Poetins ziel
Geplaatst op: 19 april 2022 Hoort bij: Uncategorized | Tags: Literatuur, mensenrechten 4 reactiesOekraïne snoert me de mond. Op iemands aanraden, ik meen in de NRC, las ik Michel Krielaars’ Het brilletje van Tsjechov om een helder overzicht te krijgen van het denken van de Russische moloch. Misschien had ik dat niet echt nodig met mijn verkenningsreizen in de Russische literatuur, geschiedenis, politiek en de dagelijkse oorlogsuitleg in kranten en andere media.
Maar Krielaars’ reizen in alle windstreken van Rusland, heen en weer in de tijd, poëtisch bevlogen in de sporen van de eeuwig jonge Russische lieveling van de goden, zet de precieze piketten in de pijnlijke sofistische ideologie van Russische macht. Krielaars laat eenvoudig zien dat de Russische almacht van dictatuur, knechting, moord en imperialisme van tsaar op sovjetdictator op postcommunistische ‘gekozen’ president overgaat.
Maar of ik nu wilde ontsnappen aan de oorlogsgruwel of gegrepen werd door een legendarische liefde; Krielaars maakte een diep heimwee naar Tsjechov wakker. Ik wilde zijn stem horen, die zachte stem van berusting in het wispelturige lot. Tsjechov stelt nooit teleur. In elk verhaal van een boekdeel uit zijn werk, proef ik de sublieme blikseminslagen in verlangens, verwachtingen, onvermogen, overmoed en liefdesongemak van de mensen langs de weg. De mensen vallen en staan weer op omdat de zon opkomt, omdat het lente wordt of omdat de sneeuw een wonderland schept. Het is het eeuwige rad van weemoed, van levens die nooit echt willen lukken. De Russische ziel zeggen we dan. Dat romantische idee waarin klein stoïcisme de grootste rampspoed overstemt.
Ik sla er de schitterende verhalenbundel van Maxim Osipov, een actuele Russische schrijver, op na. Ik las De wereld is niet stuk te krijgen (2021 Moskou, en in Nederlandse vertaling) een maand vóór de Russische inval in Oekraïne. Zijn verhalen worden met die van Tsjechov vergeleken. Ook zijn persoon vertoont verwantschap; beiden zijn arts en menselijk bewogen in hun professionele missie. Osipov verhaalt over stuurloze levens in het hedendaagse Rusland dat beheerst wordt door ongelijkheid en corruptie binnen een angstaanjagende politieke almacht. De personages vervullen hun plichten en ondernemingen in een absurdistische gloed van tegenslag, van bedrog, van geweld. Ze reageren afstandelijk, soms met ironie, dan met zelfspot, desnoods met zelfbedrog maar altijd gloort ergens optimisme of berusting en zelfs oplaaiend euforisch geluk.
Svetlana Alexijevitsj, de Wit-Russische Nobelprijswinnaar, die gewone mensen liet vertellen wat de Sovjet-Unie met hun levens had gedaan, noemt Osipovs werk een genadeloze analyse van het Russische leven onder Poetin. Wellicht is dat zo maar de knechting wordt beleefd, de knechting wordt niet benoemd. Ofwel: Osipovs erbarmen met de mens in dat geknevelde Russische leven, sublimeert opnieuw de Russische ziel.
Op een van de oorlogsdagen na 24 februari 2022 sprak Vladimir Poetin over de ‘superioriteit van de Russische ziel’. Het is méér belediging dan eerbetoon aan Russische mensen: Poetin maakt knechting en onderschikking tot deugd en heldendom.
Die sentimentele hoogmoed verschaft Vladimir Poetin de vrijbrief om een onafhankelijk land op weg naar de democratie uit de weg te ruimen.
Hij vermoordt mannen en vrouwen en kinderen. Hij martelt, verkracht, pleegt lijkenschennis. Hij bombardeert huizen, scholen, ziekenhuizen. Hij gooit raketten op stations, fabrieken, infrastructuren. Hij bestrooit het land met mijnen. Hij deporteert mensen naar angstige en dodende bestemmingen.
Die sentimentele hoogmoed verschaft Vladimir Poetin de vrijbrief om het Westen tot schuldige te maken van zijn persoonlijke daden. Hij vloekt het in waarden ontaarde Westen dat geen oog heeft voor Russische veiligheid en ambitie. Het Westen brengt brutaal de NAVO te dichtbij en respecteert noch Ruslands’ Gods gegeven grootheid, noch de daaraan verbonden missie van een Eurazië van Lissabon tot Vladivostok.
Die sentimentele hoogmoed verschaft Vladimir Poetin de vrijbrief om alle mensen te bedreigen met kernwapens en een wereldoorlog als het Westen met wapenleveranties de Russische terroristische machtsgreep blijft dwarsbomen.
Rusland kan zijn dictator niet bestrijden. Wij mogen daar niet over oordelen. De mensen worden gekneed, opgevoed en heropgevoed met Potemkin vervalsingen die in alle levensgebieden staan opgesteld.
De literatuur kan, precies zoals onder Stalin, geen man en paard noemen van het dictatoriale ongeluk. Osipov kan het niet. Hij suggereert het en doet beroep op ons zesde zintuig in het verhaal dat dienst doet als voorwoord in zijn boek: De roep van een tamme vogel.
— Om het even of het nou in Moskou, Petersburg of de provincie is, het leven is angstaanjagend. Laat ik zeggen, óók angstaanjagend. In het leven komen dingen voor waar je onmogelijk over kunt schrijven: de dood van onschuldige slachtoffers, waaronder jongeren, of ook kinderen. De verschrikkelijke ervaring van hun dood die ons bespaard had moeten blijven. Die ons altijd bijblijft. Die je niet van je af kan schreeuwen en verjagen.
Maar daarna wordt het dag, en verschijnen de vogels weer. De vogelen des hemels, de tamme en de wilde vogels, vogels van allerlei pluimage. De wereld is niet stuk te krijgen, wat er ook gebeurt. Zo zit hij in elkaar. —
Osipov kan niet vertroosten met zijn versie van de Russische ziel. Voor duizenden Oekraïense doden is er geen wereld meer, voor miljoenen Oekraïense vluchtelingen is de wereld vernield; voor angstige Oekraïense achterblijvers wordt de wereld onder hun voeten weggeschoten.
Poetin is niet stuk te krijgen. Dat is het wrede verhaal. Zijn Russische ziel slachtoffert de hele Europese wereld. Waarschijnlijk heeft Vladimir geen ziel of heeft hij die in een Faustiaans pact aan de duivel verkocht.
Carry beginnen
Geplaatst op: 16 februari 2021 Hoort bij: Uncategorized | Tags: Literatuur 2 reactiesDe brief van schrijvers aan de minister-president om de boekhandels te heropenen toont het gemis van lezers. Je wilt een nieuw boek dat je aandacht heeft getrokken fysiek doorbladeren. Ik wilde het boek van Barber van de Pol over Carry van Bruggen gewoon zien.
Carry, geboren Carolina Lea de Haan (1881-1932), een van de zestien kinderen van een joods-orthodoxe voorzanger en zus van de ook opmerkelijke auteur Jacob Israël de Haan, schrijnt sinds jaren in mijn ziel. Haar belangrijkste boek, het filosofische Prometheus staat ongelezen in mijn kast en van haar romans heb ik er maar één gelezen.
Mijn ‘Lodewick’ van de middelbare school rekent Van Bruggen tot de zogenaamde ‘damesromans’ met een burgerlijk realistische thematiek al wordt Carry wel ‘de felle analyse van het eigen vrouwenleven’ toegedicht.
Menno ter Braak, de machtige literaire autoriteit, bewonderde Van Bruggen. Hij prees haar vermogen het vrouwelijk denken en de vrouwelijke zinnelijkheid met elkaar te verbinden maar plaatste haar nog steeds in het ‘vrouwenreservaat’, aldus Nelleke Noordervliet.
De vrouwenbeweging in de vorige eeuw bewees Carry van Bruggen nieuwe eer. Vooral haar roman Eva (1927), een modernistisch vormgegeven wordingsgeschiedenis van een vrouw, kreeg lovende erkenning. In 2002 werd Carry van Bruggen opgenomen in de canon van de Nederlandse letterkunde.
Elma Drayer bespreekt Van de Pol zo aanstekelijk dat ik, net als zij, meteen zin heb om het werk van Carry uit de kast te trekken. En zo download ik om middernacht een e-book van vijf verzamelde romans. Wie geeft in dit boekhandelloze tijdperk nou eens een levensgroot compliment aan deze service van de openbare bibliotheek? Bij deze.
Ik begin met De verlatene (1910) en raak geschokt door het botte, ordinaire antisemitisme in het Nederland van begin twintigste eeuw. De minachting van rijk voor arm bovendien, weerspreekt vinnig het in Nederland altijd zo klein gehouden klassenprobleem. Maar met de tweede roman Een coquette vrouw (1915) stokt de adem mij in de keel.
Het woord ‘coquette’ alarmeert. Ons ‘koket’ is wel pikant maar blijft vriendelijk; het Franse woord daarentegen staat voor onfatsoenlijke verleidster, een mannenverslindster desnoods.
De hoofdpersoon uit Een coquette vrouw, Ina, is een keurige jonge vrouw maar toch een ‘coquette’. Ina raakt telkens bevangen van een jongen of een man. Dat gevoel maakt haar euforisch, geeft haar magische energie, bevestigt haar als waardevol mens. De onbedwingbare neiging tot veroveren, is haar vloek. Wat haar opheft, die wisselende hartstocht, is de rode draad naar Ina’s ondergang. Iemand noemt haar een ‘erotomaan’. Mensen verachten haar en keren haar de rug toe. Haar man breekt het huwelijk op.
Een coquette vrouw zou onze Madame Bovary (1857) kunnen zijn ware het niet dat Emma Bovary zich bedwelmt met het rose leven uit ‘romannetjes’ en Ina naar geestelijk evenwicht zoekt in haar tobberijen over goed en kwaad, recht en onrecht, waarheid en leugen.
De roman van Carry van Bruggen speelt zich een kleine zestig jaar later af. Ina past niet in de gangbare levenssfeer, niet in haar familie, niet bij haar kennissen die nooit vrienden worden. Ze zoekt naar vervulling. Ze zoekt naar de eigen, vrouwelijke beleving van liefde en seksualiteit, een nog onbespreekbaar taboe.
Toch is Ina’s milieu van modernisme doortrokken. De vrouwen zijn bezig met het vrouwenkiesrecht, sommige vrouwen studeren al en de ideeën van vrouwelijke vrijheid en onafhankelijkheid dringen door in praktisch gedrag.
Ina zelf drijft op haar tegenstellingen. Zo schrijft ze op aanraden van haar man verhalen en heeft daar succes mee. Maar ook lijdt ze aan depressies die meestal samenhangen met het doven van een liefde. Het gaat gepaard met apathie en schuldgevoel omdat ze toch van haar man wil houden.
Ina trouwt overhaast met Egbert. Hij zal haar beschermen tegen de ‘benepen burgerlui’. De man voelt zich verheven en uitzonderlijk. Hij spot met alles en iedereen en domineert met vernietigende oordelen over moraal, godsvolk en wetenschap.
Ina onderwerpt zich aan Egbert. Want Egbert kent haar beter dan zij zichzelf kent. Egbert bevrijdt haar van ‘wanen en vooroordelen’. Hij oordeelt dat ze haar lessen in Grieks en Latijn moet staken en vooral niet te veel moet lezen. Schrijven mag ze; daar kan ze geld mee verdienen.
Het echtpaar ziet geen andere mensen. Egbert en Ina hebben aan zichzelf genoeg, vindt de echtgenoot.
Een coquette vrouw is op de eerste plaats een huwelijksdrama. Het is het huiveringwekkendste liefdesgevecht dat ik ooit onder ogen heb gehad. Albees Who’s afraid of Virginia Woolf steekt er bleekjes bij af, zegt Elma Drayer. Méér dan dat, zou ik zeggen. De grofgebekte, krijsende ruzie wordt in Van Bruggen een tergende, martelende, geestelijke knechting.
Ina’s flirterige vriendschap voor de zoveelste man, geeft Egbert de vrijbrief om haar definitief te breken. Hij ontneemt Ina de persoonlijke vrijheid die ze elkaar zouden gunnen. Hij hoont, sart, treitert zijn vrouw van de wereld af. Hij beschimpt haar idealen, hij ontkent haar kennis, hij kraakt haar werk af terwijl hij over de uitgave beslist.
Egbert wist Ina uit door haar te reduceren tot zenuwbuitjes en hoogmoedige majesteit, door weg te lopen voor letterlijk ieder antwoord en gesprek, door mooi weer te spelen met hun zoontje en met de buitenwereld.
Ina verliest. Egbert verlaat haar abrupt als hij een vriendin zwanger heeft gemaakt.
Ina’s verlies kan geen loutering worden. Ze wil geen vijand zijn en ze zal eenzaam verdergaan met haar kind en haar werk. Het is een ijdel voornemen.
Want ‘(…….) ze beschikte niet over zichzelf en haar eigen toekomst – leven en toekomst had ze uit handen te geven aan datzelfde Onbekende, dat ook in haar werkte en waaraan ze in de bitterste afhankelijkheid overgeleverd was…..’
Deze laatste zin tekent voor mij een andere Carry van Bruggen dan die van het filosofisch zoeken, van ideeënroman, van feministische getuigenis. Van Bruggen was trouwens geen feministe, zeker geen claustrofobische. In haar roman zet ze zich flink af tegen beuzelende en kneuterende vrouwen. Ze verzet zich even fel tegen de opgeblazen superieure man.
Met de laatste, zo navrante, zin uit Een coquette vrouw buigt Carry van Bruggen zich als bewust individu voor het lot en de last van de mens: de strijd met zichzelf en met zijn eigen tekort.
Natuurlijk is een huwelijksramp een fragment in die stijd. Maar Van Bruggen tekent dat gevecht millimeter voor millimeter, zo openhartig en zo plat dat je niet kunt wegkijken. Bij Van Bruggen vecht niet per se man tegen vrouw of vrouw tegen man. Hier strijdt mens tegen mens. Het is een open perspectief op zenuwslopende menselijke kleinheid.
Met Een coquette vrouw kom ik niet in de buurt van de idealistische, filosofische, modernistische Van Bruggen die op Virginia Woolf zou lijken. Maar door de roman strijken als kille windvlagen de wanen en de stemmen van depressies die Virginia Woolf (1882-1941) zo hartbrekend in haar dagboeken heeft beschreven. Beide vrouwen leefden in dezelfde tijd. Carry, 51 jaar oud, nam een dodelijke dosis slaapmiddelen en Virginia, 59 jaar oud, liep het water in met stenen in haar jaszakken. Van Virginia heb ik ongeveer alles gelezen.
Ik moest maar eens verder met Carry van Bruggen
Vooruitgangsverdriet
Geplaatst op: 14 december 2020 Hoort bij: Literatuur, Uncategorized | Tags: Annie Ernaux, De Jaren, Literatuur 2 reactiesVooruitgangsverdriet in de jaren van Annie Ernaux
In tijden van corona met de dood en het einde bewuster nabij, kan ik Annie Ernaux’ beweegredenen voor haar roman Les Années invoelen.
Annie Ernaux (1940), de auteur die een bijzondere plaats in de Franse letteren heeft bevochten, zocht jarenlang naar een vorm voor een soort totale roman over haar, over een vrouwelijk leven. Die missie werd urgent toen ze borstkanker kreeg; haar tijd leek beperkt.
Het boek moest Ernaux’ Op zoek naar de verloren tijd worden. Ernaux zocht een kompas, een openbaring; ze hoopte op de in thee gedoopte madeleine van Marcel Proust. En ze vond haar madeleine in vijftien foto’s die de draad van haar leven spannen. Ze laat de foto’s niet zien maar ze beschrijft ze, fysiek naar het uiterlijk en psychisch naar de stemming en de sfeer.
De foto’s uit haar jeugd intrigeren me. Er is de traditionele half naakte baby op een kussen. Er zijn foto’s van een vierjarige kleuter met grote strikken in het haar of in een jurk met volants en pofmouwen. Een negenjarig meisje in badpak staat op een kiezelstrand. Met vijftien staat het meisje naast een vriendinnetje in een tuin, het haar nog in het permanent van de plechtige communie. Uit 1957 is er een foto op een binnenplaats, in haar geboortedorp. Later staat het meisje op de groepsfoto filosofieklas 1958-1959 van het lyceum in Rouen.

De geschreven foto’s van het meisje, geboren Duchesne, intrigeren me omdat daarin de uitgangspositie van het kind is overschreven. Onder de onbestemde kleren en kapsels zitten de kwetsbaarheid, de eenzaamheid, de schaamte die het repertoire zullen vormen van iemand die van de ene naar de andere klasse verhuist. Of overloopt als die mentale migratie niet begrepen, niet verwerkt of niet geaccepteerd, zelfs afgestraft wordt.
Het meisje zal als Annie Ernaux getuigen van klassenongelijkheid waarvan zelfs het taboe, taboe is.
Annie Duchesne wordt geboren in het Normandisch dorpje Yvetot. Haar familie hoort tot de ongeletterde arbeidersklasse maar haar ouders werken zich op met een kruidenierswinkel annex café; de woonkamer is het café, de keuken is de winkel. Zo slijt het kind heel wat uren tussen bier drinkende mannen.
Annie is intelligent. Haar ouders sturen haar vol trots naar een katholieke privé-school. Maar het kind raakt ontheemd. Ze beseft dat ze in gewoonten en gedrag niet op haar klasgenoten lijkt. Het kost haar moeite om niet uit de toon te vallen en de vernedering te dragen als ze dat wel doet.
Annie gaat met een beurs studeren in Rouen. Daar voltrekt zich de catastrofe die de richting van haar leven zal bepalen. Annie raakt zwanger van een mede-student uit de ‘betere klasse’. Hij laat het meisje zitten met ‘haar’ probleem want hij heeft grotere zaken te doen. Het meisje Annie kan niet terugvallen op haar ouders. Ze mag hen deze ontwrichtende schande niet aandoen
In haar autobiografische debuutroman uit 1974 overdenkt Annie haar leven als ze, heel alleen, haar abortus afwacht. Ze realiseert zich haar diepe sociale ontheemding. Ze wordt gestraft, denkt ze, voor de verloochening van de eigen klasse en voor de pretentie recht te hebben op de ontwikkeling, de literatuur, de muziek en de kunst van de hogere klasse.
Die klassenongelijkheid stuurt het leven van Annie Ernaux. Het wordt haar drijfveer om schrijver te worden. Met twintig jaar schrijft ze in haar dagboek: ‘Ik zal schrijven om mijn ras te wreken’.
Dat klinkt nog plomp. Later motiveert Ernaux beter waar het om gaat. In De bevroren vrouw (1981) zegt dat ze zich nooit echt prettig voelde bij mensen uit de ‘bourgeoisie’, en ook dat ze zich alleen maar thuisvoelt in haar schrijverschap. Het is navrant dat talent en ontwikkeling betaald zouden moeten worden met sociale statenloosheid.
Annie Ernaux schreef een twintigtal romans. Alle romans zijn autobiografisch en vertellen onverbloemd over haar leven, haar vader, haar moeder, haar mislukte huwelijk. Ze fantaseert en verfraait niets. Ze ontleedt alle gebeurtenissen en ervaringen in de schaamte en de pijn.
Haar sociale stijging manifesteert zich in haar betrokkenheid bij vrouwenemancipatie en haar sociaal-politieke engagement. Ze is beïnvloed door de socioloog Bourdieu die onderwijs en cultureel kapitaal als voorwaarden voor sociale stijging stelt.
Annie Ernaux wordt dan ook de vereerde literaire patrones van schrijvers als Nicolas Mathieu en Édouard Louis. Deze twee jonge schrijvers behoren tot een nu opmerkelijke generatie die het arbeidersmilieu en sociale mobiliteit op een indringende manier actueel maakt.
Annie Ernaux ontwikkelde haar moedige interpretatie van maatschappelijk zeer met een sobere stem vanuit een zelfredzaam geworden intellect. Daarom is zij literair, sociologisch en historisch van grote betekenis. Die erkenning krijgt ze van lezers en wetenschap maar niet altijd van de pers. De kritiek haalde af en toe uit naar haar ‘misérabilisme’ of naar haar ‘slordige’ stijl. Sommige critici stellen dat haar sociaal geladen literatuur geen literatuur is.
Met de verschijning van Les Années in 2008 verstomt iedere kritiek.Deze roman wordt bejubeld als haar magnum opus, misschien omdat het sociale-feministische perspectief van Ernaux tot een universele thematiek wordt verruimd.
Het boek is, vreemd genoeg, pas in oktober 2020, in het Nederlands verschenen.
De roman De jaren schept een weids panorama over de tijd tussen 1945 en 2007. Het is een documentair verhaal van het collectief, ook wel een sociologische autobiografie. In de historie weerspiegelt de schrijvende persoon zoals omgekeerd de tijd in dat schrijvende individu weerspiegelt.
De echte hoofdpersoon is de tijd; de stroom van veranderingen in opvattingen, in mentaliteiten, in politiek, in welvaart en in de verschijningsvormen van kleding, huizen, producten, idolen, liedjes, tv-programma’s, filmhelden, boeken en kranten.
De hoofdpersoon is de tijd zoals in de grote roman van Proust. In de slotscène van die roman spreekt Proust over de tijd die we niet zien maar die zich manifesteert in het veranderen en verslijten van mensen en menselijke verhoudingen. Het moet Annie Ernaux deugd doen dat Proust klassenverschillen ziet verglijden als de mensen die eerst niet door de aristocratie ontvangen worden ineens gewilde gasten zijn in de adellijke salons.
Annie Ernaux voegt een ontroerende stem toe aan deze majesteit van tijd. Zij persoonlijk, zegt ze, zoekt een vorm voor haar toekomstige afwezigheid.
Zij wil iets redden zoals ‘de blik van de zwart-witte kat bij het inslapen na de prik’. Zij wil iets redden van de tijd waar we nooit meer zullen zijn.
Annie Ernaux is nog volop in leven. Na De jaren schreef ze divers werk waaronder de hartbrekende roman Meisjesherinneringen in 2016. Daarin gaat ze terug naar het meisje van ’58’. Ze vertelt dat sommige meisjes op het lyceum niet met haar spraken vanwege haar ‘milieu’. Ze vertelt hoe ze voor het eerst met een jongen naar bed gaat en in een lange, eenzame, geestelijke crisis belandt.
‘Ook ik heb dat meisje willen vergeten’, zei Ernaux. ‘Het is me nooit gelukt’.
Vooruitgangsverdriet; Annie Ernaux heeft het al haar jaren met zich meegesleept.
Ode voor Naima El Bezaz
Geplaatst op: 19 augustus 2020 Hoort bij: emancipatie | Tags: Literatuur 2 reacties
Naima El Bezaz koos op 7 augustus voor de dood. Het voelt onverdraaglijk als ik de lieve woorden lees van onze aimabele Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib, van haar uitgever en van Ahmed Marcouch.
Naima was twee jaar jonger dan mijn dochter. Welke strijd moest zij verliezen, 46 jaar oud? Welke god trok haar zo jong naar zich toe? En wat dacht die god eigenlijk wel.
El Bezaz debuteerde in 1995 met de succesvolle roman ‘De weg naar het noorden’. Zij hoort met Abdelkader Benali en Hafid Bouazza tot de eerste auteurs in de Nederlandse literatuur uit het milieu van gastarbeiders.
Ik kende het werk van deze Marokkaanse-Nederlandse auteur niet. Geen tijd, inderdaad, maar betreurenswaardig.
Ja, ik wist wel van het boek ‘Vinexvrouwen’ uit 2010. Destijds vond ik het fantastisch dat deze vrouw recht voor zijn raap het damesbladleven in (haar eigen) Vinexrijtjes van schone schijn terugbracht tot blote realiteit. Overspel, scheidingen, drank, en drugs traden op in de dagelijkse tredmolen van burgerlijke bluf. Ik moest stiekem lachen om de ophef die haar buren (vrienden) maakten na de publicatie van het boek. Te autobiografisch, pruilden ze zuur.
Intussen heb ik ‘Vinexvrouwen’ en het vervolg ‘Meer Vinexvrouwen’ gelezen. En nu lach ik ronduit.. Want Naima El Bezaz is geestig; ze schittert in haar hilarische bijna burleske vergrootglas.
Zeker, ze is ook vilein. Zelf zegt Naima daarover dat ze alle kritiek op allochtonen wel eens wilde omdraaien. Ze wilde spreken vanuit háár vooroordelen, die vanuit háár afkomst en háár milieu. Maar veel scherper zegt ze en bedoelt ze: Ik schreef de waarheid op, ik schreef op wat ik zag. Mensen werden boos omdat ik het lef had om dat te doen.
Met haar werk, zo begrijp ik nu, vocht Naima El Bezaz voor haar vrijheid, haar zelfbeschikking, haar onafhankelijkheid. Zij zag het als haar recht om de Marokkaanse schaamtecultuur open te breken. Zij sprak openhartig, schaamteloos zelfs over seksualiteit in alle kleuren van de regenboog..
Naima El Bezaz’ beroep op dagelijkse vrijheid heeft haar veel leed berokkend. Ze werd als nestbevuiler weggezet. Na het boek ‘De verstotene’ uit 2006 werd ze met de dood bedreigd en iemand op marokko.nl riep op om haar te stenigen en te bespuwen omdat ze ‘ons Marokkanen belachelijk maakt’.
Naima El Bezaz raakte in een diepe depressie.
Ik las de roman ‘De verstotene’. De roman geldt als een verhaal over een moslima die zich aan een conservatief milieu ontworstelt. Maar de werkelijke roman is veel gelaagder en veel wanhopiger.
De Marokkaanse Mina groeit op met haar liefdeloze moeder die na de scheiding van de vader steeds obsessiever haar geloof belijdt en Mina’s zusje daarin meetrekt. Vader woont bij zijn tweede vrouw met hun vijf dochters. Mina heeft een warme relatie met vader en stiefmoeder.
Later lijkt Mina een redelijk evenwicht te vinden. Ze heeft een man, een goede baan, een huis in een mooie buurt.
Als het verhaal begint, verbreekt Mina’s man, Mart, plotseling hun relatie. Ze waren tien jaar samen. Mina valt in depressie, eenzaamheid en stuurloosheid. Ze krijgt problemen op haar werk, blijft ziek thuis en dompelt zich onder in drank, slaappillen en anonieme seks. Alleen vriendin Elsa en een psychologe fungeren als reddingsboeien.
Echte redding is er niet. Mina raakt zwanger van een Joodse man die haar bot afwijst. Ze weet niet wat te doen.. Wil ze het kind houden of niet? Springt ze van het balkon of niet?
Ver naar het einde van de roman blijkt dat Mina, achttien jaar oud, als afvallige gewelddadig door haar familie is verstoten. Dan begrijpt de lezer het hongerige verlangen naar zusje, vader en stiefmoeder, telkens in de zijlijnen van de roman.
Pas dan ook begrijpt de lezer de volle betekenis van de titel. De hoofdpersoon van het boek wordt niet éénmaal verstoten, door haar familie. Mina wordt ook verstoten door haar man, door haar concurrent op het werk, door de toevallige minnaar, door de allochtone gemeenschap, door de westerse samenleving.
Zoals Mina van de roman als jong meisje in een opstel afrekent met orthodoxe Islamleer; zo laat de auteur van de roman met dezelfde dapperheid zien hoe de allochtone mens in tweespalt verdwaalt.
Naima El Bezaz doet het genadeloos. Oprecht, letterlijk zonder toe te geven aan angst, aan taboes, aan geheimen. Zo verheft zij het groepsconflict tot een groter algemeen menselijk conflict.
Of het individu kan winnen of moet verliezen, laat Naima niet zien. In de roman besluit Mina dat ze verder wil leven voor haar kind maar ze verliest haar evenwicht als ze wil terugspringen op het balkon. Ze valt de diepte in.
Haar auteur heeft noch een oplossing noch een verlossing geboden.
Mij raakt de moed van Naima El Bezaz. De moed tot het werk, de moed van het werk, de moed in het werk. De stemmingen van het leven heeft Naima niet kunnen overleven. Maar haar moed verdient een ode aan haar leven.
Hellevegen
Geplaatst op: 28 mei 2016 Hoort bij: Literatuur, Uncategorized | Tags: A.F.Th. van der Heijden, De helleveeg, De tandeloze tijd, Geldrop, Gijs Scholten Van Aschat, Hannah Hoekstra, Literatuur, OBA, Tante Tiny, Tientje Poets 3 reactiesIk heb de eigenschap de dingen letterlijk te nemen. Ik zie wat ik zie, ik hoor wat ik hoor. Het is een ongemakkelijk perceptiemodel want even zo letterlijk als ik zie en hoor, reageer ik letterlijk op wat ik zie en hoor. Dat loopt niet altijd goed af. Regelmatig stoot ik mijn neus omdat ik te letterlijk interpreteer wat niet zo letterlijk mag zijn. Er zijn zaken waarvoor als bij afspraak geldt dat je ze verzwijgt, negeert, verzacht, verfraait of door de humormolen haalt. Ik mis het talent om een dergelijk feit meteen te herkennen en de gewenste reflex aan te spreken.
Dit ongemak speelt mij parten als het Brabantse folklorisme opspeelt. Dat is de ideologie waarin de Brabander de ster is aan het firmament van onbedorven menselijkheid. Lees de rest van dit artikel »
Onbekend antidepressivum
Geplaatst op: 7 februari 2016 Hoort bij: Literatuur, OBA | Tags: antidepresiva, Blue monday, carnaval, clown, depressie, Dickens, Grimaldi, Literatuur, Trinity Church 1 reactieBijna een miljoen Nederlanders slikt antidepressiva. Artsen zouden risicogroepen moeten gaan doorlichten op depressiviteit. Je leest en hoort het rondom het Blue Monday Depressiegala waarop een stuk of wat prominente BN-ers zich als voorbeeld en voorbeeldige depressielijders exposeren.
Maar misschien vinden depressielijders meer soelaas in het carnaval. En misschien nog méér in de herdenking op (dit jaar) dezelfde dag, van de Engelse clown Joseph Grimaldi (1779-1837). Deze superster, een theaterclown want clowns speelden toen niet in het circus, wordt op de eerste zondag in februari door clowns van heel Engeland geëerd in de Trinity Church, Dalston, Londen. Lees de rest van dit artikel »
Poetins Rusland
Geplaatst op: 11 maart 2015 Hoort bij: Buitenland, OBA | Tags: Achmatova, Boris Nemtsov, Buitenland, Dostojevski, Glasnost, Gogol, Gorbatsjov, IJzeren Gordijn, Jeltsin, Joseph Novak, Literatuur, mensenrechten, Nabokov, Paustovski, Perestroika, Poesjkin, Poetin, Rusland, Tolstoj, Tourgenjev, Tsjechov 3 reactiesEr zitten verschillende Ruslanden in mijn hoofd. Het meest naïeve daarvan is het Rusland half sprookje, half folklore. In dat land heten oude mensen vadertje of moedertje; er zwerven wolven over de steppen; er waaien ijzige winden; er doen spookachtige verhalen de ronde; er strekken zich eindeloze berkenbossen uit langs de Wolga en elk dorpje heeft zijn kerk met een gouden ui op de toren buiten en de apocalyps op iconen binnen.
Dan is er het Rusland van het barokke tsarendom zoals de grote Catharina die ondanks haar scabreuze handel en wandel toch mooi de bibliotheek van Voltaire opkocht. We hebben een eigen vertedering met die Russische vorsten. Met Peter de Grote bijvoorbeeld, die bij ons leerde timmeren en inspiratie opdeed voor zijn grote vernieuwingen. Met Anna Paulowna, de tsarendochter die niet al te gelukkig met onze koning Willem II getrouwd was en aan wie Beatrix de herkomst van haar driftbuien toeschrijft. Lees de rest van dit artikel »
Concurrentie
Geplaatst op: 18 december 2014 Hoort bij: Literatuur, Uncategorized | Tags: Aaf Brandt Cortsius, Betsey Wynne, Dagboek, Klaus, Literatuur, Sint Nicolaas, Sylvia Witteman, Volkskrant, Wibra 2 reactiesOp de achterpagina van de Volkskrant, onder de gevatte rubrieknaam Wibra, resideren Sylvia Witteman en Aaf Brandt Corstius. Om de dag columniseert de een of de ander haar dagelijkse leven.
Beide dames, die lofwaardig weinig aan damesachtigheid lijden, nemen het dagelijks leven heel serieus. Ze ontleden dat leven in minieme stukjes zoals kinetisch zand, een man zeurend om een taxi, Wonky appels met een plekje, kinderen op de ijsbaan, Starbucks koffie, sintinkopen doen bij de Hema, lepels en vorken tellen in een vakantiehuisje. Ze mixen dat stukje leven in een blender van humor en perspectiefwisseling, zoals de columnreceptuur voorschrijft en er ontvouwt zich een nieuwe werkelijkheid.
Lees de rest van dit artikel »
Thomas en Jane
Geplaatst op: 10 november 2014 Hoort bij: Literatuur, OBA, Politiek | Tags: Balzac, Fay Weldon, Jane Austen, Janeite, Jo Baker, Kapitaal 21ste eeuw, Literatuur, Mr. Darcy, P.D. James, Thomas Piketty 1 reactieHet boek van Thomas Piketty in vertaling ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ is een zwaargewicht. Letterlijk: het weegt 1137 gram. Figuurlijk: het inventariseert de verdeling van de rijkdom en waarschuwt tegen groeiende ongelijkheid zoals die in de 19e eeuw.
Voorlopig praat ik daar niet over mee want ik heb het boek (nog) niet gelezen. Wel heb ik meteen alle teksten over Honoré de Balzac en Jane Austen gelezen. Want dat vond ik een fantastisch element in dit boek: Piketty put uit het werk van deze auteurs om de verdeling van de rijkdom in Frankrijk en Engeland in de jaren 1790-1830 te beschrijven. Lees de rest van dit artikel »
Denis, François en Nicolas
Geplaatst op: 23 september 2014 Hoort bij: Buitenland, OBA | Tags: Diderot, Encyclopedie, Frankrijk, Hôtel du Breui, Hollande, IS, Langres, Literatuur, Museum van de Verlichting, Sarkozy, Verlichting Een reactie plaatsen
Je kunt hevig verlangen naar een terrasje aan een dorpsstraat, een maison de la presse, een rijtje dahlia’s in een groentetuin, een gevleugeld beeld, een park vol kastanjes met bruin omkrullende bladeren; kortom je kunt verlangen naar Frankrijk in september.
Dus was ik in Frankrijk. In Langres. Dat is een van de vijftig mooiste steden van Frankrijk. Fransen zetten graag hun steden in een klassement van mooi of karaktervol of bebloemd zodat elke stad een speciale onderscheiding krijgt. Voor Langres is dat niet echt nodig. Langres is de stad van Denis Diderot. Hij, de filosoof, schrijver, redacteur van de eerste belangrijke Encyclopedie, werd er in 1713 geboren. Nu is hij er thuis in het Museum van de Verlichting, luisterrijk gevestigd in het Hôtel du Breuil.
Lees de rest van dit artikel »
