzaak van ruimtelijk ontwerp over het voetlicht blijven brengen. ‘Want’, zo zei hij, ‘we kunnen de creativiteit en verbeeldingskracht van landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen goed gebruiken bij de aanpak van al die complexe vraagstukken.’

 

Met zulke wijze woorden kan ik het alleen maar eens zijn. En terugblikkend op 2025 zijn er specifieke momenten geweest dat we beide vakgebieden in de etalage hebben gezet. Natuurlijk het jaarboek dat we in december presenteerden en waarin te lezen valt hoe ontwerp kan leiden tot ruimtelijke inrichtingen die betekenisvol zijn, rechtvaardig, authentiek en tijdloos. In het septembernummer boden we zoals elk jaar de nieuwe generatie landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen een podium. Afstudeerders van elf scholen toonden niet alleen hun talent, maar ook hun maatschappelijke engagement.

 

Naast laten zien waartoe stedenbouw en landschapsarchitectuur in staat zijn, willen we beide vakgebieden bij de les houden. Dit jaar doen we dat bijvoorbeeld met een themadossier in het maartnummer over het gebrek aan vrouwelijk perspectief in de wijze waarop we steden plannen en inrichten. In juni laten gasthoofdredacteuren Wouter Vanstiphout en Michelle Provoost zien welke deuren voor het ontwerp opengaan als we de ‘juiste’ beslissingen nemen. Zoals een verbod op slopen (om bijbouwen te voorkomen), de eis dat al het stadswater ‘zwembaar’ moet zijn of de keus om in Nederland geen vlees meer te produceren.

 

Tot slot verwelkomen we vanaf de zomer een nieuwe columnist. Schrijfster Eva Vriend zal met haar onbevangen blik veranderingen in het landschap gadeslaan. Ze vervangt Arjan Harbers die ons vier jaar lang met een ongewone blik liet kijken naar alledaagse zaken in onze dagelijkse leefomgeving.

 

Ik wens u allen een goed 2026!

 

Mark Hendriks, hoofdredacteur

Snipperruimtes onder Arnhemse autobrug zijn weer een geheel

De renovatie van het verwaarloosde kunstwerk Blauwe Golven laat zien wat de kracht is van omgevingskunst. Nu de golvende bestrating weer ‘klotst’ en de helderblauwe kleuren zijn hersteld, is de oude parkeerplaats zélf een bestemming geworden.

 

Tekst Hester van Gent

Foto's Hans Peter Föllmi

 

Het Arnhemse kunstwerk Blauwe Golven aan de oever van de Rijn is in ere hersteld. Al van ver springen de blauwwitte banen van de brede golven, gestold in betonsteen, in het oog. Ze vormen een groot, heuvelig veld dat onder de grijze fly-overs aan de Nelson Mandelabrug doorloopt. Op de golftoppen zijn auto’s gestald; het werk is van oudsher een parkeerplaats. Centraal in het kunstwerk is het golvende veld autovrij. Een koepelvormige fontein sproeit boogjes water uit de Jansbeek en zorgt voor een koele nevel, het geruis van het water overstemt dat van het drukke autoverkeer.

 

Met de aanleg van de Nelson Mandelabrug in de jaren 70 landde er op het Roermondsplein een verkeersmachine die de ruimte versnipperde. Voetgangers, fietsers en bussen werden in een rechte lijn met de brug verbonden, auto’s via een royale verkeerslus. Kunstenaar Peter Struycken kreeg van de gemeente de taak om de uiteengeslagen ruimte vorm te geven en zijn kunstwerk Blauwe Golven is hiervan het bekende resultaat.

 

De afgelopen jaren is het werk verwaarloosd. De verkeerscirculatie werd aangepast zonder oude wegdelen op te ruimen, op de golven groeide onkruid, de kleuren vervaagden onder een laag vuil en er vloeide geen water meer uit de fontein. De vraag of het werk behouden moest blijven leidde tot een hevig stadsdebat. Voorstanders pleitten voor herstel, tegenstanders vonden dat het werk moest wijken voor groen en recreatie. In 2019 koos de gemeenteraad voor het behoud van Blauwe Golven.

meer lezen

Een plaats voor iedereen

Over de renovatie van het Binnenhof is al veel gezegd. Het ontwerp zou ‘megalomaan’ zijn en de bouwkosten blijven maar oplopen. Minder gaat het over de buitenruimtes, terwijl juist daar straks hordes mensen over de stenen drentelen. Met subtiele ingrepen en aandacht voor de rijke historie wil Karres en Brands het hart van onze democratie openbaar, praktisch én veilig maken.

 

Tekst Afke Laarakker

 

‘Alle kinderen komen tenminste één keer in hun schoolcarrière in de Tweede Kamer op bezoek’, zegt David Kloet, landschapsarchitect en  partner bij bureau Karres en Brands. ‘Daarnaast trekt het Binnenhof dagjesmensen, buitenlandse toeristen en flanerende Hagenezen. Geen plek in Nederland is daarmee zó publiek als het parlement. Daarmee is “publieke toegankelijkheid” meer dan het regelen van bezoekersstromen. Het staat ook symbool voor de toegankelijkheid

van de Nederlandse democratie.’ 

meer lezen

Jaarboek 2025: Glimpen van een aanlokkelijke toekomst

Afgelopen zaterdag is het door Blauwe Kamer samengestelde Jaarboek Landschapsarchitectuur en stedenbouw 2025 gepresenteerd. Tijdens een mooie bijeenkomst in Bredase schuilkerk reikte voorzitter van de selectiecommissie Yttje Feddes de eerste exemplaren uit.

 

De Lutherse Kerk in het hart van de oude binnenstad was goed gevuld.  Na een welkomstwoord door hoofdredacteur Mark Hendriks en wethouder Eddie Förster lichtte voorzitter van de selectiecommissie Yttje Feddes de keuze voor 22 projecten toe. Ze vertelde hoe zij en de commissieleden Franz Ziegler, Rens Wijnakker, Pierre-Alexandre Marchevet en stedenbouwkundige Riette Bosch zich nadrukkelijk lieten leiden door de overtuigingskracht van uitgevoerd werk. Door dicht bij het ambacht te blijven willen ze laten zien hoe goed ontwerp leidt tot ruimtelijke inrichtingen en architectonische creaties die betekenisvol zijn, rechtvaardig, authentiek en tijdloos. 

 

meer lezen

Regina Klinger en afstudeerteam HAS winnaars van de KuiperCompagnons Graduation Awards 2025

De winnaars met juryvoorzitter Gijs van den Boomen (links) en Blauwe Kamer-hoofdredacteur Mark Hendriks. Foto's Nadine van den Berg

 

De winnaars van de door Blauwe Kamer georganiseerde KuiperCompagnons Afstudeerprijzen zijn bekend. Tijdens een feestelijke bijeenkomst op 6 november bij Wageningen University reikte juryvoorzitter Gijs van den Boomen de awards uit.

 

Landschapsarchitectuurstudent Regina Klinger van de TU Delft won de prijs voor het beste masterproject met haar plan om de ondergrondse waterlopen in Napels onderdeel te maken van het dagelijks leven. Als historische omgevingen voor verblijf, maar ook om bovengronds voor verkoeling te zorgen. De jury – die naast voorzitter Van den Boomen bestond uit rijksadviseurs Noël van Dooren en Thijs van Spaandonk, en CRa-secretaris Rienke Groot – noemt Klingers werk ‘een mooi project dat wetenschappelijke analyse combineert met poëzie’. Het is lovenswaardig dat ze voor de aanpak van actuele vraagstukken zoals hitte en waterberging teruggrijpt op oude structuren. Door haar 'verticale denken' verbindt ze boven- en ondergrond. De redeneerlijn is consistent en van een academische helderheid.

meer lezen

Presentatie Jaarboek 2025 in Breda

De Nieuwe Mark.

 

De presentatie van het Jaarboek Landschapsarchitectuur en stedenbouw 2025 vindt plaats op zaterdagmiddag 13 december in de Lutherse kerk in hartje Breda. De Brabantse stad is met twee projecten in het boek vertegenwoordigd: het herstel van oude stadsrivier de Mark en de vernieuwing van de wederopbouwbuurt Heuvel.

 

Na een inleiding door commissievoorzitter Yttje Feddes, gaan we in gesprek met ontwerpers die met hun werk in het boek staan. Vervolgens gaan we dieper in op de betekenis van de Mark voor de vergroening van de Bredase binnenstad en de relatie met het omliggende landschap. De eerste exemplaren worden uitgereikt aan wethouder Eddie Förster en de vertegenwoordigers van de NVTL en de BNSP.

 

Voorafgaand aan de boekpresentatie kunt u deelnemen aan verschillende excursies.

meer lezen

'Omarm de logica van anderen'

Karin Peeters (links) en Berte Daan.

 

De wereld heeft geen baat bij conceptuele kortetermijnplannetjes, vinden socioloog Karin Peeters en landschapsarchitect Berte Daan. Daarom nemen ze uitgebreid de tijd om een plek goed te leren kennen om vervolgens hun blik te richten op de verre toekomst. Voor veel opdrachtgevers is deze werkwijze lastig. ‘Wat onze voorstellen betekenen voor keuzes in het hier en nu, is te confronterend.’

 

Tekst Marieke Berkers

Foto Christiaan Krouwels

 

Karin Peeters en Berte Daan voerden al jaren een eigen ontwerppraktijk voordat ze in 2019 gingen samenwerken en in 2021 in Leeuwarden het bureau Peeters en Daan stichtten. In expertise vullen ze elkaar aan. Daan is landschapsarchitect en Peeters is stadssocioloog en stedenbouwkundige.

Ze kennen elkaar via een brief. Daan: ‘Ik verhuisde van Westzaan naar Friesland en wilde hier vakgenoten leren kennen. In het kader van de Culturele Hoofdstad 2018 had de Commissaris van de Koning verschillende ontwerpers gevraagd een brief te schrijven over creativiteit in de noordelijke regio’s. Ik ben al die brieven toen gaan lezen en die van Karin stak er met kop en schouders bovenuit. Ze agendeerde de komst van een circulaire bouwplaats (Peeters: ‘Die is er inmiddels!’) en sprak tegelijkertijd ook liefdevol over haar buurman en hoe ze samen het opbinden van stokbonen onder de knie probeerden te krijgen. Toen ik door de gemeente Amsterdam werd gevraagd om een pitch te doen voor het maken van een inspiratieboek over spelen in de stad vroeg ik Karin om mee te doen.’

meer lezen

Nota Ruimte geeft richting, maar echte keuzes blijven uit

Vorige week presenteerde BBB-minister Mona Keijzer de Nota Ruimte, de langverwachte visie van het Rijk op onze ruimtelijke ordening. Hier en daar wordt het al ons kompas voor de toekomst genoemd. Want dit 'bestemmingsplan voor Nederland' laat zien, zo valt te lezen in de Volkskrant, ‘hoe ondanks grote opgaven en vele ruimteclaims Nederland een prettige leefplek kan blijven’.

 

Tekst Mark Hendriks

 

Voor de goede orde: ik juich de comeback van een nationale ruimtelijke ordening van harte toe, en ook ik ben blij dat we ons weer kunnen buigen over prachtige kaarten waarop de stedelijke, economische, infrastructurele en ecologische hoofdstructuren zijn ingetekend. Ik zie in de nota bovendien lovenswaardige voornemens, zoals de koppeling van toekomstige energievoorzieningen aan energie-intensieve industrieclusters. Of het plan om nu al te investeren in Twente, Groningen-Assen en Zuid-Limburg om daar de economische en maatschappelijke randvoorwaarden voor groei op orde te brengen (zoals de aanleg van de Lelylaan). Ik heb waardering voor de basisgedachte dat elke regio meegaat in de vaart der volkeren, maar wel op een manier die past bij de eigen opgaven en kenmerken. Tot slot is het goed dat de nota aandacht heeft voor de behoeftes die Defensie heeft, al is niet helemaal duidelijk hoe deze ruimteclaims zich verhouden tot andere opgaven. Heeft het leger altijd voorrang?

meer lezen

Uitreiking KuiperCompagnons Graduation Awards 2025

De Zaanse Schans wordt een museum (maar eigenlijk was het dat al)

Om het ongebreidelde toerisme in de hand te houden nam de gemeente Zaanstad een drastisch besluit. De Zaanse Schans – jaarlijks goed voor 2,5 miljoen bezoekers – is vanaf 2026 niet langer gratis toegankelijk. Architectuurhistoricus Isabel van Lent staat stil bij de ruimtelijke gevolgen van dit paardenmiddel. Een hek zal hoe dan ook afbreuk doen aan het weidse polderland.

 

Tekst Isabel van Lent

 

Wie volgend jaar naar de Zaanse Schans wil, zal een kaartje moeten kopen. De beroemde Zaanse buurt trok vorig jaar meer dan 2,5 miljoen bezoekers en is daarmee een van de populairste bestemmingen van Nederland. Om overtoerisme terug te dringen en de oplopende onderhoudskosten te dekken wil de gemeente dat iedere bezoeker 17,50 euro betaalt. Hoewel de toegang voor inwoners van Zaanstad en Wormerland gratis blijft, roept het besluit veel emoties en weerstand op. Het landschap van de Zaanse Schans is immers openbaar toegankelijk en zeer geliefd. Er staan geen hekken omheen en het is als wijkje onderdeel van Zaandam. Bewoners maken zich zorgen over woon-werkverkeer en ondernemers zijn bang voor omzetdaling. De panden zijn individueel beschermd als (rijks)monument en hebben verschillende eigenaren. Ter vergelijking: in openluchtmusea als het Zuiderzeemuseum en het Openluchtmuseum zijn de bouwwerken onderdeel van een museale collectie die door één partij worden beheerd en geëxploiteerd.

meer lezen

'De politiek van nu is een rimpeling in de tijd’

Toen ze nog rijksadviseurs waren, zetten de afzwaaiende Wouter Veldhuis en Jannemarie de Jonge een stip bij het jaar 2100. Ver vooruitkijken dus en zo ontdekken wat nú gebeuren moet. Dat de politiek vooral druk is met een nostalgisch verleden waarin alles beter was, moet niet voor te veel chagrijn zorgen, vinden ze. ‘We moeten praten over wat de mogelijkheden zijn in plaats van over wat we dreigen te verliezen.’

 

Tekst Marieke Berkers en Mark Hendriks

Foto's Christiaan Krouwels

 

Of er een moment is aan te wijzen waarop het rijksadviseurschap indruk maakte? Wouter Veldhuis denkt even na, maar brengt dan een artikel in herinnering dat hij publiceerde in de Volkskrant. Het was gebaseerd op een advies van zijn team over de energiehoofdstructuur. De conclusie was dat de belofte van leveringszekerheid in de nabije toekomst niet meer valt waar te maken, terwijl die in de wet verankerd is. ‘Het was een zorgvuldig opgebouwd artikel, over het sturen op schaarste

en dat we straks vaker op onszelf zijn aangewezen, met ieder ons eigen batterijtje. Maar ik kreeg de hele wereld over me heen. “Die rijksadviseur slaat klinkklare onzin uit, schandalig dat

dit soort types zo’n functie krijgt”. Het sterkste tegengeluid kwam van de belangenvereniging van industriële grootverbruikers, een club waarvan ik niet eerder gehoord had. Dat zijn Tata en zo, bedrijven die hun elektriciteit voor een fractie van de consumentenprijs krijgen en een rechtstreeks lijntje hebben met het kabinet.’

Wat zeiden ze?

‘Dat ik me nergens mee moest bemoei- en. Levering van energie is een wette- lijke verplichting en daarmee basta.’

U raakte een gevoelige snaar.

‘Nogal. Ik merkte toen dat de functie van rijksadviseur betekenis heeft. Ik had dit stuk in iedere hoedanigheid kunnen publiceren, en er had geen haan naar gekraaid. Nu deed ik dit in de rol van rijksadviseur en de tegenstand roerde zich meteen.’

Vond u dat leuk?

‘Nee, ik vond het best wel intimiderend. Ben ik de joker die de plank misslaat? Het gaf veel vertrouwen dat kort daarna de netbeheerders zich bij ons meldden. Wij zeiden iets waar zij al jaren mee zaten, maar niet publiekelijk mochten uiten: dat het elektriciteitsnet vol is

en dat leveringszekerheid wel degelijk onder druk staat.’

meer lezen

'Leven op het water zit vreemd genoeg niet in onze cultuur'

In een land waar de ruimte schaars is, de opgaven groot en water overvloedig aanwezig, zou je denken dat bouwen op het water staande praktijk is. Maar dat valt tegen. Er is twijfel over de haalbaarheid, al zien ontwerpers ook mogelijkheden.

 

Tekst: Edwin Lucas

 

‘Soms vragen mensen mij wanneer we gaan beginnen.’ Maar architect en stedenbouwkundige Rients Dijkstra moet het antwoord schuldig blijven op de vraag wanneer drijvende stedenbouw écht onderdeel wordt van het Nederlandse landschap. ‘In de stedenbouw gaat alles nu eenmaal langzaam.’ Zo’n 25 jaar geleden, bij de bouw van de wijk Terwijde in het Utrechtse stads- deel Leidsche Rijn, was bouwen op water al een onderdeel van de plannen. Maar wie nu gaat kijken in Terwijde, ziet enkel een paar steigerwoningen en woonboten. Het overgrote deel van de wijk oogt als alle andere: aard- en nagelvaste woningen. Gewone tuinen. Doodnormale straten.

 

Dijkstra maakte in 1994 het masterplan voor Leidsche Rijn. Was wonen op het water toen nog een vergezicht, nu is dat anders. Zijn bureau Posadmaxwan publiceerde onlangs een onder- zoek en een inspiratie- en handboek over de drijvende stad. Daarin wordt drijvende stedenbouw onderzocht als (denkbeeldige) optie voor onder meer de polder Rijnenburg. Die locatie was begin jaren 90 – net als nu – al in beeld als uitbreidingslocatie voor Utrecht.

meer lezen

De post-groeistad van morgen

Uit de studie Post-growth City: tien principes voor alternatieve ontwikkelmodellen.

 

Voor ons maartnummer dook journalist Kees de Graaf in de wereld van het geld. Hij ontdekte dat steeds meer investeerders en beleggers die zich bezighouden met gebiedsontwikkeling duurzaamheid en maatschappelijk ondernemen hoog in het vaandel hebben. Toch is er nog een wereld te winnen om te zorgen dat de geldstromen die de stad invloeien ook daadwerkelijk leiden tot duurzame gebouwen, aangename buurten, rechtvaardige steden en gezonde leefomgevingen.

 

Tekst: Mark Hendriks

 

De innige band tussen ruimtelijke ordening en de financiële wereld leidt nog altijd tot onwenselijke situaties, waarbij prijsopdrijving en winstmaximalisatie publieke ambities in de weg staan. Om in ieder geval de uitwassen uit te bannen – buitenlandse investeerders die sociale woningbouw opkopen; grondspeculatie met prijsopdrijving tot gevolg; de obsessie met rendementen om aandeelhouders tevreden te houden – moet het dominante discours doorbroken worden.

meer lezen

De stad is een biotoop

Foto Aad Hoogendoorn

 

Onze redacteur Marc Nolden schreef me toen ik het thema voor dit e-zine bekendmaakte: ‘Mooi thema hoor, natuur ín de stad, maar is dat wel de juiste insteek? Ik bedoel, de stad zelf is toch al een ecosysteem. Moeten we het daar niet over hebben?’ Zo geschiedde. De werktitel ‘natuur in de stad’ veranderde in ‘de stad als biotoop’. Het verschil lijkt miniem, maar waar de eerste uitgaat van stad en natuur als twee losse entiteiten, en van een dualiteit tussen rood en groen, staat de tweede voor een denkwijze waarin de stad als een doorlopend landschap wordt gezien. Een biotoop op zich, waar specifieke stadse plant- en diersoorten goed gedijen.

 

Zulke stadsbiotopen blijken het bovengemiddeld goed te doen. Uit onderzoek komt naar voren dat de warmere temperaturen, de stenigheid en de hogere bebouwing leefmilieus opleveren die alleen in zuidelijke en hooggelegen streken voorkomen. Ook is de biodiversiteit in steden soms hoger dan in het omringende agrarische gebied. Oftewel, honderden planten en dieren voelen zich in de stad meer dan thuis, zoveel is inmiddels wel duidelijk.

 

De stad is als een ‘berg met stromend water’, zei Thijs de Zeeuw eens in een podcast over rewilding. Volgens de landschapsarchitect en dierentuinontwerper moet het niet langer gaan over het toevoegen van groen en natuur ‘waar het kan’, maar over het geven van ruimte aan de habitats die er al zijn. Het is een verkapt pleidooi voor terughoudendheid. Of zoals De Zeeuws collega Stef van Campen van Burgers’ Zoo zegt in het gesprek dat we voor dit e-zine met hem hadden: ‘Als planten ergens groeien, bijvoorbeeld op muren en in kieren – laat dat dan ook gebeuren.’

 

Die boodschap knoopten de ontwerpers van Venhoeven CS en DS goed in hun oren toen ze in de Amsterdamse Sluisbuurt aan de slag gingen met het in dit e-zine getoonde plan voor een natuurinclusief appartementencomplex. Crux in hun voorstel: de klimop krijgt in alle kieren en gaten vrij spel. De verwildering die zo optreedt, biedt prima condities voor de groei van voedsel- en nectarrijke plantjes. Het maakt het gebouw tot een ideale leefplek – niet alleen voor de mensen binnen, maar ook voor de vogels en insecten buiten.

 

Mark Hendriks

Hoofdredacteur

Column: Forum Romanum in Tilburg

Een tijdje geleden zag ik de film Megalopolis, een bizarre en ongrijpbare productie waarin sterregisseur Francis Ford Coppola zijn kijk op de stad van de toekomst ontvouwt. Het was op zijn zachtst gezegd een onvergetelijke kijkervaring. Coppola trakteert zijn publiek op een wonderlijke mengelmoes van thema’s en stijlen.

 

U snapt dat ik vooral geïnteresseerd was naar de hoofdfiguur, de door Adam Driver gespeelde architect Cesar Catalina. Hij is een visionair in de klassieke zin van het woord, met revolutionaire ideeën over een utopische stad waar iedereen in vrede samenleeft. Zijn plannen stuiten op weerstand bij het etablissement – zoals de burgemeester van de fictieve stad New Rome, en de leden van een rijke bankiersfamilie die overal de dienst uitmaken.

 

Hoewel de film alles tot soms absurde vormen uitvergroot, zijn er lijnen te trekken met de realiteit van ons vak. Ook in onze steden staan ontwerpers met idealistische plannen voor de verre toekomst tegenover pragmatische bestuurders die zich liever laten leiden door opportunisme en politiek gewin. De lobby van talloze bedrijven om zaken bij het oude te laten, wint ook hier aan invloed, en heeft met de verkiezing van Donald Trump – waardoor techmiljardairs nog dichter bij de macht komen te zitten – een extra dimensie gekregen.

 

Catalina is in de film de enige die zich afvraagt wat voor stad New Rome wil en kan zijn, en of de manier waarop nu wordt samengeleefd (vol ongelijkheid, vol schaarste) wel de enige manier is. Daarom was ik geneigd om zijn visioenen voor een betere stad – die als flarden door de film heen zijn gemonteerd – te omarmen.

 

Toch voelde ik weerstand. Catalina’s gedrag heeft veel weg heeft van de ‘stararchitects’ waar wij in het echte leven afscheid van hebben genomen. Coppola geeft zijn hoofdfiguur een kantoor op de bovenste verdieping van het Chryslergebouw, en vanuit deze ivoren toren kijkt hij letterlijk neer op de stad. Wie Catalina aan het werk ziet, zal concluderen dat gebouwen voor hem niet meer zijn dan gematerialiseerde ideeën, massieve objecten waar al het menselijke afwezig is. Uiteindelijk wil regisseur Coppola ons laten inzien dat zelfs de meest vernieuwende gedachten over stadsontwerp geworteld zijn in het verleden.

 

En dat brengt me op het herontwerp van een Tilburgse straat, die langs het gemeentehuis, de schouwburg en de kerk leidt. Dit gegeven deed de ontwerpers teruggrijpen naar het ontwerp van het Forum Romanum. Dit klinkt misschien net zo megalomaan als Cesar Catalina’s droombeeld voor New Rome, ware het niet dat het resultaat in Tilburg slechts een subtiele interventie is. Rijbanen van asfalt maakten plaats voor niets meer dan een overzichtelijke pleinvloer van natuursteen waar wandelaars vrij spel hebben en passanten weer met elkaar in gesprek raken. Zo simpel kan ontwerp zijn.

 

Mark Hendriks

 

Deze column verscheen als editorial in het eerste e-zine van 2025.

Lange lijnen, lange adem

In een tijd waarin politiek Den Haag de nadruk legt op snel en veel bouwen, pleit de selectiecommissie dit jaar vooral voor visie. Ontwerpers moeten in staat zijn om langjarig aan projecten te werken, en het belang van goede openbare ruimtes mag niet langer onderschat worden. Het is bovendien tijd dat we gebruikmaken van de vernieuwende inzichten die ontwerpend onderzoek ons biedt. Alleen dan krijgen we transities in het landelijk gebied en de bouw van rechtvaardige steden echt voor elkaar.

 

Tekst Mark Hendriks

Foto's Stijn Brakkee

 

De busrit met de jaarboekcommissie is een tocht van uitersten. ‘s Ochtends wandelen door een opgeknapte volks- buurt in hartje Eindhoven, in de middag aan de noordkant van Arnhem struinen door een Veluws bos, waar een voormalig militair vliegveld veranderde in een woonbuurt annex broedplaats. Aan het eind van de dag lopen de commissieleden onder een warme avondzon langs de kantoren van Europol, het voormalige Joegoslaviëtribunaal en buitenlandse ambassades om het herontwerp van de openbare ruimte in dit deel van Den Haag te bekijken. Tussendoor bezoeken ze nog een nieuwe woonbuurt in Zeist, een herbestemd fort in Vught en de herstructurering van een stukje naoorlogse stad in de Utrechtse wijk Overvecht.

 

Die variëteit aan projecten is tekenend voor de veelkleurigheid van de vakgebieden stedenbouw en landschapsarchitectuur. Tijdens de selectiebijeenkomsten kwam van alles voorbij: van schooltuin tot stadsvisie, van ontwerpstudies over de ondergrond tot universiteitscampussen, landgoederen en nieuwe bedrijvenparken. Net als eerdere jaren bekroop ook deze commissie het gevoel dat het kiezen van de meest voorbeeldige projecten uit een stapel met zoveel verscheidenheid, neerkomt op het vergelijken van appels met peren. Een van hen zei: ‘We kunnen met geen mogelijkheid een jury zijn. Laten we curatoren zijn.’

meer lezen

Een kerstgroet van de redactie

Nu en dan nemen lezers de moeite om ons een bericht te sturen. Soms met een opmerking over een verhaal, soms met een blijk van waardering. Af en toe om ons van feedback te voorzien. Zoals in de mail die we in de zomer kregen van trouwe lezer Peter. Hij schreef onder andere dat we wel wat meer aandacht mogen geven aan binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen. Een opmerking die we zeker ter harte nemen.

 

meer lezen

Blauwe Kamer  is een uitgave van Stichting Lijn in Landschap en Uitgeverij Blauwdruk

 

Vormgeving & realisatie

Daphne de Bruijn, Harry Harsema (Uitgeverij Blauwdruk)