
Finneke zit aan de keukentafel haar Franse woordjes te leren. Haar handschrift is netjes, haar blik helder. “Discipulus,” zegt ze zachtjes. Zorze knikt goedkeurend, maar in zijn borst groeit een knoop. Want gisteren zag hij Finneke lachen op het plein, samen met Bieke, die op haar fiets balanceerde zonder handen aan het stuur, haar haren los in de wind. Vrij. Onbezorgd. Onvoorspelbaar. Toen haar kleedje door de wind omhoog ging had hij even zicht op het verbodene. Zijn tikker ging gevaarlijk tekeer.
Volgens Zorze is Bieke een duivel in zomerkleren. Ze praat luid, stelt vragen zonder schroom en rolt met haar ogen wanneer volwassenen regels uitleggen. Dat Bieke zich van niets en niemand iets aantrekt vindt hij gevaarlijk en opwindend tegelijkertijd. Dit laatste wilt hij zichzelf niet toegeven. Finneke is helemaal anders. Veel heeft ze mee van haar moeder. Hoe mooi kan ze de tien geboden in rijmvorm opzeggen. .
Hij vreest geen grote misdaden of dramatische ontsporingen. Nee, hij vreest dat Finneke begint te twijfelen aan zijn gezag. Dat ze vraagt waarom alles altijd volgens plan moet gaan. Waarom discipline belangrijker is dan plezier. Waarom dromen netjes in vakjes moeten passen.
Op een namiddag ziet hij hen weer samen. Ze zitten op de stoep. Bieke tekent met krijt een zon die buiten de lijnen van de tegels straalt. Finneke tekent eerst voorzichtig, maar dan – heel even gaat haar lijn ook over de rand. Zorze voelt paniek opkomen. Daar glipt de controle, denkt hij. Daar, in dat kleine streepje buiten het vakje.
Maar wanneer Finneke thuiskomt, kust ze hem op de wang en vertelt enthousiast over haar schooldag. Over haar goede punten. Over hoe ze later misschien professor wil worden. En dan voegt ze eraan toe: “En misschien schrijf ik ook verhalen.”
Zorze zwijgt. Misschien moet hij maar eens zijn licht opsteken bij nonkel Pater. Die weet altijd raad met existentiële problemen zoals opvoeden van kinderen en pubers. Alleen jammer dat zoon Borromeus geen contact meer wil met nonkel Pater. De kinderen hun wil moet gebroken worden bedenkt Zorze en neemt zijn boekje met kruiswoordraadsels. Zorgen voor morgen.
Of nonkel pater het allemaal weet is een existentiëel probleem. Wie weet tante nonneke ????
Tot de volgende
🙂








