Spring naar inhoud
  • De vruchten rapen van het verrotte vooruitgangsdenken

    2 april 2026
    Het paradijsleven, Inspirerende vondsten

    De kiem voor het idee werd meer dan een jaar geleden gelegd, toen medeblogster Omabaard de muren liet praten van de huizen waarin ze gewoond had. Mijn gedachten dwaalden af naar de vele plekken die voor mij ooit ‘thuis’ waren geweest. In april vorig jaar schreef ik de inleiding voor een serie die ik in gedachten had, maar het bleef bij ‘denken’. Het kwam niet van doen.

    Tijdens het digitaal opschonen van onder meer foto’s kwam het onderwerp weer bovendrijven. Ik legde wat beelden apart in een virtueel mapje, en het mapje werd vervolgens weer vergeten. Tot nu. 

    Ik las Om en nabij van Yolanda Entius, een boek dat Koen noemde in een reactie, met de woorden ‘ik moest erg aan jullie denken’. Ja, dat begrijp ik inmiddels. De beschrijvingen van haar Franse tuin zijn zeer herkenbaar.

    ‘Ook hier raasde de schaalvergroting, met dank aan de banken en het Europese landbouwbeleid, als een tornado door het land en maakte iedereen die niet groter wilde worden werkloos. Toen wij hier, aan het eind van de vorige eeuw, neerstreken waren er al heel veel bedrijven opgedoekt. Sterker nog, het was die teloorgang waaraan wij ons huis te danken hadden. Voor het geld waarmee we Le Cornot kochten konden we in ons eigen land nog geen caravan kopen en dan moesten we de grond daarbij ook nog pachten en mochten we er alleen in het zomerseizoen verblijven. Hier in Frankrijk plukten we – wat zeg ik: ráápten we – de vruchten van het verrotte vooruitgangsdenken.’

    Lees in plaats van Frankrijk Denemarken en het beeld is exact hetzelfde. Dit citaat is echter niet af. En juist de volgende zinnen maakten dat ik deze serie nu eindelijk eens ga schrijven. Wat maakt een plek waar je woont tot een ‘thuis’? Maakt de plek waar IK woon dat tot MIJN thuis?

    ‘En ook al wist ik dat het een illusie was, ik genoot ervan me verbonden te voelen met mijn omgeving, niet alleen met de tuin die steeds meer vorm zou krijgen maar ook met Robert en de zijnen.’ 

    Robert is Yolanda’s buurman in Frankrijk.

    Bij het woord illusie moet ik denken aan emigratie-juf Saskia, bij wie we vóór onze emigratie een pilot-cursus Liefdevol Emigreren volgden. Saskia was geëmigreerd naar Frankrijk. Haar kinderen werden daar geboren. En toch… voelde zij zich daar nooit thuis, en keerde daarom terug naar Nederland. Maar als je zoveel jaar weg bent geweest, is het land waar je ooit werd geboren ook niet meer vanzelfsprekend je thuis. 

    Inmiddels woont en werkt ze toch weer in Frankrijk, en lees ik het volgende op haar site:

    In de komende afleveringen van deze serie zet ik mijn gedachten op digitaal papier over me verbonden voelen, met iets, of iemand – of niet. Over de 13 verschillende plekken waar ik woonde, en of die een ‘ja van binnen’ lieten voelen. En natuurlijk ten slotte: ons huidige huis, mijn 14e.
    Komende zondag het eerste blog, over mijn geboortehuis. Een heel vanzelfsprekend ‘thuis’.

    Hoe vaak ben jij verhuisd? Aan welke plek heb jij de beste herinneringen?

    31 reacties op De vruchten rapen van het verrotte vooruitgangsdenken
  • ‘Begin te luisteren naar je innerlijke geluid’

    29 maart 2026
    Het paradijsleven, Inspirerende vondsten
    5-8 minuten

    Aan bijna het eind van deze derde maand van het jaar kijk ik terug op de derde van de twaalf nachten, waarin sterrenbeeld Ram en Gene Key 19 centraal staan. Het thema van deze avond en deze maand is: ‘De vurige wil om opnieuw te beginnen; moed en zelfopoffering, zodat ik verder mag gaan op het pad van de waarheid.’

    Nu vind ik zelfopoffering een groot woord. Het kan simpelweg betekenen dat je iets kleins geeft van jezelf – tijd, aandacht, energie – aan een ‘groter’ iets wat idealiter ook nog aansluit bij het werk wat je hier op aarde te doen hebt. En dan heb ik het natuurlijk niet over je baan… maar je zielenwerk, je ‘hogere doel’. 

    Vandaag precies 14 jaar geleden zegde ik overigens juist wel mijn baan op, vanwege dat gevoel dat ik toch een ‘hoger doel’ moest hebben dan het werk wat ik toen deed. Dat er nog andere kansen voor mij moesten zijn om te groeien, andere manieren om iets van mijzelf aan anderen te geven.
    Bij het digitaal opruimen kwam ik de afgelopen maand onder meer onderstaande bewaarde schermafbeelding van Feestboek tegen:

    Alsof de maand toen ook al in het teken stond van de vurige wil om opnieuw te beginnen. Toen deed ik in ieder geval precies wat het label van de Yogi thee nu zegt:

    ‘Begin te luisteren naar je innerlijke geluid’

    Dat proces begon mogelijk al een jaar eerder, rond wat in de astrologie en Human Design mijn Chiron-terugkeer was. Chiron is een asteroïde, die voor het eerst op 1 november 1977 gezien werd. Zijn baan loopt tussen Saturnus en Uranus, en hij doet er ongeveer 50 jaar over om rond de zon te draaien. 

    Chiron wordt vaak de ‘gewonde genezer’ genoemd en is vernoemd naar de wijze centaur uit de Griekse mythologie die, ondanks zijn eigen ongeneeslijke wond, een meester-genezer en leraar werd.

    Rond je 50e staat dit kleine hemellichaam dus weer op dezelfde plek als tijdens je geboorte, en dat luidt bij de meeste mensen een periode van inkeer in (wat is nu eigenlijk mijn eigen waarheid), van heling (van je zogeheten ‘Chiron-wond’) en van verandering. Daar was ik me toen allemaal absoluut niet van bewust. Nu ik terugkijk op wat ik toen schreef wist mijn on(der)bewuste echter heel goed waar het tijd voor was… helen!

    Ik stopte met betaald werken dus. Het was een niet geheel vrijwillig gekozen baan. Een paar jaar eerder was ik boventallig geworden en raakte ik mijn leuke planners-baan op het stafsecretariaat kwijt. Ervoor in de plaats kwam eentonig en eenvoudig baliewerk op een verpleegafdeling. Dat was beneden mijn kunnen, en gaf al snel geen bevrediging meer.

    Bovendien werd ik in het jaar van mijn Chiron-terugkeer wees. Mijn moeder overleed, als laatste ouder. Mijn ‘Chiron-wond’ heeft volgens Human Design te maken met familie… Kreeg ik baarmoederkanker waarvoor twee operaties nodig waren. Werd ik patiënt op mijn eigen verpleegafdeling na een schouderoperatie, met een langdurig revalidatie-traject als gevolg. Genoeg tijd voor inkeer dus. Voor het helen van operatiewonden en een ‘familie’-wond.  En voor luisteren naar wat er van binnen gehoord wilde worden na al deze fysieke en mentale ingrepen.

    Ik luisterde. ‘Wees zacht voor jezelf’. ‘Ga harp spelen’. En: ‘Er is meer in het leven dan werken’.

    Mijn ontslagbrief van 29 maart 2012 was achteraf gezien het eerste zaadje dat ontkiemde voor het latere, veel grotere plan van ‘opnieuw beginnen’: allebei stoppen met werken-voor-loon, het hamsterrad achter ons laten en in Denemarken een eenvoudig en tevreden bestaan opbouwen rond rust, vrijheid, ruimte en tijd.

    Mijn ‘hogere doel’ – Het licht van Eden – kwam eerder in deze serie al aan bod. De naamsverandering van mijn blog – van Levensjutters naar Paradijsvogels – heeft alles te maken met waar we nu zijn en wat ik hier doe: schrijven over ons leven hier. Luisteren naar mijn innerlijke geluid heeft ons de verandering gebracht gebracht die nodig was. Heeft ons HIER gebracht.

    De leeuw in de collage vertegenwoordigt Sekhmet, de Egyptische godin van transformatie, die van een woedende vernietigster een zachtaardige genezeres werd. Over haar het volgende verhaal.


    Sekhmet: getemd door rood bier

    Onder de verzengende blik van de zonnegod Ra verrees Sekhmet, de godin met het leeuwenhoofd, woest en ongetemd. Door Ra uitgezonden om de mensheid te straffen voor haar ongehoorzaamheid, was haar woede zo meedogenloos als de brandende woestijnwinden, die met de felheid van een jagende leeuwin over het land raasden. Haar hart was vervuld van bloeddorst en geen ziel was veilig voor haar woede. Maar terwijl de aarde onder haar bewoog, bedacht Ra, uit angst voor de vernietiging van de hele schepping, een plan om haar woede te bedwingen.

    In een moment van goddelijke listigheid goot Ra rivieren van rood bier over het land, zo karmozijnrood van kleur dat het op bloed leek. De machtige Sekhmet, denkend dat het het bloed van haar vijanden was, dronk er gulzig van, haar dorst niet te lessen. Terwijl het krachtige brouwsel door haar heen stroomde, werd haar wilde geest minder en ebde haar woede weg, vervangen door slaperigheid en vrede. 

    Toen ze ontwaakte, was de woedende vernietigster veranderd in een zachtaardige genezeres, met milde, serene ogen en een hart vol mededogen. Zo werd Sekhmet niet alleen de beschermster van koningen en krijgers, maar ook een godin van herstel, die zowel de kracht om te vernietigen als de genade om te genezen belichaamde.

    De vroegste bewijzen voor het ‘bestaan’ ​​van Sekhmet dateren uit het Oude Rijk, rond 2686-2181 v.Chr. Men gelooft echter dat de verering van haar pas echt tot bloei kwam tijdens de Gouden Eeuw van het Nieuwe Rijk, ca. 1550-1070 v.Chr., met name tijdens het bewind van Amenhotep III. 

    Betoverd door haar goddelijke kracht, liet Amenhotep III naar verluidt talloze beelden maken die als wachters in zijn dodentempel in Karnak moesten staan. Via deze heilige beelden werd haar aanwezigheid niet alleen aangeroepen als krijgsgodin, maar ook als brenger van genezing, waarmee haar dubbele aard als zowel vernietiger als hersteller werd onthuld. In Karnak stonden deze beelden van de katachtige godin in plechtige bewakershouding, waar heilige riten werden uitgevoerd om haar vurige aard te sussen en haar genezende genade aan te roepen.

    Hoewel de geheimen van de ware Oud-Egyptische rituelen en erediensten in mysterie gehuld zijn, worden de tradities van het dagelijks leven van een priester over het algemeen door geleerden aanvaard als een dagelijkse en nachtelijke reeks handelingen om de god of godin te sussen waaraan het priesterschap was gewijd. Voor Sekhmet wordt aangenomen dat haar priesters elke dag heilige rituelen uitvoerden, waarbij hun gezangen als wierookrook opstegen om haar woeste hart te verzachten. Offers van bier, wijn, brood en vlees werden voor haar neergelegd, begeleid door hymnen vol eerbied en ontzag. Tijdens pestepidemieën werden speciale ceremonies gehouden om haar helende aspect aan te roepen en haar genade en bescherming te vragen.

    Een van de meest betoverende vieringen ter ere van Sekhmet was het Oud-Egyptische Feest van de Dronkenschap, een vrolijk festival dat de oude legende in herinnering bracht over hoe zij werd ‘getemd’ door rood bier. Op deze dag dronken haar volgelingen zich een slag in de rondte, dansten uitbundig en speelden muziek om haar transformatie van een woedende vernietigster tot een welwillende genezeres te eren.
    (Bron: egypt-museum punt com) 

    Heeft luisteren naar jouw innerlijke geluid wel eens tot grote veranderingen in je leven geleid?

    33 reacties op ‘Begin te luisteren naar je innerlijke geluid’
  • Enge boom, enge droom

    22 maart 2026
    Het paradijsleven

    Met een enorm kabaal knakt de boom om. Eén van de takken zwiept Jacob van de ladder, die door de lucht vliegt en een paar meter verder op de grond terecht komt. Ik ren naar hem toe. Op de plek waar eerst zijn rechterwang zat, zit een gapend gat.

    Ik wordt zwetend en met bonzend hart wakker, en slaap daarna zo goed als niet meer.

    We hebben besloten een meer dan boomdikke ‘tak’ van één van de Zweedse lijsterbessen langs de oprit te snoeien. Deze ene tak neemt veel licht weg, hangt zwaar over, plus: we willen in het loze maar zonnige stuk gras eronder nog graag wat fruitbomen planten. Maar vóór er geplant kan worden, moet dus eerst die tak eraf, en ik vind het doodeng.

    Ik heb er nachtmerries van. Ondanks het feit dat Jacob inmiddels heeft bewezen met beleid en verstand te kunnen zagen. De takken die hij tot nu toe heeft ‘geveld’ zijn altijd keurig op de geplande plek terecht gekomen, zonder gevaar voor hemzelf, zonder noemenswaardige schade aan andere bomen of struiken.

    Ik MOET er gewoon vertrouwen in hebben dus. Ook al is dit een tak van vier dijbenen dik – gewoon een complete boom óp een onderstam dus. Daarom vertrek ik zoals elke dag rond het middaguur met Semmi naar de kreek, terwijl Jacob zich klaar maakt om korte metten te maken met deze tak.

    Het heeft de dagen hiervoor geregend, en het water staat ongewoon hoog. Semmi kan bijna vanaf de brug zo het water in stappen. Dát doet hij niet, maar hij sopt wel lekker door de zeer zompige bedding.

    Op de weg terug naar huis krijg ik een sms. Met een foto van de gevelde boom gesnoeide tak, op precies de plek waar hij had moeten vallen. Er ontsnapt me een zware zucht van verlichting, en we snellen naar huis.

    De viervingerige lijsterbes is eindelijk zijn scheve duim kwijt.

    Jacob is de kruin van deze tak aan het ‘scheren’: allemaal mooi spul voor in de takkenril.

    En van het hout van deze ene tak kunnen we weer een ruime maand koken en stoken.

    Klustent wordt druivenpergola

    Het blijft mooi weer. En ondanks hardnekkige, griepachtige verschijnselen bij Jacob blijven we in de tuin bezig. Wel met iets minder zware klussen. De kapot gewaaide klustent moet opgeruimd worden.

    Het doek is gescheurd, maar met het frame is niets mis. Kunnen we dat nog een nieuwe bestemming geven? Diverse ideeën passeren de revue. Als blijkt dat het frame qua maat gemaakt lijkt te zijn voor ons terras, wordt dat het plan: op de zonnigste plek van de tuin wordt het een druivenpergola.

    Jacob heeft nog wat latten ergens liggen, en ook die lijken gemaakt voor dit plan: ze passen perfect over de bovenkant. Het zal nog een paar jaar duren eer hier trossen druiven aan hangen, maar ik zie onszelf nu al zitten op mooie nazomeravonden onder een ‘dak’ van druivenranken… 🍇🤩


    42 reacties op Enge boom, enge droom
  • Het is tijd voor leven in het moment

    15 maart 2026
    Het paradijsleven

    Op een aantal fronten woeden hier de voorjaars(schoonmaak)kriebels. Vooral in de tuin, en digitaal. Het ‘schoonmaken’ in de tuin gaat hier overigens niet zo ver als de meeste Denen dat doen. Alles keurig aangeharkt, geschoffeld en strak. Ik verzamel vooral dode (afgewaaide) takken en uitgebloeide stengels om de takkenrillen aan te vullen en haal pollen gras weg waar ik die niet wil hebben.

    (Overigens – terzijde: de stevige wind van laatst heeft korte metten gemaakt met onze klustent. Die is aan flarden, en ook dáár moet nu dus opgeruimd worden. Het klussen zal vanaf nu dus weer gewoon in de buitenlucht moeten gebeuren)

    Het digitale opruimen is van een heel andere orde. We willen langzaam maar zeker de overstap gaan maken van allerlei Amerikaanse producten naar Europese. De iCloud is al leeg, de Proton Drive minimaal gevuld, onze externe backup-harde schijven opnieuw ingedeeld. Ik schrijf deze blogs niet meer in (Apple) Pages, maar in een LibreOffice tekstdocument.

    En zo kwam op enig moment ook de vraag bovendrijven wat we met de, bij de cloud horende, agenda zouden doen. Daarin stonden – behalve onze tuinplanning – verjaardagen, Deense en Nederlandse feestdagen, de maanstanden en andere kosmische bijzonderheden, het weer… Heb je daar een (digitale) agenda voor nodig? Nee. De enige Belangrijke Afspraken zijn die met de tandarts, en het wekelijks beeldbellen met Zoon2. Verder leven we zo afspraakloos mogelijk, en bepaalt het weer uiteindelijk de tuinplanning.

    Opgestookt aangestoken door Rianne besloten we in Huize Paradijsvogels voor papier en hergebruik te gaan. Zowel uit mijn tijd als journalist, als uit mijn secretaresse-periode heb ik nog veel, grotendeels lege, kladblokken. Bewaard voor… (wie het weet mag het zeggen). Ja, nu dus: om een papieren huisagenda van te maken waar we de rest van ons leven mee toe kunnen.

    De keus was snel gemaakt: een VNG schrijfblok met ringband op A4-formaat. Helemaal naar eigen wens in te delen. Papieren agenda’s gebruik ik namelijk ook graag als dagboek; om aan het eind van de dag wat bijzondere dingen van die dag in op te schrijven.

    Schaar, lijm en allerlei mogelijk bruikbare plaatjes werden verzameld om de saaie voorkant van het blok wat spannender te maken.


    Het uiteindelijke plaatje slaat natuurlijk nergens op, maar de teksten die ik erbij vond zeggen genoeg over de inhoud van dit agenda-dagboek-schrijfblok: Het is tijd voor leven in het moment. De ups en downs van het bestaan (noteren) en verder vooral te genieten van rust en ruimte en het ritme: van onszelf, van Semmi, van de natuur.

  • Heen en weer

    12 maart 2026
    Het paradijsleven


    Ooit stelde een medeblogster de vraag: ‘Loop jij wel eens dezelfde wandeling?’ Ik zal daar in die tijd volmondig JA op hebben geantwoord. In die periode liep ik nog mijn dagelijkse rondes met Odin, over de asfaltwegen rondom het Gele Huis, met uitzicht op zee. Alhoewel de route vaststond, en de enige variatie ‘linksom’ of ‘rechtsom’ was, voelde geen dag hetzelfde.

    Het uitzicht in een winter tijdens het rondje om het Gele Huis. Altijd de zee in zicht…

    Het licht was elke dag anders. De wind voelde elke dag anders. In de bermen groeiden, bloeiden en vergingen door het jaar heen heel veel verschillende kruiden.

    Sinds we Semmi in huis hebben, wandel ik op onze huidige plek ook weer. De afgelopen ruim twee jaar kwam het daar niet van. Geen hond. Te druk met verbouwingswerkzaamheden in huis en tuin. En: geen mogelijkheid om een (relatief kort) rondje te lopen. En het grindpad heen en weer lopen was saai in mijn ogen – zonder dat fenomenale uitzicht op zee wat ik ‘verwend gewend’ was. Dus wandelde ik niet (meer).

    Maar saai zit tussen je oren. Tegenwoordig loop ik dagelijks met Semmi toch min of meer dat grindpad heen en weer, en mijn aanvankelijke tegenzin is omgeslagen in zin.

    De huidige ‘heen en weer’-route

    Vanuit huis is het ruim anderhalve kilometer lopen naar de bedding van de kreek, die de inham van de fjord voedt. Voordat we bij de kreek zijn, komen we door een minibos, een soort houtwal met aardige hoogteverschillen. Aan de rand van de kreekbedding staat het picknickhuis, waar ik eerder met buurvrouw R en haar vriendin zat. Nu zit ik er altijd even samen met Semmi van het uitzicht te genieten.

    Aan de overkant van de kreek een terugblik op ‘het bos’ en de bedding

    De bedding is een snuffelparadijs voor Semmi. In het riet zijn de vele reeënpaadjes te zien. Op de rand van land en water scharrelen ongetwijfeld veel dieren rond waarvan ik de sporen nog niet allemaal herkend heb, en waarvan Semmi zich aan de hand van geuren een beeld probeert te vormen.

    Ik zou hem daar zo een hele middag achter kunnen laten, denk ik. Hij zou zich prima vermaken. Hij is erg nieuwsgierig en avontuurlijk. Ik vermoed dat hij in zijn vorige leven niet veel verder dan in de eventuele tuin/het erf rondom de caravan kwam. Elke dag gaan we een heel klein stukje verder. Zijn mooie ‘mascara-ogen’ smeken mij daar om, en ik geef er aan toe. Weer een nieuw stukje wereld ontdekt.

    Aan de rand van de kreekbedding. Achter het hoge riet in het midden ligt de inham van de fjord

    Ik laat hem echter hier niet los; we lopen zo goed als in de achtertuin van iemand, en met zijn jachtinstinct is de kans te groot dat hij wild ontdekt en achterna gaat jagen, en dat wil ik niet.

    Ik beperk zijn snuffelgrens dus met de lange lijn: tot hier en niet verder. Maar hij krijgt alle tijd om al die spannende luchtjes goed in zich op te nemen. Heb ik alle tijd om ook de lucht om me heen op te snuiven en te genieten van dit kleine postzegeltje natuur temidden van boerencultuurlandschappen. Gelukkig is dat hier nog vrij afwisselend: maïs, tarwe, haver, aardappels, koolzaad en bonen wordt er op de velden rondom de kreek verbouwd.

    Weer of geen weer: ons bezoek aan de kreek is inmiddels vaste prik. Vaste prik – waarbij Semmi het best gedijt – mét voldoende afwisseling in de vorm van geuren, kleuren, weer en wind. Ik ben blij dat ik dankzij hem over mijn aanvankelijke weerstand heen ben gestapt van ‘saai heen en weer over het grind’.

    Als de kachel niet aan is, zoekt Semmi graag de warmte van de zon – daarin is hij net als zijn baasjes 😉

    Gisteren kwamen we allebei doornat van de regen en vies van de modder thuis. Vandaag vlogen we héén met een stormachtige wind in de rug, en worstelden we terug met diezelfde wind tegen. Soms is het mistig en stil en laat alleen de roekenkolonie in de toppen van de hoge bomen luidkeels weten dat ze er nog zijn. Op andere dagen schijnt de zon, kunnen we in de verte de fjord zien en meen ik zelfs al weer een leeuwerik te horen.

    Elke dag heen en weer… maar het verveelt geen moment.



  • ‘Luxe’ dingen die we niet meer doen

    8 maart 2026
    Het paradijsleven


    Toen we ervoor kozen een aantal jaren zonder inkomen te gaan leven, betekende dat ook eenvoud in alles. We hebben heel wat ‘ingeleverd’. Maar is dat echt wel zo?


    Naar de kapper

    In de tijd dat ik mijn haar nog verfde (rood), of ’s zomers ‘coupe soleil’ nam, vond ik het een echte verwennerij als mijn haar na het verven gewassen en mijn hoofd zodoende stevig gemasseerd werd. Zeker na een coupe soleil, want die badmuts met gaten waardoorheen met een haaknaald plukjes haar naar buiten werden gerukt, was je reinste zelfkwelling. Als ik er aan denk schieten me de tranen nog in de ogen.

    Bij ons eenvoudige leven hoort zelf de trimmer hanteren, en stekeltjeskort haar. Natuurlijk grijs. Dat manlief nu om de zoveel weken aan mijn hoofd frutselt (en ik aan het zijne), én dat ik intussen niet over koetjes en kalfjes hoef te kletsen, maar een beetje mag wegdromen, is eigenlijk alleen maar een plus.


    Pedicure

    Omdat ik spreidvoeten met hamertenen en tunnelnagels heb, is zelf teennagels verzorgen een crime. Daarom kwam ik vroeger regelmatig bij een pedicure. De laatste deed als ‘toetje’ ook nog eens een heerlijke voetmassage. Pure verwennerij vond ik dat.

    Bij ons eenvoudige leven hoort zelf de schaar, de vijl, een massagehoutje en massageolie hanteren. Ik durf mijn rare nagels niet aan manlief toe te vertrouwen, dus buig ik mij op zonnige momenten – dan heb ik het beste licht – over mijn voeten. Na zo’n behandeling loop ik hoe dan ook even als over wolken, en denk ik: dit moet ik toch wat vaker doen…


    Afhaalmaaltijd

    Dit geldt vooral voor Jacob, want dat is de kok in huis. Nu het tuinseizoen weer is begonnen, en we allebei soms iets té enthousiast aan het werk zijn geweest, roep ik nog wel eens: ‘Frietje halen?’ Maar dat zit er niet meer in. Vanuit ons huis in NL waren we binnen 5 minuten in een wijkwinkelcentrum met een frietboer, een afhaalchinees en een afhaal-pizza-turk. We bezochten ze alledrie regelmatig.

    Bij ons eenvoudige leven hoort gezond & zelf koken, en in het seizoen ook nog vers uit eigen tuin. Alhoewel het ‘gemak’ er dus bijna verslavend ingefrituurd lijkt te zitten, geeft het toch een veel voldaner gevoel als ik ’s zomers eerst rustig door de tuin kuier, een vergiet vul met vers spul en Jacob er daarna een overheerlijke, voedzame maaltijd van tovert.


    Uit eten

    In het verlengde hier van: ‘vroeger’ vierden we nogal eens iets in een restaurant, of pakten we nog wel eens een terrasje in de stad. Dat was toen al vrij duur, en ik durf nu eigenlijk niet meer te bedenken hoe de prijzen tegenwoordig zijn.

    In ons eenvoudige leven is het beste restaurant hier thuis, evenals het zonnigste terrasje. IJsjes worden niet meer geserveerd, maar wel de lekkerste verse-munt-thee. Mét honing, indien gewenst.


    Nieuwe kleding

    Bij het weer eens sorteren en nagaan van mijn ‘kledingwinkeltje op de hems’ kwam ik een aantal jasjes/vesten tegen die ik jaren geleden (nieuw) kocht in verband met een schouderoperatie. Ik draag graag T-shirts en truien, maar dat zou met mijn geopereerde schouder een half tot een heel jaar niet lukken, en dus had ik vesten nodig, waar ik met een ‘stijve’ schouder door Jacob in geholpen zou kunnen worden. Ik kocht er toen een stuk of 6 tegelijk. Ik werkte op dat moment niet, was thuis bij Odin, en 2 was dus meer dan genoeg geweest. Eén aan, één in de was.

    Bij ons eenvoudige leven van nu hoort alleen nog maar tweedehands kleding kopen ALS er iets anders afgedragen is. Lange broeken kunnen vaak nog een tijd mee als korte broek, overhemden met lange mouwen worden zomerhemden met korte mouwen.


    Was drogen in weer en wind

    Nu we het over kleding hebben… de wasdroger was één van de eerste dingen die in Nijmegen het huis verlieten. Er kwam een droogmolen voor in de plaats, en zo’n ding gebruik ik nog steeds.

    Geen robijnfleurenfijn of andere synthetische luchtjes, maar de geur van zon en wind in je kleding en beddengoed. En ja: alleen maar de was doen als het weer goed genoeg is om de boel buiten te hangen.


    Op vakantie

    Op het moment dat we allebei gestopt waren met onze betaalde banen en van een soort pre-pensioen-danskerleven gingen genieten, beseften we ook dat we – dus – nooit meer op vakantie konden hoefden.

    Ons hele eenvoudige leven is één vakantie: we doen wát we willen, wanneer we dat willen en hóe we dat willen. En soms willen we niks, en dan doen we dat 🙂


    Cadeautjes

    Verjaardag, sinterklaas, kerst, trouwen, verhuizen, een kind baren, op de koffie bij iemand (en zo kan ik nog wel even doorgaan): daar ‘hoort’ een cadeautje bij. Wij deden er in ons vorige leven ook aan mee, maar inmiddels niet meer. Uitzonderingen zijn zelfgemaakte dingen: van jam en gedroogde kruiden tot boeken of aquarellen.

    Een eenvoudig leven is een tevreden leven: tevreden met alles wat je hebt, met het feit dat je niets nodig hebt. Niet meedoen met consumeren, maar juist dát delen wat de meeste mensen niet meer lijken te hebben: TIJD. Aandacht. Er ZIJN. Samen elke dag het leven vieren en dankbaar zijn.


    Dingen verzamelen

    In het allereerste werkstuk wat Jacob ooit op de LTS maakte – een houten mal voor bakstenen – prijkt nog steeds onze verzameling half edelsteen-eieren. Ook een aantal andere stukken zoals bergkristal-punten en een brok labradoriet overleefden de emigratie-opruiming.

    Gedurende ons huwelijk werd het op enig moment traditie om op de jaarlijkse Keramisto een bijzonder stuk keramiek te kopen. Ook hiervan ging een aantal dingen mee naar Denemarken.

    Klankschalen hebben altijd mijn belangstelling gehad – zeker nadat ik zelf een paar keer bij een alternatief therapeute een ‘klankschaal-bad’ kreeg. We hebben er nu nog vijf, en gebruiken ze af en toe ook.

    Een eenvoudig leven hoeft geen minimalistisch leven te zijn, zolang de spullen die je hebt verzameld je nog steeds plezier geven.

    De edelstenen doen me heel letterlijk nog steeds wat – dus ik bewaar ze.

    Het keramiek heeft voor ons een bepaalde symboliek en dus: emotionele waarde. Bovendien zijn het gewoon mooie dingen om naar te kijken.

    De klankschalen zetten nog altijd iets diep van binnen in beweging, in beroering.

    Maar nieuwe dingen verzamelen we niet meer. Of het moeten mooie porfierstenen op het strand zijn… die krijgen dan een plekje in de tuin.


    Huisdecoratie

    En dit brengt me dan bij *pynt* voor in huis: spullen ter decoratie. Frutsels. Om lege plekken of lege wanden mee te vullen. Ooit was ik vrij snel uitgekeken op iets, en moest dat vervangen worden. En herhaal…

    Tegenwoordig doen we het gewoon met wat we hebben. Aan de wanden hangen enkele foto’s van Jacob. Op de boekenplanken staan (behalve boeken) keramiek, edelstenen en klankschalen. In de vensterbanken kandelaars met kaarsen. En op momenten dat ik dit allemaal wat teveel vind, pak ik een doos, berg het tijdelijk op en geniet ik – voor zo lang het duurt – net zoveel van de leegte & ruimte die dan ontstaat.

    Wat is een ‘luxe’ voor jou?

  • Buitentraining voor de gewoontedieren

    5 maart 2026
    Het paradijsleven

    De sneeuw is gesmolten, de vorst uit de grond. De was kan weer naar buiten zonder meteen stijve plankjes te worden. De eerste sneeuwklokjes, erantis en krokussen bloeien en de voorbodes van de blauwe boshyacinten schieten overal als groene punten omhoog. 

    Mijn blotevoetenrondje als eerste activiteit na het wakker worden, gaat weer gewoon over gras, grind en modder. Semmi begrijpt voor dit moment inmiddels wat ‘even weg, zo terug’ betekent en blijft lekker lui bij de kachel liggen (als die aan is), in plaats van onrustig te gaan piepen bij de voordeur zo gauw ik naar buiten stap. Zijn pels is inmiddels voorzien van een dikke, donzige ondervacht; hij hoeft geen jas meer aan.

    De eeuwige krulkolen en palmkolen die we nog niet verorberd hadden vóór de vorst hangen er geel en slap bij, maar: ook hier dient zich alweer fris groen aan. De lente kriebelt, ook al komen de dagtemperaturen nog maar amper boven de 10 graden uit hier. 

    We zijn officieel uit onze winterslaap, en beginnen langzaam maar zeker onze buitentraining – net als Semmi. Zijn binnentraining ‘alleen blijven’ is nog niet zo gevorderd dat hij rustig in huis kan blijven als Jacob en ik samen een middag in de tuin werken. Voorlopig gaan we dus gezellig met z’n drieën naar buiten.

    Tot nu toe betekende ‘naar buiten gaan’ voor Semmi vooral zijn behoefte doen, soms een eindje wandelen, soms samen door de tuin struinen en wat spelen en oefenen. Oftewel: 100% aandacht voor hem. Maar nu moet er door de baasjes af en toe ook gewerkt worden, en moet die aandacht dus afgebouwd worden. Evenals een aantal gewoontes die met al die aandacht samenhingen.

    We weten inmiddels dat Semmi de auto het einde vindt. Samen op stap, elke keer een nieuw avontuur. Hij zit op te letten alsof hij terug moet rijden 🙂 Kort alleen blijven in de auto (als we boodschappen doen) is inmiddels geen probleem meer. 

    ‘Ik zit hier prima hoor!’

    Sinds Jacob en ik in de tuin aan het werk zijn, staat één portier van de auto open en kan Semmi kiezen: op de achterbank in de auto, of buiten blijven rondlummelen met minder aandacht van ons. Hij kiest voor het eerste. Vanaf zijn comfortabele hangplek kan hij ons én de oprit – waar zich soms vreemd volk meldt – goed in de gaten houden. Als er een auto voorbij komt, waarschuwt hij ons even zonder zelf in de benen te komen.

    En zo is er inmiddels alweer heel wat gesnoeid, opgeruimd en voorbereid voor een nieuw eetseizoen door de baasjes, en leert Semmi zich gedragen als een erfhond – wat hij trouwens niet is, en nooit worden zal ook, maar hij past zich verbazingwekkend makkelijk aan ons ritme aan. Het is een rustige, makkelijke hond, die scherp observeert en over het algemeen de juiste conclusies trekt uit wat hij ziet en hoort. Alhoewel…

    Twee keer iets op een bepaalde manier doen en het is voor Semmi ‘gewoonte’. En dat is natuurlijk prima als je hem iets wilt aanleren, maar kan soms onverwachte gevolgen hebben. Twee keer linksaf helemaal naar de kreek wandelen, en de derde keer halverwege willen omkeren: mooi niet. Twee keer aan het einde van de maaltijd je mond afvegen met een servet (en daarna is het etenstijd voor Semmi) en de derde keer halverwege de maaltijd de servet nodig hebben: dan staat hij met Eend in de bek te heupwiegen aan tafel in de verwachting dat het nu tijd is voor hem… en maak hem dán maar eens duidelijk dat ‘wandelen linksaf’ niet per se ALTIJD tot de kreek is, en ‘servet’ niet per se ALTIJD einde maaltijd voor ons is oftewel brokken in de broek voor hem. 

    Bijna bij de kreek en het paviljoen

    We zijn alledrie gewoontedieren. De eerste ruim drie maanden bij ons stonden voor Semmi in het teken van ‘rust, reinheid & regelmaat’. Niet alleen asielhonden hebben dat nodig, de meeste mensen hebben er ook baat bij. Die rust en die regelmaat gaan nu in een wat ander ritme komen, maar we weten zeker dat Semmi zich net zo snel hierop zal aanpassen als toen hij hier arriveerde.

  • ‘Wanneer de wereld donker wordt, krijgt je innerlijke licht pas vorm’

    28 februari 2026
    Het paradijsleven, Inspirerende vondsten
    5-8 minuten

    Het is alweer eind februari, dus tijd voor een terugblik op de tweede van de 12 nachten, een periode van bezinning tussen Kerst en Driekoningen. Aan de hand van overdenkingen vanuit de Gene Keys maakte ik elke avond een collage. Elke nacht staat symbool voor een maand, en aan het eind van die maand blik ik terug op wat ik toen maakte en eventueel schreef.

    In de tweede nacht wordt water als metafoor gebruikt voor het thema mededogen, dat één van de kwaliteiten is van Gene Key 36. Alweer één van de belangrijkste *keys* uit mijn profiel, zijnde de les die ik hier & nu te leren heb: 

    ‘Hoe hard je ook je best doet om een rustig, harmonieus leven te leiden, het lot zal altijd op je deur kloppen. Het zit in je genen dat je moet leren en jezelf moet ontwikkelen door tegenslagen te overwinnen… je moet zo vroeg mogelijk leren om het leven te omarmen en te vertrouwen.’

    Blijkbaar heb ik het de nacht hiervoor aangevoeld, toen ik als één van de teksten ‘het leven omarmen’ aan mijn collage voor de maand januari toevoegde. En is dát ook het stukje wat ik beschouw als leerstof die ik inmiddels een beetje onder de knie heb. Ik heb inmiddels ervaren dat elke moeilijkheid een kans is om te groeien en elk probleem een nieuw perspectief kan bieden. Sinds ik door Human Design en de Gene Keys zoveel over mezelf en mijn rol in het grote geheel heb geleerd, voel ik mij geen slachtoffer van de omstandigheden – of het lot – meer.

    Maar… mededogen zoals het voor deze tweede van de 12 nachten wordt omschreven is nog een stip aan de horizon, maar wel een verleidelijke lokroep – om met Roesalka te spreken. Zij is de Slavische geest van water en mededogen, en het is vooral haar verhaal dat me inspireert bij het maken van de collage.

    In de I Tjing – waar de poorten van Human Design en de Gene Keys op gebaseerd zijn – heeft hexagram 36 de naam ‘Verduistering van het Licht’. Over dat licht hadden we het in januari. Kari Hohne geeft in haar boek *The Essential I Ching* met één rake zin de essentie van dit hexagram weer.

    ‘Wanneer de wereld donker wordt, krijgt je innerlijke licht pas vorm’

    Met het donker worden van de wereld worden tegenslagen bedoeld, dat lot dat op je deur klopt. Op zo’n moment is het beter dat ik me terugtrek in mezelf, en mijn ‘innerlijke vlam’ opstook. Voor mij betekent dat heel concreet dat ik kennis vergaar over de toestand, mijn ‘lot’. Zodoende bezwijk ik niet aan hopeloze duisternis, niet figuurlijk, en ook niet letterlijk in deze donkerste periode van het jaar tijdens de 12 nachten. Ik vertrouw op het leven, ik wéét dat het weer lente wordt, en de tuin is daar op dit moment het mooiste voorbeeld van.

    De Tsjechische componist Antonín Dvořák noemde één van zijn opera’s naar de roesalki. Het populairste fragment uit deze opera Rusalka is de sopraanaria het Lied aan de maan (ahhh die harp…  💙)

    Luisteren naar dit prachtige lied, terwijl buiten de eerste sneeuwvlokken dwarrelen, binnen de kachel brandt, Semmi opgekruld in zijn mand ligt en Jacob een vers kopje thee zet – dat is deze tweede nacht mijn antwoord op de vraag die het theelabeltje mij stelt: ‘Wat kun je op dit moment waarderen?’  Zo creëer ik op dat moment mijn eigen wereld, en stook ik mijn innerlijk lichtje wat op in een nog donkere wereld.


    Roesalka: de mooie en gevaarlijke geest van Slavische wateren

    De roesalka is een van de meest iconische mythologische wezens in de Slavische folklore. Ze werden symbolen van verleiding, verdriet en het gevaar dat schuilgaat in schoonheid. Roesalki symboliseren daarnaast de overgang tussen de wereld van de levenden en de doden. Hun connectie met water heeft een diepe betekenis: in het volksgeloof was water een poort waardoor zielen naar de wereld van de levenden konden terugkeren.

    Volgens oude Oekraïense overtuigingen werden roesalki geboren uit de zielen van jonge vrouwen die vóór hun huwelijk stierven – met name diegenen die in wanhoop verdronken of werden vermoord. In de volksverbeelding konden zulke zielen geen rust vinden en vestigden zich daarom in oude rivieren en de diepten van bosmeren, waaruit ze ’s nachts tevoorschijn kwamen om langs de oevers te wandelen. Hun dood, gekenmerkt door emotionele of fysieke tragedie, verbond hen aan een rusteloos hiernamaals.

    De roesalki zouden tijdens de Kupala-nacht (zomerzonnewende) het meest actief zijn. Dan dansten ze in cirkels  en iedereen die hen zag, kon zijn verstand verliezen of het water in getrokken kon worden. Gedurende deze tijd was zwemmen daarom verboden. Dorpsbewoners brachten offers naar de velden – voedsel, sjaals of hemden – om de geesten gunstig te stemmen.

    Volgens volksverhalen verschenen roesalki als mooie jonge vrouwen met lang, los haar, meestal blond. Ze werden vaak naakt of in lichte, witte kleding gezien. Een kenmerkend detail was hun natte haar, dat volgens de legende de bron van hun bijzondere kracht was. Men geloofde dat als het haar van een roesalka opdroogde, ze onmiddellijk zou sterven.

    Een roesalka zat vaak aan de waterkant haar haar te kammen en zong spookachtige liederen om mensen dichterbij te lokken. Ze kon speels en zelfs zachtaardig zijn, maar ook dodelijk, vooral als ze werd uitgedaagd of beledigd.

    Roesalki komen vaak voor in volksliederen en ballades. In een lied redt een boer een roesalka door haar haar te kammen, en uit dankbaarheid geeft ze hem een ​​schat. Maar zulke verhalen zijn uitzonderingen. De meeste ontmoetingen met roesalki eindigen in een tragedie.

    Zo ook in Dvořák’s opera. Waternimf Rusalka vertelt haar vader dat ze verliefd is geworden op een menselijke prins die komt jagen rond het meer, en dat ze mens wil worden om hem te kunnen omhelzen. Hij zegt haar dat het een slecht idee is, maar stuurt haar toch naar een heks, Ježibaba, voor hulp. Rusalka zingt haar Lied aan de maan en vraagt de maan om de prins van haar liefde te vertellen. 

    De heks vertelt Rusalka dat als ze een mens wordt, ze haar spraakvermogen en onsterfelijkheid zal verliezen; bovendien, als ze geen liefde vindt bij de prins, zal hij sterven en zal zij voor eeuwig vervloekt zijn. Rusalka gaat akkoord met de voorwaarden en drinkt een toverdrank. Tijdens de jacht op een wit hert vindt de prins Rusalka, omhelst haar en neemt haar mee.

    Maar uiteindelijk wijst de prins de stomme bruid af. Rusalka keert terug naar het meer en haar vader en klaagt over haar lot. Ze ontmoet Ježibaba opnieuw en vraagt haar om een oplossing voor haar ellende. De heks geeft haar een mes en zegt dat ze zichzelf kan redden als ze de prins daarmee doodt. Rusalka wijst dit af en gooit het mes in het meer. Rusalka wordt dan een dwaallichtje, een geest van de dood die in de diepten van het meer leeft en alleen tevoorschijn komt om mensen naar hun dood te lokken. 

    De prins, op zoek naar zijn witte hinde, komt naar het meer, voelt de aanwezigheid van Rusalka en roept haar. Rusalka verschijnt en kan nu met hem praten. Hij vraagt haar om hem te kussen, ook al weet hij dat haar kus de dood betekent. Ze kussen elkaar en hij sterft. In haar laatste lied zegt Rusalka tegen de prins: ‘Voor jouw liefde, voor jouw schoonheid, voor jouw wispelturige menselijke hartstocht, voor alles waardoor mijn lot vervloekt is, menselijke ziel, moge God mededogen met je hebben!’

    (Bronnen: Vestesta.com en Wikipedia)

  • En wie zorgt er straks voor mij?

    22 februari 2026
    Het paradijsleven

    Kort na mijn geboorte sloot mijn vader een uitvaartverzekering voor mij af. Niet dat hij een vooruitziende blik had. Uiteindelijk is het feit dat je op enig moment sterft de enige zekerheid in het leven. Ik vind het daarom de enige nuttige verzekering die je kunt hebben, zodat de nabestaanden niet met álle uitvaartkosten worden geconfronteerd.

    Al het andere in het leven is onzeker, en voortdurend aan verandering onderhevig.

    Een paar jaar geleden zag ik mijzelf en Jacob nog bijna letterlijk voor mijn geestesoog heel oud worden in het Gele Huis. Ik zag ons krom en gebogen, met wandelstok en al, door de tuin scharrelen en tevreden zijn. Zulke visioenen heb ik niet vaak, dus ik vond dat wel bijzonder. 

    En kijk eens waar we nu zijn. Het universum had toch andere plannen dan wat wellicht mijn wens of de vader van mijn gedachten was. Daarom proberen we steeds meer in het nu te leven, en tevreden te zijn met wat er is. Voor je ’t weet is het voorbij, en gelden er andere regels. 

    Desondanks ontkomen wij er niet aan om ook af en toe met de toekomst bezig te zijn: de toekomst waar we invloed op hebben. 

    Zoals het inscannen en daarna verwijderen van vele foto-negatieven. Dat doen we niet voor onszelf, maar voor ons nageslacht. We hebben er nu alle tijd voor, en voorkomen zo dat na ons definitieve vertrek van deze aarde de kinderen geconfronteerd worden met onze berg ‘onverwerkt verleden’.

    Zoals in het algemeen spullen opruimen die ooit voor ons een bepaalde waarde hadden, maar nu niet meer, en straks voor de kinderen al helemaal niet.

    Zoals – toch ook wel – nadenken over de vraag ‘wie zorgt er straks voor mij’ als mijn lijf niet meer kan wat mijn geest allemaal nog wil? Ik schrijf er met enige regelmaat over met een vriendin, die in zo’n situatie niet op haar kinderen kan terugvallen, want die heeft ze niet. Zij denkt anders over ‘later’ na en regelt andere dingen, dan wij, of dan onze ouders dat ooit deden.

    Onze ouders maakten in het verleden graag gebruik van onze kennis en kunde, maar enige druk over ‘zorg’ hebben noch Jacob noch ik ooit ervaren. Er waren geen onuitgesproken verwachtingen naar ons toe, naarmate ze ouder werden. Zij hebben nooit druk op ons gelegd; wel heeft mijn moeder mij één keer heel direct gevraagd, nadat ze vanwege een gebroken knie tijdelijk niet alleen thuis kon blijven: ‘Kun jij je baan niet opzeggen en voor mij komen zorgen?’ 

    Dat was een zéér uitgesproken wens, waarop ik zeer uitgesproken ‘nee’ kon zeggen. Ze kon zich een zorghotel veroorloven, en had een groot netwerk voor al die andere kleine dingen waarin ik toch niet kon voorzien.

    We zorgden zo goed als we konden voor onze zieke en ouder wordende ouders. Het gevoel van vanzelfsprekendheid kwam vooral van onze kant. We parkeerden onze emigratieplannen tot onze zorg niet meer nodig was; ook die voor de kinderen, overigens. Die zorg heeft nooit als een plicht gevoeld. Onze ouders spraken hun wensen uit, wij spraken onze mogelijkheden uit. Door die uitwisseling werd niemand ooit verrast door een onbehaaglijk onder-water-gevoel van onuitgesproken maar wel voelbare verwachtingen.

    Wij zijn ons er zeer van bewust dat er straks misschien niemand voor ons zorgt. We wonen ver weg van kinderen en andere familie. We leven in een tijd waarin noch opname in een verzorgingstehuis, noch het ‘ik doe voor jou wat jij doet voor mij’ meer vanzelfsprekend is. We gaan er in ieder geval niet zomaar van uit dat één van de kinderen zich geroepen voelt de zorg voor ons op te nemen als ons einde nadert – maar: hierover hebben we nog nooit met hen gesproken.

    Hier & nu een lokaal netwerk opbouwen met de verwachting daardoor verzekerd te zijn van zorg in de toekomst is niet reëel. Net als er klakkeloos van uit gaan dat ‘de buren wel kunnen helpen’, of dat er tegen die tijd wel plek in de herberg zal zijn, zijnde het plaatselijke verzorgingstehuis. Misschien bestaat dat tegen die tijd niet meer. We weten het niet. Het antwoord op de vraag wie er straks voor ons gaat zorgen is nu niet te geven, noch kunnen we ons er nu op voorbereiden.

    (Hoe) bereid jij je voor op ‘later’?

    Beeld: Myriam Zilles, Pixabay
  • Laat ze

    15 februari 2026
    Het paradijsleven

    Wat je aandacht geeft, groeit.
    Je gedachten bepalen je realiteit.
    Zomaar twee zinnen die ik de laatste tijd vaak lees. Ze zijn beide waar. Wat je constant in je lichaam (gedachten, gevoelens, zenuwstelsel) vasthoudt – angst of vertrouwen; schaarste of ‘genoeg’; wrok of dankbaarheid – uit zich uiteindelijk ook in je leven, op een gestage, onmiskenbare manier.
    Twee mensen kunnen nu op exact dezelfde plek staan ​​en compleet verschillende versies van het leven ervaren. Niet omdat de een gelijk heeft en de ander ongelijk, maar omdat wat je ‘binnen’ aandacht geeft, waar je aan denkt, wat zich vastzet in je zenuwstelsel, steeds meer bepaalt wat je ‘buiten’ ziet, en hoe je reageert op ‘buiten’.
    Ik werd me daar sterk van bewust toen Jacob me vertelde over een mailwisseling met een kennis, die vanuit de stress waarin zij leeft de wereld als zeer bedreigend ervaart en nogal hatelijk uithaalde naar onze ‘rust’ – onze totaal andere ervaring van dezelfde wereld. Hóe je iets waarneemt zijn de bouwstenen van de wereld waarin je leeft.
    Ik lees ook veel (en schrijf soms zelf ook) over de tijden van verandering waarin we nu leven. Allerlei cycli komen aan hun eind, nieuwe beginnen. Dat is niet iets wat van de ene op de andere dag gebeurt. Het is zelfs niet per se iets wat in de wereld om ons heen gebeurt. Integendeel: het is een stille verschuiving binnenin ons.
    Verander de wereld, begin bij jezelf.
    Ook weer zo’n dooddoener, maar wel met een heel grote kern van waarheid. De wereld verandert pas als er iets binnenin jezelf verandert. ‘De realiteit’ is iets gebaseerd op je gemoedstoestand, en is dus niet vaststaand. De wereld zoals die nu verandert heeft vooral te maken het steeds kleiner worden van de kloof tussen onze innerlijke wereld en onze uiterlijke wereld. En niet per se met de stand van de planeten of de acties van één man die denkt dat hij cæsar is.
    Daarom hebben veel mensen het gevoel dat alles uit elkaar valt, terwijl anderen het gevoel hebben dat de dingen stilletjes samenkomen. Sommigen zullen chaos en conflict blijven ervaren, omdat hun innerlijke wereld nog steeds is ingesteld op overleven en angst. Anderen zullen meer rust en vrede ervaren, omdat hun innerlijke wereld dat andere perspectief biedt. Geen van beide groepen heeft gelijk of ongelijk. Ze leven simpelweg niet in dezelfde ervaring.
    Veel mensen trekken nu alles in twijfel wat ze geleerd hebben. Dit begon eigenlijk in de jaren dat in ieder geval ‘de wereld van buiten’ voor het oog van die hele wereld voorgoed veranderde als gevolg van een virus. Veel mensen veranderen hoe ze leven, wat ze waarderen en hoe ze anderen behandelen. Ze nemen afstand van lawaai, van angst, van oude patronen. Velen doen dit in stilte; ze schrijven er niet allemaal over, zoals ik 😉
    Desondanks is de ‘buitenwereld’ erg onzeker nu. Het is makkelijk om in een neerwaartse spiraal terecht te komen. Laat je niet van de wijs brengen. Zorg nu goed voor je innerlijke wereld. Niet op een geforceerde of gespeelde manier… maar op een echte, eerlijke manier. Want wat je in je draagt ​​is niet alleen persoonlijk. Het is onderdeel van de wereld die om je heen vorm krijgt.
    Een heel simpele ‘tip’ las ik via DJAKTIEF, die onder meer schreef over het boek The Let Them Theory. Als er iets is wat je van streek maakt, denk dan eenvoudigweg: ach, laat ze.

1 2 3 … 81
Volgende pagina

Maak een website of blog op WordPress.com

PARADIJSVOGELS

Eenvoudig leven op het Deense platteland

  • Wie zijn wij?
  • Wat vooraf ging
  • Vakantie in Denemarken
  • Aanloop naar eenvoudiger levenWe zijn niet over één nacht ijs gegaan met onze plannen om ons comfortabele, zekere bestaan in NL te verruilen voor een eenvoudig en nieuw leven in het ‘wilde westen’ van Denemarken. Hier vind je alles wat concreet met die wens te maken had
  • De voorbereiding in NederlandVerhalen uit de tijd dat we ons in Nederland voorbereidden op ons nieuwe, eenvoudiger leven in Noord-Jutland
  • Het jutterslevenAlles wat met onze andere manier van leven te maken heeft, en niet per se met Denemarken: minimalisme, een zo gering mogelijke CO2-voetafdruk, gezond eten – enzovoort
  • Deens!Alles wat met Deense gewoontes, tradities, taal, cultuur enzovoort te maken heeft
  • Manliefs kunstManlief fotografeert, of beter gezegd: visualiseert de ziel van de natuur. Hier zijn foto’s of blogs over zijn werk.
  • Inspirerende vondstenTekst of beeld of een combinatie daarvan van anderen; soms bekend, af en toe onbekend, maar altijd raak en een inspiratie voor onze manier van leven – en wellicht ook voor het jouwe ;-)
  • Home
  • Blog
  • Wil je iets terugzoeken?
 

Reacties laden....
 

    • Abonneren Geabonneerd
      • PARADIJSVOGELS
      • Voeg je bij 119 andere abonnees
      • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • Privacy
      • PARADIJSVOGELS
      • Abonneren Geabonneerd
      • Aanmelden
      • Inloggen
      • Deze inhoud rapporteren
      • Site in de Reader weergeven
      • Beheer abonnementen
      • Deze balk inklappen