Naar inhoud springen

feil

Uit WikiWoordenboek
  • feil
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘fout’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573 [1] [2] [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord feil feilen
verkleinwoord feiltje feiltjes

defeilv/m [4]

  1. (formeel) tekortkoming
  2. (formeel) vergissing
  3. (informeel) dweil [5]
vervoeging van
feilen

feil

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van feilen
    • Ik feil. 
  2. gebiedende wijs van feilen
    • Feil! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van feilen
    • Feil je? 
60 %van de Nederlanders;
64 %van de Vlamingen.[6]