Eerder bij de Historische Kring Driemond leerde ik Tom Witkamp kennen. Nu zitten wij samen in het bestuur van de Vrienden van het Diemerbos.
In het Weespernieuws is onderstaand interview van Nicola van Krieken met Tom Witkamp te lezen:
Al 35 jaar ‘ambassadeur van Driemond’: ‘Ik ben altijd een helper geweest’
Met alles wat Tom Witkamp voor het dorp doet, en met de Weesperspeld op zak, zou je zweren dat hij een geboren en getogen Driemonder is. “Niets is minder waar”, zegt hij zelf. “Dat zou de échte Driemonders tekort doen.” Hij groeide op in Amsterdam-West en kwam pas in 1987 met zijn vrouw Carla in het dorp wonen. Maar in de jaren daarna groeide hij uit tot een van de meest betrokken gezichten van Driemond.
Het verhaal begint op de fiets. Vanuit hun huurhuis in Duivendrecht fietste Carla regelmatig naar haar ouders in Bussum. Onderweg zag ze hoe in Driemond nieuwe huizen werden gebouwd. “We zijn een keer samen gaan kijken”, vertelt Witkamp. “En toen zag ik dit hoekhuis, de tuin was extra breed. Ik zei meteen: als we hier gaan wonen, wil ik dát huis.” Het bleek geen loze wens. Niet veel later kwam precies die woning vrij. Ze grepen hun kans en verhuisden.
Klein en dorps
Wat ze aantroffen, was een dorp dat nog in ontwikkeling was, maar wel direct vertrouwd voelde. “Ik heb als kind ook een tijd in Badhoevedorp gewoond, dus ik kende dat dorpsgevoel een beetje. Dat kleine, dat trok me hier juist.” Driemond was rustig, overzichtelijk. Mensen groetten elkaar op straat. Je kende elkaar – of leerde elkaar snel kennen. “Omdat het hier klein is kun je dingen aanwijzen als er iets is. Het is herkenbaar.”
Die herkenbaarheid werd al snel een drijfveer. Witkamp wilde niet alleen wonen in Driemond, hij wilde meedoen. “Ik dacht: ik wil meepraten.” Maar dat bleek in eerste instantie nog niet zo eenvoudig. De Dorpsraad was destijds een platform van vertegenwoordigers van verenigingen. Nieuwe bewoners konden niet automatisch aanschuiven aan tafel. “Toen heb ik samen met buurtgenoten de vereniging van de nieuwe Kippenbuurt opgericht”, vertelt hij. “Gewoon, zodat we konden aansluiten.” Het typeert zijn aanpak: als een deur niet openstaat, bouw je er zelf een.
Voorzitter van de Dorpsraad
Vanaf 1988 schoof hij maandelijks aan. Eerst als vertegenwoordiger, later als secretaris en uiteindelijk als voorzitter van de dorpsraad, welke rol hij 8 jaar vervulde. Alles bij elkaar is de Driemonder 35 jaar actief, inmiddels als algemeen bestuurslid. In die jaren is Driemond veranderd en werd steeds nadrukkelijker onderdeel van een groter geheel: eerst Weesperkarspel en daarna Amsterdam, later samen met Weesp. “Driemond ligt in een soort bestuurlijk krachtveld”, legt hij uit. “Je hebt altijd met partijen te maken als Gemeente Amsterdam, Rijkswaterstaat, het Waternet, Provincie en Hoogheemraadschap. Dan is het belangrijk dat je ook als dorp je stem laat horen.”
Dat ‘dorpsgevoel’ is iets dat Witkamp erg belangrijk vindt en uitdraagt. “In een dorp werkt het net even anders dan in een wijk. Het gaat om saamhorigheid.” Tegelijk ziet hij hoe die saamhorigheid onder druk staat. “Vroeger was dat gevoel sterker. Nu kunnen mensen hun
hele wereld via hun telefoon binnenhalen. Dat maakt het leven individueler. Mensen bouwen sneller muren om zich heen.” Juist daarom vindt hij het belangrijk om plekken en momenten te creëren waar mensen elkaar – in het echt – blijven ontmoeten.
Die gedachte loopt als een rode draad door zijn werk in Driemond. Of het nu ging om woningbouw, het behoud van groen, of culturele initiatieven – steeds stond verbinding centraal. “Samen dingen doen, iets voor elkaar over hebben, daar haal je plezier uit.” Hij noemt zichzelf de ambassadeur van het dorp. “Officieel ben ik dat natuurlijk niet, maar zo voel ik mij wel. Ik wil dat Driemond een dorp blijft binnen de stad.”
Zijn rol als voorzitter kwam trouwens niet gepland. Toen de Dorpsraad dreigde stil te vallen, besloten hij en toenmalig voorzitter Bart Tordoir dat het anders moest. “We wilden niet dat nieuwe bewoners de boel zomaar overnamen, maar ook niet dat het een gesloten club bleef.” Hun oplossing: een bewuste mix. De helft ‘oude’ Driemonders, de helft nieuwkomers. “Dat is gelukt. En dat maakte de Dorpsraad sterker.”
Na het plotselinge overlijden van Tordoir nam Witkamp het stokje over. “Dat heb ik moeten leren”, geeft hij toe. Acht jaar lang gaf hij leiding aan de Dorpsraad. Zijn kracht lag in het luisteren. “Ik kan goed naar beide partijen luisteren en daartussen laveren.”
Grote trots
Een van de manieren waarop hij dat dorpsgevoel tastbaar maakte, is via het Driemondlied van Co de Kloet, dat hij bewerkt heeft naar de dorpse situatie. Witkamp is niet alleen organisator, maar ook vertolker. “Dat lied zegt alles over hoe je je hier moet voelen en gedragen”, zegt hij trots. “Ik zing het lied nog elke keer onder de douche.” Het klinkt luchtig, maar het laat zien hoe diep zijn betrokkenheid zit. Voor hem is het lied geen folklore, maar een samenvatting van de ziel van het dorp. De dorpsvlag – die Witkamp ontwierp met een werkgroep – hoort daar ook bij.
Ook de lichtjeswandeling, die hij zo’n tien jaar organiseerde, past in dat plaatje. Geen groots evenement, maar een sfeervolle tocht van vijf kilometer door het donkere Diemerbos naar de verlichte Gaaspermolen. “In Driemond is het nooit groot, behalve het Oranjefeest, de Geinloop en Sinterklaas. Als je vijftig mensen meekrijgt, doe je het al goed.” Juist die kleinschaligheid ziet hij als kracht. “Met weinig middelen kun je iets neerzetten dat echt gezellig is.” Hij loopt de wandeling nog steeds jaarlijks, maar wil de organisatie ervan overdragen.
Als voorzitter van de Dorpsraad heeft Witkamp ook de Historische Kring Driemond opgericht. “Ik vind het belangrijk dat de geschiedenis niet wordt weggepoetst.” Op een oproep in de dorpskrant kwamen veel reacties. Het leverde een club op van oude en nieuwe Driemonders, die samen het verleden van het dorp vastlegden. Inmiddels valt deze Kring nu onder de Historische Kring Weesp.
Nachtburgemeester
De Dorpsraad had ook een belangrijke rol bij de totstandkoming van MatchZO, het multifunctionele gebouw in Driemond. “Daar zijn we acht jaar mee bezig geweest”, vertelt hij. Door slim te combineren – scholen, sport en sociale voorzieningen – lukte het om het
project van de grond te krijgen. De dorpsraad huurde daar ook een tijdje hun ruimte om het totaalplan financieel mogelijk te maken. “Dat is ook Driemond: er wat van maken met elkaar.”
Zijn onuitputtelijke inzet leverde hem de bijnaam ‘nachtburgemeester van Driemond’ op zijn werk op. Een titel die hij lachend afdoet, maar die wel iets zegt over zijn betrokkenheid: overdag bezig in het bedrijf, in zijn vrije uren voor Driemond. Net als de vergelijking met stripfiguren als Abraracourcix en Panoramix tijdens de uitreiking van de Weesperspeld. De wijze man, de verbinder, de beschermer van het dorp.
Burn-out
Naast zijn vrijwilligerswerk had Witkamp een lange loopbaan in het bedrijfsleven. Hij begon als marktonderzoeker en groeide door naar een rol als beroepssecretaris van de ondernemingsraad van een financieel bedrijf. Later werd hij hoofd van een afdeling klantenservice binnen dit bedrijf. Dat liep minder goed af. “Ik kwam in een slangenkuil terecht”, zegt hij eerlijk. Als conflictmijdend persoon had hij moeite met de harde kanten van leidinggeven. “Ik moest ineens mensen ontslaan. Dat kon ik niet.” Het leidde tot een burn-out.
Die periode werd een keerpunt. Na een half jaar uit de roulatie vond hij een nieuwe richting in de arbodienstverlening. Hij volgde een hbo-opleiding en ontwikkelde beleid om ziekteverzuim terug te dringen. “Dat is gelukt en bespaarde het bedrijf miljoenen”, zegt hij. “Daar ben ik wel trots op.” Op zijn 58ste ging hij met vervroegd pensioen. “Het bedrijf veranderde door fusie zo dat het niet meer mijn bedrijf was.” Het gaf hem meer ruimte om zich op Driemond te richten.
“Ik ben gewoon een helper”, zegt hij. “Altijd al geweest.” Dat zit niet per se in zijn opvoeding – hij komt uit een groot gezin met acht broers en een zus – maar eerder in zijn karakter. “Als ik ergens aan begin, blijf ik dat doen.” Loyaliteit is een sleutelwoord. Net als benaderbaarheid. “Ik ben niet snel voor of tegen. Soms maakt dat me onduidelijk, maar het helpt wel om mensen bij elkaar te brengen.”
Mantelzorg centraal
Toch is zijn leven de laatste jaren veranderd. Zijn vrouw Carla kreeg zestien jaar geleden te maken met ernstige evenwichtsstoornissen. Wat begon met moeite met lopen, groeide uit tot een situatie waarin ze nu grotendeels afhankelijk is van een rollator, korte afstanden binnenshuis en een rolstoel. “We wandelen nog wel, bijna dagelijks”, vertelt Witkamp. “Met de rolstoel, door Driemond en het Diemerbos.” Het is hun manier om actief te blijven.
De ziekte van Carla heeft ook zijn eigen leven beïnvloed. Sporten, wat ze altijd samen deden – badminton, squash, tennis, bergwandelen, later golf – doen ze niet meer. “Als de een uitvalt, valt de ander ook een beetje stil”, zegt hij. “Ik vind het niet leuk om dingen alleen te doen en haar thuis te laten.” Hij vervolgt: “Vooral omdat we het altijd sámen deden.” Het klinkt nuchter, zonder zelfmedelijden. “Het is geen zielig gedoe”, benadrukt hij. “Ze is veel te flink daarvoor.”
Zijn prioriteiten zijn verschoven. Waar vroeger de Dorpsraad soms voorrang kreeg, staat nu zijn rol als mantelzorger centraal. “Nu kan ik eindelijk dingen terugdoen die ik vroeger misschien te weinig heb gedaan.”
Vader en opa
Daarnaast is er zijn rol als vader en opa. Hij en Carla hebben drie zoons, die allemaal hun eigen weg zijn gegaan. De jongste woont om de hoek, met twee kinderen. “Dat is heel speciaal”, zegt Witkamp. “Dat ze zo dichtbij zitten.” De andere zoons wonen in Amsterdam en bij Maastricht, maar komen regelmatig langs. Het opa-zijn brengt hem zichtbaar plezier. Zeker toen hij voor het eerst een kleindochter kreeg, na drie zoons. “Eigenlijk dacht ik: mijn echte beroep is opa zijn.” Hij lacht. “Dat gevoel heb ik nog steeds.”
De band met zijn kleinkinderen is hecht, al is het fysiek soms wat lastiger om overal naartoe te gaan. “Maar ze komen hier, en dat is voor mij een basis.”
Vlam overnemen
Ondanks alles blijft hij actief in het dorp, zij het in een andere rol als algemeen bestuurslid van de Dorpsraad, “Ik wil wel adviseren, maar niet meer alles regelen en organiseren. Je moet mensen hebben die de vlam overnemen.” Maar dat blijkt steeds moeilijker. “Vrijwilligers zijn schaarser geworden”, constateert hij. Toch blijft hij optimistisch. “De kracht van Driemond is dat mensen er wat van willen maken.” Hij hoopt dat die mentaliteit blijft bestaan, ook als hij zelf een stap terug doet.
De Weesperspeld die hij begin dit jaar ontving, ziet hij dan ook niet alleen als erkenning voor zijn eigen werk, maar als een ode aan die gezamenlijke inzet. “Je wordt gedragen door anderen”, zegt hij. “Alleen red je het niet.”
Interview door Nikola van Krieken met Tom Witkamp, Weespernieuws