Zakdoek leggen

De lente staat voor de deur en de voorjaarsbloeiers steken hun kopjes alvast naar boven. Een heerlijke tijd om in de natuur te vertoeven – maar is dat niet altijd het geval. Daarom trok ik naar een prachtig bos iets buiten onze gemeente, BelleVue in Kortessem. Daar werd ik na een paar honderd meter wandelen begroet door een hele bende sneeuwklokjes. Prachtig. Maar wie goed heeft opgelet ziet dat er iets niet klopt op de foto. Zie jij het? Inderdaad, tegen de boomstam rechts ligt een papieren zakdoekje. Achteloos weggeworpen door een andere wandelaar. Want papier, dat vergaat toch. Maar is dat zo? Ik telde er tijdens mijn tocht meer dan twintig.

Parfum

Een papieren zakdoekje weggooien lijkt onschuldig, maar is dat niet. Niet enkel verpesten ze vaak het zicht op mooie plekjes, maar ze breken ook heel langzaam af. Soms duurt het maanden voor ze verdwenen zijn. ‘Verdwenen’ is dan het verkeerde woord. Want in heel wat zakdoekjes zitten minuscule plastieken vezeltjes om ze steviger te maken. En die verdwijnen nooit en komen door de zakdoekjes zo maar ergens neer te gooien in de bodem en zelfs ons grondwater terecht.
Ook de geurstoffen die er vaak opzitten zijn schadelijk. Ze zorgen voor verwarring bij haal wat dieren die er rondlopen. Vreemde geuren schrikken vaak af. Daarnaast zijn er ook soorten die zakdoekjes wel eens durven opeten. Wat ook niet echt gezond is. We dragen daarnaast op die manier mogelijke ziektes over. Waar wij vaak zitten te foeteren dat dieren ziektes verspreiden doen wij hier net hetzelfde. Het verhaal van de pot en de ketel.

Uitvinding

Maar geen paniek. Er is een simpele oplossing. Blijkbaar bestaat er een geweldige uitvinding. Een stoffen doek die je in je zak kan steken. Telkens je je neus snuit kan je die gebruiken. Gewoon even bovenhalen, snuiten, opvouwen en terug in je zak. Als je thuis komt kan je hem gewoon in de vuile was gooien. Nadien is hij weer netjes proper en klaar voor gebruik. Ongelofelijk. Wie verzint het? Ze noemen het een zakdoek. Je kan ze kopen in allerlei kleurtjes en motieven. Een stuk goedkoper dan die papieren
Vind je dit geen optie? Dan stellen wij voor om die papieren zakdoekjes niet meer in de natuur te droppen, maar bij elke wandeling netjes terug mee naar huis te nemen om ze daar in de vuilbak te smijten. Of denk toch nog maar eens na over die geweldige uitvinding.

Mini-Mickey

Onze zeiser van dienst, Wim Morias, ontdekte onlangs tijdens zijn maaiwerken dit mooie nestje. Niet van een vogeltje, maar van een klein knaagdiertje. Het kleinste dat wij kennen, de dwergmuis.

Deze dwerg is misschien klein, maar onderschat ’m niet. Met z’n gewicht van een paar muntjes en z’n lijfje ter grootte van een duim is hij officieel de kleinste muis van Europa. Toch staat hij zijn mannetje. Hij klimt vooral rond tussen hoog gras en riet. Met zijn grijpstaart houdt hij zich in evenwicht. Als een klein aapje door een oerwoud. Zo een acrobatisch bolletje dat je niet snel zal ontdekken.

Ze graven geen holletjes in de grond, maar bouwen een kunstig gevlochten en bolrond nestje tussen de begroeiing. De ingang is net groot genoeg om er zichzelf door naar binnen te murwen. Ook zijn nestje is zo goed als onzichtbaar. Het gaat perfect op in de omgeving. Het is vaak pas in de winter of bij maaiwerken – zoals deze keer – dat het ontdekt wordt.

Foto: Koen Thonissen

Een dwergmuis zien is een kwestie van heel veel geluk. Moest je ze toch eens tegenkomen, geniet er dan volop van. Want hun motto is: wie niet sterk is moet schattig zijn.

Schot on the run

De voorbije dagen kregen wij een paar keer de melding dat er een van onze Schotse hooglanders aan de verkeerde kant van de omheining stond in de Grote Beemd. Telkens slaagde we er vrij snel ik om haar – want het zijn allevier dames – weer aan de juiste kant te krijgen. Tot dit weekend.

Dat verhaal begint donderdag om 17u45 met volgende bericht:
‘Er liep 20 minuten geleden een koe buiten de weide aan Graetmolen’ Met dank aan de melder. Het was de jongste dame die wel vaker op stap gaat. Onze vrijwilligers schoten dadelijk in actie. Maar de ontsnappeling bleek spoorloos.
Vrijdag ging het verhaal verder. Onze veeverzorgster Kristel had alles klaar gezet om de drie overgebleven Schotten naar de andere weide te laten lopen, waar nog meer dan genoeg eten stond. Hun plekje waar ze tot dan liepen was wat magertjes geworden. Een van de redenen waarom ze wel eens elders willen geraken. Zoals je weet is het gras aan de overkant altijd groener. Het einde van het bericht van Kristel was weer wat verontrustend. ‘Er zitten er maar drie, dus eentje is nog steeds weg’.

Opnieuw kwamen er meerdere vrijwilligers ter plaatse. Klaar voor een intense zoektocht naar de vermiste Schot. Ondertussen bleek het nog aanwezige drietal al vanzelf verhuisd te zijn naar de nieuwe weide. De sporen van nummer vier wezen richting Maupertuus. Maar daar bleef het dan ook bij. Niet te vinden. De zoektocht werd opnieuw gestaakt.
Rond 15u kregen we een telefoontje van Tine van Graetmolen met de mededeling dat ze terug aan de weide stond te koekeloeren. Opnieuw rukten Ivo en Willy – een van onze vrijwilligers – terug uit. Missie ‘Schot in de zaak’ werd opnieuw ingezet. Deze keer met succes, want om 16u15 kregen we de boodschap dat ze in de weide zat. Maar om 16u16 er weer terug was uitgeraakt omdat er een boom ergens op de omheining was gevallen. Terug naar af!

Schot nummer vier was terug ‘on the run’. Ze verschool zich in een van de bosjes vlak bij de weide. De veeverzorgers deden in de schemering nog een verwoede poging, maar zonder resultaat. Er werden plannen gesmeed voor zaterdag, tot wij beseften dat er die dag een wandeling was gepland in de Grote Beemd door de Wellense Bokkerijders. Dus werd de reddingsactie een dagje on hold gezet. Een koe zoeken en mogelijk opjagen met wandelaars in de buurt is geen goed idee. De dag ging voorbij zonder dat er ook maar een melding binnen kwam. Zelfs met zo veel wandelaars op pad bleef onze ontsnapte Schot onzichtbaar. Een bewijs dat ze liever mensen ontwijken en zich verstoppen.

Zondag om 9u30 werd er opnieuw verzamelen geblazen door onze veeverzorgster, samen met opnieuw een aantal vrijwilligers. Tegen 10u30 kregen wij het verlossende berichtje: ‘Hooglander is terug binnen!’. Einde van een geweldig weekend voor onze vierde Schot.

Zoals een kok met een West-Vlaams accent ooit zei: ‘Wa hebbe we h(g)eleerd?’

  • Als onze dieren uitgebroken zijn, laat het ons zo snel mogelijk weten.
  • Kom je er eentje tegen. Heb geen angst, ze zijn niet gevaarlijk.
  • Wandel er rustig langs door of maak een ommetje er rond.
  • Honden vinden ze maar niks, daar zijn ze bang van. Hou die dus aan de leiband (moet trouwens altijd).
  • Als de ontsnapte Schot (of een ander rund) wegloopt, laat ze lopen. Ze gaan nooit ver weg en blijven altijd in het natuurgebied.
  • En het belangrijkste…onze veeverzorgers en vrijwilligers zijn toppers!!!!!

Boompje weg, bosje erbij

Jaarlijks koopt Limburgs Landschap een aantal percelen in natuurgebied Herkvallei. Zo konden ze in 2025 een aantal stukken kopen in de Grote Beemd grondgebied Alken waarvan eentje een plantverplichting had. Dit wil zeggen dat de vorige eigenaar de bomen – in dit geval populieren – met een kapvergunning had mogen oogsten, maar er wel minstens evenveel diende terug te planten. Een stevige kost en vaak dan ook het moment dan eigenaars beslissen om hun perceel te verkopen. Maar die aanplantverplichting blijft uiteraard bestaan. Gelukkig.

Een van de aangekochte percelen zomer 2015 met populieren
Zelfde perceel winter 2024 al een paar jaar na de kaalkap

Als natuurvereniging voeren wij uiteraard deze verplichting uit. Met de glimlach, want nieuw bos is belangrijk en een van onze streefdoelen. Wij kiezen dan steeds om een inheems loofbos aan te planten met de boomsoorten die op die locatie thuis horen. Opnieuw populieren planten doen wij bijna nooit. Want dat is van oorsprong een uitheemse soort die werd ingevoerd om opbrengst te creëren. Maar houtopbrengst is niet ons doel. Wel meer en betere natuur. Dus werden er eind vorig jaar op dat perceel een paar duizend bomen geplant. Onder andere zomereik, els, wilg, es. Maar ook struiken zoals hazelaar, vlier of meidoorn. Dit om een gelaagd bos te krijgen met een bodemlaag, struiklaag en boomlaag zoals dat hoort in de natuur.

Zicht op nieuwe aanplant – december 2025

Alles moet nog wat groeien, maar wij hopen dat hier op termijn een mooi loofbos zal komen waar heel wat soorten een nieuwe thuis zullen vinden. Binnen een aantal jaar zetten we nog eens een foto van dit perceel op onze blog. Dan kunnen jullie ons bos mee opvolgen. Beloofd!

Zeldzame soort ontdekt!

Het jaar is schitterend begonnen. Tijdens mijn traditionele nieuwjaarswandeling door de Grote Beemd stuitte ik op sporen van een zeer zeldzame soort. Ooit was ze veel talrijker in de Wellense natuur. Nu jammer genoeg niet meer. Waar heb ik het over? Buiten spelende kinderen. Jawel, ze bestaan nog. En wij als natuurvereniging zijn daar heel blij mee. Wij offeren graag een stukje van ons natuurgebied op om deze generatie achter hun computerscherm of van hun smartphone weg te halen. Naar buiten en genieten van de natuur die ons nog rest. Inderdaad, er zal al eens een ree opgeschrikt worden, een boompje sneuvelen of een vogeltje een nestje elders gaan bouwen. Maar de winst die we doen door de jeugd terug voeling te geven met onze natuur is duizenden keren groter. Onze huidige maatschappij is de connectie met die natuur voor een groot deel kwijtgeraakt. We zijn totaal vervreemd van alles wat rond ons leeft, vliegt, kruipt, bloeit en groeit. Met alle gevolgen van dien. Dus elke kans om dit terug te herstellen pakken wij alvast met twee handen aan.

Iedereen die dit niet ziet en dit geen goede zaak vindt, slaat de bal volledig mis. Wie onze natuur een warm hart toedraagt zal blij zijn met spelende kinderen in de beemd. Hoe meer, hoe liever. Bij het aanschouwen van hun geweldige kampen kreeg ik zelfs wat heimwee naar de periode dat ik met takken, touwen en stokken in de weer was. Lang geleden. Maar zonder twijfel het vlammetje dat is uitgegroeid tot het vuur dat nu in mij brandt om natuur te helpen beschermen. Bij het aanschouwen van hun bouwsels, had ik zelfs zin om mee te spelen. Maar een plus zestiger vrees ik dat niet echt past in hun kliekje. Jammer.

Laten we meer van die vlammetjes aansteken bij onze jeugd, zodat volgende generaties onze natuur weten te waarderen en mee helpen beschermen. Wij denken er alvast luidop over na hoe we dit kunnen realiseren. De toekomst is van en aan de kinderen.

Basiskamp 1
Basiskamp 2

Er zit een kleine beer in Wellen

Rups kleine beer – 9 december 2025 – Foto: Renilde

Deze foto zag ik voorbijkomen op waarnemingen.be. Een rups midden in de winter? Klopt dat? Jazeker, het kan zo maar gebeuren dat je zelfs in deze koude winterdagen een rups kan tegenkomen. Dan gaat het misschien om de kleine beer. Want deze mooie verschijning is ook in de koude maanden actief. Zelfs de vlinder zelf kan je nu zien rond

In tegenstelling tot de meeste vlinders, die overwinteren als ei, rups of pop, is de kleine beer vaak actief als volwassen nachtvlinder tijdens zachte winteravonden. Vooral op milde nachten, wanneer de temperatuur een paar graden boven nul ligt, kan hij rondvliegen. Bij strenge vorst houdt hij het rustiger en zoekt hij beschutting, maar zodra het weer het toelaat, komt hij weer tevoorschijn. Zo kun je hem soms al van late herfst tot vroeg in het voorjaar tegenkomen.

Kleine beer als vlinder (Foto: Pierre Vandersmissen)

Deze nachtvlinder is niet groot, maar wel stoer. Terwijl veel insecten zich diep verstoppen, laat de kleine beer zich juist in de koude maanden zien. En nóg opvallender is zijn rups. Want ook die is nu actief. Deze nachtvlinders hebben een lange en flexibele levenscyclus. Waar wij ooit geleerd hebben dat de volgorde vlinder, eitjes, poppen, rupsen en dan weer vlinders is. Trekt deze kleine kerel zich daar bitter weinig van aan. Zowel de vlinders als de rupsen proberen de winter door te komen. Die rups ziet eruit alsof hij een dikke, harige winterjas aan heeft, perfect tegen de kou. Niet voor niets wordt hij ook wel een “beerrups” genoemd.

De rups kruipt rustig rond op zoek naar voedsel, soms zelfs als er rijp of een dun laagje sneeuw ligt. Hij lijkt zich nergens druk om te maken, alsof hij weet dat hij later zal veranderen in een prachtige nachtvlinder. Een klein wondertje, midden in de winter.

Dus als je tijdens een winterwandeling iets ziet bewegen op de grond of tegen een boomstam, kijk dan goed. Misschien groet de kleine beer nachtvlinder je wel – of zijn rups, die dapper de kou trotseert en bewijst dat zelfs in de winter het leven nooit helemaal stilstaat.

De natuur zit toch vaak gek, maar altijd boeiend in elkaar.

Geknot begot

Opnieuw het geluid van kettingzagen in de Grote Beemd. Waarom in godsnaam? Wel, omdat het voor een aantal knotwilgen hoog tijd was voor een knipbeurt. Deze periode is het moment om zulke werken uit te voeren.

Maar je kan de natuur toch gewoon haar gang laten gaan? Een vaak gehoorde uitspraak van heel wat mensen die niet goed snappen waarom men in natuurgebieden ingrijpt. Wel, dat kan zeker. Maar dan weet je dat er na een paar decennia enkel nog bos zal zijn. Een keuze. Maar niet de keuze die Limburgs Landschap heeft gemaakt. Want een groot nadeel aan die keuze zou zijn dat je heel wat soorten kwijt raakt.

De natuur in Vlaanderen en bij uitbreiding zowat heel Europa is door de eeuwen heen volledig gemaakt door de mensheid. Hierdoor krijg je heel veel elementen die er van nature niet zouden gekomen zijn, maar waar de natuur wel gebruik van heeft gemaakt. Zo ook een rij knotwilgen. Overal in de beemd kom je ze tegen. Ooit aangeplant door de toenmalige eigenaar. Vaak om een grens aan te duiden. Maar vooral ook om er voordeel uit te halen. Elke 4 tot 5 jaar werden de takken er af gehaald. Voor het maken van stelen voor werktuigen, als materiaal voor omheiningen – die wij trouwens nu opnieuw hebben geïntroduceerd in de Grote Beemd – of gewoon brandhout. Door dit knotwerk kreeg je de typische vorm van de knotwilgen. Dikke stammen, vol met gaten en een mooie knot er boven op.

Die wilgenrij gaf dan weer plaats aan tal van soorten. De bekendste – eigenlijk de ambassadeur van alle knotwilgen – is zonder twijfel de steenuil. Hij is verweven met het landschap waar zulke bomen staan en maakt graag gebruik van de holen in zijn stammen. Maar de lijst van beestjes die daar van profiteren is eindeloos.

Daarom zijn wij blij dat de mensen van ‘Goed geknot’ dit toch vaak niet zo makkelijke werk willen doen. Met steun van Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren. Want deze rij wilgen was dringend aan een knotbeurt toe. Ze allemaal tijdig onderhouden is bijna onmogelijk. Het zijn er in onze natuurgebieden echt heel veel. Knotwilgen waren daar zo te zien ooit heel populair. Toch doen wij ons uiterste best om de klus te klaren.

Deze rij kan alvast weer een aantal jaren verder. Hopelijk met het steenuiltje erbij.

Goed geplant

Neen, dit is geen aflevering van een programma rond tuinaanleggers die – voor mij dan toch – op een onbegrijpelijk makkelijke manier een tuin omtoveren naar een klein paradijsje. Neen, dit verhaal is veel beter dan dat. Want ik ging deze middag met een brede smile op mijn gezicht naar huis om mijn boterhammekes op te eten. Ik was net getuige van het enthousiasme van meer dan 50 kinderen die in de Grote Beemd kwamen helpen met de aanplant van een houtkant.

Het ging om de leerlingen van het 5de en 6de leerjaar van basisschool De Bron. Samen met hun leerkrachten kwamen ze een voormiddagje struiken planten. Soms wat scheef, soms niet diep genoeg, maar telkens met hun volle goesting. Ook al hingen hun schoenen – en bij sommige waren dat duidelijk geen laarzen – helemaal vol met de plakkerige leemgrond die we in onze beemd wel meer tegen komen. Het maakte niet uit. Het maken van de plantgaten was ook een hele opgave, maar ook dat sloeg hen niet uit hun lood. Zij slaagden er in om meer dan 1.000 plantjes in de grond te krijgen. De andere 1.000 zullen de ploegen van Limburgs Landschap met plezier de komende dagen een plekje geven.

Dankzij deze enthousiaste bende is er in de Grote Beemd weer een stukje biodiversiteit bijgekomen. Deze houtkant zal binnen een paar jaar de schuilplaats of broedplaats worden van heel wat soorten en vogeltjes. Ik hoorde de eerste zwartkop al zingen in mijn hoofd toen ik naar huis reed. Zijn liedje was een ode aan de natuurbeschermers van de toekomst. Want die zaten er zonder twijfel tussen.

Work in progress
Even overleggen
‘Potjaad’ aan de voeten
Ook de dames zetten hun beste beentjes voor (soms zelfs meer dan de jongens)
Planten, planten en planten…
Goed gewerkt!
De leerlingen van het 6de leerjaar met wat (gevraagde) gekke bekken
De enthousiaste bende van het 5de leerjaar

De kanarie van de Broekbeemd

Foto: Pieter Bex

Onlangs werden er in kader van het project Meetnetten zeggekorfslakken geteld in de Broekbeemd. Via deze tellingen wordt bijgehouden hoeveel van deze mini-slakjes er zitten in een vastgelegd aantal ‘plots’ – dit zijn vierkanten vastgelegd op kaart op steeds dezelfde plek en met juist dezelfde afmetingen. Op die manier kan men vrij snel zien of deze soort voor- of achteruit gaat.

Waarom is dit belangrijk?

Misschien eerst even de soort voorstellen. De zeggekorfslak is een kleine longslak uit de familie Vertiginidae. En klein moet je letterlijk nemen. Ze zijn amper 3mm hoog. Dan moet je weten dat zij de ‘grootste’ vertegenwoordigers zijn van hun familie. Hun schelpje is altijd rechtsgewonden en heeft vier tot vijf windigen. Je moet goede ogen hebben om dat te zien in het veld. De laatste winding is ongeveer 2/3de van de totale hoogte. Hét kenmerk om ze te herkennen blijken hun ‘tandjes’ te zijn. In de opening van het slakkenhuisje kan je er vier zien. Hun huisje is geelachtig bruin tot donkerbruin. Dat maakt het nog wat ‘leuker’ om ze in de plantengroei te ontdekken. Knappe kerel die deze kan tellen.

Maar dit piepkleine wezentje heeft een heel belangrijke taak. Zij werd door Europa aangewezen als een van de indicatoren van een gezond stukje natuur. Door hun kwetsbaarheid en specifieke leefomstandigheden kregen ze een vermelding op de Bijlage II van de Habitatrichtlijn, wat wil zeggen dat elke lidstaat van de Europese Unie – dus ook België en daardoor ook Vlaanderen – de plicht hebben om hun leefgebieden te beschermen en indien nodig herstellen. Als ze verdwijnen is er stront aan de knikker, zowel voor de verantwoordelijke overheid, maar vooral voor de natuur op die plek. Je kan het vergelijken met de kanaries die in kooitjes werden meegenomen in de koolmijnen om te waarschuwen voor giftige gassen. Alleen komt er hier geen kooitje aan te pas. De zeggekofslakjes zijn zo vrij als een… kanarie die niet in een kooitje zit.

1.876

Zeggekorfslakken leven uitsluitend in natte, kalkrijke moerasgebieden met een stabiele waterstand. Hun aanwezigheid getuigt van een natuurplekje met zeer hoge kwaliteiten. Een gezond, proper en ecologisch stabiel ecosysteem. Het zijn natuurtypes die in ons land en bij uitbreiding overal in Europa sterk onder druk staan. Verdroging, gewijzigd waterbeheer, vervuiling door overstromingen met vuil water, stifstofdepositie en versnippering zijn allemaal bedreigingen voor ons slakje en zijn leefomgeving. Waar ze nog voorkomen is het goed om toeven.

Nu bleek uit de laatste telling dat er toch wel wat zeggekorfslakken zaten. 1.876 om precies te zijn. Blijkbaar een heel hoog aantal. Want specialisten vroegen zich af of dit wel klopte. De teller van dienst was echter zeer formeel en liet weten dat zijn telling inderdaad zo hoog was. Een bewijs dat we in ons dorp – Wellen – een stukje natuur hebben liggen dat enorm waardevol en uniek is. En dat midden in het centrum van onze gemeente. Geweldig!

Boodschap

Ons kleine rechtsgewonden beestje wil ons duidelijk iets vertellen. Dit stukje natuur moeten we koesteren en met alle middelen die we hebben beschermen om het zo te behouden. Tja, dat lijkt toch logisch. Niet? Voor sommige mensen niet echt. Zo zijn er nog steeds voorstanders om dit gebied te gebruiken als een soort wachtbekken, net zoals de Grote Beemd. Niet alleen zou dit indruisen tegen de verplichtingen die Europa ons oplegt, maar het zou vooral een enorme blunder zijn. Dit gebied is totaal anders dan de Grote Beemd, waar dit wel kan.

Beide doelen kunnen trouwens perfect samengaan. Het beheer en de inrichting van de Broekbeemd – die uitgetekend is om een biotoop te creëren waar de zeggekorfslak en nog heel veel andere zeldzame en belangrijke soorten zich thuis voelen – is er op gericht om het veenpakket dat daar zit te bewaren en als het lukt ook te herstellen en uit te breiden. Hiermee maak je als het ware een enorme spons die veel meer water kan bergen dan een wachtbekken ooit zou kunnen. Door ons slakje te beschermen, bescherm je ook nog eens alle inwoners van de omliggende straten en veel verder tegen mogelijke overstromingen en wateroverlast. Dikke win-win!

Bedankt zeggekorfslak. Blij dat je in mijn team zit…

250 voetbalvelden

Ruim 30 jaar geleden kocht Limburgs Landschap vzw het eerste perceel natuur in de Broekbeemd. Ondertussen hebben we duidelijk niet stil gezeten, want deze maand hebben we de kaap van 125 ha natuur in beheer in de Herkvallei gerond. Een mooie prestatie.

Dit zijn 250 voetbalvelden! Hiervan is meer dan 70 ha in eigendom van Limburgs Landschap vzw en ongeveer 54ha in huur of beheer. De Broekbeemd is zo goed als volledig in eigendom van Limburgs Landschap vzw. In de Grote Beemd groeit dit elk jaar meer en meer aan. Partners wiens gronden worden beheerd komen onder andere van VMM, VLM, gemeente Wellen en OCMW Wellen. Zij dragen graag bij aan dit prachtige natuurgebied. Zo konden we jaar alweer 4 ha extra natuur aankopen.

Percelen in eigendom van de natuurorganisatie blijft nog altijd de beste manier om ze te beschermen. Want dan kunnen onze beheerders hun plannen om te gaan voor de hoogste natuurwaarde volledig uitrollen. Daarnaast worden ze ook nog eens opgenomen in het beheerplan en krijgen ze het statuut natuurreservaat. Hierdoor zijn alle planten, dieren en het landschap voor altijd beschermd.

‘Die natuurverenigingen hebben makkelijk kopen met al die subsidies’ is een opmerking die wij vaak horen. Inderdaad, als erkende natuurbeheerder krijgt Limburgs Landschap vzw steun vanuit de Vlaamse Overheid om gronden aan te kopen in vooraf afgebakende gebieden. Dat zij landbouwpercelen opkopen klopt dus niet, want hiervoor krijgen ze geen subsidies. Daarnaast is die steun gebonden aan heel wat regels.

Zo is de subsidie beperkt tot maximaal 80% van het aankoopbedrag. De rest moet Limburgs Landschap telkens bijleggen met eigen gelden. Ook kunnen zij niet onbeperkt bieden. Want hoe meer zij betalen, hoe minder subsidies zij krijgen. Boven een bepaald bedrag is dit zelfs nul euro. Dus de bewering dat de natuurverenigingen de prijs van de grond omhoog jagen klopt ook niet. Tenslotte moeten zij ook beloftes doen aan de Vlaamse Overheid rond het gebruik van deze gronden. Zo moet elk perceel binnen een aantal jaren worden opgenomen in een uitgebreid beheerplan type 4, natuurreservaat dus. Dat plan wordt stevig onder de loupe genomen door ANB (Afdeling Natuur en Bos) en elke 5 jaar moet er bewezen worden dat het werd uitgevoerd. Dan is er nog de openstelling. Elk natuurgebied dat op deze manier werd gerealiseerd moet opengesteld worden voor iedereen die er wil komen genieten van die mooie natuur. Logisch, want het werd voor een deel aangekocht met belastingsgelden, jouw centen dus.

Wij vinden die regels totaal geen probleem. Want het is onze missie om meer en betere natuur te realiseren in Limburg. In ons geval dus Wellen. En die laten we heel graag bewonderen door iedereen die dat wil.

Heb jij nog eigendom in de Herkvallei – Grote of Broekbeemd – en wil jij ook een steentje (perceeltje) bijdragen aan dit mooie project? Stuur dan gerust een persoonlijk bericht naar ons. Wij informeren je graag over de mogelijke manieren hoe dit kan.